03 De Eendracht_Toelichting_Bijlage 2 Bodem- en asbestonderzoek Eendr. 29-33
Tekst van het document
VERKENNEND EN NADER BODEM- EN ASBEST IN GRONDONDERZOEK Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
kenmerk PJ Milieu BV: 21009701A
VERKENNEND EN NADER BODEM- EN ASBEST IN GRONDONDERZOEK Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
kenmerk PJ Milieu BV: 21009701A
opdrachtgever:
Bouwbedrijf R. van de Mheen B.V. te Hoevelaken
datum rapport:
14 april 2021
kenmerk:
21009701A
status:
Definitief
uitgevoerd door:
PJ Milieu BV
projectleider en rapporteur:
M.W. Dorland | dorland@pjmilieu.nl
autorisatie:
ir. H.J.R. van Dasselaar
PJ Milieu BV | Nijverheidsstraat 21 | 3861 RJ Nijkerk | 033-2458511 | info@pjmilieu.nl | www.pjmilieu.nl
INHOUDSOPGAVE 1 | INLEIDING ......................................................................................................... 4 2 | VOORONDERZOEK ............................................................................................... 5 2.1 | Werkwijze ................................................................................................... 5 2.2 | Resultaten vooronderzoek ............................................................................. 5 2.2.1 | Eendrachtstraat 31a ......................................................................... 5 2.2.2 | Agrarische percelen 3442 en 3444 ...................................................... 7 2.2.3 | Omgeving van beide locaties .............................................................. 8 2.3 | Hypothese en onderzoeksopzet ...................................................................... 9 3 | VERKENNEND BODEMONDERZOEK ....................................................................... 13 3.1 | Uitvoering veldwerk ................................................................................... 13 3.2 | Resultaten ................................................................................................ 13 3.3 | Uitvoering laboratoriumonderzoek ................................................................
15 3.4 | Analyseresultaten ...................................................................................... 17 3.5 | Deelconclusie verkennend bodemonderzoek .................................................. 20 4 | NADER ONDERZOEK DEELLOCATIE A ................................................................... 21 4.1 | Conceptueel model aanvullend onderzoek ..................................................... 21 4.2 | Opzet veld- en laboratoriumonderzoek .......................................................... 21 4.3 | Veldonderzoek ........................................................................................... 22 4.4 | Laboratoriumonderzoek .............................................................................. 23 4.5 | Uitwerking conceptueel model (deelconclusie) ................................................ 24 5 | NADER ONDERZOEK DEELLOCATIEs C/E ............................................................... 26 5.1 | Conceptueel model aanvullend onderzoek ..................................................... 26 5.2 | Opzet veld- en laboratoriumonderzoek .......................................................... 26 5.3 | Veldonderzoek ........................................................................................... 27 5.4 | Laboratoriumonderzoek ..............................................................................
28 5.5 | Uitwerking conceptueel model (deelconclusie) ................................................ 30 6 | ASBEST IN GRONDONDERZOEK DRUPZONES ........................................................ 31 6.1 | Uitvoering veldonderzoek ............................................................................ 31 6.2 | Resultaten veldonderzoek ........................................................................... 31 6.3 | Laboratoriumonderzoek .............................................................................. 32 6.4 | Analyseresultaten ...................................................................................... 32 6.5 | Deelconclusie ............................................................................................ 33 7 | CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................... 34 7.1 | Conclusies verkennend bodemonderzoek ....................................................... 34 7.2 | Conclusies nader onderzoek deellocatie A ...................................................... 34 7.3 | Conclusies nader onderzoek deellocatie C/E ................................................... 35 7.4 | Asbest in grondonderzoek drupzones ............................................................
35 7.5 | Aanbevelingen ........................................................................................... 36
BIJLAGEN
1 | Documenten vooronderzoek 2 | Boorprofielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk 3 | Analysecertificaten 4 | Toetsing analyseresultaten 5 | Achtergrondinformatie 6 | Tekeningen
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
1
INLEIDING
In opdracht van Bouwbedrijf R. van de Mheen B.V. te Hoevelaken is door PJ Milieu BV in februari 2020 een verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse van het erf van Eendrachtstraat 31a en agrarische percelen 3442 en 3444 te Terschuur. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is een voorgenomen onroerende zaak transactie (aankoop), alsmede de aanvraag van diverse vergunningen. Normering en verantwoording Voorafgaand aan het veld- en laboratoriumonderzoek is vooronderzoek uitgevoerd volgens de NEN 5725 1, aanleiding A 2. Het aansluitend uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de NEN 5740 3 en het asbest in grondonderzoek is gebaseerd op de NEN 5707 4. Het nader bodemonderzoek heeft als basis de NTA-5755 5. Doelstelling Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Het doel van het verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Een nadere uitwerking van deze doelstelling is omschreven in paragraaf 2.3.
De doelstellingen van het nader onderzoek zijn als volgt: het bepalen van de aard, mate, oorzaak, omvang en ligging van de bodemverontreiniging; het vaststellen van het tijdstip van ontstaan van de bodemverontreiniging; het bepalen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; vaststellen of de verontreiniging tot onaanvaardbare risico’s leidt (wel of niet met spoed saneren). Indeling rapport In de rapportage worden de wijze van uitvoering en de resultaten van het onderzoek besproken. Op de volgende pagina’s geven wij de resultaten van het vooronderzoek en het veld- en laboratoriumonderzoek weer. Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen. Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen. Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen, gaten en analyses uitgevoerd worden. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. Een onderzoek heeft over het algemeen een geldigheid van maximaal vijf jaar. De exacte geldigheidstermijn is afhankelijk van het gebruik van de locatie en het bevoegd gezag dat het onderzoek beoordeelt.
Tenslotte wordt opgemerkt dat PJ Milieu BV geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie.
1 2
3 4 5
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek NEN 5740+A1, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016 NEN 5707+C2, Bodem. Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Delft 2017 Nederlandse Technische Afspraak-5755: 2010. Bodem – Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
4
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
2
VOORONDERZOEK
2.1
Werkwijze
Ten behoeve van de uitgevoerde onderzoeken is een opsplitsing gemaakt tussen de agrarische percelen 3442 en 3444 en het erf van de Eendrachtstraat 31a. Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. De volgende bronnen zijn geraadpleegd: het Kadaster; de opdrachtgever; de omgevingsdienst De Vallei; het Bodemloket en Topotijdreis.nl; de Grondwaterkaart van Nederland, de Bodemkaart van Nederland en/of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Relevante informatie voortkomend uit het vooronderzoek is opgenomen in bijlage 1. Onder bijlage 6 zijn diverse situatietekeningen opgenomen. In paragraaf 2.2 wordt per locatie (agrarische percelen en Eendrachtstraat 31a) het één en ander verwoord en geïnterpreteerd weergegeven. Daarnaast wordt relevante aanvullende informatie verstrekt. 2.2
Resultaten vooronderzoek
2.2.1 Eendrachtstraat 31a Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 1
Topografische en algemene gegevens locatie
Algemeen Adres locatie
Eendrachtstraat 31a Terschuur
Gemeente
Barneveld
Kadastrale aanduiding
Gemeente Voorthuizen, sectie A, percelen 3148, 3149, 3152, 3153, 3442, 3444, 3581 en 3584
Artikel 55
Ten aanzien van deze percelen zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is
Oppervlakte locatie
Circa 16.298 m²
Huidig en historisch gebruik Op de locatie is een woning met diverse schuren aanwezig. Globaal van de jaren ’60 is de locatie in gebruik genomen, waarna is diverse fasen en uitbreidingen de huidige situatie is ontstaan. Op basis van een bouwvergunning uit 1995 is het noordelijk deel van de meest noordelijke schuur rond deze periode gebouwd. Deze bouw is gepaard gegaan met sloopwerkzaamheden van een voormalige schuur. Gezien de datum van uitvoering is aannemelijk dat hierbij geen asbesthoudende materialen in de bodem zijn gebracht. Het zuidelijk deel van dit pand en de overige panden zijn van voor 1993. Voor zover bekend hebben er verder geen sloopactiviteiten plaatsgevonden. De schuren zijn grotendeels in gebruik geweest voor het produceren van eieren en het fokken van leghennen.
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
5
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Voor de locatie zijn in het verleden diverse Hinderwetvergunningen en vergunningen in het kader van Wet milieubeheer verleend. Meest relevante vergunningen en tekeningen voor het bodemonderzoek zijn uit 1977 en 1978. Op de tekeningen (zie bijlage 6) zijn de volgende bodembedreigende activiteiten en daarmee deellocaties zichtbaar: A. 200 liter bovengrondse dieseltank; B. 2.000 liter afgewerkte olie tank met smeerput en oliebar (werkplaats); C. 12.000 liter ondergrondse dieseltank met pompinstallatie en leidingwerk (welke een keer verplaatst zijn); D. 1.200 liter petroleumtank; E. 6.000 liter bovengrondse dieseltank in lekbak; F. een mogelijke tank met onbekende inhoud (niet aangegeven op vergunning). Voor zover bekend zijn de bovengenoemde activiteiten ten tijde van het onderzoek buiten gebruik. De brandstoftanks ter plaatse van locaties B en C zijn onder KIWA-certificaat gereinigd en gevuld met zand. Direct ten noorden van de woning is een tankstation met benzine- en dieseltank aanwezig geweest (locaties X en Y op de tekening in bijlage 6). Tijdens de visuele inspectie waren van de bovengenoemde activiteiten locaties B, C en E nog aanwezig. De locatie en aanwezige panden zijn enkele nog in gebruik als opslag van diverse vaste materialen. Met uitzondering van de meest westelijke schuur zijn op alle panden asbestverdachte dakbeplatingen aanwezig.
Drupzones (delen zonder verhard maaiveld en dakgoot) zijn verdacht van asbest in de bodem en zijn weergegeven op de tekeningen in bijlage 6. Verder is de locatie grotendeels verhard met klinkerbestrating. Op enkele delen is gras en een groenstrook aanwezig. Rond de woning is een tuin aanwezig. Uitgevoerde bodemonderzoeken en bodemsaneringen Op de locatie heeft ter plaatse van locatie B in het verleden een bodemonderzoek plaatsgevonden. Aanleiding voor de uitvoering van dit nader bodemonderzoek is het waarnemen van olie-indicaties tijdens sanering van de aanwezige ondergrondse tank. Op 17 maart 1997 is door Vink van het onderzoek een rapportage opgesteld onder kenmerk M97-004. Tijdens het onderzoek zijn in de grond en in het grondwater enkele licht verhoogde gehalten aangetoond. Totaal is circa 8 m3 grond licht verontreinigd en is er geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ten behoeve van de brandstoftanks ten noorden van de woning (locaties X en Y) is voor Vink op 12 juli 2010 een verkennend en nader bodemonderzoek gerapporteerd onder kenmerk P10M0074. Ter plaatse is een geval van ernstige bodemverontreiniging geconstateerd met minerale olie en xylenen. Totaal is circa 40 m3 grond en 50 m3 grondwater verontreinigd. En vastgesteld is dat een spoedige sanering noodzakelijk is. De verontreinigingscontour bevindt zich buiten de huidige onderzoekslocatie.
De aanwezige brandstoftanks zijn onder kiwacertificaat gesaneerd/verwijderd. Uit een besluit instemming van de Provincie Gelderland (zaak-nummer 2011-000091) blijkt dat de locatie overeenkomstig de BUS-melding is gesaneerd. Overige gegevens (zoals een evaluatie) hieromtrent ontbreken. Toekomstig gebruik Het voornemens is de locatie opnieuw te ontwikkelen en mogelijk woningen te realiseren.
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
6
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Asbest Om vast te stellen of de bodem van de locatie op voorhand verdacht is op aanwezigheid van asbest, zijn de volgende acties uitgevoerd: • globale inspecteren van de locatie (maaiveld en gebouwen); • bestuderen luchtfoto’s; • verzamelen informatie over ophogingen, dempingen en/of stort afval of puin. Op basis van bovenstaande wordt de locatie als verdacht ten aanzien van asbest beschouwd door de aanwezigheid van spoelzones. Verder zal afhankelijk van de waarnemingen tijdens het veldwerk bepaald worden in hoeverre de locatie verdacht is ten aanzien van asbest. 2.2.2 Agrarische percelen 3442 en 3444 Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2
Topografische en algemene gegevens locatie
Algemeen Locatie
Percelen 3442 en 3444
Gemeente
Barneveld
Kadastrale aanduiding
Gemeente Voorthuizen, sectie A, perceel 3442 en 3444
Artikel 55
Ten aanzien van dit perceel zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is
Oppervlakte locatie
Circa 59.232 m²
Huidig gebruik Percelen 3442 en 3444 zijn ten tijde van het onderzoek grotendeels in gebruik voor agrarische doeleinden (akker/weiland). Zuidoostelijk van de locatie is vanaf de Eendrachtstraat een toegangspad aanwezig, welke verhard is met puin. Plaatselijk zijn in de sloten enkele dammen aanwezig. De locatie is verder onbebouwd en onverhard. Tijdens de visuele inspectie van de locatie zijn geen bodembedreigende activiteiten aangetroffen. In bijlage 6 is een situatietekening opgenomen. Historisch gebruik Op basis van historische topografische kaarten van de website topotijdreis.nl is de locatie niet bebouwd geweest en is het altijd in gebruik geweest als akker of weiland. Mogelijk was op het oostelijk deel van de locatie een kippenschuur aanwezig. Mogelijk was in het verleden noordelijk van de aanwezige sloot een pad gelegen. Verder heeft de locatie na 2010 tot 2014 Uitgevoerde bodemonderzoeken en bodemsaneringen In verband met een voorgenomen onroerend goed transactie is op de beide percelen op 8 april 2009 door Vink BV onder kenmerk M09.0030 een verkennend bodemonderzoek gerapporteerd. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740, strategie grootschalig onverdachte locatie (ONV-GR-NL). Ten aanzien van asbest in de locatie onderzocht volgens de NEN 5707, strategie voor diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging.
Het oostelijk deel van de locatie is hierbij opgedeeld in 16 ruimtelijke eenheden. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat enkel in het grondwater licht verhoogde gehalten zijn aangetoond, welke van nature voorkomend zijn. De hypothese onverdachte locatie houdt derhalve stand. Ten aanzien van het asbest in grondonderzoek blijkt de hypothese verdachte locatie stand te houden. Op het maaiveld en in de bodem zijn asbesthoudende materialen aangetoond. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van ruimtelijk eenheid R.E.2 de interventiewaarde wordt
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
7
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
overschreden. Op de overige delen is asbest aangetoond, echter liggen de gehalten (ruim) beneden de interventiewaarde. Deze resultaten vormen een belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van de locatie. In verband met aantreffen van de bovengenoemde asbestverontreiniging is door PJ Milieu BV een saneringsplan opgesteld (kenmerk 1121601S, d.d. mei 2011) waarna de locatie door middel van zeven is gesaneerd. Na afloop van de sanering is eveneens door PJ Milieu BV een evaluatie sanering opgesteld (kenmerk 1121601S, d.d. 7 november 2011). Uit de evaluatie blijkt dat circa 519 m3 grond is ontgraven. Hiervan is circa 66 m3 in depot gezet en bemonsterd de overige 453 m3 is gezeefd over een maaswijdte van 16 mm. In de controlemonsters van de bodems en de wanden van de ontgraving zijn geen gehalten asbest meer aangetoond boven de grenswaarde. De zeefgrond en het depot graszoden zijn eveneens bemonsterd. In de zeefgrond en de graszoden zijn geen gehalten asbest aangetoond boven de grenswaarde. De gronddepots zijn weer op locatie toegepast. Het zeefresidu (90,76 ton) is afgevoerd naar de VAR te Wilp onder afvalstroomnummer 05ZR2V001171. Geconcludeerd wordt dat de sanering van de vaste bodem conform het saneringsplan en in voldoende mate is uitgevoerd. Op basis van bovengenoemde informatie zijn op de onderzoekslocatie geen significante bodemverontreinigingen (incl.
asbest) meer aanwezig. Toekomstig gebruik Men is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie nieuwbouw van woningen te realiseren. Asbest Uit het vooronderzoek is gebleken dat de locatie reeds voldoende is onderzocht/gesaneerd ten aanzien van asbest. Uit de resultaten blijkt dat op de locatie asbesthoudende materialen aanwezig zijn, maar de interventiewaarde niet wordt overschreden. Een nieuw asbest in grondonderzoek zal naar verwachting geen andere uitkomsten bieden en de bodemkwaliteit is ten aanzien van asbest in voldoende mate vastgelegd. 2.2.3 Omgeving van beide locaties Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot een afstand van maximaal 25 meter. Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente. Het gebied wordt in hoofdzaak benut voor agrarische doeleinden. Zuidelijk en oostelijk zijn woningen en kleinschalige bedrijvigheid aanwezig. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. Bodembedreigende activiteiten en bodemonderzoeken Van de directe omgeving zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten. Expliciete bronnen van PFAS (inclusief GenX) zijn niet bekend. Van de omgeving zijn geen bodemonderzoeksrapporten of bodemsaneringen bekend.
Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is opgenomen in rapport GWK 37 en gelegen op kaartblad 32 oost. Regionaal bestaat de bodem tot 10 meter min maaiveld (m-mv) uit zand. De regionale grondwaterstroming is westelijk gericht. De onderzoekslocatie bevindt zich in een grondwaterbeschermingsgebied (intrekgebied).
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
8
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Achtergrondgehalten De gemeente Barneveld beschikt over een (regionale) bodemkwaliteitskaart. De uitkomsten van het onderzoek kunnen met de in deze kaart genoemde achtergrondgehalten worden vergeleken. Over het algemeen vindt dit echter alleen plaats als in de grondmonsters matig of sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond. 2.3
Hypothese en onderzoeksopzet
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt verwacht dat op meerdere delen van de locatie sprake zal zijn van aanwezigheid van bodemverontreiniging (verdachte locaties). In onderstaande tabel zijn de te onderscheiden deellocaties beschreven. Tabel 3
Te onderscheiden deellocaties
DL
Omschrijving
V/O
Verwachte stoffen
Oppervlakte (m²)
A
200 liter bovengrondse dieseltank 2.000 liter afgewerkte olie tank met smeerput en oliebar (werkplaats) 12.000 liter ondergrondse dieseltank met pompinstallatie en leidingwerk 1.200 liter petroleumtank
V
Minerale olie en BTEXN
<10 m2
V
Minerale olie
110 m2
V
Minerale olie en BTEXN
150 m2
V
Minerale olie en BTEXN
<10 m2
B C D E
6.000 liter bovengrondse dieseltank in lekbak
V
Minerale olie en BTEXN
<10 m2
F
Mogelijke tank met onbekende inhoud
V
Minerale olie en BTEXN
<10 m2
G
Drupzone
V
Asbest
130 m2
H
Drupzone
V
Asbest
130 m2
I
Drupzone
V
Asbest
130 m2
J
Drupzone
V
Asbest
200 m2
K
Drupzone
V
Asbest
55 m2
L
Overig terrein Eendrachtstraat 31a
V
Diverse parameters uit standaardpakket bodem
16.298 m2
M
Percelen 3442 en 3444
O
-
59.232 m2
DL V/O
= =
deellocatie verdachte of onverdachte locatie ten aanzien van bodemverontreiniging
Verkennend bodemonderzoek Het algemene doel van verkennend bodemonderzoek is: het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. In de onderstaande tabellen zijn de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN5740) en het daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden per deellocatie schematisch weergegeven. Tabel 4
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
Deellocatie A – 200 liter bovengrondse dieseltank Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
Bovengrond
Ondergrond
-
-
1
-
1 Minerale olie
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
Grond
Grondwater
1 Standaardpakket grondwater
9
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Tabel 5
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
Deellocatie B – 2000 liter afgewerkte olie tank met smeerput en oliebar (werkplaats) Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een
heterogeen verdeelde verontreinigende stof (VED-HE-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
Bovengrond
Ondergrond
-
4
1
-
2 Minerale olie
*
Grond
Grondwater
1 Minerale olie en BTEXN*
er wordt gebruik gemaakt van een bestaande peilbuis
Tabel 6
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
Deellocatie C – 12.000 liter ondergrondse dieseltank met pompinstallatie en leidingwerk Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP-OO) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
Bovengrond
Ondergrond
-
4
2
-
6 Minerale olie
Tabel 7
Grond
Grondwater
1+1 Minerale olie en BTEXN + Standaardpakket grondwater
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
Deellocatie D – 1.200 liter petroleumtank Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP-OO) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m
2,5 m-mv
peilbuis
Bovengrond
Ondergrond
-
1
1
-
1 Minerale olie
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
Grond
Grondwater
1 Minerale olie en BTEXN
10
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Tabel 8
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
Deellocatie E – 6000 liter bovengrondse dieseltank in lekbak Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
Bovengrond
Grond Ondergrond
Grondwater
-
-
1
-
1 Minerale olie
1 Minerale olie en BTEXN
Aangezien deze aansluit op deellocatie C wordt het onderzoek wordt in combinatie met deze deellocatie uitgevoerd Tabel 9
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
Deellocatie F – tank met onbekende inhoud Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
Bovengrond
Ondergrond
-
-
1
-
1 Minerale olie
Tabel 10
Grond
Grondwater
1 Standaardpakket grondwater
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
Deellocatie L – overig terrein Eendrachtstraat 31a Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een
heterogeen verdeelde verontreinigende stof (VED-HE-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
24
8
-*
Grond
Grondwater
5 Standaardpakket bodem 6
-*
*
het grondwateronderzoek wordt in combinatie met overige deellocaties uitgevoerd.
6
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7). Bij enkele representatieve (meng)monsters wordt tevens het lutum- en organische stofgehalte bepaald
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
11
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Tabel 11
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
Deellocatie M – Percelen 3442 en 3444 Onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte niet lijnvormige (ONV-GR-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
34
-
-
Grond
Grondwater
4 Standaardpakket bodem
-
Uit het vooronderzoek is niet gebleken dat er mogelijke verontreinigingen aanwezig zijn op de locatie. Het onderzoek ter plaatse van percelen 3442 en 3444 kan derhalve in overleg met de gemeente Barneveld bestaan uit actualisatie van de bovengrond.
In het algemeen worden op verzoek van de opdrachtgever geen boringen in de panden verricht. Of een aanvullend onderzoek naar asbest in de bodem noodzakelijk is zal blijken uit het verkennend bodemonderzoek. Op voorhand dienen in ieder geval de aanwezige drupzones onderzocht te worden. Asbest in grondonderzoek Het algemene doel van asbest in grondonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de drupzones. In de onderstaande tabel is de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN-5707) en het daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden per deellocatie schematisch weergegeven. Tabel 12
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocaties
G t/m K – Drupzones Drupzones: NEN 5707: verdachte locatie met duidelijke plaats van voorkomen Veldonderzoek
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Deellocatie
Aantal gaten
Grond
Verzamelmonsters
G
3
1
-
H
3
1
-
I
3
1
-
J
3
1
-
K
2
1
-
Asbest in grond en SEM
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
12
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
3
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
Uitvoering veldwerk
Het veldonderzoek is uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de protocollen 2001 7 en 2002 8. Op 9, 23 en 24 februari 2021 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De verrichte boringen en de geplaatste peilbuizen zijn als volgt gecodeerd: A. Met 201; B. Vanaf 301; C. Vanaf 401; D. Vanaf 501; E. Met 404 (in combinatie met deellocatie C); F. Met 601; L. Vanaf 101; M. Vanaf 1. Het grondwater is bemonsterd op 9 maart 2021. Gelijktijdig zijn de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 6). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 3.2
Resultaten
Bodemopbouw In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. Ter plaatse van de Eendrachtstraat 31a bestaat de bodem eveneens grotendeels uit zand met een humeuze bovenlaag. Echter ter plaatse van de klinkerbestrating is plaatselijk geen bovengrond meer aanwezig. In de diepere ondergrond is plaatselijk van globaal 1,5 m-mv klei en veen aanwezig. De globale bodemopbouw van deellocatie M (percelen 3442 en 3444) is te omschrijven als zand met een humeuze bovengrond tot globaal 0,5 m-mv.
7
8
Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
13
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn olie-indicaties en bijmengingen aangetroffen. Voor een gedetailleerde beschrijving per deellocatie en boring wordt verwezen naar tabel 13. Tabel 13
Zintuiglijke waarnemingen
Deellocatie
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarnemingen
A
201
0,4 – 1,0
Sterke olie-water-reactie
C/E
1,0 – 1,9
Matige olie-water-reactie
203
1,0 – 1,7
Zwakke dieselgeur
403
0,08 – 0,4
Matige olie-water-reactie, zwakke oliegeur
404
M
0,08 – 1,8
Sterke olie-water-reactie
1,8 – 2,5
Sterke olie-water-reactie, matige oliegeur
405
0,2 – 0,5
Zwakke olie-water-reactie
4
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
8
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
12
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
16
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
17
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
18
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
21
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
27
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
28a
0,0 – 0,2
Volledig repac (puingranulaat)
32
0,0 – 1,0
Sporen baksteen
32a
0,0 – 0,4
Sterk baksteenhoudend, sterk betonhoudend, gestuit
33a
0,0 – 0,2
Sterk baksteenhoudend, sterk betonhoudend, gestuit
34
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
Verder zijn geen andere bijmengingen aangetroffen en is ook geen sprake van ongedefinieerd bouw- en sloopafval. De locatie is (buiten) de drupzones verder onverdacht ten aanzien van asbest en een asbest in grondonderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Ter plaatse deellocatie A (200 liter bovengrondse dieseltank) en deellocaties C (12.000 liter ondergrondse dieseltank met pompinstallatie en leidingwerk) en E (6.000 liter bovengrondse dieseltank in lekbak) zijn matige tot sterke olie-water-indicaties waargenomen. Ter plaatse van deellocatie M (percelen 3442 en 3444) zijn vooral sporen baksteen aangetroffen. Ter plaatse van het toegangspad is een verhardingslaag aanwezig welke bestaat uit baksteen en beton. Uit voorgaand onderzoek is reeds gebleken dat de deellocatie in voldoende mate op asbest is onderzocht en een nieuw asbest in grondonderzoek niet noodzakelijk is.
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
14
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 14 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 14
Veldmetingen grondwater
Deellocatie
Peilbuis
A B
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
201
9 maart 2021
0,8
-
-
-
A
9 maart 2021
0,7
7,2
650
12,3
C/E
401
9 maart 2021
0,7
6,5
370
39,9
C/E
404
9 maart 2021
0,7
-
-
-
D
501
9 maart 2021
0,5
6,5
260
16,9
F
601
9 maart 2021
0,7
6,7
280
11,3
-
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
in verband met het zintuiglijk aantreffen van olie-indicaties en het behoud van de meetapparatuur zijn aan het grondwater geen metingen verricht
De in tabel 14 genoemde waarden aan zuurgraad en geleidbaarheid kunnen als normaal beschouwd worden. De troebelheid van het grondwater uit peilbuizen A, 401, 501 en 601 is hoger dan 10 NTU. Ondanks goed voorpompen en een laag afpompdebiet is geen helder watermonster verkregen. Dit kan van invloed zijn op het analyseresultaat. Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 15 zijn de zintuiglijke waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 15
Zintuiglijke waarnemingen grondwater
Deellocatie
Peilbuis
A
201
Bijzonderheden
Goed-/slechtlopend
Belucht
Lichte olie-indicaties
Goed
Nee
B
A
Geen
Goed
Nee
C/E
401
Geen
Goed
Nee
C/E
404
Lichte olie-indicaties
Goed
Nee
D
501
Geen
Goed
Nee
F
601
Geen
Goed
Nee
3.3
Uitvoering laboratoriumonderzoek
De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. Door het aantreffen van meerdere olie-water-indicaties zijn aanvullende monsters geanalyseerd. Verder geven de resultaten van het veldonderzoek geen aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3). In tabel 16 zijn de monsteromschrijvingen en de stoffen waarop de betreffende monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven.
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
15
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Tabel 16
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
Deellocatie A – 200 liter bovengrondse dieseltank 201-2
201
0,8 – 1,0
Minerale olie, BTEXN, olie vluchtig en organische stof
201-3
201
1,9 – 2,3
Minerale olie en organische stof
Deellocatie B – 2000 liter afgewerkte olie tank met smeerput en oliebar (werkplaats) MM-301
301 en 302
0,8 – 1,3
Minerale olie en organische stof
MM-302
303, 304 en 305
1,0 – 1,5
Minerale olie en organische stof
MM-303
303, 304 en 305
0,08 – 0,6
Minerale olie en organische stof
Deellocatie C – 12.000 liter ondergrondse dieseltank met pompinstallatie en leidingwerk / Deellocatie E – 6000 liter bovengrondse dieseltank in lekbak 403-1
403
0,08 – 0,4
Minerale olie en organische stof
404-1
404
0,3 – 0,5
Minerale olie, BTEXN, olie vluchtig en organische stof
404-3
404
1,0 – 1,2
Minerale olie, BTEXN, olie vluchtig en organische stof
404-4
404
2,3 – 2,5
Minerale olie en organische stof
405-1
405
0,2 – 0,5
Minerale olie en organische stof
MM-401
401 en 402
1,0 – 1,5
Minerale olie en organische stof
Deellocatie D – 1.200 liter petroleumtank 501-1
501
0,8 – 1,0
Minerale olie, BTEXN en organische stof
Deellocatie F – tank met onbekende inhoud 601-2
601
1,0 – 1,5
Minerale olie en organische stof
Deellocatie L – overig terrein Eendrachtstraat 31a MM-101
101, 102, 104, 105, 106, 107, 108, 110, 111 en 112
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-102
114, 115, 116, 119, 120, 121, 122, 124 en 125
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-103
117, 118, 127 t/m 131
0,05 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-104
109, 113 en 120
0,3 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-105
102, 108, 116, 122, 125, 127 en 130
0,5 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
Deellocatie M – Percelen 3442 en 3444 27-1
27
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-1
1, 2, 3 5, 7, 9, 10, 11, 13 en 15
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-2
4, 8, 12, 16, 17, 18, 21, 32 en 34
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-3
19, 20, 22, 23, 24, 26, 28, 30 en 33
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
16
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Grondwater 201-1-1
201
1,2 – 2,2
A-1-1**
A
Niet bekend
Minerale olie en BTEXN en metalen***
401-1-1
401
1,3 – 2,3
Minerale olie en BTEXN
404-1-1
404
1,3 – 2,3
Minerale olie en BTEXN en CKW***
501-1-1
501
1,3 – 2,3
Minerale olie en BTEXN
601-1-1
601
1,3 – 2,3
Standaardpakket grondwater
MM *
= =
** ***
= =
mengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven bemonstering van bestaande peilbuis per abuis zijn voor peilbuis A aanvullend de zware metalen en voor peilbuis 404 aanvullend de CKW onderzocht. Gezamenlijk betreft dit inclusief minerale olie en BTEXN het standaard pakket grondwater en is er geen afwijking ten opzicht van de onderzoeksopzet.
3.4
Standaardpakket grondwater
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond-/streef 9- en interventiewaarden. Informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. De analyseresultaten van de grond zijn ook indicatief 10 getoetst volgens het Besluit 11 en de Regeling 12 bodemkwaliteit. Deze toetsing geeft een indicatie van toepassingsmogelijkheden zodra grond wordt afgevoerd. De toetsing doet geen uitspraak over de (gezondheids)risico’s bij het gebruik van de grond.
9
10
11 12
Het betreffen de door de gemeente vastgestelde locatiespecifieke achtergrondwaarden (zie bodemkwaliteitskaart) en/of de landelijk vastgestelde generieke waarden (AW2000) Mogelijke klassen zijn: ‘Altijd toepasbaar’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Niet toepasbaar’ en ‘Nooit toepasbaar’ Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
17
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
In onderstaande tabellen is het resultaat van de toetsing verwoord 13 opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater. Tabel 17
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode
Boringen
Grondsoort*
Bijmengingen**
Resultaat toetsing***
Klasseindeling****
Deellocatie A – 200 liter bovengrondse dieseltank 201-2
201
Zand
Sterke oliewater-reactie
Sterk: minerale olie (3.300) Olie vluchtig zijn aangetoond
&
201-3
201
Veen
-
-
&
Deellocatie B – 2000 liter afgewerkte olie tank met smeerput en oliebar (werkplaats) MM-301
301 en 302
Zand
-
-
&
MM-302
303, 304 en 305
Grond
-
-
&
MM-303
303, 304 en 305
Zand
-
-
&
Deellocatie C – 12.000 liter ondergrondse dieseltank met pompinstallatie en leidingwerk / Deellocatie E – 6000 liter bovengrondse dieseltank in lekbak 403-1
403
Zand
Matige oliewater-reactie
Matig: minerale olie (760)
&
404-1
404
Grond
matige oliewater-reactie
Sterk: minerale olie (8.700) Olie vluchtig zijn aangetoond
&
404-3
404
Veen
Sterke oliewater-reactie
Matig: minerale olie (13.000) Olie vluchtig zijn aangetoond
&
404-4
404
Grond
matige oliewater-reactie
-
&
405-1
405
Grond
Zwakke oliewater-reactie
Licht: minerale olie (98)
&
MM-401
401 en 402
Zand
-
-
&
-
-
&
-
-
&
Deellocatie D – 1.200 liter petroleumtank 501-1
501
Zand
Deellocatie F – tank met onbekende inhoud 601-2
601
Zand
Deellocatie L – overig terrein Eendrachtstraat 31a MM-101
101, 102, 104, 105, 106, 107, 108, 110, 111 en 112
Zand
-
Licht: PCB (0,014)
Industrie
MM-102
114, 115, 116, 119, 120, 121, 122, 124 en 125
Grond
-
Licht: PCB (0,023)
Klasse Industrie
13
•
•
• •
niet verhoogd: het gehalte overschrijft de achtergrond-/streefwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ‘parameters * factor 0,7’ kunnen als ‘niet verhoogd’ worden beschouwd, indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrond-/streefwaarde, maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard, mate, omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
18
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
MM-103
117, 118, 127 t/m 131
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
MM-104
109, 113 en 120
Grond
-
-
Altijd toepasbaar
MM-105
102, 108, 116, 122, 125, 127 en 130
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
Deellocatie M – Percelen 3442 en 3444 27-1
27
Grond
Sporen baksteen
Licht: koper (23)
Altijd toepasbaar
MM-1
1, 2, 3 5, 7, 9, 10, 11, 13 en 15
Grond
-
-
Altijd toepasbaar
MM-2
4, 8, 12, 16, 17, 18, 21, 32 en 34
Grond
Sporen baksteen
-
Altijd toepasbaar
MM-3
19, 20, 22, 23,24, 26, 28, 30 en 33
Grond
-
-
Altijd toepasbaar
MM *
** ***
-
****
&
= = = = = =
mengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit met het oog op afvoer en hergebruik van grond onvoldoende parameters geanalyseerd voor een beoordeling
=
Tabel 18
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Monstercode
Peilbuis
Resultaat toetsing*
201-1-1
201
Sterk: minerale olie (730) Licht: barium (210), xylenen (0,35), naftaleen (3,9)
A-1-1*
A
-
401-1-1
401
-
404-1-1
404
Sterk: minerale olie (1.300) Licht: naftaleen (3,9)
501-1-1
501
-
601-1-1
601
-
*
*
= = =
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalten in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden bemonstering van bestaande peilbuis
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
19
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
3.5
Deelconclusie verkennend bodemonderzoek
Eendrachtstraat 31a Geconcludeerd wordt dat de hypothesen ‘verdachte locatie’ voor deellocaties A en C/E stand houdt. In grond en grondwater zijn diverse licht verhoogde gehalten aangetoond. Tevens zijn ter plaatse van deellocaties A en C/E in grond en grondwater sterk verhoogde gehalte minerale olie aangetoond. Deze gehalten geven aanleiding een nader bodemonderzoek uit te voeren. Ten aanzien van deellocaties B, D en F houdt de hypothese ‘verdachte locatie’ geen stand. In de grond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Ten aanzien van het overig terrein (deellocatie L) houdt de hypothese ‘verdachte locatie’ stand. In de grond zijn enkele licht verhoogde gehalten aangetoond. Ten aanzien van de bovengrond dient bij afvoer van de grond rekening te worden gehouden met indicatie klasse Industrie. Buiten de aanwezige drupzones is de deellocatie niet verdacht voor asbesthoudende materialen in de bodem. Percelen 3442 en 3444 Op de locatie is reeds een verkennend bodemonderzoek (incl. asbest) en een bodemsanering uitgevoerd. Uit de diverse documenten blijkt dat de locatie ten aanzien van asbest reeds voldoende is onderzocht/gesaneerd. Uit het huidige vooronderzoek zijn geen aanvullende verdachte locaties naar voren gekomen en in overleg met de gemeente Barneveld is enkel een actualisatie van de bovengrond uitgevoerd.
Door het aantonen van een licht verhoogd gehalte koper houdt de hypothese ‘onverdachte locatie’ geen stand. Een aanvullend of nader bodemonderzoek wordt echter niet noodzakelijk geacht.
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
20
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
4
NADER ONDERZOEK DEELLOCATIE A
4.1
Conceptueel model aanvullend onderzoek
Ter plaatse van deellocatie A (200 liter bovengrondse dieseltank) is in boring/peilbuis 201 in grond en grondwater een sterk verhoogd gehalte minerale olie aangetoond en een nader onderzoek naar onder andere de aard, mate en omvang is wenselijk. Verder zijn geen significante verontreinigingen aangetoond. Op basis van de vooraf bekende informatie is volgende NTA 5755 vooraf een inschatting gemaakt van de verontreinigingssituatie en zijn onderzoeksvragen geformuleerd, het zogenaamde ‘conceptueel model’. Wat is de aard, mate, omvang en ligging van de verontreiniging? De aard (minerale olie ) is in voldoende mate bekend. De mate, omvang en ligging dient door middel van het nader onderzoek te worden vastgesteld. Wat is de oorzaak van de verontreiniging? Uit het historisch onderzoek blijkt dat ter plaatse een 200 liter bovengrondse dieseltank aanwezig was. De oliefractieverdeling bevestigd dit. De oorzaak van de aangetoonde verontreinigingen is hiermee duidelijk. Wat is het tijdstip van ontstaan van verontreiniging? In de vergunning ten behoeve van de Wet Milieubeheer uit 1994 is de genoemde brandstof tank niet meer zichtbaar. Aannemelijk is dat de brandstoftank voor dit jaartal is verwijderd en de verontreiniging voor 1987 is ontstaan.
Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? In hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, zal uit het nader onderzoek blijken. Is de sanering spoedeisend? Of eventuele sanering spoedeisend is zal blijken uit het onderzoek. 4.2
Opzet veld- en laboratoriumonderzoek
In deze paragraaf wordt de voorgenomen onderzoeksstrategie beschreven. De strategie/opzet is gebaseerd op het hiervoor genoemde conceptuele model. Onderzoekstechniek De NTA 5755 schrijft geen specifieke onderzoekstechnieken voor. Omdat de locatie zich goed leent voor handmatige boringen wordt gekozen voor deze technieken. De zintuiglijke waarnemingen (olie-water-indicaties) dienen te worden bevestigd of ontkracht door middel van analyses. Veldwerk Vanuit de vermoedelijke kern van de verontreiniging (boring 201) worden boringen en peilbuizen geplaatst in een raster van circa 5 x 5 meter. Verticale afperking heeft reeds plaats gevonden door middel monster 201-3. De verontreiniging is zintuiglijk waarneembaar. Indien uit de eerste analyseresultaten blijkt dat matig of sterk verhoogde gehalten aanwezig zijn wordt een nieuw raster opgesteld. Aangezien de grondverontreiniging met name in het oppervlakkig grondwater aanwezig is en de omvang van de verontreiniging naar verwacht perkt is, wordt vooralsnog geen diepere peilbuis geplaatst.
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
21
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Laboratoriumonderzoek Voor verificatie en vastlegging van de mate van verontreiniging worden grond- en grondwatermonsters naar een laboratorium gestuurd voor analytisch onderzoek. De grondmonsters worden onderzocht op het minerale olie en organische stof. Ten behoeve van eventuele afvoer van de grond wordt ter indicatie in de kern van de verhoogde gehalten een analyse uitgevoerd op PFAS. Dit onderzoek wordt uitgevoerd gelijktijdig met het nader onderzoek ter plaatse van deellocatie C/E. Het grondwater wordt onderzocht op minerale olie en vluchtige aromaten. 4.3
Veldonderzoek
Uitvoering Het veldonderzoek is uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 1, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en het protocol 2001. Op 2 april 2021 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 4.2. De verrichte boringen en geplaatste peilbuizen zijn gecodeerd vanaf 202 en verder. Het grondwater is bemonsterd op 9 april 2021. Gelijktijdig zijn waar mogelijk per peilbuis de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boringen en peilbuizen is aangegeven op de tekening (bijlage 6). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. Resultaten grond In bijlage 2 is van de boringen een boorprofiel opgenomen. Ter plaatse van boring/peilbuis 203 is in bodemtraject 1,0 – 1,7 m-mv een zwakke dieselgeur waargenomen. Verder zijn zintuiglijk geen bijzonderheden of bijmengingen waargenomen. De locatie is derhalve onverdacht voor asbesthoudende materialen en een asbest in grondonderzoek wordt verder niet noodzakelijk geacht. Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 19 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 19
Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
202
9 april 2021
0,8
6,9
1480
7,6
203
9 april 2021
0,9
6,8
720
3,8
204
9 april 2021
1,1
6,9
650
29
205
9 april 2021
1,2
7,4
250
45
De in tabel 19 genoemde waarden aan zuurgraad en geleidbaarheid kunnen als normaal beschouwd worden. De troebelheid van het grondwater in peilbuizen 204 en 205 is verhoogd boven 10 NTU. Dit kan van invloed zijn op het analyseresultaat. Tijdens de bemonstering zijn verder geen bijzonderheden waargenomen. De peilbuizen zijn goedlopend en er heeft tijdens de bemonstering geen beluchting plaats gevonden.
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
22
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
4.4
Laboratoriumonderzoek
Uitvoering De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. Er is geen aanleiding om andere analyses uit te voeren dan in paragraaf 4.2. In tabel 20 zijn de monsteromschrijvingen en de stoffen waarop de betreffende monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 20
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
Grond (horizontale afperking) 202-1
202
0,9 – 1,3
Minerale olie, lutum en organische stof
203-1
203
1,0 – 1,5
Minerale olie, lutum en organische stof
MM-201
204 en 205
0,8 – 1,4
Minerale olie, lutum en organische stof
201 en 404
0,8 – 1,3
PFAS en organische stof
202-1-1
202
1,5 – 2,5
Minerale olie en BTEXN
203-1-1
203
1,5 – 2,5
Minerale olie en BTEXN
204-1-1
204
1,5 – 2,5
Minerale olie en BTEXN
205-1-1
205
1,5 – 2,5
Minerale olie en BTEXN
Grond (PFAS) MM-1002 Grondwater
*
=
het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven
Analyseresultaten grond en grondwater De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 2. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond-/streef- en interventiewaarden. De analyseresultaten voor onderzoek naar PFAS zijn indicatief 14 getoetst volgens het Besluit 15 en de Regeling 16 bodemkwaliteit en het Tijdelijke Handelingskader. In de onderstaande tabellen zijn de resultaten voor grond en grondwater weergegeven. Tevens zijn relevante resultaten uit het verkennend bodemonderzoek toegevoegd.
14
15 16
Mogelijke klassen zijn: ‘Altijd toepasbaar’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Niet toepasbaar’ en ‘Nooit toepasbaar’ Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
23
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Tabel 21
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode
Boringen
Grondsoort
Bijmengingen/ bijzonderheden
Resultaat toetsing
Horizontale afperking 202-1
202
Zand
-
-
203-1
203
Zand
Zwakke dieselgeur
-
MM-201
204 en 205
Zand
-
-
Resultaten verkennend bodemonderzoek 201-3*
201
Zand
-
-
201 en 404
Zand/veen
Sterke oliewater-reactie
Voldoet aan achtergrondwaarde
PFAS MM-1002
*
verticale afperking
Tabel 22
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Monstercode
Peilbuis
Resultaat toetsing
202-1-1
202
-
203-1-1
203
Licht: minerale olie (89)
204-1-1
204
-
205-1-1
205
-
-
=
geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden
Zoals eerder aangegeven is de troebelheid van het grondwater in peilbuizen 204 en 205 formeel te hoog. Deze heeft de resultaten van het bodemonderzoek echter niet negatief beïnvloed. In het grondwater zijn namelijk geen verhoogde gehalten aangetoond. 4.5
Uitwerking conceptueel model (deelconclusie)
Aard De aard van de verontreiniging bestaat uit minerale olie. Analytisch zijn in de grond licht tot sterk verhoogde gehalten minerale olie aangetoond. Op basis van historie en de aangetoonde oliefracties betreft het vermoedelijk diesel. Mate Ter plaatse van boring/peilbuis 201 is in bodemtraject 0,4 – 1,0 m-mv een gehalte van maximaal 3.300 mg/kg d.s. aangetoond. In het grondwater (1,0 – 2,5 m-mv) is een maximaal gehalte van 730 µg/l aangetoond. Tevens zijn licht verhoogde gehalten vluchtige aromaten en vluchtige oliën aangetoond. PFAS is niet boven de achtergrondwaarde aangetoond. De horizontale verontreinigingscontouren zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 6.
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
24
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Omvang In tabel 23 is op basis van de analyseresultaten en door middel van interpolatie de omvang van de verontreiniging voor grond en grondwater binnen de onderzoekslocatie aangegeven. Tabel 23
Omvang minerale olie in grond en grondwater Grond
Grondwater
30 m2
40 m2
> Interventiewaarde Oppervlakte Gemiddeld verontreinigd traject
0,4 – 1,0 m-mv
1,0 – 3,0 m-mv
Gemiddelde dikte
0,6 m
2,0 m
Omvang
3
5m
80 m3
50 m2
75 m2
0,4 – 1,9 m-mv
1,0 – 2,5
> Achtergrond- / streefwaarde Oppervlakte Gemiddeld verontreinigd traject Gemiddelde dikte
1,5 m
1,5 m
Omvang
75 m3
110 m3
Oorzaak Uit historisch onderzoek en de aangetoonde oliefracties blijkt dat de oorzaak gezocht dient te worden in de 200 liter bovengrondse dieseltank. Ontstaan Aangezien de dieseltank reeds in 1994 niet meer op de Milieuvergunning zichtbaar is, is de verontreiniging vermoedelijk ontstaan voor 1987. Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? De vastgestelde verontreiniging betreft een historisch geval van een niet ernstige bodemverontreiniging 17 in de zin van de Wet Bodembescherming. Er is derhalve geen sprake van spoedeisendheid. Er resteren geen onderzoeksvragen meer.
17
in het algemeen is sprake van een geval van ernstige verontreiniging, indien voor tenminste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwaterhoudend bodemvolume verhoogde gehalten boven de interventiewaarde bevat (Art. 29 Wet Bodembescherming)
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
25
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
5
NADER ONDERZOEK DEELLOCATIES C/E
5.1
Conceptueel model aanvullend onderzoek
Ter plaatse van deellocatie C (12.000 liter ondergrondse dieseltank met pompinstallatie en leidingwerk) en deellocatie E (6.000 liter bovengrondse dieseltank in lekbak) zijn in boringen 403, 404 en 405 in boven- en ondergrond en grondwater licht tot sterk verhoogde gehalten minerale olie aangetoond en een nader onderzoek naar onder andere de aard, mate en omvang is wenselijk. Verder zijn geen significante verontreinigingen aangetoond. Op basis van de vooraf bekende informatie is volgende NTA 5755 vooraf een inschatting gemaakt van de verontreinigingssituatie en zijn onderzoeksvragen geformuleerd, het zogenaamde ‘conceptueel model’.
Wat is de aard, mate, omvang en ligging van de verontreiniging? De aard (minerale olie ) is in voldoende mate bekend. De mate, omvang en ligging dient door middel van het nader onderzoek te worden vastgesteld. Wat is de oorzaak van de verontreiniging? Uit het historisch onderzoek blijkt dat ter plaatse een de pompinstallatie en een 6.000 liter bovengrondse dieseltank aanwezig was. De oorzaak van de aangetoonde verontreinigingen is hiermee duidelijk. Wat is het tijdstip van ontstaan van verontreiniging? In de vergunning ten behoeve van de Wet Milieubeheer uit 1990 is de genoemde brandstoftank niet meer zichtbaar. Aannemelijk is dat de pompinstallatie en de brandstoftank voor dit jaartal is verwijderd of buitenwerking is gesteld en de verontreiniging voor 1987 is ontstaan. Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? In hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, zal uit het nader onderzoek blijken. Is de sanering spoedeisend? Of eventuele sanering spoedeisend is zal blijken uit het onderzoek. 5.2
Opzet veld- en laboratoriumonderzoek
In deze paragraaf wordt de voorgenomen onderzoeksstrategie beschreven. De strategie/opzet is gebaseerd op het hiervoor genoemde conceptuele model. Onderzoekstechniek De NTA 5755 schrijft geen specifieke onderzoekstechnieken voor. Omdat de locatie zich goed leent voor handmatige boringen wordt gekozen voor deze technieken. De zintuiglijke waarnemingen (olie-water-indicaties) dienen te worden bevestigd of ontkracht door middel van analyses. Veldwerk Vanuit de vermoedelijke kern van de verontreiniging (boringen 403, 404 en 405) worden boringen en peilbuizen geplaatst in een raster van circa 5 x 5 meter. Verticale afperking heeft reeds plaats gevonden door middel monster 404-4. De verontreiniging is zintuiglijk waarneembaar. Indien uit de eerste analyseresultaten blijkt dat matig of sterk verhoogde gehalten aanwezig zijn wordt een nieuw raster opgesteld. Verder wordt voor het nader onderzoek naar de grondwaterverontreiniging gebruik gemaakt van peilbuizen 401 en 501. Aangezien de grondverontreiniging met name in het oppervlakkig grondwater aanwezig is en de omvang van de verontreiniging naar verwacht perkt is, wordt vooralsnog geen diepere peilbuis geplaatst. Laboratoriumonderzoek 21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
26
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Voor verificatie en vastlegging van de mate van verontreiniging worden grond- en grondwatermonsters naar een laboratorium gestuurd voor analytisch onderzoek. De grondmonsters worden onderzocht op het minerale olie en organische stof. Ten behoeve van eventuele afvoer van de grond wordt ter indicatie in de kern van de verhoogde gehalten een analyse uitgevoerd op PFAS. Dit onderzoek wordt uitgevoerd gelijktijdig met het nader onderzoek ter plaatse van deellocatie C/E. Het grondwater wordt onderzocht op minerale olie en vluchtige aromaten. 5.3
Veldonderzoek
Uitvoering Het veldonderzoek is uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 1, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en het protocol 2001. Op 9 maart 2021 (verrichten boringen) en 2 april 2021 (plaatsen peilbuizen) is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 4.2. De verrichte boringen en geplaatste peilbuizen zijn gecodeerd vanaf 801 en verder. Het grondwater is bemonsterd op 9 april 2021. Gelijktijdig zijn waar mogelijk per peilbuis de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boringen en peilbuizen is aangegeven op de tekening (bijlage 6). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. Resultaten grond In bijlage 2 is van de boringen een boorprofiel opgenomen. Bij de uitvoering van het veldwerk zijn opnieuw olie-indicaties aangetroffen. Voor een gedetailleerde beschrijving per boring wordt verwezen naar tabel 24. Tabel 24
Zintuiglijke waarnemingen
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarnemingen
801
1,1 – 1,6
Matige olie-water-reactie
802
1,6 – 1,8
Zwakke olie-water-reactie
805
1,0 – 1,1
Zwakke olie-water-reactie
1,1 – 1,4
Sterke olie-water-reactie
806
0,3 – 0,6
Matige olie-water-reactie
0,6 – 1,0
Zwakke olie-water-reactie
Verder zijn zintuiglijk geen bijzonderheden of bijmengingen waargenomen. De locatie is derhalve onverdacht voor asbesthoudende materialen en een asbest in grondonderzoek wordt verder niet noodzakelijk geacht.
21009701A | Eendrachtstraat 31a e.o. Terschuur
27
Verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek
Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 25 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 25
Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
801
9 april 2021
0,8
7,5
720
18
802
9 april 2021
0,8
6,7
1.130
26
807
9 april 2021
0,6
7,0
1.490
17
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)