Verordening op de commissies vergelijking
Tekst van het document
Oude verordening 2018 Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. Buitengewoon lid van de commissie: een vertegenwoordiger van een fractie in een raadscommissie, niet zijnde een raadslid die als zodanig benoemd is door de raad; 2. Commissiegriffier: de door de raadsgriffier aangewezen medewerker van de raadsgriffie die een raadscommissie ondersteunt, of diens vervanger; 3. Fractie: leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden als één fractie beschouwd. Tot een fractie behoren eveneens buitengewoon commissieleden als bedoeld in artikel 4, lid 2; 4. Griffier: griffier van de raad of diens vervanger; 5. Lid: raadslid of buitengewoon lid van een raadscommissie; 6. Vergadering: vergadering van een raadscommissie; 7. Voorzitter: een raadslid, door de raad benoemd tot voorzitter van een raadscommissie, of diens vervanger; 8. Woordvoerder: het raadslid of het buitengewoon commissielid dat in een commissievergadering namens de fractie het woord voert over een agendapunt.
VNG model Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; wet: Gemeentewet.
Nieuwe verordening 2022 Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. Buitengewoon lid van de commissie: een vertegenwoordiger van een fractie in een raadscommissie, niet zijnde een raadslid die als zodanig benoemd is door de raad; 2. Commissiegriffier: de door de raadsgriffier aangewezen medewerker van de raadsgriffie die een raadscommissie ondersteunt, of diens vervanger; 3. Fractie: leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden als één fractie beschouwd. Tot een fractie behoren eveneens buitengewoon commissieleden als bedoeld in artikel 4, lid 2; 4. Griffier: griffier van de raad of diens vervanger; 5. Lid: raadslid of buitengewoon lid van een raadscommissie; 6. Vergadering: vergadering van een raadscommissie; 7. Voorzitter: een raadslid, door de raad benoemd tot voorzitter van een raadscommissie, of diens vervanger; 8. Woordvoerder: het raadslid of het buitengewoon commissielid dat in een commissievergadering namens de fractie het woord voert over een agendapunt
Toelichting Barendrechts model geen aanpassingen
1
Artikel 2 instelling raadscommissies 1. De raad stelt de volgende raadscommissies in: a. Ruimte; b. Samenleving; c. Planning en Control/Auditcommissie. 2. De raadscommissie Ruimte adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: a. Afval en reiniging; b. Beheer openbare ruimte; c. Duurzaamheid; d. Milieubeleid; e. Monumentenzorg; f. Ruimtelijke Ontwikkeling; g. Verkeer en vervoer; h. Volkshuisvesting; i. Watermanagement; j. Wonen; k. Rekenkamer. 3. De raadscommissie Samenleving adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: a. Algemene bestuurlijke aangelegenheden; b. Burgerparticipatie en maatschappelijke initiatieven; c. Communicatie; d. Internationale betrekkingen; e. Intergemeentelijke samenwerking; f. Jeugd en jongeren; g. Jeugdzorg; h. Kunst en Cultuur;
Artikel 2. Instelling raadscommissies Er is een: a. raadscommissie [... (bijvoorbeeld algemene zaken)], waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: 1° [...]; 2° [...]; b. raadscommissie [...],waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: 1° [...]; 2° [...], en c. raadscommissie [...],waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: 1° [...]; 2° [...].
Artikel 2 instelling raadscommissies 1. De raad stelt de volgende raadscommissies in: a. Ruimte; b. Samenleving; c. Algemene Zaken en Financiën. 2. De raadscommissie Ruimte adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: a. Afval en reiniging; b. Beheer openbare ruimte; c. Duurzaamheid (Klimaatadaptie en Energietransitie); d. Milieubeleid; e. Monumentenzorg; f. Ruimtelijke Ontwikkeling (Omgevingswet); g. Verkeer en vervoer; h. Volkshuisvesting; i. Watermanagement; j. Wonen; k. Rekenkamer. 3. De raadscommissie Samenleving adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: a. Burgerparticipatie en maatschappelijke initiatieven; b. Internationale betrekkingen; c. Jeugd en jongeren; d. Jeugdzorg; e. Kunst en Cultuur; f. Onderwijs g. Openbare orde en veiligheid; h. Burgerparticipatie; i. Rekenkamer;
De commissie Planning en control is verandert Algemene Zaken en Financiën Commissie Ruimte, aan sub c, Duurzaamheid is toegevoegd Klimaatadaptatie en Energietransitie Commissie Ruimte, aan sub f Ruimtelijke Ordening is Omgevingswet toegevoegd. Samenleving, sub a Algemene bestuurlijke aangelegenheden is verplaatst naar Algemene Zaken en Financiën. Samenleving, sub c en e zijn vervallen Samenleving, sub i onderwijshuisvesting onder vastgoed gebracht. Samenleving, sub n subsidies is naar Algemene Zaken en Financiën Samenleving, sub o Vastgoed en Accommodaties is naar Algemene Zaken en Financiën
2
4.
5.
i. Onderwijs en onderwijshuisvesting j. Openbare orde en veiligheid; k. Burgerparticipatie; l. Rekenkamer; m. Sport- en recreatie; n. Subsidies; o. Vastgoed en accommodaties; p. Volksgezondheid; q. Welzijn/WMO. De raadscommissie Planning en Control adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: a. Algemene financiële aangelegenheden; b. BAR-organisatie & dienstverlening; c. Bedrijfsvoering; d. Begroting, Voorjaarsnota, Jaarrekening en Bestuursrapportages; e. Economische Zaken; f. Gemeentelijke belastingen en heffingen; g. Grondbedrijf en Grondexploitaties; h. Ontwikkeling bedrijventerreinen; i. Nutsbedrijven; j. Verbonden partijen; k. Werkzaamheden gemeentelijk accountant. l. Rekenkamer Ten aanzien van aangelegenheden betreffende de aangewezen accountant voor het controleren van de gemeentelijke
j. k. l.
Sport- en recreatie; Volksgezondheid; Welzijn/WMO.
4. De raadscommissie Algemene Zaken en Financiën adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: a. Algemene bestuurlijke aangelegenheden b. Algemene financiële aangelegenheden; c. Bedrijfsvoering (BARorganisatie & dienstverlening); d. Begroting, Voorjaarsnota, Jaarrekening en Bestuursrapportages; e. Economische Zaken; f. Gemeentelijke belastingen en heffingen; g. Grondbedrijf en Grondexploitaties; h. Ontwikkeling bedrijventerreinen; i. Nutsbedrijven; j. Subsidies k. Vastgoed en accommodaties; l. Verbonden partijen; m. Werkzaamheden gemeentelijk accountant; n. Rekenkamer (inhoudelijke rapporten). 5. Ten aanzien van aangelegenheden betreffende de aangewezen accountant voor het controleren van de gemeentelijke jaarrekening functioneert de commissie Algemene Zaken en Financiën als
Algemene Zaken en Financiën sub b BAR-organisatie & dienstverlening is toegevoegd aan sub c Bedrijfsvoering. Voorts zijn alle verplaatste onderwerpen van de commissie Samenleving toegevoegd. Zie hier boven. Door de verplaatsingen zijn bij de commissies de onderwerpen vernummerd.
3
6.
7.
jaarrekening functioneert de commissie Planning & Control als advies- en overlegcommissie. De vergaderingen zijn besloten, maar de agendacommissie kan bepalen dat een vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar is. Het karakter van de vergadering kan adviserend of oriënterend zijn. Ten aanzien van aangelegenheden betreffende verbonden partijen functioneert de commissie Planning & Control als coördinerende commissie. De commissie Planning & Control heeft tot taak toe te zien op een samenhangend beleid ten aanzien van gemeenschappelijke regelingen. Zaken gemeenschappelijke regelingen betreffende worden aan de hand van een integraal stuk in een andere commissie behandeld, uitsluitend als het onderwerp daartoe aanleiding geeft. De agendacommissie is bevoegd af te wijken van de indeling van de onderwerpen per commissie.
advies- en overlegcommissie. De vergaderingen zijn besloten, maar de agendacommissie kan bepalen dat een vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar is. Het karakter van de vergadering kan adviserend of oriënterend zijn. 6. Ten aanzien van aangelegenheden betreffende verbonden partijen functioneert de commissie Algemene Zaken en Financiën als coördinerende commissie. De commissie Algemene Zaken en Financiën heeft tot taak toe te zien op een samenhangend beleid ten aanzien van gemeenschappelijke regelingen. Zaken gemeenschappelijke regelingen betreffende worden aan de hand van een integraal stuk in een andere commissie behandeld, uitsluitend als het onderwerp daartoe aanleiding geeft. 7. Ten aanzien van aangelegenheden betreffende de Rekenkamer Barendrecht functioneert de commissie Algemene Zaken en Financiën als advies- en overlegcommissie. De vergaderingen zijn besloten, maar de agendacommissie kan bepalen dat een vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar is. Het karakter van de vergadering kan adviserend of oriënterend zijn. 8. De agendacommissie is bevoegd af te wijken van de indeling van de
Rekenkamer toevoegen aan Algemene Zaken en Financiën. Verordening op de rekenkamer moet hierop aangepast worden.
4
onderwerpen per commissie. Artikel 3 Een raadscommissie heeft de volgende taken: a. onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.
Artikel 3. Taken Een raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.
Artikel 3 Een raadscommissie heeft de volgende taken: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.
Stukje tekst ontbreekt overnemen. Rest is identiek
Artikel 4. Samenstelling 1. Alle raadsleden zijn tevens commissieleden. 2. Voor besloten vergaderingen als bedoeld in artikel 2, lid 5 wijzen de fracties één vertegenwoordiger per fractie en diens plaatsvervanger aan. 3. Iedere fractie is gerechtigd één buitengewoon commissielid (niet zijnde een raadslid) voor te dragen. Fracties die één lid hebben, mogen maximaal twee buitengewoon commissieleden voordragen. De raad benoemt de buitengewoon commissieleden. 4. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een buitengewoon lid van een
Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter 1. Een raadscommissie bestaat uit ten minste [aantal] en maximaal [aantal] commissieleden per fractie[, naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad]. 2. De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3. Zowel raadsleden als nietraadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 4. De raad benoemt op voordracht van de fracties voor iedere raadscommissie ten minste één
Artikel 4. Samenstelling 1. Alle raadsleden zijn tevens commissieleden. 2. Voor besloten vergaderingen als bedoeld in artikel 2, lid 5 en lid 7 wijzen de fracties één vertegenwoordiger per fractie en diens plaatsvervanger aan. 3. Ingeval een fractie uit één persoon bestaat, kan de raad op voordracht van de betreffende fractie maximaal 2 buitengewoon commissieleden benoemen. Ingeval een fractie uit twee personen bestaat, kan de raad op voordracht van de betreffende fractie maximaal 1 buitengewoon commissielid benoemen 4. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van
Lid 3 aangepast. Tekst komt overeen met de tekst van de verordening van 2014 . Aan lid 2 is artikel 2 lid 7 toegevoegd. Het betreft hier de begeleidingsrol van de commissie met betrekking tot de Rekenkamer
5
raadscommissie. De in het derde lid genoemde leden dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een fractie. Het niet-raadslid kan slechts tot buitengewoon commissielid worden benoemd voor de partij waar het op de kandidatenlijst staat. 5. Alvorens benoemd te worden tot een buitengewoon lid van de raadscommissie, legt de kandidaat buitengewoon lid de eed of de belofte af overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet
Artikel 5. Voorzitter 1. De raad benoemt de commissievoorzitters en de plaatsvervangend voorzitters. 2. De voorzitter is geen woordvoerder over een onderwerp dat tijdens zijn voorzitterschap aan de orde is. 3. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van deze verordening; d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. 4. Bij ontstentenis van de voorzitter en diens plaatsvervanger kiest de commissie uit haar midden een
plaatsvervangend lid per fractie, dat bij afwezigheid van een commissielid zitting heeft in de betreffende raadscommissie. 5. [De raad benoemt de commissievoorzitters. OF Een raadscommissie benoemt haar commissievoorzitter.]
de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een buitengewoon lid van een raadscommissie. De in het derde lid genoemde leden dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een fractie. Het niet-raadslid kan slechts tot buitengewoon commissielid worden benoemd voor de partij waar het op de kandidatenlijst staat. 5. Alvorens benoemd te worden tot een buitengewoon lid van de raadscommissie, legt de kandidaat buitengewoon lid de eed of de belofte af overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet Artikel 5. Voorzitter 1. De raad benoemt de commissievoorzitters en de plaatsvervangend voorzitters. 2. De voorzitter is geen woordvoerder over een onderwerp dat tijdens zijn voorzitterschap aan de orde is. 3. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van deze verordening; d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. 4. Bij ontstentenis van de voorzitter en diens plaatsvervanger kiest de commissie uit haar midden een tijdelijk voorzitter. Buitengewoon leden komen niet voor het tijdelijk
Is niet opgenomen in het VNG model. De werkgroep adviseert die artikel te handhaven
6
tijdelijk voorzitter. Buitengewoon leden komen niet voor het tijdelijk voorzitterschap in aanmerking. Artikel 6. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een buitengewoon lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4, lid 4, gestelde eisen. 3. De raad kan een buitengewoon lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het buitengewoon lid is benoemd. 4. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 5. De voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5. 7. Als een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.
voorzitterschap in aanmerking.
Artikel 5. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. [De raad kan de OF Een raadscommissie kan haar] commissievoorzitter ontslaan. 5. Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 7. Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
Artikel 6. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een buitengewoon lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4, lid 4, gestelde eisen. 3. De raad kan een buitengewoon lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het buitengewoon lid is benoemd. 4. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 5. De voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5. 7. Als een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.
De verordening van Barendrecht gaat er vanuit dat de voorzitter door de raad benoemd wordt. Het artikel behoeft geen aanpassingen
7
Artikel 7. Commissiegriffier 1. De griffier van de raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar als commissiegriffier. 2. De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. 3.Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de griffier aangewezen medewerker van de griffie. 3. De commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan de beraadslaging in vergaderingen deelnemen.
Artikel 8. Vergaderfrequentie 1. In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies plaats volgens het vergaderschema opgesteld en vastgesteld door de agendacommissie 2. De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 20.00 uur. 3. De vergaderingen van de raadscommissies eindigen om 23.00 uur, tenzij de raadscommissies
Artikel 6. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier. 2. Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.
Artikel 7. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier. 2. Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen. Artikel 8. Vergaderfrequentie 1. In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies plaats volgens het vergaderschema opgesteld en vastgesteld door de agendacommissie 2. De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 20.00 uur. 3. De vergaderingen van de raadscommissies eindigen om 23.00 uur, tenzij de raadscommissies
In het kader van de WNRA is de term benoeming veranderd in aanwijzing. VNG model wordt gevolgd
Artikel komt niet voor in het VNG-model. Advies van de werkgroep is om dit artikel te handhaven
8
anders bepalen. 4. De agendacommissie kan een andere dag of aanvangsuur bepalen. Artikel 9. Oproep 1. De commissievoorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering de leden een digitale oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden. 2. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt deze agenda met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. Artikel 10. Aanvullende agenda; vaststellen agenda 1. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van de digitale oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt. 2. Bij aanvang van de vergadering
Artikel 7. Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter zendt ten minste [… (bijvoorbeeld zeven)] dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 8, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld
anders bepalen. 4. De agendacommissie kan een andere dag of aanvangsuur bepalen. Artikel 9. Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter zendt ten minste [… (bijvoorbeeld zeven)] dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 8, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld
Tekst is nagenoeg gelijk advies is om VNG-model te volgen in verband met de gewijzigde regelgeving met betrekking tot geheimhouding Onze verordening is de oproep en de agenda gesplitst . Advies: artikel 9 en 10 samenvoegen. artikel 10 lid 3 handhaven artikel 10 lid 4 laten vervallen
Deels geïntegreerd in artikel 9 voor het overige vervallen
9
stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 3. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 4. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door
Artikel 8. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van
Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de digitale oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door
Advies tekst gemeentelijke verordening handhaven. Lid 1 Schriftelijke oproep wijzigen in digitale Lid 3 is aangepast conform VNG model
10
middel van openbare kennisgeving 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn, worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Als omtrent stukken op grond van artikel 25 of artikel 86, eerste en tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier verleent deze de commissieleden op verzoek inzage. Artikel 12. Openbare kennisgeving 1. Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de gemeente en in het huis-aanhuisblad “De Schakel”, rubriek Blik op Barendrecht. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Artikel 13 Opening vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer
openbare kennisgeving. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Artikel 9. Openbare kennisgeving [1.] Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in […]. [2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.] 2.
Artikel 10. Presentielijst 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 11. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet
middel van openbare kennisgeving 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn, worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Artikel 11. Openbare kennisgeving 1. Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de gemeente en in het huis-aanhuisblad “De Schakel”, rubriek Blik op Barendrecht. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Geen aanpassingen nodig
Omdat de commissiegriffiers in het advies de aanwezige leden van de commissie noteren is een presentielijst niet nodig.
Artikel 12 Opening vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de vergadering
Barendrechts model blijft gehandhaafd
11
dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal fracties aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige fracties, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen. 3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter alleen over andere aangelegenheden beraadslagen of besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is
Artikel 14. Het verslag 1. De commissiegriffier draagt zorg voor de geluidsopnamen van de vergaderingen, die bewerkt worden tot een audioverslag. De audioverslagen zijn voor iedereen te raadplegen. 2. Het commissieadvies dient als leidraad voor het audioverslag.
geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is. 2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is. Artikel 18. Verslag 1. Een commissiegriffier draagt zorg voor verslagen van vergaderingen. 2. Uit een verslag blijkt in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke
op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal fracties aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige fracties, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen. 3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter alleen over andere aangelegenheden beraadslagen of besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is
Artikel 13. Het verslag 1. De commissiegriffier draagt zorg voor de geluidsopnamen van de vergaderingen, die bewerkt worden tot een audioverslag. De audioverslagen zijn voor iedereen te raadplegen. 2. Het commissieadvies dient als leidraad voor het audioverslag
Barendrecht heeft een audioverslag en een commissieadvies. Het commissieadvies van Barendrecht is uitgebreid omschreven in artikel 15 advies is dit te handhaven. Advies artikel 18 VNG model niet overnemen Artikel 14 lid Barendrecht Geluidsopnamen moet zijn geluids- en beeldopnamen
12
Artikel 15. Advies; geen stemmingen 1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat
commissieleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een samenvatting van het advies aan de raad met vermelding van de namen van de commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring en met aantekening van de namen van de commissieleden die zich niet hebben uitgelaten, en f. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 14 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de vergadering waarop het betrekking heeft. 4. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier. 5. Elektronisch beschikbare verslagen worden op de website van de gemeente geplaatst. Artikel 12. Advies; geen stemmingen 1. Als een raadscommissie een
Artikel 14. Advies; geen stemmingen 1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat
Advies artikel 15 van Barendrecht te handhaven
13
een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het uit te brengen advies. 3. In het advies wordt in ieder geval opgenomen: a. of het onderwerp rijp is voor behandeling in de raadsvergadering; b. eventuele fractievoorbehouden; c. of in de raadsvergadering een nader debat gewenst is (wanneer er geen debat gewenst wordt, wordt het onderwerp op de raadsvergadering als hamerstuk geagendeerd). Wanneer een nader debat gewenst is, worden de debatpunten in het advies opgenomen; d. eventuele toezeggingen en actiepunten; e. eventuele aanpassingen in de termijnagenda. 4. Het advies wordt per onderwerp weergegeven bij de agenda van de vergadering op de gemeentelijke website. 5. In de vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering over geheimhouding en met betrekking tot de orde Artikel 16. Woordvoerderschap en
2.
3.
advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. In het advies worden opgenomen de standpunten van alle fracties en commissieleden die geen raadslid zijn. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.
Artikel 13. Aantal spreektermijnen
een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het uit te brengen advies. 3. In het advies wordt in ieder geval opgenomen: 1. of het onderwerp rijp is voor behandeling in de raadsvergadering; 2. eventuele fractievoorbehouden; c. of in de raadsvergadering een nader debat gewenst is (wanneer er geen debat gewenst wordt, wordt het onderwerp op de raadsvergadering als hamerstuk geagendeerd). Wanneer een nader debat gewenst is, worden de debatpunten in het advies opgenomen; d. eventuele toezeggingen en actiepunten; e. eventuele aanpassingen in de termijnagenda. 4. Het advies wordt per onderwerp weergegeven bij de agenda van de vergadering op het raadsinformatiesysteem.
Artikel 15. Woordvoerderschap en
Lid 4 gemeentelijke website moet zijn raadsinformatiesysteem Lid 5 is overbodig en komt te vervallen
Artikel 16 lid 1 en 2 wijken af van het
14
aantal spreektermijnen 1. Tijdens de beraadslaging heeft een fractie maximaal twee woordvoerders per onderwerp. Wanneer de aard van de vergadering daarom vraagt, kan de agendacommissie bij het opstellen van de agenda hier gemotiveerd van afwijken. 2. De raadsleden en buitengewoon commissieleden kunnen het woord voeren. 3. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 4. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 5. Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 6. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 17. Beraadslaging 1. De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door
1.
2. 3.
4.
Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
aantal spreektermijnen 1. Tijdens de beraadslaging heeft een fractie maximaal twee woordvoerders per onderwerp. Wanneer de aard van de vergadering daarom vraagt, kan de agendacommissie bij het opstellen van de agenda hier gemotiveerd van afwijken. 2. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 4. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 5. Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 6. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
model. Lid 1 heeft betrekking op het aantal woordvoerders per onderwerp. Lid 2 vervalt in artikel 1 wordt bij de begripsbepalingen geduid wie een commissielid is.
Vervalt, het betreft hier ordevoorstellen en is dus overbodig.
15
hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel 18. Deelname aan de beraadslaging door anderen De raadscommissie kan op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 19. Spreekrecht burgers 1. Tijdens de commissievergaderingen kunnen insprekers (niet zijnde leden van de commissie) met inachtneming van het hierna gestelde het woord voeren over en geagendeerde en nietgeagendeerde onderwerpen. 2. Met betrekking tot de nietgeagendeerde onderwerpen worden insprekers na de opening van de vergadering in de gelegenheid gesteld het woord te voeren. 3. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De leden van de commissie worden door de voorzitter in de gelegenheid gesteld aan de inspreker vragen te stellen. De inspreker krijgt van de voorzitter kort gelegenheid op de vragen van de leden te reageren. Er worden tijdens de vergadering geen discussies toegestaan tussen insprekers en de leden van de commissie.
Artikel 14. Deelname aan de beraadslaging door anderen Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 15. Spreekrecht burgers 1. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen [een redelijke termijn OF [… (bijvoorbeeld 48 uur)]] voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 3. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 4. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering
Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging Artikel 17. Spreekrecht burgers 1. Tijdens de commissievergaderingen kunnen insprekers (niet zijnde leden van de commissie) met inachtneming van het hierna gestelde het woord voeren over en geagendeerde en nietgeagendeerde onderwerpen. 2. Met betrekking tot de nietgeagendeerde onderwerpen worden insprekers na de opening van de vergadering in de gelegenheid gesteld het woord te voeren. 3. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De leden van de commissie worden door de voorzitter in de gelegenheid gesteld aan de inspreker vragen te stellen. De inspreker krijgt van de voorzitter kort gelegenheid op de vragen van de leden te reageren. Er worden tijdens de vergadering geen discussies toegestaan tussen insprekers en de leden van de commissie.
VNG model volgen
Barendrechts model blijft gehandhaafd. Lid 1 “en” verwijderen Lid 8 “kun” moet zijn “kunnen” Lid 9 “van” moet zijn “op”
16
4. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker. 5. Met betrekking tot de geagendeerde onderwerpen worden insprekers voor aanvang van de eerste termijn van de behandeling van het betreffende agendapunt in de gelegenheid gesteld het woord te voeren. 6. Na het sluiten van de eerste termijn en voor aanvang van de tweede termijn van de beraadslaging krijgt de inspreker de gelegenheid eventuele ontstane omissies en onduidelijkheden nader toe te lichten. 7. Indien nodig doet de voorzitter of een lid na afsluiting van de beraadslaging een voorstel voor verdere de behandeling van de inbreng van de inspreker. 8. Insprekers kun niet het woord voeren over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft open gestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9: 1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; d. verslag van de commissie; e. de ingekomen stukken;
5.
toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker
4. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker. 5. Met betrekking tot de geagendeerde onderwerpen worden insprekers voor aanvang van de eerste termijn van de behandeling van het betreffende agendapunt in de gelegenheid gesteld het woord te voeren. 6. Na het sluiten van de eerste termijn en voor aanvang van de tweede termijn van de beraadslaging krijgt de inspreker de gelegenheid eventuele ontstane omissies en onduidelijkheden nader toe te lichten. 7. Indien nodig doet de voorzitter of een lid na afsluiting van de beraadslaging een voorstel voor verdere de behandeling van de inbreng van de inspreker. 8. Insprekers kun niet het woord voeren over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft open gestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9: 1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; d. verslag van de commissie; e. de ingekomen stukken;
17
f. mededelingen van de voorzitter. 9. Degene, die van het inspreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk vóór 12.00 uur van de dag waarop de vergadering plaatsvindt bij de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 10. De inspreker krijgt bij aanmelding van de commissiegriffier uitleg over de inspraakregels, dit kan mondeling of per e-mail. 11. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 12. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 13. Wanneer er bij de samenstelling van de agenda voor een te behandelen onderwerp veel insprekers worden verwacht, wordt daarvoor een afzonderlijke vergadering belegd als de behandeling van de rest van de agenda dit, gelet op het tijdsbeslag, noodzakelijk maakt. 14. Wanneer de aard van de vergadering daarom vraagt kan de agendacommissie bij het opstellen van de agenda afwijken van het hierboven gestelde. 15. Hoorzittingen vinden te allen tijde
f. mededelingen van de voorzitter. Degene, die van het inspreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk vóór 12.00 uur van de dag waarop de vergadering plaatsvindt bij de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 10. De inspreker krijgt bij aanmelding van de commissiegriffier uitleg over de inspraakregels, dit kan mondeling of per e-mail. 11. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 12. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 13. Wanneer er bij de samenstelling van de agenda voor een te behandelen onderwerp veel insprekers worden verwacht, wordt daarvoor een afzonderlijke vergadering belegd als de behandeling van de rest van de agenda dit, gelet op het tijdsbeslag, noodzakelijk maakt. 14 Wanneer de aard van de vergadering daarom vraagt kan de agendacommissie bij het opstellen van de agenda afwijken van het hierboven gestelde. 15. Hoorzittingen vinden te allen tijde 9.
18
plaats in afzonderlijke vergaderingen Artikel 20. Handhaving orde; schorsing 1. De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde van de vergadering. 2. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 3. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 4. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en -indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord- de vergadering sluiten. 5. De voorzitter kan een
Artikel 16. Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid
plaats in afzonderlijke vergaderingen Artikel 18. Handhaving orde; schorsing 1. De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde van de vergadering. 2. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 3. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 4. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en -indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord- de vergadering sluiten.
Barendrechts model wordt gehandhaafd.
19
raadscommissie voorstellen aan een lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. 6. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Artikel 21. Voorstellen van orde 1 De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2 Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond. Artikel 22. Algemeen (Oriënterende vergaderingen) 1. Op een oriënterende vergadering zijn de volgende artikelen van deze verordening niet van toepassing: artikel 15, 16, 19 en 25. 2. De voorzitter kan bij bijzondere onderwerpen bepalen of artikel 14 niet van toepassing is. 3. De voorzitter kan bij bijzondere onderwerpen bepalen of artikel 25 wel van toepassing is. Artikel 23. Karakter oriënterende vergadering 1. De agendacommissie bepaalt of de
Artikel 17. Voorstellen van orde Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.
5. De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. 6. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel 19. Voorstellen van orde 1 De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2 Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond. Artikel 20. Algemeen (Oriënterende bijeenkomsten) 1. Op een oriënterende bijeenkomst zijn de volgende artikelen van deze verordening niet van toepassing: artikel 15, 16, 19 en 25. 2. De voorzitter kan bij bijzondere onderwerpen bepalen of artikel 14 niet van toepassing is. 3. De voorzitter kan bij bijzondere onderwerpen bepalen of artikel 25 wel van toepassing is. Artikel 21. Karakter oriënterende bijeenkomst 1. De agendacommissie bepaalt of een
Barendrechtse tekst handhaven
VNG model kent geen oriënterende vergaderingen. Barendrechts model blijft gehandhaafd De term “vergadering” wordt veranderd in “bijeenkomst”
Zie hier boven
20
oriëntatieavond openbaar is dan wel besloten. 2. De agendacommissie bepaalt de inrichting van de oriëntatieavond. 3. De agendacommissie kan commissieleden uitnodigen om de inrichting van de oriëntatieavond mede te bepalen. 4. De agendacommissie kan bepalen dat het voorzitterschap van een oriëntatieavond bij een derde berust.
Artikel 24. Algemeen (besloten vergaderingen) Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet in strijd is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 25. Het verslag Van besloten adviserende commissievergaderingen worden geluidsopnamen gemaakt. De opnamen zijn voor raads- en collegeleden te raadplegen.
Artikel 19. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 20. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier. 2. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag. 3. De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend.
oriënterende bijeenkomst openbaar is dan wel besloten. 2. De agendacommissie bepaalt de inrichting van een oriënterende bijeenkomst. 3. De agendacommissie kan commissieleden uitnodigen om de inrichting van een oriënterend bijeenkomst mede te bepalen. 4. De agendacommissie kan bepalen dat het voorzitterschap van een oriënterende bijeenkomst bij een derde berust. Artikel 23. Algemeen (besloten vergaderingen) Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet in strijd is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 24. Het verslag Van besloten adviserende commissievergaderingen worden geluidsopnamen gemaakt. De opnamen zijn voor raads- en collegeleden te raadplegen.
identiek
Er worden van een besloten vergadering geluidsopnamen gemaakt.
21
Artikel 26. Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 27. Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd Artikel 28. Toehoorders en pers 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3. De voorzitter is bevoegd toehoorders, die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. 4. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering
.
Artikel 21. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Artikel 22. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de
Vervalt VNG model wordt hier gevolgd.
Artikel 24. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Artikel 25. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering
VNG model volgen Artikelen 26 en 27 Zijn in artikel 21 van het VNG model verwerkt
VNG model volgen
22
verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. Artikel 29. Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel 30. Verbod gebruik mobiele telefoons In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is telefoneren niet toegestaan. Als overig gebruik van communicatiemiddelen storend is voor de orde tijdens de vergadering kan de voorzitter dit gebruik verbieden. Artikel 31. Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter
vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen Artikel 26. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen
VNG model volgen
Vervallen. Het verbod is niet te handhaven.
Artikel 27. Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter
Handhaven
23