2021123 Beantwoording raadsvragen vvd windturbinenormen (1).pdf
Tekst van het document
Raadhuisplein 2 Postbus 63 3770 AB Barneveld Telefoon 14 0342 Fax (0342) 495 376 E-mail info@barneveld.nl Internet www.barneveld.nl
Fractie VVD Gemeenteraad Barneveld t.a.v. de heer J. van Schaik
Geachte heer van Schaik, Datum: 18-11-2021 Ons kenmerk: Uw brief van: 01-07-2021 Afdeling: Ruimtelijke Ontwikkeling Behandeld door: M. de Weerd Doorkiesnummer: email: m.deweerd@barneveld.nl Onderwerp: Windturbinenormen
Op 1 juli jl. heeft uw fractie schriftelijke vragen gesteld over de actualiteiten rondom windturbinenormen na aanleiding van de uitspraak 202003882/1/R3 van de Raad van State. In deze uitspraak heeft de Raad van State aangegeven dat voor de normering rondom windparken (voor zover geluid, slagschaduw en veiligheid) eerst een milieubeoordeling zal moeten worden opgesteld. Pas nadien mogen deze algemene normen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling weer worden gebruikt bij planvorming en vergunningverlening. Aangenomen is dat u deze vragen op grond van artikel 42 van de Organisatieverordening van de gemeenteraad heeft gesteld. Graag beantwoorden wij uw vragen als volgt: Vraag 1: Heeft het college kennisgenomen van bovengenoemde uitspraak van de Raad van State? Zo ja, wat is de eerste primaire reactie van het college op deze uitspraak Antwoord 1: Het college heeft inderdaad kennisgenomen van deze uitspraak en is zeer benieuwd naar de milieubeoordeling van de Rijksoverheid en het mogelijke effect van deze beoordeling op de huidige normeringen. Vraag 2: Welke gevolgen heeft de bovengenoemde uitspraak van de Raad van State op het huidige proces? Antwoord 2: Zoals bekend is afgelopen zomer de ontwerp Structuurvisie Wind opgesteld.
In deze ontwerp structuurvisie is uitgesproken dat in basis aangesloten wordt bij de toekomstige normeringen regulier geluid, slagschaduw en veiligheid. Aanvullend worden in de structuurvisie wind normen gesteld voor bijvoorbeeld slagschaduw bij recreatieve terreinen en bedrijven en laag frequent geluid. Om aan te kunnen sluiten bij de toekomstige landelijke normering is landelijke besluitvorming hierover vereist voordat verdere gemeentelijke besluitvorming over een bestemmingsplan of omgevingsvergunning kan plaatsvinden. Een bestemmingsplan en/of omgevingsvergunning vormt ook de feitelijke en finale toetsing van een planinitiatief. Deze vindt niet plaats in de ruimtelijke visie op hoofdlijnen, zoals een structuurvisie. De minister heeft eerder uitgesproken besluitvorming te verwachten tussen eind 2022 en medio 2023. Dit betekent concreet dat vanaf dan de gemeenteraad een eventueel besluit over bestemmingsplan en/of vergunning voor grootschalige windenergie kan nemen. Dit lijnt goed op met de gemeentelijke planning. In 2022 worden gesprekken met de omgeving gevoerd en een tenderprocedure gestart. Daarmee zijn er vooralsnog
geen consequenties voor de tijdslijn, planning of budgetten. Uiteraard blijven wij het proces rondom de milieunormering nauwlettend volgen. Vanuit daar hebben we bij betrokken partijen ook gelobbyd voor maximale transparantie in planning en verwachte doorlooptijden.
Blad 2
Een aantal onderzoeken die ten grondslag liggen aan de ontwerp Structuurvisie Wind gaan in belangrijke mate uit van de algemene windturbinebepalingen zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. In zowel de ontwerp Structuurvisie Wind als de Nota Zienswijzen, Overleg en Ambtshalve aanpassingen is daarom specifiek ingegaan op de eerder genoemde uitspraak van de Raad van State. Aangegeven en onderbouwd is dat een wijziging in normering niet leidt tot een ander realisatiegebied. Een planvoornemen in het realisatiegebied zal immers, in vergelijking tot andere zoekgebieden, het beste scoren op de in de ontwerp structuurvisie opgenomen uitgangspunten rondom landschappelijke inpassing en omgevingseffecten (zo min mogelijk mensen zo min mogelijk effect). Een andere normering doet niets af aan deze conclusie. De conclusie rondom deze score is nader onderbouwd in hoofdstuk 5 van de ontwerp structuurvisie. Wel kunnen als gevolg van een zwaardere normering aanvullende mitigerende maatregelen worden verplicht, waarmee het effect van windenergie op het woon-, werk en leefklimaat verder zal moeten worden verkleind. Het is belangrijk te realiseren dat de Raad van State in haar uitspraak niet over de normen zelf heeft uitgesproken maar enkel over de procedure waaronder deze normering in het verleden tot stand is gekomen.
Eveneens is belangrijk te vermelden het besluit van de Raad van State geldt voor plannen met 3 windturbines of meer. Daarmee heeft het besluit geen effect op de regeling rondom individuele plannen met kleinschalige windenergie. Vraag 3: Wordt er momenteel door het college gewerkt in de ontwikkeling van de Structuurvisie Wind met de genoemde windturbinenormen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling? Antwoord 3: Ja, zie hiervoor ook antwoord 2. Vraag 4: Vindt het college het niet raadzaam om op de uitwerking van de milieubeoordeling van de regering te wachten, wat passend zou zijn bij de door het college bepleitte zorgvuldigheid in dit dossier. Antwoord 4: In zowel de ontwerp Structuurvisie Wind als de Nota Zienswijze, Overleg en Ambtshalve wijzigingen is uitvoering ingegaan op deze actualiteit. Daarmee is er sprake van zorgvuldig handelen. Vraag 5: Kan het college aangegeven wat de gevolgen van deze uitspraak zijn voor de volgende zaken: 1. Aanpak van het dossier (structuurvisie) wind 2. Budget 3. Tijdslijn en planning 4. Ontwikkeling van de zoeklocatie voor uitbreiding van andere (bedrijfsmatige) activiteiten. Antwoord 5: Punten 1 tot en met 3 zijn reeds beantwoord in de beantwoording van de eerste vraag. Punt 4 heeft betrekking op mogelijke nieuwe plannen in en rond het realisatiegebied.
Indien de raad de Structuurvisie Wind vaststelt zal bij planontwikkelingen, waar men een plan ontwikkelt wat niet direct passend is in het
vigerende bestemmingsplan, aandacht aan het mogelijke raakvlak met grootschalige windenergie gegeven moeten worden Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,
Blad 3
W.Wieringa secretaris
J.J. Luteijn burgemeester