CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

01 De Eendracht_Toelichting

Gemeenteraad 13 december 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan De Eendracht in Terschuur26.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

De Eendracht

(december 2023) bestemmingsplan Plannr. 1661

De Eendracht

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen 2.3 Ontstaansgeschiedenis 2.4 Ruimtelijke structuur

6 6 6 7 7

Hoofdstuk 3

9

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Regio 4.4 Waterschap 4.5 Gemeente

12 12 13 15 16 17

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 Veiligheid 5.15 Verkeer 5.16 Water

24 24 26 27 34 35 37 39 43 43 43 45 46 48 49 50 51

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving

55 55 62

Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Kostenverhaal en zekerstellingen

63 63

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

64 64 64 65 65

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan De Eendracht

Bijlage 2

Bodem- en asbestonderzoek Eendr. 29-33

Bijlage 3

Bodem- en asbestonderzoek Eendr. 35

2

"De Eendracht" (vastgesteld)

De Eendracht

Bijlage 4

Bodem- en asbestonderzoek Eendr. 29

Bijlage 5

Verkennend asbestonderzoek ten zuiden van Eendr. 29

Bijlage 6

Bodem- en asbestonderzoek Eendr. 29a-31

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

Bijlage 8

Onderzoek stikstofdepositie incl. Aerius-berekeningen

Bijlage 9

Quickscan Wet natuurbescherming

Bijlage 10

Nader onderzoek beschermde soorten

Bijlage 11

Boominventarisatie Eendr. 29-33

Bijlage 12

Boominventarisatie Eendr. 35

Bijlage 13

Boominventarisatie Eendr. 35, bijlage 1

Bijlage 14

Boominventarisatie Eendr. 35, bijlage 2

Bijlage 15

Boominventarisatie Eendr. 35, bijlage 3

Bijlage 16

Boomeffectanalyse

Bijlage 17

Boomeffectanalyse, bijlage 1

Bijlage 18

Boomeffectanalyse, bijlage 2

Bijlage 19

Boomeffectanalyse, bijlage 3

Bijlage 20

Boomeffectanalyse, bijlage 6

Bijlage 21

Akoestisch onderzoek Ruimtelijke Ordening

Bijlage 22

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 23

Lichthinderonderzoek

Bijlage 24

Besluit vormvrije m.e.r. beoordeling

Bijlage 25

Waterhuishouding en rioleringsplan

Bijlage 26

Nota inspraak en overleg

Bijlage 27

Nota zienswijzen

"De Eendracht" (vastgesteld)

3

De Eendracht

4

"De Eendracht" (vastgesteld)

De Eendracht

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Dit plan is het planologisch juridisch kader voor de realisatie van circa 160 woningen, een schoolgebouw met kinderopvang en bijbehorende groen-, verkeers- en waterstructuren ten noorden van de kern Terschuur. De agrarische bedrijven aan de Eendrachtstraat 29-33 en 35 worden beëindigd zodat ook de hindercontour van beide bedrijven verdwijnt. De bijbehorende agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Verder wordt bij het agrarische bedrijf op het perceel Overbekerweg 6-8 de aanduiding voor intensieve veehouderij verwijderd zodat dit type veehouderij hier niet meer mogelijk zal zijn. Met de woningbouw wordt bijgedragen aan het voorzien in de behoefte aan betaalbare, middeldure en dure woningen met een goede ruimtelijke kwaliteit in Terschuur. Het gezamenlijke schoolgebouw vervangt de verouderde schoolgebouwen van De Zaaier (Terschuur) en Het Anker (Zwartebroek). De huidige locaties van deze scholen maken geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. De invulling hiervan zal met zelfstandige procedure(s) geregeld worden. Onderstaande afbeelding geeft de met de rode cirkel de ligging van de plangebied weer. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen de geldende bestemmingsplannen 'Buitengebied 2012' en 'ZwartebroekTerschuur-De Glind'. Daarom is de voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld.

Afbeelding: Ligging plangebied Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.

"De Eendracht" (vastgesteld)

5

De Eendracht

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan Eendrachtstraat en Overbekerweg ten noorden van Terschuur. Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrensd door agrarische gronden. Aan de oostzijde vormt de Eendrachtstraat de grens van het plangebied en aan de zuidzijde zijn dit de woningen aan de Sandersstraat en het sportpark 'Overbeek'. Onderstaande afbeelding geeft met de begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding: Begrenzing plangebied

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied bestaat uit twee onderdelen: het globaal rood omlijnde gebied langs de Eendrachtstraat waar het bouwplan wordt gerealiseerd en het globaal blauw omlijnde agrarische bedrijf op het perceel Overbekerweg 6-8 waar de aanduiding voor intensieve veehouderij wordt verwijderd. Het plangebied ligt grotendeels in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' en heeft de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Water' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Beplanting en Verkaveling', 'Waarde - Openheid en Reliëf' en 'Waterstaat - Waterhuishouding'. Daarnaast zijn verschillende aanduidingen van toepassing. Realisatie van woningbouw, maatschappelijke voorzieningen, groen en infrastructuur is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. Het plangebied ligt voor een klein deel in het bestemmingsplan 'Zwartebroek-Terschuur-De Glind' en heeft de bestemming 'Sport' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - 1' en 'Waarde - Landschap''. Realisatie van een wandelpad ten zuiden van de Hoevelakense Beek is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. Onderstaande afbeelding geeft de bestemmingen in en om het plangebied weer.

6

"De Eendracht" (vastgesteld)

De Eendracht

Afbeelding: Geldende bestemmingen In de bestemmingsplannen zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

2.3

Ontstaansgeschiedenis

De kern Terschuur dankt zijn bestaan aan de oude Hessenweg van Amsterdam over Amersfoort naar Deventer, waar in vroegere tijden nog tol moest worden betaald. De pachters woonden waarschijnlijk in het huis “Terschuur”. Net als in Zwartebroek concentreerde de bebouwing zich vooral langs één straat, in het geval van Terschuur is dit de Hoevelakenseweg. Verdere bebouwing heeft vooral in het gebied tussen deze Hoevelakenseweg en de Eendrachtstraat plaatsgevonden. De komst van de belangrijke verkeers- en vervoersassen Rijksweg A1 en de spoorweg Amersfoort-Apeldoorn heeft ervoor gezorgd dat het dorp in feite in tweeën in gespleten. Dit heeft de ontwikkeling van vooral het zuidelijke deel van het dorp belemmerd.

2.4

Ruimtelijke structuur

Terschuur is ontstaan uit twee linten, de Hoevelakenseweg, die de beek op enige afstand volgt, en de Eendrachtstraat. De structuur van het landschap in en rond Terschuur wordt bepaald door de licht meanderende Hoevelakense beek, waarbij – vooral ten oosten van Terschuur - kleinschalige bosjes de hoogtelijnen in het landschap volgen. De bebouwing is voornamelijk opgespannen tussen de beek en de Hoevelakenseweg. Het gebied ten oosten, zuiden en westen van Terschuur wordt aangemerkt als kampenlandschap. Het is een kleinschalig en besloten landschap met veel afwisseling. Het verkavelingspatroon is sinds 1850 weinig veranderd. De enkele open gebieden, zoals in het oosten van Terschuur, dienen in de toekomst ook open te blijven. Vroeger kon Terschuur nog worden gezien als een dorp getypeerd door lintbebouwing. Dit is echter al enige tijd niet meer aan de orde. Door onder andere de komst van de Rijksweg A1 en de spoorlijn is de structuur van het dorp sterk gewijzigd. Dit heeft grote invloed gehad op de verdere ontwikkeling van het dorp. In het noordelijke deel is vooral na de Tweede Wereldoorlog begonnen met het bouwen van verschillende buurtjes, met name gevestigd in het gebied tussen de Hoevelakenseweg en de "De Eendracht" (vastgesteld)

7

De Eendracht Eendrachtstraat. Deze buurtjes hebben een monofunctioneel karakter. Er bestaat dus een vrij duidelijke functiescheiding in deze kern. Bedrijven concentreerden zich met name aan de Hoevelakenseweg waar deze het dichtst bij de Rijksweg A1 ligt. Verder heeft zich ook aan de oostkant van de kern enige bedrijfsontwikkeling voorgedaan. Bestemmingen met een maatschappelijke functie hebben zich vooral geconcentreerd aan de noordzijde van het dorp. Aan de rand, vooral aan de westzijde, bevinden zich gronden met agrarische doeleinden en woningen met grote tuinen, waardoor juist in deze gedeelten van het dorp een meer open karakter is ontstaan.

8

"De Eendracht" (vastgesteld)

De Eendracht

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Huidige situatie Het plan betreft een uitbreidingslocatie aan de noordzijde van Terschuur. In de huidige situatie is de oostzijde van het plangebied langs de Eendrachtstraat in gebruik door twee intensieve veehouderijen met bijbehorende bebouwing en de westzijde als landbouwgrond. De twee agrarische bedrijven worden beëindigd en de bebouwing wordt, op de bedrijfswoningen na, gesloopt. In eerste instantie was woningbouw op een kleinere schaal bedacht op de locatie van de sportvelden van het sportpark 'Overbeek'. Echter, op basis van de gezamenlijke huisvestingsopgave voor de basisscholen, een betere woonkwaliteit door de grotere afstand tot de Rijksweg A1, de herontwikkelingsmogelijkheid van de te beëindigen agrarische bedrijven, het vervallen van milieucontouren van deze bedrijven en kostenbesparing door de velden niet te verplaatsen, heeft dit tot een heroverweging en daarmee tot voorliggend plan geleid.

Toekomstige situatie Woningen In het plangebied worden circa 160 woningen in verschillende typen mogelijk gemaakt, van vrijstaand tot rijwoningen en van rug-aan-rugwoningen tot appartementengebouwen. Ook worden 12 tiny houses mogelijk gemaakt. Het wordt een gedifferentieërde wijk van sociale huur- en koopwoningen tot aan woningen in de vrije sector. De (voormalige) bedrijfswoningen Eendrachtstraat 29, 33 en 35 blijven als reguliere woningen gehandhaafd. Het woningbouwplan betreft een groen adaptief (koelend, ademend, piek opvangend) en integraal vormgegeven plan. Maatschappelijke voorzieningen Vanwege de huisvestingsopgave voor de basisscholen De Zaaier (Terschuur) en Het Anker (Zwartebroek) en de bereikbaarheid vanuit beide dorpen, komt het gezamenlijke schoolgebouw met kinderopvang aan de noordzijde van het plangebied. De locatie is door de ontworpen verkeersstructuur per auto, per fiets en te voet goed te bereiken. De ten oosten gelegen parkeerplaats kan op bepaalde momenten ook gebruikt worden voor sport- en spel.

"De Eendracht" (vastgesteld)

9

De Eendracht

Verkeer Op alle wegen in de wijk geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. De wijk krijgt twee ontsluitingswegen: één aan de zuidzijde van het plangebied tussen Eendrachtstraat 29 en het te realiseren appartementengebouw aan de Eendrachtstraat. De andere ontsluitingsweg komt aan de noordzijde tussen Eendrachtstraat 33 en 35. Door de wijk komen verder verschillende voet- en fietspaden, zoals een fietspad dat aansluit op het bestaande fietspad langs de Eendrachtstraat. Daarnaast wordt ten zuiden van de tiny houses richting de Eendrachtstraat en het dorp een fiets- en voetpad gerealiseerd. Ook komt bij het appartementengebouw aan de zuidwestzijde van het plangebied een recreatief wandelpad dat over de Hoevelakense Beek in oostelijke richting op de Sandersstraat en sportpark Overbeek gaat aansluiten. Ten noorden van het perceel Eendrachtstraat 27-01 wordt een fiets- en voetpad aangelegd. Ten oosten van dit perceel wordt het voetpad voortgezet langs het bestaande tweerichtingenfietspad zodat deze aansluit op de bestaande voetpaden in Terschuur. De nota parkeernormen van de gemeente Barneveld is uitgangspunt geweest voor het bepalen van de parkeerbehoefte. Door het plangebied heen zijn meerdere geclusterde parkeervoorzieningen aanwezig, waarvan op een aantal voorbereidingen worden getroffen voor het plaatsen van openbare laadpalen.

Bij het schoolgebouw is ook een geclusterde parkeervoorziening aanwezig. Verder hebben de woningen met een oprit ruimte om daar auto's te parkeren. Met een zogenoemde voorwaardelijke verplichting wordt de aanleg en instandhouding hiervan vastgelegd. Zie ook paragraaf 5.15. Landschap en groenstructuren In het plangebied wordt rekening gehouden met het landschap en de aanwezige groenstructuren. De houtwal aan de westzijde van de twee agrarische bouwvlakken komt grotendeels terug in het plangebied en wordt versterkt. Deze structuur vormt één van de groenstructuren die de kenmerkende slagen van het slagenlandschap volgen. Waar mogelijk worden de bestaande en nieuwe groenstructuren voorzien van wadi's of aanwezige sloten. Op deze manier krijgt de nieuwe woonwijk een groene uitstraling. Zie ook paragraaf 5.12. De drie bestaande percelen Sandersstraat 3, 5 en 7, die geen onderdeel uitmaken van het plangebied, worden aan de west- en noordzijde omgeven door een schouwpad en groen. Hierdoor ontstaat afstand en een groene buffer tussen deze woningen en de nieuwe woningen in het plangebied. Beeldkwaliteit Zowel voor de bebouwing als voor de openbare ruimte is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, waarin ook is ingegaan op het aspect duurzaamheid. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage 1 bij de toelichting opgenomen en dient als uitgangspunt voor de verdere uitwerking van de woonwijk.

Invulling plangebied langs de Eendrachtstraat Onderstaande afbeelding geeft de toekomstige invulling van het plangebied weer met daarop de ligging van de groen-, water- en infrastructuur, de woningen en het schoolgebouw. Een grotere weergave van deze kaart staat op pagina 17 van het beeldkwaliteitsplan.

10

"De Eendracht" (vastgesteld)

De Eendracht

Afbeelding: Invulling plangebied Agrarisch bedrijf Overbekerweg 6-8 Op het perceel Overbekerweg 6-8 is en blijft een agrarisch bedrijf bestemd, maar de aanwezige aanduiding voor een intensieve veehouderij wordt van het perceel verwijderd. Dit om te voorkomen dat een maximale invulling van dit perceel voor deze veehouderijtak een belemmering zou kunnen opleveren voor een deel van het plangebied. Door het verwijderen van de aanduiding kunnen dieren die onder deze veehouderijtak vallen hier niet meer bij recht gehouden worden. Bovenstaande betekent dat het agrarische bedrijf deels beperkt wordt in zijn ontwikkelmogelijkheden. In deze bestemmingsplanprocedure is het belang van het agrarische bedrijf enerzijds en het belang van de woningbouw en de realisatie van het schoolgebouw anderzijds afgewogen. Daarbij is de keuze gemaakt die voor het agrarische bedrijf deels nadelig is. De overige agrarische bedrijfsactiviteiten die al aangevraagd zijn kunnen met dit bestemmingsplan wel uitgevoerd blijven worden.

"De Eendracht" (vastgesteld)

11

De Eendracht

Hoofdstuk 4

BELEIDSKADER

4.1

Rijk

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking Dit plan past binnen het doel om een duurzaam en divers woon- en leefklimaat te realiseren, met een gedifferentieerd woningaanbod passend bij de diversiteit aan woningvraag. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

4.1.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

4.1.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Chw via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: 12

"De Eendracht" (vastgesteld)

De Eendracht tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Chw van toepassing aanzien dit bestemmingsplan meer dan 11 woningen mogelijk maakt in een aaneengesloten gebied (artikel 1.1, eerste lid, onder a. Chw jo. artikel 3.1 van Bijlage I Chw).

4.2

Provincie

4.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die op 1 januari 2024 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.

4.2.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. De bestemmingsplan past binnen de ambitie van de provincie om een duurzaam en divers woon- en leefklimaat te realiseren met een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag.

Het woningbouwplan past binnen de totale woningbouwprogrammering van de gemeente. "De Eendracht" (vastgesteld)

13

De Eendracht

4.2.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In artikel 2.2, lid 1 van de Omgevingsverordening is een instructieregel opgenomen voor bestemmingsplannen met het oog op de doorwerking van de regionale woonagenda. Die bepaling luidt als volgt: 'Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda.' In artikel 2.65b is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.

waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. Doorwerking in plangebied Onderstaande afbeelding is een fragment van de Omgevingsverordening. Hierop is te zien dat het rood omcirkelde plangebied en het ten noordwesten daarvan gelegen perceel Overbekerweg 6-8 is opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 9: Regels Water en Milieu

Afbeelding: Omgevingsverordening Gelderland Voor wat betreft glastuinbouw: er geldt een tijdelijk verbod voor de hervestiging en nieuwvestiging van glastuinbouw. Ook de uitbreiding van bestaande glastuinbouw is tijdelijk verboden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. De betreffende regels uit de verordening zijn daarom niet van toepassing voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied. 14

"De Eendracht" (vastgesteld)

De Eendracht

Voor wat betreft water en milieu: het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebieden'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied dat is aangewezen op grond van artikel 1.2, tweede lid, onder sub a. van de Wet milieubeheer (hierna: Wm). In artikel 2.38 van de Omgevingsverordening is bepaald dat intrekgebieden in een bestemmingsplan geen bestemming krijgen die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde. Voor wat betreft de doorwerking van de regionale woonagenda: In de toets aan de zogeheten 'ladder voor duurzame verstedelijking' is uiteengezet dat de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied in overeenstemming is met de regionale woonagenda. In paragraaf 5.7 wordt op deze toetsing ingegaan. Voor wat betreft klimaatadaptatie: in het plangebied wordt met elk aspect rekening gehouden. In onder andere paragraaf 5.16 wordt ingegaan op de water- en droogteaspecten, zoals het vasthouden van water en de aanleg van wadi's. Ten aanzien van droogte en hitte wordt in het plangebied rekening gehouden met het in stand houden van de bestaande en de aanleg van nieuwe groen- en waterstructuren. Deze structuren en onbebouwde/onverharde gronden en percelen hebben een verkoelend effect. In paragraaf 5.12 wordt ingegaan op deze structuren.

Gelet op het bovenstaande is het plan in overeenstemming met de verordening.

4.3

Regio

4.3.1

Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe

Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (hierna: RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.

Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, et cetera) veilig stellen en Natuurlijk bodemen watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.

In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van "De Eendracht" (vastgesteld)

15

De Eendracht belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van ten aanzien van klimaatadaptatie zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

4.4

Waterschap

4.4.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

4.4.2

BOP 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (hierna: BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

16

"De Eendracht" (vastgesteld)

De Eendracht

4.5

Gemeente

4.5.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De Structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld.(De vastgestelde versie is gepubliceerd op 29 december 2011 (Staatscourant, nr. 23938). De gemeente Barneveld heeft op 28 september 2016 de Strategische Visie Barneveld 2030 vastgesteld. De Strategische Visie geeft aan welke doelen het gemeentebestuur nastreeft voor de periode tot 2030. Daaraan voorafgaand heeft de raad in januari 2009 de Structuurvisie 2009 vastgesteld waarin de stedelijke ontwikkelingen voor de komende 10 jaar zijn weergegeven. Mede op basis van de Strategische Visie is de Structuurvisie 2009 geactualiseerd door de vaststelling van de Structuurvisie Kernen 2022. De Structuurvisie Buitengebied is het derde en laatste onderdeel van deze beleidstrilogie. In de op 21 september 2011 vastgestelde Structuurvisie Buitengebied wordt specifiek ingegaan op onderwerpen als landbouw, recreatie en landschap in de periode tot 2020. De twee structuurvisies vullen elkaar hierbij inhoudelijk aan. De strategische visie geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn. Met deze Structuurvisie Buitengebied biedt de gemeente Barneveld ruimte voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon - en leefmilieu.

Ontwikkelingen in de landbouw en bij recreatieve bedrijven zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap en woon- en leefomgeving. Deze omgevingskwaliteiten zijn ook de belangrijkste vestigingsfactoren voor het buitengebied. Initiatieven beoordeelt de gemeente daarom mede op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon en leefmilieu, verkeer en natuur. Dit moet leiden tot een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat op die manier wordt ingericht is een aangename plek om te werken en te recreëren. De structuurvisie beoogt daarbij ontwikkelingsruimte te bieden aan goede initiatieven en wil een basis zijn voor samenwerking om die te realiseren. Bovenstaande aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast worden deelgebieden onderscheiden met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie (zie bijlage 8 Structuurvisie). Onderstaand is per deelgebied en zone een ontwikkelingsrichting met kwaliteitsbeeld beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum) eisen zijn kaderstellend voor het bestemmingsplan.

Doorwerking in plangebied Onderstaande afbeelding geeft een fragment van de kaart van deze structuurvisie weer, waarop te zien is dat het rood omlijnde plangebied in het agrarische slagenlandschap ligt.

"De Eendracht" (vastgesteld)

17

De Eendracht

Afbeelding: Structuurvisie Buitengebied Barneveld In dit gebied is de functie landbouw richtinggevend naast het versterken van dagrecreatief medegebruik, ingepast in het behoud en de versterking van de structuurbepalende natuur- en landschapselementen. Functieverandering naar wonen / niet-agrarische bedrijvigheid wordt vorm gegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling voor functiewijziging. Binnen het plangebied bevinden zich twee intensieve veehouderij die beëindigd worden en waarvan de bebouwing gesloopt wordt. Dit zou op basis van het functieveranderingsbeleid de de gemeentelijke 'Gebiedsvisie functieveranderingswoningen' ingevuld kunnen worden met functieveranderingswoningen. Echter, gelet op de ligging tegen de kern Terschuur, de in hoofdstuk 3 genoemde argumenten en de woninbouw- en schoolhuisvestingsopgaven is niet gekozen voor functieverandering, maar voor dorpsuitbreiding die past binnen de totale woningbouwprogrammering van de gemeente. Met de invulling van de twee bedrijfspercelen en de ten westen liggende agrarische percelen wordt rekening gehouden met het het verkavelingspatroon van het slagenlandschap. De aanwezige en nieuwe groenstructuren volgen de noord-zuid lijnen die in het landschap voorkomen.

4.5.2

Structuurvisie Kernen Barneveld 2022

De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Barneveld bereidt zich voor op een groei van de bevolking en zet in op gemengde wijken met een gedifferentieerd woningaanbod. De (extra) groei bovenop de autonome bevolkingsaanwas zal worden opgevangen in het bundelingsgebied Barneveld-Harselaar-Voorthuizen. In de overige kernen zijn er beperkte kleinschalige bouwmogelijkheden. In de kleine kernen is het beleid gericht op het voortborduren en benadrukken van de specifieke kwaliteiten per kern. Deze komen tot uiting in de: historische opbouw / wegen als drager; typering van de bebouwing, rooilijnen en oriëntatie; positionering van voorzieningen in het dorp; zichtlijnen en overgangen van de kern en landschap; groenstructuur (o.a. beken).

Bij verdere groei van de bevolking zal bijzondere aandacht worden geschonken aan het behoud van het dorpse karakter, dat in hoge mate de kwaliteit van de leefomgeving van de kernen bepaalt. Doorwerking in plangebied Ten opzichte van deze structuurvisie is een andere keuze gemaakt. Zoals aangegeven is voorliggend plan een uitbreidingslocatie aan de noordzijde van de kern Terschuur. In eerste instantie was woningbouw op een kleinere schaal bedacht op de locatie van de sportvelden, zoals in de structuurvisie beschreven staat. Echter op basis van de gezamenlijke huisvestingsopgave voor de scholen, een betere woonkwaliteit door de grotere afstand tot de Rijksweg A1, de herontwikkelingsmogelijkheid van de te beëindigen agrarische bedrijven, het vervallen van milieucontouren van deze bedrijven en kostenbesparing door de velden niet te verplaatsen, heeft dit tot een heroverweging en daarmee tot voorliggend plan geleid. Bij de invulling en opbouw van dit plan is rekening gehouden met de historische opbouw van Terschuur, de overgang van kern naar landschap en de aanwezige groen- en waterstructuren. In de paragrafen 2.3 en 2.4 en het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1 bij de toelichting) wordt het één en ander hierover beschreven. Verder ligt het accent van het woningbouwplan op gemengd, met een gedifferentieerd woningaanbod, en met behoud van het dorpse karakter.

Het plan is in overeenstemming met de later vastgestelde 'Hoofdlijnennotitie Barneveld 2040' waarin het plangebied als 'Eendrachtstraat' wordt genoemd.

18

"De Eendracht" (vastgesteld)

De Eendracht

4.5.3

Dorpsplannen en -visies

In alle dorpen in Barneveld zetten verenigingen plaatselijk belang zich actief in voor de leefbaarheid en toekomst van de dorpen en buurtschappen. Verschillende dorpen hebben in dit kader hun visie op de toekomst vastgelegd in een dorpsplan of -visie of zijn daar mee bezig. De dorpsplannen bevatten zowel een visie op de toekomst als een overzicht van concrete ideeën en wensen om de leefbaarheid van het dorp te versterken en zijn in samenspraak met veel inwoners en de gemeente tot stand gekomen. Vanuit de visie op burgerkracht ('Zelf-samen-gemeente') en netwerksamenleving is in de Strategische Visie 2030 (september 2016) ten aanzien van de dorpsplannen een voorstel opgenomen om een andere werkwijze te gaan volgen die de plannen een sterkere positie geeft. Op die manier kan recht worden gedaan aan de geleverde inspanningen en de lokaal gemaakte keuzes. Dorpsplannen hebben - waar mogelijk - een positie bij de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid. Dit geldt in ieder geval voor de recente dorpsplannen (die opgesteld zijn na 2016) die in samenspraak met de gemeente tot stand gekomen zijn. Deze dorpsplannen bevatten een goede weergave van de ideeën en behoeften die er leven in de kernen. De gemeente houdt daarom bij ruimtelijke plannen en –initiatieven rekening met de inhoud van het dorpsplan en kan – indien nodig – hierover in overleg gaan met Plaatselijk Belang.

Doorwerking in plangebied Voor Terschuur en Zwartebroek is in oktober 2016 het 'Dorpsplan Zwartebroek-Terschuur' opgesteld door het Plaatselijk Belang Zwartebroek-Terschuur. In dit dorpsplan zijn verschillende speerpunten en gewenste maatregelen beschreven voor onder andere betaalbare (starters- en senioren)woningen, goede afstemming qua gefaseerde woningbouw en één nieuw schoolgebouw met meerdere faciliteiten. In voorliggend bestemmingsplan zijn deze punten en maatregelen verwerkt in het gedifferentieerde woningaanbod en de realisatie van een gezamenlijk schoolgebouw met kinderopvang.

4.5.4

Bestemmingsplannen globaal en flexibel

Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.

Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de volgende kaders uit de notitie toegepast: binnenplanse afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden in te bouwen; de hoofdstructuur van wegen, water en groen vast te leggen.

"De Eendracht" (vastgesteld)

19

De Eendracht

4.5.5

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 is de warmtevisie vastgesteld dat de basis vormt voor het verminderen van het verbruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG).

Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Per 1 april 2021 zijn nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Zonnepanelen en -collectoren Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energie- en warmteopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen die direct bij de bouw worden meegenomen. De panelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van de woningen en het schoolgebouw. In hoofdstuk 4 van het beeldkwaliteitsplan is opgenomen dat de panelen en collectoren zorgvuldig verwerkt moeten worden in de typologie en materalisatie van de gebouwen.

Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze 20

"De Eendracht" (vastgesteld)

De Eendracht voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.16). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden.

4.5.6

Groenstructuurplan Barneveld (2011)

De doelstelling van het Groenstructuurplan Barneveld (2011) is het beschrijven van de lange termijn visie ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen van de gemeente Barneveld om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Om de gewenste groenstructuur te realiseren worden in het groenstructuurplan een aantal verbetervoorstellen gedaan. Doorwerking in plangebied De bestaande houtwal aan de westzijde van de twee agrarische bouwvlakken staat niet beschreven in het groenstructuurplan. Echter, omdat het een waardevolle structuur is komt deze grotendeels terug in het plangebied en wordt deze versterkt. Het vormt één van de groenstructuren die de kenmerkende slagen van het slagenlandschap volgen. Waar mogelijk worden de bestaande en nieuwe groenstructuren voorzien van wadi's of aanwezige sloten. Op deze manier krijgt de nieuwe woonwijk een groene uitstraling.

4.5.7

Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.

Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

"De Eendracht" (vastgesteld)

21

De Eendracht

4.5.8 Woonvisie Barneveld 2021-2025en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen, waarvan gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 260.000 en sociale koop hoog van € 260.000 tot € 320.000), 20% middeldure woningen (middendure huur tot € 1.000,- en koop van € 320.000 tot € 355.000) en 30% duurdere woningen vanaf € 405.000,- en 10% vrij in te delen. In het kader van de Nationale Bouw- en Woonagenda, de vertaling daarvan naar de provincies en regio's heft provincie Gelderland een bod gedaan voor de bouw van 100.000 woningen t/m 2030, waarvan ruim 25.000 in de regio Foodvalley. Gemeente Barneveld zal met bijna 5.400 hier aan bijdragen door gemiddeld 600 woningen per jaar aan de woningvoorraad toe te voegen. In de Woondeals die met het Rijk worden gesloten, staan deze aantallen vernoemd.

Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2023 t/m 2026 is een programma van ruim 3.000 woningen bruto voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75-80% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, dit betekent zo'n 600 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de wens van provincie Gelderland en de Woondeals regio Foodvalley en regio Amersfoort, waarin gemeente Barneveld haar bijdrage levert. 'De Eendracht' is opgenomen in de Woondeal van Barneveld met totaal 5.380 woningen. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2021 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021.

Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen. In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (25 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (15 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 70.000, voor sociale koop laag op € 60.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijsen inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerking in plangebied In het plangebied 'De Eendracht' zullen circa 160 woningen komen.

De differentiatie sluit aan op het streefprogramma in de vastgestelde woonvisie, de woningbehoefte in deze kern alsook aan het principe dat we streven naar gedifferentieerde buurten in onze gemeente. Er zullen verschillende woningtypen in verschillende prijsklassen worden gerealiseerd. Daarmee is er voor de verschillende doelgroepen (starters, doorstromers, jong, midden leeftijdsgroepen en ouderen) wat te kiezen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de prijscategorieën en woningtypen.

22

"De Eendracht" (vastgesteld)

De Eendracht

Tabel: Overzicht prijscategorieën en woningtypen De ontwikkeling zal in vier fasen worden gebouwd om zo ook de lokale woningmarkt beter te kunnen bedienen. 'De Eendracht' is voorzien binnen de totale programmering van het woningbouwprogramma van de gemeente. Zie voor een verdere onderbouwing paragraaf 5.7.

"De Eendracht" (vastgesteld)

23

De Eendracht

Hoofdstuk 5 5.1

RANDVOORWAARDEN

Bodem

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is sprake van een verdachte locatie voor het plangebied Eendrachtstraat en daarom zijn onderzoeken uitgevoerd. Voor het perceel Overbekerweg 6-8 is geen onderzoek uitgevoerd aangezien hier alleen een aanduiding van de verbeelding wordt verwijderd. Dit is alleen een planologische wijziging. Voor het overige wordt met voorliggend bestemmingsplan niets gewijzigd op dit perceel en ook geen nieuwe ontwikkeling mogelijk gemaakt.

Beoordeling Het adviesbureau PJ Milieu BV heeft de onderstaande vijf onderzoeken uitgevoerd: 1. Een verkennend en nader bodem- en asbest in grondonderzoek voor de percelen Eendrachtstraat 31a-35 e.o. (nr. 21009701A) van 14 april 2021. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen. Uit dit onderzoek blijkt dat de onderzoeksresultaten geen aanleiding geven om aanvullend of nader onderzoek (inclusief asbest) te adviseren. Aanbevolen wordt beide verontreinigingen met minerale olie bij herontwikkeling te saneren. Wel blijkt dat drupzones H, I en J binnen afzienbare tijd gesaneerd moeten worden. Gezien de herontwikkeling wordt aanbevolen om eerst de bovenbouw van de schuren (met asbestdaken) te slopen, vervolgens te saneren en nadien de funderingen en betonvloer te slopen. Hiermee wordt voorkomen dat door de (dan) nog aanwezige inspoelzone een nieuwe bodemverontreiniging kan ontstaan en er aanzienlijke opmenging met andere (niet verontreinigde) grond ontstaat. De verontreiniging kan ontstaan zijn na 1993. Daarmee is sprake van een nieuw geval van verontreiniging. Omdat het in bezit hebben van een asbestdak niet als handeling kan worden gezien (correspondentie Bodem+) is geen sprake van zorgplicht. Dergelijke gevallen kunnen onder de Wet Bodemscherming afgehandeld worden als zijnde oude gevallen.

Een aanvullend of nader bodemonderzoek wordt ter plaatse van de kadastrale percelen 3442 en 3444 niet noodzakelijk geacht. De milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor eventueel ontwikkeling van de locatie. 2. Een verkennend bodem- en asbest in grond- en puinonderzoek voor het perceel Eendrachtstraat 35 (nr. 21085601A) van 24 januari 2022. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen. Uit het 'verkennend bodemonderzoek' blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. In het grondwater is alleen een licht verhoogd gehalte barium aangetoond. Dit heeft echter een natuurlijke oorsprong (niet veroorzaakt door menselijk handelen). De hypothese 'onverdachte locatie' houdt geen stand houdt. Naar aanleiding van de aanwezigheid van puin in de bodem ter plaatse van boring 23 en de puinfundatie aan de oostzijde van het zuidelijk schuurdeel is een aanvullend asbest in grond- en puinonderzoek noodzakelijk. Uit het 'verkennend asbest in grondonderzoek drupzones' blijkt dat de hypothese ‘verdachte locatie’ stand houdt. In de vaste bodem is asbest aangetroffen. De gehalten overschrijdt de grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek echter niet.

24

"De Eendracht" (vastgesteld)

De Eendracht

Uit het 'verkennend asbest in grond- en puinonderzoek boring 23 en puinfundatie' blijkt dat de hypothese ‘verdachte locatie’ geen stand houdt. Er is geen asbest aangetroffen en/of aangetoond. De hypothese ‘verdachte locatie’ voor het asbest in grondonderzoek houdt wel stand. In de vaste bodem is asbest aangetroffen. Het gehalte overschrijdt echter niet de grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek. 3. Een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek voor het perceel Eendrachtstraat 29 (nr. 22038501A) van 31 augustus 2022. Dit onderzoek is als bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. Uit het 'verkennend bodemonderzoek' blijkt dat de hypothese 'onverdachte locatie' geen stand houdt. In de bovengrond is PCB licht verhoogd aangetoond. Zintuiglijk is geen (verontreinigd) dempingsmateriaal of slootbodem aangetoond. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt niet noodzakelijk geacht. Uit het 'verkennend asbest in grondonderzoek' blijkt de hypothese ‘verdachte locatie’ ter plaatse van de tennisbaan geen stand houdt. Er is geen asbest aangetroffen en/of aangetoond. Ter plaatse van de spoelzone houdt de hypothese ‘verdachte locatie’ stand. In het mengmonster (SP) van de gaten Sp1 en Sp2 is asbest aangetoond. Het gehalte overschrijdt niet de interventiewaarde of de grenswaarde voor ‘onaanvaardbare risico’s buiten’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=a039fd0e-f4cf-4234-be76-5fa39c54817d