Toelichting Beleidsregels leerlingenvervoer Barendrecht 2025.pdf
Tekst van het document
Toelichting op de Beleidsregels leerlingenvervoer Barendrecht 2025 Bij sommige artikelen is extra uitleg nodig om ze beter te begrijpen. Hieronder wordt deze toelichting gegeven. Artikel 9 Om ouders te ondersteunen bij de begeleiding van hun kind, adviseren wij de volgende mogelijkheden: - Rol voor zorg- en hulpverlenende instellingen De verantwoordelijkheid voor de begeleiding van het kind blijft bij de ouders. Zij kunnen hulp krijgen van organisaties zoals MEE op weg, Stichting Vrijwilligerswerk of het Centrum van Jeugd en Gezin binnen de wijkteams om deze begeleiding te organiseren. - Gebruik maken van Mee op weg Het zelfstandig reizen kan worden gestimuleerd door gebruik te maken van MEE op weg. MEE op weg helpt met een maatje de leerling ervaring op te doen in het openbaar vervoer. Begeleiding bij het reizen is in de toekomst dan vaak niet meer nodig. Artikelen 11 t/m 13 Bij de beoordeling van de aanvragen leerlingenvervoer geldt een getrapte vervoerskostenvergoeding. De vergoeding moet aansluiten bij de mogelijkheden van de leerling. De vervoerskostenvergoeding moet passend zijn. Dit betekent dat als een leerling zelf naar school kan fietsen, een vergoeding voor aangepast vervoer niet passend is. In dat geval is een fietsvergoeding geschikter. Dit geldt ook voor leerlingen die met een begeleider met het openbaar vervoer reizen.
Pas als deze mogelijkheden niet passend zijn, is een vergoeding voor het aangepaste vervoer, meestal in taxibusjes, het best passend. Ouders moeten zelf zorgen voor eventuele begeleiding. Wat passend vervoer precies inhoudt, beschrijft de wetgeving en de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Barendrecht 2025 niet. Daarom moet per individu worden beoordeeld welke vervoersvoorziening het beste bij de leerling past. De vervoersvoorziening waar een leerling recht op heeft, wordt bepaald door de mogelijkheden van de leerling en de infrastructuur tussen woning en school en andersom. Dit omvat bijvoorbeeld de beschikbaarheid van openbaar vervoer, fietspaden en openbare wegen. Daarnaast wordt gekeken naar welke vervoerswijze het beste aansluit bij de eigen kracht van de leerling. Er kan advies worden gevraagd aan onafhankelijke (medisch) deskundigen. In zijn algemeenheid uitspraken doen over de capaciteit van een leerling is niet mogelijk. Dit is afhankelijk van veel factoren, zoals de ontwikkelingsleeftijd, medische gesteldheid, de mogelijkheden van het gezin, de reisroute, etc. Daarom is het toepassen van maatwerk belangrijk.
Artikel 11 en 18 Voor zowel de taalklas als het internationaal voortgezet onderwijs geldt het afstandscriterium. Ouders van leerlingen die met het openbaar vervoer reizen, kunnen indien noodzakelijk een aanvraag voor bijzondere bijstand indienen. Oekraïense vluchtelingen kunnen geen bijzondere bijstand aanvragen, maar ontvangen leefgeld. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) adviseert om Oekraïense vluchtelingen in het leerlingenvervoer hetzelfde te behandelen als andere vluchtelingen. In tegenstelling tot andere vluchtelingen mogen Oekraïners wel werken in Nederland en sommigen hebben hun baan in Oekraïne behouden. Daarom vindt het college het redelijk om dezelfde regels toe te passen voor Oekraïense vluchtelingen ondanks dat zij geen bijzondere bijstand kunnen aanvragen.
1
Artikel 21 Het komt vaak voor dat leerlingen halverwege de schooldag de school moeten verlaten, bijvoorbeeld vanwege ziekte of een doktersbezoek. Ook vragen scholen soms om aangepast vervoer op afwijkende tijden, bijvoorbeeld voor schoolreisjes, sportdagen of de laatste schooldag voor een vakantie. Het college is niet verantwoordelijk voor het organiseren van vervoer buiten de schooltijden zoals vermeld in de schoolgids. Artikel 24 Soms worden kinderen om verschillende redenen uit huis geplaatst. Een crisisplaatsing is een plotselinge uithuisplaatsing in een pleeggezin of gezinsvervangend tehuis. Deze plaatsing is tijdelijk en het doel is om de leerling zo snel mogelijk (bij voorkeur binnen 6 weken) terug te laten keren naar het ouderlijk huis of in een andere definitieve huisvesting onder te brengen. Als het kind door de crisisplaatsing tijdelijk in een andere gemeente verblijft, neemt het college van de gemeente Barendrecht de kosten voor het leerlingenvervoer gedurende de eerste 6 weken voor zijn rekening. Artikel 34 Stage is een onderdeel van het onderwijsprogramma. Het college heeft de ruimte om afspraken met scholen te maken, evenals met het bedrijfsleven. Hoe het college met stageplaatsen omgaat is beschreven in artikel 12 van de Verordening en artikel 35 van de Beleidsregels.
Artikel 36 Volgens de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) moet het inkomen voor bekostiging van vervoerskosten worden vastgesteld op basis van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de bekostiging wordt aangevraagd. Als het inkomen van de ouders in de periode tussen het peiljaar en het jaar van de aanvraag structureel is gedaald, is het redelijk om in hun voordeel een later peiljaar te kiezen. Dit kan gedaan worden met de afwijkingsmogelijkheid van artikel 21 van de Verordening.
Artikel 37 De Verordening leerlingenvervoer bevat een hardheidsclausule (artikel 24). Deze clausule stelt het college in staat om van alle bepalingen in de Verordening af te wijken en alsnog bekostiging van vervoer toe te kennen. De hardheidsclausule is bedoeld voor uitzonderlijke situaties die niet in de Verordening en Beleidsregels zijn opgenomen en die mogelijk nadelige gevolgen voor een gezin of leerling kunnen hebben.
2
3