WasWordtLijst Reglement van Orde 28 april 2022
Tekst van het document
Barendrecht
VNG
Barendrecht nieuw
Wijzigingen
Artikel 1
Artikel 1
Begrip wet is toegevoegd
In dit reglement wordt verstaan onder: a. agendacommissie: commissie ex artikel 82 jo artikel 84 van de Gemeentewet b. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; c. griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; d. initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel; e. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; f. Presidium commissie ex. 84 van de Gemeentewet; g. subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; h. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger
In dit reglement wordt verstaan onder: - amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; - motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; - subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; - voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; - wet: Gemeentewet
Artikel 2
Artikel 2
Artikel 1 In dit reglement wordt verstaan onder: a. agendacommissie: commissie ex artikel 82 jo artikel 84 van de wet. b. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; c. griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; d. initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel; e. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; f. seniorenconvent: commissie ex artikel 84 van de Gemeentewet; g. subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; h. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger. i. Wet: Gemeentewet Artikel 2 Seniorenconvent 1. De raad heeft een seniorenconvent. 2. Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter
1.
2.
Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. Elke fractievoorzitter wijst een
1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters.
De term Presidium is veranderd in seniorenconvent. Taken zijn aangepast. VNG model wordt niet gevolgd. Lid 6 van de oude verordening wordt
1
3.
5. 6
7.
8.
plaatsvervanger, zijnde een raadslid, aan, die hem/haar bij zijn/haar afwezigheid in het presidium vervangt. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. De vergaderingen van het presidium zijn besloten. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de commissies, voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. Het presidium houdt jaarlijks een evaluatiegesprek met de burgemeester. Het presidium houdt jaarlijks een functioneringsgesprek met de griffier.
2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad [en de raadscommissies] voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie
3.
4
5
6.
7.
van de gemeenteraad en de fractievoorzitters. Een fractievoorzitter kan zich niet laten vervangen in het seniorenconvent. Het seniorenconvent heeft tot taak het bespreken van zaken van vertrouwelijke aard die (nog)niet in het openbaar behandeld kunnen worden en zaken waarbij de privacy van personen in het geding is. Het seniorenconvent vervult een klankbordfunctie in die gevallen waarin de voorzitter het nodig oordeelt nadere vertrouwelijke en/of spoedeisende informatie uit te wisselen welke ter bescherming van persoonlijke belangen, bedrijfsbelangen of om financiële of andere reden het belang van de gemeente, andere overheidsinstanties, bedrijven, verenigingen, stichtingen of van natuurlijke personen kunnen schaden als deze in het openbaar aan de orde komen. De vergaderingen van het seniorenconvent vinden in beslotenheid plaats. De voorzitter kan, gehoord het seniorenconvent, aan degenen die aanwezig zijn bij een vergadering als bedoeld in het vorige lid
verplaatst naar artikel 3 “Agendacommissie”. Artikel 7 en artikel 8 vervallen. Evaluatie gesprek met de burgemeester wordt in een aparte verordening vastgelegd. Functioneringsgesprek met de griffie wordt vastgelegd in de verordening op de werkgeverscommissie.
2
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van de raadscommissies, de plaatsvervangend voorzitters, de voorzitter van de raad en één raadslid per fractie die anders niet vertegenwoordigd zou zijn. De raadsvoorzitter is voorzitter van de agendacommissie. Bij verhindering van de voorzitter wijzen de overige leden een voorzitter uit hun midden aan. De agendacommissie vergadert zoveel als zij nodig acht aan de hand van een vooraf vastgesteld schema. Indien nodig kan de agendacommissie ook per email een besluit nemen. De agendacommissie stelt jaarlijks het vergaderschema voor de raads- en commissievergaderingen op en vast. Indien nodig kan de agendacommissie extra vergaderingen uitschrijven of een vergadering annuleren.
Artikel 3. 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van raadscommissies[, de voorzitter] en één raadslid per fractie die anders niet vertegenwoordigd is. 2. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderinge n; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies, en c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, en in het derde lid. 3. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van
geheimhouding opleggen ten aanzien van het besprokene en de inhoud van overgelegde stukken. Gelijktijdig met het opleggen van geheimhouding bepaalt de voorzitter tot wanneer de geheimhouding geldt. Artikel 3 Agendacommissie 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de (duo) voorzitters van de raadscommissies, de voorzitter van de raad en de plaatsvervangend voorzitter van de raad en een raadslid per fractie die anders niet vertegenwoordigd zou zijn. 2. De raadsvoorzitter is voorzitter van de agendacommissie. Bij verhindering van de voorzitter zit de plaatsvervangend voorzitter van de raad voor. 3. De agendacommissie vergadert zoveel als zij nodig acht aan de hand van een vooraf vastgesteld schema. 4. Indien nodig kan de agendacommissie ook per e-mail een besluit nemen. 5. De agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 6. Taken van de agendacommissie: a. De agendacommissie stelt jaarlijks het vergaderschema voor de raads- en commissievergaderingen op
Dit artikel is compleet vernieuwd.
3
7.
8.
9. 10.
11.
De agendacommissie stelt de conceptagenda's van de raads- en commissievergaderingen op. De agendacommissie bepaalt of een voorstel op de commissieagenda, dan wel rechtstreeks op de raadsagenda, wordt geplaatst. Bij de opstelling van de agenda bepaalt de agendacommissie op welke wijze een onderwerp wordt behandeld. De agendacommissie toetst of de stukken voldoen aan de informatiebehoefte van de raad. De griffier adviseert de agendacommissie. De agendacommissie beheert de termijnagenda van de raad. De agendacommissie bepaalt de inhoud en de invulling van de bijeenkomst(en) op een oriëntatieavond. De agendacommissie bepaalt in welke commissie een aangemeld onderwerp geagendeerd wordt. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, bepaalt de agendacommissie of het onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken wordt, dan wel in een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies.
redenen, daarom verzoeken.
en vast. b. Indien nodig kan de agendacommissie extra vergaderingen uitschrijven of een vergadering annuleren. c. De agendacommissie stelt de conceptagenda's van de raads- en commissievergaderingen op. De agendacommissie bepaalt of een voorstel op de commissieagenda, dan wel rechtstreeks op de raadsagenda, wordt geplaatst. Bij de opstelling van de agenda bepaalt de agendacommissie op welke wijze een onderwerp wordt behandeld. d. De agendacommissie toetst of de stukken voldoen aan de informatiebehoefte van de raad. e. De agendacommissie beheert de termijnagenda van de raad. f. De agendacommissie bepaalt de inhoud en de invulling van de bijeenkomst(en) op een oriëntatieavond. g. De agendacommissie bepaalt in welke commissie een aangemeld onderwerp geagendeerd wordt. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, bepaalt de agendacommissie
4
12.
13.
14.
Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, bepaalt de agendacommissie welke commissievoorzitter de vergadering voorzit. De agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. Indien een wethouder bij een vergadering aanwezig wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe voor de vaststelling van de voorlopige agenda een verzoek aan de voorzitter.
Artikel 4 De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het Reglement van Orde; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt Artikel 5 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen,
of het onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken wordt, dan wel in een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies. h. Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, bepaalt de agendacommissie welke commissievoorzitter de vergadering voorzit. i. De agendacommissie doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de commissies. 7. Namens de agendacommissie voeren de (duo)voorzitters, de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de raad de taken a. tot en met h. van lid 6 uit. 8. De griffier adviseert de agendacommissie. n.v.t.
Artikel 4 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en
Artikel 4 De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het Reglement van Orde; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt Artikel 5 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen,
Geen veranderingen
Geen veranderingen
5
vergaderingen van de agendacommissie, vergaderingen van het presidium en kan aanwezig zijn in de raadscommissievergaderingen. 2 Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier. 3 De griffier kan, indien hij/zij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen deelnemen. Artikel 6 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het procesverbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in de oude samenstelling na de raadsverkiezingen.
vergaderingen van het presidium[ en kan aanwezig zijn in de commissievergaderingen van de raad]. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.
Artikel 5 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het procesverbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.
vergaderingen van de agendacommissie, vergaderingen van het presidium en kan aanwezig zijn in de raadscommissievergaderingen. 2 Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier. 3 De griffier kan, indien hij/zij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen deelnemen. Artikel 6 1. Voor benoemingen van raadsleden en wethouders stelt de raad bij aanvang van de raadperiode een commissie van onderzoek der geloofsbrieven in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het procesverbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in de oude
Lid 1 is vernieuwd. De commissie van onderzoek der geloofsbrieven wordt nu voor een raadsperiode benoemd
6
4.
Na deze raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 7 Benoeming wethouders
4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na deze raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 6 Benoeming wethouders
1.
1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn
Artikel 7 Benoeming wethouders 1. De raad kan voor de te benoemen wethouders functieprofielen opstellen. 2. Een assessment kan een onderdeel vormen van de benoemingsprocedure. 3. De kandidaat wethouder overlegt de documenten en informatie die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband
2.
Bij benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De kandidaat wethouder overlegt de documenten en informatie die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar.
Leden 1 en 2 zijn nieuw Lid 3 is vervallen Verplichting is de VOG is vervallen. Deze verplichting wordt in de Gemeentewet opgenomen.
7
3.
De commissie toetst de van de kandidaat wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van de volgende voorschriften: a. de verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens; b. de artikelen 35, 36a, 10 en 41a Gemeentewet (benoembaarheidsverei sten); c. de artikelen 41b en 12 Gemeentewet (nevenfuncties); d. artikel 36b Gemeentewet (onverenigbare functies); e. de artikelen 41c, 15 en 46 Gemeentewet (onverenigbare of verboden handelingen); f. de gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente. 4. De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gelegd. 5. De kandidaat wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen
opdracht geven om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad
4.
5.
6.
7.
relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar. De commissie toetst de van de kandidaat wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van de volgende voorschriften: a. de artikelen 35, 36a, 10 en 41a Gemeentewet (benoembaarheidsvereist en); b. de artikelen 41b en 12 Gemeentewet (nevenfuncties); c. artikel 36b Gemeentewet (onverenigbare functies); d. de artikelen 41c, 15 en 46 Gemeentewet (onverenigbare of verboden handelingen); e. de gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente. De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gelegd. De kandidaat wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten. Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een
8
informatie mondeling toe te lichten. 6. Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een schriftelijk, beargumenteerd, advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Indien de ad hoc commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies. 7. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar Artikel 8 fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was
schriftelijk, beargumenteerd, advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Indien de ad hoc commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies. 8. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester stelt de raad op de hoogte van zijn bevindingen. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar
Artikel 7 fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste
Artikel 8 fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste
In lid 4 en 5 wordt een nadere definiëring geven met betrekking tot een afsplitsing.
9
3.
4.
5.
geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. De namen de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3, lid 4 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Artikel 9 Vergaderfrequentie 1. De vergaderingen vinden in de regel plaats volgens het vergaderschema als bedoeld in artikel 3, lid 4 van dit reglement, vangen aan om 20.00 uur en worden
raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandig raadslid of zelfstandige groep raadsleden gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam waaronder het zelfstandige raadslid optreedt of de zelfstandige groep raadsleden optreden voldoet aan de eisen uit artikel G3, lid 4 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
n.v.t.
Artikel 9 Vergaderfrequentie 1. De vergaderingen vinden in de regel plaats volgens het vergaderschema als bedoeld in artikel 3, lid 4 van dit reglement, vangen aan om 20.00 uur en worden gehouden in het
Geen veranderingen
10
gehouden in het gemeentehuis. 2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen, of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie. Artikel 10 Oproep 1. De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een raadsvergadering de raadsleden digitaal een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 11, lid 2 wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de leden gezonden.
gemeentehuis. 2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen, of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie. Artikel 8. Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste [… (bijvoorbeeld zeven)] dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.
Artikel 10 Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een raadsvergadering de raadsleden digitaal een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de digitale oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden verzonden. 3. De voorzitter kan in spoedeisende zaken afwijken van de lid 1 genoemde termijn. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering worden de oproep, agenda en de daarbij behorende stukken aan de leden verzonden. 4. Op de stuken, bedoeld in het
Artikel 10 oproep en 11 agenda zijn gecombineerd volgens VNG model. Er is een nieuw lid 3 toegevoegd waarin de voorzitter van de raad in spoedeisende zaken kan afwijken van de 10 dagen termijn van lid 1
11
5.
Artikel 11 Agenda 1. Voordat de digitale oproep wordt verzonden, stelt de agendacommissie de voorlopige agenda van de vergadering vast. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar bekend gemaakt. 3. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleend deze de raadsleden op verzoek inzage. 4. De agenda wordt bij aanvang van de raadsvergadering door de raad vastgesteld. 5. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de
eerste en tweede lid, is artikel 11 derde lid, van toepassing. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. . vervallen
12
agenda afvoeren. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 7. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, zijn gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep voor een ieder op verzoek ter inzage op het gemeentehuis. Als na het verzenden van de digitale oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of 6.
Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet
Artikel 11 Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, zijn gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep voor een ieder op verzoek ter inzage op het gemeentehuis. Als na het verzenden van de digitale oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op het raadsinformatiesysteem van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van
VNG model gevolgd, in verband met de wijzigingen van de Gemeentewet.
13
tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid en tweede lid, onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. Artikel 13 Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de gemeente en in het huis-aan-huisblad “De Schakel”, rubriek Blik op Barendrecht. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg.
geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier .
hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.
Artikel 10. Openbare kennisgeving [1.] Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in […]. [2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.]
Artikel 12 Openbare kennisgeving 3. Raadsvergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de gemeente en in het huis-aan-huisblad “De Schakel”, rubriek Blik op Barendrecht. 4. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg.
Conform VNG model
Artikel 14 Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Artikel 11. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2.Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld
Artikel 13 Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Conform VNG model
Aantal 15 Spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen
Artikel 12. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen
Aantal 14 Spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen
VNG-model wordt gevolgd. De leden 6 en 7 van het oude RVO
14
2. 3.
4.
5.
6.
7.
geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een raadslid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat
2. 3.
4.
5.
geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
2. 3.
4.
5.
geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
zijn vervallen. Dit zijn ordevoordstellen.
15
nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel 16 Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 13. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 15 Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid van de wet kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging
VNG model gevolgd
Artikel 17 Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder raadslid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel doen dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.
Artikel 14. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.
Artikel 16 Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder raadslid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel doen dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.
Geen wijzigingen t.o.v. ouder RVO
Artikel 18 Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
n.v.t.
Artikel 17 Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt
Oude RVO gevolgd
16
2.
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord de vergadering sluiten. Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 19 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten Artikel 20 Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.
3.
van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord de vergadering sluiten.
Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 15. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten
Artikel 18 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten
Geen veranderingen t.o.v. oude RVO
Artikel 16. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.
Artikel 19 Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.
Geen wijzigingen
In toelichting: korte, puntige toelichting. 30 seconden toegevoegd
17
2.
Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 21 Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter of griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid.
2.
Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 17. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder [… (beschrijving volgordeverloop, bijvoorbeeld
2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 20 Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter of griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de
Geen wijzigingen
18
Vervolgens geschiedt de op alfabetische volgorde)]. oproeping op volgorde van de 5. Bij hoofdelijke stemming presentielijst. brengen ter vergadering 5. Bij hoofdelijke stemming aanwezige raadsleden die zich brengen ter vergadering niet ingevolge artikel 28 van de aanwezig raadsleden, die zich wet van deelneming aan de niet ingevolge artikel 28 van stemming moeten onthouden, de Gemeentewet van hun stem uit door zich 'voor' of deelneming aan de stemming 'tegen' te verklaren, zonder moeten onthouden, hun stem enige toevoeging. uit door ‘voor’ of ‘tegen’ te 6. Een raadslid dat zich bij het verklaren, zonder enige uitbrengen van zijn stem toevoeging vergist, kan deze vergissing 6. Een raadslid dat zich bij het herstellen tot het volgende uitbrengen van zijn stem raadslid heeft gestemd. vergist, kan deze vergissing Bemerkt het raadslid zijn herstellen totdat het volgende vergissing pas later, dan kan raadslid heeft gestemd. deze nadat de voorzitter de Bemerkt het raadslid zijn uitslag van de stemming vergissing pas later, dan kan bekend heeft gemaakt deze nadat de voorzitter de aantekening vragen van zijn uitslag van de stemming vergissing. Dit brengt geen bekend heeft gemaakt verandering in de uitslag van de aantekening vragen van zijn stemming. vergissing. Dit brengt geen 7. De voorzitter deelt de uitslag na verandering in de uitslag van afloop van de stemming mee en de stemming.
doet daarbij mededeling van het 7. De voorzitter deelt de uitslag genomen besluit. na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 22 Artikel 18. Volgorde stemming Amendementen en moties over amendementen en moties 1. Als een amendement op een 1. Als op een aanhangig voorstel aanhangig voorstel is amendementen zijn ingediend, ingediend, wordt eerst over dat wordt eerst over die
oproeping op volgorde van de presentielijst. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door ‘voor’ of ‘tegen’ te verklaren, zonder enige toevoeging 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Artikel 21. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die
Geen wijzigingen
19
amendement gestemd en amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn zoals het dan luidt in zijn geheel. geheel. 2. Als een subamendement is 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en subamendement gestemd en vervolgens over het vervolgens over het amendement waarop dat amendement waarop dat betrekking heeft. betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen 3. Als meerdere amendementen of of subamendementen op een subamendementen op aanhangig voorstel zijn eenzelfde gedeelte van een ingediend, wordt, aanhangig voorstel zijn onverminderd het eerste en ingediend, wordt, onverminderd tweede lid, eerst over het het eerste en tweede lid, eerst meest verstrekkende over het meest verstrekkende amendement of amendement of subamendement gestemd. subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is voorstel een motie is ingediend, ingediend, wordt eerst over het wordt eerst over het voorstel voorstel gestemd en gestemd en vervolgens over de vervolgens over de motie. De motie. De raad kan besluiten raad kan besluiten van deze van deze volgorde af te wijken. volgorde af te wijken. Artikel 23 Stemming over Artikel 19. Stemming over personen personen 1. Bij stemming over personen 1.
Bij stemming over personen voor benoemingen of het voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot voorzitter 3 raadsleden tot stembureau. stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich 2. Aanwezige raadsleden zijn niet ingevolge artikel 28 van de verplicht een door het wet van deelneming aan de stembureau verstrekt stemming moeten onthouden,
2.
3.
4.
amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken
Artikel 22 Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter 3 raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt
Geen wijzigingen t.o.v. oude RVO
20
3.
4.
stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te 3. nemen. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden 4. samengevat op één briefje. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid, als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht, die leden, die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a een blanco ingevuld stembriefje; b een ondertekend stembriefje; c een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt
zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid, als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht, die leden, die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a een blanco ingevuld stembriefje; b een ondertekend stembriefje; c een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is
21
gestemd die niet is voorgedragen; e een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 5. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. Artikel 24 Het verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Het verslag bevat in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede de overige personen die het woord hebben gevoerd; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij
e
5.
Artikel 20. Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Uit een verslag blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden
voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
Artikel 23 Het verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Het verslag bevat in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede de overige personen die het woord hebben gevoerd; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder
Geen wijzigingen t.o.v. ouder RVO
22
3.
4.
5.
hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich, overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet, van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; g. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen, aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 16 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en de griffier. Voor zover de aard en de
die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en g. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 13 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. 4. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 5. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering
aantekening van de namen van de raadsleden die zich, overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet, van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; g. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen, aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 16 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. 4. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en de griffier. 5. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de
23
inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 6. Van de raadsvergaderingen worden beeld- en geluidsopnamen gemaakt, die bewerkt worden tot een beeld en audio-verslag. Deze verslagen zijn voor iedereen te raadplegen. Artikel 25 Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst met zowel openbare als besloten stukken wordt voor de leden van de raad gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem. Besloten ingekomen stukken zijn alleen vertrouwelijk te raadplegen voor raads- en collegeleden via het raadsinformatiesysteem. Openbare ingekomen stukken zijn voor een ieder te raadplegen via de gemeentelijke website www.Barendrecht.nl. 2. De wijze van afdoening van de ingekomen stukken wordt op
openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 6. Elektronisch beschikbare verslagen en besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst
gemeente gebruikelijke wijze. 6. Van de raadsvergaderingen worden beeld- en geluidsopnamen gemaakt, die bewerkt worden tot een beeld en audio-verslag. Deze verslagen zijn voor iedereen te raadplegen.
Artikel 21. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd. 2. Na de vaststelling van het verslag stelt de raad op voorstel van het presidium, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast
Artikel 24 Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst met zowel openbare als besloten stukken wordt voor de leden van de raad gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem. Besloten ingekomen stukken zijn alleen vertrouwelijk te raadplegen voor raads- en collegeleden via het raadsinformatiesysteem. Openbare ingekomen stukken zijn voor een ieder te raadplegen via de gemeentelijke website www.Barendrecht.nl. 2. De wijze van afdoening van de ingekomen stukken wordt op voorstel van de agendacommissie door de raad vastgesteld.
Geen wijzigingen t.o.v. oude RVO
24
3.
4.
5.
6.
7.
8.
voorstel van de agendacommissie door de raad vastgesteld. Elk raadslid kan ordevoorstel indienen bij de voorzitter met betrekking tot wijze van afdoening van een ingekomen stuk, niet zijnde schriftelijke mededelingen van het college, dan wel van de burgemeester. Het ordevoorstel wordt in stemming gebracht in de raadvergadering. Elk raadslid kan in de eerstvolgende commissievergadering na de raadsvergadering (in de rubriek actualiteiten) nadere vragen stellen over de inhoud van een mededeling van het college of de burgemeester. Het raadslid geeft dit te kennen bij de behandeling van de lijst met ingekomen stukken. De vraagsteller dient de vrijdag voor de commissievergadering voor 12.00 uur de nadere vragen in bij de griffier. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van het college van burgemeester en wethouders en de overige raadsleden. In overleg met de commissievoorzitter wordt de
3. Elk raadslid kan ordevoorstel indienen bij de voorzitter met betrekking tot wijze van afdoening van een ingekomen stuk, niet zijnde schriftelijke mededelingen van het college, dan wel van de burgemeester. 4. Het ordevoorstel wordt in stemming gebracht in de raadvergadering. 5. Elk raadslid kan in de eerstvolgende commissievergadering na de raadsvergadering (in de rubriek actualiteiten) nadere vragen stellen over de inhoud van een mededeling van het college of de burgemeester. Het raadslid geeft dit te kennen bij de behandeling van de lijst met ingekomen stukken. 6. De vraagsteller dient de vrijdag voor de commissievergadering voor 12.00 uur de nadere vragen in bij de griffier. 7. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van het college van burgemeester en wethouders en de overige raadsleden. 8. In overleg met de commissievoorzitter wordt de volgorde bepaald waarin de aangemelde onderwerpen voor de rubriek actualiteiten aan de orde worden gesteld. 9. De maximale spreektijd van de
25
volgorde bepaald waarin de aangemelde onderwerpen voor de rubriek actualiteiten aan de orde worden gesteld. 9. De maximale spreektijd van de vragensteller bedraagt 5 minuten. 10. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om de nadere vragen aan de betreffende portefeuillehouder te stellen en een toelichting daarop te geven. 11. Na de beantwoording door de portefeuillehouder krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 12. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de commissie het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan de portefeuillehouder vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 13. Er is geen gelegenheid tot interrupties. Artikel 26 Verslag, verantwoording 1. Een raadslid, een wethouder of de burgemeester, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een
vragensteller bedraagt 5 minuten. 10. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om de nadere vragen aan de betreffende portefeuillehouder te stellen en een toelichting daarop te geven. 11. Na de beantwoording door de portefeuillehouder krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 12. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de commissie het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan de portefeuillehouder vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 13. Er is geen gelegenheid tot interrupties.
Artikel 25 Verslag, verantwoording 1. Een raadslid, een wethouder of de burgemeester, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
Geen wijzigingen t.o.v. oude RVO
26
2.
3.
ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft de plicht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn geweest. Voor een door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. Ieder lid van de raad kan aan een persoon, als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 39, zijn van overeenkomstige toepassing. Wanneer een lid van de raad een persoon, als bedoeld in het eerste lid, ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 40, zijn van overeenkomstige toepassing.