Voorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Windenergie Vaanplein
College van burgemeester en wethouders 27 juni 2023
Portefeuillehouder Lennart van der Linden
Commissie ruimte 3 oktober 2023
Openbaar
Gemeenteraad 31 oktober 2023
Geadviseerd besluit 1. De volgende lokale normen en kaders volgend uit het planMER bij toepassing van de mitigerende maatregelen vast te stellen: • ruimtelijk binnen de in de Visie Ruimte en Mobiliteit vastgelegde locatie de mogelijkheid te bestemmen tot realisatie van twee windturbines met een totaal opgesteld vermogen van minimaal 9 MW; • de maximale tiphoogte te beperken tot 180 m; • obstakelverlichting dient tot een minimum beperkt te worden door toepassing van naderingsdetectie; • slagschaduw ter plaatse van woningen en andere gevoelige objecten te beperken tot maximaal 1 uur per object per jaar; • de geluidimmissie ter plaatse van geluidgevoelige objecten en terreinen te beperken tot een waarde van 45 dB Lden conform de geadviseerde waarde vanuit de WHO; • voor de nachtperiode (23:00-7:00 uur) de geluidimmissie ter plaatse van geluidgevoelige objecten en terreinen te beperken tot LAeq van 41 dB(A); • de turbines dienen in het kader van laagfrequent geluid te voldoen aan de Vercammencurve; • het niveau van laagfrequent en infrasoon geluid 0-160 Hz binnenshuis mag de grens van 20 dB niet overschrijden, berekend en gemeten in dB lineair en narrow band; • aangetoond moet worden dat door slijtage, verstoring en het gebruik van giftige stoffen geen negatieve gezondheidseffecten optreden gedurende de exploitatieperiode. 2.
Met de mogelijke initiatiefnemer afspraken te maken rond lokale financiële participatie waarbij minimaal 50% lokale financiële participatie uitgangspunt is conform de gedragscode NWEA.
Barendrecht - Cluster Ontwikkeling Leefomgeving & Regio
Raadsvoorstel Inleiding Op basis van het afgesloten "Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam 2012", verlengd tot 2025, dat is ondertekend door alle gemeenten in de voormalige stadsregio, is aangegeven dat op de locatie Vaanplein na verdere verfijning van de uitgangspunten van het convenant 9 MW aan windenergie gerealiseerd zou moeten worden. De provincie Zuid-Holland heeft deze locatie dan ook in eerste instantie opgenomen in de Visie Ruimte en Mobiliteit en nu ook in de omgevingsvisie en omgevingsverordening Zuid-Holland. Op basis van de Electriciteitswet is de provincie bevoegd gezag voor de realisatie, maar heeft deze bevoegdheid middels een bestuursovereenkomst van 28 januari 2021 overgedragen aan de gemeente Barendrecht. De gemeenteraad heeft eind 2021 besloten om in voorbereiding op het bestemmingsplan een planMER op te laten stellen en uitgebreide participatie uit te voeren op basis waarvan de eigen lokale normen kunnen worden vastgesteld. In voorbereiding op het opstellen van het planMER is een nota reikwijdte en detailniveau (NRD) opgesteld. Deze nota heeft gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen waarbij ook de direct betrokkenen in een cirkel van 1 km schriftelijk benaderd zijn. Na verwerking van alle opmerkingen is de NRD in college vastgesteld en is het planMER opgesteld.
Beoogd effect Vaststelling van kaders waar een potentiële ontwikkelende partij aan zal moeten voldoen, zodat invulling gegeven kan worden aan de convenantsopgave. Relatie met beleidskaders Toetsingskader Windenergie 2015, Convenant Windenergie, Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente. Argumenten 1.1 Kaders zijn nodig. Om duidelijkheid te verschaffen aan een ieder moeten de kaders waarbinnen windenergie gerealiseerd mag worden op voorhand bekend zijn. Zo wordt een ruimtelijke enveloppe beschreven waarbinnen marktpartijen uiteindelijk op termijn hun omgevingsvergunning kunnen aanvragen. Rond de mitigerende maatregelen wordt aansluiting gezocht bij de uitkomsten van het planMER waarop de kaders zijn gebaseerd. De nu geformuleerde kaders lijken, ook gezien huidige jurisprudentie, houdbaar in juridische procedures. 1.2 De keuze voor twee windturbines met een tiphoogte van 180 meter en een vereist vermogen van minimaal 9 MW is de minst hinder gevende variant. In het nu voorliggende planMER wordt ingegaan op een breed scala aan milieueffecten waarbij drie MER-alternatieven zijn bezien, te weten: • drie windmolens met een tiphoogte van 150 meter (conform het planMER wat ten grondslag ligt aan het provinciaal beleid, i.c.
de herziening van de Visie Ruime en Mobiliteit); • twee windmolens met een tiphoogte van 250 meter (conform vrijstelling van hoogtebeperking zoals aangegeven door de Inspectie Leefomgeving en Transport); • drie windmolens met een tiphoogte van 250 meter (conform vrijstelling van hoogtebeperking zoals aangegeven door de Inspectie Leefomgeving en Transport). Naast deze drie MER-varianten is ook een windturbine opstelling van vier windturbines met een tiphoogte van 100 meter bezien en is ook een variant doorgerekend op geluid en energieopbrengst voor een opstelling van twee windmolens met een tiphoogte van 180 m. Deze laatste variant is met name een verkenning naar markttechnische mogelijkheden vallend binnen het speelveld van het planMER waar gekeken is naar een mogelijke opstelling die weinig geluideffecten heeft maar met een binnen de kaders (9MW) passend vermogen en opbrengst. Beoordeling In het door de gemeenteraad vastgestelde toetsingskader Windenergie 2015 is rond de geluidhinder opgenomen dat er geen onaanvaardbare toename van geluidbelasting mag optreden. Dit kader is niet
Barendrecht - Cluster Ontwikkeling Leefomgeving & Regio
kwantitatief ingevuld en is daardoor een voor discussie vatbare toetsingsgrond. Immers, wanneer is er sprake van onaanvaardbare toename van geluidbelasting? Om te bepalen of MER-alternatieven mogelijk onaanvaardbaar zijn is gebruik gemaakt van de geluidsnorm 45 dB Lden, geadviseerd door de WHO. Dit is strenger dan de 47 dB Lden in het activiteitenbesluit maar is zeker verdedigbaar gezien de stedelijke omgeving van het gebied. In een gevoeligheidsanalyse zijn 3 mogelijke geluidsnormen met elkaar vergeleken, waarbij de toename van het aantal ernstig gehinderden de maatstaf was. Daarbij wordt namelijk recht gedaan aan het feit dat er in de situatie zonder windturbines ook reeds ernstig gehinderden zijn (bijvoorbeeld van de snelwegen). Uit de gevoeligheidsanalyse blijkt dat het toepassen van een strenge norm van 45 dB Lden een aanzienlijk lagere toename van het extra ernstig gehinderden veroorzaakt. Uitgaande van deze norm ontstaan op het huidige aantal ernstig gehinderde personen van 3.440 de volgende extra ernstig gehinderden: • drie windturbines met tiphoogte 150 meter: 49 extra ernstig gehinderden, in percentage 1,4 % toename; • twee windturbines met tiphoogte 250 meter: 83 extra ernstig gehinderden, in percentage 2,5 % toename; • drie windturbines met tiphoogte 250 meter: 118 extra ernstig gehinderden, in percentage 3,5 % toename.
Naast deze drie varianten is ook de variant van turbines met een tiphoogte van 100 meter die uit de eerste beoordeling economisch niet uitvoerbaar blijkt. Marktvariant Op basis van de meest recente technische ontwikkelingen in de markt is volledigheidshalve ook nog een marktvariant doorgerekend op met name geluid. Dit betreft een variant waarbij met twee windturbines met een tiphoogte van 180 meter de convenantsdoelstelling van 9 MW opgesteld vermogen wordt gehaald. Bij deze opstelling daalt het aantal extra ernstig gehinderden naar 47 waarbij deze variant vergelijkbaar is met de variant van drie turbines met een tiphoogte van 150 meter. Nadrukkelijk probleem bij de drie windturbines van 150 meter is het feit dat deze niet meer verkrijgbaar zijn in de huidige markt en ondanks het vergelijkbare opgestelde vermogen de energieproductie van de 150 m turbines nadrukkelijk lager ligt dan de nieuwste turbines. Daarbij wordt bij realisatie twee windturbines de aantasting van het recreatiegebied verminderd, dit doordat de turbinebladen ook hoger van de grond komen waardoor het gevoel, van aantasting minder wordt. De marktvariant resulteert in het volgende extra ernstig gehinderden: • twee windturbines met tiphoogte 180 meter: 47 extra gehinderden, in percentage 1,3 % toename.
Deze mogelijke marktoplossing is, blijkend uit een korte economische scan zeker economisch uitvoerbaar en geeft ook invulling aan de opgave vanuit de energietransitie. Gerealiseerd moet worden dat de realisatie van twee windturbines valt binnen de werkingssfeer van het activiteitenbesluit. Conform het Activiteitenbesluit mag een gemeente alleen strengere geluidsnormen voorschrijven bij bijzondere lokale omstandigheden. Het grote aantal woningen en de aanwezigheid van grote geluidsbronnen in de vorm van de snelwegen gelden als bijzondere lokale omstandigheid. Door het stellen van strengere normen zoals opgenomen bij de mitigerende maatregelen uit het planMER wordt de leefomgeving zo veel mogelijk beschermd. Dit is ook als basis genomen bij het opstellen van het "Toetsingskader Windenergie 2015". Overleg externe partijen Met de Klankbordgroep windenergie Vaanplein heeft intensief overleg plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in de reactie zoals die ook is bijgevoegd waarbij de reactie is verwerkt in de kaderstelling. Ook is overlegd met de stichting Tegenwind. Deze stichting stelt zich landelijk op het standpunt dat windenergie in bebouwd gebied niet mogelijk is. De stichting verwijst hierbij naar met name de eisen die gesteld worden aan industrielawaai. Echter zijn dit geen eisen die op dit moment van toepassing zijn.
Daarnaast zou het stellen van dergelijke eisen juridisch niet houdbaar worden, omdat hier sprake is van twee turbines. Deze opstelling valt nog steeds onder het huidige Activiteitenbesluit waarbij in een bijzondere situatie, lees bebouwde omgeving, aanvullende eisen gesteld kunnen worden binnen de kaders van het Activiteitenbesluit.
Barendrecht - Cluster Ontwikkeling Leefomgeving & Regio
Conclusie Het aantal extra ernstig gehinderden zal bij alle verschillende opstellingen in meer of mindere mate zal toenemen. Ook bij het toepassen van de nieuwere en stillere windturbines. Gelet op: • de specifieke locatiekenmerken, dicht bebouwd gebied met een hoge huidige geluidsdruk; • de resultaten uit het uitgebreide planMER; • een afweging op basis van goede ruimtelijke ordening; • het door de gemeenteraad vastgestelde toetsingskader Windenergie 2015; • de marktverkenning waarbij zeker niet alle onderdelen uit het planMER zijn meegenomen, maar die wel valt binnen het speelveld van de oplossingen uit het planMER; is realisatie van twee moderne en stillere turbines met een tiphoogte van 180 meter op dit moment de meest optimale opstelling. Voor de milieuthema's die in de marktverkenning niet zijn meegenomen geldt dat het planMER met de daarin beschouwde alternatieven voldoende milieu-informatie bevat voor het stellen van de ruimtelijke randvoorwaarden uit dit voorstel. 2.1 Financiële participatie is gewenst Om de lokale financiële participatie te borgen wordt met de initiatiefnemer hierover afspraken gemaakt in een afzonderlijke overeenkomst rond de financiële participatie. Overleg gevoerd met N.v.t. Kanttekeningen 1.1 Kaders vanuit "Toetsingskader Windenergie 2015" zijn niet kwantificeerbaar.
Met name de toetsing rond geluid is niet kwantificeerbaar opgenomen in het toetsingskader. Daarmee blijft een discussie bestaan rond de term onaanvaardbaar. In de huidige energiecrisis is de neiging wellicht om de grens ontoelaatbaar te schuiven. In deze situatie is er echter van een marginale verslechtering sprake tegenover een groot maatschappelijk belang. 1.2 Verzwaring van de kaderstelling is niet mogelijk. Het stellen van een nog strengere kaders heeft als gevolg dat de uitvoerbaarheid van het windpark in het geding komt, terwijl het er niet voor zorgt dat het aantal extra ernstig gehinderden niet toeneemt. 1.3 De variant 180 m is niet in het gehele traject besproken. De variant van 180 meter tiphoogte is pas in laatste fase besproken met de klankbordgroep zodat niet een ieder heeft kunnen participeren. Dit komt doordat deze opstelling een optimalisatie is, gebaseerd op de resultaten van het planMER, en dus pas relatief recent bekend is geworden, maar wel valt binnen de bandbreedte van het planMER.
Uitvoering/vervolgstappen Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de volgende vervolgstappen ingezet: • informeren van de klankbordgroep; • informeren van Provincie Zuid-Holland; • informeren Staatsbosbeheer (als grondeigenaar); • bij het ontvangen van een aanvraag van een omgevingsvergunning wordt op basis van de vastgestelde kaders, gebaseerd op de gemeentelijke coördinatieregeling de procedure rond het opstellen van een bestemmingsplan opgestart. Realisatie van twee windturbines valt daarnaast onder het Activiteitenbesluit waarbij lokaal de normen, gezien de dichtbebouwde omgeving, verzwaard worden op basis van de mitigerende maatregelen zoals beschreven in het planMER. Evaluatie/monitoring Het verdere proces rond de ontwikkeling van het gebied wordt gevolgd tot en met de omgevingsvergunning en het sluiten van de anterieure overeenkomst c.q. het exploitatieplan.
Barendrecht - Cluster Ontwikkeling Leefomgeving & Regio
Financiën De gemaakte kosten rond de gehele ontwikkeling tot op moment van besluitvorming belopen een bedrag van € 458.638,--. Deze kosten worden ingebracht bij het opstellen van een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer. Bij het niet bereiken van een anterieure overeenkomst worden de kosten verwerkt in het bij het bestemmingsplan behorende exploitatieplan en worden op basis van het exploitatieplan in rekening gebracht bij de aanvrager van de omgevingsvergunning. Juridische zaken Door het starten van de ruimtelijke procedure, i.c. een bestemmingsplan, wordt voldaan aan het regionale convenant en de bestuursovereenkomst. In het bestemmingsplan worden de eisen geformuleerd, volgend uit het planMER als basis voor een mogelijke realisatie. Ondanks het feit dat de termijn uit de bestuursovereenkomst al ruimschoots is verstreken is het niet de verwachting dat de provincie alsnog de bevoegdheden zelf gaat uitoefenen, zeker gelet op de geformuleerde besluiten. Door het proces rond een bestemmingsplan te gaan voeren na indiening van een aanvraag omgevingsvergunning, dat zo min mogelijk effecten heeft maar toch economisch uitvoerbaar is, kan de gemeente volledige regie voeren en haar lokale normen vasthouden. Hiermee wordt voorkomen dat gedeputeerde staten alsnog gebruik maken van hun bevoegdheden tot het vaststellen van een provinciaal inpassingsplan.
Dit inpassingsplan, wat mogelijk een groter windpark met meer effecten mogelijk maakt, is voor de gemeente ongewenst. Zeker dient als randvoorwaarde dat deze minst hinderlijke variant wel economisch uitvoerbaar moet zijn. Zou blijken dat dat niet zo is, dan maakt het vastgestelde bestemmingsplan grote kans door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State te worden vernietigd. Het op basis van het bestemmingsplan op te stellen exploitatieplan legt de juridische basis om te komen tot kostenverhaal. Een andere mogelijkheid om dit kostenverhaal te verzekeren is het sluiten van een anterieure overeenkomst met de ontwikkelende partij. Duurzaamheid Door in te zetten op opwek met een opgesteld vermogen van minimaal 9 MW wordt een stevige bijdrage geleverd aan de noodzakelijke omschakeling naar alternatieve energiebronnen. Een modern windpark van 9 MW levert genoeg elektriciteit om ca. 10.000 huishoudens van stroom te voorzien. Communicatie/participatie na besluitvorming Na besluitvorming in de gemeenteraad vindt uitgebreide, inhoudelijke communicatie plaats waarbij ook de verantwoording van de keuze om te komen tot het alternatief van twee windturbines uitgebreid aan de orde zal komen.
Bijlagen 1. juridischg advies def.pdf 2. PlanMER Windenergie Vaanplein 2-1 221111.pdf 3. Klankbordgroep Normenkader Windenergie Vaanplein.pdf 4. Bijlage A - Akoestisch onderzoek planMER Windenergie Vaanplein 1-2 221111.pdf 5. Bijlage B - Slagschaduw Vaanplein Barendrecht v1-0.pdf 6. Bijlage C Externe veiligheid Vaanplein v1-0.pdf 7. Bijlage D - Landschappelijke beoordeling Vaanplein v1-0.pdf 8. Landschappelijke Bijlage A - Visualisaties Barendrecht.pdf 9. Bijlage E - Ecologische knelpuntenanalyse windenergie Zuidelijk Randpark.pdf 10. Bodemgebied 220628.PDF 11. Imissiewaarden woningen 220628.pdf 12. M2022065900R001v3 Windpark Vaanplein - Definitief.pdf 13. SH016F-1.PDF 14. SHADOW_Alternatief 2x Groot_slagschaduw_Main Result.pdf 15. SHADOW_Alternatief 3x Groot_slagschaduw_Main Result.pdf 16. SHADOW_Alternatief 3x Klein_slagschaduw_Main Result.pdf
Barendrecht - Cluster Ontwikkeling Leefomgeving & Regio
17. SHADOW-4.PDF 18. Windturbines Alternatief 2xgroot 220628.PDF 19. Windturbines Alternatief 3x klein 220628.PDF 20. Windturbines Alternatief 3xgroot 220628.PDF 21. Gedragscode-WoL-opgemaakt.pdf 22. Extra digitale AB-vergadering inzake stemming definitieve gunning Windenergie Vaanplein.pdf 23. Barendrecht-IWTs-Vaanplein-TWNL-WA-04-2023-03-29.pdf 24. TWNL-Opzet-lokale-IWT-regels-V03-2023-03-29.pdf 25. Reactie Tegen Wind tbv normering definitief.pdf 26. TWNL-Barendrecht-Re-Concept-opzet-IWTs-2023-06-16.pdf 27. Rekenexercities hinder windturbinegeluid Vaanplein 220824.pdf 28. Antwoorden raadsbijeenkomst commissie Ruimte 04-10-2022.pdf 29. Bijlage F - literatuurlijst ecologie.pdf 30. Sjabloon Kaderstelling ontwikkeling windenergie Vaanplein cie Ruimte 03-10-2023.pdf
Barendrecht - Cluster Ontwikkeling Leefomgeving & Regio
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Windenergie Vaanplein
Gemeenteraad: 31 oktober 2023
Zaaknummer:
Commissie ruimte 3 oktober 2023
De raad van de gemeente Barendrecht, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 22 november 2022, gezien het advies van College van burgemeester en wethouders op 27 juni 2023, gezien het advies van Commissie Ruimte op 3 oktober 2023 overwegende, dat • •
• •
•
•
• • • •
•
• • •
tussen de gemeenten uit de voormalige Stadsregio Rotterdam op 21 juni 2012 het "Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam" is afgesloten; de provincie Zuid-Holland bij de partiële herziening van de Verordening Ruimte en Mobiliteit zoals vastgesteld op 20 december 2017 diverse locaties waaronder de locatie Vaanplein aangewezen heeft ten behoeve van realisatie van windenergie; de provincie Zuid-Holland de locaties uit de VRM inmiddels heeft opgenomen in de Omgevingsverordening; de provincie Zuid-Holland de wettelijke bevoegdheden tot het vaststellen van een inpassingsplan en het verlenen van de omgevingsvergunning heeft overgedragen aan de gemeente Barendrecht met de "Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente"; in de "Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente de verplichting is opgenomen om de gemeentelijke coördinatieregeling ex artikel 3.30 tot en met artikel 3.32 van de Wet ruimtelijke ordening toe te passen; de termijn rond het ter inzage leggen van een ontwerpbestemmingsplan zoals genoemd in de bestuursovereenkomst met de provincie Zuid-Holland, te weten uiterlijk 30 juni 2021, ruimschoots is overschreden; de in het kader van het planMER uitgevoerde onderzoeken gereed zijn; de effecten op de leefomgeving nadrukkelijk aanwezig zijn waarbij alle planMER alternatieven extra ernstig
geluidsgehinderden ontstaan; de klankbordgroep vanuit de uitgebreide participatie een normenkader heeft opgeleverd; de effecten getoetst dienen te worden aan het door de gemeenteraad vastgestelde "Toetsingskader Windenergie 2015" waarin is opgenomen dat er "Geen onaanvaardbare toename van geluidbelasting" mag optreden; de te stellen eisen aan een mogelijke ontwikkeling dusdanig dienen te zijn dat een goede afweging plaatsvindt tussen enerzijds de milieu-effecten en anderzijds de noodzaak rond de energietransitie en de economische haalbaarheid; besluitvorming rond de gunning aan een mogelijke ontwikkelaar door de grondeigenaar uiterlijk 31 december 2022 zal worden genomen; op dat moment de ontwikkelaar een verzoek zal doen tot het ruimtelijk mogelijk maken van windenergie ter plaatse; er geen lokale kaders zijn voor de toetsing van een mogelijke aanvraag;
BESLUIT:
Barendrecht - Cluster Ontwikkeling Leefomgeving & Regio
1. De volgende lokale normen en kaders volgend uit het planMER bij toepassing van de mitigerende maatregelen vast te stellen: • ruimtelijk binnen de in de Visie Ruimte en Mobiliteit vastgelegde locatie de mogelijkheid te bestemmen tot realisatie van twee windturbines met een totaal opgesteld vermogen van minimaal 9 MW; • de maximale tiphoogte te beperken tot 180 m; • obstakelverlichting dient tot een minimum beperkt te worden door toepassing van naderingsdetectie; • slagschaduw ter plaatse van woningen en andere gevoelige objecten te beperken tot maximaal 1 uur per object per jaar; • de geluidimmissie ter plaatse van geluidgevoelige objecten en terreinen te beperken tot een waarde van 45 dB Lden conform de geadviseerde waarde vanuit de WHO; • voor de nachtperiode (23:00-7:00 uur) de geluidimmissie ter plaatse van geluidgevoelige objecten en terreinen te beperken tot LAeq van 41 dB(A); • de turbines dienen in het kader van laagfrequent geluid te voldoen aan de Vercammencurve; • het niveau van laagfrequent en infrasoon geluid 0-160 Hz binnenshuis mag de grens van 20 dB niet overschrijden, berekend en gemeten in dB lineair en narrow band; • aangetoond moet worden dat door slijtage, verstoring en het gebruik van giftige stoffen geen negatieve gezondheidseffecten optreden gedurende de exploitatieperiode.
2. Met de mogelijke initiatiefnemer afspraken te maken rond lokale financiële participatie waarbij minimaal 50% lokale financiële participatie uitgangspunt is conform de gedragscode NWEA.
Barendrecht - Cluster Ontwikkeling Leefomgeving & Regio