01 Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor dit plan.
5.7
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Bro is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Artikel 3.1.6, tweede lid Bro luidt per 1 juli 2017 als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwik keling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen (artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro). De ontwikkeling van één woning valt niet onder 'stedelijke ontwikkeling'. Daarom is geen verdere toelichting vereist.
Conclusie Het aspect Ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor dit plan.
5.8
Leidingen
Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied komen geen leidingen of beschermingszones van leidingen voor die in het kader van onderhavig bestemmingsplan bescherming behoeven. Eveneens zijn er geen laagvliegroutes die beperkingen stellen aan de bouwhoogten.
Conclusie Het aspect leidingen vormt geen belemmering voor dit plan.
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
25
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012
5.9
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. Hierin is opgenomen dat bij een ruimtelijk besluit de gevolgen voor de luchtkwaliteit getoetst moet worden. Om te bepalen of de kwaliteit van de lucht ter plaatse voldoet aan de eisen uit de Wet milieubeheer en de daarop gebaseerde regelgeving, dient bij nieuwe ontwikkelingen onderzoek gedaan te worden naar de luchtkwaliteit. Projecten waarvan aannemelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De ontwikkelingen in het plangebied zijn dermate kleinschalig, dat ze vallen binnen de randvoorwaarden van het Besluit Niet in Betekenende Mate Bijdragen.
Conclusie Op basis van het voorgaande vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor uitvoering van onderhavige plan.
5.10
Milieueffectrapportage
Niet voor alle nieuwe activiteiten hoeft een m.e.r.-procedure gevolgd te worden. Uitgangspunt van de m.e.r.-beoordeling is het 'nee, tenzij' -principe. Dat wil zeggen dat alleen een milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld, wanneer er omstandigheden zijn die (waarschijnlijk) leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De Wet milieubeheer maakt onderscheid in een m.e.r.-procedure voor plannen (planMER) en voor besluiten (besluitMER of projectMER). Voor een bestemmingsplan kan zowel de plan-m.e.r.-plicht als de besluit-m.e.r.-plicht gelden. Er zijn drie sporen waarlangs de m.e.r.-plicht kan ontstaan: 1. Plan- en/of besluit-m.e.r.-plicht: als de voorgenomen activiteit vermeld is in het Besluit milieueffectrapportage; 2. Plan-m.e.r.-plicht: als voor het plan een zogeheten passende beoordeling op grond van de Wnb gemaakt moet worden. Dat is het geval als het plan significante negatieve gevolgen kan hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000 gebied; 3. Toetsing aan de provinciale milieuverordening. Besluit milieueffectrapportage Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. In het Besluit m.e.r. is een activiteit opgenomen die van toepassing kan zijn voor het voornemen: D11.2 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject De wijziging valt onder activiteit D11.2 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De verandering is dermate klein dat deze ruim onder de drempelwaarden in kolom 2 blijft. Voor activiteiten onder de drempelwaarden geldt in principe een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Uit jurisprudentie blijkt echter dat niet iedere ontwikkeling onder de drempelwaarde tot een stedelijk ontwikkelingsproject gerekend hoeft te worden. De aard en omvang van de opgave en het karakter van de 26
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012 omgeving zijn o.a. relevant om hierin mee te nemen. In dit geval is sprake van een zeer beperkte wijziging. De ontwikkeling past tevens binnen het karakter van de omgeving. Hierdoor is in dit geval geen sprake van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld onder activiteit D11.2 uit het Besluit m.e.r. Deze activiteit uit het Besluit m.e.r. is daarom niet van toepassing op het voornemen.
Passende beoordeling via de Wet natuurbescherming Voor het vaststellen van plannen die significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied kunnen hebben, dient een passende beoordeling gemaakt te worden (artikel 7.2a Wet milieubeheer juncto artikel 2.8, eerste lid Wnb). Uit de beoordeling van het aspect ecologie (zie paragraaf 5.3) blijkt dat er voor dit plan geen passende beoordeling nodig is. De plan-m.e.r-plicht op grond van de noodzaak van een passende beoordeling voor de Wnb is hier niet aanwezig.
Provinciale milieuverordening Provinciale Staten kunnen in de provinciale milieuverordening extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aanwijzen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en dus m.e.r.-plichtig zijn (artikel 7.6 Wet milieubeheer). Dit is dus aanvullend op de m.e.r.-plicht op basis van onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. (en dus ook aanvullend op de verplichting vanuit de Europese richtlijnen) én conform dezelfde systematiek. Provinciale Staten hebben geen extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en zo m.e.r.-plichtig zijn). Er zijn geen aanvullende m.e.r.-plichtige activiteiten in de omgevingsverordening van de provincie opgenomen.
Conclusie Vanwege de kleinschaligheid van het plan, er geen significanten milieugevolgen te verwachten zijn en er geen passende beoordeling nodig is, is geen m.e.r. noodzakelijk. Het aspect m.e.r. staat de ontwikkeling van dit plan niet in de weg.
5.11
Milieuzonering
Ten aanzien van bedrijvigheid geldt als uitgangspunt dat toekomstige woningen geen onevenredige milieuhinder (geur, geluid etc.) mogen ondervinden van nabijgelegen bedrijvigheid. In de publicatie ´Bedrijven en milieuzonering´ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, editie 2009, worden in verband met de aanwezigheid van milieubelastende functies indicatieve afstandsnormen voorgeschreven tot milieugevoelige functies, vooral wonen. In dit kader zijn voor het onderhavige plan de volgende bedrijven en aspecten van belang: Espeterweg 12. Het bedrijf is een intensieve veehouderij en ligt op circa 200 meter afstand van de beoogde woning (afstand van dichtstbijzijnde stal tot woning). Dit bedrijf is een inrichting voor het fokken en houden van 51.316 kippen (leghennen) en 150 vleeskalveren. Voor dit bedrijf zijn van toepassing SBI-code 0141: fokken en houden van rundvee en SBI-code 0147: fokken en houden van pluimvee, legkippen. De pluimveehouderij weegt hiervan het zwaarst (milieucategorie 4.1). De minimale afstand die vanuit de brochure VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geadviseerd wordt is bij deze categorie 200 meter. Hier wordt aan voldaan. Barnseweg 63. Een bouw- en installatietechniekbedrijf. De SBI-codes die daarbij horen zijn: 41, 42 en 43. De milieucategorie behorende bij deze codes is 3.1. Hierbij hoort een richtafstand van 50 meter.
De werkelijke afstand is 100 meter en daarmee is er geen belemmering. Barnseweg 65. Op dit perceel is een bedrijf gevestigd dat onder andere barbecues, gasstellen, lampen en campingtoebehoren verkoopt. Er worden geen gasflessen opgeslagen. Barnseweg 69. Hier is een rundveebedrijf gevestigd, met de bijbehorende SBI-code van 0141 en milieucategorie 3.1. De richtafstand is 100 meter en de werkelijke afstand is 100 meter, waarmee aan de afstand wordt voldaan. Barnseweg 92. Op dit perceel is een installatie-/constructiebedrijf gericht op de agrarische sector gevestigd. De SBI-codes die daarbij horen zijn: 41, 42 en 43 of 281 en 331. De milieucategorie "Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
27
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012 behorende bij deze codes is 3.1 en mogelijk 3.2. Bij categorie 3.1 hoort een richtafstand van 50 meter. De werkelijke afstand tot aan het perceel is circa 54 meter. Er kan dus worden voldaan aan categorie 3.1 op basis van rustige woonwijk of aan categorie 3.2 op basis van gemengd gebied. Barnseweg 93. Op dit perceel is een mestbassin aanwezig. De richtafstand voor een mestbassin is 50 meter. De werkelijke afstand is circa 600 meter en daarmee vormt dit bassin geen belemmering. Veiligheidszone - Activiteitenbesluit Binnen de grenzen van het bestemmingsplan is geen gasdrukmeet- en regelstation aanwezig. Liander heeft op 2 oktober 2020 aangegeven geen belangen in het gebied te hebben, daarom hoeven er in dit bestemmingsplan geen veiligheidsafstanden opgenomen te worden.
Conclusie Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan.
5.12
Natuur en landschap
Aan de westkant van het perceel wordt een groenstrook aangelegd. In de groenstrook bevinden zich onder andere een vogelbosje, een houtwal en fruitbomen. De al aanwezige eik blijft bestaan. Daarnaast wordt de rest van het perceel omgeven door een beukenhaag en worden verschillende vaste planten en bomen aangeplant.
Afbeelding 5.1: Landschappelijk inrichtingsplan
Om te garanderen dat de beoogde groenelementen daadwerkelijk gerealiseerd worden en in stand gehouden worden, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen (zie artikel 5.1.1 van de regels). Deze 28
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012 voorwaardelijke verplichting ligt op het gehele plangebied. Deze voorwaardelijke verplichting is gelinkt aan het inrichtingsplan. De verplichting regelt dat het gebruik volgens de bestemming(en) alleen is toegestaan op voorwaarde dat binnen twee jaar na het inwerkingtreden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning, het perceel is ingericht volgens het inrichtingsplan. Indien niet aan deze verplichting wordt voldaan is het als zodanig gebruiken van de gronden waarvoor een verplichte inrichting is voorgeschreven in strijd met deze bestemming.
Conclusie Het aspect natuur en landschap vormt geen belemmering voor dit plan.
5.13
Veiligheid
Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.
Situatie Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes. Dit zal gebeuren bij de bouwplannen en inrichtingsplannen.
Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit plan.
5.14
Verkeer
De uitrit van de nieuwe woning zal 4 meter breed worden, wordt haaks aangesloten op de Barnseweg en wordt zo ver mogelijk richting de dorpskern van Barneveld gesitueerd. Dit is verkeerskundig acceptabel. Tevens heeft het perceel genoeg ruimte om de parkeerbehoefte van de woning op te kunnen vangen, zodat de omgeving hier niet verder door belast wordt.
Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor dit plan.
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
29
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012
5.15
Water
Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee wordt beoogd om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in het ruimtelijk planproces. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterpara-graaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan.
Huidige situatie In de huidige situatie is de planlocatie in gebruik als grasland/weide. Hemelwater infiltreert waar het valt. Er bevindt zich een C-watergang langs de wegzijde (Barnseweg) van het perceel. Ter hoogte van de planlocatie is langs/onder de Barnseweg geen riolering aanwezig.
Toekomstige situatie In de toekomstige situatie wordt een vrijstaande woning met bijgebouw gerealiseerd. Er wordt waterberging gerealiseerd met een capaciteit van minimaal 30 mm maal het verhard oppervlak (bebouwing + verhard terrein). Hiervoor wordt een wadi voorzien aan de westzijde van het perceel, naast de aanwezige groenstrook. De wadi krijgt een overloopmogelijkheid naar de C-watergang langs de wegzijde. De overloopmogelijkheid wordt voorzien van een uitstroomvoorziening met taludbescherming. Ten behoeve van de uitrit op de Barnseweg wordt de C-watergang voorzien van een duiker met een diameter van 400 mm, die verder voldoet aan de Algemene Regels van Waterschap Vallei en Veluwe. Aangezien geen riolering aanwezig is ter hoogte van de planlocatie, neemt de initiatiefnemer in een zo vroeg mogelijk stadium contact op met rioolbeheer (afdeling BOR) om aansluitingsmogelijkheden in kaart te brengen. In het kader van duurzaam bouwen worden er geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) toegepast.
Conclusie De waterhuishoudkundige doelen van de gemeente en het waterschap komen niet in het gedrang door dit bestemmingsplan. Het aspect water vormt geen belemmering voor dit plan.
30
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE ASPECT EN
Inleiding
Deze partiële herziening is gebaseerd op het moederplan "Buitengebied 2012" (met identificatienummer NL.IMRO.0203.1056-0004), vastgesteld op 28 mei 2013 en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijking- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Hoofdstuk 4 betreft het overgangsrecht en de slotbepaling. Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk of de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.
6.2
Inleidende regels
Begrippen In artikel 1 van de partiële herziening zijn de begrippen plan en bestemmingsplan Buitengebied 2012 gedefinieerd. Het kan bij een partiële herziening voorkomen dat er een begrip wordt toegevoegd. Er wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik.
6.3
Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 van de partiële herziening zijn de bestemmingsregels opgenomen. Op de, in dit hoofdstuk en de daarin opgenomen bepalingen over de bestemming 'Wonen' na, worden de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" niet herzien. De verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" is op de locatie gewijzigd in die zin dat een gebiedsaanduiding met betrekking tot een voorwaardelijke verplichting toegevoegd is. Zie verder de toelichting bij het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Hieronder volgt een nadere uiteenzetting van enkele specifieke onderdelen van de partiële herziening.
6.4
Algemene regels
In hoofdstuk 3 is aangegeven dat de algemene regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012", en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad, niet zijn gewijzigd. Overeenkomstig het bepaalde in het Bro is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen.
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
31
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012
6.4.1
Schakelbepaling
In artikel 3 van de regels van deze partiële herziening is een schakelbepaling opgenomen waarin nader is aangegeven wat op de verbeelding wijzigt. Dit is in paragraaf 6.3 van de toelichting van deze partiële herziening ook toegelicht.
6.4.2
Algemene aanduidingsregels
De algemene aanduidingsregels bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. De volgende gebiedsaanduiding is toegepast: 'overige zone - voorwaardelijke verplichting'. 6.4.2.1
Voorwaardelijke verplichting
Bij wijzigingen van het bestemmingsplan is het veelal noodzakelijk afspraken met betrekking tot het slopen van gebouwen of het realiseren van inrichtingsmaatregelen dan wel andere voorwaarden vast te leggen. Om dit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die de verzoeker verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren. In deze partiële herziening is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die verband houdt met de landschappelijke inpassing van het perceel.
6.5
Overgangs- en slotregels
In het laatste hoofdstuk zijn de regels ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen. Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van voorliggende partiële herziening.
6.6
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: De regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving. Handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren. Niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (zoals in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijking van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.
In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. 32
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012
Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: De regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels. Het beleid voor afwijkingen. In het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012"), en daarmee ook in deze partiële herziening, is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012") opgenomen afwijkingsmogelijkheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
33
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 7
ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID
Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Bro is aangewezen. Nu het onderhavige plan de bouw van een woning mogelijk maakt, is dit aan de orde. De kosten voor het opstellen van het plan worden gedekt door het heffen van leges. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. De inhoud voldoet aan die van een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 Wro. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden.
34
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID De procedure voor het gedeeltelijk herzien van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1. Bro heeft het college op 1 oktober 2020 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennis gegeven van het voornemen om de voorliggende patiële herziening van het geldende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van de partiële herziening opgestart.
8.1
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het Bro (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Dit plan is gebaseerd op het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 en voldoet daar ook aan. Verder is er geen sprake van provinciale belangen, zodat ook is afgezien van vooroverleg met de provincie Gelderland. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan derhalve worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 4.000 m² en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval. Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding.
8.2
Inspraak
De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerp voor de partiële herziening heeft van 11 december 2020 tot en met 21 januari 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
35
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012
36
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlagen bij de toelichting
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
37
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 1 Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen Het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.1056-0004), welk bestemmingsplan is vastgesteld op 28 mei 2013 (en onherroepelijk geworden op 16 september 2015), is inmiddels gewijzigd door het college, herzien door de raad en gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. In eerste instantie is een tweetal uitspraken verwerkt: de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 29 april 2015, zaaknummer 201307247/1/R2, 201305071/1/R2, 201305215/1/R2 en 201402967/1/R2; de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 16 september 2015, zaaknummer 201307247/5/R2. Daarnaast is het intrekkingsbesluit "Wijziging van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 door het intrekken van enkele onderdelen" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.IB1056-0001), vastgesteld op 11 november 2014, verwerkt, waardoor enkele onderdelen (diverse locaties) van het moederplan "Buitengebied 2012" zijn ingetrokken. Daarnaast is het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" inmiddels vervangen door een aantal bestemmingsplannen (met op zichzelf staande bestemmingsplanregelingen, de zogenaamde postzegelplannen) en tevens een provinciaal inpassingsplan "Rondweg Voorthuizen N303" (met IMRO-idn. NL.IMRO.9925.IPN303Voorthuizen-VST1).
Deze plannen zijn niet relevant, in die zin dat ze geen planologische gevolgen hebben, voor onderhavig plan. Verder is een aantal uiteenlopende wijzigingsplannen door het college - met toepassing van de binnen het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" opgenomen wijzigingsbevoegdheden - en partiële herzieningen door de raad vastgesteld en verwerkt. De wijzigingsplannen en een deel van de partiële herzieningen zijn op perceelsniveau doorgevoerd en hebben geen directe invloed op (op het gehele grondgebied van) onderhavig plan. De volgende partiele herzieningen zijn doorgevoerd, waarbij ook de regels van het moederplan c.q. het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" zijn gewijzigd en daarmee wel van invloed zijn op onderhavig plan: Naam partiële herziening
IMRO-identificatienummer
Datum vastgesteld
4e partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1268-0002
13-4-2016
Apeldoornsestraat-Kieftveen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1368-0002
14-12-2016
Elzenkamperweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1467-0002
4-7-2018
Esvelderweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1397-0002
30-1-2019
Esvelderweg-Vinkekampweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1484-0002
22-5-2019
Garderbroekerweg-Harskamperweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1371-0002
24-5-2017
Grote Muntweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1414-0002
31-1-2018
Harremaatweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1366-0002
1-2-2017
Kerkendelweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1440-0002
25-4-2018
Kerkweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1510-0002
9-10-2019
Lange Zuiderweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1475-0002
14-11-2018
Meentweg-Valkseweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1439-0002
7-3-2018
Overhorsterweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1485-0002
10-7-2019
Parapluherziening De Puurveense Molen
NL.IMRO.0203.1248-0002
30-9-2014
Parapluherziening functieveranderingsbeleid 2016 en woninginhoud
NL.IMRO.0203.1391-0002
5-7-2017
38
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012
partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1241-0001
25-2-2014
Plaggenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1370-0002
1-2-2017
Tweede partiele herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1253-0003
8-7-2014
Vergroten inhoud woningen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1376-0002
1-2-2017
Verzamelherziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1349-0002
8-11-2017
Vinkelaar II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1421-0002
7-3-2018
Vrouwenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1501-0002
10-7-2019
Welgelegenweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1503-0002
10-7-2019
Zeumerseweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1529-0002
11-12-2019
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
39
Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
40
"Barnseweg XII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Akoestisch onderzoek wegverkeer functiewijziging Barnseweg 65 Barneveld
Opdrachtgever
H. Boon Barnseweg 94 3771 RP Barneveld
Contactpersoon
h.boon@boonagro.nl
Uitvoering
Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur Projectnummer 2020-057 Versie Jun.20-v1 Behandeld door Lex Groenewold Datum 9 juli 2020
Dokter Holtropstraat 97 • 3851 JH • Ermelo• Tel.: 06-533 616 75 Website: www.groenewoldmilieu.nl • e-mail: info@groenewoldmilieu.nl KvK: 08178662 • BTW: NL001508693B90 • Bank: NL26 INGB 067.30.02.527
Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4.
Aanleiding en doel ....................................................................................................... 3 Beschrijving situatie ..................................................................................................... 3 Geluid in de leefomgeving ........................................................................................... 4 Wettelijk kader ............................................................................................................. 4 4.1 Wet geluidhinder algemeen .................................................................................. 4 4.2 Relatie bestemmingsplan en Wet geluidhinder ..................................................... 4 4.3 Gemeentelijk geluidbeleid ..................................................................................... 5 4.4 Grenswaarden ...................................................................................................... 5 4.5 Bouwbesluit 2012 ................................................................................................. 5 5. Reken- en meetmethode ............................................................................................. 6 6. Verkeersgegevens ....................................................................................................... 7 7.
Rekenresultaten........................................................................................................... 7 8. Samenvatting en conclusies ........................................................................................ 8 Bijlagen ............................................................................................................................... 8
Bijlagen 1. Situatieschets 2. Figuren met rekenresultaten 3. Uitdraai invoergegevens 4. Verkeersgegevens
Ako Banseweg 65 Barneveld jul.20-v3.doc
2
Versie: 9 juli 2020
1. Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft het voornemen om op een perceel naast de Barnseweg 65 te Barneveld een nieuwe woning met bijgebouw te realiseren. Voor het nieuwe bestemmingsplan is een onderzoek naar wegverkeerslawaai nodig. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur is gevraagd dit onderzoek uit te voeren.
2. Beschrijving situatie Een overzicht van de situatie is weergegeven in de figuren hieronder en in de bijlage. Het betreft een perceel in het buitengebied ten oosten van Barneveld en ten westen van de bestaande woning Barnseweg 65. Plan is een nieuwe woning te realiseren, met bijgebouw. Het geheel wordt landschappelijk ingepast. Omdat het plan binnen de geluidzones ligt van wegen, is een akoestisch onderzoek wegverkeer nodig. Het onderzoek moet duidelijk maken wat de geluidbelasting is en levert informatie voor een eventuele procedure hogere grenswaarde.
Ako Banseweg 65 Barneveld jul.20-v3.doc
3
Versie: 9 juli 2020
3. Geluid in de leefomgeving Geluid werkt door in veel beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer. Vrijwel elke ruimtelijke ontwikkeling heeft consequenties voor het geluid, terwijl omgekeerd, geluidswetgeving consequenties heeft voor veel ruimtelijke ontwikkelingen. Het al vroeg in de planontwikkeling als een ontwerpvariabele meenemen van milieuaspecten kan helpen te voorkomen dat er nieuwe geluidknelpunten ontstaan of dat ruimtelijke plannen achteraf moeten worden bijgesteld of afgeblazen.
4. Wettelijk kader Dit hoofdstuk gaat in op de wettelijke aspecten van geluid in bestemmingsplannen.
4.1 Wet geluidhinder algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) geeft regels wanneer een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd en waar dit aan moet voldoen. Een aantal belangrijke aspecten zijn: Bij een voorgenomen wijziging van een bestemmingsplan binnen een geluidzone is een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Bij hogere geluidbelasting dan de voorkeurswaarde kan een hogere grenswaarde nodig zijn. De bevoegdheid voor het vaststellen van een hogere waarde ligt in de meeste gevallen bij de gemeente, met in het akoestisch onderzoek verplichte aandacht voor mogelijke maatregelen en de motivatie. Eenheid van de geluidbelasting is de Lden (Lday, evening, night) in dB, een Europese dosismaat voor geluid voor weg- en railverkeer. De Lden staat voor het jaargemiddelde A-gewogen geluidsniveau over een etmaal. Het ontwerpbesluit voor het vaststellen van hogere waarden moet tegelijk met het ontwerpplan van de te volgen planologische procedure ter inzage worden gelegd. De ter inzage termijn is in alle gevallen 6 weken. De Wet stelt registratie van de verleende hogere waarde in het kadaster verplicht.
4.2 Relatie bestemmingsplan en Wet geluidhinder Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) ligt rond iedere weg een zone (art.74). Dit geldt niet voor woonerven en 30 km/uur wegen. Ook de ruimte boven en onder de weg behoren tot de zone. Bij aanleg van een nieuwe weg geldt de zone vanaf het moment dat de weg in een ontwerp bestemmingsplan is opgenomen. In deze situatie zijn de volgende wettelijke zones van toepassing: Weg Barnseweg
type Buitenstedelijk 1 of 2 rijstroken
Zone 250m
Het deel van de iets verder gelegen Espeterweg is alleen toegankelijk voor aanwonenden en verder buiten beschouwing gelaten. In de Wgh is geregeld dat bij een bestemmingsplanwijziging een akoestisch onderzoek de gevolgen voor geluidgevoelige objecten binnen de zone in beeld moet brengen. Uitgangspunt is dat voor alle woningen/woonfuncties binnen de zone de hoogst toelaatbare geluidbelasting van Lden=48 dB voor wegverkeer en Lden=55 dB voor railverkeer wordt gerealiseerd (voorkeursgrenswaarde).
Ako Banseweg 65 Barneveld jul.20-v3.doc
4
Versie: 9 juli 2020
Voordat toetsing aan de Wet plaatsvindt, mag conform art. 110g Wgh een aftrek worden toegepast voor het stiller worden van het verkeer. De toe te passen aftrek bedraagt: Max. snelheid >= 70 km/uur 50 km/uur
Lden = 57dB 4 dB
Lden=56 dB 3 dB
Overig 2 dB 5 dB
4.3 Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Barneveld heeft eigen geluidbeleid. Uitgangspunt is dat hogere grenswaarden zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Als de maatregelen onvoldoende effect sorteren kan de gemeente een hogere grenswaarde vaststellen. Hierbij is altijd een goede motivatie c.q. ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk, bijvoorbeeld het hebben van een geluidluwe gevel. Ook de cumulatieve geluidbelasting moet worden meegewogen.
4.4 Grenswaarden Bij hogere waarden moet uit akoestisch onderzoek blijken welke maatregelen nodig zijn om wel aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Als maatregelen niet mogelijk of onvoldoende doeltreffend zijn kan een hogere waarde worden vastgesteld. Dit wordt beoordeeld per wegvak. De maximale ontheffing voor nieuwe woningen is weergegeven in onderstaande tabel: Straat Gemeentelijke wegen Gemeentelijke wegen Spoor
Gebied Binnenstedelijk gebied Buitenstedelijk gebied
Max. hogere waarde 63 dB 53 dB 68 dB
In dit geval betreft het een buitenstedelijke situatie waarvoor een maximale waarde geldt van Lden=53 dB voor wegverkeer.
4.5 Bouwbesluit 2012 Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit geeft regels voor de geluidwering van de gevels. Het Bouwbesluit vereist voor nieuwbouw situaties een karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van tenminste de geluidsbelasting Lden (t.g.v. wegverkeerslawaai zonder aftrek ex art 110g Wet geluidhinder) verminderd met 33 dB en een minimum van 20 dB. De norm geldt voor verblijfsgebieden vanwege de vrije indeelbaarheid. Dit om ook nog te kunnen voldoen als er later binnen het verblijfsgebied een kleinere ruimte wordt gerealiseerd. De geluidwering van de gevel van een verblijfsruimte (welke onderdeel uitmaakt van een verblijfsgebied), mag 2 dB lager zijn dan de geluidwering van de gevel van de betreffende verblijfsruimte.
Ako Banseweg 65 Barneveld jul.20-v3.doc
5
Versie: 9 juli 2020
5. Reken- en meetmethode In deze situatie gerekend conform het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 (RMG2012). De gegevens zijn hiertoe ingevoerd in het programma Winhavik van bureau DirActivitySoftware (v9.1.0). Dit programma maakt gebruik van het Haskoning rekenhart SRMII v.17 formaat 2012/rev.2019 voor weg- en railverkeer en Indus10 voor Industrielawaai. De GGD heeft een methode ontwikkeld om via een zogenaamde GES (gezondheideffectscreening) aan te geven wat de geluidskwaliteit in een leefomgeving is. Dit gebeurt in de zogenaamde GES score. Deze loopt van 0 t/m 8. Waarbij een score 0 zeer goed is en een score van 8 zeer onvoldoende. De GES scores verschillen per hinderbron. Onderstaand zijn de scores voor wegverkeer weergegeven. Bij de presentatie van de rekenresultaten is aansluiting gezocht bij de GES systematiek. Geluidbelasting en GES scores voor wegverkeer Geluidsbelasting
Ernstig gehinderden (%)
Geschatte geluidbelasting LAeq,23-7h dB
Ernstig Slaapverstoorden (%)
GESscore
Kwalificatie
Lden dB
Letm dB(A)
< 43
<45
0
< 34
<2
0
Zeer goed
43–47
45-49
0–3
34 - 39
2
1
Goed
48-52
50-54
3–5
39 - 44
2–3
2
Redelijk
53–57
55-59
5–9
44 - 49
3–5
4
Matig
58–62
60-64
9 - 14
49 - 54
5–7
5
Zeer matig
63-67
65-69
14 - 21
54 - 59
7 - 11
6
Onvoldoende
68–72
70-74
21 - 31
59 - 64
11 - 14
7
> 73
> 75
> 31
> 63
> 14
8
Ruim onvoldoende Zeer onvoldoende
Ako Banseweg 65 Barneveld jul.20-v3.doc
6
Kleur Akoestisch onderzoek
Groen Geel
Oranje
Rood
Versie: 9 juli 2020
6. Verkeersgegevens Een akoestisch onderzoek moet zo nauwkeurig mogelijk de toekomstige geluidbelasting aanduiden. Als het maatgevende jaar wordt in de regel uitgegaan van 10 jaar na planrealisatie. Voor dit plan is gebruik gemaakt van het verkeersmodel 2030 van het team verkeer van de gemeente Barneveld en voor de verdeling van telgegevens uit 2015. Een overzicht van de gehanteerde verkeersgegevens is weergegeven in onderstaande tabel: Tabel 1: Overzicht verkeersgegevens Etmaalint.
Wegvak
2030
Barnseweg 1.100
Wegdek: DAB 60 km/uur
Gemiddelde uurintensiteit
Voertuigverdeling in %
Periode Dag Avond Nacht
LV 89.6 95.8 89.1
% 6.7 3.6 0.6
Aantal 74 40 7
MV 9.5 3.7 10.4
ZV 0.9 0.5 0.5
7. Rekenresultaten De berekende geluidbelasting op de gevels is weergegeven in de figuren in Bijlage 2 en samengevat in onderstaande tabel. Tabel 2: Geluidbelasting Lden in dB vanwege de Barnseweg op de gevels van de geplande woning (incl. aftrek 5 dB). Cumulatieve geluidbelasting Lcum zonder aftrek. Vereiste karakteristieke geluidwering GA;k in dB, conform Bouwbesluit Gevel
Hw (m)
Barnseweg
Lcum
GA;k
Z
1.5
48
53
20
4.5
48
53
20
1.5
42
47
20
4.5
44
49
20
1.5
43
48
20
4.5
44
49
20
1.5
32
37
20
4.5
33
38
20
O
W
N
De woning is iets verder van de weg geprojecteerd dan oorspronkelijk gepland. Uit de rekenresultaten blijkt dat de nieuwe woning vanwege de Barnseweg dan voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van Lden=48 dB (incl. aftrek 5 dB ex. art. 110g Wgh voor het stiller worden van het verkeer). De woning heeft meerdere geluidluwe gevels en een geluidluwe buitenruimte. De benodigde karakteristieke geluidwering voor een binnenniveau van 33 dB moet voldoen aan de minimum eis uit het Bouwbesluit van GA;k=20 dB. Met de huidige eisen ten aanzien van gasloos bouwen en energieprestatie ligt de minimale karakteristieke geluidwering al snel rond de 25 dB. Verkeerslawaai vormt hiermee geen belemmering voor realisatie van het plan.
Ako Banseweg 65 Barneveld jul.20-v3.doc
7
Versie: 9 juli 2020
8. Samenvatting en conclusies a) Initiatiefnemer bereidt een aanvraag functiewijziging voor om realisatie mogelijk te maken van een nieuwe woning met bijgebouw, ten westen van de bestaande woning Barnseweg 65 te Barneveld. b) Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur is gevraagd een akoestisch onderzoek wegverkeer uit te voeren, Het onderzoek levert informatie voor de milieuparagraaf bij de ruimtelijke onderbouwing en voor een eventuele procedure hogere waarde. c) Het plan ligt binnen de 250m brede zone van de Barnseweg. Verkeersgegevens zijn verkregen van het team verkeer van de gemeente Barneveld en betreft de intensiteit in 2030 en telgegevens uit 2015. De etmaalintensiteit bedraagt dan 1.100 mvt/etmaal. Het wegdek bestaat uit DAB en de maximum snelheid is 60 km/uur. d) De geluidbelasting is berekend conform het RMG2012 en Lden=48 dB of lager, incl. aftrek ex art. 110g Wgh van 5 dB, voor het stiller worden van het verkeer (GES score: Goed). e) Daarmee is op alle gevels sprake van een goed woon- en leefklimaat voor het aspect verkeersgeluid. Verkeersgeluid vormt hiermee geen belemmering voor realisatie van het plan. f)
De bij de bouw benodigde karakteristieke geluidwering conform het Bouwbesluit moet voldoen aan de minimale eis van Ga;k =20 dB.
Bijlagen 1. Situatieschets 2. Figuren met rekenresultaten 3. Uitdraai invoergegevens 4. Verkeersgegevens
Ako Banseweg 65 Barneveld jul.20-v3.doc
8
Versie: 9 juli 2020
Bijlage 1 Situatieschets
Bijlage 2
Figuren met rekenresultaten
objecten
VL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4) [Lden]
bodemabsorptie bebouwing rijlijn hulplijn waarneempunt gevel
>= 5
0 WinHavik 9.1.0(build 3) (c) dirActivity-software
1 : 1000
>= 52.4 BP Barnseweg 65 Barneveld >= 57.4 >= 10 >= 62.4 Fig.1: Geluidbelasting Lden in dB >= 48.4 >= 67.4 Bijdrage Barnseweg peiljaar 2030 Incl. aftrek 5 dB Hw=1.5 en 4.5m 100
VL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4) [Lden]
Barnseweg.mdb
objecten
CUMUL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4)
bodemabsorptie bebouwing rijlijn hulplijn waarneempunt gevel
>= 5
0 WinHavik 9.1.0(build 3) (c) dirActivity-software
1 : 1000
>= 52.4 BP Barnseweg 65 Barneveld >= 57.4 >= 10 >= 62.4 Fig.2: Geluidbelasting Lcum in dB >= 48.4 >= 67.4 Bijdrage Barnseweg peiljaar 2030 Zonder aftrek Hw=1.5 en 4.5m 100
CUMUL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4)
Barnseweg.mdb
Bijlage 3 Uitdraai invoergegevens
1
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur
Projectgegevens projectnaam: opdrachtgever: adviseur: databaseversie: situatie: uitsnede:
BP Barnseweg 65 Barneveld Fam. Boon AWG 910 eerste situatie Voorstel aanvraag juni 2020
omschrijving rekenhart:
verkeerslawaai 17.1.0 (build1) srmii17;rekenhart17;rmg2019
þ þ
aut. berekening gemiddeld maaiveld: alleen absorptiegebieden( geen hz-lijnen): standaard bodemabsorptie: rekenresultaat binnengelezen (datum):
100 % 09-07-2020
rekenresultaat binnengelezen (tijd):
20:41
maximum aantal reflecties:
1 graden
minimum zichthoek reflecties:
2 graden
maximum sectorhoek:
5 graden
vaste sectorhoek:
2
methode aftrek110g:
per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4
WinHavik 9.1.0(build 3) (c) dirActivity-software
09-07-2020 20:42
2
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur
Bebouwing nr 1 3 5 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 19 20 21 22 25 29 30 31 32 33 34 35 37 38 44 46 47 48 49 51 55 56 57 58 59 60 61 62 64 65 66 68 69
z,gem m,gem 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0
0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0
lengte
adres
76 38 45 76 36 49 76 39 39 76 43 46 76 37 183 76 36 75 33 39 45 76 36 43 79 76 38 46 36 42 85 41 36 46 36 41 47 40 43 42 31 58 36 48 53 39 46
WinHavik 9.1.0(build 3) (c) dirActivity-software
reflectie 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
kenmerk dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0
09-07-2020 20:42
3
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur
nr 70 71 72
z,gem m,gem 7.0 7.0 8.0
0.0 0.0 0.0
lengte
adres
27 55 42
WinHavik 9.1.0(build 3) (c) dirActivity-software
reflectie 80 80 80
kenmerk dxf:0 dxf:0
09-07-2020 20:42
4
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur
Waarneempunten met rekenresultaten (*) IL: inc. maatregel, VL:inc aftrek, RL: inc prognosetoeslag
nr
z1
m1 adres
1
0.0
0.0 Bw.65 nieuw
Z gevel
2
0.0
0.0 Bw.65 nieuw
O gevel
3
0.0
0.0 Bw.65 nieuw
W gevel
4
0.0
0.0 Bw.65 nieuw
N gevel
WinHavik 9.1.0(build 3) (c) dirActivity-software
huisnr type afw.toets refl kenmerk
rhart groep VL VL VL VL VL VL VL VL
totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0)
sh
wnh
1 1 1 1 1 1 1 1
1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5
(^) VL: ex. optrektoeslag
dag avond
nacht
Lden
af Lden(*) Letm
af Letm(*)
dag(^) avond(^) nacht(^)
52.56 53.13 47.25 48.41 47.54 48.55 36.67 37.29
42.06 42.62 36.74 37.91 37.03 38.05 26.17 26.79
52.81 53.37 47.50 48.66 47.79 48.79 36.93 37.54
5 5 5 5 5 5 5 5
5 5 5 5 5 5 5 5
52.56 53.13 47.25 48.41 47.54 48.55 36.67 37.29
49.51 50.06 44.22 45.36 44.50 45.49 33.66 34.26
48 48 42 44 43 44 32 33
52.56 53.13 47.25 48.41 47.54 48.55 36.67 37.29
48 48 42 43 43 44 32 32
49.51 50.06 44.22 45.36 44.50 45.49 33.66 34.26
42.06 42.62 36.74 37.91 37.03 38.05 26.17 26.79
09-07-2020 20:42
5
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur
Rijlijnen snelheden
Intensiteiten nr z,gem 1
0.0
lengte wegdek 278 01 glad asfalt/DAB
WinHavik 9.1.0(build 3) (c) dirActivity-software
hellingcor. groep (1)
omschrijving Barnseweg 2030
kenmerk
art 110g
etm.intens. % periode
%
vlicht
1100.0 þ dag avond nacht
6.72 3.64 .60
licht middel 89.60 95.80 89.10
9.50 3.70 10.40
zwaar .90 .50 .50
motor
licht middel zwaar motor 60 60 60
60 60 60
60 60 60
09-07-2020 20:42
6
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur
Bodemabsorptie nr
lengte
absorptie [%]
1
583
.0
WinHavik 9.1.0(build 3) (c) dirActivity-software
kenmerk weg
09-07-2020 20:42
Bijlage 4 Verkeersgegevens
Verkeersgegevens gemeente
Barneveld
Barnseweg
wegvak (van - tot): jaar tel. groei per jaar 2030 1100 0,00%
Barnseweg
Intensiteit
Verdeling %/uur LV MV ZV
Espeterw - Gerstel jaar maatg. 2030 1100
wegdek
snelheid
opmerkingen
DAB
60
Verkeersmodel 2030 en telgegevens Barneveld
Barnseweg Dag 6,72% 89,60% 9,50% 0,90%
Avond 3,64% 95,80% 3,70% 0,50%
Nacht 0,60% 89,10% 10,40% 0,50%
100,0%
100,0%
100,0%
Aantal LV MV ZV
uurintensiteit
Dag 74 66,2 7,0 0,7 74
Avond 40,0 38,4 1,5 0,2 40
Nacht 6,6 5,9 0,7 0,0 7
Hallo Lex, Hierbij een uitsnede uit het verkeersmodel 2030. De snelheid is hier 60 km/zone. De wegdekverharding is asfalt met bermbeton. Ik heb alleen oude tellingen beschikbaar uit 2015, wellicht heb je daar nog iets aan.
Met vriendelijke groet, Team Verkeer Afdeling Vastgoed en Infrastructuur