07 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Kapweg 34 en 36_Motivering Bijlage 6 Onderzoek huismus Kapweg 34-36
Tekst van het document
AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK Florafaunacontrole.nl Kooiweg 7 3927 EB Renswoude
AANVULLEND ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Tel: Email: IBAN: KvK nr: BTW id:
06-40402482 info@vanveldhuisen.com NL64RABO0379797747 92496954 NL866075070B01
2
HET PLANGEBIED AAN DE KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK. DE INITIATIEFNEMER IS VOORNEMENS OM DE HUIDIGE, REEDS LEEGSTAANDE STALLEN TE SLOPEN (AANGEGEVEN IN ROOD OP DE KAART) DE WOONHUIZEN EN OVERIGE OPSTALLEN BLIJVEN BEHOUDEN. ACHTER NR. 34 ZAL EEN NIEUW BIJGEBOUW WORDEN GEREALISEERD, ZIE BIJLAGE 2 VAN DIT RAPPORT. BRON: WWW.PERCEELLOEP.NL
Opdrachtgever: Contactpersoon: Kenmerk rapport: Datum veldbezoek: Datum rapport: Versie:
Landborg Dhr. G van Ingen 25FF014-02, soortgericht onderzoek Huismus Zie pagina 8 23 april 2025, aangepast op d.d. 28-04-2025 n.a.v. opmerking Mevr. S. WijnbergerLange per mail d.d. 25-04-2025 1.0
Naam
Opgesteld door: Gecontroleerd door: Vrijgegeven door: Aangepast, kwetsbare periode huismus
Akkoord
Mevr. A. Smits Mevr. A. Smits en dhr. E.J. van Veldhuisen Dhr. E.J. van Veldhuisen Dhr. E.J. van Veldhuisen
Datum
22-04-2025 23-04-2025 23-04-2025 28-04-2025
AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 2 van 16
3
Inhoudsopgave 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................................................................................. 4 1.2 Doel .................................................................................................................................................................................... 4 2. OMSCHRIJVING PERCEEL .................................................................................................................................................. 5 2.1 Huidig gebruik perceel ....................................................................................................................................................... 5 2.2 Toekomstig gebruik perceel ............................................................................................................................................... 6 3. VOORGESCHIEDENIS ........................................................................................................................................................
6 3.1 Voorgaand onderzoek ........................................................................................................................................................ 6 4. ONDERZOEKSMETHODE ................................................................................................................................................... 7 4.1 Opzet.................................................................................................................................................................................. 7 4.2 Onderzoeksmethode huismus ........................................................................................................................................... 8 4.3 Veldbezoek......................................................................................................................................................................... 8 5. RESULTATEN ONDERZOEK ................................................................................................................................................ 9 5.1 Huismus ............................................................................................................................................................................. 9 6.
CONCLUSIE EN ADVIES ................................................................................................................................................... 11 6.1 Conclusie .......................................................................................................................................................................... 11 6.2 Advies ............................................................................................................................................................................... 12 BIJLAGE 1. BRONNEN ......................................................................................................................................................... 13 BIJLAGE 2. FOTO OVERZICHT .............................................................................................................................................. 14 BIJLAGE 3. NATUURWETGEVING EN BELEID ....................................................................................................................... 15 Omgevingswet ...................................................................................................................................................................... 15
AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 3 van 16
4
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van Landborg heeft Florafaunacontrole.nl een soortgericht onderzoek naar de aanwezigheid van de huismus uitgevoerd. Het plangebied is gelegen aan de Kapweg 34-36 te Kootwijkerbroek. De aanleiding voor dit verzoek is de voorgenomen sloop van reeds leegstaande veestallen. De huidige woningen met bijgebouw, omliggende tuin en meest oostelijk gelegen bedrijfsgebouw blijven behouden. Achter nr. 34 zal een nieuw bijgebouw worden gerealiseerd.
Figuur 1.1- tekening Landborg – De rood gearceerde pluimveestallen zullen geamoveerd worden.
Aangezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van beschermde natuurwaarden is er in het kader van de Omgevingswet (Ow) een QuickScan natuur uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde werkzaamheden (rapport FloraFaunacontrole.nl-25FF014 - d.d. 18 februari 2025). Uit de QuickScan is naar voren gekomen dat de bestaande veestallen mogelijk fungeren als vaste rust- en/of verblijfplaats voor de huismus. Indien dat het geval is, heeft de ruimtelijke ingreep mogelijk consequenties voor deze soort en worden mogelijk verbodsbepalingen uit de Omgevingswet overtreden. Om deze reden is geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren naar de functionaliteit van het plangebied voor deze soort.
1.2 Doel Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: 1. Zijn er huismussen aanwezig in het plangebied? 2. Welke functie(s) heeft het plangebied voor deze soort? 3. Leidt de ingreep tot overtreding van verbodsbepalingen Omgevingswet? 4. Wat kan worden gedaan om (mogelijke) schade aan beschermde soorten en hun verblijfplaats te voorkomen? 5. Is een vergunning Flora- en Fauna activiteit noodzakelijk? AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 4 van 16
5
2. Omschrijving perceel 2.1 Huidig gebruik perceel Het plangebied is te vinden aan de Kapweg 34-36 te Kootwijkerbroek in de gemeente Barneveld, provincie Gelderland. Op dit perceel was een melkveehouderij en fokkerij gevestigd, de bedrijfsactiviteiten zijn reeds gestaakt. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande stallen (aangegeven in rood op de kaart) te slopen. De meest oostelijk gelegen werktuigenstalling, de woningen en bijgebouw inclusief omliggende tuin en vijvers blijven behouden.
Figuur 2.1 Bron Bron www.perceelloep.nl (aangepast) - Bestaande situatie. De rode bebouwing toont de huidige bebouwing die zal worden gesloopt.
AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 5 van 16
6
2.2 Toekomstig gebruik perceel De ingrepen zijn permanent van karakter en betreffen: *Amoveren van de bebouwing, stal 1, 2 en de werktuigenstalling (3), zie figuur 2.1. *Afvullen van de ontstane bouwputten met zand/grond. *Bouwrijp maken van het terrein achter huisnummer 34. *Realiseren nieuw bijgebouw achter huisnummer 34, zie bijlage 2 van dit rapport. *Netjes afwerken landschappelijk inrichten van het terrein.
3. Voorgeschiedenis 3.1 Voorgaand onderzoek Uit de QuickScan natuur (rapport FloraFaunacontrole.nl-25FF014 - d.d. 18 februari 2025) is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk verblijfplaatsen van de huismus aanwezig zijn. De stallen hebben geen openingen waardoor een potentiële nestlocatie te bereiken zou zijn, behoudens de lichtkoepel bovenop stal 2. De agrarische activiteiten zijn reeds gestaakt en op basis van ervaring verdwijnen de huismussen vaak wanneer er geen voer meer voorhanden is. Daarbij zijn de openingen bij de lichtkoepel beperkt en kwetsbaar voor predatie van bijvoorbeeld ratten, echter het voorkomen van nestlocaties in de te slopen bebouwing kan niet met één veldbezoek worden uitgesloten. De beoogde sloop zal geen groene delen of geschikt leefgebied aantasten, aangezien deze elementen vooral in het groen rond de bestaande woningen ligt en behouden blijven. De locatie zal landschappelijk worden ingericht door de aanplant van inheemse bomen en onderbeplanting.
Figuur 3.1 De lichtkoepel sluit niet strak aan op het dak Bron: eigen fotomateriaal
Voorafgaand aan de werkzaamheden dient aanvullend onderzoek naar de huismus worden uitgevoerd door middel van twee veldbezoeken in de periode 1 april t/m 15 mei. Daarmee kan de aan- of afwezigheid van huismussen worden vastgesteld. (Conform Kennisdocument B12, Huismus 2023). Bevindingen met betrekking tot de huismus: Rapport FloraFaunacontrole.nl – 25FF014 - d.d. 18 februari 2025). AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 6 van 16
7
4. Onderzoeksmethode 4.1 Opzet Op de planlocatie kan de aanwezigheid van de huismus niet worden uitgesloten. Voor de huismus is een bepaalde onderzoeksmethode en inspanning vereist op basis van de ecologie van de soort.
Huismus De huismus is 14 tot 16 centimeter lang en weegt gemiddeld 30,2 gram: man 24 – 37 gram, vrouw 25 – 35 gram). Het mannetje en vrouwtje verschillen van uiterlijk. Huismussen zijn sterk geassocieerd met mensen. De nestplaats is in de regel gebonden aan bebouwing. Voor zijn voedsel is de huismus sterk afhankelijk van wat de mens hem al dan niet bewust biedt. Deze voedselbron moet continu aanwezig zijn. De broedtijd is meestal van begin april tot en met augustus, maar in maart kan er ook al gebroed worden (afhankelijk van het weer). Meestal worden per paar per jaar twee tot drie legsels grootgebracht. De nestbouw begint al in maart. Ook buiten de broedperiode wordt aan het nest gebouwd en wordt het nest gebruikt als slaapplaats. Huismussen zijn in tegenstelling tot veel andere vogels ’s ochtends rond zonsopkomst nog niet erg actief met zingen. De activiteit neemt toe, één tot twee uur na zonsopkomst. Aan het eind van de ochtend neemt de zangactiviteit weer af. Op de gezamenlijke slaapplaatsen, schuilplaatsen en foerageerplaatsen wordt gedurende de dag vaak volop gekwetterd en getjilpt.
Figuur 4.1 Huismus mannetje en vrouwtje.
Huismus Om de aanwezigheid van een nest vast te stellen is gebruik gemaakt van richtlijnen die zijn opgenomen in het kennisdocument van de huismus (BIJ12, 2023). Zie het citaat hieronder. De aanwezigheid van een nest van een huismus kan als volgt worden aangetoond: Een nest indicatieve waarneming: • een nest/nestbouw; • bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats. Het nest zelf is vaak niet zichtbaar, maar grassprieten of veertjes steken uit; • transport van voedsel of ontlasting pakketjes; • bedelende jongen in nest. Vlak voor het uitvliegen zijn de jongen goed te horen en steken hun kopjes uit de nestopening. Een waarneming in potentieel broedbiotoop Minimaal een waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart tot en met 20 juni van: • een zingend mannetje (veelal vanaf een hoge plaats zoals een dakgoot); • een paartje bij een potentiële nestplaats; • balts, paring of ander gedrag waaruit geconcludeerd kan worden dat er nesten aanwezig moeten zijn.
AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 7 van 16
8 4.2 Onderzoeksmethode huismus Ten aanzien van de huismus zijn tussen 1 april en 15 mei 2024 twee veldbezoeken uitgevoerd, met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen, in de ochtenduren tussen 8.00 uur en 12.00 uur. Tijdens de veldbezoeken is gelet op de aanwezigheid van roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends) vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Tevens is gedurende de veldbezoeken in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal of voedsel) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Op basis van de veldbevindingen is bepaald of er broedlocaties van de huismus aanwezig zijn op het terrein. De onderzoeksinspanning is volgens hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de huismus (BIJ12).
4.3 Veldbezoek Het veldbezoek is uitgevoerd door E.J. van Veldhuisen, gecertificeerd Fauna inspecteur en gecertificeerd Flora-Faunacontroleur, ruime ervaring in faunabeheer en ruimtelijke ontwikkelingen. Tijdens het onderzoek was een verrekijker, zaklamp, binoculaire warmtebeeldcamera en holtecamera voorhanden. Met de warmtebeeldcamera kunnen eventueel aanwezige soorten op lichaamswarmte worden waargenomen. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 11ºC. De windsnelheid lag beneden de 4 beaufort, het was helder tot half bewolkt en er was geen sprake van neerslag (zie onderstaand tabel). Datum
Type onderzoek
Tijdsduur Onderzoek
Weer
Tempratuur
03-04-2025
Huismus
09.00-10.00
Wind gemiddeld O 3bft Zonnig Geen neerslag
11°C
16-04-2025
huismus
10.00-11.00
Wind gemiddeld ZW 2Bft Half bewolkt Geen neerslag
12C
Dit onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van het bevoegd gezag. Zo is voldaan aan de onderzoeksinspanning die vereist is om een eventuele vergunning Flora- en Fauna activiteit te kunnen verkrijgen, of is in afdoende mate aangetoond dat de onderzochte soorten en gebiedsfuncties niet binnen het onderzochte gebied aanwezig zijn. Een inventarisatie is een steekproef gebaseerd op momentopnames. Hierdoor kan niet worden uitgesloten dat soorten en functies die niet waargenomen zijn op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat de Wet natuurbescherming een initiatiefnemer vraagt te doen wat redelijkerwijs verwacht kan worden. Met de gekozen onderzoeksmethode en inspanning is voldoende invulling gegeven aan artikel 11.27 Bal) specifieke zorgplicht Flora-Fauna-activiteiten. Met het onderhavige onderzoek heeft de initiatiefnemer gedaan wat redelijkerwijs verwacht kan worden.
AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 8 van 16
9
5. Resultaten onderzoek 5.1 Huismus Dit hoofdstuk geeft een overzicht van waarnemingen en vastgestelde gebiedsfuncties. Huismus Nesten: De nestplaats van een huismus is in de regel gebonden aan bebouwing. De huismus broedt in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. Huismussen zijn uitgesproken standvogels, die zich meestal niet meer dan enkele honderden meters van de broedplaats verwijderen. In het broedseizoen blijven ze dichterbij de broedplaats. Het zijn sociale dieren: broeden, foerageren, baltsen, stofbaden nemen, slapen en uitzwermen na de broedperiode zijn allemaal activiteiten die in groepsverband plaatsvinden. In de te amoveren rundveestallen zijn geen vaste rust- of verblijfplaatsen geconstateerd tijdens de bezoeken. Er werd geen gedrag waargenomen behorend bij een nestlocatie, roestplek of sociale kwetterlocatie. De te amoveren bebouwing vormt geen essentiële rust- of verblijfplaats voor de huismus. Functioneel leefgebied: De habitat van een huismus moet bestaan uit een combinatie van plekken voor nestgelegenheid, voedsel (voor volwassen en jongen), dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken en klimplanten, coniferen, klimop), plekken voor stofbaden en drinkwater.
Het gebied rond de te slopen opstallen bestaat voornamelijk uit verharding, met de voorgenomen ontwikkeling wordt er geen groen weggenomen. Op het gehele erf zijn er voldoende mogelijkheden om te foerageren voor de huismus door de aanwezigheid van insecten en beplanting rondom de te behouden woningen. Door de werkzaamheden wordt er geen essentieel leefgebied weggenomen doordat deze elementen behouden blijven. Waarnemingen omgeving: Op de woning en in de tuin van de woning (nr. 34) zijn huismussen waargenomen en is nestindicatief gedrag van huismussen waargenomen. Onder het dakvlak, ter plaatse van de kilgoten zie foto’s op pagina 14 van deze rapportage, van deze gebouwen bevinden zich meerdere (ca. 3st) nestlocaties van de huismus. Het gebied rondom de vastgestelde nestlocaties van de huismus maken deel uit van het functioneel leefgebied. Op deze plaatsen zijn een afwisseling van stofplekken, inheems groen en bomen, groenblijvende struiken en planten, water en voedsel aanwezig. Deze elementen blijven behouden (zie figuur 5.1).
AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 9 van 16
10
Plangebied
Nestlocaties woonhuis en bijgebouw
Essentieel Leefgebied
Waarnemingen
Figuur 5.1: Overzicht van waarnemingen, aangetroffen nestlocaties en leefgebied van de huismus (indicatief weergegeven).
Algemene broedvogels: De beoogde sloopwerkzaamheden leiden niet tot aantasting van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus. Wel zal er bij de uitvoering van de sloop rekening moeten worden gehouden met algemene broedvogels die in de bebouwing kunnen broeden. De locatie kan daarom pas worden vrijgegeven voor de werkzaamheden wanneer er aan randvoorwaarden voor algemene broedvogels wordt voldaan. Om het verstoren en/of beschadigen van nesten tijdens de sloopwerkzaamheden te voorkomen, dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (circa 15 maart - 15 juli) uitgevoerd te worden. Aangetroffen broedende vogels en in gebruik zijnde nesten worden te allen tijde gespaard, ook buiten het reguliere broedseizoen. Deze mogen ook niet worden verstoord. Bij het aantreffen van een broedgeval dient een ecoloog ingeschakeld te worden en wordt een beschermingszone van rondom het nest gehanteerd. Binnen deze zone mogen geen werkzaamheden uitgevoerd worden totdat het is vrijgegeven.
AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 10 van 16
11
6. Conclusie en advies 6.1 Conclusie Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: 1. Zijn er huismussen aanwezig in het plangebied? Ja 2. Welke functie(s) heeft het plangebied voor deze soort? Daadwerkelijke plangebied geen essentiële functie. 3. Leidt de ingreep tot overtreding van verbodsbepalingen Omgevingswet? Nee 4. Wat kan worden gedaan om (mogelijke) schade aan beschermde soorten en hun verblijfplaats te voorkomen? Werkzaamheden uitvoeren buiten broedperiode 5. Is een vergunning Flora- en Fauna activiteit noodzakelijk? Nee
Huismus: In de periode april 2025 is onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van de huismus conform de bepalingen uit het kennisdocument (BIJ12, 2023). Nesten: In de te amoveren bebouwing zijn geen vaste rust- of verblijfplaatsen geconstateerd tijdens de bezoeken. Er werd geen gedrag waargenomen behorend bij een nestlocatie, roestplek of sociale kwetterlocatie. De te amoveren bebouwing vormt geen essentiële rust- of verblijfplaats voor de huismus. Functioneel leefgebied: Het gebied rond de te slopen opstallen bestaat voornamelijk uit verharding, met de voorgenomen ontwikkeling wordt er geen groen weggenomen. Op het gehele erf zijn er voldoende mogelijkheden om te foerageren voor de huismus door de aanwezigheid van insecten en beplantingen. Door de werkzaamheden wordt er geen essentieel leefgebied weggenomen door dat deze elementen behouden blijven. Waarnemingen omgeving: Op de woning en in de tuin van de woning (nr. 34) zijn huismussen waargenomen en is nestindicatief gedrag van huismussen waargenomen. Onder het dakvlak, ter plaatse van de kilgoten zie foto’s op pagina 14 van deze rapportage , van deze gebouwen bevinden zich meerdere (ca. 3st) nestlocaties van de huismus. Het gebied rondom de vastgestelde nestlocaties van de huismus maken deel uit van het functioneel leefgebied.
Op deze plaatsen zijn een afwisseling van stofplekken, inheems groen en bomen, groenblijvende struiken en planten, water en voedsel aanwezig. Deze elementen blijven behouden. Er is geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen van de Omgevingswet Art. 11.28 Bal). Algemene broedvogels: Om het verstoren en/of beschadigen van nesten van algemene broedvogels tijdens de sloopwerkzaamheden te voorkomen, dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (circa 15 maart - 15 juli) uitgevoerd te worden. Aangetroffen broedende vogels en in gebruik zijnde nesten worden te allen tijde gespaard, ook buiten het reguliere broedseizoen. Deze mogen ook niet worden verstoord. Bij het aantreffen van een broedgeval dient een ecoloog ingeschakeld te worden en wordt een beschermingszone van rondom het nest gehanteerd. Binnen deze zone mogen geen werkzaamheden uitgevoerd worden totdat het is vrijgegeven.
AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 11 van 16
12 6.2 Advies *Tijdens de verdere inrichtingswerkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). *Om het verstoren en/of beschadigen van nesten van algemene broedvogels tijdens de sloopwerkzaamheden te voorkomen, dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (circa 15 maart - 15 juli) uitgevoerd te worden. Aangetroffen broedende vogels en in gebruik zijnde nesten worden te allen tijde gespaard, ook buiten het reguliere broedseizoen. Deze mogen ook niet worden verstoord. Bij het aantreffen van een broedgeval dient een ecoloog ingeschakeld te worden en wordt een beschermingszone van rondom het nest gehanteerd. Binnen deze zone mogen geen werkzaamheden uitgevoerd worden totdat het is vrijgegeven. *Op een dergelijk erf is er door de aanwezigheid van (bouw)machines altijd al sprake van een bepaalde mate van verstoring, echter zullen de sloopwerkzaamheden meer verstoring met zich meebrengen op het te behouden gebied waar de essentiële functionaliteiten liggen. Om verstorende effecten door de werkzaamheden te voorkomen zal er buiten de broedperiode van de huismus gesloopt moeten gaan worden (zie tabel 6.2 voor de meest gunstige periode). Voorafgaand aan de sloop zal er eerst nog controle moeten plaatsvinden op de aanwezigheid van nesten van de huismus en eventuele broedgevallen.
Figuur 6.2 Groen=meest geschikte periode voor de sloopwerkzaamheden.
*Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Als er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige groenstructuren in de omgeving om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken. *Tijdens de werkzaamheden zal dit onderzoek op locatie aanwezig moeten zijn. *Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct gestopt te worden met de werkzaamheden en contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. *In veel gemeenten wordt er gewerkt met een puntensysteem om bestaande natuurwaarden te behouden en te versterken, hiervoor dient dan een plan opgesteld te worden met welke soorten er rekening wordt gehouden en welke bestaande natuurwaarden er worden versterkt. Het natuur inclusief bouwen biedt met relatief simpele en goedkope oplossingen een plekje voor planten en dieren die het hard nodig hebben. Het plan ten aanzien van de biodiversiteit is geen onderdeel van dit onderzoek maar kan op aangeven van onze opdrachtgever, eventueel door ons uitgewerkt worden. AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 12 van 16
13 *Door het uitvoeren van bovengenoemde maatregelen wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen worden overtreden en aan de zorgplicht wordt voldaan.
Bijlage 1. Bronnen www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.infomil.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.arcgis.com www.waarneming.nl www.bij12.nl www.kadastralekaart.com www.rijksoverheid.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl www.earth.google.com www.vleermuisprotocol.nl
Gebruikte literatuur BIJ12 Kennisdocument Huismus (Passer domesticus). Netwerk Groene Bureaus Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet Natuurbescherming.
Florafaunacontrole.nl is de handelsnaam van E.J. van Veldhuisen B.V.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Florafaunacontrole.nl kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 13 van 16
14
Bijlage 2. Foto overzicht
In de woning (nr. 34) buiten de daadwerkelijke planlocatie zijn meerdere nestlocaties (3st) vastgesteld. Deze woning blijft behouden.
AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 14 van 16
15
Bijlage 3. Natuurwetgeving en beleid Omgevingswet Algemene zorgplicht (afd. 1.3 OW): Een ieder is verantwoordelijk voor een veilige en gezonde leefomgeving, door nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk te voorkomen, te beperken en ongedaan te maken. Dit geldt altijd, tenzij er een specifieke zorgplicht betrekking op de handeling heeft. Algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (Par. 5.1.1 Ow) Flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelingen Natura 2000-activiteit (vergunningsplicht indien kans op significante gevolgen op Natura 2000 gebied, zie Hoofdstuk 8 van dit rapport)
Flora- en fauna-activiteit betreft een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten, dan gelden de regels in; Art. 11.27 Bal (specifieke zorgplicht) Art. 11.28 Bal (voorkomen onnodig lijden dieren) Paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal: vergunningplicht bij schadelijke handelingen, regels vergunningsvrije gevallen (via gedragscodes, vrijstellingen in de omgevingsverordening of ministeriele regeling) Specifieke zorgplicht Flora-Fauna-activiteiten (art. 11.27 Bal) Iedereen die activiteiten uitvoert die nadelige gevolgen kunnen hebben, moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. Dit wordt verder uitgewerkt in art. 11.27, 2e lid Bal: Nagaan of er aanwijzingen zijn van aanwezigheid beschermde en bedreigde soorten Indien ja; vaststellen of nadelige gevolgen voorkomen kunnen worden Indien niet te voorkomen, dan; passende preventieve maatregelen of passende herstelmaatregelen Naast de specifieke zorgplichten zijn er 3 categorieën beschermingsregimes (par. 11.2.2 t/m 11.2.4 Bal): Par. 11.2.2 Bal: Vogelrichtlijnsoorten Par. 11.2.3 Bal: Habitatrichtlijnsoorten + conventie van Bern l+ll & conventie van Bonn l Par. 11.2.4 Bal: Nationaal beschermde soorten Rode lijst soorten; alleen beschermd indien op lijsten, beschermd onder EU-richtlijnen of onder de specifiek zorgplicht.
AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK
Pagina 15 van 16
16
Florafaunacontrole.nl Kooiweg 7 3927 EB Renswoude
Tel: 06-40402482 AANVULLEND ONDERZOEK HUISMUS KAPWEG 34-36 TE KOOTWIJKERBROEK Email: info@vanveldhuisen.com IBAN: NL64RABO0379797747 KvK nr: 92496954 BTW id: NL866075070B01 Pagina 16 van 16