Schriftelijke bijdrage dhr. Van den Berg aandacht voor huisartsenzorg
Tekst van het document
Aandacht voor de huisartsenzorg. Mag ik me even voorstellen? Mijn naam is Frank van den Berg. Ik ben een gepensioneerd huisarts, gewezen co-opleider, ingeschakeld door de Zeeuwse Huisartsencoöperatie bij de opvolgproblematiek en masterstudent filosofie aan de EUR. Graag voldoe ik aan het verzoek van Richard Carlebur, gewezen jaargenoot filosofie, mijn mening te geven over de huidige problematiek van de huisartsgeneeskunde. Ja, aandacht is hard nodig. Er is op veel plaatsen een tekort aan huisartsen waardoor patiënten nogal eens verstoken blijven van de juiste hulp. Het landelijk tekort wordt maar traag ingelopen. Het enthousiasme voor het vak is de laatste jaren afgenomen. Dat hangt mijns inziens samen met het terecht klagen door de zittende huisartsen over administratieve en praktijk bestuurlijke lasten, gebrek aan personeel en vaak onvoldoende huisvesting. Hierdoor komen ze te weinig toe aan de continue, integrale en persoonlijke zorg, in samenwerking, waarvoor de Landelijke Huisartsenvereniging staat. Verbetering van deze factoren is dringend nodig om de huidige neerwaartse spiraal te doorbreken. Maar wie gaat dat doen? De macrosituatie is nu als volgt: Niemand is eindverantwoordelijk voor de huisartsenzorg in een bepaald gebied.
De huisartsen zelf zijn, ook als ze met collega’s in een samenwerkingsverband zitten, kleine ondernemers die hun handen vol hebben aan de geschetste werkzaamheden. Zij zijn weinig bereid voor het grote geheel af te zien van eigen belangen. Mijns inziens begrijpelijk. De landelijke overheid heeft bepaald dat gezondheidszorg zich automatisch verbetert door marktwerking. Dit is een misverstand. Marktwerking werkt onder de voorwaarden dat de klant het product kan beoordelen en dat de aanbodzijde zo ruim is dat er geconcurreerd wordt. Aan deze beide eisen voldoet de huisartsenij niet. Gelukkig zijn er tekenen dat de overheid deze vergissing aan het beseffen is. De verzekeraars zijn wettelijk verplicht zorg in te kopen. Is er te weinig aanbod dan valt er ook niet in te kopen. De verzekeraars spelen slechts een geringe rol als regisseurs. Dat is hun taak niet. Het is hun wettelijk verboden in stenen te investeren. Zolang de landelijke overheid de regels niet verandert gaan de verzekeraars niet het voortouw nemen. Provincies en gemeenten laten de huisartsgeneeskunde meestal over aan huisartsen en verzekeraars. Het zou het beste zijn als de huisartsen zelf collectief de leiding namen in dit probleem. Ze zouden weer enthousiasme moeten kunnen uitstralen. Daarvoor moet wel wat gebeuren. Uit bovenstaande knelpunten blijkt wel wat de diverse partijen in het ideale geval zouden kunnen.
Ik beperkt me tot de potentiële bijdrage van de gemeente: - Zorgen voor gezondheidscentra die gehuurd worden door o.a. huisartsen. Dit is een zinvolle investering die uiteindelijk zichzelf terugverdient. Deels doordat een sterke eerstelijn kostbare gezondheidsproblemen voorkomt, deels door huuropbrengst. In dit verband is het nuttig op te merken dat dit niks nieuws is: In de eerste helft van de twintigste eeuw lieten veel gemeenten ‘doktershuizen’ bouwen om huisartsen te trekken.
-
Een vlot bouwvergunningenbeleid voeren. Zowel voor huisartsen die zelf het initiatief nemen een centrum te bouwen als voor projectontwikkelaars is dit van belang. Ik prefereer echter in dit verband de gemeente als projectontwikkelaar - De stad ook op andere manieren aantrekkelijk maken voor huisartsen: Stel woonruimte ter beschikking voor huisartsen in opleiding en voor een z.g. vakantiedokter (een waarnemer zodat de zittende huisartsen gemakkelijker met vakantie kunnen in de zomer). - Het stimuleren van samenwerking tussen ziekenhuis, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, verpleeghuisartsen (enzovoort) en de huisartsen. Dit kan op formeel niveau door bijvoorbeeld een SEH uit te breiden met een huisartsenpost, diverse praktijken onder één dak te brengen, maar ook op informeel niveau door gezondheidswerkers op een gezellige manier met elkaar te laten communiceren. Subsidieer hiertoe bijvoorbeeld een plaatselijke huisartsenvereniging of coöperatie. - Trek opleidingen aan voor personeel van huisartsen: Verpleegkundig specialisten, physician assistents, doktersassistenten. - Organiseer een vacaturebank. Veel huisartsen blijven in de plaats van hun opleiding hangen omdat hun partner daar al werk heeft. Kan de partner van werk wisselen dan helpt dat. Enfin, er zijn mogelijkheden om de huisartsen te steunen.
Een enthousiaste groep met goede infrastructuur en goede onderlinge waarneemregelingen maakt de stad aantrekkelijk voor jonge huisartsen. Veel succes! 12-11-2023 Frank van den Berg