Voorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Zienswijze conceptbegroting 2025 en 2e begrotingswijziging 2024 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (Adviserend)
College van burgemeester en wethouders 14 mei 2024
Zaaknummer 2024-041354
Portefeuillehouder Ronald Schneider
Commissie Algemene Zaken en Financiën BD 10 juni 2024
Openbaar
Gemeenteraad 2 juli 2024
Geadviseerd besluit 1. De zienswijze op de conceptbegroting 2025 en de concept 2e begrotingswijziging 2024 van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond vast te stellen en te versturen.
Raadsvoorstel Inleiding Middels de brief van 22 april 2024 is de procedure rond de begroting 2025 en de 2e begrotingswijziging 2024 aangeboden door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). Overeenkomstig de Wet gemeenschappelijke regelingen kan de raad zijn zienswijze over deze stukken tot en met 12 juli 2024 kenbaar maken aan het dagelijks bestuur van de VRR. Begroting 2025 en 2e begrotingswijziging 2024 Het komende jaar 2025 is het derde jaar van het Beleidsplan VRR 2023 – 2027. De doelstellingen uit de ontwikkelagenda krijgen zichtbaar steeds meer vorm in het jaar 2025. De Ontwikkelagenda is de uitkomst van het traject waarin het algemeen bestuur onderzoek heeft gedaan naar de vraag of de omvang van de financiering nog past bij het huidige takenpakket van de VRR. Naast de uitvoering van de ontwikkelagenda wordt bij de ambulancezorg uitvoering gegeven aan het Plan Spreiding en Beschikbaarheid en wordt gekeken naar innovatieve vormen van zorg zoals de doorontwikkeling van het Mobiel Zorgconsult, waarbij de patiënt na medisch onderzoek ter plaatse een advies op maat ontvangt en niet vervoerd hoeft te worden. In het programma Risico- en Crisisbeheersing wordt verder invulling gegeven aan het plan met betrekking tot het versterken van de crisisorganisatie waarvoor vanuit het Rijk extra gelden beschikbaar gesteld worden.
Verder is er aandacht voor de doorontwikkeling van de GHOR en de versterking bij Bevolkingszorg. De VRR heeft oog voor de uitdagingen waar de regiogemeenten de komende jaren voor staan. Vanaf 2026 vertoont het financieel perspectief voor gemeenten grote tekorten. Dat vraagt van de gemeenten ingrijpende maatregelen om de begroting structureel sluitend te krijgen waarbij de regiogemeente de VRR heeft gevraagd om met initiatieven te komen die bijdragen aan een sluitende begroting. Het bestuur van de VRR zal zich hier in de komende maanden over buigen en gaat in de tweede helft van 2024 met de gemeenten hierover in gesprek. Jaarverslag 2023 Het jaarverslag 2023 kent geen zienswijzeprocedure waarop de raad opmerkingen kan geven. Het jaarverslag is ter kennisname als bijlage bijgevoegd. Beoogd effect Het geven van een zienswijze waarmee de gemeente sturing kan geven op de begroting 2025 en de 2e begrotingswijziging 2024 van de VRR. Hiermee kan de VRR de afgesproken diensten en basisdienstverlening uitvoeren. Relatie met beleidskaders N.v.t. Argumenten 1.1. In de Wet gemeenschappelijke regelingen is vastgelegd dat er een zienswijzeprocedure gevolgd moet worden richting de deelnemende gemeenten. Middels het indienen van een zienswijze kan de gemeenteraad haar invloed uitoefenen op beleid- en financiële keuzes van de VRR.
Tevens kan de gemeenteraad in een zienswijze eventuele zorgen, aanvullingen en opmerkingen meegeven aan de VRR. Overleg gevoerd met N.v.t. Kanttekeningen N.v.t. Uitvoering/vervolgstappen De zienswijzeprocedure neemt in overeenstemming met de Wet gemeenschappelijke regelingen 12 weken in beslag. Zienswijzen kunnen tot en met 12 juli 2024 kenbaar gemaakt worden aan het dagelijks bestuur van de VRR. Het dagelijks bestuur zal op 4 september 2024 de ingezonden zienswijzen bespreken. Definitieve behandeling en besluitvorming van de 2e begrotingswijziging 2024
2/6
en de begroting 2025 vindt plaats tijdens de vergadering van het algemeen bestuur op 11 september 2024. Evaluatie/monitoring N.v.t. Financiën Vanaf 2023 geldt de ontwikkelagenda als belangrijk uitgangspunt. Het algemeen bestuur heeft uit vier mogelijke scenario’s gekozen voor scenario 2 ‘basis op orde’. Door de hoge inflatie, welke beperkt doorgerekend kon worden via de inwonersbijdrage, leek de VRR onvoldoende middelen te hebben om de ontwikkelagenda, zoals afgesproken, uit te voeren. In overleg met de gemeenten is op bepaalde terreinen getemporiseerd en zouden eventuele tekorten op basis van nacalculatie door de gemeenten aangevuld worden. De VRR is echter in staat geweest het jaar met een positief resultaat af te sluiten. Het resultaat was € 2,3 miljoen. Dat betekent dat de deelnemende gemeenten geen aanvullende bijdrage over 2023 hoeven te betalen. Voor 2024 presenteert de VRR wederom een tekort. Dit tekort doet zich alleen voor als gekeken wordt naar de structurele lasten en baten. Een structureel sluitende begroting is een voorwaarde vanuit geldende regelgeving. Met het algemeen bestuur is wederom afgesproken dat het tekort op basis van nacalculatie wordt aangevuld door de deelnemende gemeente. Het dagelijks bestuur heeft de directie echter de opdracht meegegeven ervoor te zorgen dat er geen nacalculatie zal plaatsvinden.
Als we in het resultaat ook de incidentele baten en lasten meenemen, komt het resultaat over 2024 op nul uit. Over 2025 en 2026 is het geprognosticeerde structurele resultaat positief, in 2027 en 2028 negatief. Het negatieve resultaat wordt met name veroorzaakt door een stijging van de lasten van het 2e loopbaanbeleid. Hiervoor is echter een bestemmingsreserve aanwezig, maar de benutting daarvan wordt gezien als ‘incidenteel’ dus telt niet mee voor het structurele resultaat. Het totale resultaat is vanaf 2025 positief. Het resultaat 2023 is aan de reserves toegevoegd. Hierdoor is de solvabiliteit gestegen. Deze wordt voor de begroting 2025 geprognosticeerd op 6,8% terwijl deze voor de begroting 2024 werd geprognosticeerd op 0,3%. Bij de berekening van de solvabiliteit is de VRR ervan uitgegaan dat het geprognosticeerde positieve resultaat 2025 niet kan worden toegevoegd aan de algemene reserves. Dit kan het geval zijn als het algemeen bestuur wil dat het resultaat met de inwonersbijdrage wordt verrekend. Wordt het resultaat wel toegevoegd aan de algemene reserve, dan stijgt de solvabiliteit verder. Voor de weerstandsratio maakt de VRR onderscheid tussen de bruto en netto weerstandsratio. Bij de bruto weerstandratio houdt men er geen rekening mee, dat het Rijk een vergoeding voor bepaalde risico’s zal geven, bij de netto ratio wel.
De VRR vindt de weerstandsratio voldoende als deze 1 is. Bij die ratio heeft de VRR voldoende reserves om de genoemde risico’s op te vangen. Zowel de bruto als netto weerstandsratio zijn in 2024 en 2025 onvoldoende. Vanaf 2026 is de bruto weerstandratio nog steeds onvoldoende, maar de netto weerstandsratio voldoende. Zie hieronder een overzicht van de ontwikkeling van de weerstandsratio: ratio weerstandsvermogen begroting 2023 bruto 0,5 netto 2,2
begroting 2024 -0,6 -2,5
begroting 2025 0,5 0,94
begroting 2026 0,5 1,12
begroting 2027 0,5 1,12
begroting 2027 0,5 1,12
Het spreekt voor zich dat de weerstandsratio verbetert als de reservepositie van de VRR verbetert, dus als het resultaat aan de algemene reserves kan worden toegevoegd en niet aan de gemeenten wordt ‘teruggegeven’ door middel van een lagere inwonersbijdrage. Verder hebben de gemeenten de VRR opgeroepen om te anticiperen op de financiële opgave waarvoor de gemeenten vanaf 2026 staan (zie brief 'indexering begroting 2025' van 8 januari 2024, als bijlage bijgevoegd). De VRR heeft aangegeven hierover in het 2e halfjaar van 2024 met het
3/6
algemeen bestuur in gesprek te gaan. Echter, de VRR heeft ook aangegeven geen bezuinigingsmogelijkheden te zien, tenzij het beleid moet worden aangepast. De VRR roept op haar beurt de gemeenten op om aan te geven waar men aan denkt. Hieronder staan een overzicht van de apparaats- en overheadkosten en kosten van externe inhuur ten opzichte van de totale kosten. De trend die hieruit blijkt is redelijk stabiel: begroting % van totale begroting % van totale begroting % van totale 2023 kosten 2024 kosten 2026 kosten apparaatskosten 1.325.528 0,73% 1.925.346 0,95% 2.294.100 1,07% externe inhuur 5.862.071 3,24% 4.546.309 2,23% 3.145.092 1,47% overheadkosten 25.883.000 14,33% 28.383.132 13,94% 32.012.000 14,96% Voor de solvabiliteit, netto schuldquote en structurele exploitatieruimte hanteert de VRR geen normen. Vanuit het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) is hier bewust voor gekozen, omdat er meer waardering wordt toegekend aan een adequate toelichting bij de kengetallen, dan aan de normen. Vervolgens zijn onderstaande kengetallen en toelichting opgenomen: 2024 2025 2026 netto schuldquote 25,0% 27,2% 29,5% netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 25,0% 27,2% 29,5% solvabiliteitsratio 7,7% 6,8% 6,7% structurele exploitatieruimte -1,5% 0,3% 0,2%
2027 29,7%
2028 28,9%
29,7% 5,9% -0,3%
28,9% 5,0% -0,3%
Bij de berekening van de kengetallen is ervan uit gegaan dat de positieve resultaten vanaf 2025 niet aan de algemene reserve worden toegevoegd. Hierover zullen nog nadere afspraken worden gemaakt met gemeenten. Door het dalen van het saldo bestemmingsreserve en het gelijk blijven van de algemene reserve loopt de solvabiliteitsratio terug vanaf 2025. Omdat in 2027 en 2028 relatief hoge bedragen worden onttrokken aan de bestemmingsreserves is de structurele exploitatieruimte voor deze jaren negatief. Onttrekkingen aan de bestemmingsreserves worden als incidentele baten beschouwd. De formatie neemt iets toe, en ook het werk van de VRR neemt toe. Voorbeelden hiervan zijn een stijging van brandveiligheidsadviezen van de zware industrie en het aantal keer dat de VRR toezicht moet houden bij evenementen. Daarnaast leven wij momenteel in een onzekere wereld. Bij calamiteiten kan de VRR nu nog een beroep doen op defensie en militairen worden dan ook regelmatig ingezet om hulp te bieden. Defensie en de VRR zijn bezig zich voor te bereiden op allerlei scenario’s, die op ons af kunnen komen gezien de huidige omstandigheden. Een daarvan is wat de VRR kan doen, als er geen beroep meer gedaan kan worden op Defensie, omdat zij elders is ingezet. Met de begroting 2025 is nog geen rekening met deze scenario’s gehouden.
Ten slotte leidt de begroting 2025 ertoe dat de budgetten (inwonersbijdrage) moeten worden verhoogd. In het onderstaande overzicht staat het benodigde extra budget vermeld. Barendrecht 2025 2026 2027 2028 budget K2F excl. budget voor 3.528.700 3.697.000 3.697.000 3.697.000 bluswatervoorziening budget moet zijn exclusief 3.582.679 3.759.370 3.759.370 3.759.370 bluswatervoorziening mutatie 53.979 62.370 62.370 62.370 Juridische zaken N.v.t.
4/6
Duurzaamheid N.v.t. Inclusiviteitstoets N.v.t. Communicatie/participatie na besluitvorming N.v.t.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Aanbiedingsbrief Begroting 2025 en 2e Begrotingswijziging 2024 voor zienswijze.pdf Concept begroting 2025 en 2e Begrotingswijziging 2024 VRR indexeringsbrief 2025.pdf Concept Jaarverslag 2023 VRR Zienswijze begroting 2025 en 2e begrotingswijziging 2024 VRR.pdf Advies openbare commissie AZF 10 juni 2024.pdf
5/6
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Zienswijze conceptbegroting 2025 en 2e begrotingswijziging 2024 Veiligheidsregio RotterdamRijnmond (Adviserend)
Gemeenteraad: 2 juli 2024
Zaaknummer:
Commissie algemene zaken en financiën bd 10 juni 2024
De raad van de gemeente Barendrecht, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 14 mei 2024, gezien het advies van Commissie Algemene Zaken en Financiën BD op 10 juni 2024, gelet op Wet gemeenschappelijke regelingen
BESLUIT: 1. De zienswijze op de conceptbegroting 2025 en de concept 2e begrotingswijziging 2024 van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond vast te stellen en te versturen.
6/6