CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Putterweg IV_Toelichting_Bijlage 6 Quickscan ecologie, Arcadis, 25 april 2018.pdf

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Putterweg IV, Garderen.6.232 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ECOLOGISCHE QUICK SCAN Sloopwerkzaamheden Koningin Julianaschool, Ds. J. Fraanjeschool, Eben-Haëzerschool, kinderdagverblijf Iepenhof en dorpshuis de Koepel te Gemeente Barneveld Gemeente Barneveld

25 APRIL 2018

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

Contactpersonen H.B. BOUMAN Adviseur ecologie

T +31 611562389 M +31 611562389 E Herman.Bouman@arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam Nederland

R. MULDERS Junior consultant ecologie

T +31625001131 M +31625001131 E remy.mulders@arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland

REMY MULDERS Ecoloog

Arcadis Nederland B.V. Postbus 56825 1040 AV Amsterdam Nederland

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

2 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

5

INLEIDING

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Leeswijzer

6

PLANGEBIED EN INGREEP

7

2.1

Huidige situatie en voorgenomen ingreep

7

2.1.1

Koningin Julianaschool aan de Dr. Albert Schweitzerlaan, Barneveld

7

2.1.2

Kinderdagverblijf aan de Iepenhof, Barneveld

7

2.1.3

Ds. J. Fraanjeschool en de Eben-Haëzerschool aan de Lijsterstraat, Barneveld

8

2.1.4

Dorpshuis aan de putterweg, Garderen

9

SOORTBESCHERMING

11

3.1

Wettelijk kader

11

3.2

Methode

11

3.3

Resultaten

12

3.4

Effectbeschrijving en -beoordeling

13

3.5

Toetsing

14

3.5.1

Vogelrichtlijnsoorten

14

3.5.2

Habitatrichtlijnsoorten

15

3.6

Mitigerende maatregelen

15

CONCLUSIE EN VERVOLGSTAPPEN

16

4.1

Conclusie

16

4.2

Soortgericht onderzoek

16

4.3

Gebiedsbescherming

16

BRONNEN

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

17

3 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

BIJLAGEN BIJLAGE A WETTELIJK KADER WET NATUURBESCHERMING

18

BIJLAGE B FOTO-IMPRESSIE

22

COLOFON

27

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

4 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

De gemeente Barneveld is voornemens om op drie verschillende locaties projecten te gaan starten, zijnde het slopen een vijftal gebouwen: van de Koningin Julianaschool aan de Dr. Albert Schweitzerlaan in Barneveld (1), de sloop van een kinderdagverblijf aan de Iepenhof in Barneveld (2) en het herontwikkelen van de Eben-Haëzerschool (3) en de voormalige Ds. J. Fraanjeschool (4) aan de Lijsterstraat in Barneveld, alsmede het slopen van het dorpshuis aan de Putterweg in Garderen (5), Figuur 1.

1 2 5

3 4

Figuur 1: Kaartweergave te slopen gebouwen. 1) Koningin Julianaschool, 2) Kinderdagverblijf, 3) Eben-Haëzerschool, 4) Fraanjeschool, 5) Dorpshuis.

Door de voorgenomen ingreep is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb). Zie Bijlage A voor een beschrijving van het wettelijk kader van deze soortbescherming. Gemeente Barneveld heeft Arcadis gevraagd hiervoor een quick scan op te stellen om eventuele negatieve effecten op beschermde soorten en gebieden en benodigde vervolgstappen in het kader van de Wnb in beeld te brengen. Deze quick scan richt zich alleen op beschermde soorten. De locatie in Garderen is gedeeltelijk onderdeel van het Natuurnetwerk Gelderland (NNG) en wordt omringd door Natura 2000 gebied, namelijk de Veluwe op circa 200 meter afstand. Voor deze locatie dient de bestemmingswijziging getoetst te worden, hiervoor dient tevens te worden bepaald of er sprake is van een verandering in stikstofdepositie. Gezien de locatie en lokale aard van de voorgenomen werkzaamheden worden voor de overige locaties geen directe of indirecte negatieve effecten op beschermde gebieden verwacht. Er zijn voor de andere locaties geen vervolgstappen noodzakelijk in relatie tot de onderdelen van de Wnb met betrekking tot beschermde gebieden en/of Natura 2000 gebieden. De overige locaties maken geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Een nadere toetsing aan de kaders voor Natuurnetwerk Nederland, is daarom niet aan de orde.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

5 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

1.2

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk is een beknopte beschrijving van het plangebied in de huidige situatie opgenomen, evenals een beschrijving van de voorgenomen ingreep. Hoofdstuk 3 betreft de toetsing aan de Wnb, hierin is per complex een beschrijving opgenomen van de aanwezigheid van beschermde soorten met effectbeschrijving en toetsing. Hoofdstuk 4 geeft conclusies en aanbevelingen voor de noodzakelijke vervolgstappen. Bijlage A beschrijft het wettelijk kader van de Wnb en bijlage B geeft een foto-impressie van de plangebieden.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

6 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

2

PLANGEBIED EN INGREEP

2.1

Huidige situatie en voorgenomen ingreep

De voorgenomen werkzaamheden beslaan vijf verschillende gebouwen.

2.1.1

Koningin Julianaschool aan de Dr. Albert Schweitzerlaan, Barneveld

De Koningin Julianaschool aan de Dr. Albert Schweitzerlaan in Barneveld is een grondgebonden, vierkant, bakstenen gebouw met boeiboorden en omgeven met bomenrijen. De school ligt middenin een vrij groene woonwijk nabij het Oosterbos.

Figuur 2. Locatie van de school aan de Dr. Albert Schweitzerlaan in Barneveld.

De school wordt gesloopt om plaats te maken voor woningbouw.

2.1.2

Kinderdagverblijf aan de Iepenhof, Barneveld

Het kinderdagverblijf aan de Iepenhof in Barneveld is een vrij klein grondgebonden, vierkant, bakstenen gebouw. Het kinderdagverblijf ligt in dezelfde groene woonwijk als de Koningin Julianaschool. Het ligt enigszins achteraf in een woonwijk aan een doodlopende weg.

Figuur 3. Overzicht van het kinderdagverblijf aan de Iepenhof in Barneveld.

De kinderopvang wordt gesloopt om plaats te maken voor woningbouw.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

7 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

2.1.3

Ds. J. Fraanjeschool en de Eben-Haëzerschool aan de Lijsterstraat, Barneveld

De Eben-Haëzerschool (3) en de voormalige locatie van de Ds. J. Fraanjeschool (4) aan de Lijsterstraat in Barneveld staan naast elkaar, om deze reden zijn beide gebouwen samengenomen als een plangebied. Het plangebied bestaat uit twee oude schoolgebouwen, beide vierkante gebouwen met deels platte daken. De Ds. J. Fraanjeschool heeft ook schuine daken met dakpannen. Rondom beide gebouwen staan diverse inheemse volgroeide bomen van enige leeftijd.

3

4

Figuur 4. Schoolgebouwen aan de Lijsterstraat in Barneveld.

Beide gebouwen dienen gesloopt te worden, met een jaar ertussen, waarbij mogelijk een aantal van de omliggende bomen gekapt wordt, Figuur 5.

Figuur 5: Inventarisatie omliggende bomen plangebied Lijsterstraat.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

8 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

2.1.4

Dorpshuis aan de putterweg, Garderen

Het plangebied aan de Putterweg 1 in Garderen bestaat uit het oude dorpshuis, omringd door enkele laanbomen en uitkijkend op vrij open, agrarisch landschap. Het dorpshuis zelf is aan vervanging toe; nu is het een vierkant gebouw met een plat dak en bakstenen muren.

Figuur 6. De projectlocatie aan de Putterweg 1 in Garderen.

Op deze locatie wordt het oude dorpshuis gesloopt en wordt ruimte gemaakt voor woningbouw en een nieuwe parkeerplaats. De werkzaamheden zullen voornamelijk plaatsvinden op de verharde delen. Er worden geen bomen gekapt.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

9 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

Het perceel overlapt het natuurnetwerk van Gelderland en bevindt zich op circa 200 meter afstand van Natura 2000-gebied de Veluwe, Figuur 7 en Figuur 8.

Figuur 7: Dorpshuis Garderen (rood omlijnd) ten opzichte van het natuurnetwerk Gelderland (NNG).

Figuur 8: Dorpshuis Garderen (rood omlijnd) ten opzichte van het Natura2000-gebied de Veluwe (Groen).

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

10 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

3

SOORTBESCHERMING

3.1

Wettelijk kader

De soortenbescherming van de Wnb regelt de bescherming van in het wild voorkomende planten en dieren. De Wnb kent drie verschillende beschermingsregimes: • Vogelrichtlijnsoorten. • Habitatrichtlijnsoorten. • Andere soorten . De verbodsbepalingen zijn een belangrijk onderdeel van de Wnb. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en beschermde planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet toegestaan om de directe leefomgeving van beschermde soorten, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren (artikelen 3.1 Vogelrichtlijnsoorten, 3.5 Habitatrichtlijnsoorten en 3.10 Andere soorten). Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11). De Provincie Gelderland heeft uit de lijst van ‘andere soorten’ diersoorten aangewezen waarvoor een vrijstelling geldt en dus geen ontheffing van verbodsbepalingen voor hoeft te worden aangevraagd, tabel 1. De zorgplicht is in alle gevallen van toepassing. Tabel 1: Soorten waarvoor (tijdelijke) vrijstelling geldt in de Provincie Gelderland.

Zoogdieren Amfibieën Konijn Aardmuis Ondergrondse woelmuis Bastaardkikker Bosmuis Ree Bruine kikker Dwergmuis Rosse woelmuis Gewone pad Dwergspitsmuis Tweekleurige bosspitsmuis Kleine watersalamander Egel Veldmuis Meerkikker Gewone bosspitsmuis Vos Hermelijn Wezel Haas Woelrat Huisspitsmuis

Voor soorten waarvoor in Gelderland geen vrijstelling geldt, moet - wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt- een ontheffing worden aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd waardoor een verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden. Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt af of voldaan wordt aan de voorwaarden. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan, verschillen per beschermingscategorie. Een nadere toelichting op het wettelijk kader is opgenomen in Bijlage A.

3.2

Methode

Ten behoeve van deze quick scan is een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie, zoals verspreidingsgegevens van de verspreidingsatlassen en gegevens uit Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar. Het veldbezoek is uitgevoerd op door H. Bouman, ecoloog van Arcadis. Het onderzoek bestond uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Dit is een veldonderzoek waarbij op basis van de fysieke kenmerken van het plangebied een indicatie wordt gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Tijdens het veldbezoek is hiertoe globaal geïnventariseerd of en welke soorten (mogelijk) in en om het gebied aanwezig zijn. Hierbij is aandacht besteed aan alle relevante soortgroepen en beoordeeld of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast bij ontwikkelingen.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

11 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

3.3

Resultaten

De volgende tabel geeft een overzicht van de functie van het plangebied voor verschillende soortgroepen op basis van bureaustudie (www.verspreidingsatlas.nl en NDFF) en veldonderzoek. In de bijlage C zijn foto’s van de bevindingen opgenomen. Tabel 2: Aanwezigheid en functie leefgebied beschermde soorten per soortgroep. Soortgroep

Bureauonderzoek en veldbezoek

Conclusie

Planten

Er zijn in de buurt van het plangebied geen recente waarnemingen bekend van beschermde planten (www.verspreidingsatlas.nl, NDFF). De beplanting in de plangebieden bestaat uit bomen, hagen en gras. Echter, de omgeving van de gebouwen is veelal bestraat. Door het antropogene karakter van het plangebied en het gebrek aan open water zijn groeiplaatsen van beschermde planten uitgesloten.

De aanwezigheid van beschermde planten kan worden uitgesloten.

Broedvogels (nestplaats gedurende broedperiode beschermd)

In de omgeving van het plangebied zijn in de afgelopen vijf jaar veel waarnemingen bekend van broedvogels met beschermde nestplaats gedurende het broedseizoen. Stadsvogels zoals onder andere merel, koolmees en houtduif, alsmede watergebonden soorten als meerkoet, waterhoen reigeren eenden soorten, maar ook minder algemene soorten als bosuil en gekraagde roodstaart. Gedurende het broedseizoen kunnen in de bomen en het struweel broedende vogels worden verwacht. Ook is het mogelijk dat vogels gedurende deze periode broeden op de bebouwing en in eventuele nestkasten.

De aanwezigheid van broedvogels tijdens het broedseizoen kan niet worden uitgesloten.

Broedvogels (nestplaats jaarrond beschermd)

In de omgeving van het plangebied zijn qua verspreidingsgegevens en via recente waarnemingen de ooievaar, huismus en steenuil (NDFF) bekend. Tijdens het veldbezoek zijn sporen (uitwerpselen) van steenuilen aangetroffen in de schuurtjes op de locatie te Garderen (zie bijlage B). In de bomen binnen de plangebieden zijn geen nesten waargenomen. De schuine daken van de Ds. J. Fraanjeschool biedt mogelijk geschikte nestlocaties voor huismussen, voor gierzwaluwen is het dak echter te laag. De beplanting in de omgeving van de school fungeert mogelijk als foerageergebied en vaste rust- en verblijfplaats voor de huismus.

De aanwezigheid van steenuilen in de schuurtjes op de locatie te Garderen kan niet worden uitgesloten. De aanwezigheid van broedende huismussen kan niet worden uitgesloten voor de schuine daken van de Ds. J. Fraanjeschool.

Grondgebonden zoogdieren

Uit de verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl) zijn de boommarter, steenmarter, das en eekhoorn beschermde soorten die verwacht kunnen worden in de gemeente Barneveld. In de omgeving van het plangebied zijn recente waarnemingen bekend van de steenmarter, boommarter en eekhoorn. Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van individuen en/of sporen die daarop wijzen. De bebouwing biedt geen geschikte openingen voor aanwezigheid van marters. Aangezien het schoolgebouwen betreft zou gebruik door marters opvallen en zou dit bekend zijn door overlast. Er zijn geen overlast meldingen bekend wat deze aanname bevestigd. In de bomen binnen de plangebieden zijn geen geschikte holtes, sporen of nesten van boommarter en eekhoorns waargenomen. Door het stedelijke karakter van de omgeving van de scholen en het kinderdagverblijf worden binnen het plangebied enkel algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren verwacht. Doordat de werkzaamheden bij het dorpshuis in Garderen zich beperken tot de harde delen wordt ook hier geen aanwezigheid van beschermde (niet vrijgestelde) soorten verwacht.

De aanwezigheid van algemeen voorkomende (vrijgestelde) grondgebonden zoogdieren kan niet worden uitgesloten.

Vleermuizen

In de omgeving van het plangebied zijn recente waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en Rosse vleermuis. Volgens de verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl) kan de gewone grootoorvleermuis ook in de stedelijke omgeving van Barneveld voorkomen. Met uitzondering van kinderdagverblijf de Iepenhof bevinden er zich in alle scholen geschikte openingen in de gevels van de gebouwen in de vorm van meerdere open stootvoegen. Voor het kinderdagverblijf kan de aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen op basis van bouwkundige eigenschappen worden uitgesloten. Het boeiboord is langs het overgrote deel van het gebouw aan de onderkant begrensd door glas.

De aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied kan niet worden uitgesloten bij de Koningin Julianaschool, de Ds. J. Fraanjeschool en Eben-Haëzerschool en het Dorpshuis te Garderen.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

12 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

Soortgroep

Bureauonderzoek en veldbezoek

Conclusie

Hierdoor zijn deze delen van het boeiboord niet geschikt voor vleermuizen om in het gebouw te komen. Het boeiboord van het gebouw waar metselwerk aanwezig is, is strak aan de gevel bevestigd en zorgt ervoor dat eventuele invliegopeningen hermetisch zijn afgesloten (zie bijlage B). De bomen binnen de grenzen van de plangebieden zijn oud genoeg om verblijfplaatsen te bieden aan vleermuizen maar bieden geen geschikte openingen. Wel is er mogelijk sprake van gebruik als foerageergebied en vliegroutes.

Amfibieën

In de omgeving van de plangebieden zijn qua verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl) of NDFF-gegevens geen recente waarnemingen bekend van beschermde amfibieën (NDFF). Er is in de plangebieden ook geen geschikt open water aanwezig. Dit maakt het plangebied voor amfibieën ongeschikt.

De aanwezigheid van amfibieën kan worden uitgesloten.

Reptielen

Volgens de verspreidingsatlas worden de adder, gladde slang, hazelworm, levendbarende hagedis en zandhagedis verwacht. Er zijn geen recente waarnemingen bekend van reptielen in de omgeving van de plangebieden (NDFF). Door gebrek aan geschikte begroeiing binnen de plangebieden is geen geschikt habitat voor deze soorten aanwezig.

De aanwezigheid van reptielen kan worden uitgesloten.

Vissen

Door het ontbreken van open water, is aanwezigheid van vissen uitgesloten.

De aanwezigheid van beschermde vissen is uitgesloten.

Ongewervelden

In de omgeving van de plangebieden zijn geen recente waarnemingen bekend van (beschermde) ongewervelden (NDFF). Door afwezigheid van geschikt leefgebied, dat vooral bestaat uit natuurlijke vegetaties zoals bijvoorbeeld heide en hoogveen of moerassen worden deze hier ook niet verwacht.

De aanwezigheid van beschermde ongewervelden kan worden uitgesloten.

3.4

Effectbeschrijving en -beoordeling

Hieronder is per mogelijk voorkomende soortgroep een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden. Soort(groep) & beschermings-categorie

Beschrijving effecten

Broedvogels (nestplaats gedurende broedperiode beschermd) (Vogelrichtlijnsoorten)

Bij werkzaamheden in het broedseizoen (medio 15 maart – 15 juli) gaan mogelijk nesten van broedende vogels verloren. Dit leidt tot verstoring en vernieling van nesten en tot het vernielen van broedsels of legsels van vogels.  mogelijk effect Bij werkzaamheden in het broedseizoen worden broedende vogels mogelijk verstoord.  mogelijk effect

Broedvogels (nestplaats jaarrond beschermd)

De sloop van de schuurtjes op de locatie te Garderen leidt mogelijk tot vernielen of beschadigen van nestplaatsen, eieren of legsel van steenuil. Tevens kunnen de werkzaamheden leiden tot het doden en/of verwonden van steenuilen indien deze aanwezig zijn in de bebouwing ten tijde van de werkzaamheden.  mogelijk effect

(Vogelrichtlijnsoorten), steenuil.

Broedvogels (nestplaats jaarrond beschermd) (Vogelrichtlijnsoorten), huismus.

De sloop van de Ds. J. Fraanjeschool leidt mogelijk tot vernielen of beschadigen van nestplaatsen, eieren of legsel van huismus. Tevens kunnen de werkzaamheden leiden tot het doden en/of verwonden van huismussen indien deze aanwezig zijn in de bebouwing ten tijde van de werkzaamheden.  mogelijk effect Daarnaast kunnen de werkzaamheden in de omgeving van de Ds. J. Fraanjeschool leiden tot aantasting van foerageergebied en vaste rust- en verblijfplaatsen van de huismus.  mogelijk effect

Vleermuizen

De werkzaamheden leiden mogelijk tot beschadigen en/of vernielen van

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

13 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

Soort(groep) & beschermings-categorie

Beschrijving effecten verblijfplaatsen en het doden of verwonden van individuen van gebouwbewonende soorten zoals gewone- en ruige dwergvleermuis en laatvlieger indien deze ten tijde van de werkzaamheden aanwezig zijn.  mogelijk effect Het verwijderen van groen en/of gebruik van kunstverlichting in de actieve periode van vleermuizen (half uur voor zonsondergang t/m half uur na zonsopkomst) kan leiden tot verstoring van foerageergebied en vliegroutes.  mogelijk effect

3.5

Toetsing

In de onderstaande tabellen is per soortgroep op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf aangegeven welke verbodsbepalingen van de Wnb mogelijk worden overtreden als gevolg van de werkzaamheden. Hierbij is onderscheid gemaakt in de beschermingscategorieën zoals deze in de Wnb worden aangehouden, namelijk: Vogels- en Habitatrichtlijnsoorten.

3.5.1

Vogelrichtlijnsoorten

Broedvogels (nest jaarrond beschermd). Steenuil Mogelijk broedt een steenuil paar in de schuurtjes op de locatie te Garderen. De mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de vogelrichtlijn (artikel 3.1 van de Wnb) zijn opgenomen in tabel 3. Wanneer de sloop plaatsvindt worden individuen mogelijk gedood en nesten, rustplaatsen en eieren mogelijk vernield of beschadigd, dit is een overtreding van lid 1 en 2. Van overtreding van lid 3 van de verbodsbepalingen is gezien de werkzaamheden geen sprake. Omdat in Gelderland niet kan worden gesproken van een gunstige staat van instandhouding voor de steenuil, resulteert de verstoring welk optreedt door de sloopwerkzaamheden ook in een overtreding van lid 4 van de verbodsbepalingen van de Vogelrichtlijn. Huismus Mogelijk broeden huismussen onder de dakpannen van de schuine daken van de Ds. J. Fraanjeschool. Tevens is er een mogelijkheid dat de beplanting rondom de Ds. J. Fraanjeschool fungeert als foerageergebied en onderdeel is van de vaste rust- en verblijfplaatsen van de huismussen. De mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de vogelrichtlijn (artikel 3.1 van de Wnb) zijn opgenomen in tabel 3. Wanneer de sloop plaatsvindt worden individuen mogelijk gedood en nesten, rustplaatsen en eieren mogelijk vernield of beschadigd, dit is een overtreding van lid 1 en 2.

Van overtreding van lid 3 van de verbodsbepalingen is gezien de werkzaamheden geen sprake. Omdat in Gelderland niet kan worden gesproken van een gunstige staat van instandhouding voor de huismus, resulteert de verstoring welk optreedt door de sloopwerkzaamheden ook in een overtreding van lid 4 van de verbodsbepalingen van de Vogelrichtlijn. Broedvogels (nest gedurende broedperiode beschermd). Mogelijk broeden broedvogels gedurende het broedseizoen in de bomen en het struweel in de omgeving van de gebouwen. Ook is het mogelijk dat vogels gedurende deze periode broeden op de bebouwing en in eventuele nestkasten. De mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de vogelrichtlijn (artikel 3.1 van de Wnb) zijn opgenomen in tabel 3. Wanneer de sloop plaatsvindt worden individuen mogelijk gedood en nesten, rustplaatsen en eieren mogelijk vernield of beschadigd, dit is een overtreding van lid 1 en 2. Van overtreding van lid 3 van de verbodsbepalingen is gezien de werkzaamheden geen sprake. Verstoring van individuen door de werkzaamheden zal geen wezenlijke invloed hebben op de staat van instandhouding, hierdoor is een overtreding van art. 3.1 lid 4 uitgesloten.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

14 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

Tabel 3: Mogelijke overtredingen van verbodsbepalingen van de Vogelrichtlijn, artikel 3.1 van de Wnb Soortgroep Lid 1 Lid 2 Lid 3 Lid 4 Gevolg van Broedvogels (nest jaarrond X X X Sloopwerkzaamheden beschermd), steenuil en huismus. Broedvogels (nest gedurende X X Werkzaamheden in het broedperiode beschermd) broedseizoen Verbodsbepalingen: Lid 1: te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Lid 3: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; Lid 4: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding.

3.5.2

Habitatrichtlijnsoorten

Vleermuizen Vleermuizen zijn mogelijk aanwezig in de Koningin Julianaschool, de Ds. J. Fraanjeschool en Eben-Haëzerschool en het Dorpshuis te Garderen. De mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de habitatrichtlijn (artikel 3.5 van de Wnb) zijn opgenomen in tabel 4. Door de sloopwerkzaamheden worden mogelijk aanwezige vleermuizen gedood, verstoord en gaan mogelijke voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen verloren, dit is een overtreding lid 1, 2 en 4. Art. 3.5 lid 3 en 5 zijn niet van toepassing op vleermuizen. Tabel 4 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.5 ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn Soortgroep Lid 1 Lid 2 Lid 3 Lid 4 Lid 5 Gevolg van Vleermuizen X X X Aantasting en verstoring leefgebied door sloopwerkzaamheden Verbodsbepalingen: Lid 1: opzettelijk te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk te verstoren; Lid 3: eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen; Lid 4: voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Lid 5: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

3.6

Mitigerende maatregelen

Door buiten het broedseizoen te werken kunnen overtreding op vogels van de verbodsbepalingen van de Wnb worden voorkomen. Voor algemeen voorkomende soorten dienen in het kader van de algemene zorgplicht maatregelen te worden getroffen om voldoende zorg in acht te nemen voor aanwezige beschermde en niet-beschermde soorten. • Broedvogels (nestplaats gedurende broedperiode beschermd): Voer werkzaamheden buiten het indicatieve broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden. Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn. • Zorgplicht: Houd tijdens de werkzaamheden te allen tijde rekening met de algemene zorgplicht: werk in één richting, de richting waarin soorten kunnen vluchten. Indien met verlichting wordt gewerkt is het voor vleermuizen wenselijk het strooilicht tot een minimum te beperken. Het materieel moet zorgvuldig en deskundig worden gebruikt, zodat geen onnodige schade wordt veroorzaakt of onnodige verstoring van flora en fauna optreedt.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

15 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

4

CONCLUSIE EN VERVOLGSTAPPEN

4.1

Conclusie

Op basis van de uitgevoerde habitatgeschiktheidsbeoordeling, is vastgesteld dat beschermde soorten (mogelijk) binnen de plangebieden voorkomen. Op basis daarvan is het noodzakelijk om soortgericht onderzoek uit te voeren, zoals beschreven in 4.2 Soortgericht onderzoek, alsmede mitigerende maatregelen te treffen, zoals beschreven in 3.6 Mitigerende maatregelen. Om overtreding van verbodsbepalingen van de Vogelrichtlijn te voorkomen, dient soortgericht onderzoek naar de steenuil te worden uitgevoerd voor de schuurtjes op de locatie van het dorpshuis te Garderen, alsmede soortgericht onderzoek naar de huismus op de locaties van de Ds. J. Fraanjeschool. Om overtredingen van verbodsbepalingen van de habitatrichtlijn te voorkomen, dient soortgericht onderzoek naar vleermuizen worden uitgevoerd op de locaties van de Koningin Julianaschool, de Ds. J. Fraanjeschool, Eben-Haëzerschool en het Dorpshuis te Garderen. Wanneer de mitigerende maatregelen worden getroffen kunnen de sloopwerkzaamheden van het kinderdagverblijf aan de Iepenhof zonder soortgericht onderzoek van start gaan. Het soortgericht onderzoek is afgerond na het laatste veldbezoek voor vleermuizen in de periode september tot half oktober. De werkzaamheden kunnen niet worden uitgevoerd tot nader onderzoek heeft vastgesteld dat verblijfplaatsen huismus en vleermuizen afwezig zijn of nadat een ontheffing Wnb verkregen is.

Het aanvragen van een ontheffing (inclusief compensatieplan en uitvoering daarvan) Wnb duurt 13 weken. Deze termijn kan door het bevoegd gezag eenmalig verlengd worden met 7 weken.

4.2

Soortgericht onderzoek

Op basis van de quick scan kan de aanwezigheid van een aantal soorten en soortgroepen worden uitgesloten. Van andere soorten is vastgesteld dat het plangebied (mogelijk) geschikt leefgebied vormt en dat er bij uitvoering van de werkzaamheden mogelijk sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Er dient nader onderzoek te worden uitgevoerd voordat beoordeeld kan worden of negatieve effecten uitgesloten kunnen worden. Soortgericht veldonderzoek dient als volgt uitgevoerd te worden: •

Vleermuizen conform het Vleermuisprotocol (Netwerk Groene Bureaus, 2017b): drie veldbezoeken (één in de ochtend en twee in de avond) in de periode half mei tot half juli en daarnaast twee veldbezoeken (beide in de avond) in de periode half augustus tot half oktober.

•

Steenuil conform Soortenstand steenuil (Netwerk Groene Bureaus, 2017a): drie veldbezoeken in de periode 1 februari tot 30 april.

•

Huismus conform Soortenstandaard huismus (Netwerk Groene Bureaus, 2017a): drie veldbezoeken in de periode april tot half mei.

4.3

Gebiedsbescherming

De locatie van het dorpshuis in Garderen ligt gedeeltelijk in het natuurnetwerk Gelderland en wordt met circa 200 meter afstand omringd door het Natura 2000 gebied de Veluwe. Voor deze locatie dient de bestemmingswijziging getoetst te worden. Voor deze toetsing moet onder andere worden bepaald of er sprake is van een verandering in stikstofdepositie.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

16 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

5

BRONNEN

Websites Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), https://www.ndff.nl/ Provincie Gelderland, https://www.gelderland.nl/ Verspreidingsatlas, https://www.verspreidingsatlas.nl/

Literatuur Netwerk Groene Bureaus. (2017a). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Netwerk Groene Bureaus. (2017b). Vleermuisprotocol 2017.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

17 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

BIJLAGE A WETTELIJK KADER WET NATUURBESCHERMING Soortbescherming Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden. De wet is in de plaats gekomen van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet is ingedeeld in hoofdstukken en kent een algemeen deel (hoofdstuk 1), delen over Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2), soorten (hoofdstuk 3), houtopstanden, hout en houtproducten (hoofdstuk 4), verder delen die gaan over vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen (hoofdstuk 5), financiële bepalingen (hoofdstuk 6), handhaving (hoofdstuk 7), overige bepalingen (hoofdstuk 8) en tot slot een beschrijving van het overgangsrecht (hoofdstuk 9) en een beschrijving van de wijziging van overige wetten (hoofdstuk 10). In navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van de voor dit rapport relevante delen van de wet gegeven. De Wnb kent een algemene zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen om schade aan soorten te voorkomen, ook voor soorten die niet beschermd zijn (art 1.11, lid 1). Dit houdt in ieder geval in dat handelen of nalaten van handelen dat schadelijk kan zijn zo veel mogelijk achterwege gelaten dient te worden (art 1.11, lid 2).

Deze algemene zorgplicht geldt altijd en overal, met slechts als uitzondering handelingen die op grond van de Visserijwet worden uitgevoerd (art 1.11, lid 3). Categorieën De wet maakt onderscheid in drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: • Soorten Vogelrichtlijn (Wnb paragraaf 3.1) • Soorten Habitatrichtlijn (Wnb paragraaf 3.2) • Andere soorten (Wnb paragraaf 3.3) Soorten Vogelrichtlijn Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd (art. 3.1 lid 1). Soorten Habitatrichtlijn In deze categorie vallen alle in het wild levende dieren zoals genoemd in: • bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, • bijlage II bij het Verdrag van Bern of; • bijlage I bij het Verdrag van Bonn; (art. 3.5 lid 1); en (in hun natuurlijke verspreidingsgebied) planten van soorten, genoemd in: • bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of; • bijlage I bij het Verdrag van Bern; (art. 3.5, lid 5). Het gaat hierbij dus om meer dan alleen de soorten van de Habitatrichtlijn (namelijk ook soorten van de conventies van Bern en Bonn).

Omdat echter in de Wnb paragraaf 3.2 “soorten Habitatrichtlijn” als titel heeft, wordt dit ook hier zo gebruikt om deze groep van beschermde soorten aan te duiden. Andere soorten Naast de soorten waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een “nationale kop” op de Europese bescherming. Het gaat hierbij om soorten die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn, en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als geen beschermingsmaatregelen worden getroffen. De soorten waar het om gaat zijn opgenomen op de bijlage bij de wet (art. 3.10, lid 1 onder a en c). Verbodsbepalingen Ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art. 3.1 lid 1), het opzettelijk vernielen van nesten, rustplaatsen en eieren (art. 3.1 lid 2), het rapen of onder zich hebben van eieren (art. 3.1 lid 3) en het opzettelijk storen van vogels (art. 3.1lid 4). Het verbod tot opzettelijk storen geldt niet in het geval de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (art. 3.1 lid 5).

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

18 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

Ten aanzien van de soorten van de Habitatrichtlijn beschermde diersoorten verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art 3.5 lid 1), het opzettelijk verstoren (art 3.5 lid 2), het opzettelijk vernielen of rapen van eieren (art 3.5 lid 3) en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.5 lid 4). Ten aanzien van de Europees beschermde plantensoorten verbiedt de wet het opzettelijk te plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen (art 3.5 lid 5). Ten aanzien van de andere beschermde diersoorten geldt slechts een verbod tot het opzettelijk doden of vangen (art 3.10 lid 1 onder a) en het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.10 lid 1 onder b). Ten aanzien van de andere beschermde plantensoorten geldt een verbod tot opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen (art 3.10 lid 1 onder c). Gedragscodes, vrijstellingen en ontheffingen Gedragscode De in het voorgaande beschreven verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd volgens een door de minister van EZ vastgestelde gedragscode (art. 3.31 lid 1). Het moet dan gaan om handelingen die plaatsvinden in het kader van: a.

een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; b. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; c. een bestendig gebruik; d. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijstelling Provinciale staten en de minister van EZ kunnen vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen (art 3.3 lid 2-4; 3.8 lid 2-5, 3.10 lid 2). Voor zover het gaat om de hiervoor beschreven verbodsbepalingen, kan in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting een ontheffing worden verleend van de verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 en 3.10, dus ten aanzien van alle beschermde soorten. Een vrijstelling mag alleen worden verleend wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deze zijn gelijk aan de voorwaarden waaronder een ontheffing verleend kan worden (zie hier onder). Voor welke soorten een vrijstelling geldt, verschilt per bevoegd gezag (ministerie van EZ en de afzonderlijke provincies). De lijst met vrijgestelde soorten van het ministerie is alleen van toepassing op handelingen waarvoor de minister van EZ het gevoegd gezag is. Voor handelingen waarvoor gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn, geldt de vrijstellingslijst van de betreffende provincie.

De Provincie Gelderland heeft een algemene vrijstelling verleend voor onderstaande soorten; Zoogdieren • Aardmuis • Bosmuis • Bunzing • Dwergmuis • Dwergspitsmuis • Egel • Gewone bosspitsmuis • Haas • Hermelijn • Huisspitsmuis • Konijn • Ondergrondse woelmuis • Ree • Rosse woelmuis • Tweekleurige bosspitsmuis • Veldmuis • Vos • Wezel • Woelrat

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

19 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

Amfibieën • Bastaardkikker • Bruine kikker • Gewone pad • Kleine watersalamander • Meerkikker Ontheffing Voor soorten waarvoor (in de betreffende provincie) geen vrijstelling geldt, moet wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt een ontheffing worden aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd waardoor een verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden (art 3.3 lid 1,3; 3.8 lid 1,3, 3.10 lid 2). Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt af of voldaan wordt aan de voorwaarden. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan, verschillen per categorie. De eerste eis die wordt gesteld, is dat er geen andere bevredigende oplossing mag zijn. Dat betekent -ook in combinatie met de in artikel 1.11 beschreven zorgplicht- dat wanneer een overtreding redelijkerwijs te voorkomen is, en ontheffing niet mogelijk is. De werkzaamheden moeten dan op zodanige wijze worden uitgevoerd dat er geen overtreding van de wet plaatsvindt. Te denken valt aan het kappen van bomen buiten het broedseizoen, of het afzetten van en het wegvangen van soorten in het werkgebied. Verder kan een ontheffing alleen worden verleend wanneer is aangetoond dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Daarnaast gelden er per categorie verschillende aanvullende voorwaarden.

Voor soorten van de Vogelrichtlijn kan alleen een ontheffing worden verleend in het geval van: (art 3.3 lid 4): 1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4. ter bescherming van flora of fauna; 5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of 6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan. Voor soorten van de Habitatrichtlijn kan alleen een ontheffing worden verleend in het geval van: (art 3.8 lid 5): 1. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4.

voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of 5. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

20 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

Voor de andere beschermde soorten, gelden de voorwaarden die gelden voor de overige Europees beschermde soorten aangevuld met: (art 3.10 lid 2): 1. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 2. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; 3. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; 4. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; 5. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 6. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 7. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of in het algemeen belang.

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

21 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

BIJLAGE B FOTO-IMPRESSIE Koningin Julianaschool

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

22 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

Kinderdagverblijf Iepenhof

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

23 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

Scholen Lijsterstraat

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

24 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

Dorpshuis te Garderen

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

25 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

Uitwerpselen steenuil

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

26 van 27

ECOLOGISCHE QUICK SCAN

COLOFON ECOLOGISCHE QUICK SCAN SLOOPWERKZAAMHEDEN KONINGIN JULIANASCHOOL, DS. J. FRAANJESCHOOL, EBENHAËZERSCHOOL, KINDERDAGVERBLIJF IEPENHOF EN DORPSHUIS DE KOEPEL TE GEMEENTE BARNEVELD

KLANT Gemeente Barneveld AUTEUR Remy Mulders PROJECTNUMMER C05062.000205.0720 ONZE REFERENTIE 079812556 A DATUM 25 april 2018 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

VRIJGEGEVEN DOOR

H.B. Bouman Adviseur ecologie

H.B. Bouman Adviseur ecologie

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com

Onze referentie: 079812556 A - Datum: 25 april 2018

27 van 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=914fe33c-fded-408b-a2db-169df23a5f6f