A-11 Brief ministerie BiZa inzake verhouding ambtsgebed en beginsel scheiding kerk en staat
Tekst van het document
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
gemeente barneveld Gemeente Barneveld (GL) t.a.v. de gemeenteraad Postbus 63 3770 AB BARNEVELD
N 2 9 AUG 2019
s
DGBRW
www.rijksoverheid.nl www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk Kenmerk
2019-0000375087 Uw kenmerk
lAFD- Bgp Datum
Betreft
27 augustus 2019 Verhouding ambtsgebed en beginsel scheiding kerk en staat
Begin 2019 zijn vragen gerezen over de manier waarop een aantal gemeenten omgaat met het ambtsgebed bij de opening en/of sluiting van raadsvergaderingen, in het bijzonder de vraag of die in strijd is met het beginsel van scheiding van kerk en staat zoals dat voortvloeit uit de vrijheid van godsdienst in samenhang met het discriminatieverbod. Verschillende media hebben aandacht besteed aan het ambtsgebed1. Tevens zijn schriftelijke vragen gesteld door het Tweede Kamerlid Kuiken (PvdA)2.
Naar aanleiding van deze berichten en de gestelde Kamervragen informeer ik u over de verhouding tussen het ambtsgebed en het beginsel van scheiding van kerk en staat, zoals eerder uiteengezet door mijn ambtsvoorganger Remkes in zijn brief van oktober 2006 aan alle gemeenten3 en uitgewerkt in het Tweeluik Religie en Publiek Domein van mijn ministerie en de VNG uit 20094, waarvan een geactualiseerde versie dit najaar verschijnt. Het uitspreken van het ambtsgebed bij een vergadering van de gemeenteraad is niet per definitie strijdig met het beginsel van scheiding van kerk en staat. Dit wordt anders wanneer het uitspreken van het ambtsgebed en/of het actief respect tonen daarvoor verplicht worden gesteld. Raadsleden moeten zelfstandig kunnen besluiten of zij al dan niet deelnemen aan het ambtsgebed of al dan niet actief respect tonen. De persoonlijke beslissing van een raadslid tot niet-deelneming of het niet (actief) tonen van respect mag er daarom nooit toe leiden dat een raadslid de toegang tot de vergadering wordt ontzegd. Wanneer wordt gekozen voor het uitspreken van een ambtsgebed, zou dit daarom bij voorkeur voorafgaand aan de opening van de vergadering en/of direct na sluiting van de vergadering moeten worden uitgesproken.
1 https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/109814/Opnieuw-discussie-over-ambtsqebedTholen https://www.ad.nl/kampen/pauze-tussen-qebed-en-verqaderinq-van-qemeenteraadkampen~a8de2605/ 2 Deze zijn beantwoord bij brieven van 5 februari 2019 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2018-2019, nr.1428) en 21 maart 2019 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2018-2019, nr. 2001). 3 https://www.burqemeesters.nl/ambtsqebed 4 https://www.invriiheidverbonden.nl/uploads/downloads/reliqiepubliekdomein.pdf. Zie p. 25 voor de uitleg met betrekking tot het ambtsgebed. Pagina 1 van 2
DGBRW Kenmerk
2019-0000375087 -j t-
;■
i
In de praktijk geven gemeenten op verschillende manieren invulling aan het ambtsgebed bij de aanvang en/of sluiting van raadsvergaderingen. Sommige gemeenten kiezen ervoor om het ambtsgebed voorafgaand aan de opening en/of direct na sluiting van de vergadering te laten uitspreken door de voorzitter. Het ambtsgebed maakt dan geen deel uit van de vergadering en hoeft dan dus ook niet in het reglement van orde te worden opgenomen. Het ambtsgebed is in deze situatie in overeenstemming met het beginsel van scheiding van kerk en staat, al geldt ook hier dat eenieder, inclusief de voorzitter, vrij moet zijn in zijn beslissing om eraan deel te nemen en/of er actief respect voor te tonen. Een aantal gemeenten heeft ervoor gekozen om in het reglement van orde te bepalen dat de voorzitter direct na de opening (en/of voor de sluiting) van de raadsvergadering het ambtsgebed uitspreekt, waarmee het deel uitmaakt van de vergadering. Ook in deze situatie geldt dat het ambtsgebed als zodanig niet strijdig is met het beginsel van scheiding van kerk en staat, zolang er maar geen sprake is van een verplichting voor de voorzitter of een ander lid om het ambtsgebed uit te spreken dan wel een verplichting om eraan deel te nemen en/of er actief respect voor te tonen.
Om (elke schijn van) een eventuele verplichting te vermijden, zou dit tot uitdrukking moeten worden gebracht in de bewoordingen van de desbetreffende reglementen van orde. Dat betekent dat niet kan worden volstaan met een formulering in het reglement van orde die naar de letter een verplichting inhoudt, maar in de praktijk niet zo wordt ervaren. Een oplossing is bijvoorbeeld op te nemen dat indien de voorzitter van de raad het uitspreken van het gebed niet met zijn of haar innerlijke overtuiging in overeenstemming kan brengen, het gebed wordt uitgesproken door een raadslid dat zich daarvoor beschikbaar stelt en dat aanwezigheid bij het uitspreken van het ambtsgebed niet verplicht is.
Ik verzoek de gemeenten die het betreft dan ook om in lijn met het voorgaande in hun reglement van orde te expliciteren dat'geen sprake is van een verplichting om het ambtsgebed uit te spreken dan wel er aan deel te nemen en/of er actief respect voor te tonen. Op deze wijze blijft de vrijheid van gemeenten om te bepalen hoe zij hun vergaderingen organiseren overeind, rekening houdend met lokale tradities en gebruiken, terwijl tegelijkertijd het beginsel van scheiding van kerk en staat expliciet in acht wordt genomen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. De minister v;
ïnnenlandse Zaken en koninkrijksrelaties.
drs. K.H.
Pagina 2 van 2