CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-lijst - 4e wijziging APV Barendrecht.pdf

commissie Samenleving 26 november 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Vierde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Barendrecht 20207.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS-WORDT-LIJST VIERDE WIJZIGING APV BARENDRECHT 2020 In onderstaand overzicht zijn enkel de te wijzigen artikelen opgenomen OVERZICHT VERGELIJKING ARTIKELEN Artikel

Huidig APV 2020

Voorgestelde wijziging

Korte toelichting

Artikel 1:1

Artikel 1:1 Definities Definitie gebouw

Artikel 1:1 Definities Definitie gebouw

Betreft een wijziging op advies van de VNG. Betreft geen inhoudelijke wijziging.

- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

Artikel 1:8 Weigeringsgronden

Artikel 1:8 Weigeringsgronden

1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

1. De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd:

Artikel 1:8

a. de openbare orde;

a. in het belang van de openbare orde;

b. de openbare veiligheid;

b. in het belang van de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

c. in het belang van de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu.

d. in het belang van de bescherming van het milieu;

In artikel 1:8 staan de algemene weigeringsgronden voor een vergunning/ontheffing. Voorgesteld wordt daar twee weigeringsgronden aan toe te voegen: het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens in de aanvraag kan leiden tot een weigering en dat geldt ook voor de situatie dat de aanvrager bij een eerdere vergunning de voorschriften heeft overtreden en het vermoeden bestaat dat hij dat ook zal doen bij de nieuwe vergunning.

e. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt.

1

2. Het bevoegde bestuursorgaan of het bevoegd gezag kan, onverminderd het elders in deze verordening bepaalde, een vergunning of ontheffing weigeren, indien de aanvrager voorschriften, verbonden aan een eerdere vergunning of ontheffing voor een soortgelijke activiteit of beperkingen waaronder zo’n vergunning of ontheffing is verleend, niet heeft nageleefd en het vermoeden gerechtvaardigd is dat indien de gevraagde vergunning of ontheffing wordt verleend, hij ook daaraan verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij zou worden verleend, niet zal naleven. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

3. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is

Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Artikel 2:1 Samenscholing en Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

Het begrip ‘opsporingsambtenaar’ is breder dan ‘ambtenaar van politie’. Door de wijziging kunnen onder andere ook boa’s handhaven op het samenscholingsverbod. Tevens is een redactionele aanpassing gemaakt (het artikel bevatte per abuis 2 keer een lid 2). 2

2. Degene die op een openbare plaats

2. Degene die op een openbare plaats

a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

2. is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

is verplicht op bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.

4. Het is verboden op een openbare plaats, openbaar water of in een voor publiek toegankelijk gebouw of vaartuig een voorwerp of stof bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren waarvan aannemelijk

Aan artikel 2:1 wordt een nieuw lid 4 toegevoegd. Op basis van dit lid is het verboden om op een openbare plaats een voorwerp of stof bij je te hebben waarvan aannemelijk is dat deze is meegebracht om de openbare orde en veiligheid te verstoren. Onder dit nieuwe lid 4 valt ook het zogenaamd ‘bivakverbod’: het is verboden op een openbare plaats gezichtsbedekkende bekleding bij zich te hebben of te dragen als aannemelijk is dat dit wordt gedaan om de openbare orde te verstoren. Hierbij valt te denken aan een bivakmuts, masker, verzwaarde handschoen, tok of sportbitje. Dit soort voorwerpen worden steeds vaker gebruikt door ordeverstoorders omdat tegen het bezit niet kan worden opgetreden door de politie. Door het niet kunnen optreden tegen de aanwezigheid van dit soort voorwerpen of stoffen in verdachte omstandigheden is het mogelijk dat wangedrag, ook in anonimiteit, kan worden gepleegd. Met deze verbodsbepaling wordt beoogd om effectief en doelmatig tegen voorgenoemde problematiek op te treden. Handhaving van dit verbod is gericht op risicovolle evenementen of situaties met signalen voor ongeregeldheden. De huidige leden 4 en 5 worden vernummerd naar 5 en 6.

3

is dat deze is meegebracht of aanwezig is om de openbare orde of veiligheid te verstoren. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

6.Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2.12 Artikel 2:12 Maken of veranderen van een Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg uitweg 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als: a. daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of

De meldingsplicht is veranderd in een vergunningsplicht. Op deze manier kan het college meer grip houden op de bescherming 1. Het is verboden zonder van de verkeersveiligheid en de bruikbaarheid omgevingsvergunning van het bevoegd gezag van de weg. Het is de bedoeling beleidsregels een uitweg te maken naar de weg of vast te stellen over de verlening van verandering te brengen in een bestaande uitritvergunningen. uitweg naar de weg.

b. het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.

4

2. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als:

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:

a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;

a. ter voorkoming van gevaar of hinder voor het verkeer op de weg;

b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;

c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;

d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaargroen; of

d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen; of

e. als de uitweg in strijd is met een geldend omgevingsplan.

e. als door de uitweg de bruikbaarheid van de weg op onaanvaardbare wijze wordt aangetast.

3. De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.

f. als door de uitweg het uiterlijk aanzien van de omgeving op onaanvaardbare wijze wordt aangetast.

4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale

3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale

5

omgevingsverordening of de waterschapsverordening. Afdeling 3. Evenementen Artikel 2:25 Artikel 2:25 Evenementenvergunning Tweede lid, aanhef en onder e

Artikel 2:25

omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

Artikel 2:25 Evenementenvergunning Tweede lid, aanhef en onder e

2. De burgemeester kan de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel:

2. De burgemeester kan de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel:

(…)

(…)

e. de vooraankondiging van een B- of een Cevenement niet voor 15 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de regionale evenementenkalender wordt vastgesteld, is ingediend; Artikel 2:25 Evenementenvergunning Derde lid, aanhef en onder e

e. de vooraankondiging van een B- of een Cevenement niet voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de regionale evenementenkalender wordt vastgesteld, is ingediend; Artikel 2:25 Evenementenvergunning Derde lid, aanhef en onder e

3. Van een 0- evenement is sprake, indien is voldaan aan alle onderstaande criteria:

3. Van een 0- evenement is sprake, indien is voldaan aan alle onderstaande criteria:

(…)

(…)

e. het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut ((LAeq, 1 min) veroorzaakt door muziek- of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel, tussen 10:00 en 23:00 uur op een afstand van 10 meter van de

e. het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut ((LAeq, 1 min) veroorzaakt door muziek- of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel, tussen 10:00 en 23:00 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron

Deze wijziging geeft de ambtelijke organisatie iets meer ruimte om de aanvragen in te dienen bij de VRR. Voor de organisatoren zal deze wijziging in de praktijk vrijwel geen nadelige gevolgen hebben.

Het gaat hier om de criteria voor een meldingsplichtig (vergunningsvrij) evenement. Voldoet een evenement hier niet aan, dan moet vergunning worden aangevraagd. Deze gewijzigde aantallen zijn afgestemd met de DCMR. De ervaring is dat 80 dB(A) voldoende is om een vergunningsvrij evenement te organiseren. De dB(C) tonen hebben betrekking op de bastonen, waar in de praktijk vaak meer overlast van wordt ervaren. Wordt er dus meer geluid gemaakt 6

Artikel 2:25

geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A) en er geen verhoging plaatsvindt van 10 dB vanwege muziekgeluid;

niet meer bedraagt dan 80 dB(A) en 86 dB(C), hierbij hoeft geen rekening gehouden te worden met de toeslag van 10 dB muziekgeluid;

dan 80 dB(A) en 86 dB(C), dan is het evenement niet meer meldingsplichtig, maar vergunningsplichtig.

Artikel 2:25 Evenementenvergunning Derde a lid

Artikel 2:25 Evenementenvergunning Derde a lid

3a. De burgemeester is bevoegd tot het vaststellen van nadere regels ten aanzien van 0- evenementen.

Vervalt

We zijn tot het inzicht gekomen dat delegatie van nadere regels aan burgemeester in strijd is met Gemeentewet. Van deze delegatie is in het verleden ook geen gebruik van gemaakt. De burgemeester kan wel beleidsregels vaststellen over 0-evenementen, maar geen nadere regels. Daarom wordt artikel 2.25 lid 3a geschrapt. De bevoegdheid om beleidsregels vast te stellen vloeit al rechtstreeks voort uit Awb, dus vermelding hiervan in APV is niet nodig.

Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:28 Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Tweede lid

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Tweede lid

2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:

2. Lid 1 (de vergunningsplicht) is niet van toepassing op:

a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

a. een openbare inrichting die zich bevindt in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

b. zorginstelling;

b. een openbare inrichting die zich bevindt in een zorginstelling;

Het begrip paracommerciële rechtspersoon is breder dan enkel de kantine van een sportvereniging: ook andere nietcommerciële rechtspersonen zoals muziekverenigingen, bridgeverenigingen, kerkgenootschappen, enz. vallen er onder. Het is niet fair dat een kantine van een sportvereniging geen exploitatievergunning nodig heeft, maar een kantine van een muziekvereniging wel. Die situatie willen we dus gelijktrekken.

7

c. museum; of

c. een openbare inrichting die zich bevindt in een museum;

d. een bedrijfskantine of –restaurant;

d. een openbare inrichting die zich bevindt in een bedrijfskantine of –restaurant;

e. kantine van een sportvereniging.

e. een openbare inrichting die zich bevindt in een paracommerciële inrichting én die wordt geëxploiteerd door een paracommerciële rechtspersoon. Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet Artikel 2:34a Gereserveerd Artikel 2:34a Definities Nieuw (artikel 1 Drank- en horecaverordening gemeente Barendrecht) In deze afdeling wordt verstaan onder: -

alcoholhoudende drank; horecabedrijf; horecalokaliteit; inrichting; paracommerciële rechtspersoon; sterke drank; slijtersbedrijf; zwak-alcoholhoudende drank;

Sinds 1 juli 2021 is de Drank- en Horecawet vervangen door de Alcoholwet. Deze artikelen zijn beleidsneutraal overgenomen uit de huidige Drank- en Horecaverordening. Met deze nieuwe artikelen verduidelijken we de regels en is een separate verordening niet meer nodig. Dit maakt het overzichtelijker voor de inrichtingen. Inhoudelijk is er niets gewijzigd.

dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. Artikel 2:34b Nieuw

Gereserveerd (artikel 3 Drank- en horecaverordening gemeente Barendrecht)

Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële inrichtingen 1. Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard,

Met deze nieuwe artikelen verduidelijken we de regels en is een separate verordening niet meer nodig. Dit maakt het overzichtelijker voor de inrichtingen. Inhoudelijk is er niets gewijzigd. 8

verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op: a. maandag, dinsdag, woensdag en donderdag na 15.00 uur en tot 24.00 uur; b. vrijdag, zaterdag en zondag na 12.00 uur en tot 24.00 uur. 2. Paracommerciële rechtspersonen waarbij het faciliteren van sociale interactie direct voortvloeit uit de doelstellingen, zoals levensbeschouwelijke en sociaal-culturele instellingen, verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op: a. maandag, dinsdag, woensdag en donderdag na 15.00 uur en tot een half uur voor sluitingstijd; b. vrijdag, zaterdag en zondag na 12.00 uur en tot een half uur voor sluitingstijd. 3.Overige paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met één uur voor aanvang en eindigende met één uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon.

9

Artikel 2:34c Nieuw

Gereserveerd (artikel 4 Drank- en horecaverordening gemeente Barendrecht)

Artikel 2:34c Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden 1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.

Artikel 2:34d Nieuw

Gereserveerd (artikel 5 Drank- en horecaverordening gemeente Barendrecht)

2. Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden (waaronder inbegrepen de verhuur van het pand en inventaris) van bijeenkomsten van persoonlijke aard , waarbij alcoholhoudende drank wordt verstrekt, openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of tijdschriften, internet of via social media kenbaar te maken. Artikel 2:34d Verbod verstrekken van sterke drank door paracommerciële rechtspersonen Het is verboden om sterke drank te verstrekken in een paracommerciële inrichting die: 1.

Met deze nieuwe artikelen verduidelijken we de regels en is een separate verordening niet meer nodig. Dit maakt het overzichtelijker voor de inrichtingen. Inhoudelijk is er niets gewijzigd.

Met deze nieuwe artikelen verduidelijken we de regels en is een separate verordening niet meer nodig. Dit maakt het overzichtelijker voor de inrichtingen. Inhoudelijk is er niets gewijzigd.

deel uitmaakt van een gebouw dat of waaraan een onderdeel in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of –instellingen;

10

deel uitmaakt van een gebouw dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van onderwijs; 3. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik wordt door personen jonger dan 18 jaar. 2.

Artikel 2.34e Nieuw

Gereserveerd (artikel 6 Drank- en horecaverordening gemeente Barendrecht)

Artikel 2:34e Verbod happy hours

Artikel 2.34f Nieuw

Gereserveerd (artikel 7 Drank- en horecaverordening gemeente Barendrecht)

Met deze nieuwe artikelen verduidelijken we de regels en is een separate verordening niet 1. De burgemeester kan op aanvraag meer nodig. Dit maakt het overzichtelijker ontheffing verlenen van de in artikel 2.34c lid voor de inrichtingen. Inhoudelijk is er niets 1 gestelde verbod. Aan deze ontheffing gewijzigd. kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit op of het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd. Artikel 2.34f Ontheffing

Met deze nieuwe artikelen verduidelijken we de regels en is een separate verordening niet meer nodig. Dit maakt het overzichtelijker voor de inrichtingen. Inhoudelijk is er niets gewijzigd.

2. De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen 11

ontheffing verlenen van de in artikel 2.34b en 2.34c gestelde verboden en beperkingen. Artikel 2:44a Nieuw

Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen 1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.

Dit artikel is nieuw en stond vroeger ook in de model-APV. Dit artikel ziet op het vervoeren van speciale tassen waardoor winkeldiefstal wordt vergemakkelijkt omdat geen alarm afgaat bij detectiepoortjes.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:48a Artikel 2:48a Verboden gebruik lachgas Vervalt 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.

Sinds 1 januari 2023 is lachgas opgenomen in de Opiumwet. Gebruik van lachgas valt dan ook voortaan onder artikel 2:74a (Openlijk drugsgebruik). Hiermee is de juridische noodzaak van het specifieke lachgasartikel komen te vervallen.

2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college 12

ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Artikel 2:50a

Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen Eerste lid

Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen Eerste lid

1. Het is verboden op een openbare plaats, met inbegrip van daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en de daarbij behorende erven, messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.

1. Het is verboden op een openbare plaats of in voor het publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon-of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.

Artikel 2:54 Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (gereserveerd) (gereserveerd)

Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats

Nieuw

1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als

De rechtbank Rotterdam heeft begin 2023 een soortgelijk artikel in de APV van Rotterdam onverbindend verklaard. De rechtbank was namelijk van mening dat dit onderwerp al voldoende was geregeld in de Wet Wapen en munitie. De VNG is het hier niet mee eens en heeft in de ledenbrief van 7 november jl. een tekstvoorstel voor een messenverbod opgenomen. In een eerder stadium was al in de regio een voorstel gedaan voor een aangepast artikel. In dat regionale artikel wordt het messenverbod gekoppeld aan overlast en hinder. Voorgesteld wordt het regionale artikel te volgen, aangezien dat artikel (net als het huidige artikel) geldt in de gehele gemeente. In artikel 4.18 van de APV is al een verbod opgenomen voor recreatief nachtverblijf. Het nieuwe verbod van artikel 2:54 is echter ruimer en ziet op alle overnachtingen op de openbare weg, (incl. bijv. het overnachten in een (vracht)auto). 13

slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden: a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden of b. in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover: 1. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod geldt niet: a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5:25 of het omgevingsplan is toegestaan; b. voor woonwagens met een woonbestemming; c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; 14

d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen. Artikel 2:57

Artikel 2:57 Loslopende honden

Artikel 2:57 Loslopende honden

1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond onaangelijnd te laten verblijven of te laten lopen:

1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond onaangelijnd te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats.

a. binnen de bebouwde kom, op een openbare plaats;

Dit artikel is aangepast aan het nieuwe hondenbeleid in Barendrecht.

b. buiten de bebouwde kom, op de weg. 2. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen, ook als de hond is aangelijnd:

2. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen, ook als de hond is aangelijnd:

a. op een voor het publiek toegankelijke en als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;

a. op een voor het publiek toegankelijke en als zodanig ingerichte speel- en sportplek;

b. op een andere door het college aangewezen plaats;

b. op een andere door het college aangewezen plaats;

c. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

15

Artikel 2:58

3. Het losloopverbod in het eerste lid, is niet van toepassing op door het college daartoe aangewezen plaatsen.

3. Het losloopverbod in het eerste lid is niet van toepassing op door het college daartoe aangewezen plaatsen.

4. Het verblijfsverbod in het tweede lid is niet van toepassing op geregistreerde geleidehonden of sociale hulphonden die iemand met een beperking begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geIeidehond of sociale hulphond.

4. Het verblijfsverbod in het tweede lid is niet van toepassing op geregistreerde geleidehonden of sociale hulphonden die iemand met een beperking begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geIeidehond of sociale hulphond.

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden

1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

2. Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt, is verplicht een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen.

2. Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt, is verplicht een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen.

3. Een doeltreffend hulpmiddel is: a. een schep of schepje, voldoende stevig om de uitwerpselen te kunnen opnemen, of b. een plastic zakje, voldoende stevig om de uitwerpselen te kunnen opnemen, of c. een ander ten behoeve van het verwijderen van uitwerpselen ontworpen hulpmiddel.

3. Een doeltreffend hulpmiddel is een plastic zakje, voldoende stevig om de uitwerpselen te kunnen opnemen.

Dit artikel is aangepast aan het nieuwe hondenbeleid in Barendrecht.

16

Artikel 2:65

4. Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt, is verplicht dit doeltreffend hulpmiddel op eerste vordering te laten zien aan de toezichthoudende ambtenaar.

4. Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt, is verplicht dit doeltreffend hulpmiddel op eerste vordering te laten zien aan de toezichthoudende ambtenaar.

5. De geboden zoals gesteld in het eerste, tweede en vierde lid gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond vanwege zijn handicap niet in staat moet worden geacht om aan het gebod te voldoen.

5. De geboden zoals gesteld in het eerste, tweede en vierde lid gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond vanwege zijn handicap niet in staat moet worden geacht om aan het gebod te voldoen.

6. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. Artikel 2:65 Bedelarij Vervallen

6. vervalt

Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en carbidschieten Artikel 2:71 Artikel 2:71 Definitie

Artikel 2:74

Artikel 2.65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden. Artikel 2:71 Definitie

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel 2:74 Drugshandel op straat

Artikel 2:74 Drugshandel op straat

Op basis van dit nieuwe artikel kan het college gebieden aanwijzen waarin het verboden is te bedelen.

Het betreft een wijziging op grond van het advies van de VNG. Bij ministeriële regeling op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit wordt bepaald welk vuurwerk aan particulieren beschikbaar mag worden gesteld. Deze artikelen zijn overgenomen van het Riec. De artikelen geven de gemeente meer 17

Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen

Artikel 2:74b Nieuw

Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

mogelijkheden om op te treden tegen drugsdealers en drugsoverlast.

Artikel 2:74b Verzamelingen van personen in verband met drugs

Deze artikelen zijn overgenomen van het Riec. De artikelen geven de gemeente meer mogelijkheden om op te treden tegen drugsdealers en drugsoverlast.

1. Het is verboden op of aan wegen, die door de burgemeester zijn aangewezen indien de openbare orde dat in verband met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, aan een verzameling van meer dan vier personen deel te nemen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet. 3. Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als in het eerste lid

18

bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen. Artikel 2:74c Nieuw

Artikel 2:74c Verblijfsontzeggingen in verband met harddrugs 1. Het is degene die in een door het college aangewezen gebied - aangewezen omdat naar het oordeel van het college in dat gebied sprake is van ernstige overlast, veroorzaakt door de aanwezigheid van verslaafden en/of handelaren in harddrugs op de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw:

Deze artikelen zijn overgenomen van het Riec. De artikelen geven de gemeente meer mogelijkheden om op te treden tegen drugsdealers en drugsoverlast.

a. harddrugs gebruikt of verhandelt, of daartoe post vat of zich heen en weer beweegt; b. messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, openlijk voorhanden heeft; of c. zich gedraagt in strijd met artikel 2.74b verboden zich te bevinden in het door het college aangewezen gebied en in voor het publiek toegankelijke gebouwen die in dat gebied gelegen zijn, nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 19

2. Het verbod van het eerste lid geldt gedurende het in het bevel van de burgemeester genoemd tijdvak van ten hoogste achtenveertig uur. 3. Het is degene van wie in een door het collegeaangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid, na de oplegging van het in het tweede lid bedoelde verbod opnieuw een ordeverstorende gedraging als bedoeld in het eerste lid is geconstateerd, verboden zich te bevinden in het door het college aangewezen gebied en in de daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen, nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 4. Het verbod van het derde lid geldt gedurende het in het bevel van de burgemeester genoemd tijdvak van ten hoogste drie maanden. 5. Het bepaalde in het eerste en het derde lid geldt niet indien de belanghebbende in het door het collegeaangewezen gebied zijn woning heeft of zijn werk of beroep uitoefent. 6. Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op degene die op de weg softdrugs verhandelt.

20

Artikel 2:74d Nieuw

Artikel 2:74d Verblijfsverbod dealers 1. De burgemeester kan degene die in een op grond van artikel 2.74c, eerste lid, aangewezen overlastgebied zich op of aan de weg ophoudt waarbij aannemelijk is dat dit gebeurt om middelen, als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, te verkopen of te koop aan te bieden en die antecedenten heeft op het gebied van het verkopen of te koop aanbieden van drugs of daarop gelijkende waar, bevelen om zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de duur van drie maanden niet meer te bevinden.

Deze artikelen zijn overgenomen van het Riec. De artikelen geven de gemeente meer mogelijkheden om op te treden tegen drugsdealers en drugsoverlast.

2. De burgemeester kan aan degene, aan wie eerder een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven en die binnen een periode van een jaar opnieuw de in dat lid genoemde bepalingen overtreedt, bevelen om zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar gedurende een periode van maximaal zes maanden niet meer te bevinden. 3. Degene die een bevel heeft gekregen als bedoeld in het eerste of tweede lid is verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen. Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

21

Artikel 2:78

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woonof leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 72 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 4 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 30 dagen in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

3. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen 6 maanden na het geven

3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene

Het betreft juridisch-technische en redactionele wijzigingen. Het advies van de VNG in deze wordt gevolgd. Voorbeeld het begrip ‘bevel’ wordt vervangen voor het begrip ‘tijdelijk verbod’. Daarnaast wordt voorgesteld de termijn van 24 uur te verruimen naar 72 uur. De bevoegdheid kan worden gemandateerd aan de politie.

22

Artikel 2.78b Nieuw

Artikel 2:79a Nieuw

van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 5. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. Artikel 2:78b Groepsverbod Het is verboden zich op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door de burgemeester voor een bepaalde duur aangewezen gebied, zonder redelijk doel met drie of meer andere personen in groepsverband op te houden.

Artikel 2:79a Sluiting voor het publiek openstaande gebouwen

Dit groepsverbod is nieuw. Dit verbod verschilt van het samenscholingsverbod hierin dat het bij elkaar staan al strafbaar is: van overlast of dreigende ongeregeldheden hoeft geen sprake te zijn. Dit verbod is echter een slapend artikel: het komt pas tot leven na het nemen van een aanwijzingsbesluit door de burgemeester. In de praktijk zal pas een dergelijk aanwijzingsbesluit worden genomen na klachten en in overleg met de politie. In de ledenbrief van de VNG van 7 november jl. wordt voorgesteld 2 artikelen tegen ondermijning op te 23

Toevoegen als nieuw lid 2: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

nemen. Het gaat hier om een artikel over het sluiten van panden en een artikel op grond waarvan de burgemeester branches/activiteiten/gebieden kan aanwijzen die vergunningplichtig worden. Beide artikelen staan echter al in de APV van Barendrecht. Wel wordt voorgesteld aan het huidige artikel 2:79a de afbakening ten opzichte van andere sluitingsbevoegdheden toe te voegen. De overige artikel leden worden vernummerd

Artikel 2:79b

Artikel 2:79b Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Achtste lid

Artikel 2:79b Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Achtste lid

8. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen.

8. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het zevende lid sub a tot en met j. van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:79a, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

Het betreft hier een redactionele aanpassing

Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Artikel 4:6a Artikel 4:6a Mosquito Artikel 4:6a Mosquito Er hangt in Barendrecht (sinds juni 2022) maar 1 mosquito (parkeergarage Vijfde lid Vijfde lid Reuchlinhaven, Havenhoofd). Gebleken 24

Artikel 5:6

Artikel 5.12

5. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste 6 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste 6 maanden verlengen.

5. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste 12 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste 12 maanden verlengen.

is dat het apparaat aan de verwachtingen voldoet. Voorgesteld wordt de termijn waarop een dergelijk apparaat mag worden opgehangen te verlengen van 6 maanden naar 12 maanden.

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen Tweede, derde en vierde lid

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen Tweede, derde en vierde lid

2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a.

2. vervalt

3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

Caravans, aanhangwagens en dergelijke leggen (te) veel beslag op de schaarse parkeerruimte. Op basis van het eerste lid van dit artikel is het verboden caravans langer dan 3 dagen op de weg te parkeren. Hiervan kan men ontheffing krijgen. Er zijn amper weigeringsgronden voor de ontheffing. Om die reden wordt voorgesteld de ontheffingsmogelijkheid te schrappen. Omdat de ontheffingsmogelijkheid vervalt, kan lid 4 ook worden geschrapt.

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets

4. vervalt

1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade

1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade

Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets

Onduidelijk is wat wordt bedoeld met “met uitzondering van daarvoor bestemde ruimten of plaatsen” (lid 3). Om op te kunnen treden tegen weesfietsen, wordt daarom deze passage geschrapt. 25

aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

2. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en/of in een verwaarloosde toestand verkeren, op een openbare plaats te laten staan.

2. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en/of in een verwaarloosde toestand verkeren, op een openbare plaats te laten staan.

3. Het is verboden fietsen of bromfietsen langer dan zeven achtereenvolgende dagen zonder wezenlijke tijdsonderbreking te laten staan op een openbare plaats met uitzondering van daarvoor bestemde ruimten of plaatsen.

3. Het is verboden fietsen of bromfietsen langer dan zeven achtereenvolgende dagen zonder wezenlijke tijdsonderbreking te laten staan op een openbare plaats.

Lid 4 is toegevoegd. Dit lid is bedoeld om op te kunnen treden tegen rondslingerende fietsen die verkeersonveilige situaties of hinder veroorzaken.

4. Het is verboden fietsen of bromfiets te plaatsen buiten fietsenrekken of overige fietsparkeervoorzieningen indien daardoor de verkeersveiligheid en/of de verkeersvrijheid wordt gehinderd of anderszins hinder of schade ontstaat.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14753261/1