Verworpen Amendement A2025-03 Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025.pdf
Tekst van het document
707<
Jef A/o / een Ste/xt/u?o UVOI René Schuurman
BARENDRECHT
5kv,'neo 1afl
f] Qc-/23 - ?3 Amendement op de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025 Ingevolge artikel 31 van het Reglement van Orde
Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Ondergetekenden stellen voor om het voorstel 'Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025’ als volgt te amenderen: Toe te voegen
Beslispunt 2: Het college de verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025 halverwege de looptijd tussentijds te laten evalueren en de resultaten hiervan uiterlijk in het derde kwartaal 2027 met de gemeenteraad te delen, waarbij de evaluatie wordt uitgevoerd in samenwerking met betrokken partijen, waaronder woningcorporaties en eventueel een onafhankelijke externe partij, om objectiviteit en volledigheid te waarborgen.
Toelichting: Een tussentijdse evaluatie is essentieel om te waarborgen dat de verordening effectief bijdraagt aan een eerlijke en transparante verdeling van schaarse sociale huurwoningen. Zowel landelijke als lokale signalen wijzen op knelpunten in de uitvoering en het monitoren van woonruimteverdeling
Het rapport “Huizen in de regio” van de Rekenkamer Barendrecht toont aan dat gemeenten zoals Barendrecht onvoldoende zicht hebben op zowel de actuele woningvraag als het aanbod, wat leidt tot een gebrekkige onderbouwing van het woonbeleid. Zonder een evaluatiemoment bestaat het risico dat ineffectieve maatregelen te lang blijven bestaan of dat nieuwe problematiek onopgemerkt blijft. Ook dient er inzicht te worden verkregen in het aantal woningen dat wordt toegewezen aan arbeidskrachten van bedrijven op Dutch Fresh Port (DFP), omdat deze groepen concurreren met lokale woningzoekenden.
Gezien het aanhoudende woningtekort, vooral in de sociale sector, is het van belang dat beleidskeuzes gebaseerd zijn op actuele inzichten. Beleidsaanpassingen kunnen alleen tijdig en doeltreffend worden doorgevoerd als er halverwege een evaluatiemoment is ingebouwd waarin onder meer wordt gekeken naar de daadwerkelijke effecten van de verordening op de woningverdeling, inclusief de mate waarin recht wordt gedaan aan urgentie- en doelgroepenbeleid. Hoewel de toezegging van de wethouder om de raad jaarlijks te informeren over toewijzingen en urgentieverklaringen waardevol is, biedt dit geen integraal beeld van het bredere functioneren van de verordening.
Door expliciet te besluiten dat er een evaluatie wordt uitgevoerd, wordt beleidsmatige bijsturing mogelijk gemaakt, wordt verantwoording afgelegd, en wordt het vertrouwen van inwoners in een eerlijke woonruimteverdeling versterkt.
Barendrecht, 15 april 2025
R. Schuurman R<
Schaap