CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Putterweg IV_Regels_Bijlage 2 Nota Parkeernormen (2015).pdf

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Putterweg IV, Garderen.14.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota Parkeernormen

Nota Parkeernormen

Opsteller Afdeling Vastgoed en Infrastructuur Team Verkeer

Planstatus Datum: 28 januari 2015

Status: Definitief

Inhoud 1

Raadsbesluit..................................................................................................................... 3

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Inleiding ........................................................................................................................... 4 Aanleiding ................................................................................................................................ 4 Doel ......................................................................................................................................... 4 Juridisch kader ......................................................................................................................... 4 Landelijke kencijfers ................................................................................................................ 5 Leeswijzer ................................................................................................................................ 6

3.1 3.2

Werkwijze bepalen parkeereis .......................................................................................... 7 Uitgangspunt ........................................................................................................................... 7 Reductie................................................................................................................................... 8

4.1 4.2 4.3 4.4

Parkeernormen ................................................................................................................ 9 Gebiedsindeling ....................................................................................................................... 9 Parkeernormen auto ............................................................................................................. 10 Parkeernormen fiets.............................................................................................................. 13 Aanwezigheidspercentages ................................................................................................... 15

5.1 5.2 5.3 5.4

Toetsing parkeereis ........................................................................................................ 16 Procedure .............................................................................................................................. 16 Beoordeling parkeersituatie auto ......................................................................................... 16 Beoordeling laden en lossen ................................................................................................. 17 Beoordeling parkeersituatie fiets .......................................................................................... 18

3

4

5

6

Afwijken van de parkeereis ............................................................................................. 19 6.1 Inleiding ................................................................................................................................. 19 6.2 Vrijstellingen .......................................................................................................................... 19 6.2.1 Flexibiliteitbepaling ....................................................................................................... 19 6.2.2 Vrijstelling voor beroep of bedrijf aan huis ................................................................... 19 6.2.3 Vrijstelling voor centrumgebieden ................................................................................ 20 6.3 Ontheffingsmogelijkheden .................................................................................................... 20 6.3.1 Gebruik bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte ........................................ 20 6.3.2 Gemeentelijke parkeerplaatsen buiten het plangebied ............................................... 20 6.3.3 Particuliere parkeerplaatsen buiten het plangebied .................................................... 21 6.3.4 Afkoopregeling ..............................................................................................................

21 6.4 Overige afwijkingen ............................................................................................................... 21

Bijlage 1 – Verklarende woordenlijst ........................................................................................... 22 Bijlage 2 – Onderbouwing gebiedsindeling .................................................................................. 23 Bijlage 3 – Onderbouwing parkeernormen .................................................................................. 26 Bijlage 4 – Voorbeelden parkeerbalans ....................................................................................... 29 Bijlage 5 – Onderbouwing afkoopbedrag ..................................................................................... 35 Bijlage 6 – Overeenkomst afkoop parkeereis ............................................................................... 37

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

2

1

Raadsbesluit

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

3

2

Inleiding

2.1

Aanleiding Elke ruimtelijke functie trekt een bepaalde hoeveelheid verkeer aan en genereert daarmee een parkeerbehoefte. Met behulp van parkeernormen kan een prognose worden gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte bij ruimtelijke ontwikkelingen. Een parkeernorm geeft aan hoeveel parkeerplaatsen per eenheid van een bepaalde functie benodigd zijn. Zoals veel gemeenten leiden wij de parkeernormen af van landelijke kencijfers, maar omdat in die kencijfers een bandbreedte zit leidt dit regelmatig tot misverstanden of vragen. Het ontbreekt aan een document met normen die specifiek voor Barneveld van toepassing zijn.

2.2

Doel Het doel van deze Nota Parkeernormen is het bieden van duidelijkheid en transparantie ten aanzien van de werkwijze bij het opstellen van de parkeereis bij ontwikkelingen en bouwplannen en de toetsing daarvan. Het toepassen van de juiste parkeernormen draagt bij aan een goed woon- en leefklimaat, waarin het risico op parkeeroverlast wordt verkleind. Algemeen uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen niet mogen leiden tot (toename van) parkeertekort in de omgeving. Deze Nota richt zich niet alleen op het parkeren van auto’s, maar ook op parkeren voor fietsers. Goede fietsparkeervoorzieningen dragen bij aan de aantrekkelijkheid en kwaliteit van het fietsnetwerk in de gemeente en stimuleren het fietsgebruik. Om te zorgen dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen voldoende fietsparkeergelegenheid wordt gerealiseerd, zijn daarom ook fietsparkeernormen in deze Nota opgenomen. Deze Nota Parkeernormen voorziet niet in eisen ten aanzien van elektrisch vervoer, zoals het aantal oplaadpunten per hoeveelheid parkeerplaatsen. Dat wordt in aparte beleidsdocumenten uitgewerkt.

2.3

Juridisch kader Bouwverordening Deze Nota Parkeernormen is van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, nieuwbouw- of verbouwplannen, waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Bij de beoordeling of de vergunning kan worden verleend, toetst de gemeente de vergunning aan het bestemmingsplan en aan de Bouwverordening. In artikel 2.5.30 van de Bouwverordening is in het kort bepaald dat de aanvrager – indien een ontwikkeling leidt tot een (hogere) parkeervraag – in voldoende mate moet voorzien in parkeerruimte op eigen terrein. Dit wordt de parkeereis genoemd. Met behulp van de Nota Parkeernormen kan, in veel voorkomende gevallen, zowel de omvang van de parkeervraag als de mate van parkeeraanbod worden berekend. Het college heeft volgens de Bouwverordening de bevoegdheid om de omgevingsvergunning te verlenen zonder dat aan de parkeereis wordt voldaan en om hieraan een financiële voorwaarde te verbinden. Reparatiewet BZK 2014 Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 in werking getreden (Stb. 2014, 458). De Reparatiewet neemt onder meer de wettelijke grondslag weg voor de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening (artikel 8 lid 5, 9 en 10 Woningwet en artikel 8.17 onder B IWro komen te vervallen). Dit betekent dat de stedenbouwkundige voorschriften uit de

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

4

bouwverordening geleidelijk via overgangsrecht zullen ‘uitsterven’. Daarmee zal de bouwverordening als instrument op termijn verdwijnen. Overgangsregeling De Reparatiewet hanteert een overgangstermijn die loopt tot 1 juli 2018. Zie hiervoor het nieuwe artikel 133 Woningwet. Vanaf die datum verliezen de stedenbouwkundige bepalingen in de bouwverordening hun (aanvullende) werking voor bestaande bestemmingsplannen en beheersverordeningen, kunnen deze niet meer als vangnet dienen en moeten deze (en met name de parkeerbepaling) zijn ondergebracht in het bestemmingsplan (of de beheersverordening). Het nieuwe recht treedt echter al eerder in werking wanneer voor 1 juli 2018 een (nieuw) bestemmingsplan (of beheersverordening) wordt vastgesteld. Stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening zijn niet meer van toepassing wanneer ontwerpbestemmingsplannen die op dit moment in procedure zijn, (definitief) worden vastgesteld door de gemeenteraad. Bestemmingsplan 1 Experts adviseren om de beschikbaarheid van voldoende parkeergelegenheid globaal te regelen in de bestemmingsplanregels en daarnaast de specifieke parkeernormen vast te leggen in een specifieke nota. Als de parkeernormen namelijk hard in de regels van het bestemmingsplan zelf worden vastgelegd, dan wordt het bestemmingsplan in de praktijk moeilijk uitvoerbaar en leidt het tot nodeloze afwijkingsprocedures.

Ook zou een wijziging van de parkeernormen die voortkomt uit voortschrijdend inzicht of nieuwe parkeerkencijfers van het CROW, niet kunnen worden doorgevoerd omdat dan een bestemmingsplanherziening nodig is. Een veel gebruikte manier van borgen van parkeervoorzieningen is door in het bestemmingsplan voldoende ruimte vrij te houden via een toepasselijke bestemming, een bebouwingspercentage of een andere aanduiding. Hiernaast kan een voorwaardelijke verplichting in een bestemmingsplan voldoende parkeergelegenheid afdwingen. Ook stallingsruimte voor fietsen of ruimte voor laden en lossen kunnen zo worden geregeld. De verankering van de Nota Parkeernormen in het bestemmingsplan wordt meegenomen bij het eerste actualiseringsplan van de tweede ronde. Algemene wet bestuursrecht (Awb) De Nota Parkeernormen is een beleidsregel in het kader van de Awb. Artikel 4:84 Awb bepaalt enerzijds dat een bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, maar anderzijds dat van een beleidsregel kan worden afgeweken, als er sprake is van gevolgen van de toepassing van de beleidsregel voor één of meer belanghebbenden die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen (inherente afwijkingsbevoegdheid).

2.4

Landelijke kencijfers De auto- en fietsparkeernormen voor Barneveld zijn gebaseerd op de landelijke kencijfers van CROW (publicatie 317: Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, oktober 2012). Deze kencijfers zijn door middel van onderzoek tot stand gekomen en geven een indicatie van de parkeerbehoefte van verschillende functies. Deze kencijfers kennen vaak een bandbreedte en zijn bepaald voor verschillende stedelijkheidsgraden en ligging. Op basis van lokale kenmerken is bepaald waar – binnen de bandbreedte – de parkeervraag van functies binnen de gemeente Barneveld zich hoofdzakelijk bevindt.

1

Opiniestuk ‘Nota parkeernormen en het bestemmingsplan’, Bouwregels in de praktijk, december 2013

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

5

2.5

Leeswijzer In hoofdstuk 3 is uiteengezet op welke wijze de parkeereis wordt bepaald. In hoofdstuk 4 zijn de parkeernormen en aanwezigheidspercentages opgesomd waarmee gerekend dient te worden. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 uitgelegd op welke wijze de parkeereis wordt getoetst. In hoofdstuk 6 worden de afwijkingsmogelijkheden in de vorm van vrijstellingen en ontheffingsmogelijkheden (inclusief afkoopregeling) uitgewerkt. In de bijlagen is onder andere een onderbouwing gegeven van de parkeernormen en het afkoopbedrag in het kader van de afkoopregeling parkeereis. Ook is een verklarende woordenlijst opgenomen.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

6

3

Werkwijze bepalen parkeereis

3.1

Uitgangspunt Om te komen van een parkeernorm naar de parkeereis voor een ruimtelijke ontwikkeling worden verschillende stappen doorlopen. De parkeereis wordt berekend door de omvang van de te ontwikkelen functie te vermenigvuldigen met de daarvoor gestelde parkeernorm. De initiatiefnemer moet deze functies en de oppervlakten per functie aanleveren, zodanig dat voldoende duidelijk is wat de ontwikkeling precies inhoudt. Bij functiewijzigingen mag de berekende parkeerbehoefte worden verminderd met de parkeervraag van de oude functie (bestaande bestemming). Bestaande parkeerplaatsen die door de ontwikkeling verloren gaan, moeten worden gecompenseerd als blijkt dat hierdoor een parkeertekort ontstaat. Bij meerdere functies mag rekening worden gehouden met dubbelgebruik van de parkeerplaatsen aan de hand van de aanwezigheidspercentages. De werkwijze voor het bepalen van de parkeereis wordt in het onderstaand stappenplan toegelicht. Stap 1 Bepalen ligging plangebied De ligging van het plangebied (plaats en stedelijke zone) bepaalt welke parkeernormen van toepassing zijn. Stap 2 Vaststellen programma en bijbehorende parkeernormen In de parkeerbalans wordt per functie de normatieve parkeervraag berekend door de oppervlakte van de functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm die is afgeleid van landelijk toegepaste kencijfers.

De som van de normatieve parkeervraag van alle functies vormt de gestapelde normatieve parkeervraag . Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het aandeel bezoekers en het aandeel overige parkeerders (bewoners, personeel, etc.) omdat voor bezoekers doorgaans openbaar toegankelijke locaties beschikbaar moeten zijn. Stap 3 Bepalen reductiefactoren Als een initiatiefnemer kan aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die duidelijk afwijken van de parkeernormen of als er realistische mobiliteitsmaatregelen worden getroffen waardoor het autobezit- of gebruik lager is dan normaliter, kan een reductie van de parkeereis worden toegepast. Hierdoor ontstaat mogelijk een nieuwe gestapelde normatieve parkeervraag. Stap 4 Bepalen mogelijkheden dubbelgebruik De gestapelde normatieve parkeervraag (na reductie) hoeft - indien het plan meerdere functies kent - niet per definitie de parkeerdruk zijn die in de praktijk wordt verwacht. Bij sommige functies verschilt de onderlinge parkeervraag namelijk per dagdeel . Dit kan er toe leiden dat dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk is. Per functie wordt een aanwezigheidspercentage per dagdeel toegekend op basis van landelijke toegepaste kencijfers, ramingen of lokale ervaringscijfers.

Stap 5 Parkeervraag per dagdeel De parkeervraag per dagdeel van elke afzonderlijke functie wordt berekend door de normatieve parkeervraag van de betreffende functie te vermenigvuldigen met de verwachte aanwezigheidspercentage. De som van de parkeervraag van de afzonderlijke functies vormt de gestapelde werkelijke parkeervraag . Stap 6 Parkeereis De hoogste gestapelde werkelijke parkeervraag vormt de parkeereis . Zoveel parkeerplaatsen moeten in en/of rond het plan aanwezig zijn om in de parkeerbehoefte van de betreffende functies te voorzien. Ten behoeve van het bezoekersaandeel wordt bepaald hoeveel parkeerplaatsen openbaar toegankelijk moeten zijn. De parkeereis wordt afgerond op één decimaal.

Figuur 1 Werkwijze bepalen parkeereis

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

7

De hoogste gestapelde werkelijke parkeervraag vormt de parkeereis. Per dagdeel kan deze eis verschillen. Omdat er geen delen van parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden, wordt de parkeereis naar boven afgerond op een heel getal. Bij woningbouw hoeft de parkeereis niet op een heel getal te worden afgerond, omdat hier vanwege correctiefactoren wel een berekend aantal van bijvoorbeeld 0,8 parkeerplaats kan worden gerealiseerd (zie hoofdstuk 5.2, tabel 12). Voor de toetsing, of het parkeeraanbod in een plan aan deze eis voldoet, wordt bepaald wat de verhouding is tussen de maatgevende parkeervraag en het gelijktijdige parkeeraanbod. Hiertoe wordt een parkeerbalans opgesteld. In hoofdstuk 5 wordt dit proces van de toetsing van de parkeereis met behulp van de parkeerbalans verder toegelicht. Hoofdstuk 4 gaat eerst in op de gebiedsindeling, de toe te passen parkeernormen per functie en de aanwezigheidspercentages per dagdeel.

3.2

Reductie Als een initiatiefnemer kan aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die duidelijk afwijken van de parkeernormen of als er realistische mobiliteitsmaatregelen worden getroffen waardoor het autogebruik (of het fietsgebruik) lager is dan normaliter, kan een reductie van de parkeereis worden toegepast. De hoogte van deze reductie wordt niet op voorhand vastgelegd omdat dit maatwerk betreft. Gelet op de ontwikkelingen op het gebied van duurzame mobiliteit is er geen goede prognose van de invloed hiervan op de parkeernormen te maken. Ook het CROW biedt hiervoor op dit moment nog geen handvatten. Toekomstige ontwikkelingen zullen dit moeten uitwijzen.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

8

4

Parkeernormen

4.1

Gebiedsindeling De Nota parkeernormen is voor de hele gemeente van toepassing. De toe te passen normen kunnen echter verschillen op basis van de stedelijkheid en de ligging van een locatie. Daarom is een gebiedsindeling gemaakt. Op basis van de omgevingsadressendichtheid [bron: CBS] en van de uitgangspunten van het CROW, is de stedelijkheidsgraad per gebied bepaald. Behalve de stedelijkheid is ook de ligging in het stedelijke gebied van belang voor het opleggen van de parkeernormen. Het autobezit en –gebruik is in centrumgebieden gemiddeld namelijk lager dan in de rest van de bebouwde kom of in het buitengebied. Factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere de aanwezigheid van OV en voorzieningen op loopafstand van veel woningen en de schaarse ruimte. De gebiedsindeling is aangeduid in tabel 1 en in figuur 2. In bijlage 1 is een nadere onderbouwing hiervan te vinden. Voor de gedetailleerde gebiedsindeling zijn in bijlage 2 tevens gedetailleerdere kaarten opgenomen.

Figuur 2 Gebiedsindeling gemeente Barneveld Plaats

Stedelijkheidsgraad

Stedelijke zone

Barneveld centrum

Matig stedelijk

Centrum

Barneveld rest bebouw de kom

Matig stedelijk

Rest bebouw de kom

Voorthuizen centrum

Weinig stedelijk

Centrum

Voorthuizen rest bebouw de kom Weinig stedelijk

Rest bebouw de kom

Overige kernen

Niet stedelijk

Rest bebouw de kom

Buitengebied

Niet stedelijk

Buitengebied

Tabel 1 Gebiedsindeling

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

9

4.2

Parkeernormen auto Deze landelijke kencijfers zijn vertaald naar de specifieke Barneveldse situatie door vergelijk met het Barneveldse autobezit per huishouden, de huidige parkeersituatie, het gemeentelijk parkeerbeleid en de verwachte bevolkingsgroei van Barneveld. De onderbouwing van de parkeernormen is te vinden in bijlage 3. De tabellen 2 t/m 7 geven per hoofdgroep de parkeernormen voor de gemeente Barneveld weer.

Barneveld rest kom

Voorthuizen Centrum

Voorthuizen rest kom

Overige kernen

Buitengebied

Functie Koop vrijstaand Koop tw ee onder 1 kap Koop tussen/hoek Koop etage duur Koop etage midden Koop etage goedkoop Huurhuis vrije sector Huurhuis sociale huur Huur etage duur Huur etage midden/goedkoop Kamer zelfstandig (niet studenten) Kamer niet-zelfstandig (studenten) Aanleunw oning en serviceflat Verpleeg- en verzorgingstehuis

Barneveld Centrum

Wonen

1,9 1,8 1,6 1,7 1,5 1,4 1,6 1,4 1,5 1,2 0,6 0,3 1,1 0,6

2,3 2,2 2,0 2,1 1,9 1,7 2,0 1,7 1,9 1,5 0,7 0,3 1,2 0,6

1,9 1,8 1,6 1,7 1,5 1,4 1,6 1,4 1,5 1,2 0,6 0,3 1,1 0,6

2,4 2,3 2,1 2,2 2,0 1,7 2,1 1,7 2,0 1,5 0,7 0,3 1,3 0,6

2,4 2,3 2,1 2,2 2,0 1,7 2,1 1,7 2,0 1,5 0,7 0,3 1,3 0,6

2,5 2,3 2,1 2,2 2,0 1,7 2,1 1,7 2,0 1,5 0,7 0,3 1,3 0,6

Aandeel bezoekers

Voor sommige functies is het niet waarschijnlijk dat deze in alle stedelijke zones voorkomen. Zo is het niet waarschijnlijk dat een manege in een centrumgebied of een weekmarkt in het buitengebied wordt gerealiseerd. Daardoor zijn in onderstaande tabellen voor enkele functies niet voor alle gebieden een parkeernorm gesteld. Als er in een ontwikkelingsplan functies voorkomen, waarvoor geen parkeernorm aanwezig is, wordt hiervoor door middel van nader onderzoek een redelijke parkeernorm bepaald.

Eenheid 0,3 per w oning 0,3 per w oning 0,3 per w oning 0,3 per w oning 0,3 per w oning 0,3 per w oning 0,3 per w oning 0,3 per w oning 0,3 per w oning 0,3 per w oning 0,2 per kamer 0,2 per kamer 0,3 per w oning 60% per w ooneenheid

Tabel 2 Parkeernormen wonen Bij onder andere een woning ‘koop vrijstaand’ of aanleunwoning geldt de parkeernorm ongeacht koop- of huurprijs. Voor woningen waarbij de parkeernorm wel is gerelateerd aan de koop- of huurprijs, worden de volgende grenzen aangehouden voor de verschillen in prijsklasse: Prijsklasse Functie Koop etage duur prijsklasse vanaf € 250.000 Koop etage midden prijsklasse tussen € 170.000 en € 250.000 Koop etage goedkoop prijsklasse tot € 170.000 Huurhuis vrije sector huurprijs [1] boven de liberalisatiegrens [2] Huurhuis sociale huur huurprijs [1] tot de liberalisatiegrens [2] Huur etage duur huurprijs [1] boven € 900 Huur etage midden/goedkoop huurprijs [1] onder € 900 [1] Dit betreft ‘kale huur’, dus exclusief servicekosten (zoals schoonmaak gas, w ater en licht). [2] Deze w ordt jaarlijks geïndexeerd en ligt in 2014 bij € 699.

Tabel 3 Prijsklassen woningen

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

10

Barneveld Centrum

Barneveld rest kom

Voorthuizen Centrum

Voorthuizen rest kom

Overige kernen

Buitengebied

1,6 2,1 1,6 0,7 1,3

2,1 2,9 2,4 1,1 1,9

1,9 2,5 1,6 0,7 1,4

2,6 3,6 2,4 1,1 2,0

2,6 3,6 2,4 1,1 2,0

2,6 3,6 2,4 1,1 2,0

Barneveld rest kom

Buitengebied

Functie Kantoor zonder baliefunctie Kantoor met baliefunctie Bedrijf (industrie, lab, w erkplaats) Bedrijf (loods, opslag, transport) Bedrijfsverzamelgebouw

Barneveld Centrum

Werken

0,6 3,4 2,8 7,7 5,8 1,7 0,9 1,7 1,5 1,8

1,1 11,4 8,1 10,1 6,6 2,9 1,4 5,6 4,9 6,4 9,4 6,8 2,9 2,8 0,5 2,7 11,7 13,1 21,4 51,5 98,0 5,2 6,1

Aandeel bezoekers

Bij veel navolgende eenheden wordt de term BVO of Bruto Vloer Oppervlakte gehanteerd. Dit betreft de vloeroppervlakte van een vastgoedobject, gemeten langs de buitenomtrek van de buitenste scheidingsconstructie die de ruimte omhult. Hierin wordt ook de oppervlakte van een trapgat, liftschacht en leidingschacht meegerekend. De oppervlakte van buitenruimtes zoals een loggia, balkon, open galerij of dakterras wordt niet tot de BVO van een gebouw gerekend, tenzij deze nadrukkelijk deel uitmaakt van de hoofdfunctie en daarbij leidt tot een toename van de parkeervraag (zoals een dakterras van een restaurant waar ook tafels staan).

Eenheid (pp/...) 5% 100m2 BVO 20% 100m2 BVO 5% 100m2 BVO 5% 100m2 BVO 5% 100m2 BVO

2,6 1,6 1,2 0,3 1,6

21,4

3,6 4,2

0,6 3,4 2,8 7,7 5,8 1,7 0,9 0,6 1,5 1,8

1,1 11,4 8,1 10,1 6,6 2,9 1,4 5,6 4,9 6,4 9,4 6,8 2,9 2,9 0,5 2,7 11,7 13,1 21,4 51,5 98,0 5,2 6,1

1,1 11,4 8,1 10,1 6,6 2,9 1,4 5,6 4,9 6,4 9,4 6,8 2,9 2,9 0,5 2,7 11,7 13,1 21,4 51,5 98,0 5,2 6,1

1,4

1,4

2,6 1,6 1,2 0,3 1,6

21,4

1,4

3,6 4,2

13,9 10,1 12,3 8,1 2,9 1,8 7,5 6,6 7,5 10,4 7,4 3,5 3,6 0,5 3,2 13,5 16,0 56,6 120,3 5,6 6,6 0,4 1,5

Aandeel bezoekers

Overige kernen

Functie Museum Bioscoop Filmtheater / filmhuis Theater/schouw burg Casino Bow lingcentrum Biljart/Snookercentrum Dansstudio Fitnessstudio/sportschool Fitnesscentrum Wellnesscentrum Sauna/ hammam Sporthal Sportzaal Tennishal Squashhal Zw embad overdekt Zw embad openlucht Sportveld (excl. kantine en kleedruimtes) Golfoefencentrum Golfbaan 18 holes Indoorspeeltuin (gemiddeld en klein) Indoorspeeltuin (groot) Manege Volkstuin

Voorthuizen rest kom

Sport, cultuur, ontspanning

Voorthuizen Centrum

Tabel 4 Parkeernormen werken

Eenheid (pp/...) 95% 100m2 BVO 94% 100m2 BVO 97% 100m2 BVO 87% 100m2 BVO 86% 100m2 BVO 89% bow lingbaan 87% tafel 93% 100m2 BVO 87% 100m2 BVO 90% 100m2 BVO 99% 100m2 BVO 99% 100m2 BVO 96% 100m2 BVO 94% 100m2 BVO 87% 100m2 BVO 84% 100m2 BVO 94% 100m2 bassin 99% 100m2 bassin 95% ha netto terrein 93% centrum 98% 18 holes, 60 ha 97% 100m2 BVO 98% 100m2 BVO 90% box 99% 10 tuinen

Tabel 5 Parkeernormen sport, cultuur en ontspanning

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

11

Voorthuizen rest kom

Overige kernen

Buitengebied

4,1 1,3

4,2 1,3

4,5 8,0 6,0 9,0 7,6

2,3 9,4 2,0 5,3

Aandeel bezoekers

Voorthuizen Centrum

0,2

1,1

0,2 1,9 8,0 1,9 5,2 2,4 4,2 10,3 2,4 2,6 1,7

3,4 0,2

Buitengebied

Voorthuizen rest kom

10,6 2,5 2,9 1,7

3,7 6,7 5,1 7,9 6,6

Overige kernen

Voorthuizen Centrum

0,2 2,0 8,3 2,0 5,3 2,5 4,5 10,6 2,4 2,7 1,7

Barneveld rest kom

1,1

4,3 7,7 5,8 8,8 7,3 3,4 0,2 2,0 8,3 2,0 5,3 2,6 4,5 10,6 2,5 2,7 1,7

2,1 3,5 3,8 6,2

Barneveld rest kom

2,5 3,9 4,3 6,8

Barneveld Centrum

Functie Buurtsupermarkt (< 600 m2) Discountsupermarkt Fullservice supermarkt (> 1000 m2) Grote supermarkt (> 2500 m2) Groothandel in levensmiddelen Detailhandel (verzameling w inkels) Weekmarkt Kringloopw inkel Bruin- en w itgoedzaak Woonw arenhuis/w oonw inkel Woonw arenhuis zeer groot Meubelboulevard/w oonboulevard Winkelboulevard Outletw inkel Bouw markt Tuincentrum, groencentrum Show room

Barneveld Centrum

Winkelen

Eenheid (pp/...) 89% 100m2 BVO 96% 100m2 BVO 93% 100m2 BVO 84% 100m2 BVO 80% 100m2 BVO 82% 100m2 BVO 85% m1 kraam 89% 100m2 BVO 92% 100m2 BVO 91% 100m2 BVO 95% 100m2 BVO 93% 100m2 BVO 94% 100m2 BVO 94% 100m2 BVO 87% 100m2 BVO 89% 100m2 BVO 35% 100m2 BVO

0,4 1,5 2,3 3,6 5,7 6,2 11,2 7,4 5,8

1,7 2,5 4,3 5,3 7,6 11,2 7,2 15,2 21,3 9,0

1,7 2,5 4,3 5,3 7,6 11,2 7,2 15,2 21,2 9,0

Buitengebied

1,7 2,4 4,1 5,1 7,3 10,8 6,2 13,2 21,2 9,0

Overige kernen

0,4 1,4 2,2 3,5 5,5 5,2 9,2 7,3 5,8

1,2 2,1 4,5 6,3 6,9 9,1 12,8

Voorthuizen rest kom

Functie Camping Bungalow park Hotel 1* Hotel 2** Hotel 3*** Hotel 4**** Hotel 5***** Cafe/bar/cafetaria Restaurant Discotheek Beursgebouw / evenementenhal

Voorthuizen Centrum

Horeca en verblijfsrecreatie

2,3 2,4 1,4 1,5 1,7 1,7

3,3 3,4 2,0 2,1 2,6 2,5 32,6 0,2

3,3 3,4 2,0 2,2 2,6 2,5 32,6 0,2

3,3 3,4 2,0 2,2 2,7 2,5 32,6 0,2

21,2

Aandeel bezoekers

Tabel 6 Parkeernormen winkelen

Eenheid (pp/...) 90% standplaats 91% bungalow 77% 10 kamers 80% 10 kamers 77% 10 kamers 73% 10 kamers 65% 10 kamers 90% 100m2 BVO 80% 100m2 BVO 99% 100m2 BVO 99% 100m2 BVO

Barneveld rest kom

Functie Huisartsenpraktijk Apotheek Fysiotherapie Consultatiebureau Tandarts Gezondheidscentrum Begraafplaats Religiegebouw

Barneveld Centrum

Gezondheid en voorzieningen

2,1 2,3 1,3 1,4 1,6 1,6

3,0 3,2 1,8 1,9 2,4 2,2 32,6 0,2

0,2

0,2

Aandeel bezoekers

Tabel 7 Parkeernormen horeca en verblijfsrecreatie

Eenheid (pp/...) 57% behandelkamer 45% apotheek 57% behandelkamer 50% behandelkamer 47% behandelkamer 55% behandelkamer 97% plechtigheid 97% zitplaats

Tabel 8 Parkeernormen gezondheid en (sociale) voorzieningen

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

12

Voorthuizen Centrum

Voorthuizen rest kom

Overige kernen

Buitengebied

1,0 0,8 3,9 4,9 4,7

1,4 0,8 5,1 6,0 7,0

1,0 0,8 3,9 5,0 4,8

1,4 0,8 5,1 6,1 7,0

1,4 0,8 5,1 6,1 7,1

1,5 0,8 5,1 6,1 8,9

Aandeel bezoekers

Barneveld rest kom

Functie Kinderdagverblijf (creche) Basisonderw ijs Middelbare school ROC Avondonderw ijs [1] Exclusief kiss & ride

Barneveld Centrum

Onderw ijs

Eenheid (pp/...) 100 m2 BVO [1] leslokaal [1] 11% 100 leerlingen 7% 100 leerlingen 95% 10 leerlingen

Tabel 9 Parkeernormen onderwijs De parkeernormen voor basisonderwijs en kinderdagverblijf zijn alleen voor personeel dus exclusief de parkeerbehoefte voor het halen en brengen van kinderen, wat de grootste parkeerdruk met zich meebrengt. Voor de berekening van deze parkeerbehoefte voor deze functies is een specifieke uitwerking nodig, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal leerlingen per groep, het percentage leerlingen dat met de auto komt, de parkeerduur en het aantal kinderen per auto. Het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het halen en brengen van kinderen bepalen is als volgt te bepalen: x leerlingen * % leerlingen met de auto * reductiefactor parkeerduur * reductiefactor aantal kinderen per auto

Deze factoren zijn afhankelijk van onder meer de stedelijkheidsgraad en stedelijke zone, maar ook van de gemiddelde afstand naar school. Bij bijvoorbeeld een school met een regionaal bereik komen veel meer leerlingen met de auto dan bij een school die vooral kinderen uit de omliggende wijken trekt. Ook zijn er diverse scholen waarbij vervoer met taxi’s of bussen geregeld is, wat ook een ander autogebruik tot gevolg heeft. Over het algemeen ligt het percentage leerlingen dat met de auto wordt gebracht en gehaald voor een kinderdagverblijf tussen 50% en 80%. Voor groep 1 t/m 3 van het basisonderwijs ligt dit gemiddeld tussen 30% en 60% en voor groep 4 t/m 8 tussen 5% en 40%. De reductiefactor voor het aantal kinderen per auto ligt gemiddeld tussen 0,75 en 0,85 en de reductiefactor voor de parkeerduur ligt tussen 0,25 en 0,50. Ook deze factoren zijn verschillend per leeftijdscategorie. Het toepassen van gemiddelde percentages en reductiefactoren levert slechts een indicatie van de parkeerbehoefte voor het halen en brengen op. Omdat in de praktijk van Barneveld veel verschillende schoolsituaties voorkomen, moet er altijd maatwerk per school worden toegepast.

4.3

Parkeernormen fiets Voor de toepassing van fietsparkeernormen geldt, net als bij autoparkeernormen, dat de parkeerbehoefte in principe op eigen terrein, of binnen de ruimtelijke ontwikkeling moet worden gerealiseerd. Een ontwikkeling mag niet leiden tot hinder van geparkeerde fietsen in de omgeving. De fietsparkeernormen zijn ook gebaseerd op kencijfers van CROW (publicatie 317), waarbij dezelfde gebiedsindeling wordt toegepast als bij de parkeernormen voor de auto. In Barneveld is sprake van een gemiddeld fietsgebruik van 23% en daarom is uitgegaan van normen gebaseerd op de gemiddelde kencijfers. De parkeereis, waarbij rekening gehouden mag worden met dubbelgebruik op basis van de aanwezigheidspercentages van tabel 11, geldt als een minimum eis. Er wordt geen maximum aantal gesteld voor het aantal fietsparkeerplaatsen.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

13

Voorthuizen Centrum

Voorthuizen rest kom

Overige kernen

1,0 0,8 0,3 1,0

1,0 0,8 0,3 1,0

1,0 0,8 0,3 1,0

1,0 0,8 0,3 1,0

1,0 per kamer 0,8 per kamer 0,3 per kamer 1,0 per kamer

1,4 5,0

2,0 5,0

1,4 5,0

1,4 5,0

0,8 per 100m2 bvo 5,0 per balie

4,0 4,7 5,8 0,5 13,0 0,5 11,0 0,8

4,0 4,7 5,8 0,5 13,0 0,8 11,0 0,8

4,0 4,7 5,8 0,5 13,0 0,5 11,0 0,8

4,0 4,7 5,8 0,5 13,0 0,5 11,0 0,8

4,0 per 10 leerlingen 4,7 per 10 leerlingen 5,8 per 10 leerlingen 0,5 per 10 leerlingen 13,0 per 100m2 bvo 0,5 per 100m2 bvo 11,0 per 100m2 bvo 0,8 per 100m2 bvo

2,8 3,0 0,3 0,4

2,8 3,0 0,3 0,4

2,8 3,0 0,3 0,4

2,8 3,0 0,3 0,4

2,8 per 100m2 bvo 3,0 per 100m2 bvo 0,3 per 100m2 bvo 0,4 per 100m2 bvo

10,0 19,0 4,5

30,5 19,0 4,5

10,0 19,0 4,5

10,0 19,0 4,5

5,0 per locatie 15,5 per 100 m2 bvo (terras ook) 4,5 per 100 m2 bvo

7,0 4,5 1,5 0,5 42,0 5,5

7,0 4,5 1,5 0,5 42,0 5,5

7,0 4,5 1,5 0,5 42,0 5,5

7,0 4,5 1,5 0,5 42,0 5,5

7,0 per locatie 4,5 per locatie 1,5 per 100 m2 0,5 per 100 m2 42,0 per 100 zitplaatsen 5,5 per gelijktijdige plechtigheid

3,5 1,5 2,1 1,0 2,7 64,0 4,2 25,0 19,0 29,0 21,5

3,5 8,0 5,5 1,0 2,7 64,0 4,2 25,0 25,5 29,0 21,5

3,5 1,5 2,1 1,0 2,7 64,0 4,2 25,0 19,0 29,0 21,5

3,5 1,5 2,1 1,0 2,7 64,0 4,2 25,0 19,0 29,0 21,5

3,5 per 100m2 bvo 1,5 per 100m2 bvo 2,1 per 100m2 bvo 1,0 per 100m2 bvo 2,7 per 100m2 bvo 64,0 per ha netto terrein 4,2 per 100m2 bvo 25,0 per 100 bezoekers 19,0 per 100 zitplaatsen 29,0 per 100m2 bassin 21,5 per 100m2 bassin

0,9

0,9

per buslijn 0,9 per autoparkeerplaats

42,0 0,9

Buitengebied

Barneveld rest kom

Barneveld Centrum

Functie Wonen Rij- en vrijstaande w oning 1,0 Appartement (zonder fietsenberging) 0,8 Appartement (met fietsenberging 0,3 Studentenhuis 1,0 Werken Kantoor (personeel) 2,0 Kantoor met balie (bezoekers) 5,0 Onderw ijs Basisschool ( < 250 leerlingen) 4,0 Basisschool (250-500 leerlingen) 4,7 Basisschool ( > 500 leerlingen) 5,8 Basisschool (medew erkers) 0,5 Middelbare school (leerlingen) 13,0 Middelbare school (medew erkers) 0,8 ROC (leerlingen) 11,0 ROC (medew erkers) 0,8 Winkelen Winkelcentrum 2,8 Supermarkt 3,0 Bouw markt 0,3 Tuincentrum 0,4 Horeca Fastfood-restaurant 30,5 Restaurant (eenvoudig) 19,0 Restaurant (luxe) 4,5 Gezondheid en (sociale) voorzieningen Apotheek (bezoekers) 7,0 Apotheek (medew erkers) 4,5 Gezondheidscentrum (bezoekers) 1,5 Gezondheidscentrum (medew erkers) 0,5 Religiegebouw 42,0 Begraafplaats 5,5 Sport, cultuur en ontspanning Bibliotheek 3,5 Bioscoop 8,0 Fitness 5,5 Museum 1,0 Sporthal 2,7 Sportveld 64,0 Sportzaal 4,2 Stedelijk evenement 25,0 Theater 25,5 Zw embad open lucht 29,0 Zw embad overdekt 21,5 Overstapplaatsen Busstation 42,0 Carpoolplaats

Eenheid

Tabel 10 Parkeernormen fiets

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

14

4.4

Aanwezigheidspercentages Zoals is vermeld bij de werkwijze om de parkeereis te bepalen, is het reëel om rekening te houden met dubbelgebruik van parkeervoorzieningen vanwege de veelal niet gelijktijdige (piek)belastingen bij de afzonderlijke functies. Voor verschillende functies zijn verschillende aanwezigheidspercentages van toepassing. In tabel 11 zijn de in de basis te hanteren aanwezigheidspercentages per dagdeel opgenomen. Werkdag

Functie

ochtend m iddag

Koop-

Zaterdag

Zondag

avond

nacht

avond

m iddag

avond

m iddag

Woningen bew oners

50%

50%

90%

100%

80%

60%

80%

70%

Woningen bezoekers

10%

20%

80%

0%

70%

60%

100%

70%

Kantoor/bedrijven

100%

100%

5%

0%

5%

0%

0%

0%

Commerciele dienstverlening

100%

100%

5%

0%

75%

0%

0%

0%

Detailhandel

30%

60%

10%

0%

75%

100%

0%

0%

Grootschalige detailhandel

30%

60%

70%

0%

80%

100%

0%

0%

Supermarkt

30%

60%

60%

0%

60%

100%

40%

0%

Sportfuncties binnen

50%

50%

100%

0%

100%

100%

100%

75%

Sportfuncties buiten

25%

25%

50%

0%

50%

100%

25%

100%

Bioscoop/theater/podium/enz

5%

25%

90%

0%

90%

40%

100%

40%

Restaurant

5%

20%

70%

0%

70%

60%

100%

75%

Sociaal medisch: arts/therapeut/consultatie

100%

75%

10%

0%

10%

10%

10%

10% 100%

Verpleeg-/verzorgingshuis/aanleunw oning

75%

75%

100%

25%

100%

100%

100%

Dagonderw ijs

100%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Avondonderw ijs

0%

0%

100%

0%

100%

0%

0%

0%

Tabel 11 Aanwezigheidspercentages

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

15

5

Toetsing parkeereis

5.1

Procedure Voor nieuwbouwplannen of verbouwplannen waarvoor een vergunning wordt aangevraagd bij de gemeente Barneveld, wordt getoetst of het plan voldoet aan de parkeereis. Zoals eerder aangegeven wordt hiermee bedoeld dat er in voldoende mate wordt voorzien in parkeerruimte op eigen terrein. Het eigen terrein kan zowel het terrein rond een solitaire functie zijn als het plangebied van een ontwikkeling van ruimere omvang. De werkwijze voor het bepalen van de parkeereis (stap 1-6) is in hoofdstuk 3 toegelicht. Het toetsen van deze parkeereis vindt plaats door de parkeervraag per dagdeel te vergelijken met het parkeeraanbod per dagdeel. Het resultaat vormt de parkeerbalans (stap 7-8). Een negatieve parkeerbalans betekent een tekort aan parkeerplaatsen en een positieve parkeerbalans heeft een overschot aan parkeerplaatsen. De parkeerbalans wordt per dagdeel bepaald. Op het maatgevende moment moet de parkeerbalans op 0 uitkomen of positief zijn, voor een positieve beoordeling. Stap 7 Parkeeraanbod per dagdeel Bij het bepalen van het parkeeraanbod per dagdeel wordt onderscheid gemaakt tussen het parkeeraanbod op eigen terrein en dat in openbaar gebied. De parkeerplaatsen op eigen terrein dienen wel voor een ieder toegankelijk te zijn die op dat moment wordt geacht er gebruik van te maken. Hierbij dient het berekeningsaantal te worden aangehouden zoals in deze nota opgenomen.

In sommige gebieden kan ook een vrijstelling als parkeeraanbod worden meegerekend. Stap 8 Parkeerbalans per dagdeel Het verschil tussen het parkeeraanbod en de parkeervraag vormt de parkeerbalans . Een negatieve parkeerbalans betekent een parkeertekort en een negatief advies tenzij de aanvrager en de gemeente overeenkomen dat een afkoop van de parkeereis kan en zal plaatsvinden.

Figuur 3 Bepalen parkeerbalans

5.2

Beoordeling parkeersituatie auto Om te bepalen of de parkeersituatie voldoende is, wordt het parkeeraanbod getoetst aan de parkeervraag. Voor de beoordeling van de parkeersituatie wordt uitgegaan van een aantal eisen ten aanzien van de maatvoering van parkeerplaatsen en de manoeuvreerruimte rond deze vakken. De genoemde manoeuvreerruimte betreft de benodigde rijbaanbreedte achter een haaks parkeervak of naast een langsparkeervak. Te kleine parkeervakken of te krappe manoeuvreerruimte maken parkeerplaatsen onbruikbaar of onbereikbaar. Daarom speelt de vormgeving van de vakken een belangrijke rol in de bruikbaarheid ervan. De indicatieve maatvoering is weergegeven in tabel 12. Voor de vormgeving van parkeerplaatsen in de 2 openbare ruimte verwijzen wij naar onze standaard ontwerp- en uitvoeringseisen . soort

breedte (m )

lengte (m )

rijbaan (m )

Langsparkeervak

2,00

6,00

3,00

Gestoken parkeervak

2,50

5,00

5,00

Gehandicaptenparkeerplaats langsparkeren

3,50

6,00

3,00

Gehandicaptenparkeerplaats gestoken parkeren

3,50

5,00

5,00

Overige vakken

conform NEN 2443 (2012) en ASVV 2012

Tabel 12 Maatvoering parkeervakken

2

Deze eisen zijn bij de gemeente op te vragen.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

16

Parkeerplaatsen op eigen terrein worden doorgaans niet gecombineerd gebruikt. Een bezoeker aan een verjaardag zal zijn auto niet snel bij de buren op de oprit parkeren. Bovendien wordt in de praktijk niet altijd alle theoretische parkeerruimte op eigen terrein gebruikt voor het stallen van personenauto’s, bijvoorbeeld doordat hier een caravan wordt gestald. Daarom zijn in tabel 13 berekeningsaantallen opgenomen. Deze cijfers (overgenomen uit CROW publicatie 317) geven aan wat een realistisch parkeeraanbod op eigen terrein is. Parkeervoorziening

m in. afm eting (m )

theoretisch aantal berekeningsaantal

Enkele oprit zonder garage

5,00 x 2,50

1,0

0,8

Lange oprit zonder garage

10,00 x 2,50

2,0

1,0

Dubbele oprit zonder garage

5,00 x 4,50

2,0

1,7

Garage zonder oprit (bij w oning)

5,00 x 2,50

1,0

0,4

Garagebox (niet bij w oning)

5,00 x 2,50

1,0

0,5

Garage met enkele oprit

5,00 x 2,50 (oprit)

2,0

1,0

Garage met lange oprit

10,00 x 2,50 (oprit)

3,0

1,3

Garage met dubbele oprit

5,00 x 4,50 (oprit)

3,0

1,8

Langsparkeervak

6,00 x 2,00

1,0

1,0

Gestoken parkeervak

5,00 x 2,50

1,0

1,0

Tabel 13 Berekeningsaantallen parkeervoorziening bij woningen In tabel 14 zijn de loopafstanden weergegeven die als acceptabel worden beschouwd bij de diverse functies. Parkeeraanbod bij nieuwe functies dient dan ook binnen deze loopafstand (niet hemelsbreed) te worden gerealiseerd om in de parkeerbalans als parkeeraanbod mee te tellen. Deze afstanden zijn vooral van belang bij de ontwikkeling van grotere plannen en plannen waar een ontheffing van de parkeereis mogelijk is. Parkeerplaatsen op grotere afstand dan in de tabel weergegeven, worden in beginsel niet meegerekend. Hoofdfunctie

centrum (m )

rest kom (m )

Wonen

250

100

Winkelen

400

200

Boodschappen

100

100

Werken

500

200

Ontspanning, sport, cultuur

400

100

Horeca, verblijfsrecreatie

400

100

Gezondheidszorg

100

100

Onderw ijs

100

100

Tabel 14 Acceptabele loopafstanden Behalve de maatvoering, de loopafstand en het aantal parkeervakken, wordt ook het aandeel gehandicaptenparkeerplaatsen getoetst. Bij publieke voorzieningen moet 5% van het aantal parkeerplaatsen worden aangelegd als algemene gehandicaptenparkeerplaats. Deze moeten zo dicht mogelijk bij de ingang van de voorziening gelegen zijn en in ieder geval binnen 100 meter.

5.3

Beoordeling laden en lossen Als bij een ontwikkeling een behoefte aan laden en lossen wordt verwacht, moet in deze behoefte voorzien worden op het terrein dat bij de ontwikkeling behoort. Daarbij mogen manoeuvreerbewegingen geen onevenredige hinder of gevaarlijke situaties opleveren in de openbare ruimte. De ontwikkelaar dient op verzoek van de gemeente een rijcurvesimulatie aan te leveren om de benodigde manoeuvreerruimte te kunnen toetsen.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

17

5.4

Beoordeling parkeersituatie fiets Bij nieuwe functies moet de fietsparkeergelegenheid binnen, voor fietsers aantrekkelijke, loopafstand van de entree liggen. Daarmee wordt fietsgebruik aangemoedigd en beloond. Voor fietsers is het bijvoorbeeld aantrekkelijk om bij regenachtig weer de laatste meters tussen de fietsenstalling en het pand droog dan wel zo snel als mogelijk af te leggen. Als maximaal acceptabele loopafstand wordt een afstand van circa 30 meter gehanteerd. Bij voorzieningen in centrumgebieden kan een uitzondering worden gemaakt op de verplichting om nieuwe fietsparkeergelegenheid te realiseren, als er bijvoorbeeld fietsvoorzieningen met restcapaciteit in de openbare ruimte in de directe omgeving aanwezig zijn. Een fietsparkeerplaats kan op verschillende manieren worden ingericht. Er kan gebruik worden gemaakt van een stalling of fietsenklemmen, maar dat is niet altijd noodzakelijk. Wanneer er geen rekken of klemmen zijn, wordt voor het beoordelen van de parkeersituatie voor fietsen uitgegaan van een benodigde stallingsruimte van circa 0,65 x 2 m per fiets (BRON: CROW 291 Leidraad fietsparkeren: 1 fiets per 0,65m breedte). Daarnaast dient achter de fietsen een ruimte van circa 2,00 meter beschikbaar te zijn voor het in- en uitparkeren van de fiets.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

18

6

Afwijken van de parkeereis

6.1

Inleiding Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te worden voldaan aan de parkeereis om in voldoende mate te voorzien in parkeerruimte op eigen terrein. In sommige gevallen is dit echter onmogelijk of kan de strikte toepassing van de parkeereis – bijvoorbeeld vanwege de bijkomende kosten of door bijzondere omstandigheden – als onredelijk worden beschouwd of op overwegende bezwaren stuiten. Soms is het echter mogelijk om op een andere wijze te voorzien in de nodige parkeer- of stallingruimte dan wel laad- of losruimte. Het college moet in dergelijke gevallen een afweging maken, tussen het (economische) belang van de ontwikkeling, de financiële uitvoerbaarheid en de eventuele (tijdelijke) nadelige gevolgen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid en daarmee een goede ruimtelijke ordening ex art. 3.1 Wro. In deze nota worden de mogelijkheden beschreven indien wordt afgeweken van de parkeereis De afwijkingsmogelijkheden zijn te onderscheiden in vrijstellingen en ontheffingen. Voor een besluit waarbij een uitzondering op een wettelijk verbod of gebod wordt gemaakt voor een categorie van gevallen, wordt de term "vrijstelling" gebruikt. Voor een beschikking waarbij in een individueel geval een uitzondering op een wettelijk verbod of gebod wordt gemaakt, wordt 3 de term "ontheffing" gebruikt.

6.2

Vrijstellingen

6.2.1

Flexibiliteitbepaling In het geval van ontwikkelingen waarbij de extra parkeerbehoefte van het totale plan op basis van de parkeereis maximaal 0,50 parkeerplaats bedraagt, wordt vrijstelling verleend van de parkeereis (zonder dat hier financiële consequenties aan verbonden worden). Per plan of perceel kan eenmalig een beroep op dit artikel worden gedaan. Bij een ontwikkeling die onderdeel uitmaakt van een grotere samenhangende ontwikkeling die in delen wordt uitgevoerd kan deze bepaling slechts eenmaal worden toegepast over het geheel. Deze bepaling is niet van toepassing als gebruik wordt gemaakt van de afkoopregeling.

6.2.2

Vrijstelling voor beroep of bedrijf aan huis De gemeente wil het beginnen van een kleinschalig bedrijf aan huis stimuleren. Als onder de definities van het vigerende bestemmingsplan sprake is van een beroep of bedrijf aan huis en het redelijkerwijs niet mogelijk is om de benodigde parkeerplaatsen (geheel of gedeeltelijk) op eigen terrein te realiseren, wordt in principe vrijstelling verleend van de parkeereis (zonder dat hier financiële consequenties aan verbonden worden). Hierbij gelden de volgende voorwaarden: - er is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, waarbij de parkeerbehoefte op basis van de parkeereis maximaal 2,0 parkeerplaatsen bedraagt; - er is geen sprake van detailhandel, groepsonderwijs, -opvang of -therapie of daarmee naar hun aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen intensieve bezoekersfuncties.

3

Aanwijzingen voor de regelgeving, aanwijzing 125

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

19

6.2.3

Vrijstelling voor centrumgebieden De gemeente wil leegstand in het centrum van Barneveld en Voorthuizen voorkomen en de lokale economie stimuleren. Daarom worden aan plannen in deze gebieden zondermeer een vrijstelling van de parkeereis verleend van maximaal 3,0 parkeerplaatsen. De vrijstelling wordt verhoogd tot maximaal 5,0 parkeerplaatsen indien binnen acceptabele loopafstand (zie tabel 14) sprake is van een restcapaciteit aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte (zie 6.3.1 voor een toelichting hierop). Voor de centrumgebieden wordt voor wat betreft de bestaande parkeerdruk uitgegaan van gegevens van de parkeerdrukmetingen die regelmatig worden uitgevoerd. Vrijstellingen die na de meest recente parkeerdrukmeting zijn verleend, worden door het college bijgehouden en – bij de eerstvolgende relevante aanvraag omgevingsvergunning – met de parkeerdrukmeting verdisconteerd. Een vrijstelling voor het centrum is niet nieuw. In de oude beleidsregels ontheffing parkeereis 2 Barneveld-Centrum was echter alleen een vrijstelling opgenomen voor 100 m bvo aan winkelruimte. Gelet op de parkeernormen in deze nota, zou dit gelijkstaan aan een parkeervraag van 3,4 parkeerplaatsen. De vrijstelling van 3,0 parkeerplaatsen is hieraan nagenoeg gelijk en geldt daarnaast ook voor andere functies.

Door de vrijstelling nu te 2 koppelen aan de parkeereis in plaats van aan m bvo, kan de vrijstelling eenvoudig ook worden toegepast op andere centrumfuncties zoals horeca, kantoren en wonen.

6.3

Ontheffingsmogelijkheden De parkeereis moet in beginsel binnen het plangebied worden opgelost. In sommige situaties kan de parkeervraag op een andere manier dan op eigen terrein worden opgevangen.

6.3.1

Gebruik bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte Een initiatief mag niet leiden tot een (toename van) parkeertekort in de openbare ruimte. Het kan echter voorkomen dat er in de openbare ruimte een restcapaciteit bestaat, waarvan gebruik gemaakt kan worden om de parkeervraag op te vangen. Als er bijvoorbeeld in de omgeving parkeerplaatsen voorhanden zijn die ooit zijn aangelegd voor een doel of functie die niet meer bestaat of als er sprake is van overcapaciteit aan parkeerruimte, is dit te onderzoeken. Dit is alleen mogelijk als de parkeerdruk in de openbare ruimte op het maatgevende moment, met toevoeging van de ontwikkeling, onder de 85% blijft. Als er binnen 10 jaar ontwikkelingen worden verwacht die de bezettingsgraad van het betreffende gebied beïnvloeden, moet ook hiermee rekening worden gehouden. Om dit te bepalen moeten er voldoende gegevens over de bestaande en te verwachten parkeersituatie voorhanden zijn. Anders kan de gemeente een parkeeronderzoek laten uitvoeren, op kosten van de initiatiefnemer. In deze situatie krijgt de initiatiefnemer geen exclusief gebruiks- of eigendomsrecht.

6.3.2

Gemeentelijke parkeerplaatsen buiten het plangebied Initiatiefnemers kunnen een verzoek doen om het parkeeraanbod te realiseren buiten het plangebied. In sommige gevallen heeft parkleeraanbod buiten het plangebied voordelen voor de omgeving vanwege mogelijkheden van dubbelgebruik. De gemeente zal beoordelen of er binnen acceptabele loopafstand gelegenheid is om parkeerplaatsen te realiseren. Bij deze beoordeling wordt onder andere rekening gehouden met de bestaande parkeerdruk, de verkeersveiligheid en de bomen- en groenstructuren in de omgeving van het plangebied. De kosten van de realisatie van de parkeerplaatsen worden in beginsel doorberekend aan de initiatiefnemer. Dit geeft de initiatiefnemer echter geen exclusief gebruiks- of eigendomsrecht.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

20

6.3.3

Particuliere parkeerplaatsen buiten het plangebied Soms kan een oplossing voor de parkeervraag worden gevonden op privaat terrein van derden. Vanwege beperkte handhavingsmogelijkheden, worden hiervoor strenge eisen gesteld. Dit kan alleen als er binnen acceptabele loopafstand een structurele restcapaciteit op het betreffende parkeerterrein aanwezig is. Uiteraard moet hierbij rekening worden gehouden met de aanwezigheidspercentages van de verschillende functies die al van het betreffende parkeerterrein gebruik maken. Ook is het van belang dat de parkeergelegenheid wel toegankelijk is voor alle gebruikers, inclusief bezoekers. Een dergelijke oplossing dient met contractafspraken door de initiatiefnemer duidelijk en aannemelijk te worden gemaakt.

6.3.4

Afkoopregeling Een aanvrager van een vergunning voor een plan in het centrumgebied van Barneveld of Voorthuizen, die alles in het werk heeft gesteld om aan de parkeereis te voldoen (waaronder aanpassen van het bouwvolume en het zoeken naar parkeerruimte binnen de loopafstand) en wiens plan ondanks eventuele vrijstellingen en ontheffingsmogelijkheden alsnog tot een negatieve parkeerbalans leidt, kan bij het college een gemotiveerd schriftelijk verzoek indienen om de (resterende) parkeereis af te kopen. Het college kan besluiten om op deze wijze ontheffing te verlenen van de gemeentelijke parkeereis, wanneer de realisatie van het initiatief naar de mening van het college belangrijker is dan de (tijdelijke) nadelige gevolgen op het gebied van bereikbaarheid en leefbaarheid. Bij dit besluit weegt het college af of de gemeente de benodigde parkeerplaatsen binnen een acceptabele loopafstand van het bouwplan kan realiseren. Als het college ontheffing verleent van de parkeereis, neemt zij de verplichting van de aanvrager over om te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid. Aan het verlenen van een ontheffing verbindt het college een financiële voorwaarde. De rechten, plichten en de hoogte van het bedrag worden vastgelegd in een overeenkomst. De hoogte en onderbouwing van het afkoopbedrag per parkeerplaats is beschreven in bijlage 4.

De bijdrage in de reserve kan door de gemeente, behalve voor de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen, ook gebruikt worden voor het in stand houden van reeds gerealiseerde (al dan niet voorgefinancierde) parkeerplaatsen. Parkeerplaatsen die in het kader van deze afkoopregeling worden gerealiseerd zijn openbaar toegankelijk. Aan het betalen van de parkeerbijdrage kan de aanvrager geen rechten ontlenen.

6.4

Overige afwijkingen Het college handelt overeenkomstig deze nota, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze nota te dienen doelen. Dit is de zogenaamde inherente afwijkingsbevoegdheid die in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onder artikel 4:84 is opgenomen. Deze opname in de Awb heeft tot gevolg dat in deze nota geen specifieke hardheidsclausule is opgenomen.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

21

Bijlage 1 – Verklarende woordenlijst Aanwezigheidspercentage

De mate van aanwezigheid van geparkeerde voertuigen ten opzichte van het drukste dagdeel.

Afkoopregeling

Een mogelijkheid voor het college om een ontheffing van de parkeereis te verlenen tegen een afkoopprijs per parkeerplaats.

Arbeidsplaats

Maximaal gelijktijdig aanwezige werknemers.

BVO

Bruto vloeroppervlak, het totale vloeroppervlak binnen de buitenmuren inclusief alle verdiepingen, met uitzondering van de parkeerkelder of stallingsruimte.

CROW

Kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid.

Gestoken parkeren

Parkeren onder een parkeerhoek tussen 0 en 90 graden met de rijbaan.

Haaks parkeren

Parkeren loodrecht op de rijbaan.

Langsparkeren

Parkeren evenwijdig aan de as van de rijbaan.

Parkeeraanbod

Het aanbod aan parkeerplaatsen. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen openbare of niet-openbare parkeerplaatsen, tussen plaatsen op eigen terrein of elders.

Parkeerbalans

Het verschil tussen gelijktijdige parkeervraag en parkeeraanbod. Bij een negatieve parkeerbalans is er te weinig parkeeraanbod beschikbaar.

Parkeereis

De mate waarin, volgens de toepassing van de Nota Parkeernormen, bij bouwplannen parkeergelegenheid op eigen terrein moet worden gerealiseerd. De parkeereis is vastgelegd in de Bouwverordening.

Parkeerkencijfer

Een indicatie voor de parkeervraag bij een nieuwe voorziening.

Parkeernorm

Een door het bevoegd gezag vastgestelde hoeveelheid parkeerplaatsen per eenheid waaraan een nieuwbouwplan moet voldoen om in aanmerking te kunnen komen voor een bouwvergunning. Hierbij wordt nog geen onderscheid gemaakt tussen parkeren op eigen terrein of openbaar terrein.

Parkeervraag

De behoefte aan parkeerplaatsen. De gestapelde parkeervraag is de parkeervraag van meerdere functies bij elkaar opgeteld.

Parkeerplaats

Ruimte waar één voertuig kan worden geparkeerd.

Parkeerweg

Rijbaan op parkeerterrein of in parkeergarage.

Parkeren

Doen of laten staan van voertuigen anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen of voor onmiddellijk laden en lossen van goederen.

VVO

Verkoop vloeroppervlak.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

22

Bijlage 2 – Onderbouwing gebiedsindeling De Nota parkeernormen is voor de hele gemeente van toepassing. De toe te passen normen kunnen echter verschillen op basis van de stedelijkheid en de ligging van een locatie. Daarom is een gebiedsindeling gemaakt. Op basis van de omgevingsadressendichtheid zoals deze bij het CBS is aangegeven, is de stedelijkheidsgraad per gebied bepaald. Als gehele gemeente valt Barneveld in de categorie ‘weinig stedelijk’ (CBS, 2012). Omdat er binnen de gemeente verschillen zijn in de omgevingsadressendichtheid worden verschillende stedelijkheidsgradaties per kern bepaald. Het is niet nodig om de stedelijkheidsgradaties nog verder te differentiëren (bijvoorbeeld per wijk), omdat de ‘stedelijke zone’ hierin het onderscheid biedt. Behalve de stedelijkheid is namelijk ook de ligging in het stedelijke gebied van belang voor de parkeernormen. Voor de ligging wordt onderscheid gemaakt in ‘centrum’, ‘schil/overloopgebied’, ‘rest bebouwde kom’ en ‘buitengebied’. Omdat in een centrumgebied vaak meer voorzieningen voor openbaar vervoer aanwezig zijn, zijn daarvoor andere parkeernormen van toepassing dan in bijvoorbeeld de rest van de bebouwde kom. In Barneveld en Voorthuizen zijn duidelijk centrumgebieden aanwezig. De andere kernen hebben geen centrum. In Barneveld en Voorthuizen is geen sprake van een duidelijke ‘schil/overloopgebied’.

Daarom worden de gebieden binnen de bebouwde komgrens, met uitzondering van de centra, geheel aangeduid als ‘rest bebouwde kom’. De gemeente Barneveld wordt op basis van deze onderbouwing in 6 verschillende gebieden verdeeld. De grenzen van deze gebieden zijn in hoofdlijnen op onderstaande kaart aangegeven. Op de volgende pagina’s zijn gedetailleerder kaarten opgenomen van Barneveld en Voorthuizen. Voor alle kernen geldt dat de werkelijke overgang tussen ‘rest bebouwde kom’ en ‘buitengebied’ wordt bepaald door de bebouwde komgrens op grond van de Wegenverkeerswet.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

23

Gebiedsindeling Barneveld

Plaats

Stedelijkheidsgraad

Stedelijke zone

Barneveld centrum

Matig stedelijk

Centrum

Barneveld rest bebouw de kom

Matig stedelijk

Rest bebouw de kom

Buitengebied

Niet stedelijk

Buitengebied

Centrumgebied: gebied omsloten door Amersfoortsestraat, Gasthuisstraat, Nieuwe Markt, Thorbeckelaan, Burgemeester Kuntzelaan en Bouwheerstraat. Rest bebouwde kom: gebied tussen huidige (of in geval van uitbreidingsgebieden toekomstig beoogde) bebouwde komgrenzen (op grond van de wegenverkeerswet) en het centrumgebied.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

24

Gebiedsindeling Voorthuizen

Plaats

Stedelijkheidsgraad

Voorthuizen centrum

Weinig stedelijk

Stedelijke zone Centrum

Voorthuizen rest bebouw de kom Weinig stedelijk

Rest bebouw de kom

Buitengebied

Buitengebied

Niet stedelijk

Centrumgebied: gebied bestaand uit Koninginnelaan, Smidsplein, Schoolstraat, Wheemstraat, gedeelte Hoofdstraat, gedeelte Molenweg, gedeelte Bakkersweg, gedeelte Roelenengweg, gedeelte Gerard Doustraat, gedeelte Kerkstraat, gedeelte Van den Berglaan. Rest bebouwde kom: gebied tussen huidige (of in geval van uitbreidingsgebieden toekomstig beoogde) bebouwde komgrenzen (op grond van de wegenverkeerswet) en het centrumgebied.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

25

Bijlage 3 – Onderbouwing parkeernormen Om van de landelijke kencijfers te komen naar Barneveldse parkeernormen, wordt een correctie gemaakt op basis van de mobiliteits- en lokale kenmerken van Barneveld. In deze bijlage worden verschillende statistische gegevens van Barneveld vergeleken met landelijke cijfers en met andere situaties. Om een oordeel te geven waar de Barneveldse parkeernormen ten opzichte van de bandbreedte van de landelijke kencijfers liggen, moet de Barneveldse situatie in ieder geval met de landelijke situatie vergeleken worden en daarnaast ook nog waar mogelijk met de andere gebieden van dezelfde stedelijkheid. Er is gekeken naar fietsgebruik, autobezit, gemiddelde woon-werkafstand en de bevolkingsgroei.

Fietsgebruik

Het Fietsberaad heeft in 2010 de cijfers uit het Onderzoek Verplaatsingen in Nederland, verder OViN, gebruikt om het fietsgebruik per gemeente weer te geven. (Het OViN is een onderzoek naar de verplaatsingen van de Nederlandse bevolking. Jaarlijks is er een deelname van 50.000 mensen (CBS, 2010)). In het overzicht van het fietsberaad scoort Barneveld op het fietsgebruik gemiddeld met 23% (Fietsberaad, 2010).

Autobezit

Het CBS heeft onderzocht dat het gemiddelde autobezit per huishouden binnen Nederland 1,0 is terwijl dit binnen Barneveld 1,3 is (CBS, 2014). Wanneer het gemiddelde autobezit in Barneveld (steekproefsgewijs) wordt vergeleken met andere gemeenten van vergelijkbare stedelijkheid dan zit Barneveld nog steeds hoger dan het gemiddelde van 1,22 per huishouden (CBS, 2014). Om dit autobezit te faciliteren moet dus aan de ruime kant van de kencijfers aangehouden worden, met name voor het parkeergedrag van auto’s bij woningen. Het autobezit per huishouden geeft geen exacte indicatie over het autogebruik, het parkeergedrag van mensen en de daaruit volgende parkeervraag. Er is echter wel aangetoond dat er sterke correlatie is tussen autobezit en autogebruik (CROW, 2013).

Bevolkingsgroei

Omdat de parkeernormen worden gekoppeld aan bestemmingsplannen die 10 jaar geldig zijn, wordt er ook vooruit gekeken naar de toekomst. Als de bevolking en daarmee ook het totale autobezit groeit, heeft dit invloed op de parkeervraag. De bevolkingsgroei in Nederland blijft absoluut achter bij de groei binnen de gemeente Barneveld. Het CBS voorspelt namelijk dat Nederland vanaf 2015 naar 2025 met 3% (CBS, 2013) stijgt terwijl het ABF research bureau voor Barneveld een groei van 13% schat (ABF Research Primos, 2013).

Gemiddelde werk-woon afstand

De parkeervraag bij bedrijven is grotendeels afhankelijk van de afstand die afgelegd moet worden door haar werknemers. De gemiddelde werk-woon afstand binnen Nederland is 13,7 kilometer, terwijl de gemiddelde werk-woon afstand voor bedrijven binnen Barneveld 15,3 kilometer is. Dit zijn werkwoon afstanden van gemeenten naar elkaar. De interne reisafstand van iedere Barnevelder die in Barneveld werkt is nul. Omdat dit voor elke gemeente binnen Nederland geldt betekent dit niet dat de cijfers een verkeerd beeld geven. Op basis van de gemiddelde reisafstand wordt geconcludeerd dat de weerstand om te fietsen gemiddeld wat hoger is dan landelijk gemiddeld en dat de parkeervraag bij de Barneveldse bedrijven daardoor eveneens wat hoger is dan landelijk gemiddeld.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

26

Huidige parkeersituatie

Om de toepassing van de parkeerkencijfers zoals deze tot op heden in de bouwplannen is gehanteerd te beoordelen, is onderzoek gedaan naar de parkeerbezetting in de praktijk. Deze bevindingen zijn vergeleken met de berekende parkeerbehoeftes bij de ontwikkelingen van de betreffende plannen. Hoewel deze gegevens geen onderbouwde statische analyse vormen, geven ze wel een indruk van de praktijk. Over het algemeen lijken de gehanteerde normen voldoende. Bij sommige voorzieningen (o.a. bedrijventerrein Briellaerd) is echter wel een zodanig hoge parkeerdruk geconstateerd dat de conclusie wordt getrokken dat de parkeernorm enigszins aan de krappe kant is. Gelet op het summiere onderzoek kunnen deze gegevens echter niet in harde conclusies voor alle functies worden worden samengevat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8a065b08-082b-4096-8fcc-f76b04fb2fe7