zienswijze begroting 2022 NRIJ.pdf
Tekst van het document
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): Onderwerp:
13 april 2020 Ja Zienswijze begroting NRIJ 2022
Ons kenmerk: 332887 Contact: R.A. Fekken Telefoonnummer: 14 0180 E-mailadres: r.fekken@bar-organisatie.nl Datum:
29 juni 2021
Geacht bestuur, Per brief van 13 april ontvingen wij van u de ontwerp- programmabegroting 2022. U stelt ons in de gelegenheid onze zienswijze op de ontwerp-programmabegroting kenbaar te maken. De stukken zijn in de gemeenteraad van 29 juni besproken. Dit geeft ons aanleiding voor het geven van onderstaande reactie. Verantwoord bezuinigen We zijn al enkele jaren met elkaar in gesprek over de toekomst van het NRIJ na het uittreden van de gemeente Rotterdam de provincie Zuid-Holland. Dit jaar neemt de bijdrage van de provincie Zuid Holland met 20% af en per 2025 is onduidelijk of, en hoeveel, de provincie en de gemeente Rotterdam nog blijven bijdragen. Dit stelt het schap voor een mogelijk enorme inkomstenderving en het is goed te lezen dat het schap nu duidelijk inzet op een forse bezuiniging, te beginnen met een jaarlijkse bezuiniging van 5 % op het fysieke terreinbeheer. Dit gezamenlijke traject, samen met de verdere transparantie in kosten en geleverde diensten, geeft ons de benodigde instrumenten om weloverwogen mee te beslissen. Het laatste jaar is het belang van groen en recreatie om de hoek flink toegenomen. De gemeente hecht dan ook erg aan betrokkenheid bij de te nemen maatregelen in het fysieke terreinbeheer.
Gedeelde verantwoordelijkheid De gemeente Barendrecht verwacht dat het schap naast deze bezuinigingen het gesprek blijft voeren met provincie Zuid Holland en gemeente Rotterdam over hun belangen bij de kwaliteit van de schapsgebieden.
Pagina 2 van 2
Betreft: Zienswijze begroting NRIJ 2022
Wij verzoeken u onze reactie te betrekken bij de behandeling van de ontwerp-programmabegroting in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 7 juli.
Hoogachtend, De gemeenteraad van Barendrecht, De griffier,
de voorzitter,
mw. mr. G.E. Figge
Drs. J. van Belzen