A-11 Statenbrief prov Gelderland over PvA kaderstelling zonering stikstof d.d. 5-3-25
Tekst van het document
Statenbrief Informatie
Datum
5 maart 2025 Zaaknummer
2025-002555 Inlichtingen bij
Onderwerp
Plan van aanpak/kaderstelling zonering stikstof
Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad
1 van 5
Beleidsprogramma
Ambitie
•
Alle
Portefeuillehouder
Ans Mol-van de Camp
1
Kern van deze Statenbrief
Graag informeren wij uw Staten over ons besluit van 4 maart 2025 om rondom de stikstofgevoelige habitats in de Natura 2000 gebieden Veluwe, Landgoederen Brummen, Willinks Weust, Bekendelle en Wooldse Veen een stikstofemissie-arme zone van 500m in te stellen en deze de komende maanden nader uit te werken in de Omgevingsverordening. Bij de behandeling van de Versnellingsaanpak Stikstof (PS2024-1012) hebben wij die zonering aangekondigd en met u besproken.
2
Waarom ontvangt u deze Statenbrief?
Het college heeft besloten de nadere uitwerking van de zonering in gang te zetten en daarvoor het vertrekpunt beschreven. We willen uw Staten graag vanaf de start meenemen in deze plannen. Daarover zal de komende tijd intensief gecommuniceerd worden met alle betrokkenen. We informeren u graag aan de hand van deze Statenbrief en betrekken u actief bij het vervolgproces.
3
Hoe bent u eerder betrokken?
Bij de behandeling van de Versnellingsaanpak (PS2024-1055) op 29 januari en 5 februari jl. is het idee om zonering voor stikstof uit te werken met u besproken. Het besluit dat ons college nu heeft genomen is de formele bekrachtiging en daarmee de aftrap voor de verdere invulling van zonering in samenspraak met de betrokken gebieden en partners.
Datum
5 maart 2025 Zaaknummer
2025-002555 Blad
2 van 5
4
Samenvatting
De kern van het voorstel is: Het gaat om een zone van 500 meter rondom de stikstofgevoelige habitats in de Natura 2000gebieden Veluwe, Landgoederen Brummen, Bekendelle, Wooldse Veen en Willinks Weust. We willen de uitstoot in de zone rond de Veluwe beperken met 60-70%. Dat is nu nog bewust een bandbreedte. De exacte doelstellingen werken we de komende maanden uit. We stellen de doelen in absolute getallen en niet in percentages die gelden voor iedereen, met duidelijke afspraken over wat het referentiepunt is. Dat beschermt ondernemers die al grote stappen hebben gezet en biedt ruimte om lokaal of regionaal maatwerk te leveren. In de uitwerking zal in de eerste weken van het vervolgproces de knoop worden doorgehakt of de doelen per bedrijf of per gebied worden vastgelegd en of dat gebeurt met doelen ten opzichte van een referentiejaar of in absolute emissiedoelen per bedrijf, zodat voor ondernemers helder is wanneer het goed genoeg is. In Winterswijk is voor het behalen van de instandhoudingsdoelen naast stikstof de connectiviteit en hydrologisch herstel onderdeel van de invulling van de zonering. Doel voor de uitwerking is om al in april, vroeg in de uitwerking, helderheid over wat wel kan en wat niet. De stikstofaanpak per activiteit is gebaseerd op doelsturing: sectoren gaan zelf aan de slag met maatregelen om hun uitstoot te verlagen.
Nieuwe activiteiten die stikstof uitstoten willen we in principe niet in de zone. Als vanwege maatschappelijk belang uitzonderingen nodig zijn dan moet de uitstoot in de zone met de best beschikbare technieken gebeuren en per saldo omlaag gaan. Alle sectoren dragen bij. Voor bestaande activiteiten in de zone moet de norm uiterlijk in 2035 zijn behaald. Voor bestaande activiteiten hebben we in ieder geval tot 2030 allerlei flankerende maatregelen om in de gewenste richting te kunnen ontwikkelen. Naast zonering moet ook via natuurbeheer extra gewerkt worden aan het behalen van de instandhoudingsdoelen voor de Natura 2000-gebieden. In de uitwerking geven we extra aandacht aan de ligging van stikstofgevoelige soorten natuur (habitats) in relatie tot bestaande en geplande ontwikkelingen. Dit moeten we verder uitwerken, bijvoorbeeld in de exacte begrenzing van de zonering of met een hardheidsclausule (daarmee kunnen we afwijken van de regels als die onbedoelde gevolgen hebben). De aanpak van de zone is ook van toepassing op bedrijven die ín Natura 2000 gebied liggen. We doen een beroep op het Rijk voor generieke stikstofmaatregelen, bijvoorbeeld door verduurzaming van de binnenvaart en andere maatregelen om de uitstoot van NOx te verminderen en de stikstofdeken te verkleinen.
In de bijlage bij deze Statenbrief lichten we de inhoudelijke elementen van de zonering toe die we de komende maanden verder uitwerken. Daar leest u ook meer over de flankerende maatregelen om de gewenste ontwikkeling te ondersteunen.
5
Informatie
Het is op dit moment moeilijk om vergunningen te verlenen voor activiteiten die leiden tot stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Gelderse Natura 2000-gebieden. In deze
Datum
5 maart 2025 Zaaknummer
2025-002555 Blad
3 van 5
gebieden is de kwaliteit van de natuur onvoldoende om nieuwe activiteiten toe te staan. Dit levert grote onzekerheid op voor bedrijven in Gelderland. Om deze onzekerheid weg te nemen, nemen we maatregelen om de situatie te verbeteren in de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden die in slechte staat verkeren. Daar dragen alle sectoren aan bij. We kiezen voor zonering om gebiedsgericht te werken aan natuurherstel van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. En om de provinciale middelen voor dit doel effectief te gebruiken. Hiermee wordt de kwaliteit van natuurgebieden versterkt en minder kwetsbaar voor hoge depositiewaarden van stikstof. Dit moet uiteindelijk zichtbaar worden in de natuurdoelanalyses. Een natuurdoelanalyse laat zien wat de huidige toestand is van een Natura 2000-gebied en of er extra maatregelen nodig zijn om de natuur te behouden en waar nodig te verbeteren. Ons college wijst nu zones aan rondom de meest stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op de Veluwe en in Winterswijk en geeft de bestuursopdracht om die zonering uit te werken in de provinciale Omgevingsverordening tegelijk met flankerende maatregelen. Waarom zonering? Het juridisch vastleggen van een ruimtelijke zonering is een geborgde maatregel die in relatief korte tijd kan worden ingevoerd en zicht geeft op concreet resultaat.
De vergunningverlening zit nu vast, dus een oplossing is zo snel mogelijk nodig. Snelheid is ook nodig met het oog op het voorkomen van handhaving bij PAS-melders. Daar komt bij dat dicht bij de bron de neerslag van stikstof gemiddeld het hoogst is. Binnen een afstand van 500 meter van de bron slaat ongeveer 5% van de ammoniak en 2,5% van de stikstofoxiden neer (RIVM). Alle sectoren dragen bij aan de stikstofdepositie (Fout! De hyperlinkverwijzing is ongeldig.), dus worden alle sectoren in de zone betrokken. Ter illustratie: uit onderzoek blijkt dat 9% van de ammoniakuitstoot van de Gelderse landbouw uit de zone van 500 meter om Natura 2000-gebieden komt (landbouw ín de Natura 2000-gebieden meegeteld). Deze 9% leidt tot 17% van de neerslag in Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door de Gelderse landbouw (Gies, 2021). Maatregelen dichter bij Natura 2000-gebieden zijn dus effectiever: als je hier zorgt voor lagere uitstoot dan vermindert de neerslag op de natuur het meest. Ditzelfde patroon zien we bij de depositie van NOx, dat met name vanuit mobiliteit en de industrie komt, hoewel het gaat om een kleiner percentage. Breed pakket aan geborgde maatregelen Zonering is niet de oplossing voor alles, maar een belangrijke stap vooruit. De zonering is uiteindelijk onderdeel van een breder pakket met geborgde maatregelen.
Geborgd wil zeggen dat zeker is dat ze zorgen voor een daling van de stikstofuitstoot en -neerslag op stikstofgevoelige natuur. Om dit bredere pakket te maken, heeft uw college eerder de Versnellingsaanpak Stikstof vastgesteld en met Provinciale Staten besproken. Dit is een gefaseerde aanpak waar doelsturing en innovaties onderdeel van uitmaken. Tegelijk met het uitwerken van de zonering worden de generieke maatregelen concreet uitgewerkt zodat dit ook bij de verdere besluitvorming betrokken kan worden. Dit kunnen we als provincie niet alleen en vergt generieke maatregelen door het Rijk om de stikstofdeken te verminderen.
Datum
5 maart 2025 Zaaknummer
2025-002555 Blad
4 van 5
6
Duurzaamheid
De nadruk ligt op het verminderen van stikstofuitstoot en natuurherstel. Andere duurzaamheidsaspecten zijn daaraan ondergeschikt.
7
Planning en control
De keuze voor zonering om de uitstoot van stikstof te verminderen, heeft financiële gevolgen: Bedrijven worden beperkt in hun bedrijfsvoering en moeten hiervoor mogelijk worden gecompenseerd. Ons college wil bedrijven ondersteunen om te kunnen voldoen aan de extra eisen en om te helpen de benodigde stappen te zetten. De verwachting is dat als de termijn waarop bedrijven te maken krijgen met aanvullende eisen lang genoeg is, de compensatie beperkt kan worden. De termijn van 2035 is hierop gebaseerd. Om bedrijven te kunnen ondersteunen om aan de extra eisen te voldoen, kijken we eerst naar financiële middelen die nu al beschikbaar zijn voor Gelderse Maatregelen Stikstof of andere subsidies voor bedrijven en sectoren die passen bij de doelen. Door de al beschikbare middelen met voorrang te gebruiken in de zones, wordt de provinciale financiële inzet effectiever. De verwachting is dat er extra geld nodig is, bijvoorbeeld voor een opkoopregeling van agrarische bedrijven. Dit werken we uit en wordt onderdeel van een voorstel aan Provinciale Staten. Daarnaast zijn we in gesprek met het Rijk om de beschikbare bijdragen om stikstofuitstoot te verminderen vooral in de zones te gebruiken. Mogelijk moet daarvoor geschoven worden tussen verschillende goedgekeurde maatregelen waarvoor we specifieke uitkeringen (SPUKs) hebben ontvangen.
Ook kijken we naar de plannen van de ministeriële commissie Economie en Natuurherstel en wat er kan met andere rijksbudgetten, zoals voor agrarisch natuurbeheer, en hoe we die in ieder geval in de zonering goed kunnen inzetten.
8
Participatie en communicatie
Om uw Staten te informeren is deze Statenbrief opgesteld. De overige communicatie verloopt via de provinciale website, fysieke en digitale informatiebijeenkomsten in maart en via bestaande contacten en netwerken. We starten een formeel participatietraject dat past bij de totstandkoming van een Omgevingsverordening onder de Omgevingswet en rekening houdend met onze eigen provinciale participatieaanpak. In maart en april voeren we de eerste gesprekken met medeoverheden en de betrokken sectoren en belanghebbenden rond de Veluwe en in Winterswijk. Doel voor die eerste gesprekken is om daarna verder te kunnen met maximale duidelijkheid. Met een exacte uitwerking van de doelstellingen en duidelijkheid over de processtappen die volgen. Uiterlijk halverwege mei zijn de kaders nader uitgewerkt zodat de stappen daarna puur nog over de praktische invulling gaan en niet over de doelstellingen.
Datum
5 maart 2025 Zaaknummer
2025-002555 Blad
5 van 5
9
Vervolg
De komende maanden werken we de exacte invulling van de zonering uit, in nauw contact met de betrokken gemeenten en waterschappen. We stemmen ook af met andere provincies en ministeries. We betrekken ondernemers, inwoners en betrokkenen in en om de betreffende zones om tot een praktische invulling te komen van de normen en de flankerende maatregelen, zodat zij ook echt aan de strengere uitstooteisen kunnen voldoen. We informeren uw Staten regelmatig om u op de hoogte te houden van de vorderingen en zicht te geven op het participatieproces.
Gedeputeerde Staten van Gelderland Henri Lenferink - Commissaris van de Koning Johan Osinga - Secretaris
Bijlage:
1
Uitwerking zonering stikstof
Bijlage bij Statenbrief
Datum
5 maart 2025 Zaaknummer
2025-002555 Blad
1 van 6
Onderwerp
Uitwerking zonering stikstof Portefeuillehouder
Ans Mol-van de Camp
Ons college zet de verdere uitwerking van de zonering in gang. Dat betekent dat we een wijziging van de Omgevingsverordening voorbereiden waarin de gewenste zonering wordt vastgelegd. Tegelijk gaan we in gesprek met de betrokken gemeenten en waterschappen over de beste manier om de regels uit de verordening te laten doorwerken. In deze bijlage staan de inhoudelijke ontwerp-eisen aan de hand waarvan we de zonering verder uitwerken. Aanleiding Het is op dit moment moeilijk om vergunningen te verlenen voor activiteiten die leiden tot stikstofneerslag op de stikstofgevoelige Gelderse Natura 2000-gebieden. In een aantal van deze stikstofgevoelige gebieden is de kwaliteit van de natuur onvoldoende om nieuwe activiteiten toe te staan. Dit levert grote onzekerheid op voor heel Gelderland. Om deze onzekerheid weg te nemen, nemen we maatregelen in onze provincie en verwachten we maatregelen van het Rijk. Iedereen levert een bijdrage en daarom worden voor alle sectoren binnen de zones maatregelen genomen. Er is belangrijke voortgang geboekt met de uitkoopregelingen van het Rijk en de afbouw van de derogatie (een uitzondering op het mestbeleid waardoor boeren onder voorwaarden meer stikstof uit dierlijke mest op hun grond mogen aanbrengen). Om de benodigde verdere stappen te zetten, kijken we nu naar zonering en normering.
Bij een zonering is het mogelijke resultaat vooral afname van stikstofuitstoot in de directe nabijheid van Gelderse Natura 2000-gebieden. Als het gaat om normering kijken we ook naar algemene (generieke) maatregelen. Daarnaast kijken we nadrukkelijk hoe innovatie een rol kan spelen om de uitstoot te beperken. Rondom Natura 2000-gebieden die aantoonbaar stikstofgevoelig zijn wijzen we zones aan. Binnen deze zones leggen we eisen op aan economische activiteiten die stikstofuitstoot veroorzaken. Die leiden in afzienbare tijd tot een zekere daling van de stikstofuitstoot en -neerslag op stikstofgevoelige natuur. Alle sectoren met activiteiten binnen de zone moeten bijdragen aan die daling. Dicht bij de bron is de neerslag van stikstof gemiddeld het hoogst. Zo slaat binnen een afstand van 500 meter van de bron ongeveer 5% van de ammoniak en 2,5% van de stikstofoxiden neer (RIVM). Volgens een studie van de Universiteit van Amsterdam (september 2023) in opdracht van Mesdag Zuivelfonds, komt ongeveer 9% van de stikstof die een boerderij uitstoot in een straal van 500 meter van de stal terecht. Op die afstand is de bijdrage van de boerderij gedaald tot een kwart van de totale stikstofconcentratie in de lucht en tot een vijfde van de stikstofneerslag. Binnen deze 500 meter neemt de stikstofneerslag exponentieel af naarmate de afstand tot de boerderij groter wordt.
Buiten het gebied met een straal van 500 meter slaat ook stikstof neer, maar is de invloed van de zogenoemde stikstofdeken veel groter dan die van de boerderij.
Datum
5 maart 2025 Zaaknummer
2025-002555 Blad
2 van 6
Uit onderzoek blijkt dat 9% van de ammoniakuitstoot van de door Gelderse landbouw geproduceerde uitstoot uit de zone van 500 meter om Natura 2000-gebieden komt (landbouw ín de Natura 2000-gebieden meegeteld). Deze 9% leidt tot 17% van de neerslag in Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door de Gelderse landbouwbedrijven (Gies, 2021). Maatregelen dichter bij Natura 2000-gebieden zijn dus effectiever om de stikstofdepositie te laten dalen. Ditzelfde patroon zien we bij de depositie van NOx, dat met name vanuit mobiliteit en de industrie komt, hoewel het gaat om een kleiner percentage. De provincie kiest voor zonering om gebiedsgericht te werken aan verbetering van herstel van Natura 2000gebieden. En om de provinciale middelen voor dit doel effectief te gebruiken. Het uitgangspunt is dat alle sectoren bijdragen. Hiermee worden natuurgebieden minder kwetsbaar voor extra stikstof. Dit moet uiteindelijk zichtbaar worden in de natuurdoelanalyses. Een natuurdoelanalyse laat zien wat de huidige toestand is van een Natura 2000-gebied en of er extra maatregelen nodig zijn om de natuur te behouden en waar nodig te verbeteren. Zonering is een belangrijke stap die moet worden gezet in samenhang met algemeen beleid dat er is en nog komt om de stikstofdepositie te verminderen. Algemeen beleid buiten de zones moet vooral de stikstofdeken beperken.
We werken de komende maanden ook concrete algemene maatregelen uit die een beperkte impact hebben op onze economische en maatschappelijke belangen, maar die wel zorgen voor een afname. Ook vanuit het Rijk wordt beleid verwacht, maar daar is nog weinig over bekend. Ontwerp-eisen samengevat (vertrekpunt) Het doel van zonering is om bij te dragen aan het herstel van de natuurkwaliteit door de uitstoot van alle activiteiten in de zone op termijn te verlagen. Groei is alleen toegestaan als dit binnen die verlaging kan. Dit kan door te investeren in innovaties, managementmaatregelen of bijvoorbeeld door extensivering van grondgebonden landbouw. De strenge emissie-eisen gaan per direct gelden voor nieuwe ontwikkelingen in de zone. Bestaande activiteiten moeten uiterlijk in 2035 voldoen aan het emissieplafond (de maximaal toegestane uitstoot). Bestaande bedrijven en activiteiten worden niet gedwongen, maar krijgen de tijd om zich te ontwikkelen om te voldoen aan de nieuwe doelen. Daarvoor werken we een uitgebreid pakket van flankerende maatregelen uit (bijvoorbeeld subsidies). De volgende ontwerp-eisen vormen het vertrekpunt voor overleg en verdere uitwerking Het gaat om een zone van 500 meter rondom stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden waarvan in de Natuurdoelanalyse stikstof als voornaamste probleem naar voren is gekomen.
Die zone komt rond de Natura 2000-gebieden Veluwe, Landgoederen Brummen, Bekendelle, Wooldse Veen en Willinks Weust. De situatie op de Veluwe is anders dan in Winterswijk, dus ook de uitwerking verschilt. Voor de Veluwe werken we met een duidelijk doel om de uitstoot te verminderen. Het genoemde percentage van 60-70% is een indicatie. De komende maanden werken we de exacte doelen uit. Zodat er voor iedereen een duidelijke norm is en betrokkenen zelf aan het roer staan om dat doel te bereiken. Voor de 3 Natura 2000-gebieden om Winterswijk starten we nu de uitwerking van een zone van 500m, maar is zonering mogelijk niet het meest logische instrument. Het lopende gebiedsproces biedt de kans om via een andere aanpak of met andere (natuurherstel)maatregelen meer winst te halen dan met een zoneringsaanpak. Dat betekent wel dat er zicht moet zijn op uitvoering en concrete stappen vooruit. We stellen de doelen in absolute getallen en niet in percentages die gelden voor iedereen. Dat beschermt ondernemers die al grote stappen hebben gezet en biedt ruimte om lokaal of regionaal maatwerk te leveren.
Datum
5 maart 2025 Zaaknummer
2025-002555 Blad
3 van 6
-
Belangrijk onderdeel van de uitwerking is dat de gestelde doelen op verschillende manieren bereikt kunnen worden (dus bijvoorbeeld met extensivering, managementmaatregelen of innovatie). Nieuwe activiteiten moeten per direct voldoen aan de lagere normen voor uitstoot, die passen bij de activiteiten in die sector. Alle sectoren dragen bij. Voor bestaande activiteiten in de zone moet de norm uiterlijk in 2035 zijn behaald. Voor bestaande activiteiten hebben we in ieder geval tot 2030 allerlei flankerende maatregelen om in de gewenste richting te kunnen ontwikkelen. In de uitwerking geven we extra aandacht aan de ligging van stikstofgevoelige natuur (habitats) die in slechte staat verkeert in relatie tot bestaande en geplande ontwikkelingen. De aanpak van de zone is ook van toepassing op bedrijven die ín Natura 2000 gebied liggen. We doen een beroep op het Rijk voor generieke stikstofmaatregelen, bijvoorbeeld door verduurzaming van de binnenvaart en andere maatregelen om de uitstoot van NOx te verminderen en de stikstofdeken te verkleinen.
Toelichting Bij welke Natura 2000-gebieden zonering overwegen? De nadruk ligt op het verbeteren van de natuurkwaliteit in de Natura 2000-gebieden waar stikstof een bepalende drukfactor is. In de uitwerking geven we extra aandacht aan de ligging van stikstofgevoelige natuur (habitats die in slechte staat verkeren) in relatie tot bestaande en geplande ontwikkelingen. Dit moeten we verder uitwerken, bijvoorbeeld in de exacte begrenzing van de zonering of met een hardheidsclausule (daarmee kunnen we afwijken van de regels als die onbedoelde gevolgen hebben). In deze de gebieden Veluwe en Landgoederen Brummen is stikstof de meest bepalende drukfactor waardoor de vereiste natuurkwaliteit niet wordt gehaald Zonering daarom voor Veluwe en Landgoederen Brummen een goede aanpak te zijn. Voor deze gebieden kunnen we de exacte normen en de flankerende maatregelen uitwerken. In Winterswijk is bekend dat de connectiviteit en hydrologisch herstel, naast stikstof bepalende drukfactoren zijn. Met oog op de vergunningverlening zijn ook hier geborgde maatregelen nodig. Resultaat moet gegarandeerd zijn. Of dat het beste kan met een vorm van zonering werken we voor de zomer uit in nauw contact met het gebied. De keuze is bewust gemaakt om in dit stadium geen zone voor Korenburgerveen aan te kondigen omdat daar de natuurkwaliteit zich positief ontwikkelt dankzij recente maatregelen.
We werken nu geen zonering uit voor de overige stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden met een ‘nee, tenzij’status op basis van de natuurdoelanalyses: De Bruuk, Stelkampsveld en (delen van) Rijntakken (Gorssel, Hattem en Veessen). Voor deze gebieden ligt de nadruk op maatwerk om de natuurkwaliteit te verbeteren via natuurbeheer en natuurherstelmaatregelen binnen én buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden. Ook zijn er nog enkele Natura 2000-gebieden die we delen met omliggende provincies: Binnenveld (UtrechtGelderland), Sint Jansberg (Limburg-Gelderland) en Lingegebied-Diefdijk Zuid (Zuid-Holland-Gelderland). Voor deze gebieden wil uw college niet eenzijdig de weg richting zonering inslaan en eerst met de betreffende buurprovincies afstemmen. Voor het gebied ‘GEUS’ (Garderen Elspeet Uddel Speuld) is een gebiedsplan opgesteld dat al zorgt voor een grote daling van stikstof en natuurherstel als het wordt uitgevoerd. Mogelijk kan een vorm van zoneren helpen om dat gebiedsplan uit te voeren, maar daarover wordt besloten in het vervolg van het gebiedsproces GEUS. Dat betekent dat er op dit moment geen zone van 500 meter wordt ingesteld voor dit gebied, in de
Datum
5 maart 2025 Zaaknummer
2025-002555 Blad
4 van 6
veronderstelling dat het gebiedsplan geborgde maatregelen oplevert om de uitstoot van stikstof te verlagen en de natuur te herstellen. Welke normen en maatregelen binnen de zone? In de voorgestelde aanpak staat de daling van uitstoot centraal. Voor alle bedrijven binnen de zone gaat een lagere norm voor uitstoot gelden. Door te kiezen voor doelsturing, is het aan de betreffende bedrijven zelf om met maatregelen op tijd te voldoen aan de gestelde eisen. De aanpak richt zich op normen in alle sectoren, ook al verschilt de uitstoot per sector (zie figuur 1). Figuur 1 hieronder geeft voor de Veluwe weer wat de belangrijkste bronnen zijn van de stikstofdepositie op basis van Aerius monitor 2024.
Groen: landbouw Paars: Industrie Roze: vervoer en overig verkeer Rood: wegverkeer
Blauw: Scheepvaart Oranje: overige sectoren (incl. wonen) Grijs: Buitenland
Specifiek voor landbouwbedrijven schrijft uw college géén bepaald landbouwtype voor, maar stuurt u op de doelen. Het is aan de ondernemer wat er in het bedrijfsmodel past. In 2035 moeten bedrijven die gevestigd zijn in de zone voldoen aan de uitstoot-norm: − In de zone is een bepaalde uitstoot toegestaan. Voldoen aan die norm moet in ieder geval haalbaar zijn met vormen van extensivering, maar kan ook door innovatie of omschakelen . Het is belangrijk dat de afname goed aangetoond en geborgd kan worden. Hierin zien we een vorm van doelsturing: als bedrijf mag je nog maar zo veel uitstoten als wat is vastgesteld als de norm. De keuze hoe het bedrijf dat bereikt, is aan de ondernemer. − Sturen op uitstoot is aan de bedrijven: absolute doelen in combinatie met onderkennen van stappen die bedrijven al (recent) zetten, zijn het uitgangspunt. Dat betekent dus werken met een daling ten opzichte van een benchmark, waarbij bedrijven die al veel stappen hebben gezet minder hoeven te doen om het vereiste doel te halen. − Duidelijke normen waar bedrijven aan moeten voldoen geven meer zekerheid over het toekomstperspectief. Daarom zijn de normen die worden uitgewerkt onlosmakelijk verbonden met een pakket aan maatregelen die helpen om aan de norm te voldoen.
Datum
5 maart 2025 Zaaknummer
2025-002555 Blad
5 van 6
Het zoneringsbeleid richt zich ook op mobiliteit, industrie, recreatie en wonen. Alle sectoren dragen bij aan de stikstofneerslag op natuurgebieden en dus ook aan oplossingen. Voor mobiliteit kan vooral het Rijk met beleid sturen op uitstoot. Voor de provincie is dat moeilijker. Een voorbeeld hiervan is de uitstoot van de binnenvaart beperken door installatie van katalysatoren en/of elektrificatie. Voor particuliere vervoersbewegingen heeft de provincie nauwelijks sturingsmogelijkheden. Wel kan de provincie maatregelen opleggen voor logistieke bedrijven en/of openbaar vervoer. Voor de sector recreatie is nog niet concreet welke maatregelen kunnen worden voorgesteld in de zones. Wonen is onderdeel van de categorie overige sectoren, net als recreatie, handel en andere activiteiten. Voor wonen geldt dat de uitstoot van stikstof uit woonwijken relatief beperkt is en zich deels beperkt tot de bouwfase. Wel leidt een toename van het aantal woningen in een gebied tot een toename van de verkeersbewegingen. We kunnen specifiek beleid om de stikstofuitstoot in zones te beperken gebruiken voor elektrisch bouwen en bijvoorbeeld om woningen en bijbehorende mobiliteit zo veel als mogelijk te elektrificeren.
Ook kan worden gedacht aan stedenbouwkundige ontwerp-oplossingen om verkeersbewegingen te beperken bij kwetsbare natuur of om (grootschalige) houtstook te verbieden om de uitstoot van stikstof zoveel mogelijk te beperken. Voor de industrie kan gedacht worden aan innovaties en (bovenwettelijke) maatregelen om emissies terug te dringen. Met gerichte adviezen en flankerend beleid kan die ontwikkeling ondersteund worden. Waar nog over nagedacht wordt − We moeten nog uitwerken hoe we ervoor kunnen zorgen dat bedrijven met percelen in de zone die hun uitstoot beperken door investeringen, deze ruimte niet (deels) opnieuw kunnen gebruiken. − We moeten nog uitwerken hoe we omgaan met bemesting in relatie tot eisen aan de uitstoot. Wel is helder dat de veld- en staluitstoot van agrarische bedrijven relevant zijn. (Beperkte) bemesting wel of niet toestaan heeft direct gevolgen voor agrarisch gebruik. We kunnen bijvoorbeeld wel kijken naar het vervangen van kunstmest of beperkingen aan het uitrijden van mest. − Willen we in de zones korte kringlopen stimuleren, dus productie met weinig input van buiten en nadruk op lokale consumptie? − Hoe voorkom je negatieve neveneffecten? Op het moment dat een boer stopt, is het zaak dat er niet een omschakeling plaatsvindt naar een situatie die minder wenselijk is en een vergelijkbaar negatief effect op de natuurdoelen heeft.
We kunnen verder uitwerken op welke manier de beperkingen die worden opgelegd op de percelen in de zone doorwerken in de volledige bedrijfsvoering van de betrokken bedrijven. Er kan bijvoorbeeld worden voorgesteld om de normen én flankerende maatregelen toe te passen bij bedrijven waar het grootste deel van het grondeigendom in de zone ligt. Flankerend beleid Voor de invulling van het flankerend beleid schetsen we enkele denkrichtingen die we de komende maanden exact uitwerken. Veel van de huidige (subsidie)regelingen waaraan iedereen vrijwillig kan deelnemen sluiten uitstekend aan op de voorgestelde zonering. De komende maanden kunnen we dit pakket verder uitwerken op basis van de gesprekken in de gebieden en sectoren waar de zonering impact heeft. Zorgen voor een goede afhandeling van de LBV+ regeling en duidelijkheid bieden aan de ondernemers die zich hebben aangemeld om te stoppen is hierin essentieel vanwege de stikstofuitstoot die daarmee vermindert.
Datum
5 maart 2025 Zaaknummer
2025-002555 Blad
6 van 6
We willen bedrijven in de zones rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden tot 2030 helpen: − zodat ze kunnen investeren in innovatieve methoden om aantoonbaar de stikstofuitstoot te verminderen, als er sprake is van bovenwettelijke maatregelen; − met de omschakeling naar extensievere vormen van landbouw; − door de mogelijkheid te bieden om te stoppen met een gerichte opkoopregeling; − om hun verdiencapaciteit te verhogen met andere activiteiten (met zeer beperkte uitstoot); − door in te (blijven) zetten op ondersteuning, begeleiding en goede communicatie. Concreet gaat het om instrumenten voor alle bedrijven zoals doelsturing op KPI's, managementmaatregelen, grondbeleid met aankoop, regelingen om innovatie te stimuleren, verplaatsings- en stoppersregelingen, agrarisch natuurbeheer en mogelijkheden voor extensivering. Door bedrijven tot 2030 te helpen, motiveren we hen om snel stappen te zetten om aan de nieuwe uitstootnormen de voldoen. In de uitwerking van het zoneringsbeleid richten we de beschikbare ondersteuningsmaatregelen zoals subsidies, zodat ze bijdragen aan de gewenste ontwikkelrichting. Op die manier gebruiken we de provinciale middelen die beschikbaar zijn, waar ze kunnen zorgen voor de grootste daling van stofstofuitstoot en -neerslag. Dit kan ook leiden tot gebiedsgerichte verschillen.
Zonering vraagt naast de juridische borging óók inzet op vergunningverlening, toezicht en handhaving, monitoring, grondbeleid en andere aspecten die voor bedrijven essentieel zijn om aanpassingen door te voeren. Dit vraagt veel ambtelijke inzet. Bij flankerend beleid hoort ook dat we een toezichtstrategie en het handhavingsbeleid uitwerken, met focus op de gebieden waar het meest moet gebeuren.