CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

08 De Eendracht_Toelichting_Bijlage 7 Archeologisch onderzoek

Gemeenteraad 13 december 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan De Eendracht in Terschuur15.987 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAAP-RAPPORT 5033

Plangebied Terschuur-Noord Gemeente Barneveld Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 22-03-2021 Auteur: T.E. Porreij-Lyklema MA Projectcode: BATR Bestandsnaam: RAAPrap_5033_BATR_20210322 Autorisatie: ir. E.H. Boshoven

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Het bevoegd gezag heeft het rapport goedgekeurd.

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van de gemeente Barneveld heeft RAAP in februari 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Terschuur-Noord in de gemeente Barneveld. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Op basis van het bureauonderzoek werd binnen het plangebied een lage dekzandwelving verwacht en in het zuiden een beekdal/beekdaloverstromingsvlakte. De bodem in het plangebied bestaat echter uit verspoeld dekzand. Er is geen bodemvorming aanwezig. De bouwvoor gaat overwegend abrupt over in een C-horizont, waarbij de top van de C-horizont is verploegd. In de noordoosthoek (boring 7) en in het zuiden zijn beekafzettingen aangeboord, bestaande uit veen -, klei- en zandlagen. Archeologische indicatoren ontbreken. De verwachting dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, is laag. In de directe omgeving zijn meer geschiktere en hogere locaties aanwezig voor bewoning. Off-site en lokale fenomenen kunnen uiteraard niet worden uitgesloten. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied waarschijnlijk geen archeologische resten bedreigd worden.

Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumente nzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Barneveld (regioarcheoloog mevr. C. van Eijk), deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[3]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 8 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 8

2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................... 10 2.1 Methode ............................................................................................................................................ 10 2.2 Aardkundige situatie .......................................................................................................................... 11 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 15 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 17 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 22 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 23 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 24

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 27 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 27 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 27 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 30

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 31 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 31 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 31 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 31

Literatuur .......................................................................................................................................... 32 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 33

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[4]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van de gemeente Barneveld heeft RAAP in februari 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Terschuur-Noord in de gemeente Barneveld (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan.

Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[5]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Barneveld uit 2018 ligt het plangebied in een zone met een lage en middelhoge archeologische verwachting. De lage dekzandvlakte of laatglaciaal terras heeft een lage verwachting toebedeeld gekregen. De lage dekzandwelving (10-25 cm) en de dekzandwelving (25-50 cm) hebben een middelhoge verwachting. In het ‘bestemmingsplan Buitengebied 2012 geconsolideerd’ (NL.IMRO.0203.1275-0028) heeft het plangebied Waarde – Archeologie 1. Het beleid voor deze Waarde schrijft voor dat er bij bodemingrepen in een zone met een middelhoge archeologische verwachting groter dan 1.500 m 2 en dieper dan 30 cm –mv (uitgezonderd ter plaatse van een bouwvlak binnen de bestemming Agrarisch, want daar geldt een oppervlak van 2.000 m 2 ) een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Binnen het plangebied staat de aanleg van een nieuwe wo onwijk gepland. De exacte plannen en de omvang hiervan is in dit stadium nog niet bekend, maar zijn groter dan de vrijstellingsgrens.

Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. De bevoegde overheid stelt geen aanvullende eisen ten aanzien van archeologisch onderzo ek. Onderhavig plangebied betreft een gedeelte van een groter gebied plangebied. Een advies van (voormalig) regio-archeoloog mevr. P. Kloosterman luidt dat slechts in een deel van dat grotere plangebied een archeologisch onderzoek (bureau- en verkennend booronderzoek) hoeft te worden uitgevoerd, namelijk een terreindeel met oppervlak van 4,2 hectare (zie bijlage 2). RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[6]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 2. Het plangebied (rood omlijnd) geprojecteerd op de gemeentelijke archeolo gische waarden- en verwachtingskaart (2018), mede gebaseerd op de gemeentelijke aardkundige bronnenkaart (2015).

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[7]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Opdrachtgever

gemeente Barneveld

Bevoegde overheid

gemeente Barneveld

Plaats

Terschuur

Gemeente

Barneveld

Provincie

Gelderland

Centrumcoördinaten (X/Y)

163.683 / 464.417

Toponiem

Terschuur-Noord

Kadastrale gegevens

Kad.gem. Voorthuizen, Sectie A, nummer 3444 (gedeeltelijk)

Oppervlakte plangebied

4,2 hectare

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 250 m rondom het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

Februari 2021

Uitvoerder

RAAP regio Oost te Zutphen

Projectleider

T.E. Porreij-Lyklema MA

Projectmedewerkers

E.M. Witmer MA

RAAP-projectcode

BATR

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

4943993100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Oost te Zutphen en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van in zicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Welke gegevens met betrekking tot archeologische comple xen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[8]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisc h vervolgonderzoek zinvol is?

Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?

Kan het archeologisch relevante niveau gewaardeerd worden? Zo ja, wat is de waardering en zo nee, welke informatie is nodig om tot een waardering te komen?

Algemeen 

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[9]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 3 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[10]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.2 Aardkundige situatie Geologische situatie (Weerts e.a., 2006)

Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek.

Geomorfologische situatie (Koomen & Maas, 2004)

Volgens de gemeentelijke aardkundige bronnenkaart (2015 ; figuur 2) ligt in circa de noordelijke helft van het plangebied een dekzandwelving (25-50 cm). De randzone hiervan is grotendeels aangemerkt als lage dekzandwelving (10-25 cm). In het zuiden van het plangebied is een beekdal en beekoverstromingsvlakte aanwezig . Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) ligt het plangebied geheel binnen een zone met een dalvormige laagte , bestaande uit ondiepe dalen (<5 m; steilste verhang <1º en max hoogteverschil binnen de vorm is 0,25-0,5 m). Vanaf grofweg het midden neolithicum t/m de vroege bronstijd was er een fase van verslechterde waterafvoer in west - en midden Nederland (circa 4300 t/m 1850 v. Chr.). In relatief laaggelegen gebieden ontbrak na de dekzandvorming een natuurlijk drainagestelsel. Regenwater stagneerde en gebieden werden geïnundeerd met water uit bovenstrooms gelegen beeksystemen en vanuit kwelzones langs de voet van omliggende heuvels. Hierdoor konden hoge grondwaterstanden optreden. Al in het vroeg -holoceen vond veenvorming plaats. 1 Volgens de paleogeografische kaart vond binnen het plangebied tussen circa 1500-500 v. Chr. veenvorming plaats. Rond 1250 na Chr. is het veen binnen het plangebied van het kaartbeeld verdwenen (figuur 4).

Ouderdom geomorfologische structuur

Laat-Pleistoceen / Vroeg-holoceen. Beekdal tevens Holoceen.

Bodemkundige situatie

Volgens de gemeentelijke aardkundige bronnenkaart (2015) is ter plekke van de (lage)dekzandwelving een hydropodzol aanwezig. In het zuiden van het plangebied worden venige beekdalgronden verwacht. De Bodemkaart van Nederland (1:50.000; figuur 3) geeft een iets ander beeld weer: gooreerdgronden in het noorden van het plangebied, bestaande uit lemig fijn zand (code pZn23) en zandige beekdalgronden in het zuiden (code ABz). Het uiterste zuiden bestaat uit bebouwd gebied en is niet gekarteerd.

Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen

De onderzijde van de A-horizont wordt ter plekke van de (lage) dekzandwelving verwacht tussen 0-30 cm –mv. Ter plekke van het beekdal/beekoverstromingsvlakte in het zuiden van het plangebied wordt de onderzijde van de A-horizont verwacht tussen 0-50 cm –mv.

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.

1

Scholte Lubberink e.a. 2015.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[11]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 3. Het plangebied geprojecteerd op de bodemkaart van Nederland (1:50.000).

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[12]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 4. Het plangebied geprojecteerd op paleogeografisch kaartmateriaal..

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[13]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 5. Het plangebied geprojecteerd op het AHN3.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[14]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan Buitengebied 2012 geconsolideerd (NL.IMRO.0203.1275-0028)

Gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart

Dubbelbestemming ‘waarde-archeologie 1’. Het beleid voor deze Waarde schrijft voor dat er bij bodemingrepen in een zone met een middelhoge archeologische verwachting groter dan 1.500 m 2 en dieper dan 30 cm –mv (uitgezonderd ter plaatse van een bouwvlak binnen de bestemming Agrarisch, want daar geldt een oppervlak van 2.000 m 2 ) een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Lage en middelhoge archeologische verwachting: -

Laag: lage dekzandvlakte of laatglaciaal terras

-

Middelhoog: lage dekzandwelving (10-25 cm) en dekzandwelving (25-50 cm)

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

Bekende archeologische gegevens In de directe omgeving van het plangebied zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. Het dichtstbijzijnde AMK-terrein ligt op een afstand van iets meer dan een kilometer ten westen van het plangebied. Dit AMK-terrein heeft een hoge archeologische waarde (monumentnummer 3680). Het betreft een groot terrein (Klaarwaterse Brug/Hoevelakense weg) met resten uit het meso- en/of neolithicum en de middeleeuwen. Er zijn vuurstenen artefacten en middeleeuwse aardewerkfragmenten aangetroffen bij een zandafgraving in 1964. Tevens is sprake van een cultuurlaag op circa 0,4 m –mv (ouderdom onbekend) met hierboven sporen van middeleeuwse bewoning. Bekende vondstlocaties, geregistreerd in Archis3, bevinden zich eveneens niet in de directe omgeving van het plangebied, maar pas buiten een straal van 1800 m afstand. Wel zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. In tabel 4 is hiervan een overzicht gegeven binnen een afstand van 250 m van het plangebied. Wanneer de vindplaatsen en hun landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het plangebied, dan blijkt dat de bodem in een groot deel van de terreinen verstoord is tot (diep) in de C-horizont (dekzand). AMK-terrein 3680 ligt evenals onderhavig plangebied langs de Hoevelakensche beek. Op basis van het AHN3 lijkt een deel van het terrein zich op een dekzandwelving te bevinden.

De gemeentelijke verwachtingskaart geeft voor deze dekzandwelving een hoogte van 25-50 cm, overeenkomstig de dekzandwelving binnen onderhavig plangebied.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[15]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Zaakidentificatienummer

Resultaat/advies

Opmerking

2244529100

Het plangebied ligt grotendeels in een zone met een lage archeologische verwachting. In eerste instantie is alleen voor een zone met een hoge archeologische verwachting karterend booronderzoek aanbevolen (Oosterhout, 2008). In een later stadium bleek deze zone naar verwachting verstoord en doordat de ingrepen dermate beperkt zijn is geen inventariserend veldonderzoek aanbevolen (Zielman, 2009).

Adviesdocument RAAP (Oosterhout, 2008 en Zielman, 2009)

2179284100

Het betreft de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart

RAAP (de Roode & van Oosterhout, 2008)

2266448100

De bodem in het plangebied is grotendeels verstoord. Er is geen restant van een oorspronkelijke podzolbodem aangetroffen in het dekzand. In het noorden van het plangebied is sprake van verspoeld dekzand. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

Bureau- en karterend booronderzoek Synthegra (Hagens e.a. 2009)

2406034100

Betreft een bureauonderzoek t.b.v. de verbetering Knooppunt Hoevelaken.

Bureauonderzoek Arcadis. Rapport niet beschikbaar in Archis3.

Tabel 4. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Op 4 februari 2021 is een verzoek gedaan aan de AWN voor aanvullende gegevens (Afdeling 14, Vallei- en Eemland) en aan de Oudheidkundige en Historische Vereniging ‘OUD BARNEVELD’. Vanuit de Historische Vereniging ‘OUD BARNEVELD’ is aangegeven dat het boek van Gerjan Crebolder over Terschuur en het boek ‘Barneveld 1939-1945’ van Gerjan en Tijs v.d. Brink (Schaffelaar-reeks nr. onbekend en Schaffelaar-reeks nr. 25 aanwezig in het gemeente-archief Barneveld) informatie zou kunnen verschaffen over de Tweede Wereldoorlog. Aangezien de opdrachtgever reeds een interne memo met betrekking tot explosievenonderzoek binnen het plangebied heeft toegezonden, waarin een interview met dhr. Van Putten (9 jaar aan het eind van de oorlog en woonachtig op het terrein) is opgenomen, zijn bovengenoemde Schaffelaar-reeksen niet geraadpleegd. Informatie omtrent de Tweede Wereldoorlog wordt omschreven in §2.4 en bijlage 3. Vanuit de AWN is tot op heden nog geen reactie ontvangen.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[16]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 6. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied.

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. Uit deze analyse blijkt dat binnen het plangebied vrijwel geen bebouwing aanwezig is geweest. Alleen in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw staat in het centraal -oostelijk deel van het plangebied een gebouw aangegeven. Op de kadastrale minuut van omstreeks 1832 (figuur 7a) was het plangebied in

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[17]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

gebruik als weiland (beige), bouwland (lichtgroen) en bos (donkergroen). Vanaf 1900 t/m de jaren ’30 van de vorige eeuw staan houtwallen aangegeven langs de westzijde van het plangebied en dwars door het centrale deel van het plangebied. Vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw is het terrein ten oos ten van het plangebied bebouwd. Binnen het plangebied en haar directe omgeving zijn geen Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, MIP-objecten en/of overige bouwhistorische waarden aanwezig.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[18]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 7. Het plangebied geprojecteerd op divers historisch-geografisch kaartmateriaal.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[19]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 8. Het plangebied geprojecteerd op divers historisch -geografisch kaartmateriaal, vervolg.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[20]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

S

Figuur 9. Het plangebied geprojecteerd op een RAF-luchtfoto van 8 april 1945 (Photo 4052, Run 01, Flight 244).

Tweede Wereldoorlog Op een RAF-luchtfoto uit 1945 staan geen WOII-gerelateerde bijzonderheden aangegeven. Binnen het plangebied lijken zich twee of drie kleine gebouwtjes te bevinden. De opdrachtgever heeft een interne memo met betrekking tot explosievenonderzoek binnen het plangebied doorgestuurd, waarin een verklaring voor deze fenomenen wordt gegeven door dhr. Van Putten (9 jaar aan het eind van de oorlog). Deze memo is als bijlage 3 bijgevoegd. Uit de memo blijkt dat de hierboven genoemde fenomenen kippenhokken (en mogelijk een pinkenstal) waren. Enkele van deze kippenhokken zijn in 1944/1945 gebruikt om dorpsbewoners onder te brengen die in de gevarenzone woonden van de spoorlijn.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[21]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Duitse soldaten hebben aan het eind van de oorlog enkele dag en een geschut (getrokken door vier paarden) op de brug over de beek voor de boerderij gestald. Deze opstelling is niet beschoten en na enkele dagen zijn de Duitsers weer vertrokken met het geschut. Aangegeven is dat er geen militaire objecten op het terrein hebben gestaan. Er zijn geen wapens achtergebleven of gedumpt. De boerderij en het land is niet beschoten of gebombardeerd en er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik

Weiland

Hoogteligging maaiveld

Tussen circa 5,4 m +NAP in het noorden en 4,4 m +NAP in het zuiden van het plangebied.

Grondwatertrap of –stand

-

noorden plangebied: grondwatertrap VI = H 40-80 L >120

-

zuiden plangebied: grondwatertrap III = H <40 L 80-120

-

kleine zone in noordoosthoek en centraal -oosten plangebied: grondwatertrap II = H<40 L 50-80

Milieutechnische condities

Uit verkennend bodemonderzoek is geconcludeerd dat geen/nauwelijks bodemverontreiniging aanwezig is. De verhoogde waarden asbest vallen buiten onderhavig plangebied.

Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)

Naar verwachting geen. Mogelijk zijn nog restanten aanwezig van oude(pluimvee)schuren.

Locatie en diepte van kabels/leidingen

Binnen het plangebied zijn volgens de klic geen kabels en leidingen aanwezig.

Tabel 5. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[22]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 10. Het plangebied afgebeeld op een recente luchtfoto (Triplesat_201808).

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard

Binnen het plangebied zal woningbouw worden gerealiseerd.

Omvang en diepte

Nog onbekend. De verwachting is dat de ingrepen dieper reiken dan het archeologisch niveau.

Invloed op maaiveld en grondwater

-

Toekomstig gebruik

Wonen

Toekomstige gebruiker

Particulier

Tabel 6. De toekomstige situatie.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[23]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager-verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. Binnen het plangebied is naar verwachting een dekzandwelving aanwezig, grenzend aan een beekdal/beekdaloverstromingsvlakte. Dekzandwelvingen zi jn in principe bewoonbaar geweest (kampementen).

Dergelijke vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) spreiding van vuurstenen werktuigen en –afval. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens en. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Indien dekzandwelvingen aanwezig zijn kunnen archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (late prehistorie) worden verwacht. Volgens de paleogeografische kaart is het plangebied tussen circa 1500 en 500 v. Chr afgedekt geraakt met veen (vanaf de midden bronstijd). Pas vanaf circa 1250 n Chr. is dit veen van het kaartbeeld verdwenen. Gedurende deze periode zal het gebied naar verwachting grotendeels te nat zijn geweest voor bewoning. Op basis van historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. Archeologische resten van nederzettingen (huisplaatsen en bijbehorende erven) uit de periode laat neolithicum t/m de middeleeuwen zijn over het algemeen 500 tot 2.000 m 2 in omvang en kenmerken zich door een strooiing van archeologische indicatoren (vondst-/cultuurlaag) en de aanwezigheid van een sporenniveau.

Ook archeologische resten van grafvelden kunnen niet worden uitgesloten evenals resten die verband houden met agrarische activiteiten (perceelsgreppels, waterpu tten, waterkuilen e.d.). Grafvelden zijn in een boring veel moeilijker te herkennen vanwege het plaatselijke karakter van het type vindplaats en het veelal ontbreken van een vondstlaag. Uit de nieuwe tijd worden enkel resten

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[24]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

van perceelsgrenzen verwacht (sloten, houtwallen e.d.) en mogelijk nog resten van de kippenschuren uit de eerste helft van de 20 e eeuw. (Diepte)ligging Direct onder de bouwvoor. Fysieke kwaliteit In hoeverre agrarische activiteiten de natuurlijke ondergrond hebben geroerd is niet bekend. Uit bodemkundig onderzoek is gebleken dat in veel boringen een donkerbruin pakket van circa 40 cm overgaat in een lichtgrijs pakket. Mogelijk is sprake van een afgetopte C -horizont. Op een recente luchtfoto (figuur 10) lijkt de C-horizont deels aan het oppervlak te liggen (lichtgrijze zones). Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten ontbreken is mogelijk sprake van een slechte conservering van de archeologische resten (met uitzondering van dieper ingegraven resten). Overzicht De archeologische verwachting en de verschillende deelaspecten daarvan, zoals hiervoor beschre ven, zijn samengevat in tabel 7. Daarnaast zijn de prospectiekenmerken met betrekking tot de verwachte archeologische resten in figuur 11 schematisch verbeeld. Archeologische periode

Complextype

Omvang

Kenmerken

Diepteligging

Gaafheid

Paleolithicum t/m neolithicum

(jacht-) kampementen

<200 m 2

Geclusterde strooiing van overwegend vuursteen

Onder bouwvoor

onbekend

Laat-neolithicum t/m middeleeuwen (midden bronstijd tot late middeleeuwen naar verwachting te nat voor bewoning)

nederzetting

Huisplaatsen: 500-2.000 m 2

Cultuurlaag, vondststrooiing en sporenniveaus

Onder bouwvoor

onbekend

Nieuwe tijd

agrarische activiteiten

n.v.t.

Aanwezigheid van vondst- en spoorniveau

Vanaf bouwvoor

onbekend

Tabel 7. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[25]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 11. Diagram voor archeologische vondst - en spoorcomplexen. Rode kader: aanduiding van de situatie in het plangebied.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[26]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van onderhavig bureauonderzoek. Het veldonderzoek is uitgevoerd op 22 februari 2021. In het plangebied zijn 25 boringen verricht in een grid van 40 bij 50 m in drie noordwes t-zuidoost georiënteerde raaien (figuur 13). Ten behoeve van de optimale spreiding versprongen de boorpunten ten opzichte van de volgende raai 40 m van elkaar, waardoor een systeem van gelijkbenige driehoeken ontstond. Er is geboord tot maximaal 190 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm) en een gutsboor (2 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie -instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssyste em van RAAP (Deborah3; zie bijlage 5) en met behulp van een GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van het AHN3. Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).

3.2 Resultaten 3.2.1

Veldwaarnemingen

Het terrein bestaat uit grasland en is erg nat. Aan de zuidzijde van het terrein lagen waterplassen aan het oppervlak. Het reliëf, zoals te zien op het AHN3, is duidelijk herkenbaar. Aan het maaiveld ligt her en der (baksteen-)puin en plastic. Het perceel is tevens in gebruik geweest als maisland; verspreid over het terrein liggen maisstoppels.

Figuur 12. Impressie van het plangebied en de veldwerkzaamheden (met E.M. Witmer).

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[27]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 13. Boorpuntenkaart.

3.2.2

Geologie en bodem

De bodem in het noorden en centrale deel van het plangebied bestaat overwegend uit een bouwvoor van circa 30-40 cm dik, abrupt overgaand in licht(geel)grijs matig tot zwak siltig zand (AC-profiel). Het zand is zeer tot matig fijn en bevat enkele grindjes. Met name de top is gebioturbeerd. Het sediment bevat enkele planten-/houtresten en/of humusvlekken. Het zand is vrij los van structuur, is nat en bevat enkele ijzervlekken. Het sediment is geïnterpreteerd als verspoeld dekzand. Er is geen bodemvorming aanwezig. Tevens ontbreekt een plaggendek. In het zuiden van het plangebied en in het uiterste noordoosten van het plangebied zijn beekafzettingen aanwezig. Tevens is veen aangeboord. In het zuiden van het plangebied bestaan de beekafzettingen overwegend uit een afwisseling van mineraalarm, kleiig en/of zandig veen en zeer fijn tot matig fijn

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[28]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

zand en zandige klei. De beekafzettingen zijn vaak humeus en bevatten hout - en/of plantenresten. In boring 18 zijn klei- en humuslaagjes aangeboord. In het zuiden is meer veen aanwezig dan in het noorden. In enkele veenlagen is ingestoven zand aanwezig. Op de overgangszone tussen de beekafzettingen en het verspoelde dekzand zijn beide typen sediment aanwezig.

Figuur 14. Boorpuntenkaart met interpretatie.

Op basis van het bureauonderzoek werd in het noorden en centrale deel van het plangebied een dekzandwelving verwacht. Op basis van de boorresultaten kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een dekzandwelving maar van verspoeld dekzand. In enkele boringen waren aanwijzingen voor verstoven zand, zoals bijvoorbeeld boring 8 waar onder de bouwvoor en boven het verspoelde dekzand nog een 10 cm dik zeer fijnzandige laag aanwezig is. Een deel van dit (secundair) verstoven dekzand zal in de bouwvoor zijn opgenomen.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[29]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3.2.3

Archeologische indicatoren

Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen anders dan enkele puinspikkels-/fragmenten in de bouwvoor. Deze indicatoren vormen geen aanwijzing voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Boringen 4, 7 en 11 hebben een afwijkende bodemopbouw. Naar verwachting gaat het om resten van een houtwal en/of sloot zoals afgebeeld op onder ander de topografische kaart van 1933.

3.3 Archeologische relevantie Op basis van het bureauonderzoek werd een dekzandwelving verwacht. De bodem in het plangebied bestaat echter uit verspoeld dekzand (mogelijk in de top lichtelijk overstoven). Het sediment is vrij los en bevat planten- en houtresten en enkele grindjes. Soms is enige gelaagdheid aanwezig. Ook tijdens onderzoek op circa 230 m ten westen van het plangebied is verspoeld dekzand aangetroffen (zaakidentificatienummer 2266448100; Hagens e.a. 2009). Er is geen bodemvorming aanwezig. De bouwvoor gaat overwegend abrupt over in een C-horizont, waarbij de top van de C-horizont is verploegd. In de noordoosthoek (boring 7) en in het zuiden zijn veen en beekafzettingen aangeboord. Op de overgang van de zone met beekafzettingen naar de zone met verspoeld dekzand is nog een dun kleilaagje aanwezig tussen de bouwvoor en het verspoelde dekzand. Archeologische indicatoren ontbreken. De verwachting dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, is laag. In de directe omgeving zijn meer geschiktere en hogere locaties aanwezig voor bewoning. Off-site en lokale fenomenen kunnen uiteraard niet worden uitgesloten.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[30]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: Op basis van het bureauonderzoek werd binnen het plangebied een lage dekzandwelving verwacht en in het zuiden een beekdal/beekdaloverstromingsvlakte. De bodem in het plangebied bestaat echter uit verspoeld dekzand. Er is geen bodemvorming aanwezig. De bouwvoor gaat overwegend abrupt over in een C-horizont, waarbij de top van de C-horizont is verploegd. In de noordoosthoek (boring 7) en in het zuiden zijn beekafzettingen aangeboord, bestaande uit veen -, klei- en zandlagen. Archeologische indicatoren ontbreken. De verwachting dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, is laag. In de directe omgeving zijn meer geschiktere en hogere locaties aanwezig voor bewoning. Off-site en lokale fenomenen kunnen uiteraard niet worden uitgesl oten.

4.2 Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied waarschijnlijk geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologi sche Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Barneveld (regioarcheoloog mevr. C. van Eijk), deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[31]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Literatuur Hagens, D., H. Kremer & E.A. Schorn, 2009. Bureauonderzoek en karterend veldonderzoek d.m.v. boringen, Hoevelakenseweg 198-200 te Terschuur. Synthegra-rapport S090410. Synthegra bv. Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Oosterhout, F. van, 2008. Adviesdocument t.b.v. aanleg (brom) fietspad Eendrachtstraat tussen Zwartebroek en Terschuur, gemeente Barneveld. RAAP-adviesdocument 290. RAAP Archeologisch Adviesbureau , Weesp. Roode, F. de (deel 1) & F. van Oosterhout (deel 2), 2008. Archeologische monumentenzorg in de gemeente Barneveld: Deel 1: beleidsnota archeologische monumentenzorg; Deel 2: toelichting op de archeologische verwachtingskaart. RAAP-rapport 1682. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Scholte Lubberink, H.B.G., L.J. Keunen en N.W. Willemse, 2015. Op het kruispunt van de vier windstreken; Synthese Oogst voor Malta onderzoek de Gelderse Vallei (Utrechts -Gelders zandgebied) Nederlandse Archeologische Rapporten (NAR) 48. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Weerts, H., J. Schokker, K.

Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. Zielman, G., 2008. Adviesdocument t.b.v. de herinrichting van de Eendrachtstraat tussen Zwartebroek en Terschuur, gemeente Barneveld. RAAP-adviesdocument 359. RAAP Archeologisch Adviesbureau , Weesp.

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[32]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

5

Figuur 2. Het plangebied (rood omlijnd) geprojecteerd op de ge meentelijke archeologische waardenen verwachtingskaart (2018), mede gebaseerd op de gemeentelijke aardkundige bronnenkaart (2015).

7

Figuur 3. Het plangebied geprojecteerd op de bodemkaart van Nederland (1:50.000).

12

Figuur 4. Voorbeeld bijschrift figuur.

13

Figuur 5. Het plangebied geprojecteerd op het AHN3.

14

Figuur 6. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plan gebied.

17

Figuur 7. Het plangebied geprojecteerd op divers historisch -geografisch kaartmateriaal.

19

Figuur 8. Het plangebied geprojecteerd op divers historisch -geografisch kaartmateriaal, vervolg.

20

Figuur 9. Het plangebied geprojecteerd op een RAF-luchtfoto van 8 april 1945 (Photo 4052, Run 01, Flight 244).

21

Figuur 10. Het plangebied afgebeeld op een recente luchtfoto (Triplesat_201808).

23

Figuur 11. Diagram voor archeologische vondst- en spoorcomplexen. Rode kader: aanduiding van de situatie in het plangebied.

26

Figuur 12. Impressie van het plangebied en de veldwerkzaamheden (met E.M. Witmer).

27

Figuur 13. Boorpuntenkaart.

28

Figuur 14. Boorpuntenkaart met interpretatie.

29

Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.

8

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.

11

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

15

Tabel 4. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

16

Tabel 5. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

22

Tabel 6. De toekomstige situatie.

23

Tabel 7. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

25

Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Advies gemeente t.b.v. archeologisch onderzoek Bijlage 3. Interne memo Explosievenonderzoek (aangeleverd door de opdrachtgever) Bijlage 4. Motivatie geraadpleegde bronnen Bijlage 5. Boorbeschrijvingen

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[33]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering

Tijdperk

Recente tijd

- 1945 C

Nieuwe tijd

- 1850

B

- 1650

A

- 1500

Laat B Laat A D: Ottoonse tijd

Vroeg

Middeleeuwen

C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd

A: Volksverhuizingstijd Laat

Romeinse tijd

Midden

Vroeg Laat

IJzertijd

Midden

Vroeg Laat

Bronstijd

Midden

Prehistorie

Vroeg Laat

Neolithicum (Nieuwe Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Mesolithicum (M idden Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Paleolithicum (Oude Steentijd)

Jong B Jong A Midden

- 1250 - 1050 - 900 - 725

- 525 - 450

- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000

- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700

- 12.500 - 16.000

- 35.000 - 250.000

Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[34]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 2. Advies gemeente t.b.v. archeologisch onderzoek

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[35]

Advies archeologisch onderzoek Datum adviesaanvraag: 23 oktober 2019 Datum advies: 26 oktober 2019 Aanvrager: Chris van Geerestein

Advies: wel archeologisch onderzoek Locatiegegevens: Terschuur Noord, Terschuur (BV0494) Kadastrale gegevens: kadastrale gemeente Voorthuizen, sectie A, nummer 3444, 3146, 3555, 2365, 3153, 3192, 3450, 3449 en 3194 (o.a.) Plan: woningbouw Terschuur-Noord Archeologische waarden- en verwachtingenkaart De nieuwe archeologische waarden- en verwachtingenkaart van Barneveld1 (zie onderstaande afbeelding) geeft binnen het plangebied (blauwe contour) het volgende aan: • Groen: lage verwachting; lage dekzandvlakte of laatglaciaal terras • Geelgroen: lage dekzandwelving 10-25 cm met een middelhoge verwachting • Geel: middelhoge verwachting; dekzandwelving 25-50 cm

Afbeelding 1. Uitsnede nieuwe beleidskaart.

1

Door de gemeenteraad vastgesteld op 25 april 2018.

Aanvullende informatie Momenteel wordt er onderzocht of het mogelijk is woningbouw te realiseren in het plangebied ten noorden van Terschuur. Op de archeologische beleidskaart heeft het terrein gedeeltelijk een middelhoge verwachting. Langs de Eendrachtsstraat kan deze middelhoge verwachting echter naar laag worden bijgesteld. De bestaande bebouwing en het gebruik van de erven zal de bodem zeer waarschijnlijk verstoord hebben. Interessanter is de dekzandwelving met een hoogte van 25-50 cm, in geel op afbeelding 1. Deze verhoging is op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, ahn.nl) ook waarneembaar, het maaiveld ligt hier ca. 40 cm hoger dan op omringende percelen. Opvallend is dat op de geomorfologische kaart het plangebied in een dalvormige laagte zou moeten liggen. Dit zou de verwachting van het perceel echter aanzienlijk verlagen. Ook de bodemkaart is geraadpleegd. Daarop is dezelfde vorm op het westelijk deel van het plangebied te herkennen als op de beleidskaart. Volgens de bodemkaart zou hier sprake zijn van een gooreerdgrond. Dit type gronden komt vooral voor op de overgang naar hogere gebieden. Hierdoor blijft de middelhoge verwachting voor de gele ‘Barbapapa’ gehandhaafd. Advies Geadviseerd wordt voor het deel van het plangebied met de dekzandwelving van 25-50 archeologisch onderzoek te laten onderzoek d.m.v. een bureau- en booronderzoek.

In afbeelding 1 is dit gebied met een rode contour aangegeven. Het booronderzoek dient verkennend van aard te zijn. Cultuurlandschap Het plan ligt in een gebied dat op de cultuurlandschappelijke waardenkaart2 Barneveld wordt aangeduid als verdroogde veenontginning met een lage waarde. De plannen zijn niet strijdig met de cultuurlandschappelijke waarde. Beoordeeld door P. Kloosterman, regio-archeoloog

2

Vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2018.

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 3. Interne memo Explosievenonderzoek (aangeleverd door de opdrachtgever)

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[36]

INTERNE MEDEDELING BESTEMD VOOR: DATUM ONDERWERP VAN

: : : :

KOPIE AAN

:

Ruimtelijke Projecten, Chris Geerestein 2 februari 2021 Project Terschuur Noord, Explosieven Richard Verduijn (ODDV)

Betreft: beoordeling verdachte objecten binnen het woningbouwproject Terschuur Noord Inleiding: Binnen het plangebied zijn meerdere (mogelijk) militaire onderkomens aangegeven op de gemeentelijke CE-Risicokaart. De Risicokaart is gebaseerd op het gemeentebrede vooronderzoek, uitgevoerd door de firma Expload, kenmerk RN-14037-2.0, dd. 27 oktober 2015. Onderaan deze memo is een kaartuitsnede uit de Risicokaart toegevoegd (met in blauw aangegeven het plangebied). Interview met oud bewoner: Op 7 januari 2021 heb ik een interview gehad met de heer Gert van Putten, wonende aan de Eendrachtstraat 33 in Terschuur, over mogelijke militaire objecten op het land waar nieuwbouw is gepland. De heer van Putten was 9 jaar aan het eind van de oorlog. Hij woonde met zijn ouders op de boerderij, nu Sandersstraat nr. 5 in Terschuur. Noord van de boerderij waren de bijbehorende landerijen gesitueerd waarop de mogelijk militaire objecten zijn aangegeven. De heer van Putten weet veel te vertellen over de oorlog vooral in de omgeving van de boerderij. Hij heeft zelfs een boek uitgegeven over verzetshelden uit Terschuur en omgeving. Met de heer van Putten heb ik alle objecten in de landerijen nagelopen wat de functie ervan was tijdens de oorlog. Het merendeel van de opstallen bleken kippenhokken en een pinkenstal.

Enkele kippenhokken zijn in 44/45 gebruikt om dorpsbewoners onder te brengen, die in de gevarenzone woonden van de spoorlijn. Duitse soldaten hebben aan het eind van de oorlog enkele dagen een geschut (getrokken door 4 paarden) op de brug over de beek voor de boerderij gestald. Deze opstelling is niet beschoten en na enkele dagen zijn de Duitsers weer vertrokken met het geschut. In de loop van de oorlog zijn er ook enkele Duitse soldaten ingekwartierd bij de familie van Putten. Deze opname van Duitse soldaten was een verplichting vanuit de bezetter. De soldaten sliepen in het hooi op de deel van de boerderij. Conclusie: De informatie van de heer van Putten beschouw ik als zeer betrouwbaar en bruikbaar, omdat hij nog zoveel tot in detail weet van de oorlog. Er hebben geen militaire objecten maar wel (pluim)veestallen in de landerijen van de familie van Putten gestaan. Er zijn geen wapens achtergebleven of gedumpt. De boerderij en het land is niet beschoten of gebombardeerd. Advies: Er is verder geen onderzoek nodig naar explosieven uit de Tweede Wereld Oorlog. m.vr.gr. Richard Verduijn medewerker Bodem/CE-adviseur Omgevingsdienst de Vallei Tel: 088-1169876

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 4. Motivatie geraadpleegde bronnen

Geologische kaart van NL

x

Geomorfologische kaart van NL

x

Gedetailleerde bodemkaarten

x

DINO

x

Gegevens milieukundig bodemonderzoek

x

Actueel Hoogtebestand Nederland

x

Lucht- en satellietfoto’s

x

Topografische kaart van Nederland

x

Oud(st)e kadasterkaarten

x

Historische kaarten van Nederland

x

Beeldmateriaal bouwhistorie x

Archieven (RAAP)

x

Eigenaar en gebruiker

x

AMK

x

ARCHIS

x

CMA

x

CAA

x

CHW

x

Literatuur (arch./aardwet.)

x

Gebiedsgerichte specialisten

x

Amateurarcheologen

x

Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart

x

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

Opmerking

x

Archeologische en cultuurhistorische rapportages

Archeologisch depot

Bevat geen (nieuwe) relevante informatie

x

Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied

Bodemkaart van NL

Geraadpleegd, niet afgebeeld

Bron

Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven

LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (+ indien van toepassing)

x

[37]

Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 5. Boorbeschrijvingen

RAAP-rapport 5033 / versie 22-03-2021

[38]

Boorbeschrijvingen inclusief lithologisch profiel Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld (BATR)

Boring: BATR_1 Kop algemeen: Projectcode: BATR, Boornummer: 1, Beschrijver(s): LT/EW, Datum: 22-02-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 190 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 163769.831, Y-coördinaat in meters: 464323.797, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 4.587, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Barneveld, Opdrachtgever: gemeente Barneveld, Uitvoerder: RAAP Oost 0 / 4.59 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zand- en kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 40 / 4.19 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: zeer fijn, Consistentie: compact Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: zf/mf, gevlekt 50 /

4.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 75, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: zeer fijn, Consistentie: compact Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: ly-zb 75 / 3.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 85, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: zwak kleiig, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd) Laag opmerking: Opmerking: zandbij, zeggeveen?zf 85 / 3.74 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd), Plantenresten: hout-spoor (<1%) 100 / 3.59 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: zwak kleiig, Sublagen1: kleilagen-enkele-dik, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd) 125 / 3.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 125, Ondergrens laag in cm: 140,

Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: zeggeveen 140 / 3.19 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 140, Ondergrens laag in cm: 150, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Mediaanklasse: uiterst fijn, Schelpresten: schelp (onbepaald)-gruis-spoor (<1%), Plantenresten: resten (onbepaald)-spoor (<1%), Lithogenese: beekafzettingen 150 / 3.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 150, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 160, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: sterk zandig, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd), Consistentie: matig stevig 160 / 2.99 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 160, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 180, Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: zwak zandig, Sublagen1: zandlagen-enkele-dun, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd), Consistentie: slap, Plantenresten: resten (onbepaald)-spoor (<1%) 180 / 2.79 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 180, Ondergrens laag in cm: 190, Boortype en diameter: zandguts-2 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel:

matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Consistentie: compact, Lithogenese: beekafzettingen Laag opmerking: Opmerking: zf Einde boring 190 / 2.69

bron: Batr.geojson - 09-03-2021 14:46:10

Boorbeschrijvingen inclusief lithologisch profiel Plangebied Terschuur-Noord, gemeente Barneveld (BATR)

Boring: BATR_2 Kop algemeen: Projectcode: BATR, Boornummer: 2, Beschrijver(s): LT/EW, Datum: 22-02-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 163753.629, Y-coördinaat in meters: 464355.582, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 4.866, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Barneveld, Opdrachtgever: gemeente Barneveld, Uitvoerder: RAAP Oost 0 / 4.87 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 4.57 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: zeer fijn Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Laag opmerking: Opmerking: ZF/MF, gevlekt 40 / 4.47 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=227ec2d3-0126-400d-bb86-377a2d36a70e