CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorjaarsbrief 2027 Gemeente Barendrecht

gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Voorjaarsbrief 20275.525 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

6

1. Inleiding Voor u ligt de voorjaarsbrief behorende bij de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030. Via deze voorjaarsbrief krijgt uw raad informatie over de actuele financiële stand van zaken van de gemeente en de belangrijkste ontwikkelingen binnen de meerjarenraming. Vanwege de lopende coalitievorming heeft deze voorjaarsbrief een beleidsarm karakter. Nieuwe beleidsvoornemens, intensiveringen en herprioriteringen maken geen onderdeel uit van dit document. De voorjaarsbrief beperkt zich tot autonome en onvermijdelijke financiële ontwikkelingen, zoals wijzigingen in de algemene uitkering, loon- en prijsontwikkelingen, ontwikkelingen bij gemeenschappelijke regelingen en andere financiële mutaties die niet kunnen worden uitgesteld. Nieuwe beleidskeuzes, ambities en inhoudelijke prioriteiten worden nadrukkelijk overgelaten aan het nieuwe college en de gemeenteraad. Deze krijgen hun verdere uitwerking in het meerjarenprogramma en de programmabegroting 2027. Na de installatie van het nieuwe college worden de beleidsprioriteiten uit het coalitieakkoord financieel vertaald in de programmabegroting 2027. De eventuele financiële consequenties hiervan worden vervolgens aan uw raad voorgelegd. Op deze wijze krijgt het nieuwe college de ruimte om eigen bestuurlijke accenten en beleidskeuzes integraal af te wegen binnen de geldende financiële kaders.

In aansluiting met artikel 4 van de Financiële Verordening Barendrecht 2023 biedt het college ter voorbereiding op de nieuwe begroting de raad een kader/voorjaarsbrief aan. Met deze voorjaarsbrief wordt de continuïteit van het financieel beheer geborgd en wordt uw raad tijdig geïnformeerd over de belangrijkste financiële ontwikkelingen, risico's en aandachtspunten voor de komende jaren. Financiële stand van de begroting 2027-2030 In deze voorjaarsbrief zijn de volgende financiële onderdelen opgenomen: 1. 2. 3. 4.

De decembercirculaire 2025 en de meicirculaire 2026 van het gemeentefonds; Goedgekeurde raadsvoorstellen na de vaststelling van de begroting 2026-2029; Kostenontwikkelingen van de gemeenschappelijke regelingen (GR’en); en Onvermijdelijke ontwikkelingen los van loon/prijsindexatie;

Het meerjarige financiële beeld uit de meerjarenbegroting 2026–2029 laat een stabiele uitgangspositie zien. Daarnaast is het weerstandsvermogen toegenomen, waardoor de gemeente beter in staat is financiële risico’s op te vangen. Dit biedt een solide basis voor de afweging van toekomstige investeringen en beleidskeuzes, binnen de financiële mogelijkheden van de gemeente. Tegelijkertijd blijven de financiële vooruitzichten voor gemeenten onzeker. Hoewel de voorjaarsbrief is gebaseerd op de huidige inzichten, kunnen verschillende ontwikkelingen het meerjarige financiële beeld beïnvloeden. De structurele financiering vanuit het Rijk, stijgende loon- en prijsontwikkelingen, toenemende kapitaallasten en de aanhoudende druk op het sociaal domein zijn daarbij belangrijke factoren. Daarnaast kunnen internationale ontwikkelingen, waaronder de situatie in het Midden-Oosten, gevolgen hebben voor energieprijzen en inflatie.

2

2. Trends en ontwikkelingen Bedrijfsvoering en Organisatie Voor een gemeente die klaar staat voor de toekomst, zijn krachtige bestuurlijke keuzes en een goed functionerende organisatie belangrijke randvoorwaarden. De gemeente blijft daarom investeren in de verdere ontwikkeling van de eigen organisatie, zodat zij in staat blijft om in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen, nieuwe opgaven en veranderende wet- en regelgeving. Goede dienstverlening aan inwoners blijft hierbij het uitgangspunt. We zorgen ervoor dat onze dienstverlening toegankelijk, betrouwbaar en passend blijft bij de behoeften van inwoners en ondernemers. Het aantrekken en behouden van personeel blijft een uitdaging. Met name specialistische functies binnen de ruimtelijke ordening, financiën en techniek zijn moeilijk vervulbaar. Deze ontwikkeling is zichtbaar bij veel gemeenten en zorgt voor druk op de uitvoering van werkzaamheden en projecten. Om kwetsbaarheden te verminderen en de kwaliteit van dienstverlening te waarborgen, blijft samenwerking met regionale partners van belang. Het bundelen van kennis, expertise en capaciteit blijft van belang om maatschappelijke opgaven effectief uit te kunnen voeren. Daarnaast blijven gemeenten investeren in digitalisering, dienstverlening en informatiebeveiliging.

Nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van privacy, informatiebeheer en digitale weerbaarheid zet druk op de beschikbare capaciteit en middelen. Ook de toenemende afhankelijkheid van digitale systemen maakt blijvende aandacht voor cybersecurity noodzakelijk.

Vooruitgeschoven financiële opgave: het ‘ravijnjaar’ verschuift Gemeenten worden ook de komende jaren geconfronteerd met financiële onzekerheid vanuit het Rijk. Waar eerder sprake was van een zogenoemd ravijnjaar in 2026, verschuift deze financiële opgave op basis van de huidige inzichten naar de jaren vanaf 2028. Voor de periode tot en met 2027 zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld, maar voor de jaren daarna bestaat nog onzekerheid over de structurele financiering van gemeentelijke taken. Deze onzekerheid hangt onder meer samen met de ontwikkeling van het gemeentefonds, toekomstige taakmutaties en de financiële uitwerking van landelijke hervormingen. De VNG adviseert gemeenten daarom een terughoudende en realistische begrotingssystematiek te hanteren. Diverse ontwikkelingen worden in deze voorjaarsbrief nader toegelicht of betrokken bij de voorbereiding van de begroting 2027. Stelposten medebewindstaken Een belangrijk aandachtspunt betreft de financiële effecten van de Hervormingsagenda Jeugd. De korting op de algemene uitkering die hiermee samenhangt, is reeds verwerkt in de meerjarenraming. De veronderstelde besparingen aan de lastenkant zijn op dit moment nog niet volledig opgenomen. Dit leidt vanaf 2028 tot een oplopend structureel nadelig effect van circa € 1 miljoen per jaar.

Op dit moment bestaat nog onzekerheid over de mate waarin de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd daadwerkelijk zullen leiden tot de beoogde besparingen. Ook de uitkomsten van de Deskundigencommissie Van Ark, die begin 2027 worden verwacht, kunnen van invloed zijn op het uiteindelijke financiële beeld. Gelet op deze onzekerheden en conform de huidige kaders van de provinciaal toezichthouder is ervoor gekozen om in deze voorjaarsbrief geen aanvullende stelpost voor lastenverlaging op te nemen. Voor de korting op de algemene uitkering als gevolg van de wijzigingen in de huishoudelijke hulp binnen de Wmo vanaf 2029 is nog geen expliciete duiding van de provinciaal toezichthouder ontvangen. Op basis van de huidige inzichten is hiervoor wel een stelpost opgenomen. Voor een nadere inhoudelijke toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de Meicirculaire 2026 en de hierover verstrekte raadsinformatie.

3

Zolang de gemeente een structureel sluitende begroting voor 2027 kan presenteren, wordt voldaan aan de voorwaarden voor repressief toezicht. In dat kader hebben onzekerheden in de meerjarenramingen vanaf 2028 een minder toetsend karakter, mede omdat dit vraagstukken betreft die landelijk voor alle gemeenten spelen.

Geopolitieke spanningen Internationale ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de financiële positie van gemeenten. De aanhoudende geopolitieke spanningen, waaronder de situatie in het Midden-Oosten, zorgen voor onzekerheid over de ontwikkeling van energieprijzen, inflatie en economische groei. Stijgende energieprijzen kunnen leiden tot hogere inflatie en daarmee tot hogere loon- en prijsontwikkelingen. Dit werkt door in gemeentelijke uitgaven, bijvoorbeeld via cao-afspraken, contractindexaties, subsidiebudgetten en energielasten. Ook kunnen ontwikkelingen op de kapitaalmarkt gevolgen hebben voor toekomstige financieringslasten. Bij het opstellen van de begroting 2027 wordt uitgegaan van de meest actuele economische inzichten en ramingen. De loon- en prijsontwikkelingen worden daarbij verwerkt conform de dan beschikbare en meest actuele macro-economische uitgangspunten.

Investeringsprogramma en opgave binnen maatschappelijk vastgoed Net als veel andere gemeenten in Nederland staat Barendrecht de komende jaren voor aanzienlijke investeringen in het maatschappelijk vastgoed. Het gaat onder meer om de realisatie en vernieuwing van sporten onderwijsvoorzieningen. Deze investeringen zijn noodzakelijk om te blijven voorzien in passende en toekomstbestendige accommodaties. De investeringsopgave vindt plaats in een periode waarin de bouwkosten en onderhoudslasten sterker stijgen dan de reguliere inflatie. Deze ontwikkeling wordt onder meer zichtbaar bij het zwembad en de schoolgebouwen, waar prijsstijgingen direct doorwerken in zowel de investeringsramingen als de toekomstige exploitatie. Zo zullen de meerjarenonderhoudsprogramma’s van het gehele vastgoed nader worden geanalyseerd en de effecten hiervan zullen worden meegenomen in de begroting 2028. Hierdoor nemen niet alleen de investeringskosten toe, maar ontstaat ook een structurele druk op de exploitatie van het maatschappelijk vastgoed. Ook netcongestie vormt een toenemend aandachtspunt. Beperkingen in de beschikbare capaciteit van het elektriciteitsnet kunnen gevolgen hebben voor de planning, uitvoering en verduurzaming van het investeringsprogramma.

Hierdoor kunnen aanvullende investeringen of tijdelijke oplossingen noodzakelijk zijn, wat invloed kan hebben op zowel de kosten als de doorlooptijd van projecten. Een belangrijk deel van de voorgenomen investeringen leidt naar verwachting pas na 2030 tot volledige kapitaallasten. De financiële effecten hiervan zijn daarom nog niet volledig zichtbaar binnen de huidige begrotingsperiode 2027–2030, maar zullen wel doorwerken in het meerjarige financiële beeld. De benodigde investeringskredieten worden in de komende periode separaat aan uw raad voorgelegd. De financiële consequenties worden verwerkt in de meerjarenraming op het moment dat hierover besluitvorming heeft plaatsgevonden. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging en prioritering binnen het totale investeringsprogramma, mede in relatie tot de beschikbare financiële ruimte en uitvoeringscapaciteit.

4

Stationstuinen. De ontwikkeling van de Stationstuinen is één van de meest complexe en omvangrijke projecten binnen de gemeente en heeft een grote ruimtelijke, maatschappelijke en financiële impact op de lange termijn. Met de uitspraak van de Raad van State is fase 1 van de ontwikkeling van de Stationstuinen onherroepelijk geworden. Hiermee is een belangrijke juridische mijlpaal bereikt in de gebiedsontwikkeling. Daarnaast kan, na het sluiten van de allonge op de overeenkomst met de gebiedsontwikkelaar, de volgende stap worden gezet in de uitwerking en realisatie van het gebied. De gemeente vervult hierbij voornamelijk een faciliterende rol. Uw raad wordt gedurende het proces periodiek in positie gebracht via begrotingswijzigingen, waarin specifieke kredieten en/of exploitatiebudgetten worden aangevraagd. De Nota van Uitgangspunten voor de Stationstuinen (vergezicht), waarin het langetermijnperspectief van de gebiedsontwikkeling is vastgelegd, wordt samen met de eerste begrotingswijziging in dit kader geagendeerd voor de raadsvergadering van juli. De financiële uitwerking die momenteel voorligt, heeft betrekking op de infrastructurele investeringen, bouwwerkzaamheden en overige projectgebonden kosten van de gebiedsontwikkeling Stationstuinen.

De structurele en incidentele financiële effecten die samenhangen met de toekomstige groei van het aantal inwoners en woningen, zoals hogere opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting (OZB) en aanvullende inkomsten uit het gemeentefonds, zijn op dit moment nog onvoldoende concreet. Deze effecten worden op een later moment in de begroting verwerkt, zodra hierover meer inzicht en duidelijkheid bestaat. Het uitgangspunt bij deze begrotingswijzigingen is dat het saldo van de meerjarenbegroting niet wordt belast. Eventuele saldo-effecten na inzet van onder meer Rijksbijdragen worden verrekend via de reeds gevormde cofinancieringsreserve Stationstuinen. Rentelasten worden gedekt vanuit de hiervoor ingestelde rentereserve Stationstuinen. Per saldo leidt de ontwikkeling van de Stationstuinen tot een toename van zowel baten als lasten binnen de gemeentelijke begroting. De gebiedsontwikkeling vraagt in de komende raadsperiode en de jaren daarna om substantiële investeringen en bijbehorende financiering, waarbij ook sprake is van een langere terugverdientermijn. Dit heeft invloed op de financiële kengetallen van de gemeente, waaronder de solvabiliteit en de schuldquote. De omvang en fasering van de investeringen leiden daarmee tot een toename van het financiële risicoprofiel, onder meer in relatie tot renterisico’s en de ontwikkeling van de structurele lasten binnen de meerjarenbegroting.

Positie van de algemene reserve De algemene reserve per 01-01-2026 bevat € 9.543.043. Dit saldo wordt aangevuld met € 7.285.287 op basis van het jaarrekeningresultaat 2025. Bij de jaarrekening 2025 zijn vier bestemmingsvoorstellen toegevoegd waardoor er per saldo voor een bedrag van € 5.776.394 wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Het saldo van de algemene reserve is daarmee afgerond € 15,3 miljoen bij aanvang van het jaar 2026 en als startpunt voor de begroting van 2027-2030. De resultaten van de jaarschijven 2027-2030 worden op termijn ook toegevoegd dan wel onttrokken aan de algemene reserve.

Stelpost voor loonprijsindex De budgetten in de meerjarenramingen zijn opgenomen op basis van constante prijzen. Voor de jaarlijkse inflatie op budgetten van toekomstige jaarschijven zijn stelposten opgenomen. Deze stelposten zijn gebaseerd op het te ontvangen prijsdeel van het accres van het gemeentefonds. Per saldo gaat het om gemiddeld circa 3% op de relevante gemeentelijke budgetten. Deze relevante budgetten omvatten ongeveer twee derde van de totale gemeentelijke begroting. Posten zoals afschrijvingslasten en budgetten met direct gekoppelde inkomsten, zoals de uitkeringen in het kader van de BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten), zijn hierin niet meegenomen. Het gaat hierbij om een gemiddeld percentage van alle prijsstijgingen, waarbij voor verschillende componenten, zoals cao-ontwikkelingen, subsidieplafonds en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen, gedifferentieerde percentages van toepassing zijn. Bij het opstellen van de begroting 2027 zal de benodigde loon- en prijsindexatie definitief worden bepaald en worden afgezet tegen het hiervoor beschikbare budget

5

vanuit deze stelpost. De verwachting is dat deze stelpost, gelet op de eerder genoemde ontwikkelingen, voor de begroting 2027 onder druk zal komen te staan. In het kader van een prudent financieel beleid wordt op basis van deze inzichten tevens beoordeeld in hoeverre de opgenomen stelposten voor loon- en prijsontwikkelingen vanaf 2028 toereikend zijn. Indien nodig worden deze bij de begroting 2027 geactualiseerd, zodat de meerjarenraming een zo realistisch en robuust mogelijk beeld blijft geven van de toekomstige financiële positie van de gemeente.

6

3. Financiële stand van de begroting 2027-2030 In onderstaande overzichten wordt de financiële stand van zaken voor de jaren 2027 tot en met 2030 weergegeven. Het vertrekpunt van deze Voorjaarsbrief wordt gevormd door het saldo van de begroting 2026, inclusief de tijdens deze vergadering vastgestelde eerste begrotingswijziging. Uitgangspunt is het realiseren van een reëel en structureel sluitende begroting, in lijn met de eisen voor repressief (regulier) toezicht van de Provincie Zuid-Holland. Daarbij geldt als uitgangspunt dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten, waarbij deze dekking uiterlijk in het eerste of laatste jaar van de meerjarenperiode 2027–2030 is geborgd. Indien van dit uitgangspunt wordt afgeweken, bijvoorbeeld in het kader van de korting op het gemeentefonds voor de huishoudelijke hulp Wmo, wordt dit afzonderlijk gemotiveerd en toegelicht. Omdat reserves, met uitzondering van kapitaallastenreserves, een incidenteel karakter hebben, worden deze niet ingezet als structurele dekkingsbron. De ontwikkeling van het begrotingssaldo laat op basis van de hierna toegelichte inzichten voor de periode 2027–2030 het volgende beeld zien.

3.1 Startpunt begroting 2026 De resultaten uit de programmabegroting 2026-2029 vormen het startpunt voor het opstellen van de voorjaarsbrief 2027, waarbij de jaarschijf 2030 een kopie is van de jaarschijf 2029.

3.2 Circulaires vanuit het rijk De begroting 2026 is opgesteld met de meicirculaire 2025 als uitgangspunt. De september en decembercirculaire 2025 hebben een negatief effect op het meerjarenbeeld. U bent via raadsinformatiebrieven hiervan op de hoogte gebracht. Tabel na verwerking punten 3.1 en 3.2: (Bedrag in € -/- = voordeel + = nadeel) 2027

2028

2029

2030

-1.329.800 overschot

-581.500 overschot

-562.700 overschot

-562.700 overschot

Amendement Toekomstbestendig begraafplaatsbeleid Raadsbesluit Investeringssubsidie BVV Barendrecht Septembercirculaire 2025 Amendement reserve onderhoud gebouwen Amendement Barendrecht blijft dementievriendelijk Saldo na 1e begrotingswijziging 2026

22.000 271.000 100.000 14.800 -922.000

22.000 349.000 100.000

-112.000 22.000 416.000 100.000

-112.000 22.000 416.000 100.000

-110.500

-136.700

-136.700

Decembercirculaire 2025

104.000

107.000

110.000

110.000

Saldo na decembercirculaire 2025 algemene uitkering

-818.000 overschot

-3.500 overschot

-26.700 overschot

-26.700 overschot

Saldo Begroting 2026-2029 (raadsvergadering 11-11-2025)

7

3.3 Raadsvoorstellen met financieel effect na besluitvorming begroting 2026 Na de vaststelling van de begroting 2026-2029 zijn separate raadsvoorstellen goedgekeurd met een financieel effect op de begrotingsjaren 2026-2029. Tabel na verwerking punt 3.3: (Bedrag in € -/- = voordeel + = nadeel) 2027

2028

2029

2030

Saldo na decembercirculaire 2025 algemene uitkering

-818.000 overschot

-3.500 overschot

-26.700 overschot

-26.700 overschot

Vervangen trekkenwand installatie Het Kruispunt (27-01) Aankoop Gebroken Meeldijk 66 t.b.v. De Stationstuinen (27-01) Dekking reserve Stationstuinen* Vervanging I-pads (24-02) Beheerplan civiele kunstwerken (24-02) Subsidieaanvraag SPUK verkeersveiligheid (24-02)

27.000 390.000 -390.000 9.600 156.600 3.500

27.000 390.000 -390.000 9.600 156.600 3.500

27.000 390.000 -390.000 9.600 156.600 3.500

27.000 390.000 -390.000 9.600 156.600 3.500

Raadsbesluiten

196.700

196.700

196.700

196.700

Saldo na besluitvorming t/m 01-06-2026

-621.300 overschot

193.200 tekort

170.000 tekort

170.000 tekort

*Formalisering dekking vanuit reserve Stationstuin op 14-07-2026

3.4 Ontwikkelingen vanuit het voorjaarsbriefproces (> € 100.000) Op basis van de informatie vanuit de slotwijziging, jaarrekening 2025 en de eerste maanden van 2026 is op hoofdlijnen gekeken naar onvermijdelijke en autonome ontwikkelingen op de gemeentelijke budgetten voor de periode 2027-2030. Het uitgangspunt hierbij is dat het gaat om financiële mutaties van meer dan € 100.000 positief dan wel negatief. Daarnaast gaat het om onoverkomelijke mutaties die niet afhankelijk zijn van beleidskeuzes of besluitvorming. Dit resulteert in twee procesmatige punten en een vijftal financiële mutaties. Onderstaand worden deze mutaties kort toegelicht. Gemeenschappelijke Regelingen regio Rotterdam-Rijnmond (proces) Jaarlijks krijgt de gemeente in het tweede kwartaal van het jaar de conceptbegrotingen van de Gemeenschappelijke Regelingen (GR’en) aangeboden. Er bestaat hierbij de mogelijkheid tot het uitbrengen van een zienswijze op deze begrotingen. Uiteindelijk zullen de vastgestelde begrotingen van de GR’en budgettair in de gemeentelijke begroting moeten worden verwerkt. In de regio Rotterdam Rijnmond zijn regio brede afspraken gemaakt over een indexering van de GR’en met 3,41% voor het jaar 2027. Dit leidt per saldo tot een stijging van het budgettaire beslag van circa € 250.000 in 2027. Deze stijging wordt gedekt vanuit de jaarlijks beschikbare stelpost voor loon- en prijsindexatie.

In de afgelopen jaren is bij diverse GR’en gestart met bezuinigingsrondes die hebben geleid tot een daadwerkelijke kostenreductie, los van de reguliere inflatieontwikkeling. In de recente zienswijzen wordt daarnaast opnieuw aandacht gevraagd voor verdere besparingsmogelijkheden in de jaren na 2027. Dit onderstreept het belang van blijvende aandacht voor kostenbeheersing binnen de samenwerkingsverbanden. CAO Gemeente en personeelslasten (proces) De huidige cao voor gemeenteambtenaren heeft een looptijd van 1 april 2025 tot 1 april 2027. Voor het restant van 2027 wordt uitgegaan van een loonontwikkeling van 3,5%. Deze raming is gebaseerd op de loonvoet sector overheid zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 van het Centraal Planbureau (CPB). Omdat de huidige cao doorloopt tot en met maart 2027, heeft de raming uitsluitend betrekking op de periode april tot en met december 2027. Voor de verwachte stijging van de personeelskosten is een stelpost voor loon- en prijsontwikkeling beschikbaar. Bij het opstellen van de Begroting 2027 wordt integraal beoordeeld in hoeverre deze stelpost toereikend is om de verwachte loon- en prijsstijgingen van zowel personele als materiële budgetten te dekken.

8

Binnen het functiehuis vindt daarnaast periodiek herwaardering van functies plaats als gevolg van ontwikkelingen in taken, verantwoordelijkheden en arbeidsmarktomstandigheden. Dit is een structureel en doorlopend proces binnen de organisatie. De herwaarderingen die in de afgelopen periode zijn doorgevoerd, hebben geleid tot een aantal functies die in een hogere salarisschaal zijn ingedeeld. Het structurele financiële effect hiervan bedraagt circa € 200.000 per jaar. Bij het opstellen van de Begroting 2027 wordt bekeken in hoeverre deze structurele meerkosten kunnen worden opgevangen binnen de beschikbare budgettaire ruimte voor personeelslasten en/of de bestaande stelpost voor loon- en prijsontwikkeling. Gemeenschappelijke Regeling De Bedrijfsvoeringspartner (€ diverse bedragen) Naast de gestegen kosten als gevolg van inflatie, waarvoor de stelpost voor loon- en prijsindexatie beschikbaar is, zijn in de begroting 2027 van de GR De BedrijfsvoeringsPartner twee incidentele uitbreidingen van formatie opgenomen. Het betreft een tijdelijke uitbreiding van het team Inkoopadvies en een tijdelijke uitbreiding van het team Uitkeringsadministratie in 2027 en 2028, beide vanwege een toegenomen uitvoeringsdruk.

Bijdrage DBP

2027 130.300

2028 31.600

2029 0

2030 0

Dividend Nutsbedrijven (€ diverse bedragen) De gemeente is aandeelhouder in diverse nutsbedrijven, waaronder Stedin Holding N.V. en Evides N.V. De dividenduitkeringen van deze partijen vormen van oudsher een structurele inkomstenbron binnen de gemeentelijke begroting. Als gevolg van de omvangrijke investeringsopgaven binnen de energie- en drinkwaterinfrastructuur staat de ontwikkeling van de dividenduitkeringen onder druk. Hoewel deze bedrijven naar verwachting eerst zullen zoeken naar andere mogelijkheden om hun investeringsopgaven en financieringsbehoefte op te vangen, kan niet worden uitgesloten dat dit op termijn gevolgen heeft voor de hoogte van de dividenduitkeringen aan aandeelhouders. Dit vormt daarmee een financieel aandachtspunt voor de komende jaren. Uw raad is hierover recent geïnformeerd via een raadsinformatiebrief. Omdat de toekomstige ontwikkeling van de dividenduitkeringen afhankelijk is van diverse externe factoren, blijft het lastig om hiervan een betrouwbare langjarige inschatting te maken. In de ramingen wordt daarom uitgegaan van het meest recent bekende uitkeringsniveau. De structurele dividendraming wordt daarom bijgesteld naar het niveau van de jaarrekening 2025. Eventuele toekomstige ontwikkelingen zullen worden verwerkt zodra hierover meer zekerheid bestaat.

Dividendontwikkelingen (Stedin en Evides)

2027

2028

2029

2030

175.000

175.000

175.000

175.000

Rentevoordeel (€ diverse bedragen) Bij de begroting 2026-2029 zijn de rentelasten op basis van de huidige lening portefeuille en geprognosticeerde nieuwe leningen opgenomen. De gemiddelde rentelast van de lening portefeuille is momenteel aanzienlijk lager dan de huidige marktrente. Bij de jaarlijkse herfinanciering van leningen zal er daardoor de komende jaren extra rentelasten moeten worden begroot. Dit effect moet voor de jaarschijf 2030 en verder nog worden opgenomen in de begroting. Anderzijds is de huidige liquiditeitspositie positiever dan ten tijde van de begroting 2026 ingeschat, dit heeft o.a. te maken met het hogere rekeningresultaat over 2026. Naar verwachting resulteert dit de komende jaren in een structureel lagere rentelast van € 300.000. Dit voordeel valt in 2030 weg tegenover de herfinanciering van de leningenportefeuille.

Rentevoordeel

9

2027 -300.000

2028 -300.000

2029 -300.000

2030 0

Sociaal Domein (proces) Regionale en lokale jeugdhulp Voor de regionale jeugdhulp is over 2025 een daling van de kosten zichtbaar. Op basis van informatie van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) bedraagt deze daling voor 2027 circa € 1,3 miljoen. Op dit moment is het echter nog te vroeg om te spreken van een structurele ontwikkeling. Tegelijkertijd blijven de kosten voor onderdelen van de regionale jeugdhulp, zoals Veilig Thuis, toenemen. Binnen de lokaal ingekochte jeugdhulp is sprake van een stijgende kostenontwikkeling. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk in hoeverre deze samenhangt met veranderingen in de zorgvraag, een verschuiving tussen regionale en lokale voorzieningen of andere factoren. Daarom blijft voortdurende monitoring noodzakelijk. Per saldo wordt een daling van de kosten voor de totale jeugdzorg verwacht, maar deze ontwikkeling kent een onzeker karakter. De uitgaven voor lokaal georganiseerde jeugdhulp blijven stijgen en de effecten van openeindregelingen blijven moeilijk voorspelbaar. Daarnaast moet de structurele impact van het Actieplan Jeugd en Gezin zich in de praktijk nog uitwijzen. Het college blijft de ontwikkelingen binnen de jeugdhulp nauwgezet volgen en informeert uw raad hierover via de reguliere planning- en controlcyclus.

Werk en Inkomen Binnen het domein Werk en Inkomen wordt vanaf 2027 een toenemende financiële druk verwacht op het BUIG-budget (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten). Bij de begroting is uitgegaan van een budgettair kader dat aansluit bij de rijksfinanciering (baten = lasten). In de praktijk blijkt dat de ontwikkeling van het uitkeringenbestand onvoldoende daalt om binnen dit kader te blijven. Op basis van de huidige inzichten wordt rekening gehouden met een mogelijk financieel nadeel van circa € 600.000 in 2027 en circa € 900.000 vanaf 2028. Deze raming wordt betrokken bij de verdere uitwerking van de begroting 2027 en de actualisatie van de meerjarenraming. Inburgering Jaarlijks stelt het Rijk middelen beschikbaar voor de uitvoering van de inburgeringstaken. Als gevolg van de toegenomen instroom van statushouders is sprake van een toegenomen uitvoeringsdruk binnen de gemeentelijke inburgeringstaken. De beschikbare Rijksmiddelen zijn mogelijk niet toereikend om de uitvoering van de Wet inburgering op een adequate wijze te blijven waarborgen. Daarnaast is de functie van klantmanagers inburgering de afgelopen twee jaar bekostigd vanuit de SPUKregeling Inburgering. Naar aanleiding van nadere duiding vanuit het ministerie is gebleken dat deze bekostigingswijze niet langer mogelijk is. Uw raad is hierover reeds via een raadsinformatiebrief geïnformeerd.

Als gevolg hiervan komen de kosten van deze functies vanaf 2026 volledig ten laste van de reguliere personeelsbegroting. Het structurele financiële effect bedraagt circa € 300.000 per jaar. Voor de begroting 2027 wordt rekening gehouden met deze extra kosten. Voor de jaren 2028 tot en met 2030 wordt bij het opstellen van de meerjarenramingen 2028-2030 bezien op welke wijze deze structurele lasten kunnen worden opgevangen, waarbij wordt gekeken naar een doelmatige inzet van mensen, middelen en beleid.

Functie Klantmanagers SPUK inburgering

10

2027

2028

2029

2030

300.000

0

0

0

3.5 Meicirculaire 2026 Eind mei 2026 is de meicirculaire gemeentefonds 2026 gepubliceerd. Deze is gebaseerd op de Voorjaarsnota van het Rijk en bevat de financiële vertaling van de meest recente ontwikkelingen binnen het gemeentefonds. Per saldo leidt de meicirculaire voor Barendrecht tot een verslechtering van het financiële beeld ten opzichte van de decembercirculaire 2025. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn een lagere toevoeging vanuit het BTW-compensatiefonds doordat gemeenten landelijk meer gebruik hebben gemaakt van het BTW-compensatiefonds dan eerder was geraamd en is er sprake van neerwaartse bijstellingen van diverse verdeelmaatstaven binnen het gemeentefonds. Daarnaast is vanaf 2029 sprake van een aanzienlijke verlaging van de algemene uitkering als gevolg van het vervallen van huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo. Voor Barendrecht bedraagt het negatieve effect hiervan naar verwachting circa € 2 miljoen per jaar. Omdat tegenover deze lagere inkomsten naar verwachting ook lagere uitgaven staan en de precieze uitwerking van de maatregel nog onvoldoende duidelijk is, is conform het advies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een stelpost van € 2,0 miljoen opgenomen. Hiermee wordt het financiële effect vooralsnog geneutraliseerd.

Op het moment van opstellen van deze Voorjaarsbrief is nog niet bekend in hoeverre de toezichthouder deze stelpost accepteert. Voor een nadere toelichting op de financiële effecten van de meicirculaire wordt verwezen naar de bijgevoegde raadsinformatiebrief. Gelijktijdig met de publicatie van de meicirculaire is bekendgemaakt dat de voorgenomen herziening (verdelingssystematiek) van het gemeentefonds wordt uitgesteld tot 1 januari 2029. Meicirculaire gemeentefonds 2026

2027 -53.000

2028 378.000

2029 619.000

2030 587.000

3.6 Financiële samenvatting Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen weer van de gekwantificeerde mutaties die voortvloeien uit het voorjaarsbriefproces en de uitkomsten van de meicirculaire 2026. Het gepresenteerde financiële beeld betreft een momentopname en vormt het uitgangspunt voor het opstellen van de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028–2030. De in deze voorjaarsbrief opgenomen kansen, risico’s en overige ontwikkelingen zijn niet altijd financieel te kwantificeren, maar kunnen wel van invloed zijn op het uiteindelijke begrotingsbeeld. De daadwerkelijk vast te stellen begroting 2027 en meerjarenraming 2028–2030 kunnen hierdoor afwijken van het in deze voorjaarsbrief gepresenteerde financiële perspectief. Tabel na verwerking punten 3.4 en 3.5: (Bedrag in € -/- = voordeel + = nadeel)

Saldo na besluitvorming t/m 01-06-2026

2028

2029

2030

-621.300

193.200

170.000

170.000

overschot

tekort

tekort

tekort

Bijdrage DBP (excl. loon- en prijsindex)

130.300

31.600

0

0

Dividendontwikkelingen Nutsbedrijven

175.000

175.000

175.000

175.000

Functie Klantmanagers SPUK Inburgering

300.000

0

0

0

Rentevoordelen (liquiditeitspositie)

-300.000

-300.000

-300.000

0

Meicirculaire 2026

-53.000

378.000

619.000

587.000

-369.000

477.800

664.000

932.000

overschot

tekort

tekort

tekort

Startpunt 2027-2030 (informatie t/m heden verwerkt)

11

2027

Weerstandscapaciteit en ratio De weerstandscapaciteit geeft de financiële middelen weer waarover de gemeente beschikt om niet begrote risico’s en tegenvallers te kunnen opvangen. De ratio weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico’s (uitgangspunt is stand jaarrekening 2025). Weerstandscapaciteit (Afgerond in duizenden) Algemene reserve Benodigde weerstandscapaciteit op basis van 90% Ratio weerstandsvermogen

12

2026 € 15.319 € 5.368 2,85

2027 € 15.688 € 5.368 2,92

2028 € 15.210 € 5.368 2,83

2029 € 14.546 € 5.368 2,71

2030 € 13.614 € 5.368 2,54

4. Beleidskaders richting 2027 en verder De komende jaren blijft Barendrecht voor verschillende maatschappelijke, ruimtelijke en financiële opgaven staan. Tegelijkertijd worden gemeenten geconfronteerd met onzekerheden rondom de structurele financiering vanuit het Rijk, stijgende kosten en toenemende druk op de uitvoering van wettelijke taken. Een structureel gezonde financiële positie blijft daarom een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van gemeentelijke ambities. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen ten aanzien van nieuwe investeringen, beleidsontwikkelingen en de inzet van beschikbare middelen. Deze voorjaarsbrief biedt inzicht in de belangrijkste financiële ontwikkelingen en aandachtspunten voor de komende jaren. De verdere beleidsmatige uitwerking en prioritering van ambities vindt plaats bij de totstandkoming van het coalitieakkoord, meerjarenprogramma en de programmabegroting 2027. Bij het opstellen van de begroting 2027 blijft het uitgangspunt om te komen tot een structureel sluitende begroting en een financieel gezonde meerjarenraming, passend binnen de geldende financiële kaders en de eisen van het provinciaal toezicht.

13

5. Begrotingsuitgangspunten programmabegroting 2027-2030 Inleiding In deze bijlage wordt het financiële beleid (kaders) uiteengezet, waarmee de voorjaarsbrief en de begroting worden opgesteld.

Indeling programmabegroting 2027-2030 1. Bestuur en ondersteuning 2. Veiligheid 3. Verkeer, Vervoer en Waterstaat 4. Economie 5. Onderwijs 6. Sport, Cultuur en Recreatie 7. Sociaal domein 8. Volksgezondheid en Milieu 9. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing Daarnaast maken de Algemene Dekkingsmiddelen onderdeel uit van de indeling. De programma’s zijn verdeeld in ambities en speerpunten.

Financieel toezichtskader provincie De provincie Zuid-Holland houdt toezicht op de financiën van de gemeenten op basis van artikel 203 van de Gemeentewet. In de Begrotingscirculaire gemeenten 2027 zijn de wettelijke criteria en aantal (actuele) onderwerpen opgenomen die bijzondere aandacht verdienen voor het financiële toezicht. Deze gelden ook voor de meerjarenramingen 2027-2030. De provincie kent twee vormen van toezicht: • Preventief toezicht (toezicht vooraf): de gemeente kan formeel geen uitgaven doen zonder machtiging van de provincie. • Repressief toezicht (toezicht achteraf): de provincie volstaat ermee de gemeente op afstand te volgen via de begroting, jaarrekening, overige ter kennisneming ingezonden financiële stukken en het voeren van overleg op ambtelijk niveau. Voor het nemen van deze beslissing hierover vormt de provincie zich over de volgende elementen een oordeel: • De begroting 2027 moet structureel en reëel in evenwicht zijn of als de begroting 2027 niet in evenwicht is uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming tot stand zijn gebracht • De vastgestelde begroting 2027 moet vóór 15 november 2026 aan Gedeputeerde Staten te zijn toegezonden. Met het ‘structureel en reëel evenwicht’, in bovenstaande punten, wordt bedoeld dat in de begroting de structurele lasten zijn gedekt door structurele baten.

Reëel houdt in dat sprake is van volledige, realistische en haalbare ramingen. Bij mogelijke bezuinigingen, ombuigingen en taakstellingen wordt gesteld dat deze ook voldoende onderbouwd moeten zijn met een reëel bezuinigingsplan. Daarmee wordt bedoeld dat het een aannemelijk plan is met voldoende zekerheid om de maatregelen tijdig en volledig te realiseren.

Baten Algemene uitkering gemeentefonds Bij de berekening van de Algemene uitkering voor de begroting 2027 wordt uitgegaan van de meicirculaire 2026. In deze voorjaarsbrief 2027 is rekening gehouden met de uitkomsten van de circulaires tot en met mei 2026. Algemene reserve De algemene reserve maakt deel uit van de berekening van het weerstandsvermogen en weerstandsratio. De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. De normtabel biedt de landelijk geaccepteerde waardering van de berekende ratio. Het streven is een weerstandsratio van 1,4.

14

Indexering van (belasting)tarieven en heffingen Belastingen en heffingen worden conform het tarievenbeleid geïndexeerd op basis van de inflatie dan wel trendmatig verhoogd. Bij de opbrengstenramingen wordt daarnaast rekening gehouden met de verwachte areaaluitbreiding als gevolg van woningbouw en met verminderingen op aanslagen naar aanleiding van bezwaarprocedures. Voor 2027 wordt voorlopig uitgegaan van een inflatiepercentage van 1,9%, gebaseerd op de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) uit de CPB-raming van maart 2026. De huidige internationale ontwikkelingen en de mogelijke effecten daarvan op de prijsontwikkeling, wordt bij de voorbereiding van de Begroting 2027 beoordeeld of dit uitgangspunt nog voldoende aansluit bij de meest actuele economische inzichten. Het Rijk gaat ervan uit dat gemeenten een deel van de loon- en prijsontwikkelingen kunnen opvangen via hun eigen inkomsten, waaronder de opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting (OZB). Dit uitgangspunt wordt verwerkt in de systematiek van het gemeentefonds en leidt tot een neerwaartse bijstelling van de algemene uitkering. Voor 2027 wordt daarbij uitgegaan van een stijging van de OZB-opbrengsten van 3%.

Lasten Loon- en Prijsontwikkeling Het Centraal Plan Bureau (CPB) volgt de prijsontwikkelingen nauwlettend en stelt periodiek de indexeringspercentages bij. Die indexeringspercentages worden gepubliceerd in de mei- en septembercirculaire van het gemeentefonds. De hoge inflatie heeft gevolgen voor zowel de lasten als de baten in de begroting. De extra uitgaven voor loon- en prijsontwikkelingen van gemeenten worden voornamelijk door het Rijk gecompenseerd via de loon- en prijscompensatie in de accressen van het gemeentefonds. De toezichthouder gaat ervan uit dat we de loon- en prijsstijging aan de lastenkant van de begroting minimaal laten aansluiten op de in de meicirculaire gepubliceerde index. Gemeenschappelijke Regelingen De bijdragen uit de begrotingen 2027 van de verbonden partijen, gebaseerd op bovenstaande uitgangspunten, worden na vaststelling door de gemeenteraad opgenomen in de begroting 2027 van Barendrecht. Subsidies De subsidieplafonds voor “Zorg en welzijn” en “Cultuur” worden in 2026 met 1,9% geïndexeerd. De 1,9% is gebaseerd op de HICP 2027 uit de CPB-raming van maart 2026. De indexatie van de subsidieplafonds wordt verwerkt binnen het totaal aan beschikbare loon- en prijsindexatie voor 2027. Marktrente financieringstekort De marktrente voor de berekening van het financieringstekort wordt gebaseerd op de renteontwikkeling van een 20-jarige lineaire lening.

Conform voorgaand jaar wordt hierbij indicatief uitgegaan van een rentepercentage van 3,5% per jaar. Gezien de internationale economische ontwikkelingen, de inflatiedruk en de mogelijke gevolgen daarvan voor het rentebeleid van centrale banken, bestaat de kans dat dit percentage in de toekomst moet worden herzien. Op het moment van opstellen van deze voorjaarsbrief is hier echter geen aanleiding voor. Indien zich wijzigingen voordoen in het rentebeeld, zullen deze worden betrokken bij de voorbereiding van de Begroting 2027.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17072240/1