Voorjaarsnota 2022 11-05-2021 (na bespreking in college).pdf
Tekst van het document
Voorjaarsnota 2022
1. Voorwoord / leeswijzer Voor u ligt de Voorjaarsnota 2022 van de gemeente Barendrecht. Dit is de laatste Voorjaarsnota van het huidige college van B&W ter voorbereiding op de Begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023 - 2025. Volgens goed gebruik is de Voorjaarsnota in het jaar voor de verkiezingen relatief beleidsarm. Tegelijkertijd zijn er veel landelijke ontwikkelingen die een effect hebben op de begroting. De financiële situatie van de Nederlandse gemeenten is de afgelopen periode onderwerp van gesprek geweest. Oplopende tekorten als gevolg van stijgende kosten in de Jeugdzorg en WMO hebben veel gemeenten tot bezuinigingsoperaties gedwongen. Deze kosten blijven (snel) oplopen. Besluiten over de herijking van het gemeentefonds én extra vergoeding voor de kosten Jeugd en WMO door het Rijk zijn doorgeschoven naar een nieuw kabinet. Zolang dat er niet is blijft onzekerheid hierover bestaan. Wij ondersteunen de inspanningen die de VNG en de Provincie Zuid-Holland doen om het Rijk te bewegen met meer geld over de brug te komen voor de taken die zijn overgeheveld. Het is inmiddels duidelijk dat de boodschap aankomt want onlangs werd een incidenteel bedrag van € 613 miljoen beschikbaar gesteld voor de problemen in de jeugdzorg. De gemeenten hebben echter structureel meer financiën nodig.
De impact van de coronacrisis op de samenleving is groot maar tegelijkertijd (nog) niet te kwantificeren. Het Rijk heeft aangegeven gemeenten te zullen compenseren voor coronakosten. Voor de incidentele kosten zijn reeds vergoedingen ontvangen. Hoe dit zal uitwerken voor de structurele effecten is nog onduidelijk. In de voorjaarsnota 2022 worden ontwikkelingen vermeld. Deze zijn zo goed mogelijk vertaald naar financiële impact. Mede door de geschetste landelijke ontwikkelingen en de onzekere impact van de coronacrisis zijn zuivere prognoses van de inkomsten en daarmee van het begrotingstekort vrijwel onmogelijk te maken. Wij hebben gemeend een inschatting te kunnen doen van te verwachten inkomsten. Het financieel beeld toont op dit moment een tekort van ruim € 2,1 miljoen voor 2022 en een meerjarenperspectief met een positief saldo oplopend tot ruim € 0,65 miljoen in 2025. In deze voorjaarsnota worden de kaders opgenomen om te komen tot de begroting 2022.
Leeswijzer Deze voorjaarsnota start in hoofdstuk 2 met de landelijke en lokale ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 gaan we in op de vast te stellen kaders en uitgangspunten ten behoeve van het samenstellen van de begroting. Hoofdstuk 4 geeft een beeld van de actuele begrotingspositie. Tot slot treft u in de bijlage een specificatie aan van de voorstellen zoals deze deel uit maken van de in hoofdstuk 5 gepresenteerde begrotingspositie.
2 Versie 1.0
2. Ontwikkelingen In dit hoofdstuk wordt onderscheid gemaakt tussen de landelijke/autonome ontwikkelingen en lokale ontwikkelingen/ beleidsmatige keuzes voor de gemeente Barendrecht.
Landelijke/autonome ontwikkelingen Financiële tekorten bij gemeenten De afgelopen jaren is een Voorjaarsnota gepresenteerd waarin zwaar weer en bezuinigingen zijn aangekondigd. Ook het huidige financiële beeld is niet positief ondanks de bezuinigingen die de gemeente de afgelopen jaren heeft gerealiseerd. De gemeente Barendrecht is niet de enige gemeente die financieel uitdagende periodes heeft. Steeds meer gemeenten moeten (zwaar) bezuinigen om het meerjarenperspectief structureel positief te presenteren. Dit heeft er toe geleid dat bij de Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in februari 2021 de resolutie “VNG inzet kabinetsformatie” met 100% van de stemmen is goedgekeurd. De inzet van de VNG voor de kabinetsformatie is langs 4 sporen geschetst: 1. 2. 3. 4.
Structurele financiën herstellen Wet decentraal bestuur Aanbod aan het nieuwe kabinet Focus op uitvoering
Spoor 1 gaat over: a. Tekorten Jeugdzorg (volgens rapport AEF € 1,7 miljard); b. Aanzuigende werking abonnementstarief WMO; c. Afbouw van opschalingskorting; d. Herijking gemeentefonds. Kortom, op het moment van schrijven van deze Voorjaarsnota (mei 2021) is nog veel onzeker als het gaat over de vergoeding vanuit het Rijk. Herijking algemene uitkering/ontwikkelingen gemeentefonds In februari 2021 zijn de voorlopige resultaten van de herijking van het gemeentefonds gepresenteerd. De voorlopige resultaten gaven voor Barendrecht een positief beeld. Indicatief zou het gaan om een plus van per saldo tussen de € 25 en € 50 per inwoner. Deze resultaten hebben landelijk echter voor de nodige onrust en protest gezorgd. Het Ministerie van BZK heeft inmiddels aan de 2e Kamer laten weten dat zij verwachten begin juni met een aangepast verdeelvoorstel herijking gemeentefonds te komen. Het (eind)advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur wordt in juni verwacht. Deze vertraging betekent dat de bestuurlijke consultatie van gemeenten doorschuift naar vlak vóór of vlak ná de zomer. Hoe dit aangepaste verdeelvoorstel eruit zal zien en wat de effecten hiervan zijn voor de individuele gemeenten is niet te voorspellen. Gevolgen Corona-pandemie De gevolgen van de Coronacrisis zijn groot vooral als we kijken naar de economische en sociale schade. Bovendien worden de verschillen vergroot.
Hierbij moet gedacht worden aan gezondheid, inkomens, kansen op de arbeidsmarkt en tussen wijken, regio’s en landen. De aanspraak op sociale voorzieningen zal naar onze verwachting toenemen en het herstel van economie is een kwestie van een lange adem. Corona heeft niet alleen effecten in negatieve zin. Zo versnelt deze crisis ook bestaande ontwikkelingen zoals digitalisering, creativiteit en samenwerking. De leefomgeving en natuur worden meer gewaardeerd 3 Versie 1.0
en duurzame oplossingen krijgen hierdoor meer aandacht en ruimte. Mensen, bedrijven en hele sectoren laten veerkracht zien. Nu er meer ruimte komt om de draad weer op te pakken is het belangrijk dat de krachten gebundeld worden en we ons richten op herstel. Hierbij is het van belang dat gemeenten de financiële mogelijkheden krijgen en houden om bij te dragen aan dit herstel. Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging Halverwege 2020 werd bekend dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb wordt uitgesteld van 1 januari 2021 naar 2022. Hiermee lopen ook het programma Implementatie Omgevingswet en het project invoering Wkb een jaar langer door. Het programma Omgevingswet zet er op in dat voor 2022 alle Omgevingswetprocessen en de nieuwe ICT zijn ingericht. Hiermee kan de omgevingsvergunning binnen de gestelde tijd van acht weken worden verleend. Doel van het project invoering Wet Kwaliteitsborging is het voorbereiden op de inwerkingtreding van de wet. Speerpunt daarbij is de gedeeltelijke overdracht van de bouwtechnische toets naar zogeheten ‘private kwaliteitsborgers’. Deze privatisering zorgt voor formatieve en financiële wijzigingen voor met name de werkzaamheden rond het behandelen van aanvragen Omgevingsvergunning en het na verlening controleren van deze vergunningen. Ook inhoudelijk veranderd er veel in het werkproces.
In 2022 wordt de gemeente verantwoordelijk voor een aantal bodemtaken. Het is nog onduidelijk welk financieel gat dit de gemeente zal opleveren indien de Rijksbijdrage niet kostendekkend zal zijn. Wet open overheid De Wet Openbaar Bestuur (WOB) wordt in 2023 vervangen door de Wet Open Overheid (Woo). In de Woo staat vermeld dat de gemeente de rol Woo-functionaris in de organisatie moet hebben belegd. De genoemde rol betreft een extra wettelijke taak. Klimaatakkoord De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft in januari 2021 aangegeven dat gemeenten meer geld nodig hebben om het Klimaatakkoord te kunnen uitvoeren. De VNG onderstreept de majeure opgave van het Klimaatakkoord, de regierol van gemeenten en de uitvoeringslasten die dit met zich meebrengt.
Lokale ontwikkelingen Financieel beheer De afgelopen jaren was het doorvoeren van bezuinigingen/ombuigingen op de lasten en het verhogen van de inkomsten nodig om een sluitende begroting op te stellen. Dat is ons gelukt, de begroting 2021 e.v. was meerjarig sluitend. Hierdoor zijn we in staat om kostenverhogingen voor de burgers en het verschralen van voorzieningen als gevolg van ons eigen beleid te voorkomen. Voor de kostenstijgingen als gevolg van de taken die door het Rijk bij ons zijn neergelegd is het noodzakelijk dat we de rekening ook bij het Rijk neerleggen en niet gaan proberen deze zelf op te lossen. Stationstuinen De Stationstuinen ligt ten oosten van het NS-station van Barendrecht. De ligging biedt kansen voor een aantrekkelijk gebied waar mensen kunnen wonen, werken, leren en recreëren. De gemeente heeft een gebiedsvisie voor deze unieke plek vastgesteld. De gebiedsvisie is een plan op hoofdlijnen, waarin de belangrijkste waarden en kwaliteiten van het gebied staan. In deze voorjaarsnota is een voorzichtige raming opgenomen van verwachte legesinkomsten en OZB inkomsten als gevolg van areaal uitbreiding.
4 Versie 1.0
Zorg en veiligheid Er is steeds meer aandacht voor onderwerpen op het snijvlak van zorg- en veiligheid. Het integraal samenwerken op dit vlak verhoogt de kans op succesvolle duurzame oplossingen voor inwoners. Onderwerpen waarbij dit speelt zijn bijvoorbeeld, kindermishandeling en huiselijk geweld, jeugdbescherming en jeugdreclassering, re-integratie ex-gedetineerden, verward gedrag, GGZ problematiek, zorg- en veiligheidshuis. Wanneer inwoners met dergelijke problemen onvoldoende geholpen worden, hebben zowel zij als ook de samenleving als geheel problemen / overlast. Om deze integrale aanpak verder te ontwikkelen binnen Barendrecht is het belangrijk dat gemeente en partners de randvoorwaarden goed organiseren, randvoorwaarden zijn het beschrijven van de (werk)processen, maar ook het borgen van de (regionale) bestuurlijke samenwerking.
Concreet zien we op dit moment de volgende ontwikkelingen: - Regionale organisaties, zoals het veiligheidshuis, Veilig Thuis en de JBRR ‘lopen vol’ en zijn bezig met het overdragen van taken (casussen) naar de gemeente; - Het aantal casussen waarbij er sprake is van kindermishandeling / huiselijk geweld neemt toe (mede als gevolg van Corona); - Toenemende bestuurlijke behoefte om meer inzicht te krijgen aan een totaaloverzicht op ‘veiligheid en zorg’ om met dit overzicht te kunnen bepalen wat nodig is; Deze ontwikkelingen en de gewenste verdere professionalisering van de huidige integrale aanpak geven aanleiding te investeren in het verstevigen van de aanpak rondom zorg & veiligheid.
5 Versie 1.0
3. Door de raad vast stellen kaders en uitgangspunten Het college stelt de raad voor de Voorjaarsnota 2022 vast te stellen en deze als uitgangspunt te nemen voor de verdere samenstelling van de Begroting 2022 - 2025.
3.1 Kaders Dit zijn de kaders, rekening houdend met de eerder geschetste ontwikkelingen, waarbinnen de begroting 2022 - 2025 opgesteld moet worden: 1. 2. 3. 4.
5. 6. 7. 8.
9. 10.
3.2
Streven naar een financieel gezonde gemeente en daarbij de toekomstvisie ‘Samen bouwen aan Barendrecht’ leidend te laten zijn; De bestaande maatschappelijke voorzieningen in Barendrecht zoveel mogelijk behouden; Een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarbij wordt geaccepteerd dat 2022 en 2023 mogelijk niet (structureel) sluitend zijn; In afwachting van duidelijkheid over de toekomstige te ontvangen Rijksbijdragen en om ombuigingen of afbreuk op het voorzieningenniveau te voorkomen, deze bijdragen in de jaarschijven 2024 en 2025 behoedzaam te begroten; Wensen vanuit het collegeprogramma hebben prioriteit boven overige wensen; De gemeentelijke belastingen voor burgers of bedrijven en instellingen (behoudens inflatie en autonome ontwikkelingen) niet te verhogen; De Corona-risico’s inschatten op basis van de actuele inzichten op dat moment en deze jaarlijks op basis van de dan actuele ontwikkelingen verlagen; De weerstandsratio van het eigen vermogen (inclusief Corona-risico’s) vanaf 2021 te bepalen op minimaal 1,2, met uitzondering van de jaren 2022, 2023 en 2024 waarbij deze niet lager wordt dan 0,8; Positief resultaat wordt in eerste instantie gebruikt ter versterking weerstandsvermogen om op de norm te komen; Financieel technische uitgangspunten zoals hierna beschreven hanteren bij het opstellen van de begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023 – 2025.
Financieel technische uitgangspunten
Investeringen 2022-2025 Voor de begroting 2022 wordt volgens het geldende activabeleid een investeringslijst 2023-2025 opgesteld. Een realistische planning van deze investeringen moet leiden tot een evenwichtige spreiding over de planperiode. De onontkoombaarheid van een investering in een bepaald jaar moet worden aangetoond. De kapitaallasten zijn gerekend vanaf 1 januari van het jaar ná oplevering van de investering.
6 Versie 1.0
Prijsstijging op uitgaven De prijsstijging op uitgaven bedraagt 1,6%. Voor het meerjarenperspectief (2023-2025) wordt uitgegaan van constante prijzen. In begroting is een jaarlijkse stelpost opgenomen van € 400.000. In aanloop naar de begroting zal een voorstel worden uitgewerkt hoe deze stelpost zal worden ingezet ter dekking van oplopende prijzen. Indexering tarieven Belastingen en heffingen worden conform het tarievenbeleid met de inflatie gecorrigeerd. Algemene uitkering uit het Gemeentefonds De algemene uitkering in de begroting 2022 wordt berekend op basis van de meicirculaire 2021. Gemeenschappelijke regelingen – indexering begroting 2021 In november 2020 heeft het college ingestemd met de door de Kring van gemeentesecretarissen voorgestelde financiële kaders voor de op te stellen begrotingen door gemeenschappelijke regelingen VRR, GGD, DCMR en GRJR. Dit houdt een inflatiecorrectie in van 1,9% (inclusief nacalculatie over de jaren 20192021). Voor de MRDH geldt een afwijkend percentage. Regio Haaglanden coördineert de indexering van de inwonersbijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Deze indexering komt uit op 2,6 % voor loonkosten en 1,6% voor de materiële kosten. De bijdrage per inwoner neemt per saldo toe met 1,84% van € 2,72 tot € 2,77.
Algemene reserve De algemene reserve maakt deel uit van de berekening van het weerstandsvermogen en weerstandsratio. De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. De normtabel biedt de landelijk geaccepteerde waardering van de berekende ratio. Als ratio voor het weerstandsvermogen is 1,2 het uitgangspunt. Dit valt binnen klasse C, wat staat voor voldoende. Vanwege de in de inleiding genoemde onzekerheden wordt hiermee afgeweken van de ratio van 1,4 zoals opgenomen in het collegeprogramma. Zuivere prognoses zijn ook in dit opzicht niet te maken met als gevolg dat vasthouden aan 1,4 op korte termijn tot de nodige ombuigingsacties zouden moeten leiden die of niet haalbaar zijn, niet wenselijk zijn of die op termijn mogelijk niet nodig blijken te zijn. Op langere termijn blijft het uitgangspunt een weerstandsratio van 1,4. Rente Marktrente financieringstekort De marktrente voor het te berekenen financieringstekort wordt gebaseerd op de rente per 18 maart 2021 van een 20-jarige lening met jaarlijkse gelijke aflossing: 0,5%. Rente grondexploitaties In de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) van maart 2021 zijn de laatste voorschriften uit BBV toegepast.
Op basis van berekening in jaarrekening 2020 is in het MPG 2021 1,7% rente toegerekend aan de grondbedrijfcomplexen. Dividend In deze financieel onzekere tijden wordt de dividendopbrengst in de begroting gehandhaafd op het niveau van de begroting 2021. Financieel toezichtkader van de provincie In maart 2019 hebben de provincies een Gemeenschappelijk Financieel Toetsingskader (GTK) 2020 voor de gemeenten gepubliceerd. Dit toetsingskader is in de plaats van het Gemeentelijke Toetsingskader 2014 gekomen. De belangrijkste wijzigingen zijn: 7 Versie 1.0
• • • •
Meer uniformiteit in het toezicht en maatwerk per gemeente; Risicogericht toezicht; Proportioneel toezicht; Transparantie.
De uitgangspunten voor repressief toezicht zijn echter ongewijzigd. Om voor repressief toezicht in aanmerking te komen moet: 1. De begroting 2022-2025 structureel en reëel in evenwicht zijn of als de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is, moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in 2025, het laatste jaar van de meerjarenraming, tot stand wordt gebracht. 2. De vastgestelde jaarrekening 2020 vóór 15 juli en de begroting 2022 vóór 15 november aan Gedeputeerde Staten te zijn toegezonden. Naast deze uitgangspunten geldt ook dat de jaarrekening 2020 structureel en reëel in evenwicht moet zijn. In het geval de jaarrekening niet structureel in evenwicht is moet het structureel tekort moeten worden betrokken bij het onderzoek van de begroting 2022. Met het ‘structureel en reëel evenwicht’, in bovenstaande punten, wordt bedoeld dat in de begroting de structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Reëel houdt in dat sprake is van volledige, realistische en haalbare ramingen. In de begrotingscirculaire gemeenten 2022-2025 van de provinciaal toezichthouder worden deze eisen nog eens bevestigd. Verder laat de provincie weten bij de beoordeling extra aandacht te besteden aan de structurele begrotingspositie. Over mogelijke bezuinigingen, ombuigingen en taakstellingen wordt gesteld dat deze ook voldoende onderbouwd moeten zijn met een reëel bezuinigingsplan.
Daarmee wordt bedoeld dat het een aannemelijk plan is met voldoende zekerheid om de maatregelen tijdig en volledig te realiseren. Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 hebben veel gemeenten een stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ geraamd: per gemeente naar rato van de € 300 miljoen (extra middelen jeugdzorg 2021). • Deze stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ kan als structureel opgenomen worden. • Voorwaarde is dat daarnaast de gemeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg en ggz mede gericht op beheersing van de kosten. Gemeenten spelen immers zelf ook een actieve rol in de transformatie en daarmee ook in het kunnen beperken van de uitgaven.
8 Versie 1.0
4. Financieel beeld Voornamelijk als gevolg van open einde regelingen in het sociaal domein en niet beïnvloedbare kostenposten ontstaat opnieuw een niet sluitende begroting voor de jaren 2022 en 2023. Dit beeld wordt bij steeds meer gemeenten gezien. Het Rijk zal over de brug moeten komen met extra middelen. Hierover vinden gesprekken plaats maar toezeggingen zijn er nog niet. Om te komen tot een sluitend meerjarenperspectief op basis van de bekende informatie zou de gemeente Barendrecht moeten werken aan een pakket van maatregelen dat (opnieuw) leidt tot forse bezuinigingen en verhogingen van de lokale belastingen. Dit zijn de weinige knoppen waaraan gedraaid kan worden. Het college vind het zeer ongewenst om te snijden in de voorzieningen en het verhogen van lokale belastingen alleen omdat er onduidelijkheid is omtrent de omvang van vergoedingen vanuit het Rijk. Dát er extra geld naar gemeenten moet komen is inmiddels algemeen bekend. Op basis van een, in onze ogen reële, inschatting van deze extra inkomsten ontwikkeld het meerjarenperspectief voor de jaren 2024 en 2025 zich gunstig en is de verwachtingen dat dit met een positief saldo zal sluiten. In november 2021 willen we een begroting met een sluitend meerjarenperspectief laten vaststellen door de raad.
Doelstelling hierbij is dat de bijdrage van het Rijk zo maximaal mogelijk meegenomen wordt, zodat een tekort in de jaren 2022 en 2023 verantwoord blijft in relatie tot het beschikbare weerstandsvermogen. Op basis van de huidige inzichten ziet de ontwikkeling van het begrotingssaldo er als volgt uit. 2022
Saldo begroting 2021, meerjarenraming 2022-2024 incl dekkingsplan
2023
2024
2025
-142.500
-926.300 -1.566.800 -1.566.800
1e begrotingswijziging sep circulaire 2020
-104.000
636.000
594.000
594.000
Decembercirculaire 2020 exclusief extra lasten/ inzet corona-middelen
-17.000
-17.000
-17.000
-17.000
Saldo na Raads- en B&W besluiten en lopende zaken per 14-4-2022
-263.500
-307.300
-989.800
-989.800
overschot
overschot
overschot
overschot
2.441.000
2.392.000
2.494.300
2.494.300
nadeel
nadeel
nadeel
nadeel
Saldo na tussenrapportage 2020
Totaal mutaties 1e turap
Totaal verwachtingen en wensen in opmaat naar de begroting
Saldo na Raads- en B&W besluiten en lopende zaken plus 1e turap en Vjn
Onttrekking aan of storting in de algemene reserve
Begrotingssaldo na onttrekking aan of storting in de algemene reserve
-62.500 -1.246.500 -2.007.700 -2.183.700 overschot
overschot
overschot
overschot
2.115.000
838.200
-503.200
-679.200
tekort
tekort
overschot
overschot
-2.115.000
-838.200
503.200
679.200
0
0
0
0
In aanvulling op voorgaande tabel het volgende: a. Nog niet alle ontwikkelingen zijn in dit overzicht doorgerekend, naar verwachting hebben zij nog wel een impact; 9 Versie 1.0
b. Het financieel beeld toont op dit moment een tekort van ruim € 2,1 miljoen voor 2022 en een meerjarenperspectief met een positief saldo oplopend tot ruim € 0,65 miljoen in 2025. Ontwikkeling algemene reserve in relatie met het benodigd weerstandsvermogen De Gemeente Barendrecht voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is het weerstandsvermogen. Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Een en ander wordt uitgedrukt in weerstandscapaciteit en –ratio. Op het moment van samenstellen van deze voorjaarsnota ziet het beeld er als volgt uit. ONTWIKKELING ALGEMENE RESERVE
Omschrijving Stand 31 december jaar t-1 mutaties: Onttrekking wegvallen dividend Eneco Begroting 2021 Onttrekking aanbesteding groen Begroting 2021 Onttrekking motie maatschappelijke organisaties raadsbesluit 26 januari 2021 Onttrekking Tiny Forests Onttrekking Innovatiefonds Sociaal Domein 1e Tussenrapportage 2021 Onttrekking bezuinigingstaakstelling BAR 1e Tussenrapportage 2021 Bijdrage Jeugdhulp (deel van 613 miljoen 2021) Te verwachten extra degeneratie-inkomsten a.g.v. nieuw contract Begrote jaarresultaat; te dekken uit AR
2021 13.843.900
2022 9.307.700
2023 6.292.700
-300.000 -300.000 -600.000 -600.000 -79.500 -20.000 -338.000 -250.000 1.000.000 210.000 -4.158.700 -2.115.000
-300.000
Stand 31 december jaar t
9.307.700
risico's 31 december 2020 (incl. Corona, risico neemt jaarlijks 750.000 af) Weerstandsratio
2024 5.154.500
2025 5.657.700
-838.200
503.200
679.200
6.292.700
5.154.500
5.657.700
6.336.900
8.044.459
7.294.459
6.544.459
5.794.459
5.307.687
1,2
0,9
0,8
1,0
1,2
Op basis van het bovenstaande meerjaren financieel beeld zakt de weerstandsratio. In de jaren 2022 en 2023 zakt deze zelfs tijdelijk onder 1,0. De ratio zakt niet onder de grens van 0,8 (matig). In de jaren 2024 en 2025 stijgt de ratio weer naar het niveau van 1,2 (voldoende).
10 Versie 1.0
Bijlage: Verwachtingen en wensen in opmaat naar de begroting
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18 19
Verwachtingen en wensen voorjaarsnota in opmaat naar de begroting Online dienstverlening Concept BAR-begroting 2022 Dienstencentrum Borgstede Inzet schoolcontactpersonen Milieu Omgevingswet Cultuurpartners Edudelta, scenario 2: Onderwijscarrousel / zorgpartijen Edudelta, scenario 2: Huuropbrengsten Indexering cultuurbudget Verhoging budgetplafond subsidies Stationstuinen Legesvergoeding Stationstuinen OZB Stationstuinen aanleg fietspad Structurele verhoging WMO en Jeugdhulp (+ 6%) Structureel verwerken Bijdrage Jeugdhulp (deel van 300 miljoen 2019) Structureel verwerken Bijdrage Jeugdhulp (deel van 613 miljoen 2021) Herijking algemene uitkering Aframen opschalingskorting Degeneratie inkomsten agv glasvezel Jaarlijkse actualisatie OZB inkomsten Kleine posten < € 25.000 Totaal verwachtingen en wensen in opmaat naar de begroting
2022 58.000 381.800 24.000 123.000 60.000 162.000 50.000 -7.500 23.500 36.800 75.000
10.000 423.200 -1.000.000
2023 2024 2025 0 0 0 332.300 243.100 243.100 69.500 61.000 63.500 123.000 123.000 123.000 45.000 0 30.000 174.000 PM PM 50.000 50.000 50.000 176.500 208.000 309.500 -190.500 -190.500 -190.500 36.800 36.800 36.800 75.000 75.000 75.000 -500.000 -500.000 -500.000 0 -60.000 -120.000 10.000 10.000 10.000 423.200 423.200 423.200 -650.000 -650.000 -650.000 -1.000.000 -1.000.000 -1.000.000 -200.000 -400.000 -450.000 PM PM PM
PM -460.000 -200.000 -400.000 -600.000 -800.000 177.700 178.700 162.700 162.700 -62.500 -1.246.500 -2.007.700 -2.183.700
Toelichting: 1. Online dienstverlening De uitwerking van online dienstverlening als voorkeurskanaal en de uitvoering van de wet Mebv vraagt extra investering en de daarbij komende beheer en exploitatielasten. Projecten die hieronder vallen zijn o.a. de aanbesteding van de gemeentelijke website in 2022/2023, onderzoek naar (en eventueel implementatie van) een persoonlijke internetpagina, uitbreiden en door ontwikkelen van digitale producten en diensten. 2. Concept Begroting 2022 GR BAR-organisatie In de begroting van de GR BAR-organisatie zijn extra middelen gevraagd conform de vastgelegde afspraken voor inflatie en periodieken (€ 152.300). Voor digitaal vergaderen (incidenteel voor 2022), verhoging van ARBO-budget en het Dashboard Dienstverlening is extra budget gevraagd (€ 35.400). In de begroting 2022 van de GR BAR is aangegeven dat een deel van de gevraagde taakstelling niet gerealiseerd kan worden zonder effecten voor de dienstverlening aan de burger. 3. Dienstencentrum Borgstede Het woonzorgcentrum Borgstede wordt de komende jaren volledig vernieuwd. Onderdeel van dit nieuwe woonzorgcentrum wordt het dienstencentrum. Hierin worden functies gehuisvest als een huisartsenpraktijk, een fysiotherapeut en een multifunctionele ruimte met een (lichte) horeca voorziening.
Deze kunnen gebruikt worden door de bewoners van Borgstede, maar zijn nadrukkelijk ook bedoeld voor omwonenden uit de wijk. Een wijk, postcodegebied 2991, waarvan de verwachting is dat de vergrijzing en het aantal mensen met dementie de komende jaren verder zal toenemen. Het dienstencentrum vormt daarbij een voorwaardenscheppende schakel voor zorg en ontmoeting in de wijk. Bij het realiseren van een aantrekkelijk wijkcentrum hoort ook een aantrekkelijke buitenruimte. De huidige buitenruimte voldoet niet meer en zal moeten worden aangepast, ook om aan te sluiten op de ontwikkeling van Singelstaete. Het aanpakken van de buitenruimte voor het gehele gebied in één keer werken we op een efficiënte wijze.
11 Versie 1.0
4. Inzet schoolcontactpersonen Verbeteraanpak rondom Passend Onderwijs en de samenwerking rondom onderwijs en zorg: Preventiever op scholen gaan werken door meer aanwezigheid op school en het voeren van preventieve gesprekken met kinderen en/of ouders, behoort niet tot het huidige takenpakket van de school-contactpersonen. Om dit te realiseren is uitbreiding van uren nodig (3 uur per week per school). 5. Milieu Milieu maakt een aantal producten met een cyclus van 5 of 10 jaar, op basis van (Europese) wet- en regelgeving. Hieronder vallen de Geluidbelastingkaarten, het Actieplan Geluid en de Bodemkwaliteitskaarten (eens in de 5 jaar herzien) en de Nota Bodembeheer (eens in de 10 jaar). De kosten voor deze producten de aankomende jaren zijn nog niet begroot. Bij het begroten van deze producten is het nodig om meerdere jaarschijven vooruit te kijken. 6. Omgevingswet Halverwege 2020 werd bekend dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgesteld van 1 januari 2021 naar 2022. Hiermee loopt ook het programma Implementatie Omgevingswet een jaar langer door. Het programma zet er op in dat voor 2022 alle Omgevingswetprocessen en de nieuwe ICT zijn ingericht. Hiermee kan de omgevingsvergunning binnen de gestelde tijd van acht weken worden verleend. 7.
Cultuurpartners Uit de tussenevaluatie van de Cultuurnota blijkt dat cultuurpartners nog een impuls nodig hebben bij de uitvoering van twee speerpunten in onze cultuurnota: vraaggericht werken en innovatie. In deze bijzondere tijd van de coronacrisis is het belang van deze speerpunten extra urgent. 8. Edudelta Het betreft de verwerking van de financiële gevolgen van scenario 2 van het raadsbesluit van maart 2021. 9. Indexering cultuurbudget Al enige jaren indexeren wij de subsidies niet. Omdat de vaste lasten, CAO stijgingen en bijvoorbeeld onze huren aan de partners wel jaarlijks geïndexeerd worden, gaat dit nu echt knellen voor onze cultuurpartners en andere maatschappelijke partners (denk aan sport- en welzijn) waarmee wij een subsidierelatie hebben. Hierdoor staat het bereiken van maatschappelijk doelstellingen onder druk. 10. Verhoging budgetplafond subsidies Reeds vele jaren is het budgetplafond van subsidies niet verhoogd. Hierdoor is het jarenlang niet mogelijk geweest subsidies te indexeren, noch om nieuwe structurele aanvragen te honoreren. In een periode waarin onze maatschappelijke partners het moeilijk hebben als gevolg van corona vinden wij een verhoging van het budgetplafond gerechtvaardigd. 11. Stationstuinen Legesvergoeding: Op basis van een voorlopige raming is een voorzichtige inschatting gemaakt van de legesvergoeding.
Hierbij is 25% stijging van de kosten meegerekend en vervolgens slechts 50% van de netto te verwachten inkomsten geraamd. OZB: Ook deze inkomsten zijn voorzichtig geraamd op 50% van de mogelijke inkomsten. Fietspad: de kapitaallasten voor de aanleg van een fietspad zijn additioneel. 12. Structurele verhoging WMO en Jeugdhulp Voor het jaar 2022 wordt rekening gehouden met een stijging van de uitgaven van 6%.
12 Versie 1.0
13. Bijdrage Jeugdhulp 2019 In 2019 is € 1 miljard beschikbaar gesteld voor een periode van 3 jaar (2019, 2020 en 2021) voor de acute problemen in de jeugdzorg. Voor de begroting 2021 is toestemming verleend om dit bedrag ook structureel in de meerjarenraming op te nemen. Uit voorzichtigheid heeft de gemeente Barendrecht dit niet gedaan. In de septembercirculaire 2020 is ook een bedrag voor de jaarschijf 2022 beschikbaar gesteld. Mede vanwege het rapport van AEF waarin het tekort in de jeugdzorg is becijferd op € 1,7 miljard vind het college het gerechtvaardigd om dit bedrag alsnog structureel op te nemen in de begroting. 14. Bijdrage jeugdhulp 2021 Van het Rijk is onlangs eenmalig een bedrag van € 613 miljoen beschikbaar gesteld voor de acute problematiek in de jeugdzorg – deels het gevolg van de corona-pandemie- en de financiële druk die dit veroorzaakt. Een deel van dit bedrag (€ 120 miljoen) is beschikbaar voor het wegwerken van wachtlijsten. Voor de gemeente Barendrecht komt dit neer op een extra bijdrage van circa € 1 miljoen. Gezien de tekorten en de inzet van de VNG bij de kabinetsformatie vinden wij het opportuun dit als structureel te ramen. Omdat het huidige demissionaire Kabinet besluitvorming hierover heeft doorgeschoven naar een volgend Kabinet bestaat echter de kans dit anders uitpakt. 15.
Herijking Algemene uitkering De eerste contouren van de herijking laten voor ons een positief beeld zien. Indicatief gaat het om een voorlopige plus van € 33 per inwoner. Om grote schommelingen te voorkomen zal de maximale wijziging € 15 per inwoner per jaarschijf bedragen. De definitieve uitkomst per 2023 is echter nog niet besloten. Er zijn nog veel onzekerheden en aandachtspunten. Daarom is slechts ongeveer 25% van de mogelijke herverdeeleffecten opgenomen. 16. Aframen Opschalingskorting De opschalingskorting is tegen de achtergrond van de financiële crisis door het kabinet Rutte-II ingevoerd. Deze korting was met name gebaseerd op verwachte schaalvoordelen wanneer gemeenten groter worden door herindeling of samenwerken. In het gemeentefonds is een opschalingskorting opgenomen van 2015 tot 2025. Inmiddels is duidelijk dat de effectuering van deze korting nauwelijks plaatsvindt. Gemeenten zijn daarom van mening dat de korting dus zou moeten vervallen. Met deze mogelijke meevaller is, gezien de onzekerheid, geen rekening gehouden. 17. Degeneratie inkomsten als gevolg van aanleg glasvezel Voor de aanleg van een glasvezel netwerk wordt binnenkort een nieuw contract gesloten. De degeneratievergoeding is hier geraamd. 18.
Actualisatie OZB-inkomsten Bij de begroting wordt jaarlijks de geraamde OZB-opbrengst bepaald door de totale waarde van de onroerende zaken in het lopende belastingjaar te vermenigvuldigen met het tarief. Er wordt hierbij rekening gehouden met een geschatte waardeontwikkeling van de WOZ en areaaluitbreiding. Op basis van het patroon van de afgelopen jaren en de ontwikkelingen op de woningmarkt, is bijraming realistisch.
13 Versie 1.0
19. Diverse kleine posten < € 25.000 • Indexering GGD-RR; € 7.000 structureel, • Indexering Jeugdgezondheidszorg (wettelijke taken CJG Rijnmond); € 13.000 structureel, • Indexering Lokaal preventief jeugd; € 4.000 structureel, • Indexering KoW; deze is reeds enige jaren niet geïndexeerd ondanks CAO gebonden component; € 24.000 structureel, • Investeringssubsidie Atletiekvereniging C.A.V. Energie (kapitaallasten); € 1.000 structureel vanaf 2023, • Aanbesteding accountantsdiensten; € 11.000 structureel, • Inrichten van digitale toegankelijkheid websites; € 23.000 structureel, • SROI; extra uren om aan SROI-ambitie van gemeente te kunnen voldoen; € 20.000 structureel, • Wet Open Overheid; invulling verplichte contactfunctionaris; € 14.000 structureel, • Implementatie WOO – extra juridische ondersteuning; € 16.000 voor 2022 en 2023, • Urgentieverklaringen – extra capaciteit om wettelijke afhandeltermijn te kunnen behalen als gevolg van sterk toegenomen aantallen verzoeken; € 24.000 structureel, • Verhoging deelnemersbijdrage SVHW conform Voorjaarsnota SVHW; € 21.000 structureel, • Huurovereenkomst 1e etage Veiligheidspost Maasstraat; € 21.700 structureel.
14 Versie 1.0