Toelichting wijzigingen Verordening gemeentelijke onderscheidingen Barendrecht 2023.docx
Tekst van het document
Toelichting wijzigingen in verordening gemeentelijke onderscheidingen 2023 ten opzichte van de verordening 2010 Artikel 1 Definitie “jeugdlintje” op één lijn gebracht met de definities van “erepenning” en “waarderingsspeld”. Onder b: “speld dat” vervangen door “speld die” Artikel 2 Herformulering. “Uitzonderlijk” geschrapt; was/is niet in overeenstemming met criteria in artikelen 11, 14 oud/13 nieuw, 16 oud/15 nieuw en 17 oud/16 nieuw Artikel 3 “Ontvanger” gewijzigd in “houder”. Rechten worden ook niet toegekend nadat men een onderscheiding heeft ontvangen. Artikel 4 Ongewijzigd. Artikel 5 Ongewijzigd. Artikel 6 In eerste lid bevoegdheid tot verlening expliciet opgedragen aan het college. Artikel 7 In eerste lid “begiftigde” gewijzigd in “houder” (vgl. artikel 3). In tweede lid “binnen veertien dagen” vervangen door “onverwijld”. De termijn past niet bij de aard van het intrekkingsbesluit. Artikel 8 Het eerste lid oud regelt zowel de taak als de samenstelling. Dit in twee leden regelen. Het eerste lid nieuw regelt de taak. Daarbij opgenomen dat commissie zowel gevraagd als ongevraagd adviseert. Het tweede lid nieuw is inhoudelijk ongewijzigd t.o.v. het eerste lid oud. Het derde lid nieuw vervangt het derde en vierde lid oud. Inhoudelijk nieuw is de bepaling dat het college bij benoeming de commissie hoort.
Verder is een bepaling opgenomen om te voorkomen dat vacatures lang openstaan. Het vijfde lid oud is vervallen. Indien het college tijdig benoemingen verricht is een rooster van aftreden niet nodig. Het tweede lid oud is vernummerd naar vierde lid nieuw en aangevuld met een regeling voor digitaal vergaderen en schriftelijk/elektronisch besluiten. Het zesde lid oud is vernummerd naar vijfde lid nieuw, waarbij de beslotenheid is uitgebreid tot alles wat in de vergadering aan de orde komt. Het zevende lid oud is vervallen. De bepaling voegt niets toe daar de commissie slechts adviseert. Toegevoegd is een zesde lid nieuw over verslaglegging en archivering.
Artikel 9 Toegevoegd is een zin dat een voordracht bij het college door het college ter advisering in handen wordt gesteld van de commissie. Artikel 10 Toegevoegd is dat de vormgeving van de erepenning ook door het college wordt bepaald, waardoor artikel 12 oud kan vervallen. Niet is in te zien waarom de verordening wel de vorm bepaalt van de erepenning en niet van de andere onderscheidingen. Artikel 11 De redengeving voor toekenning van de erepenning is enigszins aangepast. Het was “aan personen die zich op minimaal twee terreinen, waarvan een gedurende minimaal 25 jaar, verdienstelijk hebben gemaakt…” Voorgesteld wordt: “aan personen die zich door activiteiten op meerdere terreinen gedurende lange tijd buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt….” Enerzijds betekent het een wat minder stringent toepassen van de minimale termijn, anderzijds is door toevoeging van het begrip “buitengewoon” een duidelijker onderscheid gecreëerd met de criteria voor de waarderingsspeld (anders dan de tijdsduur). De tweede zin is inhoudelijk ongewijzigd als bijzin aan de eerste toegevoegd. Artikel 12 oud Vervallen (zie boven bij 10). Artikel 13 oud/12 nieuw Tekstueel aangepast, aansluitend op de tekst van artikel 15 oud/14 nieuw (“redenen” i.p.v. “bijzonderheden”. Artikel 14 oud/13 nieuw Ongewijzigd. Artikel 15 oud/14 nieuw Ongewijzigd.
Artikel 16 oud/15 nieuw “Erkentelijkheid” vervangen door “waardering”. Sluit beter aan op de naam van de oorkonde. “Minimaal tien jaar” vervangen door “lange tijd”. Dit biedt wat meer afwegingsruimte met betrekking tot de duur van de verdiensten. Tien jaar lijkt als algemene regel toch wat kort. Artikel 17 oud/16 nieuw Maximumleeftijd voor toekenning van het jeugdlintje verlaagd van 25 naar 21 jaar. In deze tijd passender voor een jeugdlintje. Artikel 18 oud/17 nieuw Tekstueel aangepast, aansluitend op de tekst van artikel 15 oud/14 nieuw (“redenen” i.p.v. “bijzonderheden”.
Artikel 19 t/m 21 oud/18 t/m 20 nieuw Kleine tekstuele aanpassingen.