CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Putterweg IV_Toelichting_Bijlage 3 Archeologisch veldonderzoek, Laagland Archeologie, maart 2020.pdf

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Putterweg IV, Garderen.2.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Laagland Archeologie Rapport 415

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase

Putterweg 1, Garderen gemeente Barneveld (GD).

maart 2020 Versie 2 (definitief)

In opdracht van: Gemeente Barneveld

v2.3

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 415

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Putterweg 1 te Garderen, gemeente Barneveld (GD) Auteur: Erwin Brouwer

In opdracht van: Gemeente Barneveld

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: definitief

Controle: J. Wijnen Autorisatie: J. Wijnen

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, maart 2020

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in februari 2020 een Inventariserend veldonderzoek karterende fase uitgevoerd aan de Putterweg 1 te Garderen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van nieuwe woningen. In een eerder stadium is een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd, waarbij naar voren kwam dat een deel van het plangebied als kansrijk moet worden gezien. Het hier uitgevoerde karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. Hiertoe zijn verspreid in het toegankelijke deel van het plangebied karterende boringen gezet. Relevante lagen van de boorkernen zijn gezeefd op archeologische indicatoren. In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Tijdens het karterend booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Daarom kan worden aangenomen dat in het plangebied geen archeologische resten aanwezig zijn. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie. De implementatie van dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Barneveld. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevrouw drs.

P. Kloosterman Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.4) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting ____________________________________________________ 5 1 Inleiding _____________________________________________________ 7 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Aanleiding onderzoek ________________________________________________7 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________7 Administratieve gegevens _____________________________________________8 Huidige situatie en toekomstig gebruik _________________________________10 Geplande verstoring ________________________________________________10 Gemeentelijk beleid ________________________________________________10 Onderzoeksdoel ___________________________________________________10

2 Samenvatting voorgaand onderzoek _______________________________ 11 2.1 2.2 2.3

Inleiding _________________________________________________________11 Bureauonderzoek __________________________________________________11 Verkennend booronderzoek __________________________________________11

3 Veldonderzoek ________________________________________________ 12 3.1 3.2 3.3

Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________12 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ___________________12 Resultaten: archeologie _____________________________________________13

4 Conclusie en verwachting _______________________________________ 14 5 Selectieadvies ________________________________________________ 15 literatuur ______________________________________________________ 16 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ___________________________________________ 17 BIJLAGE 2 Archeologische perioden_________________________________ 18 BIJLAGE 3 Boorpuntenkaart veldonderzoek __________________________ 19 BIJLAGE 4 Boorstaten veldonderzoek _______________________________ 20

HOOFDSTUK

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Putterweg 1 te Garderen, gemeente Barneveld (GD). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Barneveld heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. In een eerder stadium is een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd.1 Daarbij is binnen het plangebied een zone geïdentificeerd die kansrijk wordt geacht voor de aanwezigheid van archeologische resten. Het hier uitgevoerde onderzoek is uitgevoerd in een deel van deze kansrijke zone en is een vervolg op het voorgaande onderzoek. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Putterweg 1 in Garderen, gemeente Barneveld (GD), zie onderstaande afbeelding.

1

Brouwer, 2019.

Afbeelding 1. Ligging van het plangebied. Het plangebied heeft een omvang van circa 2030 m2. Het oorspronkelijke adviesgebied was wat groter, maar alleen in het hierboven aangegeven deel zijn in de huidige planfase bodemverstorende werkzaamheden voorzien.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Gelderland

Gemeente

Barneveld

Plaats

Garderen

Beheerder/eigenaar grond

F. van Drie (gemeente Barneveld)

Toponiem

Putterweg 1

Kadastrale perceelnummer(s)2

GDR03-B-2212/ - 2103

Laagland Archeologie projectnummer

GAPU201

Datum conceptrapportage

27 februari 2020

Datum definitief rapport

4-3-2020

XY-coördinaten

177070/471895 177100/471895 177090/471795 177110/471800

Kaartblad

3

32F

Oppervlakte/lengte Plangebied

ca 2030 m2

Datering

Neolithicum - Nieuwe Tijd

Complextype

Nietopgehoogde, individuele huisplaats

Onderzoeksmeldingsnr

477742100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase

Datum begin veldonderzoek

26 februari 2020

Datum eind veldonderzoek

26 februari 2020

Opdrachtgever

Gemeente Barneveld

Goedkeuring bevoegde overheid

4 maart 2020

Bevoegde overheid

gemeente Barneveld

Adviseur namens bevoegde overheid

mevrouw drs. P. Kloosterman

Beheer documentatie

Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV

Uitvoerder

Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53

Projectleider/opsteller onderzoek

Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

2

kadastralekaart.com

3

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK

Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland en erf. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.4 In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De mileutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend.

1.5 GEPLANDE VERSTORING

De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 80 cm –mv. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden.

1.6 GEMEENTELIJK BELEID

Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting. Conform het gemeentelijk beleid is archeologisch onderzoek verplicht indien de omvang van de geplande bodemverstoring een grens van 250 m2 overschrijdt, mits de werkzaamheden dieper reiken dan 30 cm -mv. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt deze vrijstellingsgrenzen.

1.7ONDERZOEKSDOEL

Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. In een eerder stadium is een bureauonderzoek uitgevoerd, gevolgd door een verkennend booronderzoek. Daarbij is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld, dat is getoetst door middel van de verkennende boringen. Het verkennend booronderzoek bevestigt deels het verwachtingsmodel en de verwachting op resten uit de periode Neolithicum tot en met Nieuwe Tijd blijft gehandhaafd binnen een omgrensd gebied. Het hier uitgevoerde karterende booronderzoek heeft tot doel binnen het kansrijk geachte gebied archeologische vindplaatsen op te sporen. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

4

bron: gemeentelijke monumentenlijst

HOOFDSTUK

2S

AMENVATTING VOORGAAND

ONDERZOEK 2.1 INLEIDING Hieronder wordt een beknopte samenvatting gegeven van de eerdere onderzoeksresultaten.5

2.2 BUREAUONDERZOEK

Het plangebied ligt op een stuwwal. Elders is die stuwwal gedurende de IJzertijd, Romeinse tijd en middeleeuwen bewoond. In de omgeving van het plangebied zijn ook resten uit het Mesolithicum, Neolithicum, Bronstijd en Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd bekend. Het plangebied lag in historische tijden aan de rand van de Gardener Enk. Mogelijk is een dun plaggendek aanwezig in het plangebied, In de afgelopen eeuwen hebben diverse bodemingrepen plaatsgevonden, waarbij het aanwezige landduin deels is verflauwd of geëgaliseerd. Tegenwoordig is het plangebied deels opgehoogd en geëgaliseerd. Tot op heden is het plangebied grotendeels onbebouwd gebleven. Archeologische resten kunnen in de top van de nog intacte natuurlijke ondergrond worden verwacht. Die ondergrond bestaat hier vermoedelijk uit een landduin (zuidelijk deel) en gestuwde afzettingen waarin zich podzolgronden hebben ontwikkeld.

2.3 VERKENNEND BOORONDERZOEK

Het aangetroffen bodemprofiel bestaat globaal uit een verstoord pakket van gemiddeld 60 cm dik. In diverse boringen is daaronder een BC-horizont aangetroffen, met daaronder een C-horizont. In het noordwestelijk deel van het plangebied bestaat de natuurlijke ondergrond overwegend uit matig grof, overwegend slecht gesorteerd en zwak siltig en grindig zand, dat is geïnterpreteerd als gestuwde afzetting. In het zuidoostelijke deel is sprake van overwegend matig fijn, iets lemig zand dat bovendien beter gesorteerd is en minder en fijner grind bevat. Dit is geïnterpreteerd als landduin. De BC-horizont in zowel gestuwde afzettingen als het landduin heeft een overwegend lichtbruin/gele kleur. Bodemkundig is hier sprake van een holtpodzol. De boringen waarin een BC-horizont is aangetroffen worden kansrijk geacht voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten en hier is vervolgonderzoek in de vorm van karterende boringen geadviseerd.

5

Brouwer, 2019.

HOOFDSTUK

3V

ELDONDERZOEK

3.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK

Het veldonderzoek bestond uit het zetten van karterende boringen. De karterende boringen hebben tot doel vindplaatsen op te sporen. Op basis van het verwachtingsmodel is karterend booronderzoek een effectieve onderzoeksmethode om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Conform de Leidraad Karterend Booronderzoek6 is uitgegaan van een boorgrid van 20 boringen per ha. In afwijking van het Plan van Aanpak7 zijn zeven grondboringen gezet in plaats van zes. Vertaald naar de omvang van het plangebied komt dit neer op een boorgrid van ongeveer 34 boringen per hectare. De boringen uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 15 cm. Relevante lagen van de boorkernen zijn op archeologische indicatoren gezeefd over een maaswijdte van 4 mm. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAP-maaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 4. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 3.

3.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

In de karterende boringen is een verstoord pakket aangetroffen van gemiddeld ongeveer 65 cm dik. De dunste verstoring is aangetroffen in boring 3 (25 cm); de dikste in boring 6 (105 cm). In de meeste boringen gaat het verstoorde pakket over in een Chorizont, bestaande uit matig fijn-matig grof, zwak siltig zand. Dit zand bevat meestal wat grind en is geel van kleur. In boringen 4 en 5 (in het centrale deel van het plangebied) is een BC-horizont aangetroffen tussen respectievelijk 40-55 cm –mv (ruwweg 43 – 42,50 m +NAP) en 65-80 cm –mv (ruwweg 42,3 – 42,10 m +NAP). De BC-horizont bestaat uit matig fijn of matig grof, zwak siltig zand. Het zand is lichtgeel/bruin van kleur en is grindhoudend. In boring 5 is daarnaast nog een Bhorizont gezien tussen 45-65 cm –mv (42,50 – 42,30 m +NAP). De B-horizont is lichtbruin/grijs gekleurd en bestaat uit matig grof, zwak siltig en matig grindig zand.

6

Tol e.a., 2012.

7

Brouwer, 2020.

3.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE

Er zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. In boring 5 is in de BChorizont wel een fragmentje houtskool aangetroffen. Gedurende het verkennend booronderzoek is in boring 7 (ongeveer 3 m noordelijk) eveneens een houtskoolfragmentje in de BC-horizont aangetroffen. Vermoedelijk gaat het om beide gevallen om houtskool dat door natuurlijke oorzaken is ontstaan. In boring 2 is een (recente) afvalkuil aangetroffen. Er zijn tot een diepte van 85 cm -mv diverse glazen ampullen aangetroffen, evenals een ribfragmentje van een klein zoogdier, mortel, kalk, kolengruis en een plastic verpakking van Entosorbine, een stopmiddel voor veterinair gebruik. De betreffende vondsten zijn in het veld gedeselecteerd.

HOOFDSTUK

4C

ONCLUSIE EN VERWACHTING

Het bodemprofiel blijkt minder intact dan op grond van het eerder uitgevoerde verkennende booronderzoek mag worden verondersteld. Alleen in het centrale deel van het plangebied is een redelijk intact podzolprofiel vastgesteld. Tijdens het karterende onderzoek zijn geen archeologische indicatoren opgeboord. Daarom kan worden aangenomen dat zich geen archeologische vindplaatsen in het plangebied bevinden. De archeologische verwachting kan daarom worden bijgesteld naar ‘laag’.

HOOFDSTUK

5S

ELECTIEADVIES

Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat. Het bodemprofiel is niet overal intact en in de nog redelijk intacte delen zijn geen archeologische indicatoren opgeboord. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. De implementatie van dit advies is overgenomen door de gemeente Barneveld, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw drs. P. Kloosterman Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

literatuur

Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Brouwer, E.W., 2019. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende fase Putterweg 1 te Garderen, gemeente Barneveld (GD). Almelo. Brouwer, E.W., 2020. Plan van Aanpak karterend booronderzoek Putterweg 1 te Garderen, gemeente Barneveld (GD) (interne publicatie). Almelo. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Archeologische databases/internetbronnen www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com

BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

BIJLAGE 3 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK

BIJLAGE 4 BOORSTATEN VELDONDERZOEK

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=af131053-7a29-425b-a4ff-30699a0fc7a3