01 De Eendracht_Toelichting
Tekst van het document
Veiligheidszone - Activiteitenbesluit Binnen de grenzen van het bestemmingsplan is geen gasdrukmeet- en regelstation aanwezig. In het Activiteitenbesluit zijn veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare objecten en (onder andere) een gasdrukmeet- en regelstation (4-6 meter). Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten volgens het Activiteitenbesluit zijn dezelfde objecten als die genoemd zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het gaat dan om onder andere woningen, ziekenhuizen en bedrijven. Liander heeft op 14 februari 2022 aangegeven geen belangen in het gebied te hebben, daarom hoeven in dit bestemmingsplan geen veiligheidsafstanden opgenomen te worden.
Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor dit plan.
"De Eendracht" (vastgesteld)
45
De Eendracht
5.11.1 Spuitzonering Er is in Nederland geen wettelijke regeling die ziet op minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen worden geteeld met daarbij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en in de buurt gelegen gevoelige functies zoals woningen of bedrijven. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag, mensen verblijven of samenkomen waardoor de kans op blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen aanwezig is. Bij ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in verband met een goed woon- en leefklimaat. Per 1 januari 2018 is het Activiteitenbesluit milieubeheer gewijzigd. Op grond van dat artikel is het verplicht om bij open teelten te spuiten met een driftreductie van 75%, óók als het perceel niet is gelegen aan een watergang. Vanaf de inwerkingtreding kan en dient bij de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen hiermee rekening te worden gehouden. Een driftreductie van 75% is immers relevant voor de in beginsel aan te houden afstand tot gevoelige objecten. Over het algemeen wordt aangenomen dat de spuitzones vanwege de voorgeschreven driftreductie van 75% kleiner zijn dan de gangbare 50 m die in beginsel werd gehanteerd voor de beschreven wijziging van het Activiteitenbesluit.
5.12
Natuur en landschap
Landschappelijke context en waardevolle elementen / houtopstanden Terschuur neemt samen met de omgeving van Zwartebroek, binnen de Barneveldse landschappen, een bijzondere plek in. Het gebied tussen en rond de beide dorpen karakteriseert zich als voormalige veenontginning (Het Zwarte Broek). Voor het nieuwe stedenbouwkundige plan vormt het karakteristieke landschap de onderlegger. Dit functionele werklandschap combineerde vroeger al de waterlijnen met de groene erfafscheidingen; uit logica geboren met een natuurlijk afschot. Het natte karakter en het onderliggende watersysteem is een prima ontwerpbasis voor het huidige klimaat adaptieve denken. De oude slagen met daartussen de afwateringssloten zijn parallel aan de Eendrachtstraat nog goed te herleiden, de Hoevelakense Beek (een valleibeek) vormt een duidelijke zuidelijke begrenzing. Het nieuwe plan kan in deze richtinggevende elementen worden opgehangen, conform de regels van een slagenlandschap en de historische relatie vanuit Terschuur. De hoeveelheid aanwezige kavelbeplanting binnen het plangebied is beperkt. Er is nog één lange elzensingel aan een afwateringssloot te onderscheiden. Langs de zuidzijde van de Hoevelakense Beek is beekbegeleidende beplanting aanwezig, de noordkant is niet beplant.
Achter het erf van Eendrachtstraat 35 bevindt zich een markant broekbosje en aan de zijde van de Eendrachtstraat bevinden zich diverse soorten erfbeplanting. Zoals uit paragraaf 5.3.1.3 blijkt, is een bomeninventarisatie en BEA uitgevoerd en in rapportages vastgelegd. Deze onderzoeken zijn als bijlagen 11 t/m 20 bij de toelichting opgenomen. Hierin is ook advies gegeven hoe om te gaan met de sloop van bebouwing en dan met name de fundatie langs de lange lijn van een bestaande elzenwal.
Kenmerken en ambities ontwerp openbare ruimte Het nieuwe plan wordt opgezet volgens de nieuwste richtlijnen als het gaat om biodiversiteit, inclusiviteit, duurzaamheid en een adaptief-robuuste denkwijze. Dit begint met het in kaart brengen van de huidige situatie en gesteldheid van aanwezige groen-blauwe structuren en deze zo mogelijk in te passen en te versterken binnen het nieuwe plan. Vervolgens is de uitdaging het integraal combineren van alle kansen en mogelijkheden. Onderstaande afbeelding geeft de beoogde groenstructuur weer, zoals deze is opgenomen in het beeldkwaliteitsplan.
46
"De Eendracht" (vastgesteld)
De Eendracht
Afbeelding: Beoogde groenstructuur De Hoevelakense Beek kan door de strakke noordkant opnieuw vormgegeven worden tot een klimaatadaptieve wijkstructuur van waaruit de noordelijk gerichte ontginningslijnen en slagen het nieuwe woongebied structureren, kleur en sfeer geven. Het resultaat is een prettig groene, leefbare, innovatieve en bespeelbare woonwijk. Voor het ontwerp openbare ruime wordt zoveel mogelijk ingezet op het minimaliseren van gesloten maaiveld en het verkorten van infralijnen. Het streven is maximale waterpasseerbaarheid wanneer sprake is van verharding en halfverharding. Het op te vangen en te infiltreren water wordt gesitueerd aan de oorspronkelijke ontginningslijnen, met daar haaks tussen de slagen. Dit principe kan voor alle programmaonderdelen worden ingezet: woonvelden, speelvelden tot aan de centrale hondenuitlaatplaats.
Duurzame materialisering, met aandacht voor hergebruik / cradle to cradle; slimme innovatieve ontwerp- en materiaalprincipes oa om hittestress te voorkomen; de route voor de vuilnisronde en de aanbiedplaatsen wordt aan de basis meegenomen; laadpalen worden aan de voorkant – in clusters - mee ontworpen; het wateraanbod vanuit particuliere kavels wordt aan de voorkant mee ontworpen; het verlichtingsplan voldoet aan ons nieuwe vastgestelde beleid / onderzoekt dynamisch systeem; passende openbare ruimte, sterke verhalende beeldkwaliteit, eenheid met architectuur; Het plan krijgt een maximale diverse (zoom-mantel) vergroening, waarbij wordt uitgegaan van gebiedseigen en karakterversterkend beplantingen, in aaneengesloten lijnen opgehangen aan de landschappelijke onderlegger. Met gelaagdheid en opbouw van de beplantingsstructuren wordt in hoogte en context rekening gehouden met de opstelling van zonnecellen. Naast diversiteit is in uitstraling aandacht voor jaarrond seizoensbeleving.
Stevige hoofd groenstructuur als leidend raamwerk; de nieuwe ontwikkeling krijgt een maximale diversiteit in groen-blauwe structuren; het wijkgroen werkt verkoelend en begeleidend, water is het ontwerpend middel; er wordt geïnvesteerd in een goede opbouw in ondergrond; groene erfafscheidingen en bijbehorende principes worden zorgvuldig vastgelegd in beeldkwaliteit; ook particuliere kavels dienen een minimaal % groen en open maaiveld te krijgen; op particulier terrein vindt infiltratie plaats, voordat het wordt aangeboden aan de erfgrens. Voor de specifieke gemeentelijke eisen op het inrichten van de openbare ruimte – de "De Eendracht" (vastgesteld)
47
De Eendracht programmaonderdelen binnen de hiervoor benoemde hoofdstructuren en wijkopzet – zijn materiaal- en ontwerpeisen opgesteld. De exacte positie, samenstelling en principes van speellocaties worden afgestemd met de gemeentelijke afdeling BOR en getoetst aan hun meest recente speelruimteplan.
5.13
Ontplofbare oorlogsresten
Binnen het plangebied zijn meerdere (mogelijk) militaire onderkomens aangegeven op de gemeentelijke CE-Risicokaart. Deze staan op onderstaande afbeelding weergegeven. De Risicokaart is gebaseerd op het gemeentebrede vooronderzoek, uitgevoerd door de firma Expload, kenmerk RN-14037-2.0, van 27 oktober 2015. Vanwege deze objecten is gesproken met een getuige, een bewoner van de boerderij (ten tijde van de Tweede Wereldoorlog) waar de landerijen toebehoorde waarin de objecten stonden. Uit het gesprek met deze getuige blijkt het niet om militaire objecten te gaan.
Afbeelding: Mogeljke militaire onderkomens Conclusie Op basis van de informatie van de getuige valt het plangebied niet binnen verdacht gebied van explosieven. Er is dan ook geen aanvullend onderzoek naar explosieven uit de Tweede Wereldoorlog nodig.
48
"De Eendracht" (vastgesteld)
De Eendracht
5.14
Veiligheid
Veiligheid Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.
Situatie Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes. Dit gebeurt bij de bouwplannen en inrichtingsplannen.
Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
Gezondheid De aanwezigheid van een intensieve veehouderij kan invloed hebben op de gezondheid van omwonenden. Uit het onderzoek Veehouderij Gezondheid Omwonenden (VGO) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is gebleken dat longontsteking vaker voorkomt bij mensen die in veedicht gebied wonen. Een deel van de longontstekingen is geassocieerd met het wonen in de buurt van een geitenhouderij. De oorzaak is niet duidelijk. Met andere woorden: het wonen in de buurt van een geitenhouderij verhoogt de kans op een longontsteking, maar we tasten nog in het duister wat deze verhoogde kans veroorzaakt. Eind oktober 2020 kwam de GGD met de richtlijn 'Veehouderij en gezondheid'. De richtlijn gebruikt de GGD bij de advisering over ruimtelijke plannen. De GGD heeft twee uitgangspunten bij zijn adviezen. De eerste is voorzorg: wees terughoudend met het plaatsen van gevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld woningen, scholen, en ziekenhuizen) en veehouderijen binnen 250 meter van elkaar (bij geitenhouderijen binnen 2 kilometer). Het tweede uitgangspunt is het streven om de uitstoot van geur, stof, endotoxinen (kleine stukjes bacteriën) en ammoniak van veehouderijen te verminderen. De GGD-richtlijn betreft een niet-bindende aanbeveling en deze bevat geen harde normen. De richtlijn heeft geen bindende status.
De GGD heeft niet willen uitsluiten dat er nieuwe woningen komen in de omgeving van geitenhouderijen. De GGD adviseert doorgaans aan gemeenten om in hun besluitvorming het risico van longontsteking zorgvuldig mee te wegen. In de voorbereidingsprocedure van bestemmingsplan 'De Eendracht' is dit advies uitgebleven. Volgens de GGD is het risico op longontsteking het hoogst binnen een straal van 500 meter. Buiten die straal loopt het verhoogde risico af. Omdat we niet weten waardoor de longontstekingen rondom geitenhouderijen wordt veroorzaakt, ontbreekt het inzicht in effectieve bronmaatregelen om gezondheidsrisico's te voorkomen.
"De Eendracht" (vastgesteld)
49
De Eendracht
Conclusie Het plangebied bevindt zich in de invloedssfeer van de geitenhouderijen aan de Dronkelaarseweg, Platanenstraat en Stoutenburgerweg. De afstand bedraagt respectievelijk 1.800, 1.350 en 1.550 meter. De nieuwe woningen (of andere hindergevoelige functie) komen dus niet in het hoogste risicogebied. Wel ligt het plangebied is het gebied waarvoor een licht verhoogde risico op longontsteking geldt. Desondanks is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd in het plangebied. Uit jurisprudentie blijkt dat het gemeentebestuur in de afweging van belangen het zwaarwegende, maatschappelijke belang van de urgente woonbehoefte mag laten prevaleren. Het is zeer belangrijk dat er voldoende woningen worden gebouwd (hier dan nog iets noemen over het aantrekkelijk houden van het buitengebied als er sprake is van functieverandering/verloedering voorkomen/sloop voormalige agrarische bedrijfsbebouwing bevorderen). In gemeente Barneveld is de agrarische sector groot. Het is nu eenmaal een veedicht gebied. Het is dan ook onmogelijk om bij woningbouw overal de strengste voorzorgsrichtlijnen in acht te nemen. Anders zou de woningbouwproductie sterk afnemen. Naar ons oordeel is het verantwoord en aanvaardbaar om de bouw van circa 160 woningen en een schoolgebouw mogelijk te maken nu de geitenhouderij(en) zich bevinden op een grotere afstand dan 500 meter.
5.15
Verkeer
Bereikbaarheid en verkeersveiligheid Op alle wegen in de wijk geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. De wijk krijgt twee ontsluitingswegen: één aan de zuidzijde van het plangebied tussen Eendrachtstraat 29 en het te realiseren appartementengebouw aan de Eendrachtstraat. De andere ontsluitingsweg komt aan de noordzijde tussen Eendrachtstraat 33 en 35. Door de wijk komen verder verschillende voet- en fietspaden, zoals een fietspad dat aansluit op het bestaande fietspad langs de Eendrachtstraat. Daarnaast wordt ten zuiden van de tiny houses richting de Eendrachtstraat en het dorp een fiets- en voetpad gerealiseerd. Ook komt bij het appartementengebouw aan de zuidwestzijde van het plangebied een recreatief wandelpad dat over de Hoevelakense Beek in oostelijke richting op de Sandersstraat en sportpark Overbeek gaat aansluiten. Ten noorden van het perceel Eendrachtstraat 27-01 wordt een fiets- en voetpad aangelegd. Ten oosten van dit perceel wordt het voetpad voortgezet langs het bestaande tweerichtingenfietspad zodat deze aansluit op de bestaande voetpaden in Terschuur. Parkeren De nota parkeernormen van de gemeente Barneveld is uitgangspunt geweest voor het bepalen van de parkeerbehoefte. Deze nota is al bijlage 2 van de regels opgenomen.
Door het plangebied heen zijn meerdere geclusterde parkeervoorzieningen aanwezig, waarvan op een aantal voorbereidingen worden getroffen voor het plaatsen van openbare laadpalen. Bij het schoolgebouw is ook een geclusterde parkeervoorziening aanwezig, die op bepaalde momenten ook gebruikt kan worden voor sport- en spel. Verder hebben de woningen met een oprit ruimte om daar auto's te parkeren. Met een zogenoemde voorwaardelijke verplichting wordt de aanleg en instandhouding hiervan vastgelegd. Onderstaande afbeelding geeft deze parkeerplaatsen weer. Een grotere versie van deze kaart is als bijlage 3 van de regels opgenomen.
50
"De Eendracht" (vastgesteld)
De Eendracht
Afbeelding: Parkeren op eigen terrein Conclusie Er zijn voor wat betreft de verkeerseisen geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
5.16
Water
Het plangebied ligt ten noorden van de kern Terschuur. Het grootste deel heeft een agrarische functie. De oppervlakte bedraagt circa 7,5 hectare. Het stedebouwkundig ontwerp biedt ruimte aan circa 160 woningen, twee appartementengebouwen, tiny houses en een schoolgebouw. Voor het perceel Overbekerweg 6-8 is geen onderzoek uitgevoerd aangezien hier alleen een aanduiding van de verbeelding wordt verwijderd. Dit is alleen een planologische wijziging. Voor het overige wordt met voorliggend bestemmingsplan niets gewijzigd op dit perceel en ook geen nieuwe ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het uitgevoerde onderzoek richt zich dan ook alleen op het deel van het plangebied langs de "De Eendracht" (vastgesteld)
51
De Eendracht Eendrachtstraat.
Waterhuishouding woonontwikkeling Terschuur-Noord(watertoets) Het adviesbureau Arcadis Nederland B.V. heeft op 23 februari 2023 een waterhuishoudkundigonderzoek uitgevoerd (nr. BIM360Docs). Dit rapport, die als bijlage 25 bij deze toelichting is opgenomen, adviseert aan de hand van de waterhuishoudkundige en riooltechnische gebiedsanalyse en vigerende ontwerpuitgangspunten over de inpassing van de water- en rioolopgave binnen de planontwikkeling. Met als doel het verkrijgen van een klimaatbestendig, waterbewust en onderhoudsvriendelijke woonwijk. Dit plan beschrijft voor de bestaande situatie de aspecten hoogteligging, bodemopbouw, grondwater, oppervlaktewater en riolering en geeft aan hoe de waterhuishouding en riolering in het plangebied geregeld kunnen worden. Dit wordt hieronder samengevat weergegeven. Het rapport wordt ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan verder uitgewerkt in een waterhuishoudingsplan.
Gebiedsinventarisatie Op basis van de Algemene Hoogtekaart Nederland is het maaiveldverloop inzichtelijk gemaakt. In het zuiden van het plangebied ligt het maaiveld het laagst op 4,45 meter NAP. Het overige deel varieert in hoogte van 4,85 NAP tot 5,35 meter NAP. Op de Bodemkaart van Nederland is het plangebied grotendeels uit Gooreerdgronden (lemig fijn zand) en Zandige beekdalgronden. Op basis van boringen is vastgesteld dat er een grote variatie in de bodemopbouw aanwezig is. De meest voorkomende bodemsoort is zwak tot matig siltig, matig fijn zand. In alle boringen worden in de bovengrond, van 40 tot 80 cm-mv, matig humeuze sporen gevonden. Daaronder bestaat in de meeste boringen tot minimaal 140cm-mv de bodem uit matig siltig, matig fijn zand. Binnen het plangebied zijn echter veel verstorende, in dikte variërende lagen aanwezig. Dit betreft sporen grind, veenbanden en een uiterst fijne, sterk siltige zandlaag. Op basis van twee peilbuizen met drukopnemers in het plangebied en twee langdurige peilbuismetingen op enige afstand is inzicht verkregen in de grondwaterstanden. Deze variëren vrij constant tussen de 3,80 en 4,50 meter NAP. Op basis van de metingen is een hoogste grondwaterstand van 4,50 meter NAP bepaald in het noorden van het plangebied en 4,10 meter NAP in het zuiden.
Volgens de kwelkaart van de klimaateffectatlas treedt er in het plangebied enige kwel op (0,1 tot 0,5 mm/dag). Deze kwel beïnvloedt in samenhang met de neerslagsituaties de grondwaterstanden. Uit het geohydrologisch onderzoek blijkt verder dat het hele plangebied bestaat uit een bodem met matige tot slechte waterdoorlatendheid van de bodem. Het watersysteem rondom het plangebied is in beheer bij het Waterschap Vallei en Veluwe. Ten zuiden van het plangebied loopt de Hoevelakense Beek. Deze watergang met A-status heeft benedenstrooms (ten westen van het plangebied) een stuw met een drempel op 3,12 meter NAP. Het oppervlaktewaterpeil ter hoogte van het plangebied ligt naar schatting iets hoger door opstuwing en is ingeschat op circa 3,20 meter NAP. Ten zuidoosten van het plangebied ligt een tweede stuw met een drempel op 3,69 meter NAP. Aan de randen en door het midden van het plangebied lopen een aantal greppels met C-status. De landbouwsloten voeren grotendeels af op het peilvak van 3,12 meter NAP. De greppel aan de achterzijde van de bebouwing Eendrachtstraat voert af via de greppel aan de Eendrachtstraat naar het peilvak van 3,69 meter NAP. Langs de Eendrachtstraat loopt een persleiding tussen de kern Zwartebroek en Terschuur.
Tevens ligt er drukriolering die het afvalwater van de woningen langs de Eendrachtstraat inzamelt en dit in het gemengd rioolstelsel in de Sandersstraat loost. Dit vrij verval stelsel loopt in oostelijke richting af naar het rioolgemaal van de kern Terschuur. Langs de westzijde van de Eendrachtstraat ligt een drainleiding ter vervanging van een voormalige C-watergang.
Hemelwater De planontwikkeling mag volgens de Keur van het waterschap niet leiden tot meer afvoer van hemelwater 52
"De Eendracht" (vastgesteld)
De Eendracht dan in de huidige situatie (de zogenaamde landelijke afvoer). Dit betekent dat er waterberging in het plangebied nodig is met een gedoseerde afvoer naar het watersysteem buiten het plangebied. De waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van wadi's, die verspreid in het gebied zijn gepositioneerd. Onder een deel van het schoolgebouw wordt het water ondergronds geborgen. Het hemelwater van de particuliere percelen dient aan de perceelgrens aan de voorzijde bovengronds aangeboden te worden. De openbare wegen voeren het hemelwater van alle openbare verhardingen en het water van de particuliere percelen bovengronds af naar de wadi's. Er is een hoogteplan op hoofdlijnen (woningen, wegen) opgesteld dat laat zien dat bovengrondse afvoer mogelijk is. Het vloerpeil van de woningen ligt altijd hoger dan de openbare ruimte. Bij bovengrondse afwatering is water op straat acceptabel zo lang het geen schade veroorzaakt en de situatie beperkt blijft tot stroming over de rijbaan. Door bovengrondse afvoer blijft het water zichtbaar en draagt het bij aan de bewustwording van een klimaatbestendig afwateringssysteem. Het hemelwater in de achterpaden moet door afschot richting de openbare weg plaatsvinden. De bouwer regelt deze afwatering van het achterpad. De achterpaden komen in beheer en onderhoud bij de perceeleigenaren.
Het ontwerp van de waterbergingszones is er op gericht dat de maatgevende bui van het waterschap (statische bui 60 mm) wordt vastgehouden. In het plangebied, exclusief het schoolperceel en het perceel tiny houses, is een berging benodigd van 1.597 m3. De beschikbare berging bedraagt 1.710 m3. De bergingsopgave wordt gehaald. Bij deze berekening is uitgegaan van haaksparkeerplaatsen die in halfverharding worden uitgevoerd. Verharde oppervlakken die niet afstromen op een wadi maar direct afstromen via de bestaande afvoersloten naar de beek zijn wel in de bergingsopgave meegenomen. Uitgangspunt is dat de waterberging voor de school, het perceel tiny houses en ontwikkeling door derden (appartementengebouw en 4 woningen) op eigen terrein wordt gerealiseerd. Om de waterberging te borgen is over enkele delen van het plangebied een voorwaardelijke verplichting gelegd die ziet op de aanleg en instandhouding van de berging. Een globale berekening van de beschikbare berging bij het schoolperceel laat een tekort aan berging zien, zelfs als de nabijgelegen poel als overloop wordt benut. Om het bergingstekort op te heffen kan de inrichting van de waterpoel worden geoptimaliseerd. Indien een vegetatiedak op de school wordt toegepast, beperkt dit de bergingsopgave waardoor het tekort kan worden opgeheven. De exacte invulling van het perceel tiny houses is nog niet bekend.
Ontwikkeling door derden kan afvoeren op een wadi op eigen terrein met eventuele overloop naar de openbare wadi's.
Grondwater De grondwaterstanden worden mede bepaald door de ligging en diepte van watergangen in en rondom het plangebied. Door de bestaande watergangen zoveel mogelijk te behouden en de wadi-zones van een drainageafvoer te voorzien is het risico op vernatting nagenoeg uit te sluiten. De drainage onder de wadi's zorgt naast lediging ook voor grondwaterbeheersing. Grondwateroverlast wordt ook voorkomen door het plangebied op te hogen. Hierbij wordt rekening gehouden met de beoogde ontwateringsdiepten (verschil in hoogte tussen maaiveld en Gemiddeld Hoogste Grondwaterstanden) voor woningen, straten, groen en wadi's zoals genoemd in de Standaard Ontwerp- en Materiaaleisen van de gemeente Barneveld. Op basis van de peilbuismetingen is een hoogste grondwaterstand van 4,50 meter NAP gemeten in het noorden van het plangebied tot 4,10 meter NAP in het zuiden. Op basis van het huidig maaiveldniveau betekent dit dat het terrein minimaal moet worden opgehoogd tot 5,20 meter NAP in het overgrote deel van het plangebied. Het hanteren van het principe van bovengrondse afvoer leidt dan tot hogere niveaus. Alleen in het zuidwesten van het plangebied kan een lager minimaal wegpeil van 4,80 meter NAP worden gehanteerd. De huidige bodemopbouw kan tot (grondwater)overlast leiden.
Een combinatie van grondverbetering in de rijbanen (wegcunet, rioolsleuven) en het doorbreken van de slecht doorlatende lagen moet de infiltratie in het plangebied verbeteren.
Huishoudelijk afvalwater Er is nog geen vuilwaterontwerp opgesteld. De eisen voor het ontwerp zijn wel in de rapportage opgenomen. Eveneens zijn belangrijke uitgangspunten en beschouwingen vermeld. "De Eendracht" (vastgesteld)
53
De Eendracht
Het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woonwijk wordt onder vrij verval ingezameld. Het rioolstelsel wordt zo veel als mogelijk als een vermaasd systeem ontworpen, zo blijft afvoer mogelijk bij verstoppingen. Het rioolstelsel kan niet op het bestaande vrij verval riool van Terschuur lozen omdat de beek gepasseerd moet worden. Binnen het inrichtingsplan moet daarom ruimte worden gereserveerd voor het plaatsen van een gemaal met een kastopstelling. In verband met mogelijke toekomstige uitbreiding is een riooluitlegger nabij het gemaal tot aan de huidige landbouwsloot verdiept aangelegd. Hierdoor ontstaat er een mogelijkheid om een toekomstige ontwikkeling onder vrij verval aan te sluiten. Het gemaal voert met een persleiding af richting het hoofdgemaal van Terschuur.
Duurzaamheid In het kader van duurzaamheid, klimaatadaptatie en het vergroten van het klimaatbewustzijn onder bewoners worden de volgende aanvullende maatregelen genomen: het toepassen van een regenton van 250 liter per perceel; streven naar een waterneutraal inrichten van het schoolperceel, ontwikkeling door derden en het perceel tiny houses; het toepassen van een halfopen verharding in de parkeerplaatsen van de parkeerkoffers; stimuleren van groene daken; overwegen om de eis van 1 m3 waterberging op eigen terrein toe te passen. Infiltreren op eigen terrein kan alleen met grondverbetering. Er moet nog een besluit worden genomen; overwegen om infiltratiekolken in de achterpaden toe te passen. Ook hiervoor is grondverbetering nodig. Perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor het goed blijven functioneren van de infiltratiekolken, onder meer door reiniging. In het kader van duurzaam bouwen en vanwege de beoogde grond- en oppervlaktewaterkwaliteit mogen in principe geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) worden toegepast. Er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven die vergelijkbaar zijn wat betreft uitstraling, gebruiksgemak, levensduur en onderhoud. Indien vanwege zwaarwegende argumenten toch uitlogende materialen worden voorgesteld, is de voorwaarde dat ze jaarlijks gecoat worden om diffuse waterverontreinigingen te voorkomen.
Watervergunning Voor de realisatie van de woonwijk is een watervergunning van het waterschap Vallei en Veluwe nodig. De watervergunning is minimaal noodzakelijk voor de toename aan verhard oppervlak, het herinrichten van watergangen, de realisatie van een brug over de beek en voorzieningen voor de waterberging.
54
"De Eendracht" (vastgesteld)
De Eendracht
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE ASPECTEN
Juridische aspecten
De Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) geeft gemeenten de plicht tot het opstellen van een bestemmingsplan. In de Wro en het Bro is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Dit zijn een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast bieden zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan het afwijken met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Barneveld. Het uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De planregels vallen in vier hoofdstukken uiteen.
Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Tenslotte komt in hoofdstuk 4 het overgangsrecht en de slotbepaling aan bod.
Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan echter incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk dan wel de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.
6.1.1 6.1.1.1
Inleidende regels Begrippen
In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. De omschrijving van het begrip 'bouwperceel' staat in artikel 1. Een voorbeeld van een bouwperceel is een stuk grond waarop een woning staat met een tuin. De bestemmingen 'Wonen-1' en 'Tuin' horen beiden bij het bouwperceel. Het begrip 'Relatie' staat in artikel 1.87. Hierin staat beschreven dat het een op de verbeelding opgenomen aanduiding betreft die aangeeft welke bestemmingsvlakken met elkaar verbonden zijn en een eenheid vormen; Dit houdt in dat de aanduidingen die op beide verbonden bestemmingsvlakken staan niet zelfstandig gelezen moeten worden maar dat deze gelden als één geheel. Als bijvoorbeeld wordt aangegeven onder de bestemming Wonen-1: 'de totale oppervlakte van buiten het bouwvlak gelegen bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 20% van dat bouwperceel, met een maximum van 150 m2, [...].' wordt bedoeld dat de maximum oppervlakte die is aangegeven op de verbonden vlakken als één maximum "De Eendracht" (vastgesteld)
55
De Eendracht voor beide vlakken geldt en niet voor beiden afzonderlijk. 6.1.1.2
Wijze van meten
Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten (die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen) moeten worden gemeten.
6.1.2 6.1.2.1
Bestemmingsregels Bestemming 'Agrarisch'
Binnen de bestemming 'Agrarisch' is een 'bouwvlak' opgenomen voor de agrarische bedrijven. Met de aanduiding 'bouwvlak' is binnen de gebiedsbestemming 'Agrarisch' aangegeven waar agrarische bedrijven zijn toegestaan. Onder agrarische bedrijven worden veehouderijen, akkerbouwbedrijven, tuinbouwbedrijven (kwekerijen) en hondenfokkerijen verstaan. Glastuinbouwbedrijven zijn uitsluitend toegestaan daar waar dit is aangeduid. Gebruiksgerichte paardenhouderijen vallen niet onder de definitie van een agrarisch bedrijf. Intensieve veehouderijen zijn alleen toegestaan op bouwvlakken waar deze aanduiding aanwezig is. Voor het perceel Overbekerweg 6-8 is deze aanduiding niet aanwezig, waardoor dit type veehouderij op dit perceel niet is toegestaan. Binnen het bouwvlak mogen gebouwen, bouwwerken en werken ten dienste van het agrarisch bedrijf worden opgericht zoals veestallen, werktuigenbergingen, mestopslag, kuilvoerplaten en een bedrijfswoning. De maximale goothoogte van een bedrijfsgebouw bedraagt 6 meter. Voor teeltondersteunende kassen geldt een goothoogte van 3,5 meter. De maximale bouwhoogte van een bedrijfsgebouw bedraagt 10 meter. Via afwijking kan de bouwhoogte worden verhoogd tot 12 meter. De maximale goot- en nokhoogte van de bedrijfswoning bedraagt 3,5 respectievelijk 10 meter.
De maximale inhoud bedraagt 750 m3, inclusief de onderbouw voor zover deze boven het maaiveld uitkomt. Onder een bedrijfswoning is een onderbouw toegestaan, waarbij geldt dat bij vergunningsvrije aanbouwen en bijbehorende bouwwerken van woningen niet vergunningsvrij mogen worden voorzien van een onderbouw. Bij de bedrijfswoning is maximaal 80 m2 aan bijgebouwen toegestaan. De maximale goot- en nokhoogte van de bijgebouwen bedraagt 3 respectievelijk 6 meter.
6.1.2.2
Bestemming 'Groen'
Het structureel groen krijgt de bestemming 'Groen'. Onder structureel groen worden wijkparken, grotere groenelementen op buurt- of blokniveau, groen om wegen en waterlopen en wadi's verstaan. Binnen deze bestemming zijn ook speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen en paden toegestaan. De bestemming 'Groen' wordt alleen toegepast op openbare gronden, niet op particuliere terreinen. In de omschrijving van de bestemming 'Groen' staat dat de gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen (et cetera) 'met daaraan ondergeschikt parkeervoorzieningen'. Het is de bedoeling van de raad dat een relatief klein gedeelte van de gronden kan worden gebruikt als parkeervoorziening: om en nabij 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak. De raad beschouwt de parkeervoorzieningen dan als ondergeschikt. Die 10% is geen harde norm. De regeling is bewust flexibel geformuleerd. Als de parkeervoorzieningen meer dan de helft van de oppervlakte van het bestemmingsvlak beslaan, dan is in elk geval geen sprake van ondergeschiktheid. Wanneer sprake is van landschappelijke waarden wordt aan de hand van de geldende bestemming en de eigendomssituatie bepaald welke bestemming wordt toegekend. Bij gemeentelijk eigendom kan het hierbij gaan om diverse bestemmingen, zoals 'Groen' en 'Verkeer' in combinatie met de dubbelbestemming 'Waarde-Landschap.
Bij particulier eigendom kan het gaan om de bestemming 'Tuin', met de aanduiding 'groen'. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels voor de aanleg van in- en uitritten. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming 'Groen' in 'Tuin' te wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheid kan toegepast worden wanneer de gemeente grond verkoopt aan particulieren ter uitbreiding van tuinen. 56
"De Eendracht" (vastgesteld)
De Eendracht
6.1.2.3
Bestemming 'Maatschappelijk'
Binnen de bestemming 'Maatschappelijk' zijn gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Door middel van een aanduiding op de verbeelding wordt een specifieke maatschappelijke voorziening aangegeven, zoals begraafplaats, kinderopvang of religie. In principe wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van aanduidingen om het bestemmingsplan zo flexibel mogelijk te maken. Wanneer echter een andere maatschappelijke voorziening niet wenselijk is, door de ligging of omvang van het perceel, dan wordt wel een aanduiding toegepast. De maximale hoogte voor overige bouwwerken is drie meter. Door middel van een aanduiding op de verbeelding is een bedrijfswoning toegestaan. Speelvoorzieningen zijn als medegebruik bij onderwijs toegestaan. Dit betekent dat bijvoorbeeld op een schoolterrein medegebruik als speelvoorziening mogelijk is. Het spelen op het schoolplein is dan niet alleen voorbehouden aan de kinderen die op die school zitten, maar ook andere kinderen, bijvoorbeeld uit de buurt, kunnen na schooltijden van het terrein gebruik maken. Met name gelet op de tijdsduur van het gebruik is het spelen ondergeschikt. Het grootste deel van de dag is het gebruik van het terrein ten behoeve van de school.
6.1.2.4
Bestemming 'Tuin'
De bestemming 'Tuin' is gelegen bij andere bestemmingen zoals 'Wonen-1' en 'Bedrijf'. De bestemming wordt alleen toegepast op terreinen van particulier eigendom. Dit deel van het perceel mag beperkt bebouwd worden. De bedrijvenbestemming wordt toegepast bij bedrijven in een woonomgeving. Omdat de woonfunctie dominant is, dienen andere functies hierbij aan te sluiten. Bij bedrijven is, net als bij woningen, sprake van een tuinbestemming tussen het bedrijf en de weg. In een tuinbestemming mag verharding worden gerealiseerd. Het is ook mogelijk om binnen een tuinbestemming te parkeren. De grens tussen de bestemming 'Wonen-1' en de bestemming 'Tuin' verspringt. Buiten het bouwvlak is tot 1 meter achter de voorgevelrooilijn geen bebouwing toegestaan. Zo is gewaarborgd dat hoofdgebouwen hun prominente positie behouden. Dit is wenselijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Bebouwing buiten het bouwvlak is ondergeschikt. Wanneer de aanduiding 'groen' is aangegeven, is de grond alleen bestemd voor groen. Bouwwerken en verharding zijn niet toegestaan. Situering van bijbehorende bouwwerken in de voortuin van woningen Het begrip 'bijbehorende bouwwerken' geeft het al aan, deze dienen ruimtelijk ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw.
De bouwmassa's op een perceel kennen een hiërarchie waarbij het woonhuis het hoofdgebouw is en het bijbehorende bouwwerk of eventueel de bijbehorende bouwwerken ondergeschikt aan zijn. Deze hiërarchie vertaalt zich ruimtelijk enerzijds in de massa van de gebouwen, het hoofdgebouw, het woonhuis is groter dan het bijbehorende bouwwerk. Anderzijds is dit terug te zien in de positionering van de massa's, de bijbehorende bouwwerken staan achter het hoofdgebouw. De regel is dat het bijbehorende bouwwerk minimaal 1 meter achter de voorgevel van het woonhuis staat. Indien dit niet wordt nageleefd is het bijgebouw te dominant aanwezig en verstoord het de hierboven omschreven hiërarchische opbouw van de bouwmassa's. Naast een heldere hiërarchische opbouw moet verrommeling van het straatbeeld zoveel mogelijk worden voorkomen. Als in het bestemmingsplan er bewust voor is gekozen om geen bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel toe te staan dan dient hieraan vastgehouden te worden. Latere toevoegingen van bijbehorende bouwwerken, die voor de voorgevel van het woonhuis staan, geven een rommelig beeld en leveren daarmee een negatieve uitstraling op het totale straatbeeld. Voortuinen vormen een overgang van de bebouwde ruimte naar de verharde straten. Hiermee hebben ze een belangrijke functie en bepalen voor een groot deel de uitstraling en beleving van een straat.
Door een bijbehorende bouwwerken in de voortuin te situeren wordt de (groene) openheid beperkt en wordt lucht en "De Eendracht" (vastgesteld)
57
De Eendracht ruimte uit de straat ontnomen. Vanuit bovenstaande argumenten moet een bijbehorende bouwwerk minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw staan, waarbij carports ook onder de noemer bijbehorende bouwwerk vallen en erkers zijn uitgezonderd.
6.1.2.5
Bestemming 'Verkeer'
De bestemming 'Verkeer' wordt opgenomen voor wegen, straten en paden, voet- en rijwielpaden. Daarnaast zijn parkeer-, groen- en speelvoorzieningen mogelijk. Evenals waterhuishoudkundige doeleinden en bermen. Wanneer de aanduiding 'pad' is aangegeven, is de grond alleen voor pad bestemd. Hiermee wordt voorkomen dat auto's gebruik kunnen maken van het pad. Dit is van belang als het fiets- of voetpad twee wijken verbindt. Gevelzitplaatsen We willen een beperkte overlap van horeca en detailhandel mogelijk maken. Dit kan een bijdrage zijn aan de aantrekkelijkheid van het winkelen in een dorpskern, dat in toenemende mate ook een recreatieve component kent. De overlap dient echter wel zodanig beperkt te zijn, dat er geen semi-horeca gebruik in de winkel gaat ontstaan, dan wel dat feitelijk sprake is van een zelfstandig horecagebruik, of anders gezegd: dat het doel om de winkel te bezoeken primair komt te liggen in het ter plekke nuttigen van een beperkt aantal soorten dranken en/of etenswaren. Gevelzitplaatsen zijn toegestaan binnen de bestemming 'Verkeer' mits dit voldoet aan hetgeen is aangegeven in Bijlage B van de Uitvoeringsbepalingen APV Barneveld. Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg is in strijd met de functie van de weg. Indien dit beleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging.
Terrassen en terrasoverkappingen Terrassen ten behoeve van horeca-inrichtingen waarvoor een exploitatievergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld is verleend zijn binnen de bestemming 'Verkeer' toegestaan. Er zijn stedebouwkundige richtlijnen voor terrasoverkappingen en serres. Er bestaat een mogelijkheid dat horecainrichtingen een terras voorzien van een overkapping. Terrasoverkappingen kunnen een grote invloed hebben op de uitstraling en het gebruik van de openbare ruimte. Een terrasoverkapping mag geen negatief effect hebben op het straatbeeld en de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte.
6.1.2.6
Bestemming 'Wonen-1'
De bestemming 'Wonen-1' wordt opgenomen voor het woonperceel (met eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken). Het gedeelte van het perceel tussen de woning en de weg krijgt de bestemming 'Tuin'. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de functie wonen toegestaan. Het begrip wonen is gedefinieerd als 'het zelfstandig gehuisvest zijn van één afzonderlijk huishouden'. Dit betekent dat kamerverhuur niet zonder meer is toegestaan. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken is een regeling opgenomen waarbij de toegelaten oppervlakte is gekoppeld aan de omvang van het bouwperceel met een maximum van 150 m2. In uitzonderingsgevallen is er een maatvoeringsaanduiding op de verbeelding weergegeven. Omdat aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden (bedrijfs-)activiteiten zowel in de woning als in de aan- en uitbouwen onder voorwaarden zijn toegestaan, is gekozen voor een algemene gebruiksbepaling in een apart artikel. Kleinschalige bedrijven, zoals schilders, stukadoors en elektriciens vallen onder de noemer 'hiermee gelijk te stellen gebied'. Dit zijn bedrijfjes waarbij aan huis hoofdzakelijk administratie-/kantoorwerkzaamheden plaats vinden, er beperkte opslag plaatsvindt en de 58
"De Eendracht" (vastgesteld)
De Eendracht hoofdwerkzaamheden elders (op locatie) plaats vinden. In de specifieke gebruiksregels staat dat er geen detailhandel mag plaatsvinden. Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid beschouwt de raad niet als detailhandel. Dergelijke internetwinkels zijn wel toelaatbaar onder de daar genoemde voorwaarden. Het gaat om internetwinkels waarbij de klant op geen enkele manier fysiek in contact staat met de internetwinkel. Alle klantcontacten en verzending van goederen gebeurt uitsluitend digitaal of per post. Van enige consument aantrekkende werking is geen sprake. Deze internetwinkels passen als ondergeschikte functie in de woonbestemming. Als de opslag, logistiek en/of administratie de hoofdfunctie is, is een bestemming als bedrijf of kantoor van toepassing. In artikel 3.1, eerste lid van de Wro is vastgelegd dat de gemeenteraad de bestemming van de in het bestemmingsplan begrepen grond aanwijst en met het oog op de bestemming regels geeft. De regels kunnen strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied.
Op basis van de genoemde bepaling is in de regels opgenomen welk aandeel van het totale aantal woningen in het plangebied sociale huurwoningen, sociale koopwoningen dan wel door particulier opdrachtgeverschap te verwezenlijken woningen dient te zijn. Binnen woningen, zowel binnen de bestemming 'Wonen-1' als 'Wonen-2', is een bed & breakfast onder voorwaarden toegestaan. In een bijgebouw is alleen met een omgevingsvergunning en onder voorwaarden een bed & breakfast toegestaan. Als een bed & breakfast in een bijgebouw wordt gerealiseerd moet duidelijk zijn dat het echt om een bed & breakfast gaat en niet om een losse recreatiewoning. Dit betekent dat er geen keuken, washok of andere ruimten in het bijgebouw aanwezig zijn die makkelijk bij de kamers kunnen worden aangetrokken. In een woning of bijgebouw mogen maximaal twee kamers, met elk twee bedden ten behoeve van een bed & breakfast worden gerealiseerd. Het is wel toegestaan een kinderbedje toe te voegen. De bed & breakfast moet altijd ondergeschikt zijn aan de woonfunctie. Dat betekent dat de bebouwing altijd uitstraalt dat het om een woning gaat. Daarnaast mag de oppervlakte van een bed & breakfast in een bijgebouw maximaal 60 m² bedragen. Om overlast van parkeren te voorkomen moet parkeren op het eigen erf plaatsvinden.
In bijzondere situaties, bijvoorbeeld om erfgoed te behouden zijn meer of grotere kamers per bed & breakfast mogelijk. Een dergelijk initiatief is maatwerk waarbij onder andere wordt gekeken naar de toegevoegde waarde ten opzichte van het bestaande aanbod.
6.1.2.7
Bestemming 'Wonen-2'
De bestemming 'Wonen-2' wordt opgenomen wanneer sprake is van gestapelde woningen. Bij de bestemming 'Wonen-2' is de functie wonen toegestaan. Het begrip wonen is gedefinieerd als 'het zelfstandig gehuisvest zijn van één afzonderlijk huishouden'. Dit betekent dat kamerverhuur niet zonder meer is toegestaan. Omdat aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden (bedrijfs-)activiteiten zowel in de woning als in de aan- en uitbouwen onder voorwaarden zijn toegestaan, is gekozen voor een algemene gebruiksbepaling in een apart artikel. In artikel 3.1, eerste lid van de Wro is vastgelegd dat de gemeenteraad de bestemming van de in het bestemmingsplan begrepen grond aanwijst en met het oog op de bestemming regels geeft. De regels kunnen strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied. Op basis van de genoemde bepaling is in de regels opgenomen welk aandeel van het totale aantal woningen in het plangebied sociale huurwoningen, sociale koopwoningen dan wel door particulier opdrachtgeverschap te verwezenlijken woningen dient te zijn.
6.1.2.8
Dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1 en 2'
In alle gebieden die (nog) niet zijn vrijgegeven na archeologisch onderzoek of waar is besloten tot behoud in situ is een dubbelbestemming voor archeologie toegepast. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' is toegepast bij een ondergrondse bouwdiepte van 0,3 m, in gebieden met een lage verwachtingswaarde (bij een oppervlakte van meer dan 10.000 m2). "De Eendracht" (vastgesteld)
59
De Eendracht
De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' is toegepast bij een ondergrondse bouwdiepte van 0,3 m, in gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde (bij een oppervlakte van meer dan 2.000 m2).
6.1.2.9
Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterhuishouding'
De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterhuishouding' is opgenomen voor het beschermen van de waterhuishoudkundige functie van de betreffende gronden. Het gaat hierbij om gronden die niet zijn bestemd als 'Water'. Aan deze dubbelbestemming is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden gekoppeld. Op de gronden met deze dubbelbestemming mogen geen bouwwerken worden gebouwd. Uitzonderingen op het bouwverbod zijn alleen mogelijk na schriftelijke instemming van de waterbeheerder.
6.1.3 6.1.3.1
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
6.1.3.2
Algemene bouwregels
In artikel 14.1 is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen. De regeling houdt in dat ondergronds bouwen is toegestaan waar ook bovengronds bouwen is toegestaan, tenzij anders is aangegeven.
6.1.3.3
Algemene gebruiksregels
Seksinrichting / coffeeshop Ter verduidelijking van het plan wordt aangegeven dat het gebruiken van gronden ten behoeve van een seksinrichting dan wel coffeeshop in ieder geval strijdig is met de bestemming. Verblijfsrecreatie In Barneveld is het toegestaan een eigen woning te verhuren aan toeristen voor kort verblijf: Particuliere vakantie-verhuur. De woning is in dit geval duidelijk ingericht voor eigen bewoning. Er mogen geen woningen aan de woningvoorraad worden onttrokken om particulier te worden verhuurd voor recreatief gebruik. Een woning mag daarom niet meer dan 60 nachten per kalenderjaar worden verhuurd tijdens afwezigheid van de bewoner. Dit kan een aaneengesloten periode zijn of meerdere korte periodes van in totaal 60 nachten. De bewoner van de woning is verantwoordelijk voor de verhuur. In bijzondere situaties, bijvoorbeeld ten behoeve van het behoud van erfgoed, kan van bovenstaande worden afgeweken. Bij een dergelijk initiatief is altijd sprake van maatwerk waarbij o.a. wordt gekeken of het initiatief aanvullend is op het bestaande verblijfsrecreatieve aanbod in Barneveld. Parkeerplaatsen Ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen wordt in deze regels aangegeven dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn conform de Nota Parkeernormen (2020). Hierbij wordt het vergroten van een woning uitgesloten.
6.1.3.4
Algemene aanduidingsregels
De aanduidingen bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. In de gemeente Barneveld zijn op diverse locaties in de openbare ruimte standplaatsen voor ambulante
60
"De Eendracht" (vastgesteld)
De Eendracht handel aanwezig. Deze standplaatsen worden gedurende één of meer dagdelen per week ingenomen door kramen of wagens van waaruit producten (zoals vis, snacks, bloemen en groente en fruit) worden verkocht. Een standplaats is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel standplaats'.
6.1.3.5
Algemene afwijkingsregels
Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen wanneer dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Het is niet de bedoeling dat deze algemene bevoegdheid wordt toegepast in combinatie met het afwijken zoals dat bij een specifieke bestemming is genoemd. Met andere woorden: cumulatie van deze bevoegdheden is uitgesloten. Een voorbeeld: de maximale goothoogte voor een woning is 6 meter. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de bevoegdheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels en die goothoogte te vergroten met maximaal 3 meter. Het is niet de bedoeling dat dan nog eens toepassing wordt gegeven aan de algemene afwijkingsbevoegdheid met een vergroting van nog eens 10% tot gevolg. Het is toegestaan om af te wijken van de goot- en bouwhoogte en inhoud en buiten het bouwvlak te bouwen wanneer de bestaande en eventueel bij te bouwen nieuwe bebouwing op het bouwperceel wordt geïsoleerd.
De uitbreiding is uitsluitend bedoeld wanneer de isolatiemaatregelen een grotere omvang van de bebouwing vragen om eenzelfde oppervlakte te krijgen als wanneer er geen of een beperkter isolatiepakket zou worden gehanteerd dat alleen aan de eisen uit het Bouwbesluit voldoet. Het gaat hier dus bijvoorbeeld om dikkere muren en/of een hoger dak.
6.1.3.6
Algemene wijzigingsregels
In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. De bevoegdheid is bedoeld voor aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein. Ook wordt hier aan het bevoegd gezag de mogelijkheid gegeven om, onder voorwaarden het plan wijzigen in die zin dat de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - Standplaats' wordt toegevoegd aan de gronden.
6.1.3.7
Algemene procedureregels
Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.9a van de Wro van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging een besluit nemen omtrent de wijziging. Voor het stellen van nadere eisen is geen procedure opgenomen in de wet. De procedure staat beschreven in hoofdstuk 3 "Algemene regels" van dit bestemmingsplan.
"De Eendracht" (vastgesteld)
61
De Eendracht
6.1.4 6.1.4.1
Overgangs- en slotregels Overgangsregels
Voor de overgangsregels is onderscheid gemaakt tussen de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken en de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik. Zowel de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken als de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik gelden vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht. Vooraf dient een afweging te worden gemaakt tussen legaliseren (positief bestemmen) dan wel handhaving van illegale situaties. De overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik zijn overgenomen uit artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Bro.
6.1.4.2
Slotregel
Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.
6.2
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: de regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving; handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren; niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (onder andere in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijken van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.
In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: de regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels; het afwijkingenbeleid. In dit bestemmingsplan is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het plan opgenomen afwijkingsbevoegdheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
62
"De Eendracht" (vastgesteld)
De Eendracht
Hoofdstuk 7 7.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Kostenverhaal en zekerstellingen
Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Bro is aangewezen. Nu het plan de bouw van onder andere woningen mogelijk maakt, is dit aan de orde. Het grootste gedeelte van het plangebied is in eigendom van de gemeente waarmee de kosten worden gedekt uit de gronduitgifte (kavel verkopen). Hiervoor is een grondexploitatie in concept opgesteld, waarbij de gemeenteraad bij de vaststelling van dit bestemmingsplan gevraagd wordt om de grondexploitatie te openen. Met de andere grondeigenaren zijn anterieure overeenkomsten afgesloten om de ontwikkeling van de locatie niet voor kosten van de gemeente te laten komen. Doordat het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden hiermee anderszins verzekerd is, het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels niet noodzakelijk is, behoeft de raad op grond van artikel 6.12, tweede lid Wro in dit geval geen exploitatieplan vast te stellen.
"De Eendracht" (vastgesteld)
63
De Eendracht
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1 Bro heeft het college op 24 februari 2022 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennisgegeven van het voornemen om het voorliggende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is verder dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).
8.1
Participatie
Participatie gaat over het goede gesprek tussen initiatiefnemers, de samenleving en de beslissers. Het is de bedoeling om elkaar zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces ter voorbereiding van een besluit en gezamenlijk te zoeken naar de beste oplossingen. Dit is verankerd in beleid dat moet leiden tot plannen met een hogere kwaliteit en een breder draagvlak. Op 20 april 2022 heeft de raad het "Participatiebeleid Gemeente Barneveld" vastgesteld. Het beleid onderscheidt drie sporen: Participatie bij ruimtelijke initiatieven; Participatie bij initiatieven van de overheid; Participatie bij initiatieven vanuit de gemeenschap. Het beleid is in werking getreden op 1 januari 2023, met uitzondering van de participatieverplichting uit spoor 1 want die is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In het beleid is de participatieladder opgenomen. Die ladder gaat over verschillende gradaties van meedoen en is er om de rol van de deelnemers duidelijk te communiceren. Er zijn vier treden op de ladder: 1. 2. 3. 4.
Meeweten | informeren Meedenken | raadplegen Meewerken | adviseren Meebepalen | co-creatie
In dit geval is de planvorming eerder gestart en een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd (februari 2022) dan dat het participatiebeleid is vastgesteld (april 2022). In lijn met dit beleid zijn verschillende vormen van participatie toegepast. Zo zijn met de direct omwonenden (circa 10 adressen) in december 2021 en februari 2022 digitale bewonersbijeenkomsten geweest. In deze kleinschalige vorm is het plan toegelicht en naar de omwonenden geluisterd. Zij konden direct vragen stellen en/of opmerkingen maken die, waar mogelijk, verwerkt zijn in het voorontwerpbestemmingsplan. In het kader hiervan is op 8 maart 2022 een digitale informatiebijeenkomst voor omwonenden en andere belangstellenden geweest. Voor deze digitale bijeenkomsten is destijds gekozen vanwege de toen geldende COVID-maatregelen. Op 6 juli 2023 is vervolgens een fysieke informatieavond in dorpshuis De Belleman geweest om het toen ter inzage liggende ontwerpbestemmingsplan toe te lichten en om vragen te beantwoorden. Hiervan is door veel belangstellenden gebruikt gemaakt. Het voorontwerp- en het ontwerpbestemmingsplan hebben op de gebruikelijke manier ter inzage gelegen, waarop enkele inspraakreacties en zienswijzen zijn ontvangen. Tenslotte zijn diverse vragen per telefoon en/of per e-mail beantwoord.