Zienswijze GR NRIJ.docx
Tekst van het document
GR Natuur- en recreatieschap IJsselmonde T.a.v. het algemeen bestuur Postbus 2 3800 AA Amersfoort
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n):
11 januari 2024 2024 / NRIJ -
Ons kenmerk: 957068 Contact: Carin den Heijer Telefoonnummer: 14 0180 Team: Beleid Leefomgeving Datum: 27 februari 2024
Betreft: zienswijze op de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde Geacht algemeen bestuur, Op 11 januari 2024 heeft u ons het ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Natuuren recreatieschap IJsselmonde toegestuurd om daarop een zienswijze te geven. Hieronder treft u onze zienswijze aan. A. Zienswijze bij besluiten Toegevoegd is een nieuw artikel 26. Hierin is uitgewerkt dat de raden van deelnemende gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen bij besluiten van het algemeen bestuur die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevolg hebben of kunnen hebben. Hierover hebben wij geen opmerkingen. Nieuw zijn ook de artikelen 43 en 44 met bepalingen dat raden een zienswijze kunnen geven over een concept-uittredingsplan én het daaropvolgende uittredingsplan. Onder kopje E (Afspraken over uittreding) geven wij onze zienswijze ten aanzien van deze artikelen. De termijn voor het geven van een zienswijze is gesteld op “tenminste acht weken”. Gelet op onze vergadercyclus is acht weken om een zienswijze te geven erg krap. Wij verzoeken u daarom de termijn van tenminste acht weken uit artikel 26, derde lid, te wijzigen in tenminste 10 weken. B.
Afspraken over participatie Ten aanzien van participatie zijn wij van mening dat belanghebbenden bij het algemeen bestuur moeten kunnen inspreken over de onderwerpen die geagendeerd staan op de agenda van de betreffende vergadering, met uitzondering van de verslagen van de vergaderingen van het algemeen bestuur. De mogelijkheid tot inspreken ontbreekt nu in de regeling. Wij verzoeken u hiervoor een artikel op te nemen in de regeling. C. Informatieplicht De bepaling in artikel 20 is naar onze mening te summier en geeft geen duidelijke richtlijnen welke informatie minimaal moet worden verstrekt. Wij verzoeken u om aan de bepaling toe te voegen dat de verslagen van het Algemeen Bestuur, de vastgestelde begroting, de vastgestelde jaarrekening en bijbehorende accountantsrapportage in ieder geval beschouwd dienen te worden als informatie die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. D. Evaluatie
Betreft: zienswijze op de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde
Pagina 2 van 3
Wij verzoeken u om artikel 3 stelliger te formuleren en in de bepalingen ook op te nemen waar de evaluatie op moet zijn gericht. Artikel 3 zou met die aanvullingen als volgt kunnen luiden: 1. Op een gezamenlijk verzoek van de raad en het college van één of meer van de deelnemers zal het algemeen bestuur de toepassing en werking van deze regeling evalueren. Dit verzoek kan ieder vierde jaar van de zittingstermijn worden gedaan. Het algemeen bestuur kan hiertoe ook op eigen initiatief besluiten. 2. De in het eerste lid bedoelde evaluatie heeft onder meer, doch niet uitsluitend, tot doel na te gaan: a. of, en zo ja in welke mate de in deze regeling geformuleerde doelstellingen zijn behaald; b. of, en zo ja in welke mate de in deze regeling vastgelegde overdracht van taken en bevoegdheden, in het licht van de doelstelling van deze regeling, aanpassing behoeft. 3. Door het algemeen bestuur wordt een regeling vastgesteld, volgens welke procedure de in het eerste lid bedoelde evaluatie zal plaatsvinden. 4. De raden worden op de hoogte gesteld van de resultaten van de evaluatie, de conclusies en de wijzigingen die naar aanleiding van de evaluatie worden/zijn doorgevoerd. E. Afspraken over uittreding De voorliggende ontwerpregeling geeft op dit punt reden tot het maken van opmerkingen.
Wij stellen u voor om bij artikel 42, tweede lid, de volgende toevoegingen te doen, om meer recht te doen aan de positie van een uittredende gemeente: “Bij deze onderhandelingen is het uitgangspunt dat gronden in eigendom en/of waarop zakelijke rechten berusten ten gunste van het natuur- en recreatieschap op het grondgebied van de uittredende gemeente, worden overgedragen aan de uittredende gemeente.” Wat onder kopje A (Zienswijzen bij besluiten) is opgemerkt ten aanzien van artikel 26, geldt ook voor artikel 43, vierde lid: Gelet op onze eigen vergadercyclus is de termijn van tenminste acht weken om een zienswijze te geven erg krap. Wij verzoeken u de termijn van tenminste acht weken uit artikel 43, vierde lid, te wijzigen in 10 weken. Artikel 44, tweede lid, bevat vervolgens nogmaals een regeling dat de raden van de deelnemende gemeenten ook op het uittredingsplan een zienswijze kunnen geven. Naar ons oordeel is dit dubbel en wij verzoeken artikel 44, tweede lid, om die reden te laten vervallen. Daarnaast bevat artikel 43, vierde lid, (“Uiterlijk 8 maanden na het kenbaar maken van het voornemen tot uittreding, stelt het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast.”) een termijn van uiterlijk 8 maanden, maar artikel 44, vierde lid, bevat opnieuw die termijn van 8 maanden.
Is het nodig dat de termijn tussen het definitieve besluit tot uittreding en het vaststellen van het uittredingsplan opnieuw (uiterlijk) 8 maanden dient te bedragen, of kan dit een kortere termijn zijn? Gezien de lange doorlooptijd van het totale proces tot uittreding staan wij bij artikel 44, vierde lid, een kortere termijn voor van maximaal 3 maanden. Verder merken wij op dat in artikel 46, derde lid, is benoemd dat een uittredende gemeente gedurende een termijn van 30 jaar als deelnemende gemeente wordt gezien bij verhoudingen en afspraken rondom milieuproblematiek (waaronder bodemverontreiniging). Niet concreet benoemd is, of dit gaat om een termijn van 30 jaar na de datum van uittreding, maar wij gaan er van uit dat dit inderdaad is bedoeld.
Betreft: zienswijze op de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde
Pagina 3 van 3
Verder willen wij u vragen om een inventarisatie van bij u bekende locaties binnen het NRIJ waar sprake is of kan zijn van bodemverontreiniging. F. Aanpassen begrotingscyclus Wij verzoeken om het derde lid van artikel 34 te schrappen. Dat is geen wettelijk voorschrift en naar onze mening is een regeling daaromtrent aan de gemeenten zelf. Artikel 35, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevat de eis, dat het dagelijks bestuur, voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemotiveerd de raden in kennis moet stellen van zijn oordeel over de zienswijzen. Deze wettelijke eis is nu niet in de gemeenschappelijke regeling opgenomen. Wij verzoeken u om die reden in artikel 34 een lid op te nemen dat luidt: “Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.” G. Instellen adviescommissies In artikel 25, eerste lid, van de regeling wordt verwezen naar artikelen van de Gemeentewet, die zijn vervallen per 1 juli 2021. Voor de juiste formulering verwijzen wij naar artikel 25, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
De overige voorgestelde wijzigingen van de regeling geven ons geen aanleiding tot het geven van zienswijzen. Hoogachtend, De gemeenteraad van Barendrecht, de griffier,
de voorzitter,
C.M. Krouwel
drs. R.E. Schneider