Technische vragen Barendrechts Belang Wmo verordening 2026
Tekst van het document
Technische vragen
Barendrecht, 15 september 2025 Betreft: Technische vragen Wmo verordening 2026 Geacht college, Op 23 september staat de Wmo verordening 2026 geagendeerd. Hierover hebben wij de volgende vragen: 1. Welke criteria gebruikt het college bij art. 1a om te beoordelen of iets “financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau”? Is er een norm of rekenmethode vastgesteld? Algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen is een breed begrip. 2. Art. 9.1: Hoeveel tijd neemt het onderzoek in beslag in de praktijk, en is de termijn “zes weken na ontvangst van de melding” haalbaar gezien administratieve lasten en capaciteit? 3. Wat wordt bij art. 2.3 verstaan onder “spoedeisende situatie” in artikel 2.3.3 Wmo 2015, en hoe wordt dat in Barendrecht geïnterpreteerd? Hoe vaak komt dat voor? 4. Hoe wordt bij art. 11.2 “de goedkoopst adequaat compenserende voorziening” vastgesteld? Is dit gebonden aan marktprijzen, offertes, vaste contracten? 5. Bij woonaanpassingen: art. 23.3 noemt een drempel van € 7500 voor woonaanpassingen waarbij “primaat van verhuizen” geldt. Hoe wordt beoordeeld of verhuizen goedkoper of haalbaar is? Welke kosten (verhuiskosten, inrichten, etc.) worden meegerekend? 6. De verordening stelt bij art. 24.2 een maximum van 25 km voor lokale verplaatsingen of strategische punten.
Hoe wordt “directe woon- en leefomgeving” gedefinieerd in termen van geografische grenzen? 7. Hoe wordt bij art. 28.3 toezicht gehouden op de “kwaliteitskader PGB” en de checklist (bijlage)? Wordt er getoetst op basis van steekproeven, risicogestuurde controles, extra verantwoording of inspecties? 8. Welke stappen onderneemt het college als blijkt dat het PGB niet rechtmatig wordt gebruikt of de verantwoording onvoldoende is? 9. Zie art. 31: Voor formele hulpverleners wordt een maximumtarief gehanteerd (“maximaal 90% van het uurtarief van de goedkoopst compenserende voorziening in natura”). Hoe schaalt dit tarief bij bijzondere situaties (bijv. specialistische hulp) of als de goedkoopst compenserende voorziener heel ver weg is? 10. Zie art. 33: Hoe wordt vastgesteld wat de kostprijs is voor een maatwerkvoorziening of algemene voorziening (bijv. via aanbesteding of offertes)? Zijn de regels voor het bepalen van kostprijs eenduidig genoeg?
Barendrechts Belang | info@barendrechtsbelang.nl | Tel: 06 – 2831 3561 Internet: www.barendrechtsbelang.nl | Facebook: www.facebook.com/barendrechtsbelang Instagram: www.instagram.coml/barendrechtsbelang | LinkedIn: www.linkedin.com/company/barendrechts-belang
Technische vragen
11. Op welke manier worden de uitkomsten van het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek gebruikt voor bijstelling van beleid of uitvoering? (zie art. 35.3) 12. Met ingang per 1 januari 2026: welke voorzieningen of lopende zaken worden overgenomen? In hoeverre kunnen bestaande cliënten geconfronteerd worden met veranderingen of beperkingen? 13. Indexering: welke bedragen of vergoedingen kunnen jaarlijks verhoogd/verlaagd worden? Is dit naast inflatie gekoppeld aan, cao-loon, kostprijsstijging van hulpmiddelen of andere factoren? 14. Is er een effectieve herindicatie/tussentijdse evaluatie ingebouwd om te kijken of voorzieningen nog steeds nodig zijn of dat zwaardere maatwerk vervangen kan worden door lichtere voorzieningen? 15. Kan de verordening of uitvoeringsovereenkomst voorzien in bundeling van inkoop voor hulpmiddelen, woningaanpassingen etc., om schaalvoordelen te behalen? 16. Is gebruik van algemeen gebruikelijke voorzieningen en eigen kracht voldoende geconcretiseerd in de verordening zodat deze ook echt worden benut voordat een beroep op maatwerk wordt gedaan? 17. Kan gekozen worden voor toetsing van offertes bij PGB of normtarieven zodat PGB niet buitensporig duur wordt in vergelijking met natura? 18. Kan de verordening dwingende voorwaarden bevatten voor clustering van ritten of slimme planning (rittenbundeling via vervoeraanbieders) om vervoerskosten te drukken? 19.
Worden cliënten en belanghebbenden duidelijk geïnformeerd over de gevolgen van keuzes rondom duurdere versus goedkopere voorzieningen (bijv. verschil in kwaliteit, comfort, eigen bijdrage)? Dat kan bijdragen aan acceptatie van goedkopere alternatieven. 20. Hoe worden de gegevens over kostenstijgingen gebruikt om bij te sturen (bijv. prognoses, scenarioanalyses)? Wij kijken uit naar uw schriftelijke beantwoording. Richard Carlebur Raadslid Barendrechts Belang
Barendrechts Belang | info@barendrechtsbelang.nl | Tel: 06 – 2831 3561 Internet: www.barendrechtsbelang.nl | Facebook: www.facebook.com/barendrechtsbelang Instagram: www.instagram.coml/barendrechtsbelang | LinkedIn: www.linkedin.com/company/barendrechts-belang