CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorjaarsnota 2025

commissie Planning en Control 24 juni 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Voorjaarsnota 2025 (Adviserend)8.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voorjaarsnota 2025 Gemeente Barendrecht I Juli 2024

Inhoudsopgave 1. Inleiding ....................................................................................................................................................... 3 2. Trends en ontwikkelingen ............................................................................................................................ 4 3. Financiële stand van de begroting 2025-2028............................................................................................... 6 3.1 Startpunt begroting 2024 ....................................................................................................................... 6 3.2 Raadsvoorstellen met financieel effect voorjaarsnota ............................................................................. 7 3.3 Structurele effecten jaarrekening 2023 ................................................................................................... 7 3.4 Cao-stijgingen ........................................................................................................................................ 7 3.5 Gemeenschappelijke regelingen.............................................................................................................. 8 3.6 Raadvoorstellen met integrale afweging bij voorjaarsnota ......................................................................

8 3.7 Programma 1 Bestuur en ondersteuning ................................................................................................. 8 3.8 Programma 6 Sport, Cultuur en Recreatie ............................................................................................... 9 3.9 Programma 7 Sociaal Domein ................................................................................................................. 9 3.10 Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing ........................... 11 4. Mogelijke dekkingsmaatregelen voor een sluitende begroting .................................................................. 12 4.1 Voorstel dekkingsmaatregelen.............................................................................................................. 12 4.2 Meerjarenperspectief 2025-2028 na dekkingsmaatregelen ................................................................... 15 5. Begrotingsuitgangspunten programmabegroting 2025-2028 ..................................................................... 16 Bijlage 1 Impactanalyse.................................................................................................................................. 18

2

1. Inleiding Voor u ligt de voorjaarsnota voor de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028. De voorjaarsnota schetst de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen die we de komende jaren verwachten. Het is het kader voor het opstellen van de begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028. In deze voorjaarsnota zijn de volgende onderdelen opgenomen: a. b. c. d. e. f.

Goedgekeurde raadsvoorstellen na de vaststelling van de begroting 2024-2027; Cao-ontwikkelingen; Kostenontwikkelingen van de gemeenschappelijke regelingen; Raadsvoorstellen waarvan is aangegeven dat de integrale afweging plaatsvindt bij de voorjaarsnota; Onvermijdelijke ontwikkelingen; en, Mogelijke dekkingsmaatregelen voor een sluitende begroting.

Na het verwerken van de bovenstaande ontwikkelingen laat het meerjarenperspectief tekorten zien. Al eerder, bij de begroting 2024-2027, hebben we met een verbeterplan de begroting sluitend gekregen. Al een aantal jaren wordt structureel meer uitgegeven dan dat er aan structurele inkomsten binnenkomt. De jaarrekening 2023 laat een groot tekort zien, dit heeft een negatief effect op de algemene reserve. Barendrecht heeft een hoge schuldpositie en hierover is ook een steeds hogere rente verschuldigd. Dit beeld is eerder uitgebreider en in meer detail door de accountant in de commissievergadering Algemene Zaken en Financiën van 11 maart 2024 met de raad bevestigd. Vrijwel alle gemeenten in Nederland staan voor de uitdaging de begroting structureel sluitend te maken. Veel gemeenten kunnen incidentele middelen inzetten om de begroting te sluiten. Die mogelijkheid heeft Barendrecht, door de beperkte algemene reserve en het lage eigen vermogen (solvabiliteit), niet. In deze voorjaarsnota doen wij voorstellen voor besparingsopties en lastenverhogingen om tot een structureel sluitende begroting te komen voor het jaar 2025. Er is geen rekening gehouden met de meicirculaire 2024 omdat deze tijdens de totstandkoming van dit document nog niet gepubliceerd is. We verwachten wel dat deze circulaire voor 2025 negatief uitpakt.

Het college informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk per raadsbrief. Vanaf 2026 bevat de begroting dusdanige tekorten dat het met de in deze voorjaarsnota genoemde dekkingsmaatregelen niet mogelijk is om deze jaren structureel sluitend te krijgen. Het college heeft samen met het management in een aantal sessies de mogelijkheden verkend voor besparingen. Bij de keuze voor de voorstellen is prioriteit gegeven aan het zoveel mogelijk in stand houden van het goede voorzieningenniveau in Barendrecht. Belangrijk is ook dat er een perspectief ontstaat om in de toekomst financieel gezond te zijn. Daar hoort bij het bewaken en beheersen van de omvang van de algemene reserve en de leningenportefeuille van de gemeente. Dit is een lastige opgave die om scherpe en soms pijnlijke keuzes vraagt. In de voorjaarsnota zijn mogelijke dekkingsmaatregelen opgenomen. Op deze wijze willen we in opmaat naar de begroting een integraal beeld schetsen van de tekorten en de mogelijke oplossingsrichtingen. Dit document samen met het voorjaarsnota debat in juli stelt de raad in staat een goed kader af te geven voor de begroting 2025-2028. De begroting wordt behandeld in de raad van 12 november.

3

2. Trends en ontwikkelingen Effecten van hoofdlijnenakkoord

Recent is het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe landelijke coalitie gepresenteerd. De VNG heeft een eerste analyse gemaakt van het akkoord waarin beschreven is welke gevolgen het akkoord heeft voor gemeenten én op welke voor gemeenten belangrijke onderwerpen het hoofdlijnenakkoord nog weinig of geen duidelijkheid geeft. Het hoofdlijnenakkoord maakt in veel gevallen niet duidelijk hoe maatregelen concreet worden uitgewerkt. Het is daardoor niet mogelijk om een goede vertaalslag te maken naar de effecten ervan voor onze gemeente.

Ontwikkeling organisatie en krapte arbeidsmarkt

De opbouw van onze eigen organisatie verloopt goed. Tegelijkertijd vraagt het extra aandacht in bijvoorbeeld het begeleiden van nieuw personeel en het stroomlijnen van taken en processen. Op dit moment ligt het aantal openstaande vacatures van onze organisatie op het landelijk gemiddelde. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt blijft het een uitdaging om een aantrekkelijk werkgever te zijn en personeel te behouden en nieuw personeel aan te trekken. Er blijft spanning bestaan tussen de aanwezige personele capaciteit en het realiseren van onze ambities en plannen.

Ontwikkeling gemeentefonds

Vanaf 2026 is er sprake van een financieel ravijn voor alle gemeenten. Het is onzeker hoe het gemeentefonds zich ontwikkeld en hoe diep het financiële ravijn gaat uitvallen. Recent is de voorjaarsnota van het Rijk bekend geworden. De maatregelen die hierin staan hebben voor Barendrecht in 2025 een negatief effect op onze uitkering uit het gemeentefonds. In 2026 en verder is een licht positief effect zichtbaar. Echter is hiermee het ravijnjaar 2026 niet geheel gecompenseerd en zijn de daaropvolgende jaren niet gecompenseerd. Op basis van de meicirculaire 2024 zal de definitieve berekening gemaakt worden en hierover informeren we u zo spoedig mogelijk per raadsbrief.

Spreidingswet

Op 1 februari 2024 is de Spreidingswet in werking getreden. Dit is een wettelijke maatregel die gemeenten in Nederland verplicht om vluchtelingen op te vangen. De Spreidingswet heeft als doel voldoende opvangplekken te creëren en een evenwichtige verdeling van asielzoekers over gemeenten te bewerkstelligen. De financiële last tussen gemeenten wordt verdeeld op basis van de verantwoordelijkheden en opvangplekken die elke gemeente op zich neemt. In het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat de Spreidingswet wordt ingetrokken, tot die tijd blijft de Spreidingswet wel gewoon van kracht. Ook komt er een verbod op het verlenen van voorrang aan statushouders op de sociale huurmarkt. De taakstelling tot huisvesting van statushouders op basis van de Huisvestingswet blijft wel in stand. Het is onduidelijk wat dit betekent voor bijvoorbeeld de taakstelling statushouders en voor de uitwerking van de provinciale opgave van de Spreidingswet.

Stijgende bouwkosten en toenemende rentelasten

De bouwsector kampt al geruime tijd met stijgende kosten voor bouwmaterialen en grondstoffen. Staal, hout, beton en isolatiemateriaal zijn aanzienlijk duurder geworden. Sommige cruciale grondstoffen zijn schaars, waardoor langere levertijden en hogere prijzen ontstaan. De oorlog in Oekraïne heeft deze prijsstijgingen verder verergerd. Energiekosten spelen ook een rol, omdat ze direct en indirect de bouwkosten beïnvloeden. Daarnaast is sprake van veel vacatures in de bouw, terwijl de arbeidskosten ook gestegen zijn. Naast directe effecten op lopende en nieuwe projecten kan de stijging van bouwkosten eveneens leiden tot een waardedaling van grond. Ook de rentetarieven zijn aanzienlijk gestegen. De financiële haalbaarheid van ruimtelijke ambities (zoals de scholencarrousel, de Stationstuinen en de vervanging van sportlocaties) staan door deze ontwikkelingen onder druk. Een solide en toekomstbestendige financiële huishouding is van groot belang, waardoor bezuinigingen onontkoombaar zijn.

Sociaal domein

Alle gemeenten in Nederland hebben te maken met grote financiële uitgaven binnen het sociaal domein. De druk op de jeugdhulp neemt toe waardoor zowel landelijk als lokaal te zien is dat inwoners met een hulpvraag niet direct terecht kunnen voor ondersteuning maar ook dat de kosten stijgen. Hoewel in Barendrecht het aantal kinderen in de jeugdhulp niet stijgt, is er wel een behoorlijke toename in de kosten. Deze stijging wordt 4

met name veroorzaakt door de snel stijgende loonkosten volgens de nieuwe cao’s in de zorg, de afbouw van de gesloten jeugdzorg en een toenemende vraag aan intensieve zorgtrajecten. De verwachting is dat deze kosten zonder ingreep niet zomaar zullen stabiliseren of dalen. Daarom is er regionaal een bestuurlijke opdracht kostenbeheersing met maatregelenpakket vastgesteld om tot een afvlakking van de kosten te komen. Landelijk is er discussie over een eigen bijdrage voor jeugdhulp. Ook de kosten voor de WMO stijgen, dit wordt onder andere veroorzaakt door de dubbele vergrijzing. Hier is sprake van wanneer niet alleen de groep ouderen steeds groter wordt, maar dat de gemiddelde leeftijd ook steeds hoger wordt. Daarnaast is er de landelijke ontwikkeling dat mensen langer thuis blijven wonen en daardoor langer en vaker een beroep moeten doen op gemeentelijke voorzieningen. Ook speelt mee dat de lonen flink gestegen zijn door nieuwe cao’s. Een hoopvolle ontwikkeling is de afschaffing van het huidige abonnementstarief. Een andere ontwikkeling is dat in de toekomst een deel van de WMO niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds zal gaan, maar via een aparte financiering. Hierdoor kunnen gemeenten en het Rijk beter zien of de kosten aansluiten bij de uitgaven.

Ook is er het voornemen om samen met gemeenten het openeinde-deel van de WMO-regeling te beëindigen om daarmee de uitgaven beheersbaar te maken. Onduidelijk is nog op welke termijn dit zal gebeuren. Doordat steeds meer inwoners een beroep doen op de Participatiewet is ook hier een stijging in kosten te zien. Dit is grotendeels te verklaren door de instroom van statushouders en mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in het uitkeringsbestand. Deze ontwikkelingen liggen in lijn met de landelijke trend, waarbij steeds minder mensen vanwege alleen economische redenen in de bijstand belanden, maar te maken hebben met multiproblematiek. De verwachting is dat deze trend zich in de komende jaren zal doorzetten. Ondanks deze trend blijft het college de komende jaren er alles aan doen om zoveel mogelijk Barendrechters aan een baan te helpen.

Stationstuinen

We zijn nog niet zover dat we de integrale meerjarige financiële gevolgen van de businesscase Stationstuinen op de Barendrechtse begroting volledig inzichtelijk hebben, laat staan dat we die al kunnen verwerken in onze meerjarenbegroting. We hebben daar meer tijd voor nodig. Een aantal ontwikkelingen en veranderende omstandigheden spelen daarbij een rol. Zo lopen er een aantal procedures die mogelijk vertragend kunnen werken op de start van de bouw. De marktomstandigheden in de bouw zijn gewijzigd, met onder meer sterk gestegen prijzen. De oplopende rente op de benodigde leningen zorgen voor een hogere kostenpost. En de omvang en financiering van additionele maatschappelijke voorzieningen worden nog financieel onderzocht. Dit alles vraagt om een nieuwe doorrekening, het maken van keuzes én onderhandelingen met mede overheden. Op zijn vroegst in het vierde kwartaal 2024 willen we die keuzes voorleggen. Het gaat hierbij om de maatschappelijke voorzieningen, de parkeerexploitatie en de actualisatie van de businesscase. Deze moeten integraal worden afgewogen.

5

3. Financiële stand van de begroting 2025-2028 In onderstaand overzicht geven wij de financiële stand van zaken weer voor de jaren 2025 tot en met 2028. Het vertrekpunt van de voorjaarsnota is het saldo van de begroting 2024 (bestaand beleid). Wij streven naar een reëel en structureel sluitende begroting voor het jaar 2025. Het uitgangspunt is dat structurele budgetten structureel zijn gedekt. Omdat reserves incidenteel van karakter zijn, worden deze niet als structurele dekking ingezet. De ontwikkeling van het saldo van de begroting laat op basis van de hierna toegelichte inzichten het volgende beeld voor 2025 – 2028 zien: Bedrag (in €) -/- = voordeel + = nadeel

2025

2026

2027

2028

Startpunt begroting 2025-2028 Stand begroting 2024-2027 Mutaties septembercirculaire 2023 Stelpost indexering (na septembercirculaire 2023) Correctie deelnemersbijdrage GRJR (2e ophoging) Amendement Buitenbad Inge de Bruijn zwembad

-1.726.300 -476.000 1.068.400 760.600 163.900

1.363.300 -450.000 3.766.400 760.600 163.900

-65.900 -1.846.000 6.132.300 760.600 163.900

-65.900 -1.846.000 6.132.300 760.600 163.900

Maatregelen verbeterplan

-1.398.200

-2.346.900

-5.753.200

-5.753.200

Mutaties decembercirculaire 2023 Saldo Begroting 2025-2028

-

-

-

-

-1.607.600

3.257.300

-608.300

-608.300

35.000

69.000

103.000

137.000

-1.572.600

3.326.300

-505.300

-471.300

Structurele effecten jaarrekening 2023 Gronden en landerijen Buurtsportcoaches

-80.000 -115.000

-80.000 -115.000

-80.000 -115.000

-80.000 -115.000

Indexaties Vrijval Stelpost 2024 Cao stijging Gemeenteambtenaren 2024 Cao stijging Rijksambtenaren 2024

-1.480.000 1.557.200 65.000

-1.480.000 1.557.200 65.000

-1.480.000 1.557.200 65.000

-1.480.000 1.557.200 65.000

Kostenontwikkelingen Gemeenschappelijke Regelingen

3.530.120

2.933.933

2.933.933

2.933.933

37.400 -

37.400 -

37.400 -

37.400 -

Onvermijdelijke ontwikkelingen Programma 1 Bestuur en Ondersteuning Programma 6 Sport, Cultuur en Recreatie Programma 7 Sociaal Domein Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing

-52.300 176.300 2.930.830 145.000

61.400 176.300 2.930.830 35.000

3.500 176.300 2.930.830 35.000

-1.500 176.300 2.930.830 35.000

Saldo Meerjarenbegroting 2025-2028

5.141.950

9.448.363

5.558.863

5.587.863

Voorstellen t/m 23 april Saldo Begroting 2025-2028 inclusief voorstellen

Raadsvoorstellen met uitwerking VJN Extra hondenbeleid Speelruimteplan

3.1 Startpunt begroting 2024 De resultaten uit de programmabegroting 2024-2027 vormen het startpunt voor het opstellen van de voorjaarsnota 2025-2028, waarbij de jaarschijf 2027 de basis is voor 2028. In bovenstaande tabel zijn de maatregelen uit het verbeterplan bij de begroting 2024-2027 als saldo opgenomen. Hieronder zijn volledigheidshalve alle maatregelen die vastgesteld zijn bij de begroting 2024 nog eens weergegeven.

6

Bedrag (in €) -/- = voordeel + = nadeel Vanaf 2024 het tarief niet-woningen geleidelijk naar niveau omliggende gemeenten brengen. Zie ook raadsbesluit Belastingnota. Vanaf 2024: kostendekkendheid afvalstoffenheffing geleidelijk verhogen (90% in 2024, 93% in 2025, 96% in 2026 en 100% in 2027) Inflatie doorrekenen op eigen inkomsten 5% bezuinigen op personeelsbegroting Onderhoud groen: verlaging budget met 10% Extra tariefverhoging OZB woningen boven inflatie Totaal

2025

2026

2027

2028

-436.800

-695.400

-970.200

-970.200

-581.400 -380.000 0 0 0 -1.398.200

-883.900 -767.600 0 0 0 -2.346.900

-1.341.700 -1.321.000 -1.245.300 -375.000 -500.000 -5.753.200

-1.341.700 -1.321.000 -1.245.300 -375.000 -500.000 -5.753.200

3.2 Raadsvoorstellen met financieel effect voorjaarsnota Na de vaststelling van de begroting 2024-2027 zijn raadsvoorstellen goedgekeurd met een financieel effect op het begrotingsresultaat. Deze zijn hieronder weergegeven. Bedrag (in €) -/- = voordeel + = nadeel Investering Hondenbeleid 2024 (€623.000 in 2024) Dekking investering Hondenbeleid 2024 uit exploitatiebudget hondenvoorzieningen Investering Kruidentuin 10 t.b.v. herhuisvesting maatschappelijke partijen (€40.000 in 2024) Investeringen Rehabilitaties Wegen (€1.020.000 per jaar vanaf 2025) Investeringen Speelruimteplan (€45.000 per jaar vanaf 2024) Dekking investering door budget 'Bewegen om de hoek' en ‘meedoen' Dienstverleningsovereenkomst Dierenbescherming Totaal

2025 62.300 -62.300

2026 62.300 -62.300

2027 62.300 -62.300

2028 62.300 -62.300

4.000 3.800 -3.800 31.000 35.000

4.000 34.000 7.600 -7.600 31.000 69.000

4.000 68.000 11.400 -11.400 31.000 103.000

4.000 102.000 15.200 -15.200 31.000 137.000

3.3 Structurele effecten jaarrekening 2023 Gronden en landerijen (€ 80.000 structureel) De opbrengst uit pachten en huren op het onderdeel gronden en landerijen is structureel € 80.000 hoger dan begroot door hogere inkomsten voor opstalrechten en verhuur van gronden/volkstuinen. Buurtsportcoaches (€ 115.000 structureel) Kijk Op Welzijn zet jaarlijks buursportcoaches in om sport- en beweegactiviteiten te organiseren, dat blijft ook zo. Dit voordeel ontstaat doordat wij de Specifieke Uitkering Brede Combinatiefunctionaris Regeling hebben verwerkt. Hierdoor wordt 40% van de kosten gedekt. Daarnaast bleek er sprake van onder uitputting van dit budget. In totaal geeft dit een structureel voordeel van € 115.000 is.

3.4 Cao-stijgingen Stelpost prijs- en loonontwikkeling 2024 (€ 1.480.000 structureel) Met de Provincie Zuid-Holland hebben we afgesproken om een stelpost voor de prijs- en loonontwikkeling op te nemen in de Begroting 2024-2027. De stelpost van 2024 van € 1,48 mln. mag volgens de afspraken structureel vrijvallen. Cao-stijging gemeenteambtenaren (€ 1.557.200 structureel) De salarissen voor gemeenteambtenaren zijn in 2024 gestegen. De cao loopt vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025. In totaal is er een stijging van 6%. Medewerkers in de reguliere salarisschalen krijgen per 1 januari 2024 een salarisverhoging van 4,75% en per 1 oktober een salarisverhoging van 1,25%. De structurele effecten waren niet verwerkt in de begroting 2024-2027. De effecten over het jaar 2024 worden verwerkt bij de tussenrapportage 2024. In de voorjaarsnota worden de structurele effecten vanuit 2024 en de verhoging tot en met 31 maart 2025 meegenomen. Cao-stijging rijksambtenaren (€ 65.000 structureel) De vakbonden en werkgever Rijk hebben op 24 april 2024 een handtekening gezet onder het Akkoord over CAO Rijk 2024-2025. De afspraken in het Akkoord worden in de loop van juni verwerkt in een nieuwe cao. De nieuwe cao geldt vanaf 1 juli 2024 tot en met 31 december 2025.

7

3.5 Gemeenschappelijke regelingen Hieronder is een tabel met de mutaties van de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen weergegeven. Bedrag (in €) -/- = voordeel + = nadeel Veiligheidsregio (VRR) Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond (GGD Rotterdam-Rijnmond) Gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) Natuur en Recreatiegebied IJsselmonde (NRIJ) De Bedrijfsvoeringspartner (DBP) - Taakstelling 5% De Bedrijfsvoeringspartner (DBP) Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) Totaal

2025 53.979 25.200 2.272.066 31.400 1.143.000 4.475 3.530.120

2026 62.370 25.200 2.272.066 1.254.500 -684.678 4.475 2.933.933

2027 62.370 25.200 2.272.066 1.254.500 -684.678 4.475 2.933.933

2028 62.370 25.200 2.272.066 1.254.500 -684.678 4.475 2.933.933

2027 37.400 37.400

2028 37.400 37.400

3.6 Raadvoorstellen met integrale afweging bij voorjaarsnota Bedrag (in €) -/- = voordeel + = nadeel Extra hondenbeleid Speelruimteplan Totaal

2025 37.400 37.400

2026 37.400 37.400

In de raadsvergadering van 30 januari 2024 heeft de raad besloten het benodigde extra investeringsbudget voor het speelruimteplan van € 90.000,- vanaf 2028 ten behoeve van de areaaluitbreiding te betrekken in de integrale afweging bij de voorjaarsnota 2025. De afschrijvingslasten zijn in 2029 pas zichtbaar.

3.7 Programma 1 Bestuur en ondersteuning Bedrag (in €) -/- = voordeel + = nadeel Secretarieleges Verkiezingen Totaal

2025 75.000 -127.300 -52.300

2026 61.400 61.400

2027 3.500 3.500

2028 -1.500 -1.500

Secretarieleges (€ 75.000 incidenteel) De looptijd van paspoorten is enkele jaren geleden verlengd van 5 naar 10 jaar. Daardoor ontstaat de komende 5 jaar een piek in het aantal aanvragen voor reisdocumenten. Dit leidt tot meer legesinkomsten. Om de wachttijden op een acceptabel niveau te houden is er in deze jaren extra capaciteit aan de balies nodig. De kosten hiervoor bedragen circa € 75.000. De verhoging van de legesinkomsten is in de meerjarenbegroting 2024 opgenomen, maar de extra personele lasten niet. We nemen de lasten bij de voorjaarsnota vooralsnog alleen voor 2025 op. In 2024 en 2025 onderzoeken of we het aanvraag en afhaalproces nog verder gestroomlijnd kan worden, zodat daarmee eventueel (een deel van) de extra kosten komen te vervallen. Verkiezingen (-€ 127.000 in 2025; € 61.400 in 2026; € 3.500 in 2027; -€ 1.500 in 2028) De Kieswet is per 1 januari 2023 gewijzigd. Als gevolg hiervan moeten we een tweede dag organiseren voor het tellen van de stemmen en het vaststellen van de uitslag. Op basis van de ervaringen in 2023 hebben we de kosten per verkiezing geactualiseerd. Door de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen in 2024 ontstaat er in 2025 een voordeel van € 127.000.

8

3.8 Programma 6 Sport, Cultuur en Recreatie Bedrag (in €) -/- = voordeel + = nadeel Straatreiniging - vegen Straatreiniging - onkruidbestrijding Hogere bijdrage zwerfafval Wijkbeheer onderhoud buitenruimte Indexering UAV-GC Totaal

2025 70.000 130.000 -80.000 25.000 31.300 176.300

2026 70.000 130.000 -80.000 25.000 31.300 176.300

2027 70.000 130.000 -80.000 25.000 31.300 176.300

2028 70.000 130.000 -80.000 25.000 31.300 176.300

Straatreiniging – vegen (€ 70.000 structureel) Na een gedetailleerde analyse van de contractdocumenten blijkt dat de kosten voor het vegen van de openbare verharding €70.000 hoger zijn dan het beschikbare budget. Straatreiniging – onkruidbestrijding (€ 130.000 structureel) Na een gedetailleerde analyse van de contractdocumenten blijkt dat de kosten voor het bestrijden van onkruid op verharding €130.000 hoger zijn dan het beschikbare budget. Hogere bijdrage zwerfafval (€ 80.000 structureel) Tot 2024 ontving de gemeente een vergoeding uit het Afvalfonds Verpakkingen (€68.000 ontvangen in 2023 tegenover €52.000 begroot). De zwerfafvalvergoeding vanaf 2024 wordt gebaseerd op de Europese Single Use Plastic-richtlijn. Voor middelkleine gemeentes (30.000-100.000 inwoners) betekent dit een vergoeding van €3,02 per inwoner (Proefberekening vergoeding SUP in zwerfafval gepubliceerd - NVRD). Uitgaande van 49.000 inwoners bedraagt de SUP-vergoeding voor Barendrecht €148.000. Dit levert structurele budgetruimte op. Indexering UAV-GC (€ 31.300 structureel) De UAV-GC-overeenkomst regulier onderhoud en verbeteringen Koedoodseplas, Gaatkensplas en Noordrand (2020) is voor 10 jaar in combinatie met Albrandswaard gegund aan een aannemer. De Barendrechtse lasten voor deze overeenkomst zijn € 1,7 miljoen over een looptijd van 10 jaar (€170.000,- per jaar).

De index vanaf de start van de overeenkomst tot januari 2024 bedraagt 18,42%. Dit betekent vanaf 2024 een extra last van 18,42% van € 170.000,00 is € 31.310,79 per jaar op dit project. Voor 2024 kan het nog vanuit het reguliere budget betaald worden. Het betreft een bovenmatige contractuele prijsstijging die niet opgevangen kan worden met de reguliere prijsinflatie. Vandaar dat deze apart bij de voorjaarsnota wordt aangevraagd.

3.9 Programma 7 Sociaal Domein In dit hoofdstuk is zichtbaar dat er veel budgetten worden opgehoogd. Belangrijk te vermelden is dat er bij deze budgetten al rekening is gehouden met het slagen van een aantal actieplannen om kosten in het sociaal domein structureel te verlagen. Bij het niet slagen van dergelijke actieplannen zullen de bedragen dus hoger uitvallen dan in dit hoofdstuk benoemd. Bedrag (in €) -/- = voordeel + = nadeel Gebundelde Uitkeringen (BUIG) Inzet in wijkteams WMO huishoudelijke verzorging ZIN WMO Begeleiding WMO Dagbesteding WMO Dagbestedingsvervoer WMO Advieskosten WMO Voorzieningen - Gehandicapten Lokale Jeugdhulp Totaal

2025 900.000 306.000 459.000 150.000 50.000 105.000 45.000 109.000 806.830 2.930.830

2026 900.000 306.000 459.000 150.000 50.000 105.000 45.000 109.000 806.830 2.930.830

2027 900.000 306.000 459.000 150.000 50.000 105.000 45.000 109.000 806.830 2.930.830

2028 900.000 306.000 459.000 150.000 50.000 105.000 45.000 109.000 806.830 2.930.830

Gebundelde Uitkeringen (BUIG) (€ 900.000 structureel) Voor 2025 is nodig dat er een stevige bijraming komt vanwege het structurele tekort op de BUIG. Voor de jaren 2026 zetten we ons in om meer mensen naar werk te begeleiden. Dit levert een meerjarige besparing op. Deze besparing is opgenomen onder de dekkingsmaatregelen (hoofdstuk 4).

9

Inzet in wijkteams (€ 306.000 structureel) Op basis van een cao-stijging voor 2025 is een totale doorrekening gemaakt van het budget ‘inzet in wijkteams’. Toekomstige cao-verhogingen na 2025 zijn nog niet duidelijk waardoor de cao-verhoging van 2025 is toegepast voor de daaropvolgende jaren. WMO Huishoudelijk hulp ZIN (€ 459.000 structureel) In de mutatie voor 2025 hebben we rekening gehouden met de te verwachten cao-stijging maar ook met de toenemende vergrijzing in onze gemeente. Deze laatste zal maken dat er meer gebruik zal worden gemaakt van huishoudelijke verzorging. Vanaf 2026 wordt er mogelijk een inkomensafhankelijke bijdrage toegepast, waardoor we verwachten dat het gebruik van de huishoudelijke verzorging zal afnemen. Omdat we geen zicht hebben op betrouwbare cijfers rondom cao-stijgingen in de jaren na 2025 nemen we deze niet mee in de mutaties. WMO Begeleiding (€ 150.000 structureel) In 2025 gaan we uit van een bijraming die gelijk is 2024. Deze bijraming is gebaseerd op de te verwachten vergrijzing die in Barendrecht sterker is. Hierdoor zal naar verwachting meer inwoners gebruik gaan maken van begeleiding of dagbesteding. Daarnaast houden we rekening met de verwachte indexatie en cao-stijging voor het jaar 2025. Voor de jaren daarna kunnen we hier nog geen betrouwbare uitspraken over doen.

WMO Dagbesteding (€ 50.000 structureel) Voor 2025 en verdere jaren is de verwachting dat er meer budget nodig is vanwege de verwachte indexatie/loonstijging, de vergrijzing zoals we die in Barendrecht zien ontwikkelen en de landelijke ontwikkeling rondom langer thuis wonen. In de stijging houden we rekening met de cao-indexering voor 2025. Voor de jaren daarna is daar nog geen betrouwbare inschatting te maken. WMO Dagbestedingsvervoer (€ 105.000 structureel) Voor 2025 en de daaropvolgende jaren verwachten we een structurele verhoging van het budget vanwege de indexatie/loonstijging en de vergrijzing in Barendrecht, die sneller stijgt als het landelijke gemiddelde. We rekenen alleen met de cao-stijging voor 2025, omdat voor de jaren daarna nog geen inschattingen gemaakt kunnen worden. WMO advieskosten (€ 45.000 structureel) Voor 2025 zullen we rekening moeten houden met een stijging van de kosten voor medisch advies die veroorzaakt wordt door, prijsindexatie, een nieuw contract (aanbesteding) per 2025 met naar verwachting hogere tarieven en een toename van medisch adviesaanvragen vanwege de stijgende vergrijzing in Barendrecht én dat mensen langer thuis moeten blijven wonen. Omdat we voor de jaren 2026 en verder nog geen uitspraken kunnen doen over betrouwbare indexaties, passen we hier alleen de mutatie zoals in 2025 toe.

WMO Voorzieningen- Gehandicapten (€ 109.000 structureel) Voor 2025 en verder is deze verhoging structureel meegenomen vanwege o.a. de jaarlijkse indexatie. Omdat we nog geen betrouwbare indexatie kunnen toepassen voor de jaren na 2025, passen we hier alleen de indexatie van 2025 toe. Daarnaast zien we een versterkte vergrijzing in Barendrecht, waarbij het de bedoeling is dat mensen langer thuis blijven wonen. Hierdoor verwachten we een stijging in de aanvraag voor aanpassingen aan de woningen die van invloed is op deze mutatie. Lokale Jeugdhulp (€ 806.830 structureel) In contractafspraken met de zorgaanbieders hebben we afgesproken dat we de OVA-indexatie hanteren voor prijsstijgingen. Na 2025 hebben we nog geen zicht op betrouwbare verhogingen, daarom verwerken we de verhoging van 2025 voor de jaren die daarop volgen.

10

3.10 Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing Bedrag (in €) -/- = voordeel + = nadeel Vergoeding OZB belasting Integraal Huisvestingsplan - uitvoeringsplan Integraal huisvestingsplan - uitvoeren onderzoeken Totaal

2025 35.000 60.000 50.000 145.000

2026 35.000 35.000

2027 35.000 35.000

2028 35.000 35.000

Vergoeding OZB (€ 35.000 structureel) Eén schoolbestuur heeft verzuimd de vergoeding OZB te declareren. Om dit recht alsnog na te komen, zal dit met terugwerkende kracht vanaf het moment van bekendmaking over een periode van 5 jaar vergoed moeten worden. Na deze eenmalige vergoeding in 2024, zal deze vergoeding jaarlijks plaatsvinden. Integraal Huisvestingsplan – updaten verordening en schoolpleinnotitie (€ 60.000 incidenteel) In het IHP wordt geadviseerd een gedetailleerd uitvoeringsplan voor de Rehobotschool op te stellen. Dit plan zal specifieke stappen, benodigde middelen en een tijdschema bevatten om de doelstellingen van het IHP voor de school te bereiken. Dit helpt de implementatie van het plan effectief te coördineren en succes te verzekeren. Deze aanvraag wordt meegenomen in het raadsvoorstel Integraal Huisvestingsplan (IHP). Integraal Huisvestingsplan – uitvoeren onderzoek (€ 50.000 incidenteel) Een budget van € 50.000 is nodig voor het uitvoeren van geadviseerde onderzoeken, zoals het opstellen van leerlingenprognoses, technisch onderzoek en onderzoek naar normatieve leegstand. Deze onderzoeken zijn belangrijk om inzicht te krijgen in toekomstige behoeften, de staat van onderwijsfaciliteiten en mogelijkheden voor efficiënter gebruik van bestaande ruimte.

Dit budget is om een solide basis te leggen voor de planning en uitvoering van onderwijsfaciliteiten in Barendrecht. Deze aanvraag wordt meegenomen in het raadsvoorstel Integraal Huisvestingsplan (IHP).

11

4. Mogelijke dekkingsmaatregelen voor een sluitende begroting Het financieel meerjarenbeeld van de gemeente Barendrecht is negatief. Het tekort in 2025 is ruim € 5,1 mln. Het ravijnjaar 2026 laat een veel groter tekort zien van zo’n € 9,4 mln. De tekorten voor 2027 en 2028 liggen rond de € 5,6 miljoen.

4.1 Voorstel dekkingsmaatregelen Om op het negatief meerjarenbeeld te anticiperen stelt het college de onderstaande dekkingsmaatregelen voor. Bedrag (in €) -/- = voordeel + = nadeel Belastingen OZB-woningen: correctie niet doorberekende inflatie 2021-2023 OZB niet-woningen naar regionaal gemiddelde brengen Tarieven toeristenbelasting naar landelijk gemiddelde brengen Veiligheid Besparen integraal veiligheidsbeleid 2024-2028 Groen, wegen en openbaar groen Onderhoud klinker- en tegel verharding meer op ad-hoc basis Verhogen tarieven begraafplaatsen Kostendekkendheid afval versneld naar 100% Maatschappij Gebundelde uitkeringen (BUIG) Subsidieregeling vraaggerichte cultuurplannen Culturele activiteiten Re-integratietrajecten Sportbeleid (subsidies) Minimabeleid (minimapolis) Aanvullend preventief pakket CJG Kijk op Welzijn Organisatie Besparen op organisatie (extra bovenop verbeterplan ) Totaal

2025

2026

2027

2028

-884.000 -1.455.000 -58.000

-776.000 -1.118.000 -58.000

-718.000 -58.000

-718.000 -58.000

-150.000

-150.000

-150.000

-150.000

-500.000 -68.000 -760.000

-500.000 -68.000 -458.000

-500.000 -68.000 -

-500.000 -68.000 -

-45.000 -20.800 -200.000 -69.500 -400.000 -62.900 -500.000

-300.000 -45.000 -27.600 -200.000 -138.500 -400.000 -126.000 -750.000

-600.000 -45.000 -34.400 -200.000 -138.500 -400.000 -126.000 -750.000

-900.000 -45.000 -41.200 -200.000 -138.500 -400.000 -126.000 -750.000

-645.000 -5.818.200

-645.000 -5.760.100

-3.787.900

-4.094.700

OZB-woningen: correctie niet doorberekende inflatie 2021-2023 (-€ 884.000 in 2025; -€ 776.000 in 2026) Tarieven woningen in 2025 corrigeren naar niet doorgerekende inflatie van afgelopen jaren. Bedragen zijn inclusief de al in de begroting verwerkte stelposten OZB-woningen uit het “verbeterplan begroting 2024”. De verhoging bedraagt 13,1%. In de voorjaarsnota wordt jaarlijks het geschatte inflatiepercentage als uitgangspunt voor de op te stellen begroting bepaald. Dit kan afwijken van de werkelijke inflatie. Vanaf 2021 is er een aanzienlijk verschil tussen de ingeschatte en de daadwerkelijke inflatie, zoals in onderstaande tabel aangegeven. Met dit voorstel wordt de eerder niet doorberekende inflatie alsnog verwerkt in de nieuwe tarieven. Jaar

In de begroting doorgevoerd tarieven in %

Werkelijk (uit augustusraming CPB) in %

Verschil in %

2021

1,6

2,8

-1,2

2022

1,6

11,6

-10,0

2023

2,2

4,1

-1,9

2024

3,2 (doorgevoerd in tarieven: 3,9) 2,5

3,9

0,0

2025 Totaal

13,1

12

OZB niet-woningen naar regionaal gemiddelde brengen (-€ 1.455.000 in 2025; -€ 1.118.000 in 2026; -€ 718.000 in 2027 en 2028) Tarieven niet woningen worden verhoogd naar regionaal gemiddelde. Bedragen zijn inclusief de al in de begroting verwerkte stelposten OZB niet woningen uit het “verbeterplan begroting 2024”. De verhoging bedraagt 42% voor eigenaren van niet woningen en 34% voor gebruikers van niet woningen. De nieuwe tarieven zullen verwerkt worden in de belastingverordening die in de raad van december wordt vastgesteld en opgenomen wordt in de begroting 2025-2028. Tarieven toeristenbelasting naar landelijk gemiddelde brengen (-€ 58.000 structureel) De toeristenbelasting wordt verhoogd naar het landelijke gemiddelde. De nieuwe tarieven zullen verwerkt worden in de belastingverordening die in de raad van december wordt vastgesteld en opgenomen wordt in de begroting 2025-2028. Besparen integraal veiligheidsbeleid 2024-2028 (-€ 150.000 structureel) Team Veiligheid heeft structureel budget om uitvoering te geven aan de ambities uit het Integraal Veiligheidsbeleid. Er wordt ieder jaar in het uitvoeringsplan kritisch gekeken waar dit budget het meest effectief kan worden ingezet. Denk hierbij aan acties tegen ondermijning, cameratoezicht, de Veiligheidsdag, aanpak criminaliteit, preventie en voorlichting etc.

Consequenties van de verlaging zullen van jaar tot jaar verschillen afhankelijk van de focus van de uitvoeringsplannen. Maar zullen zich met name vertalen in minder voorlichtingscampagnes en preventieve acties. Onderhoud klinker- en tegel verharding meer op ad-hoc basis (-€ 500.000 structureel) Wegen op een lager kwaliteitsniveau beheren betekent lagere onderhoudskosten doordat meer oneffenheden worden toegestaan. Dit betreft alleen elementenverharding (klinkers en tegels) en betekent minder comfort voor de weggebruiker. Langere tijd lagere wegbeheerbudget houdt ook in meer ad hoc onderhoud om verharding veilig te houden. Asfaltverhardingen houden we op B-niveau om kapitaalvernietiging te voorkomen. Het aantal veegbeurten en onkruidbestrijdingsrondes op elementen- en asfaltverharding gaat omlaag en betekent een meer verwaarloosde aanblik van de openbare ruimte. Het aantal meldingen zal toenemen. Verhogen tarieven begraafplaatsen (-€ 68.000 structureel) Tussen de opbrengsten en de kosten van de begraafplaatsen bestaat een relatief groot verschil, dat door de algemene dienst wordt gedekt. Om de kostendekkendheid te vergroten worden de tarieven met 10% verhoogd. Kostendekkendheid afval versneld naar 100% (-€ 760.000 in 2025; -€458.000 in 2026) Met het verbeterplan is de kostendekkendheid met ingang van 2024 verhoogd naar 90%.

Daarna wordt de kostendekkendheid stapsgewijs verder verhoogd naar 93% in 2025, 96% in 2026 en in 2027 100%. Nu brengen we de kostendekkendheid in 2025 al naar 100%. Gebundelde uitkering (BUIG) (-€ 300.000 in 2026; -€600.000 in 2027; -€ 900.000 in 2028) Voor de jaren 2026 en daarna wordt stapsgewijs bespaard op de BUIG. Deze besparing is gekoppeld aan de opdracht meer Barendrechters aan het werk te helpen. Om dit te bereiken, ontwikkelen we een plan van aanpak met instroom-beperkende en uitstroom-bevorderende maatregelen op de korte, middellange en lange termijn, met als inzet het uitkeringsbestand met 10% te laten dalen. Subsidieregeling vraaggerichte cultuurplannen (-€ 45.000, structureel) Het budget dat was gereserveerd voor de subsidieregeling voor nieuwe vraaggerichte cultuurplannen wordt ingezet om het begrotingstekort te dekken. Concreet betekent er geen nieuwe subsidieregeling wordt opgesteld. Ook heeft het college besloten om de cultuursubsidies niet te indexeren. Culturele activiteiten (-€ 20.800 in 2025; -€ 27.600 in 2026; -€ 34.400 in 2027 en -€ 41.200 in 2028) Het college stelt voor om geen cultuurregisseur aan te stellen. Het budget voor de uitvoering van de Rijksregeling Cultuureducatie met kwaliteit blijft wel behouden. Hierdoor ontvangen leerlingen nog steeds cultuuronderwijs op school omdat dit bekostigd wordt vanuit de Rijksregeling.

De cultuurregisseur zou de 13

culturele activiteiten in de vrije tijd verder oppakken, dit komt te vervallen. Daarnaast zal ook kritisch worden gekeken naar subsidies voor al bestaande culturele activiteiten. Re-integratietrajecten (-€ 200.000 structureel) De raad wordt voorgesteld het budget voor re-integratietrajecten te verlagen met € 200.000. In de afgelopen periode is onder andere een pilot gedraaid met Jellooo, een re-integratiebureau dat een integrale aanpak hanteert voor inwoners die richting werk begeleid worden. Deze pilot was succesvol, echter de verwachting is dat deze manier van werken ook door het wijkteam kan worden gedaan aangezien het wijkteam ook een integrale blik heeft op inwoners, tijdig de juiste hulp kan inzetten wanneer dit nodig is en oplossingsgericht denkt en werkt. Dit betekent dat de re-integratietrajecten meer gecentraliseerd en gestructureerd zullen plaatsvinden vanuit het wijkteam en de inzet van Jelloo niet langer nodig is. Sport- en subsidiebeleid (-€ 69.500 in 2025; -€ 138.500 structureel vanaf 2026) De ingeboekte besparing voor 2025 kan uit bestaande budgetten worden gedekt. Er wordt gewerkt aan nieuw sportbeleid dat voor eind 2024 gereed moet zijn. De wijze van subsidieverstrekking zal ook meegenomen moeten worden. Voor 2026 e.v. is het noodzakelijk om samen met de Sportraad en de sportverenigingen te komen tot een verlaging van het subsidiebudget met € 70.000.

Bij het nieuwe beleid betrekken we de vraag of dit voor alle sportverenigingen zal gelden en onder welke voorwaarden sportverenigingen nog wel incidentele en/of structurele subsidies zullen ontvangen. Minimabeleid (minimapolis) (-€ 400.000 structureel) Momenteel betaalt gemeente Barendrecht jaarlijkse meer dan € 400.000 voor de minimapolis, die bedoeld is om zorgmijding tegen te gaan en om te zorgen dat zorg toegankelijk is voor inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm. Uit onderzoek blijkt dat de betaalde premie door deelnemers aan de minimapolis niet lager is dan die van een reguliere verzekering, terwijl de gemeente wel extra kosten hiervoor draagt. Daarom wordt de raad voorgesteld te stoppen met het aanbieden van de minimapolis wat een besparing van € 400.000 oplevert. Een mogelijk nadeel is dat sommige inwoners die nu gebruik maken van de minimapolis in de toekomst mogelijk zorg zullen mijden door de afschaffing van deze polis. Dit kan echter voorkomen worden door goede communicatie en een deel van de besparing effectief in te zetten voor de meest kwetsbare groepen. Aanvullend preventief pakket CJG (-€ 62.900 in 2025; -€ 126.000 structureel vanaf 2026) Het CJG biedt een aantal preventieve activiteiten aan waarvan het budget nu wordt gehalveerd.

Sommige activiteiten zullen uit andere budgetten betaald worden die incidenteel beschikbaar zijn, echter een ander deel van de activiteiten zal niet meer worden aangeboden. Momenteel wordt bekeken welke activiteiten zullen worden gestopt. Het gevolg hiervan zou kunnen zijn dat een deel van de hulp- en zorgvragen die nu preventief worden opgelost bij een andere organisatie zoals het wijkteam terecht zullen komen, of dat er vaker een beroep zal worden gedaan op ondersteuning via de Jeugdwet. Kijk op Welzijn (-€ 500.000 in 2025; -€ 750.000 structureel vanaf 2026) Het college is van plan de subsidiebijdrage aan Kijk op Welzijn te verlagen. Dit betekent dat een deel van de activiteiten die Kijk op Welzijn momenteel aanbiedt, zal worden afgeschaald. Hiervoor worden diverse scenario’s ontwikkeld die worden afgezet tegen de visie op welzijn en waarbij wordt onderzocht wat de lijn en samenhang is tussen diverse preventieve activiteiten die worden aangeboden door organisaties in het voorliggend veld. Bekeken wordt of activiteiten bijvoorbeeld efficiënter kunnen, welke minder succesvolle activiteiten uit het aanbod kunnen of die juist door het eigen netwerk van inwoners kunnen worden gedaan. Het verlagen van de subsidiebijdrage zal over een langere termijn gebeuren, waarbij gemonitord wordt wat de gemaakte prestatieafspraken en kosten voor (gewenste) resultaten opleveren.

Besparen op organisatie (-€ 645.000 in 2025 en 2026) Vanaf 2024 willen we de projectbudgetten nog efficiënter benutten. Concreet worden er meer personele lasten geboekt op budgetten buiten de personeelsbegroting, waar tevens dekking aanwezig is voor personele lasten. Denk hierbij aan het benutten van SISA-regelingen en het toerekenen van personeelskosten aan vooraf gecalculeerde (civiele) projecten. Tot op heden is hier conservatiever mee omgegaan. De verwachting is dat dit een besparing van € 645.000 structureel kan opleveren op het personeelsbudget. 14

Daarnaast gaan we, in lijn met het eerder vastgestelde verbeterplan op zoek naar mogelijkheden om vanaf 2027 extra besparingen te realiseren op de organisatie. Dit kan op een aantal plekken leiden tot het versoberen van de dienstverlening. In het verbeterplan bij de begroting 2024-2027 is een jaarlijks bedrag van € 1.245.300 voor de jaren 2027 en 2028 opgenomen.

4.2 Meerjarenperspectief 2025-2028 na dekkingsmaatregelen Op basis van het meerjarenperspectief zoals geschetst in hoofdstuk 3 en de dekkingsmaatregelen zoals hierboven weergegeven, komen we op het volgende meerjarenperspectief. Bedrag (in €) -/- = voordeel + = nadeel

2025

2026

2027

2028

Startpunt begroting 2025-2028 Stand begroting 2024-2027 Mutaties septembercirculaire 2023 Stelpost indexering (na septembercirculaire 2023) Correctie deelnemersbijdrage GRJR (2e ophoging) Amendement Buitenbad Inge de Bruijn zwembad Maatregelen verbeterplan Mutaties decembercirculaire 2023

-1.726.300 -476.000 1.068.400 760.600 163.900 -1.398.200 -

1.363.300 -450.000 3.766.400 760.600 163.900 -2.346.900 -

-65.900 -1.846.000 6.132.300 760.600 163.900 -5.753.200 -

-65.900 -1.846.000 6.132.300 760.600 163.900 -5.753.200 -

Saldo Begroting 2025-2028

-1.607.600

3.257.300

-608.300

-608.300

35.000

69.000

103.000

137.000

Saldo Begroting 2025-2028 inclusief voorstellen

-1.572.600

3.326.300

-505.300

-471.300

Structurele effecten jaarrekening 2023 Indexaties Kostenontwikkelingen Gemeenschappelijke Regelingen Raadsvoorstellen met uitwerking VJN Onvermijdelijke ontwikkelingen

-195.000 142.200 3.530.120 37.400 3.199.830

-195.000 142.200 2.933.933 37.400 3.203.530

-195.000 142.200 2.933.933 37.400 3.145.630

-195.000 142.200 2.933.933 37.400 3.140.630

Saldo Meerjarenbegroting 2025-2028

5.141.950

9.448.363

5.558.863

5.587.863

Dekkingsmaatregelen 2025-2028

-5.818.200

-5.760.100

-3.787.900

-4.094.700

Saldo Meerjarenbegroting 2025-2028 (na dekkingsmaatregelen)

-676.250

3.688.263

1.770.963

1.493.163

Voorstellen t/m 23 april

15

5. Begrotingsuitgangspunten programmabegroting 2025-2028 Inleiding

In deze bijlage wordt het financiële beleid (kaders) uiteengezet, waarmee de voorjaarsnota en de begroting worden opgesteld.

Indeling programmabegroting 2025-2028

1. Bestuur en ondersteuning 2. Veiligheid 3. Verkeer, Vervoer en Waterstaat 4. Economie 5. Onderwijs 6. Sport, Cultuur en Recreatie 7. Sociaal domein 8. Volksgezondheid en Milieu 9. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing Daarnaast maken de Algemene Dekkingsmiddelen onderdeel uit van de indeling. De programma’s zijn verdeeld in ambities en speerpunten.

Financieel toezichtskader provincie

De provincie Zuid-Holland houdt toezicht op de financiën van de gemeenten op basis van artikel 203 van de Gemeentewet. In de Begrotingscirculaire gemeenten 2025 zijn de wettelijke criteria en aantal (actuele) onderwerpen opgenomen die bijzondere aandacht verdienen voor het financiële toezicht. Deze gelden ook voor de begroting 2025-2028. De provincie kent twee vormen van toezicht: • Preventief toezicht (toezicht vooraf): de gemeente kan formeel geen uitgaven doen zonder machtiging van de provincie. • Repressief toezicht (toezicht achteraf): de provincie volstaat ermee de gemeente op afstand te volgen via de begroting, jaarrekening, overige ter kennisneming ingezonden financiële stukken en het voeren van overleg op ambtelijk niveau. Voor het nemen van deze beslissing hierover vormt de provincie zich over de volgende elementen een oordeel: • De begroting 2025 moet structureel en reëel in evenwicht zijn of als de begroting 2025 niet in evenwicht is, moeten de jaarschijven 2027 en 2028 in evenwicht zijn. • De vastgestelde begroting 2025 moet vóór 15 november 2024 aan Gedeputeerde Staten te zijn toegezonden. Met het ‘structureel en reëel evenwicht’, in bovenstaande punten, wordt bedoeld dat in de begroting de structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Reëel houdt in dat sprake is van volledige, realistische en haalbare ramingen.

Bij mogelijke bezuinigingen, ombuigingen en taakstellingen wordt gesteld dat deze ook voldoende onderbouwd moeten zijn met een reëel bezuinigingsplan. Daarmee wordt bedoeld dat het een aannemelijk plan is met voldoende zekerheid om de maatregelen tijdig en volledig te realiseren.

Baten

Algemene uitkering gemeentefonds Bij de berekening van de Algemene uitkering voor de begroting 2025 wordt uitgegaan van de meicirculaire 2024. In deze voorjaarsnota 2025 is rekening gehouden met de uitkomsten van de circulaires tot en met december 2023. Algemene reserve De algemene reserve maakt deel uit van de berekening van het weerstandsvermogen en weerstandsratio. De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. De normtabel biedt de landelijk geaccepteerde waardering van de berekende ratio. Het streven is een weerstandsratio van 1,0. 16

Indexering van (belasting)tarieven en heffingen) Belastingen en heffingen worden conform het tarievenbeleid met de inflatie gecorrigeerd dan wel trendmatig verhoogd. Daarnaast wordt bij de opbrengsten rekening gehouden met de woningbouwplanning (areaaluitbreiding) en verminderingen op aanslagen (in verband met bezwaren). Voor 2025 wordt uitgegaan van een inflatiepercentage van 2,5% (geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) (CPB februari 2024).

Lasten

Loon- en Prijsontwikkeling Het Centraal Plan Bureau (CPB) volgt de prijsontwikkelingen nauwlettend en stelt periodiek de indexeringspercentages bij. Die indexeringspercentages worden gepubliceerd in de mei- en septembercirculaire van het gemeentefonds. De hoge inflatie heeft gevolgen voor zowel de lasten als de baten in de begroting. De extra uitgaven voor loon- en prijsontwikkelingen van gemeenten worden voornamelijk door het Rijk gecompenseerd via de loon- en prijscompensatie in de accressen van het gemeentefonds. De toezichthouder gaat ervan uit dat we de loon- en prijsstijging aan de lastenkant van de begroting minimaal laat aansluiten op de in de meicirculaire gepubliceerde index. Voor loon- en prijsontwikkelingen worden daarom de bedragen die hiervoor ontvangen worden in de meicirculaire 2024 afgezonderd op een stelpost. Regionale indexering (vier grote) gemeenschappelijke regelingen In december 2023 heeft het college ingestemd met de door de Kring van gemeentesecretarissen voorgestelde financiële kaders voor de op te stellen begrotingen 2025 door gemeenschappelijke regelingen VRR, GGD, DCMR en GRJR. Dit betekent toepassing van een (totale) inflatiecorrectie van 6,8% waarbij ook de afgelopen drie jaren zijn geactualiseerd op basis van de werkelijke inflatie. Voor de MRDH geldt een afwijkend percentage.

Regio Haaglanden coördineert de indexering van de inwonersbijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Deze indexering komt uit op 6,7% voor loonkosten en 12,2% voor materiële kosten. De bijdrage per inwoner neemt daardoor per saldo toe met 1,8% van € 2,77 tot € 2,82 in 2025. De bijdragen uit de begrotingen 2025 van de verbonden partijen, gebaseerd op bovenstaande uitgangspunten, worden na vaststelling door de gemeenteraad opgenomen in de begroting 2025 van Barendrecht. Marktrente financieringstekort De marktrente voor het te berekenen financieringstekort wordt gebaseerd op de rente (ontwikkelingen) van een 20-jarige lening met jaarlijkse aflossing.

17

Bijlage 1 - Impactanalyse Maatregelen

Maatschappelijke impact: wat betekent dit voor de Barendrechter?

Uitvoerbaarheid

Besparing

2025

2026

2027

2028

-

Belastingen OZB-woningen: correctie niet doorberekende inflatie 2021-2023

Deze maatregel raakt alle woningeigenaren. Bij een gemiddelde woningwaarde van € 421.000 betekent dit voor het jaar 2025 voor de Barendrechter een verhoging van € 48,42 ten opzichte van 2024. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde 2024 is het verschil € 35,37. De verhoging betreft een herstel van niet volledig doorgerekende inflatie over de jaren 21, 22 en 23. De inflatie viel met name in 22 veel hoger uit dan op voorhand ingeschat.

Eenvoudig

- 884.000

-776.000

-

OZB niet-woningen naar regionaal gemiddelde brengen

Deze verhoging raakt eigenaren en gebruikers van bedrijfspanden. Het Barendrechtse tarief liep fors achter bij de omliggende gemeente en wordt met deze verhoging naar het regionale gemiddelde gebracht. Bij een WOZ-waarde van 500.000 euro gaat de eigenaar in 2025 € 492,03 (€ 27 euro meer dan het landelijk gemiddelde) extra betalen ten opzichte van 2024. De gebruiker gaat € 311,- extra betalen ten opzichte van 2024 (€ 87 meer dan het landelijk gemiddelde).

Eenvoudig

-1.455.000

-1.118.000

-718.000

-718.000

Tarieven toeristenbelasting naar landelijk gemiddelde brengen

Het tarief wordt per 2-25 verhoogd van € 0,75 naar € 2,50 euro. Hiermee wordt het meer in lijn gebracht met het landelijk gemiddelde (€ 2,34). Dit levert structureel een extra opbrengst op van € 58.000.

Eenvoudig

-58.000

-58.000

-58.000

-58.000

We ramen structureel € 150.000 euro af op het budget IVB. Het gaat enerzijds om een aframing van € 75.000 aan afschrijvingslasten, als gevolg van investeringen die zijn komen te vervallen. De overige € 75.000 is een besparing op het budget, in het kader van het sluitend maken van de begroting 2025. We houden in de uitvoering van het Integraal Veiligheidsbeleid rekening met de besparing en passen de uitvoeringsplannen hier waar nodig op aan. Op gebied van uitvoering (handhavingsacties, educatie, voorlichting etc.) wordt geen verschil verwacht met voorgaande jaren.

Eenvoudig

-150.000

-150.000

-150.000

-150.000

Wegen op een lager kwaliteitsniveau beheren betekent lagere onderhoudskosten doordat meer oneffenheden worden toegestaan. Dit betreft alleen elementenverharding (klinkers en tegels) en betekent minder comfort voor de weggebruiker. Langere tijd een lager wegbeheerbudget houdt ook in meer ad hoc onderhoud om verharding veilig te houden. Asfaltverhardingen houden we op Bniveau om kapitaalvernietiging te voorkomen. Het aantal veegbeurten en onkruidbestrijdings-rondes op elementen- en asfaltverharding gaat omlaag en betekent een meer verwaarloosde aanblik van de openbare ruimte. Het aantal meldingen zal toenemen. Heldere communicatie en verwachtingsmanagement kan hierbij helpen.

Complex: de nieuwe afspraak moet in -500.000 onderhoudscontracten worden verwerkt en met aannemers worden afgestemd. Ook is aanvullend communicatie naar inwoners nodig om toename van meldingen te beperken. Waarschijnlijk is ook extra capaciteit nodig om een groter aantal meldingen af te handelen.

-500.000

-500.000

-500.000

Veiligheid Besparen integraal veiligheidsbeleid 2024-2028

Groen, wegen, openbaar groen Onderhoud klinker- en tegel verharding meer op ad-hoc basis

Maatregelen

Maatschappelijke impact: wat betekent dit voor de Barendrechter?

Uitvoerbaarheid

Besparing

2025

2026

2027

2028

Groen, wegen, openbaar groen Verhogen tarieven begraafplaatsen

Alle tarieven lijkbezorgingsgrechten worden met 10% verhoogd. Zo verbeteren we de kostendekkendheid. De kosten voor een graf blijven binnen het regionaal gemiddelde.

Eenvoudig

-68.000

-68.000

-68.000

-68.000

Kostendekkendheid afval versneld naar 100%

De stap van 85% naar 100% kostendekkendtarief wordt in één keer gezet. Het tarief voor huishoudens wordt met 15% verhoogd. Inwoners gaan dit financieel merken, omdat de kosten voor hen gaan stijgen.

Eenvoudig

-760.000

-458.000

-

-

Gebundelde Uitkeringen (BUIG)

Voor 2025 is nodig dat er een stevige bijraming komt vanwege het structurele tekort op de BUIG. Meer Barendrechters worden begeleid naar werk. Om dit te bereiken worden instroom-beperkende en uitstroom-bevorderende maatregelen op de korte, middellange en lange termijn getroffen, met als inzet het uitkeringsbestand met 10% te laten dalen.

Complex

- 300.000

-600.000

-900.000

Subsidieregeling vraaggerichte cultuurplannen

Door het verlagen van het budget voor cultuurbeleid zal er geen nieuwe subsidieregelingen worden opgesteld. Hierdoor kan de gemeente niet investeren in mogelijk nieuwe initiatieven op het gebied van cultuur, waardoor het cultuuraanbod waarschijnlijk eerder zal afnemen dan toenemen. Als dit het geval is, zal de Barendrechter mogelijk wat verder moeten reizen om deel te kunnen nemen aan culturele activiteiten.

Eenvoudig

-45.000

-45.000

-45.000

-45.000

Culturele activiteiten

Door verlaging van het budget voor culturele activiteiten zal geen cultuurregisseur worden aangesteld. Omdat het budget voor de uitvoering van de Rijksregeling Cultuureducatie met kwaliteit wel blijft bestaan, krijgen kinderen op school nog steeds cultuuronderwijs. Wel worden de subsidies voor bestaande culturele activiteiten kritisch bekeken. Concreet betekent dit voor de inwoner van Barendrecht dat er minder cultureel aanbod is, met name in de vrije tijd.

Eenvoudig

-20.800

-27.600

-34.400

-41.200

Re-integratietrajecten

Doordat het budget voor re-integratietrajecten wordt verlaagd, kunnen inwoners die nu een uitkering ontvangen hiervoor niet meer terecht bij externe organisaties maar vooral bij het wijkteam. Het wijkteam heeft ook een integrale blik op inwoners, kan tijdig de juiste hulp inzetten wanneer dit nodig is en werkt oplossingsgericht. Voor inwoners van Barendrecht met een uitkering is de consequentie dat zij mogelijk wat langer moeten wachten voor zij begeleid kunnen worden naar werk.

Eenvoudig: kan per 1 januari 2025 ingezet worden. Wel wordt een tijdsinvestering verwacht rondom het stopzetten van de huidige pilot en het ontwikkelen van een plan van aanpak om de bestandverlaging te kunnen realiseren.

-200.000

-200.000

-200.000

-200.000

Sport- en subsidiebeleid

Sportverenigingen zullen minder subsidie ontvangen en daardoor mogelijk financieel in de knel komen. Waarschijnlijk zullen sportverenigingen daardoor besluiten hun contributies te verhogen, wat voor leden impact heeft. De kosten per lid zouden hierdoor met enkele euro's per maand kunnen stijgen.

Eenvoudig: in 2025 realiseren we de besparing door overschot in huidige budget (minder subsidies aangevraagd dan verwacht). In 2026 worden subsidies verlaagd. Dit kost ambtelijke inzet om in gang te zetten.

-69.000

-138.500

-138.500

-138.500

Maatschappij

Maatregelen

Maatschappelijke impact: wat betekent dit voor de Barendrechter?

Uitvoerbaarheid

Besparing

2025

2026

2027

2028

Maatschappij Minimabeleid (minimapolis)

Momenteel betalen we jaarlijks meer dan € 400.000 voor de minimapolis, bedoeld om zorgmijding tegen te gaan en om te zorgen dat zorg toegankelijk is voor inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm. Uit onderzoek blijkt dat de door deelnemers betaalde premie niet lager is dan die van een reguliere verzekering, terwijl we hiervoor wel extra kosten dragen. We stellen de raad voor te stoppen met het aanbieden van de minimapolis. Dit bespaart € 400.000. Mogelijk nadeel: sommige inwoners zullen mogelijk zorg mijden door de afschaffing van deze polis. Dit kan voorkomen worden door goede communicatie en een deel van de besparing effectief in te zetten voor de meest kwetsbare groepen.

Eenvoudig: er wordt wel extra tijd en mogelijk ook ondersteuning verwacht om deze doelgroep bij een andere zorgverzekering onder te brengen.

-400.000

-400.000

-400.000

-400.000

Aanvullend preventief pakket CJG

Het CJG biedt een aantal preventieve activiteiten aan waarvan het budget nu wordt gehalveerd. Sommige activiteiten zullen uit andere budgetten betaald worden die incidenteel beschikbaar zijn, echter een ander deel van de activiteiten zal niet meer worden aangeboden. Momenteel wordt bekeken welke activiteiten zullen worden gestopt. Het gevolg hiervan zou kunnen zijn dat een deel van de hulp- en zorgvragen die nu preventief worden opgelost bij een andere organisatie zoals het wijkteam terecht zullen komen, of dat er vaker een beroep zal worden gedaan op ondersteuning via de Jeugdwet.

Eenvoudig

-62.900

-126.000

-126.000

-126.000

Kijk op Welzijn

Dit betekent dat een deel van de activiteiten die Kijk op Welzijn nu aanbiedt, wordt afgeschaald. Diverse scenario’s worden ontwikkeld en afgezet tegen de visie op welzijn. Waarbij wordt onderzocht wat de lijn en samenhang is tussen diverse preventieve activiteiten die worden aangeboden door organisaties in het voorliggend veld. Bekeken wordt of activiteiten bijv. efficiënter kunnen, welke minder succesvolle activiteiten kunnen stoppen of juist door eigen inwonersnetwerken kunnen worden gedaan. Waarschijnlijk zal er een smaller activiteiten aanbod aangeboden worden dan nu.

Complex: er wordt verwacht dat er veel tijdsinzet nodig is om dit te kunnen realiseren.

-500.000

-750.000

-750.000

-750.000

Vanaf 2024 willen we zogeheten projectbudgetten beter benutten. Er worden zo meer personele lasten geboekt op budgetten buiten de personeelsbegroting, waar tevens dekking aanwezig is voor personele lasten. Denk aan het benutten van SISAregelingen en het toerekenen van personeelskosten aan vooraf gecalculeerde (civiele) projecten. Tot op heden is hier conservatiever mee omgegaan. Naar verwachting kan dit structureel een besparing van 750.000 opleveren op het personeelsbudget. Ook gaan we, in lijn met eerder vastgesteld verbeterplan, op zoek naar mogelijkheden om vanaf 2027 extra besparingen te realiseren op de organisatie. Dit zal op een aantal plekken leiden tot het versoberen van de dienstverlening.

Eenvoudig: beperkte extra tijdsinvestering. De reeds ingeboekte besparing vanuit het verbeterplan vanaf 2027 zal meer tijd vergen. In aanloop zal zorgvuldig afgewogen moeten worden op welke plaatsen een versobering van de dienstverlening als acceptabel wordt gezien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14287253/1