CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorjaarsnota 2024 concept - versie 17-5-2023 def.docx

commissie Planning en Control 19 juni 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Voorjaarsnota 20244.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorjaarsnota 2024

1

Opzet voorjaarsnota 2024 Met de raadsinformatiebrief over de doorontwikkeling van de planning-en-controlcyclus (757588 van 12 april 2023) hebben we uw raad uitgebreid geïnformeerd. Met deze voorjaarsnota starten we de P&C-cyclus van 2024 waarin een deel van deze doorontwikkeling een plek krijgt. Deze nota bevat de uitgangspunten op basis waarvan de begroting 2024 – 2027 wordt samengesteld. We focussen ons uitsluitend op onvermijdbare (nieuwe) ontwikkelingen vanaf 2024 met een grote impact. De voorjaarsnota bevat de volgende onderdelen: 1. Nieuw beleid passend binnen de realisatie van het Meerjarenprogramma Barendrecht Werelddorp 2022 - 2026 en het eventuele (her)prioriteren hiervan; 2. Onontkoombare trends en ontwikkelingen / effecten als gevolg ontwikkelingen bij o.a. de verbonden partijen, arealen, indexeringen, rente etc.; 3. Actualisatie van het investeringsplan 2024 – 2027; 4. Financieel technische uitgangspunten; 5. Actuele (financiële) stand van de begroting 2023 - 2026, In de bijlage is een overzicht opgenomen van de doelenbomen per beleidsprogramma.

2

Inleiding Lokale maatschappelijke context 2024 In november 2022 heeft uw raad met het Meerjarenprogramma Barendrecht Werelddorp 2022-2026 richting gegeven aan de ambities en het beleid voor de komende jaren. De financiële gevolgen hiervan zijn, voor zover als mogelijk al verwerkt. 2024 zal in het teken staan van het daadkrachtig uitvoeren van dit programma en het inspelen op en aanpakken van (nieuwe) maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven. Dit gebeurt in de context van een organisatie die in transitie is; het opbouwen van onze nieuwe (eigen) organisatie en het anders inrichten van onze gezamenlijke bedrijfsvoering binnen BAR-verband. Een bijzonder jaar met een behoorlijke uitdaging die (nieuwe) risico’s, onzekerheden en keuzes met zich meebrengt. Middelen vanaf 2026 onder druk Onze financiën staan onder druk als gevolg van inflatie en prijsstijgingen, nieuwe taken vanuit het Rijk waarvan compensatie niet altijd is gegarandeerd of kostendekkend is en een krappe arbeidsmarkt waardoor meer ingehuurd moet worden. Ook over de uitkomsten van een ander meer stabielere normeringssystematiek in het gemeentefonds vanaf 2026 is nog veel onduidelijkheid. De komende meicirculaire 2023, gebaseerd op de Voorjaarsnota van het Rijk, zal ons hopelijk meer duidelijkheid gaan geven in een eerste vertaling daarvan richting onze nieuwe (meerjaren)begroting 2024 - 2027.

Met vertrouwen en energie aan de slag Bovenstaande korte schets maakt duidelijk dat het opstellen van een sluitende meerjarenbegroting een opgave van formaat is. In het verleden is Barendrecht in staat gebleken om financieel goed om te gaan met risico’s en onzekerheden. We gaan dan ook met vertrouwen en energie aan de slag met deze uitdaging.

3

1. NIEUW BELEID PASSEND BINNEN DE REALISATIE VAN HET MEERJARENPROGRAMMA BARENDRECHT WERELDDORP 2022 - 2026 EN HET EVENTUELE (HER)PRIORITEREN HIERVAN Uitvoering meerjarenprogramma ligt op koers In november 2022 heeft uw raad het meerjarenprogramma Barendrecht Werelddorp 2022-2026 vastgesteld. Het college is voortvarend aan de slag gegaan met de uitvoering daarvan en die ligt op koers. In het algemeen is er geen aanleiding om ambities, middelen of planning in brede zin te herijken of prioriteren. Wel geldt dat er bij een (verdere) negatieve ontwikkeling van het financieel perspectief toch aanleiding is u bij de vaststelling van de begroting bepaalde keuzes voor te leggen. De afgelopen maanden bent u reeds geinformeerd over dossiers waar in de uitvoering bleek dat aanpassingen nodig waren. Zoals een andere planning van het opstellen van het nieuwe afvalbeleid en extra benodigde middelen voor biovriendelijk maaien. Ontwikkelingen passend binnen kaders van het meerjarenprogramma Daarnaast zien wij nog een aantal andere voor deze voorjaarsnota relevante ontwikkelingen die passen binnen de kaders van het meerjarenprogramma: Ambulante jongerenwerk: “In de meerjarenbegroting wordt ingezet op een ambulant jongerenwerker, echter hiervoor is niet voldoende budget beschikbaar.

Gezien het aantal jongeren op straat en de kleine akkefietjes die zich voordoen, is een ambulant jongerenwerker van groot belang om deze jongeren in beeld te houden en aan te laten sluiten bij de activiteiten van het jongerenwerk in Barendrecht. Een deel van de kosten hiervoor wordt gedekt uit overheveling van het budget BOA’s en voor het restant (€ 35.000 ) zal dekking worden gezocht / gevraagd bij behandeling van de begroting 2024 – 2027.

Detailhandelsvisie: Er is om meerdere redenen behoefte aan de ontwikkeling van een detailhandelsvisie. Deze is niet in het meerjarenprogramma opgenomen. Een detailhandelsvisie is een uitgebreid plan dat verschillende aspecten omvat om de detailhandel te versterken en te ontwikkelen, maar is ook het vehikel om bijvoorbeeld branchering mogelijk te maken. Het richt zich op het creëren van een aantrekkelijke en leefbare omgeving waarin ondernemers kunnen floreren en consumenten kunnen genieten van een divers en hoogwaardig winkel- en horeca-aanbod. Nieuwe organisatie / GR BAR-organisatie (druk op capaciteit vs ambities): Het opbouwen van onze nieuwe (eigen) organisatie en het anders inrichten van onze gezamenlijke bedrijfsvoering binnen BAR-verband vraagt naar verwachting de komende tijd de noodzakelijke capaciteit om tot een stevig fundament te komen. Inmiddels is er ook sprake van de nodige vacatures. Gezien de marktwerking, waardoor het soms lastiger invullen van vacatures is, zal er wel sprake zijn van druk op de bestaande capaciteit in relatie met de realisatie van onze ambities. Ingeval van mogelijke significante knelpunten zullen wij u tijdig informeren.

Inrichting begroting 2024 - 2027: Doelenboom als basis voor voor beleidsprogramma’s in de begroting 2024 - 2027 Door de organisatie en het college is de afgelopen maanden gewerkt aan het opzetten van een doelenboom per beleidsprogramma. Met de doelenboom beogen we samenhang te creëren tussen

4

welk maatschappelijk effect we nastreven, de doelen die we willen bereiken en de acties die we uitvoeren. Doel van dit instrument is om uw raad een hanteerbaar en overzichtelijke structuur te bieden waarmee u beter in staat bent te sturen vanuit uw kaderstellende rol. Wij stellen voor de doelenbomen als uitgangspunt te hanteren voor het opzetten van de beleidsprogramma’s van de begroting 2024. In de bijlage vindt u de eerste concepten. De doelenbomen worden richting de begroting verder uitgewerkt en geüniformeerd. De niveaus ‘maatschappelijk effect’ en ‘doel’ zullen naar verwachting deze bestuursperiode weinig tot niet wijzigen. Die zijn immers gebaseerd op de kaders uit het meerjarenprogramma en kerntaken van de gemeente. Het niveau ‘actie’ wordt uiteraard zoveel mogelijk gerelateerd aan het nieuwe begrotingsjaar. Dit maakt het mogelijk om in de jaarrekening (en eventueel tussenrapportage) overzichtelijk en transparant te rapporteren op de voortgang ervan. Organisch ontwikkelen van indicatoren Bij de vaststelling van het meerjarenprogramma heeft uw raad het college opdracht gegeven indicatoren te presenteren waarmee de doelstellingen uit het meerjarenprogramma meetbaar worden gemaakt. Deze nieuwe indicatoren zijn nog niet ontwikkeld. Het was noodzakelijk om allereerst doelenbomen te ontwikkelen. Hierop kunnen nieuwe indicatoren worden gebaseerd.

Ook past het ontwikkelen van dit nieuwe instrumentarium niet goed bij de transitiefase waarin de organisatie zich nu bevindt. In het landelijk Besluit begroting en verantwoording (BBV) is vastgelegd welke beleidsindicatoren verplicht onderdeel zijn van de begroting. Een aantal jaar geleden heeft uw raad hier nog een beperkt aantal aan toegevoegd. De portefeuillehouder financiën gaat 26 juni met uw commissie in gesprek over uw wensen op dit vlak. Samen met de nieuwe organisatie kan het college in 2024 onderzoeken hoe dit verder uit te werken.

5

2. AUTONOME, ONVERMIJDELIJKE EN ACTUELE ONTWIKKELINGEN We hebben op dit moment te maken met een dynamische omgeving waarin heel veel gebeurt. Dit betekent dat dit een onzekere uitkomst zal bieden voor onze begrotings-uitkomsten. Daarom schetsen wij hieronder kort de belangrijkste elementen die nog onduidelijk zijn en een grote impact hebben op de financiële positie van onze gemeente.

Onderwerp

Toelichting

Herijking gemeentefonds

Wegens de onzekere nieuwe financieringssystematiek zit er vanaf 2026 een structureel gat in de inkomsten uit het gemeentefonds t.o.v. die in 2025. Mogelijk krijgen gemeenten en provincies vanaf 2026 de beschikking over een groter eigen belastinggebied. De laatste stand van zaken hierover is dat minister Bruins Slot momenteel in gesprek is met VNG en IPO. Vóór de meicirculaire 2023 zou dan op hoofdlijnen duidelijkheid moeten zijn of en in welke mate gemeenten en provincies zelf meer belastingen mogen gaan heffen. De nieuwe systematiek van bekostigen is complex en vraagt om een zorgvuldige voorbereiding en afstemming, dit kost veel tijd. Een (eerste)rapport van een ambtelijke werkgroep die uitrekende wat een belastinggebied zou zijn dat past bij het gemeentelijk takenpakket kwam uit om een maximale totale verruiming van circa € 6 miljard. Overall is de VNG van mening dat het vizier van het Rijk niet langer moet worden gericht op kortetermijnoplossingen, maar dat vooral moet worden gefocust op de lange termijn om burgers goed bij te kunnen blijven staan. Pas na een structurele afspraak over de financiën kunnen we als gemeenten weer investeren in zaken die een langere adem vergen.

Normeringssystematiek / opschalingskorting

De VNG is ook nog steeds van mening dat de opschalingskorting volledig en definitief geschrapt dient te worden. Deze korting is, na een periode van incidenteel schrappen tot 2025, vanaf 2026 in volle omvang weer verwerkt in het gemeentefonds. Het gaat om een landelijke korting van € 975 miljoen structureel.

Hervormingsagenda Jeugd

Volgens de VNG en gemeenten staat geenszins vast dat de zorg door hervormingen goedkoper wordt. De VNG wil daarover harde afspraken maken, maar het overleg met het Rijk zit vast op het geld. Kort voor het kerstreces 2022 vormden Rijk en de VNG een werkgroep met vertegenwoordigers van de ministeries van BZK, VWS en Financiën. Hieruit volgen scenario’s die betrekking hebben op de financiële risico’s van de Hervormingsagenda Jeugd. Over de uitkomsten spraken Rijk en de VNG elkaar eind januari 2023. Na de uitonderhandeling die in april 2023 wordt verwacht, kan pas verder onderhandeld worden met andere (zorg)partijen. Het kabinet boekte, nog voordat formeel een akkoord bereikt is over de hervormingen, op termijn een bezuiniging in van € 1 miljard. Dit is bijna een vijfde van het totale budget. Door een andere definitie van het begrip ‘jeugdzorg’, die maakt dat minder jongeren in aanmerking komen voor gemeentelijke hulp, wil het Rijk de sterk gegroeide kosten beheersbaar maken. Met beperkte mensen en middelen moeten volgens het Rijk scherpe keuzes worden gemaakt over wie in aanmerking komt voor professionele jeugdhulp en wie niet, en over welke hulp effectief is en welke niet. De VNG wil daarover harde afspraken, bijvoorbeeld over wat er gebeurt bij financiële tegenvallers en afspraken over wie dan de rekening betaalt.

Het volledige risico hoort volgens de VNG bij het Rijk te liggen, maar dat wil vooralsnog niet verder gaan dan een compensatie van 30 procent. Inmiddels is bekend geworden dat de bezuinigingen op de jeugdzorg, die de komende jaren gepland stonden, deels worden teruggedraaid. In 2024 en 2025 hoeven gemeenten € 385 miljoen minder te bezuinigen. Wat dit voor Barendrecht kan betekenen is nu nog niet in te schatten. De GRJR heeft een begrotingswijziging 2024 voorgesteld aan de deelnemende gemeenten. Voor Barendrecht zou dit indicatief om een structureel nadeel van € 1.914.000 gaan. De uiteindelijke meerjarige effecten zullen in de begroting worden meegenomen. Naar verwachting is er op dat moment ook sprake van een realistischer beeld van de uitgaven en van de compensatie door het Rijk. Het indicatieve effect van de indexering op de begroting 2024 is hieronder weergegeven. Op basis van een inschatting is als uitgangspunt is gekozen om 50% van de inflatiegevoelige budgetten (inclusief baten), de overige GR-en en subsidiepartners te indexeren.

Inflatie (prijsontwikkeling) / indexering GR-en

Inflatiegevoelige budgetten (3,2%) GR-en (VRR, GGD, DCMR, GRJR) Kring der gemeentesecretarissen (8,4%)

%

Bedrag

50%

510.000

100%

901.000

6

Overige GR-en en verbonden partijen (8,4%)

100%

Subsidiepartners (3,2%)

50%

Subtotaal

35.000 125.000 1.571.000

Dekking uit stelpost indexering

400.000

Effect op begroting 2024 (nadeel)

1.171.000

Als gevolg van CAO afspraken zal genoemd percentage worden overschreden. In de aanloop naar de begroting beoordelen we de verzoeken voor budgetaanpassingen als gevolg van indexeringen. De voorstellen welke het college voornemens is te honoreren, brengen we ten laste van de bovenstaande stelpost (per categorie) en leggen we ter besluitvorming aan de raad voor bij de begrotingsbehandeling. Stedin - lange termijn financiering

Uitkomsten 1e tussenrapportage 2023 Armoedeparagraaf

Asielzaken

Onderhoud begraafplaatsen (zie 1e turap)

Onderhoud wegen (zie 1e turap) Netwerkkosten energie openbare verlichting (1e turap)

Om de energiedoelen te kunnen uitvoeren heeft ook onze gemeente het eigen vermogen van Stedin voor de korte termijn versterkt. Door ambitieuzere klimaatdoelstellingen vanuit Brussel en Den Haag is voor de langere termijn echter veel meer kapitaal nodig. Daarom blijft Stedin in gesprek met bestaande aandeelhouders, het Rijk en potentiële (nieuwe) aandeelhouders om voor een adequate financiering binnen het gehele verzorgingsgebied zorg te kunnen dragen. Dit betekent dat we in de begroting rekening houden met het niveau begroting 2023. Uit de 1e tussenrapportage 2023 volgen structurele effecten. Deze zullen bij de behandeling van de tussenrapportage ter kennisname worden aangeboden en maken vervolgens deel uit van de primitieve begroting 2024. Het Centraal Plan Bureau (CPB) heeft berekend dat het aandeel personen en kinderen in armoede gaat stijgen vanaf 2024 omdat de koopkrachtmaatregelen vanuit 2022 en 2023 worden afgebouwd. Dit raakt de inwoners met een laag inkomen direct. Landelijk stijgt het aantal mensen onder de armoedegrens met circa 180.000 personen en circa 30.000 kinderen. Deze toename concentreert zich vrijwel volledig bij huishoudens die afhankelijk zijn van een uitkering. Het aantal werkende en gepensioneerde huishoudens met een inkomen onder de armoedegrens stijgt beperkt. Binnen het sociaal domein moeten we ons voorbereiden op deze toename.

Naast hogere uitgaven op het terrein van uitkeringen en minimaregelingen kunnen we ook een toename verwachten van werkloosheid, uitkeringen, faillissementen, problematische schulden en betalingsachterstanden. Ook zullen er meer hulpvragen komen op de andere leefgebieden binnen het sociaal domein en breder; denk hierbij aan huisvesting, gezondheid, scholing, criminaliteit, etc. De ontwikkelingen en uitgaven worden op de verschillende onderdelen zoveel mogelijk gemonitord zodat we kunnen handelen als dat nodig is. De oorlog in Oekraïne is nog steeds gaande, waardoor de gemeenten nog steeds te maken hebben met de opvang van vluchtelingen. Als gevolg hiervan is ook sprake van sterk opgelopen inflatie en grondstoffentekorten. Onduidelijk is nog welke effecten de oorlog teweeg gaat brengen en hoe daar vanuit het Rijk op geacteerd gaat worden. De afgelopen jaren is een tekort ontstaan op de begraafplaatsen Den Ouden Dijck en de Scheldestraat. Er is een verschuiving van taken t.b.v. een hogere mate van dienstverlening. Eigen personeel richt zich meer op verzorging van uitvaarten en minder op het onderhoud van de begraafplaatsen. Het onderhoud wordt meer door aannemers uitgevoerd. Verder leidt indexatie van het uitbestede werk tot hogere kosten. Ook de veranderingen in het areaal hebben een kostenverhogend effect. Er zijn steeds meer graven en minder gras.

Graven vragen intensiever onderhoud dan gras. Daarbij wordt duurzaam gewerkt, zonder gif en volledig elektrisch. Ook de kosten daarvan zijn hoger. We overwegen hierdoor de tarieven te verhogen / bij te stellen. Door indexering zijn de materiaalkosten flink gestegen. Daardoor is er onvoldoende budget om alle geplande werkzaamheden uit te voeren. Dit heeft al geleid tot een voorstel in de 1 e tussenrapportage tot bijstelling van de begroting. Stedin heeft de vaste periodieke kosten voor het gebruik van het voedingsnet verhoogd. Deze stijging van de tarieven is ca 50% t.o.v. 2022.

7

Jeugdhulp dagbesteding / dagbehandeling (1e turap)

In 2022 heeft een aanbesteding voor de lokale jeugdhulp voor de percelen Jeugdigen met een beperking en/of stoornis, Dagprogramma’s, Generalistische basis GGZ en Dyslexie plaatsgevonden. Naar aanleiding van de vragen, die tijdens de aanbestedingsprocedure zijn gesteld, is besloten om de voedingskosten voor Dagbehandeling/Dagactiviteit toe te voegen aan de kostprijs en tarieven voor dyslexie te verhogen voor zowel diagnose als behandeling.

Energiekosten weekmarkt

Door gestegen energiekosten en op basis van het huidige gebruik voorzien we een tekort op het budget voor de weekmarkt van € 20.000. We overwegen om de markttarieven hiervoor te verhogen.

Transitieplan omgevingswet

Na invoering van de Omgevingswet (naar verwachting 1 januari 2024) volgt de implementatie van deze wet. Dit betekent dat de wet structureel ingebed moet worden binnen de gemeente. Naast een nieuw Omgevingsloket online (DSO) vraagt de Omgevingswet om een meer integrale samenwerking vroegtijdig in het proces zowel intern als met andere overheden (ketenpartners). Naast veranderingen op ICT gebied, veranderen ook processen en sommige beleidsvelden op inhoud (geluid, gezondheid). Om als gemeente de wet voldoende te kunnen implementeren is het de komende jaren nodig om capaciteit en middelen beschikbaar te stellen. Uiterlijk in 2030 dient elke gemeente één Omgevingsplan te hebben. De wet vraagt ook om monitoring en evaluatie van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Dit proces dient vanaf 2024 opgezet te worden. Daarnaast ontstaan ook nieuwe functies, zoals regelanalist voor Toepasbare regels, de casemanager bij initiatieven en een modelleur voor het Omgevingsplan.

Milieuleges

Onder de Omgevingswet ontstaat de mogelijkheid om leges te heffen bij vergunningsplichtige, milieubelastende activiteiten. In 2023 worden de consequenties verder in beeld gebracht. DCMR Milieudienst Rijnmond zal de kentallen aanleveren voor het bepalen van de hoogte van de milieuleges. Daarbij wordt ook (bestuurlijk) overleg gevoerd met de regiogemeenten en de provincie, met als doel om te voorkomen dat een lappen deken aan legesheffing ontstaat in de regio. Besluitvorming vindt plaats bij vaststelling van de gemeentelijke legesverordening. De milieuleges worden dan in de gemeentelijke legesverordening geïntegreerd. Vraag is nog wel of het (regionale) proces snel genoeg gaat om de milieuleges al op te nemen in de Legesverordening 2024.

Basistakenpakket Omgevingsdienst

Met de komst van de Omgevingswet worden de bodemtaken gedecentraliseerd van de provincie naar de gemeenten. Gemeenten zijn verplicht deze wettelijke taken neer te leggen bij de Omgevingsdienst, vanuit het BasisTakenPakket (BTP).

Structureel fiscaal budget (blijven) voldoen aan doorontwikkeling Horizontaal Toezicht vanaf 2024

In het eerder vastgestelde fiscale statuut, als onderdeel van het traject doorontwikkeling Horizontaal Toezicht, is opgenomen dat de gemeente fiscaal budget beschikbaar stelt. Dit is bestemd voor de inhuur van de expertise van externe fiscalisten waarmee de medewerkers van de bedrijfsvoering organisatie kunnen reflecteren/ sparren over huidige en nieuwe fiscale dossiers van de gemeente Barendrecht. Dit budget is nodig om fiscaal snel en adequaat ( te kunnen blijven handelen met Horizontaal Toezicht als kader ook vanaf 2024. Hiervoor is vanaf 2024 een structureel bedrag van € 20.000 nodig. Tot en met 2023 wordt dit nog bekostigd uit het incidenteel beschikbaar gestelde budget voor het traject doorontwikkeling horizontaal toezicht 2021-2023. We zoeken hiervoor dekking binnen de bestaande budgetten.

Wijziging verdeelsleutel VRR / ontwikkeling bijdrage VRR

In de kadernota 2024 heeft de VRR een hogere bijdrage van de deelnemende gemeente aangekondigd als gevolg een wijziging van de verdeelsleutel. Dit leidt van 2025 tot een stijging van de bijdrage. Van € 342.000 in 2024 oplopend naar structureel € 678.000. De uiteindelijke meerjarige effecten zullen in de begroting worden meegenomen. Naar verwachting is er op dat moment ook sprake van een vollediger beeld van de uitgaven en compensatie van het Rijk.

Bijdrage GGD RR

Voor de begroting 2024 wordt voorlopig rekening gehouden met een indexering van 3,6% op het basistakenpakket. De vaste inwonerbijdrage voor het basispakket van de GGD gaat van € 6,23 naar € 8,81. Voor wettelijke producten die bij de GGD zijn belegd is extra personele inzet en materiële inzet nodig, zodat de GGD deze taken conform wet- en regeling en geldende kwaliteitskaders kan blijven uitvoeren. De uiteindelijke meerjarige effecten zullen in de begroting worden meegenomen. Naar verwachting is er op dat moment ook sprake van een vollediger beeld van de uitgaven en compensatie van het Rijk.

8

Renteontwikkeling

De rentepercentages op de kapitaalmarkt zijn in korte tijd aanzienlijk gestegen. De toekomst laat zich in dit opzicht niet of nauwelijks voorspellen, maar elke wijziging heeft echter wel een nadelig effect op de gemeentelijke begroting.

3. ACTUALISEREN VAN HET INVESTERINGSPLAN 2024 - 2027 Voor de begroting 2024 wordt volgens de nota Activabeleid 2021 een investeringslijst 2024-2027 opgesteld. Een realistische planning van deze investeringen moet leiden tot een evenwichtige spreiding over de planperiode. De kapitaallasten worden gerekend vanaf 1 januari van het jaar ná oplevering van de investering.

9

4. FINANCIEEL TECHNISCHE UITGANGSPUNTEN Doorwerking structurele effecten uit P&C-documenten De structurele effecten uit de 1e Tussenrapportage 2023 zijn onderdeel van de primitieve begroting 2024. Prijsontwikkeling Consumentenprijsindex op prijs- en loonstijging-gevoelige uitgaven Om de (inflatie-gevoelige) budgetten gedeeltelijk mee te laten groeien met de stijging van de inflatie wordt op basis van de prognose van het Centraal Plan Bureau (CPB) in het jaarlijks Centraal Economisch Plan van maart 2023 het inflatiepercentage van de Geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) gebruikt. Dit percentage bedraagt voor het begrotingsjaar 2024 3,2%. Vanwege de sterk fluctuerende inflatie zal in de begroting mogelijk van dit percentage worden afgeweken. Subsidies Compensatie instellingen voor prijs- en loonontwikkelingen: 3,2% voor instellingen die personeel in dienst hebben. Regionale indexering (vier grote) gemeenschappelijke regelingen In december 2022 heeft het college ingestemd met de door de Kring van gemeentesecretarissen voorgestelde financiële kaders voor de op te stellen begrotingen 2024 door gemeenschappelijke regelingen VRR, GGD, DCMR en GRJR. Dit betekent toepassing van een (totale) inflatiecorrectie van 8,4% waarbij ook de afgelopen drie jaren zijn geactualiseerd op basis van de werkelijke inflatie.

Voor Barendrecht betekent dit voorlopig een toename van verplichte lasten in onze begroting met € 901.000 (zie ook pag 7). Dit is exclusief stijging zorg gerelateerde kosten, zoals zorginkoop GRJR en overige onvermijdelijke kostenstijgingen en eventueel voorgesteld nieuw beleid binnen GR-en. Overigens zal genoemd percentage worden overschreden als gevolg van cao-afspraken. Voor de MRDH geldt een afwijkend percentage. Regio Haaglanden coördineert de indexering van de inwonersbijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Deze indexering komt uit op 6,7% voor loonkosten en 12,2% voor materiële kosten. De bijdrage per inwoner neemt daardoor per saldo toe met 1,8% van € 2,77 tot € 2,82. SVHW Ook voor het SVHW geldt een afwijkend percentage. Deze indexering komt uit op 1,0 %.

10

Indexering van (belasting)tarieven en heffingen Belastingen en heffingen worden conform het tarievenbeleid met de inflatie gecorrigeerd dan wel trendmatig verhoogd. Daarnaast wordt bij de opbrengsten rekening gehouden met de woningbouwplanning (areaaluitbreiding) en verminderingen op aanslagen (in verband met bezwaren). Voor het bepalen van de hoogte en de samenstelling van de tarieven voor (gebonden) heffingen, zoals riool- en afvalstoffenheffing en lijkbezorgingsrechten wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven. Algemene uitkering uit het Gemeentefonds De algemene uitkering in de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 – 2027 wordt berekend op basis van de meicirculaire 2023. Algemene reserve De algemene reserve maakt deel uit van de berekening van het weerstandsvermogen en weerstandsratio. De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. De normtabel biedt de landelijk geaccepteerde waardering van de berekende ratio. Reeds gedurende langere termijn is het uitgangspunt een weerstandsratio van 1,4.

Renten Marktrente financieringstekort De marktrente voor het te berekenen financieringstekort wordt gebaseerd op de rente (ontwikkelingen) actuele? van een 20-jarige lening met jaarlijkse aflossing: 3,5 % meerjarig voor nieuw af te sluiten leningen vanaf 2024. Rente grondexploitaties In de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) van maart 2023 zijn de laatste voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) toegepast. Op basis van de berekening in de jaarrekening 2022 (0,92%) wordt in het MPG 2023 e.v. 1,08% rente toegerekend aan de grondbedrijfcomplexen. Dividend De dividendopbrengst in de begroting wordt geactualiseerd op basis van de meest recente informatie. Dit houdt in de praktijk in: Handhaven op niveau van de (vorige) begroting 2023. Financieel toezichtkader van de provincie Om voor repressief toezicht in aanmerking te komen moet: 1. De begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 structureel en reëel in evenwicht zijn of als de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is, moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in 2027 het laatste jaar van de meerjarenraming, tot stand wordt gebracht. 2. De vastgestelde jaarrekening 2022 vóór 15 juli 2023 en de begroting 2024 vóór 15 november 2023 aan Gedeputeerde Staten te zijn toegezonden. 3.

Voor de vastgestelde begroting van de BAR-organisatie 2024 is van de Provincie toestemming tot uitstel van aanleveren vóór 15 november 2023 ontvangen (in plaats van 15 september). De gemeenteraad zal na het zomerreces de mogelijkheid krijgen om over de op dat moment meer realistische BAR-begroting, die dan uitsluitend nog voor de bedrijfsvoeringstaken is, een zienswijze te geven. Naast deze uitgangspunten gaat de provincie er van uit dat structurele effecten uit de jaarrekening 2022 meegenomen worden in de begroting 2023.

11

Het Centraal Plan Bureau (CPB) volgt de prijsontwikkelingen nauwlettend en stelt periodiek de indexeringspercentages bij. Die indexeringspercentages worden gepubliceerd in de mei- en septembercirculaire van het gemeentefonds. De hoge inflatie heeft gevolgen voor zowel de lasten als de baten in de begroting. De extra uitgaven voor loon- en prijsontwikkelingen van gemeenten worden voornamelijk door het Rijk gecompenseerd via de loon- en prijscompensatie in de accressen van het gemeentefonds. Daarnaast kan ook de inflatiecorrectie op de eigen tarieven en belastingen daaraan bijdragen. De toezichthouder gaat ervan uit dat we de loon- en prijsstijging aan de lastenkant van de begroting minimaal laat aansluiten op de in de mei- of septembercirculaire gepubliceerde indexen, afhankelijk van welke circulaire we bij de berekening van de algemene uitkering hanteren. We zijn overigens vrij om aan de lastenkant van hogere percentages uit te gaan. Op dit moment wordt de systematiek van de Provincie niet gevolgd. Met het ‘structureel en reëel evenwicht’, in bovenstaande punten, wordt bedoeld dat in de begroting de structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Reëel houdt in dat sprake is van volledige, realistische en haalbare ramingen.

Bij mogelijke bezuinigingen, ombuigingen en taakstellingen wordt gesteld dat deze ook voldoende onderbouwd moeten zijn met een reëel bezuinigingsplan. Daarmee wordt bedoeld dat het een aannemelijk plan is met voldoende zekerheid om de maatregelen tijdig en volledig te realiseren.

12

5. ACTUELE (FINANCIËLE) STAND VAN DE BEGROTING 2024 – 2027 In het volgende overzicht presenteren wij de financiële stand van zaken voor de periode 2024 tot en met 2027. De uiteindelijke basis betreft het saldo van de begroting 2023 (bestaand beleid) inclusief de structurele mutaties uit 1 e tussenrapportage 2023 (inclusief de reeds genomen raads- en collegebesluiten met een financieel gevolg). Wij streven naar een reëel en structureel sluitende begroting. Het uitgangspunt is dat structurele budgetten structureel zijn gedekt. Omdat reserves incidenteel van karakter zijn, worden deze niet als structurele dekking ingezet.

De ontwikkeling van het saldo van de begroting laat op basis van de hiervoor genoemde inzichten het volgende beeld voor 2024 – 2027 zien: Meerjarenperspectief 2024-2027 Saldo Begroting 2023, meerjarenraming 2024-2026 Meerjarenprogramma Barendrecht Werelddorp 20222026 Dekkingsplan Amendement verhogen energielasten vanaf 2024 Septembercirculaire 2022 Decembercirculaire 2022 Saldo na Decembercirculaire 2022 Structurele mutaties Jaarrekening 2022 Structurele mutatie 1e Turap 2023 Frictiekosten gedeeltelijke ontvlechting GR BARorganisatie Mutaties begroting 2024 Saldo Begroting 2024, meerjarenraming 2025-2027 Inflatie / indexeringen: Inflatiegevoelige budgetten Effecten meerjarenbegrotingen GR-en (afspraak kring van gemeentesecretarissen) Overige GR-en en verbonden partijen Subsidiepartners Dekking stelpost indexeringen Mei-circulaire Renteontwikkeling Autonome ontwikkelingen voorjaarsnota Geprognotiseerd saldo Begroting 2024, meerjarenraming 2025 - 2027

2024

2025

2026

2027

-6.290.700 overschot

-9.682.500 overschot

-4.247.500 overschot

-4.247.500 overschot

5.524.400 -2.025.000 1.165.300 -1.501.000 493.000 -2.634.000 overschot -190.000 4.048.600

5.433.900 -2.025.000 1.165.300 -1.502.000 495.000 -6.115.300 overschot -190.000 3.197.700

3.442.200 -275.000 1.165.300 -3.616.000 500.000 -3.031.000 overschot -190.000 3.108.400

3.442.200 -275.000 1.165.300 -3.616.000 500.000 -3.031.000 overschot -190.000 3.253.600

475.000 475.000 1.699.600 tekort

0 -3.107.600 overschot

0 -112.600 overschot

0 32.600 tekort

510.000

510.000

510.000

510.000

901.600 35.000 125.000 -400.000 PM PM 297.400

901.600 35.000 125.000 -400.000 PM PM 610.200

901.600 35.000 125.000 -400.000 PM PM 787.200

901.600 35.000 125.000 -400.000 PM PM 915.300

3.168.600 tekort

-1.325.800 overschot

1.846.200 tekort

2.119.500 tekort

In de hiervoor genoemde saldi zijn de effecten van de genoemde autonome, onvermijdelijke en actuele ontwikkelingen die een impact op de uiteindelijke financiële positie van de gemeente kunnen hebben, meegenomen. Op het moment van het samenstellen van deze voorjaarsnota is sprake van een grote onzekerheid. Dit geldt onder andere voor de bijdrage aan de diverse gemeenschappelijke regelingen en de uitkomsten van de mei-circulaire in het kader van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De integrale afweging vindt plaats bij de behandeling van de begroting. Naar verwachting is er op dat moment sprake van een realistischer en completer beeld van alle verwachte uitgaven en inkomsten.

13

Bijlage 1: doelenbomen

14

15

16

17

18

19

20

21

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12798791/2