CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Harskamperweg-Oosterbrinkweg, ph Bgb 2012_Toel._Bijlage 9 Archeo. o.zoek Nat.perceel.pdf

Gemeenteraad 6 juli 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Harskamperweg-Oosterbrinkweg (Kootwijkerbroek)5.173 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuurcompensatieperceel N310, Stroe rapport 5128

Natuurcompensatieperceel N310, Stroe (gemeente Barneveld) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek

F. Stevens

2

Colofon ADC Rapport 5128 Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Auteur: F. Stevens In opdracht van: Van de Pol Holding B.V. © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 24 maart 2020 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: definitief Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: B. Jansen

ISSN 1875-1067

ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl

3

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methodiek 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Plan van Aanpak 3.2 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.3 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlage 1 Boorgegevens

5 7 9 9 9 9 13 14 14 15 15 16 17 18 18 30

4

5

Samenvatting Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Stroe. Het wordt begrensd door de provinciale weg N310 in het westen, de Houtbeekweg in het oosten en beboste percelen aan zowel de noordals zuidzijde. Het plangebied is momenteel in gebruik als akkerland. Op basis van het bureauonderzoek werd verwacht dat er archeologische resten aanwezig zijn. Het plangebied ligt naast een archeologische monument waar veel vondsten zijn gedaan vanaf het Mesolithicum tot en met de IJzertijd. Recent onderzoek heeft op 150 meter ten zuidoosten van het plangebied vondsten van de Hamburgcultuur aangetroffen, echter in verstoorde context. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een oppervlaktekartering en een (verkennend/karterend) booronderzoek uitgevoerd. Het plangebied vertoont sporen van verstoring direct onder de bouwvoor (met uitzondering van boring 7 waar het bodemprofiel wel intact is, echter zonder sporen van bodemvorming). Het gaat hier om een grootschalige verstoring die waarschijnlijk door diepploegen is ontstaan. Het plangebied vertoont niet meer het oorspronkelijke reliëf zoals zichtbaar is ten oosten van het plangebied op de AHN. In het oostelijke deel ligt het maaiveld enkele decimeters hoger dan in het westen echter vertoont de bodemopbouw geen verschil. Sporen van bodemvorming zijn niet aangetroffen in het moedermateriaal.

De verwachting voor archeologische resten kan derhalve bijgesteld worden naar een lage verwachting. De geplande verstoring blijft tevens binnen het reeds verstoorde pakket. ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

6

Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode

Afkorting

Tijd in jaren

Nieuwe tijd:

NT

1500 - heden

Middeleeuwen:

XME

450 – 1500 na Chr.

Late Middeleeuwen

LME

Vroege Middeleeuwen

VME

Romeinse tijd:

ROM

1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.

Laat-Romeinse tijd

ROML

270 - 450 na Chr.

Midden-Romeinse tijd

ROMM

70 - 270 na Chr.

Vroeg-Romeinse tijd

ROMV

12 voor Chr. - 70 na Chr.

IJzertijd:

IJZ

Late IJzertijd

IJZL

250 - 12 voor Chr.

Midden-IJzertijd

IJZM

500 - 250 voor Chr.

Vroege IJzertijd

IJZV

Bronstijd:

BRONS

Late Bronstijd

BRONSL

800 – 12 voor Chr.

800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr. 1100 - 800 voor Chr.

Midden-Bronstijd

BRONSM

1800 - 1100 voor Chr.

Vroege Bronstijd

BRONSV

2000 - 1800 voor Chr.

Neolithicum (Jonge Steentijd):

NEO

Laat-Neolithicum

NEOL

5300 – 2000 voor Chr. 2850 - 2000 voor Chr.

Midden-Neolithicum

NEOM

4200 - 2850 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum

NEOV

Mesolithicum (Midden-Steentijd):

MESO

5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.

Laat-Mesolithicum

MESOL

6450 - 4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

MESOM

7100 - 6450 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum

MESOV

8800 - 7100 voor Chr.

Paleolithicum (Oude Steentijd):

PALEO

Laat-Paleolithicum

PALEOL

35.000 - 8800 voor Chr.

Midden-Paleolithicum

PALEOM

300.000 – 35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

PALEOV

tot 300.000 voor Chr.

Bron: Archeologisch Basis Register 1992

tot 8800 voor Chr.

7

1

Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Van de Pol Holding B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in februari 2020 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Houtbeekweg te Stroe (afb. 1 en 2). De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen herinrichting van het gebied. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. Voor het plangebied is dit echter nog niet gebeurd. Op basis van een Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij de vaststelling van nieuwe bestemmingsplannen aangegeven worden welke archeologische waarden zich in de bodem bevinden. Uit de ‘archeologische waarden- en verwachtingskaart’ van de gemeente blijkt dat een deel van het plangebied Natuurcompensatieperceel N310 is aangemerkt als terrein van archeologische waarde.

Dit betekent dat nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is in de vorm van een gedetailleerd bureauonderzoek voor met name het oostelijke deel van het plangebied. Doel van het bureauonderzoek is vast te stellen of hier sprake is van een archeologische verwcahting, specifiek in samenhang met de Steentijd-vindplaats 150 m ten zuidoosten. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).1 Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Barneveld heeft voor zover bekend geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld.2 Voor dit onderzoek zijn daarom enkel de protocollen van de vigerende KNA gevolgd.

1

SIKB 2016.

2

www.barneveld.nl

8

De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:

Van de Pol Holding B.V. Dhr. Van de Pol Ravenweg 2, 3776 MP Stroe Tel.: 06-51574332 E-mail:jandirk@polweb.nl

fase AMZ-cyclus:

bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de

aanleiding:

natuurontwikkeling

locatie:

Houtbeekweg

plaats:

Stroe

vorm van een verkennend booronderzoek

gemeente:

Barneveld

provincie:

Gelderland

kadastrale gegevens:

gemeente Garderen sectie C nummer 557

kaartblad:

32FZ (1:25.000)

oppervlakte plangebied:

18755 m / 1,8 ha

Coördinaten (bounds):

176784 / 466475

2

176784 / 466642 177132 / 466475 177132 / 466642 bevoegde overheid met contactgegevens:

Gemeente Barneveld Raadhuisplein 2 3771 ER Barneveld

deskundige namens de bevoegde overheid met

Mevr. P. Kloosterman

contactgegevens: goedkeuring rapport door bevoegde overheid:

ja

Archis-zaaknummer:

4771349100

ADC-projectcode:

4211002

auteur:

F. Stevens

autorisatie:

B. Jansen

periode van uitvoering:

Februari 2020

beheer en plaats documentatie:

ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort

beheer en plaats digitale documentatie (e-depot):

https://doi.org/10.17026/dans-xn9-a4pq

9

2

Bureauonderzoek 2.1

Doelstelling en vraagstelling

Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van schriftelijke bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld:  Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?  Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?

2.2

Methodiek

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien relevant zal de omvang worden weergegeven op een kaart.

2.3

Resultaten

2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Stroe. Het wordt begrensd door de provinciale weg N310 in het westen, de Houtbeekweg in het oosten en beboste percelen aan zowel de noordals zuidzijde. Het plangebied is momenteel in gebruik als akkerland. Er is geen informatie bekend met betrekking tot de milieuhygiënische situatie in het plangebied. In het kader van het onderzoek zijn gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen opgevraagd bij het KLIC. Uit de hierop ontvangen gegevens blijkt dat er geen kabels of leidingen in het plangebied aanwezig zijn. Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 200 m rondom het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. In het plangebied zijn de volgende ingrepen gepland (afbeelding 3): aard ingreep:

In het noordoosten wordt een zone afgegraven tot 40 cm beneden maaiveld, aan de zuidzijde van het perceel wordt deze grond opgebracht. Van het noordwesten tot centraal in het zuidelijke deel gaat een zandpad worden aangelegd

diepte bodemverstoring:

40 cm -mv

oppervlakte bodemverstoring:

Circa 8000 m

verwachte wijziging grondwaterstand:

geen

2

10

De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. 2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Bron

Informatie

Geologische kaart van Nederland 1:50.000

Utrechts-gelders zandgebied, Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden.

Geomorfologische kaart van Nederland (afb 1:50.000) 2R2 dalvormige laagte zonder veen 3

(landsdekkende, digitale versie) (afb.4) Bodemkaart van Nederland 1:50.000

Veldpodzolgronden

4

(landsdekkende, digitale versie) (afb. 5) 5

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (afb. 6)

Het plangebied ligt duidelijk lager dan de omliggende percelen waar natuurlijk reliëf zichtbaar is.

Het landschap rond het plangebied is voor het grootste deel gevormd in het Midden en Laat Pleistoceen. Tot de voorlaatste ijstijd behoorde het grondgebied van de gemeente Barneveld tot het stroomgebied van de Maas en de Rijn. Deze rivieren hebben dikke pakketten zand en grind afgezet. Tijdens de voorlaatste ijstijd (250.000 tot 130.000 jaar geleden) rukt het landijs op tot dit deel van Nederland. Door de komst van dit landijs werden de rivieren gedwongen hun loop te verleggen, waarna ze niet meer door de omgeving van Barneveld liepen. Door de oprukkende gletsjers werden dikke pakketten rivierzand opgestuwd, waardoor stuwwallen ontstonden. Op de plaats van de naar voren bewegende gletsjerlobben ontstonden diepe glaciale bekkens. De Gelderse Vallei, waarin het plangebied ligt, is een voorbeeld van een dergelijk bekken. Het plangebied bevindt zich aan de rand van het bekken, in een gebied waar het bekken minder dan 50 m diep was. Na het smelten van het landijs werden de bekkens grotendeels opgevuld met smeltwatermeren of glaciolacustriene afzettingen. Tijdens de laatste ijstijd bereikte het landijs Nederland niet. Het eind van deze ijstijd (15.500 tot 10.000 jaar geleden) kenmerkte zich door snel op elkaar volgende klimaatwisselingen. Tijdens koudere perioden was het klimaat vaak erg droog en was er bijna geen vegetatie aanwezig.

Door de wind verstoof veel zand, waarbij vooral de fijnere delen over een grote afstand werden verplaatst. Dit zand is onder andere in de Gelderse Vallei afgezet als een dik pakket fijn, zwak lemig zand (Formatie van Boxtel, Wierden Laagpakket).6 Het plangebied bevindt zich in een relatief hoog dekzandgebied, waarvan het reliëf gevormd is in het laatste millennium van de laatste ijstijd (11.000 tot 10.000 jaar geleden).7 Het plangebied ligt opmerkelijk lager dan de omgeving (zie afbeelding 6), dit heeft deels te maken met de laagte van een beek waar het in is gesitueerd, echter lijkt het plangebied ook geëgaliseerd.

3

Alterra 2008.

4

Alterra 2014.

5

ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer. De Roode 2008.

6 7

Maarleveld & Van der Schans 1961

11

2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden In het onderzoeksgebied zijn de volgende archeologische (indicatieve) waarden en ondergrondse bouwhistorische waarden vastgesteld (zie afbeelding 7): Rijksmonument/ AMK-terrein

Omschrijving

Datering9

nederzettingscomplex

MESO-IJZT Vuurstenenconcentraties uit het Mesolithicum,

Opmerking

8

262

enkele grafheuvels uit het Neolithicum en de Bronstijd, als ook een urn uit de IJzertijd Archis 3

Omschrijving

Datering10

Opmerking

zaakidentificatie 2745911100

Geen informatie

2939631100

Steenvondst

NEO

Losse vondst

2939656100

11 grafheuvels

NEO-BRONS

Bij AMK-terrein 262

2944248100

IJzerkuilen

IJT

3030828100

Grafheuvel

NEO-BRONS

3053038100

Vindplaats 2

3053192100

Vuurstenen afslag

MESO

Bij AMK-terrein 262

Smaltoppige vuurstenen bijl met

NEO

Vondst uit 1966 bij aanleg huis

Bij AMK-terrein 262 Bij AMK-terrein 262, booronderzoek in het kader van de AMR

3142779100

vuurstenen afslagen 3175957100

Spieker

IJT

Bij AMK-terrein 262

3201973100

Vindplaats aan beekarm

IJT

Bij AMK-terrein 262

3214811100

Aardewerkfragmenten

IJT

Bij AMK-terrein 262

Archis 3

Soort onderzoek

Resultaat

Advies

zaakidentificatie 2088937100 2139991100

Geen informatie Proefsleuvenonderzoek Vuursteen vindplaats,

de vindplaats is niet

RAM184, RCE

behoudenswaardig geacht

grotendeels verstoord. Type vindplaats “logistical camp’

2220893100 2244837000

Geen informatie Proefsleuvenonderzoek

Vrijgave, geen vervolgonderzoek

ADC rapport 1935

Ten oosten van het plangebied is een AMK-monument aanwezig. Op dit terrein bevindt zich een fossiele beek, waarlangs o.a. sporen van bewoning en beakkering en grafheuvels zijn gevonden, daterend uit de prehistorie. Binnen dit AMK-monument zijn veel archeologische waarnemingen gedaan. Eén waarneming betreft een door een particulier gevonden neolithisch, stenen werktuig. Eveneens door een particulier zijn aan de rand van een uitgestoven terrein resten van een urn uit de IJzertijd aangetroffen. Tijdens booronderzoek zijn aan het maaiveld en op 30 tot 60 cm – mv vuursteenresten uit het Mesolithicum gevonden. Ook zijn aan het maaiveld aardewerkscherven uit het Neolithicum aangetroffen. Direct ten oosten van het plangebied is door een particulier een vuurstenen werktuig gevonden uit het Mesolithicum. Vlakbij deze waarneming heeft een veldkartering plaatsgevonden op een afgeplagd heideterrein, waarbij een vuurstenen kling is aangetroffen uit het Mesolithicum of het Neolithicum. Op deze locatie heeft ook karterend booronderzoek plaatsgevonden, waarbij geen archeologische waarden zijn aangetroffen. Op hetzelfde heideterrein heeft een oppervlaktekartering door een particulier plaatsgevonden, waarbij een concentratie vuurstenen werktuigen is aangetroffen, daterend uit het Paleolithicum. Op deze

8

Sinds 2014 wordt de Archeologische Monumentenkaart niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

De huidige AMK moet daarom als een statisch bestand worden beschouwd. 9

Voor een verklaring van de afkortingen, zie tabel 1.

10

Voor een verklaring van de afkortingen, zie tabel 1.

12

locatie is een opgraving uitgevoerd door de RCE11, waarbij is vastgesteld dat dit onderzoeksgebied aan een vroegere beekarm ligt. Er zijn diverse vuurstenen werktuigen gevonden, daterend uit het Paleolithicum, echter in een licht verstoorde context, mede door het afplaggen van de heide. Gesteld kan worden dat er veel activiteit is geweest over een langere periode. Ten noorden van de A1 zijn ook een aantal vondsten gedaan, het betreft hier een aantal ijzerkuilen uit de ijzertijd en stenen vondsten (voornamelijk vuursteen) daterend uit het Neolithicum. Op de gemeentelijke verwachtings- en beleidsadvieskaart12 ligt het plangebied binnen een zone met een middelhoge tot hoge verwachting, op de nieuwe beleidskaart echter in een gebied met lage verwachting (afbeelding 8). Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van een beekloop en beekdal of beekoverstromingsvlakte. Het oostelijk deel valt binnen een terrein van archeologische waarde dat het gelegen is naast een archeologische monument waar een grote hoeveelheid vondsten zijn gedaan van onder andere de Hamburgcultuur. Op de Indicatieve Kaart voor Militair Erfgoed (www.ikme.nl) valt het plangebied niet binnen een attentiegebied. 2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden De historische situatie is op verschillende kaarten als volgt: Jaartal

Bron

Kadastrale minuut (afb. 9) 1832

Historische situatie Ingedeeld als woest land met van west naar centraal zuidelijk een aangelegde watergang.

Bonnekaart (afb.10)

1871

Perceel met huidige vorm aanwezig

Bonnekaart

1890

Ongewijzigd t.o.v. vorige kaart

1913

Ongewijzigd t.o.v. vorige kaart

1931

Ongewijzigd t.o.v. vorige kaart

Bonnekaart (afb.11) Bonnekaart

13

Het plangebied is onderdeel geweest van de Kootwijkse heide met een beekloop door het westelijke deel van het plangebied. Medio de 19e eeuw in gebruik genomen als akkerbouwland in haar huidige vorm en is de beek niet meer zichtbaar binnen de grenzen van het plangebied. Het plan ligt in een gebied dat op de cultuurlandschappelijke waardenkaart14 Barneveld wordt aangeduid als beekbegeleidende broek met een zeer hoge waarde. In de toelichting staat het volgende vermeld: Bij Stroe loopt de laagte van de Houtbeek door op het Veluwemassief. Direct ten oosten van de provinciale weg wordt de laagte ingenomen door een door bos omgeven akker. Vroeger was dit een door houtwallen omgeven grasland te midden van heide. Ook het gebied ten oosten hiervan, op de Stroesche Heide, is tot deze eenheid gerekend. In de preshistorie voerde de Houtbeek hier waarschijnlijk nog water en konden zich hier mensen vestigen. In de loop der eeuwen is de laagte dichtgegroeid met veen, waarbij soms ook stuifzand werd ingestoven. Op negentiende-eeuwse kaarten is het gebiedje te zien als een moerassige laagte op de heide, met enkele watertjes, die mogelijk zijn ontstaan door turfwinning. In het kader van de natuurontwikkeling is dit gebiedje in 2005 vergraven. De nieuwe laagte komt ongeveer overeen met de vroegere laagte van de Houtbeek.

Tot deze eenheid hoort ook een op hoogtebeelden zichtbare en enigszins meanderende vochtige laagte die over de Stroesche Heide naar het zuiden loopt.

11

Rensink 2010

12

De Roode, 2008

13

Bureau Militaire Verkenningen 1871, 1890, 1913, 1931

14

Vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2018.

13

2.4

Gespecificeerde verwachting en conclusie

De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: Ja, er geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten, het plangebied ligt deels binnen een terrein van archeologische waarde en naast een archeologische monument waar veel vondsten zijn gedaan uit de periode Mesolithicum tot en met IJzertijd. Recent onderzoek heeft op 150 meter ten zuidoosten van het plangebied vondsten van de Hamburgcultuur opgeleverd, echter in verstoorde context. Er bestaat ook een grote kans dat (een groot deel van) het plangebied verstoord is geraakt in het verleden, de opdrachtgever heeft per email melding gemaakt van diepploegen in het verleden. Het plangebied ligt ruim lager dan de omgeving (tot wel 80 centimeter verschil). Het plangebied ligt in een natuurlijke laagte van een heuvelruggengebied volgens de geomorfologische kaart, echter zijn de randen van het perceel zijn te scherp met de omgeving om natuurlijk van aard te kunnen zijn. Ten opzicht van de op de AHN zichtbare beekloop ten oosten van het plangebied vertoond het plangebied tevens een geëgaliseerd karakter. Voor de gespecificeerde verwachting gelden de volgende karakteristieken: Karakteristiek

Omschrijving

datering:

Paleolithicum t/m Nieuwe tijd

complextype(n):

Artefactenvindplaats uit het Mesolithicum, sporenvindplaats vanaf het Neolithicum tot en met de IJzertijd

omvang:

Kan het gehele plangebied zijn

landschappelijke en/of geologische context:

Natuurlijke laagte in een heuvelruggencomplex

diepteligging:

Vanaf het maaiveld

locatie:

het gehele plangebied

soort vindplaats:

vindplaats met alleen een vondststrooiing en vindplaats met zowel grondsporen als een vondststrooiing

uiterlijke kenmerken:

Hoge dichtheid van stenen artefacten verwacht voor vindplaatsen uit het meso- en neolithicum, voor vindplaatsen vanaf het neolithicum worden ook grondsporen verwacht naast artefactconcentraties

conservering:

Matig tot slecht voor organisch materiaal, goed voor nietorganische artefacten.

wordt het archeologisch relevante niveau bedreigd

Ja, de graafwerkzaamheden - afgraven tot ongeveer 40 cm

door de voorgenomen werkzaamheden:

beneden maaiveld - kunnen mogelijke archeologische vindplaatsen verstoren terwijl het ophogen kans tot ‘verstikking’ heeft waardoor grondsporen niet meer te herkennen kunnen zijn.

De beantwoording van de overige onderzoeksvragen is als volgt:  Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. Geadviseerd wordt daarom een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren (zie hoofdstuk 3).

14

3

Inventariserend Veldonderzoek 3.1

Plan van Aanpak

3.1.1 Inleiding Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting (par. 2.4). Het inventariserend veldonderzoek zal bestaan uit een verkennend booronderzoek en oppervlaktekartering, indien mogelijk. De werkwijze is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en het vaststellen van (grootschalige) verstoringen, waarbij tevens rekening is gehouden met aard en diepte van de geplande ingrepen, en is afgestemd op de uitvoeringskaders van de gemeente Barneveld. Op 11 augustus 2020 is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek is vastgelegd.

Het verkennende booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen:  Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied?  Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring?  Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied?  Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP?  Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren?  In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld?  In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling?  Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? 3.1.2 Uitvoeringsplan veldwerkzaamheden Voor het beantwoorden van de in par. 3.1.1 genoemde onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode: aantal boringen: boorgrid:

10 In een raai van 7 boringen langs de zuidelijke rand en in het is deze raai aangevuld met 3 boringen tot een grid . De boringen zijn geplaatst in de zones die verstoord gaan worden.

diepte boringen:

Maximaal 2,0 m –mv, minimaal 30 cm tot in de C-horizont

boormethode:

Edelmanboor met diameter 7 cm

bemonstering:

versnijden en/of verbrokkelen

De afstand tussen de te belopen raaien bedraagt 5 meter. De X- en Y-coördinaten van de aangetroffen vindplaatsen zijn ingemeten met een GPS met een nauwkeurigheid van 2 cm. Hoewel een verkennend booronderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, zullen eventuele archeologische vondsten wel worden verzameld en (indien mogelijk) worden gedetermineerd.

15

3.2

Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)

3.2.1 Lithologische beschrijving De locatie van de boringen is weergeven in afb. 12. De boorgegevens worden gepresenteerd in bijlage 1. De laagopeenvolging is beschreven in de onderstaande tabel. Deze laagopbouw geldt voor alle boringen met uitzondering van boring 7. In deze boring is pakket 1 direct op pakket 3 aangetroffen zonder de tussenliggende verstoorde laag. Pakket

Diepte (cm –mv)

Omschrijving

1

0-40

donkerbruin grijs, sterk humeus matig fijn, bouwvoor

Interpretatie

2

40-60

sterk siltig zand

3

60-100

gevlekt donkergeel bruin, matig fijn, sterk

verstoord pakket (mogelijk door

siltig zand met zandbrokken

diepploegen)

lichtgeel grijs, matig fijn, sterk siltig zand

Dekzand, C-horizont, formatie van Boxtel Laagpakket van Wiereden

Het plangebied vertoont sporen van verstoring direct onder de bouwvoor (met uitzondering van boring 7). Het gaat hier om een verstoring die waarschijnlijk door diepploegen is ontstaan. Het plangebied vertoont niet meer het oorspronkelijke reliëf zoals zichtbaar is ten oosten van het plangebied op de AHN. In het oostelijke deel ligt het maaiveld enkele decimeters hoger dan in het westen echter vertoond de bodemopbouw geen verschil. Sporen van bodemvorming zijn niet aangetroffen in het moedermateriaal. Van de beek zoals deze aanwezig was tot medio 19e eeuw zijn geen sporen meer aangetroffen.

3.3

Conclusies

De in paragraaf 3.1.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: 

Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Het plangebied bestaat uit dekzand, vermoedelijk oud dekzand behorende tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Er zijn geen sporen van bodemvorming aangetroffen in het dekzand. In negen van de tien boringen is op gemiddeld 60 cm beneden maaiveld (18.7 m boven NAP) is een verstoord pakket aangetroffen met zandbrokken, op gemiddeld 40 cm beneden maaiveld (18,9 m boven NAP) is de bouwvoor aangetroffen. In boring 7 is de verstoorde laag niet aangetroffen, hier is de bouwvoor direct op het intacte moedermateriaal gelegen, ook zonder sporen van bodemvorming.

Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De bodemopbouw is deels verstoord over het gehele plangebied. Er is een pakket van circa 20 centimeter dikte direct onder de bouwvoor aangetroffen waarin zandbrokken is aangetroffen. Dit kan een gevolg zijn van diepploegen. Sporen van bodemvorming zijn niet aangetroffen in het moedermateriaal.

Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Nee, er zijn geen archeologisch relevante eenheden (meer) aanwezig in het plangebied.

Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Niet van toepassing

16

4

Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Nee, er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.

In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? Vanwege de gedeeltelijke verstoring van het bodemprofiel door diepploegen en het ontbreken van sporen van bodemvorming kan de verwachting bijgesteld worden naar een lage verwachting.

In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? De geplande verstoring blijft binnen het reeds verstoorde pakket.

Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Ja, het plangebied is voldoende onderzocht. Vanwege de lage ligging en de verstoringen in de ondergrond is er een lage verwachting voor het aantreffen van archeologische resten in situ. De geplande verstoringen blijven binnen het reeds verstoorde pakket.

Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

17

Literatuur Alterra, 2008: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Alterra, 2014: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Groenewoudt, B.J., 1994: Prospectie, waardering en selectie van archeologische vindplaatsen: een beleidsgerichte verkenning van middelen en mogelijkheden. Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 17). Holl, J. & J. Huizer, 2009. Camping de Bokkesprong, Stroe (gemeente Barneveld). Een bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-rapport 1935, Amersfoort Kars, H. & A. Smit (red.), 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies 1). Maarleveld, G.C. & R.P.H.P. van der Schans, 1961: De dekzandmorfologie van de Gelderse Vallei. In: Tijdschrift van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, tweede reeks 78, 22-24. Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. Rensink, E. & J.W. de Kort, 2010: Prehistorische jagers bij Stroe, Rapportage Archeologische Monumentenzorg 184, RCE, Amersfoort Roode, de F. & F.

van Oosterhout, 2008: Archeologische monumentenzorg in de gemeente Barneveld: Deel 1: beleidsnota archeologische monumentezorg; Deel 2: toelichting op de archeologische waarden- en verwachtingskaart. RAAP-rapport 1685, Weesp SIKB, 2016: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Gouda. TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Gouda (SIKB uitgave, geactualiseerde versie). Versfelt, H.J., 2003: De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland 1773-1794. Groningen.

18

Geraadpleegde websites http://archeologieinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/amk-en-ikaw http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl https://easy.dans.knaw.nl https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https://www.kadaster.nl/ https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ http://www.bodemdata.nl http://www.bodemloket.nl http://www.gahetna.nl http://www.ikme.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl http://www.topotijdreis.nl

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied Afb. 3 Ontwikkelingsplannen (bron: opdrachtgever) Afb. 4 Locatie van het plangebied op de geomorfologische kaart Afb. 5 Locatie van het plangebied op de bodemkaart Afb. 6 Locatie van het plangebied op de AHN Afb. 7 Locatie van het plangebied op de AMK, met ARCHIS-meldingen en AMK-terreinen Afb. 8 Ligging van het plangebied op de nieuwe beleidskaart Afb. 9 Locatie van het plangebied op de kadastrale minuut (bron: www.hisgis.nl) Afb. 10 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart van 1870 Afb. 11 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart van 1913 Afb. 12 Boorpuntenkaart Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden.

19

Afb. 1 Locatie van het plangebied

20

Afb. 2 Detailkaart van het plangebied

21

Afb. 3 Ontwikkelingsplannen (bron: opdrachtgever)

22

Afb. 4 Locatie van het plangebied op de geomorfologische kaart

23

Afb. 5 Locatie van het plangebied op de bodemkaart

24

Afb. 6 Locatie van het plangebied op de AHN

25

Afb. 7 Locatie van het plangebied op de AMK, met ARCHIS-meldingen en AMK-terreinen

26

Afb. 8 Ligging van het plangebied op de nieuwe beleidskaart

Afb. 9 Locatie van het plangebied op de kadastrale minuut (bron: www.hisgis.nl)

27

Afb. 10 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart van 1870

28

Afb. 11 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart van 1913

29

Afb. 12 Boorpuntenkaart

30

Bijlage 1 Boorstaten

31

32

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=c7dae630-d3d2-4692-b010-08fee267d8ed