CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel

commissie Ruimte 8 februari 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Uitgangspuntennotitie nieuwe woonvisie Barendrecht5.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp: Uitgangspuntennotitie nieuwe woonvisie Barendrecht

College van burgemeester en wethouders 18 januari 2022

Zaaknummer 447672

Portefeuillehouder Arnoud Proos

Commissie Ruimte 8 februari 2022

Openbaar

Gemeenteraad 22 februari 2022

Geadviseerd besluit 1. Kennis te nemen van de uitgangspuntennotitie voor de nieuwe woonvisie. 2. De uitgangspunten uit de notitie voor de nieuwe woonvisie vast te stellen. 3. Portefeuillehouder Proos te mandateren om het voorstel op basis van de beraadslaging aan te passen.

1/16

Raadsvoorstel Inleiding De huidige woonvisie van Barendrecht stamt uit 2016. De recente ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om een nieuwe woonvisie. Welke strategie Barendrecht in die nieuwe woonvisie kiest, beslist de nieuwe raad. Om de nieuwe raad een vertrekpunt te bieden, is een uitgangspuntennotitie opgesteld. Hierin is de meest actuele informatie opgenomen. De informatie is gebundeld in zes thema’s. De thema’s zijn: Beschikbaarheid, Betaalbaarheid, Duurzaamheid, Wonen en zorg, Bijzondere doelgroepen en Leefbaarheid. In de woonvisie wordt het gemeentelijke beleid over wonen vormgegeven. Onder andere in de prestatieafspraken worden hierover concrete afspraken gemaakt. Beoogd effect De raad actuele informatie te bieden waarmee zij de strategie voor de woonvisie kan vaststellen. Relatie met beleidskaders Woningwet; Prestatieafspraken. Argumenten 1.1 Met de uitgangspuntennotitie kan de nieuwe raad sneller een nieuwe woonvisie vaststellen. Dat is wenselijk want de recente ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om een nieuwe woonvisie. Overleg gevoerd met Portefeuillehouder wonen; Adviesbureau Companen. Kanttekeningen 1.1 Zonder uitgangspuntennotitie kan de nieuwe raad minder snel een nieuwe woonvisie vaststellen. Dat is onwenselijk want de recente ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om een nieuwe woonvisie.

Uitvoering/vervolgstappen Op 8 februari 2022 wordt de notitie besproken in de commissie Ruimte. Vaststelling door de raad is gepland op 22 februari 2022. Evaluatie/monitoring Niet van toepassing. Financiën De kosten voor de uitgangspuntennotitie bedragen circa €5.000. Dit past binnen het beschikbare budget voor wonen. Juridische zaken Niet van toepassing. Duurzaamheid Global Goal 11 - duurzame steden en gemeenschappen: huisvesting voor iedereen. Communicatie/participatie na besluitvorming Na besluitvorming door de raad wordt na de verkiezingen met diverse participanten de nieuwe woonvisie opgesteld.

Bijlagen 1. Bijlage 1_Uitgangspuntennotitie - Naar een nieuwe woonvisie voor Barendrecht t.b.v. commissie Ruimte 8 februari 2022 2. advies gecombineerde commissie Ruimte & Samenleving van 8 februari 2022.pdf

2/16

CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Uitgangspuntennotitie nieuwe woonvisie Barendrecht

Gemeenteraad: 22 februari 2022

Zaaknummer: 447672

Commissie ruimte 8 februari 2022

De raad van de gemeente Barendrecht, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 18 januari 2022, gezien het advies van Commissie Ruimte op 8 februari 2022,

BESLUIT: 1. Kennis te nemen van de uitgangspuntennotitie voor de nieuwe woonvisie.

2. De uitgangspunten uit de notitie voor de nieuwe woonvisie vast te stellen.

3. Portefeuillehouder Proos te mandateren om het voorstel op basis van de beraadslaging aan te passen.

3/16

Naar een nieuwe woonvisie voor Barendrecht: Uitgangspuntennotitie De woningmarkt in Barendrecht staat onder druk. Veel mensen zoeken een plek om te wonen, wat vraagt om het toevoegen van nieuwe woningen. Tegelijkertijd is de ruimte in Barendrecht eindig, en komen met name mensen met een kleinere beurs (waaronder starters en middeninkomens) moeilijk aan een betaalbare woning. De huidige woonvisie van de gemeente Barendrecht stamt uit 2016. De huidige ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om een actuele woonvisie. Welke strategie Barendrecht in die woonvisie kiest, is aan de nieuwe gemeenteraad. Omdat de vraagstukken op het gebied van wonen zo groot en dringend zijn, wil het huidige college de nieuwe gemeenteraad de mogelijkheid geven snel aan de slag te gaan met die strategie. Om de nieuwe gemeenteraad een vertrekpunt te bieden, stellen we deze uitgangspuntennotitie op. In deze uitgangspuntennotitie geven we de meest actuele informatie weer die relevant is voor het opstellen van een visie op wonen. We stellen dus nadrukkelijk geen visie, ambities of politieke keuzes op: met deze notitie bieden we de nieuwe gemeenteraad en het nieuwe college de handvatten om die op te stellen en te maken.

Opbouw notitie Voor deze uitgangspuntennotitie gebruikten we de meest actuele onderzoeken, gemeentelijke beleidsstukken, regionale afspraken en andere relevante bronnen. Deze informatie bundelen we in zes thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Beschikbaarheid: voldoende en geschikt aanbod Betaalbaarheid: woningen in het sociale en middensegment Duurzaamheid: naar een energiezuinige woningvoorraad Wonen en zorg: (langer) zelfstandig thuis wonen Bijzondere doelgroepen: huisvesting en begeleiding Leefbaarheid en sociale stabiliteit: prettig wonen in de wijk

Voer voor discussie De verschillende thema’s laten zien dat er veel vraagstukken liggen op het gebied van wonen. Dat vraagt iets van ons als gemeente. Hoe we inspelen op die vraagstukken, kan op verschillende manieren ingevuld worden. Dat is nog voer voor discussie. We noemen per thema één of een aantal discussiepunten. Dat is geen uitsluitende opsomming, maar een eerste aanzet om de discussie op gang te brengen.

4/16

1

Beschikbaarheid: voldoende en geschikt aanbod

De gemeente Barendrecht telde op 1 januari 2021 ongeveer 19.500 woningen. De meeste woningen in Barendrecht zijn koopwoningen (70%). Het aandeel huurwoningen van woningcorporaties ligt op ongeveer een vijfde (22%). 8% van de woningen in Barendrecht is een huurwoning in eigendom van particuliere verhuurders. De meeste huurwoningen van woningcorporaties zijn sociale huurwoningen – met een maandelijkse huur van maximaal ongeveer € 763 (prijspeil 2022). Toch valt ook een deel van de huurwoningen van corporaties in de vrije sector (met een huur boven de € 763): dit geldt voor 14% van de corporatiewoningen. Figuur 1: Gemeente Barendrecht. Woningvoorraad naar eigendom, 2021

8% Koop

22%

Huur corporaties Particuliere huur

70%

Bron: CBS (2021).

Barendrecht kent – zeker in vergelijking met veel regiogemeenten – een groot aandeel (ruime) koopwoningen. Ter vergelijking: in de gehele regio Rotterdam bestaat 46% van de woningvoorraad uit koopwoningen. 45% van de woningen is een sociale huurwoning en 9% is een particuliere huurwoning, veelal in de vrije sector.

Huishoudensontwikkeling: groeiende woningvraag Barendrecht telde op 1 januari 2020 zo’n 48.600 inwoners, en 19.270 huishoudens. Volgens de meest recente huishoudensprognose van de provincie Zuid-Holland stijgt het aantal huishoudens de komende jaren tot zo’n 20.550 in 2030, en 21.000 in 2040. Dat betekent een toename van zo’n 1.280 huishoudens in de periode van 2020 tot en met 2030. Figuur 2: Gemeente Barendrecht. Huishoudensontwikkeling vanaf 2010, prognose met doorkijk naar 2040

22.000 20.550

21.000 20.000 19.000

19.270

18.000 17.000 2010

2015

2020

2025

Huishoudens - feitelijk

2030

2035

2040

Huishoudens - prognose

Bron: Provincie Zuid-Holland (2021).

2

5/16

Woningbehoefte vanuit regionaal onderzoek In regionaal verband wordt de ontwikkeling van het aantal huishoudens (en de daarmee gepaard gaande woningbehoefte) fors hoger ingeschat. De woningmarkt in de regio Rotterdam staat onder druk. Door de huidige tekorten op de woningmarkt en de groeiende aanwas van woningzoekenden zijn er volgens de recent geactualiseerde studie ‘Naar een meer evenwichtige Regio Rotterdam’ ongeveer 72.400 woningen nodig tot en met 2030. De woningbehoefte in Barendrecht (als onderdeel van deze regio) ligt volgens dit onderzoek op 1.800 woningen: fors hoger dan de huishoudensprognose doet vermoeden. Scenario “Naar Meer Evenwicht” In het regionale onderzoek is ook een scenario opgenomen waarin de sociale huurvoorraad meer over de verschillende gemeenten in de regio Rotterdam wordt verspreid. Dit scenario heet “Naar Meer Evenwicht”. Het aandeel sociale huur is in Barendrecht relatief klein. Omdat het aandeel sociale huur in Barendrecht relatief laag ligt, betekent dit een grotere opgave voor sociale huur: 2.100 sociale huurwoningen tot en met 2030. In totaal zou de Barendrechtse woningvoorraad in dit scenario met zo’n 2.300 woningen moeten groeien.

Plannen voor zo’n 4.000 woningen De woningbouwopgave is fors, zowel onze lokale opgave als de opgave die in regionaal verband genoemd wordt. Daartegenover staat dat er al veel plannen voor woningbouw zijn in Barendrecht. In 2021 hadden we als gemeente plannen voor ruim 4.000 woningen in onze planmonitor staan. Hoe concreet deze plannen zijn, verschilt enorm per project. Sommige plannen zijn al ver uitgewerkt en/of goedgekeurd door de gemeenteraad. Andere zijn gemeld door ontwikkelaars, maar staan nog in de kinderschoenen. De Stationstuinen zorgen voor de grootste plancapaciteit: daar liggen plannen voor 3.000 woningen – waarvan 900 in het sociale segment. Van de overige 1.000 woningen in plannen vallen er ongeveer 450 in het sociale segment.

Vraag naar nieuwe woonvormen De afgelopen decennia bouwden we in Nederland voornamelijk appartementen, rijtjeswoningen, tweeonder-een-kappers en vrijstaande woningen. De laatste jaren groeit (soms mede door het gebrek aan mogelijkheden op de woningmarkt) de vraag naar andere woonvormen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vormen waar mensen meer gezamenlijk wonen (bijvoorbeeld in hofjes), Tiny Houses, of tijdelijke woningen om snel woonruimte beschikbaar te hebben voor een korte periode (flexwonen). De realisatie van dit soort woonvormen blijft in Barendrecht achter in vergelijking met de meer traditionele woningtypen.

Concluderend Het aantal huishoudens in Barendrecht groeit de komende jaren door. Als we uitgaan van de lokale woningbehoefte, gaat dit om een groei van 1.280 huishoudens tot en met 2030. Vanuit de regionale woningbehoefte ligt er echter een grotere woningvraag. In het Referentiescenario uit het regionale onderzoek ligt de woningbehoefte in de gemeente Barendrecht op 1.800 woningen. In het ‘Naar meer evenwicht’-scenario waarin de sociale huurvoorraad meer wordt gespreid over de regio, gaat het zelfs om 2.300 woningen – het merendeel in het sociale huursegment. Daarnaast speelt dat er in toenemende mate vraag is naar nieuwe woonvormen als alternatief op de – traditionele – appartementen, rijwoningen en vrijstaande huizen.

3

6/16

Voer voor discussie 1.

Er ligt een grote woningbouwopgave in de regio Rotterdam. Doorgerekend naar Barendrecht zou deze opgave een stuk groter zijn (zo’n 1.800 tot 2.300 woningen) dan onze lokale woningbehoefte laat zien (1.280 woningen). Welke positie nemen we als Barendrecht in, in het inspelen op de regionale behoefte?

2.

De vraag in de samenleving om nieuwe woonvormen neemt toe. Ondanks deze vraag, laat de praktijk zien dat ontwikkelaars niet automatisch dit soort woonvormen bouwen. Willen we als gemeente meer inzetten op nieuwe woonvormen? Zo ja, welke rol nemen we dan in?

2

Betaalbaarheid: woningen in het sociale en middensegment

De huishoudenssamenstelling in Barendrecht verandert. Hoewel Barendrecht een sterk accent op gezinnen heeft, is het aantal 1- en 2-persoonshuishoudens nu al groter dan het aantal gezinnen. Dat gaat in de komende decennia echter verder uit elkaar lopen: de absolute afname van het aantal gezinnen valt op zich mee, maar het aantal kleine huishoudens neemt sterk toe. Samengevat zijn de komende jaren de volgende ontwikkelingen aan de orde: •

•

•

Vergrijzing: in eerste instantie toename en na 2030 afname van het aantal kleine huishoudens in de leeftijd 55 tot 64 jaar. Hier zien we een eerste aanwijzing van het einde van de vergrijzingsgolf op langere termijn: een sterke toename van het aantal kleine huishoudens 65- tot 74-jarigen en met name 75-plussers. Afname van gezinnen in de komende 20 jaar. Als we inzoomen op de kleine huishoudens, dan zien we een afname van de jongere huishoudens (<55 jaar) en op iets langere termijn de groep 55-64jarigen. De absoluut grootste stijger is de groep 75-plussers. Dat alles zowel in aantal als in aandeel. Ontgroening: een afname van het aantal jonge huishoudens (18 tot 35 jaar).

Figuur 3: Gemeente Barendrecht. Huishoudensontwikkeling naar leeftijd en samenstelling, tot 2040

7.500 5.000 2.500 0

2020

2025

2030

2035

2040

Bron: Provincie Zuid Holland (2021).

4

7/16

Veranderende bevolking, veranderende woningvraag De bevolking en het aantal huishoudens in Barendrecht groeit, en verandert. Dat zien we terug in de verwachte woningvraag van huishoudens. Daarnaast kenmerkt de Barendrechtse woningvoorraad zich door het grote aandeel (ruime) eengezinswoningen. Zeker in relatie tot de woningvoorraad in veel andere gemeenten in de regio Rotterdam. Figuur 4: Gemeente Barendrecht. Theoretische tekorten en overschotten op de woningmarkt, 2020-2030

Huur grondgebonden sociaal Huur appartement sociaal Huur grondgebonden vrije sector Huur appartement vrije sector Koop rijwoning tot € 210.000 Koop rijwoning € 210 - € 325.000 Koop rijwoning vanaf € 325.000 Koop 2-1 kap/vrijstaand tot € 415.000 Koop 2-1 kap/vrijstaand vanaf € 415.000 Koop appartement tot € 210.000 Koop appartement vanaf € 210.000 -200

-100

2020-2025

0

100

200

300

400

500

2025-2030

Bron: WoON2018, Microdata CBS, provinciale prognose, bewerking Companen (2021).

In grote lijnen is er een verschuiving nodig van ruim bemeten woningen in de koopsector naar een grotere variatie van grondgebonden en gestapelde woonvormen, waaronder een accent op kleinere woningen en levensloopbestendige woningen voor een grotere variatie aan doelgroepen (met name kleine huishoudens), waaronder vanzelfsprekend starters en de groeiende groep ouderen. Deze behoefte leggen we nader uit: •

Behoefte aan sociale en middeldure koop1. De vraag naar rijwoningen in de koopsector tot € 325.000 is fors. Maar, rijwoningen tussen de pakweg € 250.000 en € 325.000 zijn er al veel in Barendrecht. De uitbreidingbehoefte ligt daarom met name in de categorie rijwoningen met een prijs onder de € 250.000. De behoefte aan die woningen is groot, en het aanbod is beperkt (zeker met stijgende woningprijzen). Daarnaast speelt dat deze prijsklasse met de huidige bouwkosten nauwelijks te realiseren is. Dit segment bedient vooral jongere, kleine huishoudens en gezinnen. Er is ook veel vraag naar sociale koopappartementen (vanuit starters en jongere kleine huishoudens). Sociale huur: gelijkvloers, voor kleine huishoudens (waaronder ouderen). In de sociale huursector ligt een forse vraag naar appartementen voor mensen met een lager inkomen. Onder ‘appartementen’ vallen in feite ook andere gelijkvloerse woningen (grondgebonden, hofjeswoningen, geclusterde woonvormen voor ouderen, gespikkelde woonvormen). Met deze

•

1 De gemeente Barendrecht hanteert de volgende prijsgrenzen voor koopwoningen:

• • •

Sociale koop: deze prijsgrens wordt regionaal vastgesteld. In 2021 was de grens € 180.000. Voor 2022 wordt de grens waarschijnlijk € 210.000, maar deze moet nog worden vastgesteld. Middeldure koop: woningen tot € 325.000 Dure koop: woningen boven de € 325.000

5

8/16

•

variatie aan woonvormen wordt voorzien in de vraag onder starters en kleine huishoudens, waaronder uiteraard veel ouderen. Middeldure en dure huur: beperkte uitbreidingsbehoefte. Er is behoefte aan woningen in de vrije sector huur (met name appartementen). Deze vraag is niet heel groot, maar er is behoefte en het potentieel beschikbare aanbod in Barendrecht is beperkt. Daarbij ligt de nadruk van de vraag in het segment onder € 1.075: een segment dat van belang is voor huishoudens die niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning en lastig in de koopsector terecht kunnen. De behoefte aan duurdere huurwoningen is er ook, maar dit is eerder een niche waar vraag-gestuurd op geschikte locaties in beperkte aantallen op ingezet kan worden.

Behoefte vanuit de regio: sterk inzetten op sociale huur De regionale studie naar de woningbehoefte gaat uit van een nog sterkere vraag naar sociale woningen. In het scenario ‘Naar Meer Evenwicht’ zouden 2.100 van de benodigde 2.300 woningen in de sociale huur gebouwd moeten worden. De overige 200 woningen zouden dan over dure huur (100) en middeldure koop (100) verdeeld moeten worden. In de meest recente prestatieafspraken tussen de woningcorporaties, huurdersorganisatie en de gemeente is afgesproken om bij te dragen aan de ambitie vanuit de vorige versie van de regionale studie: in dat onderzoek ging het om 1.750 sociale huurwoningen tot en met 2030.

Mogelijkheden voor lagere en middeninkomens (waaronder starters) Er ligt een grote uitdaging in het realiseren van middeldure koopwoningen onder circa € 250.000. Met stijgende bouwkosten en prijsontwikkelingen in de koopmarkt gaat dat beslist niet vanzelf. Het realiseren van woningen onder € 200.000 is dan bijzonder lastig. Indien de prijs-kwaliteitsverhouding (m2’s) enigszins in proportie is, komt een appartement onder € 200.000 neer op circa 45 tot 60 m2 (op basis van het huidige vraagprijsniveau in Barendrecht op Funda). Appartementen of kleine grondgebonden woningen van rond € 250.000 zouden dan rond de 60 tot 70 m2 moeten zijn. In het grondgebonden segment kan dan gedacht worden aan alternatieve woningtypes als bijvoorbeeld rug-aan-rugwoningen – zoals de StartBlockwoningen die in onder andere de gemeente Ridderkerk gerealiseerd worden. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor alternatieve koopconstructies of juridische instrumenten, waarbij voorkómen wordt dat de woning door de eerste koper met mogelijk grote winst wordt verkocht. Het kleiner (marktconform) bouwen helpt wat dat betreft al. Maar met alternatieve koopconstructies kan de prijsontwikkeling worden gereguleerd.

Concluderend De huishoudenssamenstelling in Barendrecht verandert. De komende jaren neemt het aantal en aandeel kleine (en oudere) huishoudens toe, terwijl het aantal en aandeel gezinnen afneemt. Onder andere die verandering resulteert in een vraag naar meer variatie in de woningvoorraad: meer appartementen en koopwoningen onder de € 325.000. Om woningen ook daadwerkelijk betaalbaar te kunnen realiseren (en houden) kan worden gekeken naar een kleiner woonoppervlak, maar ook naar alternatieve koopconstructies. Vanuit het onderzoek in de regio Rotterdam ligt de nadruk nog zwaarder op het realiseren van sociale huurwoningen in Barendrecht. In het scenario ‘Naar Meer Evenwicht’ wordt uitgegaan van een uitbreiding van 2.100 sociale huurwoningen op een totale woningbouwopgave van 2.300 woningen.

6

9/16

Voer voor discussie 1.

Barendrecht kent nu met name ruime eengezinswoningen. Tegelijkertijd is er veel vraag naar kleinere, goedkopere woningen – lokaal en vanuit de regio. Willen we als gemeente inzetten op het inzetten op onze huidige kwaliteiten, of streven naar meer diversiteit aan woningen?

2.

De mogelijkheden voor lagere en middeninkomens (waaronder starters) zijn beperkt. Er zijn verschillende manieren om die mogelijkheden te vergroten. Sommige zetten we nu al in. Welke extra instrumenten en subsidies willen we als gemeente inzetten of onderzoeken?

3

Duurzaamheid: naar een energiezuinige woningvoorraad

De gemeente Barendrecht streeft naar een goede gezonde leefomgeving. In de Klimaatopgave Barendrecht schetst de gemeente hoe zij lokale invulling geeft aan het Klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategie (RES). Om tot een duurzame gemeente te komen, moet ook de woningvoorraad worden aangepakt. Barendrecht zet in op acht sporen om de klimaatopgave aan te pakken. Een deel daarvan raakt de woningvoorraad: •

•

•

•

Opwekking: de gemeente heeft als doel om in 2050 alle beschikbare dakoppervlakken te voorzien van energie producerende installaties (zoals zonnepanelen). De gemeente wil daarvoor inwoners faciliteren om zelf energie op te wekken. Besparing: de woningvoorraad van Barendrecht is relatief nieuw. Er zijn weinig woningen met een energielabel lager dan D. De gemeente heeft als ambitie dat er in 2030 helemaal geen woningen meer met een energielabel lager dan D zijn. Gemiddeld moet de woningvoorraad in 2050 label B hebben, met als minimum label C. Daarbij is het ook belangrijk om meer bewustwording te creëren over hoe inwoners energiezuinig kunnen wonen en leven. Warmte: in het nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland van het aardgas af gaat. Veel woningen worden nu nog met gas verwarmd, en veel mensen koken op gas. De gemeente Barendrecht gaat vanaf 2022 werken aan het maken van wijkplannen, waarin wordt bepaald hoe wijken overgaan op andere warmtebronnen dan gas. Klimaatadaptatie: de klimaatadaptatiestrategie van de gemeente Barendrecht wordt opgesteld. Het doel van die strategie is het verkleinen van de kans op een calamiteit door voorbereid te zijn op de veranderingen van het klimaat. Daarnaast is het ook van belang om in te spelen op zaken als hittestress, zodat er ook in de toekomst een prettige en leefbare woonomgeving is.

Samenwerking en afspraken Om koers te zetten naar een duurzame woningvoorraad werkt de gemeente samen met stakeholders, waaronder de woningcorporaties. De samenwerking met de woningcorporaties krijgt concreet vorm in de prestatieafspraken. In de meest recente prestatieafspraken is vastgelegd dat er in 2030 geen corporatiewoningen meer zijn met een energielabel lager dan D. Met particuliere woningeigenaren kunnen moeilijk concrete afspraken worden gemaakt over het aanpakken van de bestaande voorraad. Hier ligt een faciliterende of stimulerende rol van de gemeente meer voor de hand.

Concluderend Om te werken aan een duurzame woningvoorraad is het nodig om in te zetten op het opwekken van energie, het terugdringen van de energievraag (door besparing), het zoeken naar alternatieve warmtebronnen en klimaatadaptatie. Voor de sociale huursector kan de gemeente prestatieafspraken

7

10/16

maken met de woningcorporaties. Bij particuliere woningeigenaren ligt dit lastiger: wel kan de gemeente inwoners faciliteren en/of stimuleren om aanpassingen aan hun woningen te doen. Voer voor discussie 1.

De grootste opgave in het verduurzamen van woningen ligt in de voorraad van particulieren. Met de woningcorporaties kunnen we immers gemakkelijker afspraken maken – en dit doen we al. Voor particuliere woningeigenaren zetten we nu al een aantal subsidiemogelijkheden in zoals de duurzaamheidslening, en werken we met energiecoaches. Is dat voldoende? Of willen we meer doen om particulieren mee te nemen in de verduurzaming?

4

Wonen en zorg: (langer) zelfstandig thuis wonen

Zoals eerder geconstateerd, groeit het aantal en aandeel ouderen in Barendrecht. Gelukkig kunnen de meeste mensen zelfstandig in hun (huidige) woning blijven wonen, maar een deel van de ouderen moet door een zorgvraag of verminderende mobiliteit verhuizen. Door de groeiende omvang van het totale aantal ouderen, neemt ook de groep met een specifieke woonvraag fors toe.

Vraagontwikkeling vanuit ouderen Het grootste deel van het vraagstuk rond wonen en zorg speelt rond ouderen. De meeste ouderen kunnen zelfstandig blijven wonen. Toch blijkt vanuit een analyse die Companen in 2021 uitvoerde dat er een tekort is aan plekken voor ouderen die 24-uurszorg nodig hebben. Dit tekort groeit tot 2030 naar 170 plekken en op langere termijn naar 350 plekken (in 2040). Daarnaast groeit de behoefte naar geclusterde woonvormen (ook vanuit zorgaanbieders). Dit zijn woonvormen waar ouderen wel zelfstandig wonen, maar waar zij wel in hogere mate gezamenlijk met medebewoners wonen. Voordeel kan hier ook zijn dat zorg relatief gemakkelijk (want: meerdere ouderen bij elkaar) geleverd kan worden, mocht dat nodig zijn. Voorbeelden van dit soort woonvormen zijn hofjeswonen, woonboerderijen of luxe (geschikte) appartementen. Richting 2030 zijn er naar schatting zo’n 630 extra geclusterde zelfstandige woonplekken nodig. Na 2030 loopt dit tekort op tot 1.330 in 2040. Aanpassen bestaande woningen Naast het realiseren van nieuwe (geclusterde) woonvormen, vraagt het aanpassen van woningen om aandacht. Ouderen die zelfstandig kunnen wonen maar wel een mobiliteitsbeperking hebben, kunnen hun huidige woning wellicht aanpassen.

Op dit moment is ongeveer een kwart (23%) van de woningen in Barendrecht levensloopgeschikt: dat wil zeggen dat dit woningen zijn waar alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) zonder traplopen bereikbaar zijn. Nu weegt dat nog op tegen het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking – in de toekomst niet meer. Ongeveer de helft van de woningen in Barendrecht is nu niet levensloopgeschikt, maar potentieel wel geschikt te maken. Dit gaat bijvoorbeeld om ruime en recente eengezinswoningen die voldoende ruimte hebben voor een traplift.

8

11/16

Figuur 5: Gemeente Barendrecht. Aanbod geschikte woningen, 2021

Bron: WOZ-registratie gemeente Barendrecht, bewerking Companen (2021).

Vraagontwikkeling andere zorgdoelgroepen Niet alleen ouderen, maar ook andere doelgroepen met een zorgvraag hebben een woonplek nodig: •

•

•

Inwoners met een verstandelijke beperking: De groep mensen met een verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Wonen met andere mensen met een beperking in een geclusterd woonconcept is doorgaans prettig voor deze groep. De huidige vergelijking van vraag en aanbod leidt tot een tekort aan 100 plekken. Door demografische ontwikkelingen loopt dit tekort terug naar 80 plekken. Beschermd Wonen: Beschermd Wonen (BW) is bedoeld voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek en die begeleid worden bij het wonen. De huidige lokale vraag bedraagt rond de 20 tot 30 plekken per jaar. De verantwoordelijkheid voor Beschermd Wonen decentraliseert. Voorheen was de gemeente Rotterdam als centrumgemeente primair verantwoordelijk voor deze doelgroep: die verantwoordelijkheid ligt per 1 januari 2022 ook bij de individuele gemeenten. Het huidige aanbod aan BW-plekken in Barendrecht lijkt op dit moment afdoende om aan de lokale vraag te voldoen. Daarbij is het wel zaak om de mogelijke andere regionale verdeling van BW-plekken na de decentralisatie in het oog te houden.

Uitstroom uit instellingszorg: na een verblijf in Beschermd Wonen kunnen cliënten uitstromen richting zelfstandig wonen, soms met een tussenstap. Ook is er jaarlijks uitstroom vanuit de Maatschappelijke Opvang (MO) en Jeugdhulp-met-verblijf. De uitstroom vanuit Beschermd Wonen bedraagt jaarlijks zo’n vijf personen. De uitstroom vanuit MO en Jeugdzorg is niet in beeld. Uitstromers zijn veelal aangewezen op het goedkope aanbod van de woningcorporaties. Dit aanbod is beperkt.

Begeleiding, ondersteuning en samen wonen (Langer) zelfstandig wonen en wonen met zorg gaat om meer dan alleen de woning zelf. De behoefte aan het aantal woonplekken is in beeld, maar het gaat in dit vraagstuk juist ook over de begeleiding en ondersteuning van mensen die dat nodig hebben. De gemeente heeft daarbij veel aan een goede samenwerking met zorgorganisaties, woningcorporaties en andere maatschappelijke partners. Daarnaast ligt bij het realiseren van woonplekken voor kwetsbare doelgroepen ook de vraag over evenredige spreiding over de wijken voor.

Concluderend De komende jaren ligt er met name een opgave in het realiseren van woonplekken voor ouderen. Woonvormen met zorg, maar ook geclusterde woonvormen waar ouderen zelfstandig kunnen wonen. De opgave voor andere zorgdoelgroepen is beperkt, maar de uitstroom vanuit BW, MO en Jeugdzorg vraagt om beschikbaarheid van goedkope sociale huurwoningen. Bij het realiseren van woonplekken voor ouderen en andere zorgdoelgroepen is het van belang ook aandacht te hebben voor de begeleiding en ondersteuning voor mensen die dat nodig hebben.

9

12/16

Voer voor discussie 1. Levensloopgeschikte woningen realiseren (met name voor ouderen) kan door de bestaande woningvoorraad aan te passen, of door nieuwe woningen te bouwen voor doorstroming. Willen we ons inzetten op het aanpassen van woningen (bijvoorbeeld via de Wmo of subsidies), of op het toevoegen van nieuwbouw van levensloopgeschikte woningen? 2. Er komen veel initiatieven voor woonvormen (voor verschillende zorgdoelgroepen) uit de markt bij de gemeente. Op dit moment hebben we als gemeente geen duidelijk kader om die initiatieven al dan niet toe te staan. Hoe gaan we om met dit soort zorginitiatieven?

5

Bijzondere doelgroepen: huisvesting en begeleiding

Naast mensen met een ‘reguliere’ woningvraag en mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, zijn er verschillende doelgroepen die door variërende omstandigheden een bijzondere woonvraag hebben. Hieronder werken we deze groepen uit.

Arbeidsmigranten Arbeidsmigranten leveren een belangrijke bijdrage aan bedrijven in Barendrecht – bijvoorbeeld in de Dutch Freshport. Uit gezamenlijk onderzoek van de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk blijkt dat er in 2018 zo’n 1.300 arbeidsmigranten in Barendrecht werkten. Het aantal wonende arbeidsmigranten dat geregistreerd stond bij de gemeente lag veel lager: op 360. Daar moet bij worden gesteld dat veel arbeidsmigranten zich niet inschrijven bij de gemeente. Tegenover 1.000 geregistreerde wonende arbeidsmigranten in de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk staat een schatting van zo’n 2.000 arbeidsmigranten die wel in één van de drie gemeenten wonen, maar niet ingeschreven staan. In totaal wonen er dus naar schatting 3.000 arbeidsmigranten in de drie gemeenten. Vaak wordt woonruimte door werkgevers geregeld – met name in bestaande woningen. De regionale opgave voor de komende jaren ligt met name in het toevoegen van tijdelijke woonplekken (short- en midstay): dit gaat regionaal om 1.040 woonplekken. Voor arbeidsmigranten die uiteindelijk permanent blijven zijn ongeveer 310 reguliere woningen nodig.

Mensen met een verblijfsvergunning Halfjaarlijks krijgt de gemeente een taakstelling van de rijksoverheid voor het aantal te huisvesten vergunninghouders met een verblijfsvergunning. Gemeenten moeten in samenwerking met partners een passende woonruimte voor deze mensen bieden. Vaak vervullen de woningcorporaties hier een belangrijke rol in. Doordat de vluchtelingeninstroom sterk fluctueert, is ook de taakstelling voor mensen met een verblijfsvergunning grillig. De taakstelling voor 2021 was fors hoger dan voorgaande jaren.

Woonwagenstandplaatsen Sinds het vaststellen van de vorige woonvisie is de aandacht voor woonwagenstandplaatsen toegenomen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft in juli 2018 een nieuw beleidskader uitgewerkt dat gemeenten handreikingen biedt voor beleidsvorming rondom woonwagens. Gemeenten dienen beleid voor woonwagens en standplaatsen vast te stellen als onderdeel van de woonvisie. Dit beleid dient volgens het beleidskader voldoende ruimte te bieden aan het woonwagenleven van woonwagenbewoners. Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder

10

13/16

is, zodat gemeenten ervoor kunnen zorgen dat het aantal standplaatsen in een redelijke verhouding staat tot de daadwerkelijke vraag.

Concluderend Arbeidsmigranten, mensen met een verblijfsvergunning en woonwagenbewoners hebben (vaak) net een andere woonbehoefte dan veel andere woningzoekenden. Dat kan liggen in het type woning (bijvoorbeeld een tijdelijke woonplek voor arbeidsmigranten die hier tijdelijk werken), een extra begeleidingsvraag (voor mensen die hier moeten integreren) of een specifieke woontraditie (zoals bij woonwagenbewoners). Deze doelgroepen zijn wellicht niet de grootste op de woningmarkt in Barendrecht, maar het maken van woonbeleid heeft ook betrekking op hen. Voer voor discussie 1.

Willen we de markt de huisvesting van arbeidsmigranten zichzelf laten reguleren (nu vindt die huisvesting vaak een plek in reguliere woningen), of willen we inzetten op het realiseren van specifieke (grootschalige) woonlocaties?

2.

De taakstelling voor mensen met een verblijfsvergunning fluctueert sterk. Maar ook andere doelgroepen kunnen voor een plotselinge (tijdelijke) woonvraag zorgen. Willen we ons als gemeente actief inzetten om een flexibele schil van tijdelijke woningen beschikbaar te hebben?

6

Leefbaarheid en sociale stabiliteit: prettig wonen in de wijk

Woonbeleid gaat over meer dan alleen de woning zelf. Een belangrijk onderdeel van het woongenot van mensen, is een prettige woonomgeving. In de meeste wijken in Barendrecht is het fijn wonen. De landelijke monitor Leefbaarometer geeft een goede indicatie van de leefbaarheid in wijken en buurten. Uit die monitor blijkt dat nagenoeg alle buurten in Barendrecht ruim voldoende tot uitstekend scoren. Toch is er ook een aantal buurten dat wat lager scoort. Figuur 6: Gemeente Barendrecht. Leefbaarheid in de wijken volgens de Leefbaarometer, 2018

Bron: Leefbaarometer.nl (2021)

11

14/16

Dat sommige wijken wat lager scoren op leefbaarheid hoeft niet problematisch te zijn, maar dit vraagt misschien wel aandacht als het gaat om het aanpassen van een woningbouwprogramma of de spreiding van het huisvesten van kwetsbare doelgroepen.

Ruimte voor woningbouw De vraag naar woningen is groot in Barendrecht. Vanuit onze lokale vraag, maar ook vanuit de regio Rotterdam. Het toevoegen van woningen heeft effect op de directe woonomgeving in Barendrecht. Wat doet het bouwen van woningen bijvoorbeeld met het groen in onze wijken? En wat voor effect heeft woningbouw op het huidige karakter van Barendrechtse buurten? Daarnaast zorgen meer woningen ook voor meer geparkeerde auto’s en verkeersbewegingen, maar anderzijds ook meer draagvlak voor voorzieningen. Hoe Barendrecht precies moet gaan ontwikkelen de komende jaren, wordt in de omgevingsvisie uitgewerkt. Hiermee is in 2021 al een start gemaakt, in de vorm van de notitie Onderweg naar een omgevingsvisie. ‘Wonen’ is een thema dat een belangrijke bouwsteen vormt voor die omgevingsvisie.

Concluderend Het is erg prettig wonen in de verschillende wijken van Barendrecht. De meeste wijken scoren hoog op leefbaarheid, wat duidt op weinig problemen in onze huidige woonomgeving. Toch zijn er wel kleine verschillen te zien in de leefbaarheid van wijken en buurten. Woningbouw, verduurzaming en wonen en zorg: het komt allemaal samen op wijk- en buurtniveau. De keuzes die we in ons woonbeleid maken, hebben direct of indirect gevolgen voor onze wijken. De uitwerking van die keuzes is niet in iedere wijk hetzelfde, wat kan betekenen dat ook in aanpak of woningbouwprogramma gedifferentieerd moet worden. Voer voor discussie 1.

De uitwerking van woonbeleid heeft impact op de bestaande leefomgeving. Zijn er wijken in Barendrecht waar we bepaalde ontwikkelingen moeten stimuleren? Of misschien juist moeten voorkomen?

2.

Leefbaarheid en een prettige woonomgeving zijn brede begrippen. Groen in de wijk, kwetsbare doelgroepen en parkeerdruk zijn maar een aantal onderwerpen die hier onder te scharen zijn. Zijn er andere onderwerpen die nadrukkelijk om aandacht vragen als het om leefbaarheid gaat?

12

15/16

16/16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11170824/1