Technische vragen fractie VVD bijdrage kosten ICT Barendecht.pdf
Tekst van het document
Lokaal Liberaal Barendrecht, 14 mei 2024, Onderwerp: Bijdrage Barendrecht ICT in kader van ontvlechting BAR-organisatie. Geachte College, Pagina 46 van de Jaarstukken 2023 van de GR-BAR vermeldt dat de bijdrage ICT vanuit Barendrecht € 2,1 mio heeft bedragen. Ridderkerk heeft € 1 mio bijgedragen en Albrandswaard niets. Dat is niet conform de overeengekomen verdeelsleutel. In verband met de behandeling van deze Jaarstukken zijn door VVD diverse schriftelijke vragen gesteld. Zoals reeds eerder ook naar de grondslag en uitwerking van deze buitenproportionele verschillen. Wethouder Stolk heeft tijdens de Commissie vergadering op maandag 13 mei jl. een aantal van de schriftelijke vragen van de VVD mondeling beantwoord. Met betrekking tot de vraag (vraag 4) naar deze grondslag en uitwerking van deze onderlinge financiële verschillen heeft de wethouder geen inhoudelijk antwoord gegeven, anders dan het herhalen van het eerder geuite mantra dat “het de uitkomst van onderhandelingen” betreft met betrekking tot de ontvlechting van de GR-BAR. Van de zijde van ondergetekende is tijdens de Commissievergadering nog gesuggereerd dat de wethouder wellicht de Raad vertrouwelijk kon informeren. Letterlijk merkte zij op dat zij deze vraag terzijde legde. Voor de ontvlechting van de GR-BAR was voor het jaar 2023 € 3,1 mio door ter beschikking gesteld.
Hiervan is in 2023 € 2.013.900 uitgegeven, waardoor € 1.086.100 wordt doorgeschoven naar de BedrijfsvoeringsPartner (DBP) t.b.v. de ontvlechting van de ICT en het Transitiebureau). Vermeld is dat de kosten voor de ICT moeilijk zijn te begroten omdat deze mede afhankelijk zouden zijn van leveringstermijnen en aanbesteding. Wat de ICT-kosten in 2023 waren, is niet vermeld. Wel dus dat afwijkend van de gebruikelijke verdeelsleutel door Barendrecht € 2,1 mio, door Ridderkerk € 1mio en door Albrandswaard niets in die ICT-kosten zou zijn bijgedragen. De vraag naar en deugdelijke en gespecificeerde onderbouwing van de hiervoor bedoelde financiële verschillen van € 2.1 mio “ICT-kosten” is temeer relevant, omdat de accountant bij zijn verklaring 2023 rapporteert dat “de follow up van de eerdere bevindingen m.b.t. de IT beperkt is geweest”. Volgens de Begroting 2023 van DBP vormt het cluster ICT-risico’s gerelateerd aan hardware, software, communicatietechniek en informatiebeveiliging het grootste risico van 36,6%. In geld uitgedrukt € 1.275.000 voor de gehele organisatie. De toelichtingen op de pagina’s 11 en 12 van de Begroting 2023 van de DBP gelden gelijkelijk voor vrijwel alle organisaties.
In ieder geval niet uitsluitend voor de gemeente Barendrecht, maar in gelijke mate ook voor de gemeenten Ridderkerk en Albrandswaard en verklaren de aangehaalde onderlinge financiële verschillen derhalve niet.
1
Pag. 89 van de Jaarstukken 2023 Barendrecht vermeldt dat door Barendrecht € 2.1 mio beschikbaar is gesteld voor de ontvlechting. Exact het bedrag dat in de Jaarstukken BAR 2023 (pag. 46) is vermeld als bijdrage van Barendrecht in “ICT-kosten”, waarvoor Albrandswaard niets en Ridderkerk € 1 mio zou hebben bijgedragen. Op pag. 46 van de Jaarstukken van de BAR is vermeld dat (door de gemeenten totaal) voor de ontvlechting € 3.1 mio voor het jaar 2023 beschikbaar is gesteld. Dat is precies de € 2.1 mio van Barendrecht en de € 1 mio van Ridderkerk. Daaruit zou de conclusie kunnen worden getrokken dat de € 2.1 mio van Barendrecht in de Jaarstukken BAR 2023 ten onrechte in verband wordt gebracht met een “bijdrage in de ICT-kosten”, alsof dit kosten zouden betreffen die niet in een direct verband met de ontvlechting zouden staan, maar feitelijk de uitwerking betreft van het in de GR-BAR opgenomen bestraffende principe “wie breekt, betaalt”, in dit geval 70/30 met Ridderkerk. Vorenstaande vindt m.i. bevestiging in het feit dat pag. 89 van de Jaarstukken Barendrecht vermeldt dat van de door Barendrecht voor de ontvlechting beschikbaar gestelde € 2.1 mio € 738.500 wordt doorgeschoven naar dit jaar. Terwijl volgens de Jaarstukken 2023 BAR binnen de BAR € 1.086.100 van het ontvlechtingsbudget wordt doorgeschoven.
Een verschil van € 348.600, hetgeen nagenoeg de verhouding € 2.1 mio versus € 1 mio tussen Barendrecht en Ridderkerk representeert. Feit is dat in het verleden -en ook nu weer- door of namens het College geen deugdelijke en inhoudelijke verklaring voor deze financieel onderlinge verschillen is gegeven. Reden waarom ondergetekende opnieuw vorenbedoeld verzoek tot het College richt, zich daarbij beroepend op de politieke verantwoordingsplicht. Volgens de Memorie van Toelichting (MvT) bij artikel 169 Gemeentewet, blijft een individueel Collegelid verantwoordelijk voor het door het College gevoerde bestuur. Idem prof. Elzinga, die in de MvT wordt aangehaald. Naar aanleiding van bovenstaande en voor de volledigheid verzoek ik u om de volgende vragen (concreet) te beantwoorden: -
Wat is de reden dat de gemeente Barendrecht € 2,1 mio heeft bijgedragen? Was dit ten behoeve van de ICT-ontvlechting of vanwege een andere onderlinge verrekeningsafspraak? Zo ja, wat was daarvoor dan de grondslag? Op welke wijze is omvang van de onderling verschillende bedragen bepaald? Wat is de reden van het substantiële verschil ten opzichte van de gemeente Ridderkerk (€1 mio) en de gemeente Albrandswaar (€ 0)?
2
Onderbouwing verzoek: Artikel 155, lid 1 Gemeentewet: Een lid van de Raad kan het College of de Burgemeester mondeling of schriftelijk vragen stellen. Artikel 169, lid 3 Gemeentewet. Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. De wetgever definieert “openbaar belang” niet, anders dan het een begrip is waarop het College zich slechts in uitzonderlijke gevallen kan beroepen. Als dat gebeurt, moet het aan de Raad worden uitgelegd. Die moet toestemming geven voor het zich als College(lid) kunnen beroepen op zo een “uitzonder geval”. Aldus ook de Vereniging voor Raadsleden. De beperking “strijd met het openbaar belang” is in 1969 in de Gemeentewet opgenomen. Van de zijde van de regeling werd opgemerkt dat deze clausulering (verschoningsgrond) als hoge uitzondering geldt. Aan de Tweede Kamer is toen duidelijk gemaakt, dat een beroep hierop bijvoorbeeld kan plaatsvinden in de volgende situaties:
Het verstrekken van persoonlijke gegevens met ernstig nadeel voor de belangen van particulieren; De verstrekking van gegevens inzake kwesties die onder de rechter zijn.
Van deze of van een andere bijzonder zwaarwegend uitzonderingsgrond is in casu geen sprake. “Strijd met openbaar belang” mag verder niet vanuit bestuurlijke of politieke overwegingen als verschoningsgrond (weigeringsgrond) worden ingeroepen. Ook de Wet open overheid die jegens alle burgers geldt (uitzonderingsgronden artikelen 5.1 – 5.7), maakt dit ten opzichte van een Raadslid niet anders.
Cees Schaap, tel. 0643062493 cees.schaap@ziggo.nl
3