CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke Onderbouwing Middenbaan 64

commissie Ruimte 13 april 2021, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Woningbouwontwikkeling Middenbaan 6412.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BARENDRECHT – MIDDENBAAN 64 TRANSFORMATIE WOON-/WINKELLOCATIE NAAR

WOONLOCATIE MET HORECA-/WINKEL-/BEDRIJFSRUIMTE

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Project

Barendrecht – Middenbaan 64 Transformatie Woon-/Winkellocatie naar Woonlocatie met Horeca-/Winkel-/Bedrijfsruimte

Kenmerk

IOM.2020.05 nnnnniuieNieuwbouwappartementencom[eHuizermaatweg 1-9 en 45 te Huizen

Initiatiefnemer

AKM Projectontwikkeling B.V.

Postadres

Henry Dunantlaan 1 2992 KP BARENDRECHT

Status

v.04

Aantal pagina’s

40

Datum

16 maart 2021

Auteur

drs. J.W.T.M. (Jos) Imming inf info@iom-ro.nl

IMMING OMGEVINGSMANAGEMENT adviesbureau voor ruimtelijke ordening en planologie

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

INLEIDING

2

1.1

Introductie transformatieplan

2

1.2

Doelstelling en doelgroep

3

1.3

Huidige situatie planlocatie

3

1.4

Huidig en gewenst planologisch kader

3

1.5

Leeswijzer

5

HET TRANSFORMATIEPLAN

6

2.1

Huidige situatie planlocatie

6

2.2

Uitgangspunten beeldkwaliteit transformatieplan

7

2.3

Toekomstige situatie

8

2.4

Transformatieplan versus bestemmingsplan

11

TOETSING VAN HET TRANSFORMATIEPLAN

12

3.1

12

3.2

3.3

4

Beleidskader 3.1.1

Het Rijk ............................................................................... 12

3.1.2

Provincie Zuid-Holland ............................................................. 14

3.1.3

Gemeente Barendrecht ............................................................. 16

Omgevingsaspecten

18

3.2.1

Verkeer en parkeren ................................................................ 18

3.2.2

Bedrijven en milieuzonering ....................................................... 27

3.2.3

Geluid ................................................................................. 28

3.2.4

Luchtkwaliteit ....................................................................... 30

3.2.5

Externe veiligheid ................................................................... 31

3.2.6

Ecologie ............................................................................... 33

3.2.7

Water .................................................................................. 35

3.2.8

Bodem ................................................................................. 36

3.2.9

Archeologie ........................................................................... 37

3.2.10

Milieueffectrapportage ............................................................. 38

Conclusie

39

ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

40

4.1

Economische uitvoerbaarheid

40

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

40

BIJLAGE: I.

EcoTierra, Quickscan Flora & Fauna, april 2020.

II.

Natuurbank Overijssel, Natuurwaardenonderzoek, oktober 2020.

III.

Voortman Ingenieurs, Akoestisch onderzoek, mei 2020.

IV.

Arnicon, Bodemonderzoek, april 2020.

V.

Ad Fontem, Aerius Stikstofberekening, mei 2020.

1

1

1.1

INLEIDING

Introductie transformatieplan

AKM Projectontwikkeling B.V. is voornemens om het perceel aan de Middenbaan 64 in het centrum van Barendrecht te transformeren van een woon–/winkellocatie (voormalige Intertoys) naar een woonlocatie met tevens ruimte voor een kleine winkel dan wel lichte horeca- of kleinschalige bedrijfsactiviteiten, passend in een centrumomgeving. Het gebouw op deze locatie is niet meer als zodanig in gebruik en staat inmiddels leeg. De planlocatie grenst zowel aan de Middenbaan als aan het Onderlangs, waarbij de voorzijde van het winkelpand gesitueerd is aan de zijde van de Middenbaan. De achterzijde van het pand, met toegang voor ontvangst goederen, is gesitueerd aan de zijde van het Onderlangs. Figuur 1.1: Huidige situatie planlocatie (links: zijde Middenbaan 64, rechts: zijde het Onderlangs).

Concreet is het voornemen om het huidige pand te slopen en op de vrijkomende locatie een nieuw gebouw te realiseren, waarin zowel 11 appartementen zijn opgenomen als ruimten met een totaaloppervlak van circa 110 m2 voor kleinschalig winkelgebruik dan wel lichte vormen van horeca- of bedrijfsactiviteiten. Bij horeca kan worden gedacht aan een lunchroom en bij lichte bedrijfsactiviteiten aan een makelaarskantoor. Het gebouw inclusief de beoogde appartementen worden als energiezuinig (gasloos, all-electric) opgeleverd, waarbij de appartementen primair gericht zijn op de doelgroep ‘Starters’. Het voorliggende transformatieplan is niet volledig inpasbaar binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie. Om het plan te kunnen realiseren wordt dan ook een Omgevingsvergunning aangevraagd, waarmee voor de planlocatie ontheffing kan worden verkregen van de huidige bestemming. Concreet zal conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een Omgevingsvergunning ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ worden aangevraagd. Principeverzoek In het kader van vooroverleg heeft AKM Projectontwikkeling B.V. op 11 november 2019 het voorgenomen transformatieplan informeel als conceptaanvraag voorgelegd aan de gemeente Barendrecht. Doel van deze conceptaanvraag c.q.

principeverzoek was om de gemeente in een zo vroeg mogelijk stadium kennis te laten nemen van het voornemen en om te vernemen of er voldoende draagvlak is voor planologische medewerking vanuit de gemeente. Op 14 mei 2020 ontving AKM Projectontwikkeling B.V. een (ambtelijke) reactie vanuit de gemeente waaruit kan worden afgeleid dat het transformatieplan voldoende basis biedt voor een positieve voortzetting van het proces van plan- en besluitvorming. Om te komen tot een positieve (bestuurlijke) besluitvorming zal nader invulling dienen te worden gegeven aan de beginselen van een goede

2

ruimtelijke ordening, waarbij met name het parkeervraagstuk een belangrijke rol vervult. Ten aanzien van dit vraagstuk heeft de gemeente op ambtelijk niveau reeds aangegeven dat zij medewerking wil verlenen aan een maatwerkoplossing. Het benodigde maatwerk is met name ingegeven door de wens van zowel AKM Projectontwikkeling B.V. als de gemeente om de huidige parkeerplaatsen op eigen perceel, gelegen aan de zijde van het Onderlangs, om te vormen tot een levendige plint met meer ruimtelijke kwaliteit.

1.2

Doelstelling en doelgroep

Vanuit de basisgedachte om het centrum van Barendrecht te voorzien van ruimtelijke kwaliteitsimpuls met een toekomstgerichte invulling is het transformatieplan opgezet met als (hoofd)doel om tegemoet te komen aan een structureel hoge vraag naar betaalbare woningen c.q. appartementen onder starters op de woningmarkt. Behalve starterswoningen voorziet het transformatieplan in een gebruik van het nieuw te realiseren gebouw als (kleinschalige c.q. lichte vormen van) winkel-, horeca- en/of bedrijfsruimte. Als mogelijke bedrijfsruimte kan hier bijvoorbeeld worden gedacht aan commerciële dienstverlening met daarbij een baliefunctie.

1.3

Huidige situatie planlocatie

De planlocatie Middenbaan 64 bevindt zich in het centrum van Barendrecht, in een omgeving die in hoofdzaak gekenmerkt door een breed scala van centrumbestemmingen, zoals ‘Wonen’, ‘Detailhandel’ en ‘Kantoor’. Het plangebied is weergegeven in figuur 1.2. Figuur 1.2: Luchtfoto planlocatie Middenbaan 64 en omgeving (Bron: Google Earth).

1.4

Huidig en gewenst planologisch kader

Vigerend bestemmingsplan Het huidige planologisch kader voor de locatie Middenbaan 64 in Barendrecht is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Woongebied Oost’ (vastgesteld op 7 mei 2013). De planlocatie heeft daarin de

3

enkelbestemming ‘Centrum-Primair’ en geldt als dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. De maximaal toegestane bouwhoogte binnen de planlocatie is gesteld op 7 meter. Een uitsnede van de Verbeelding van het vigerende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.3. Figuur 1.3: Uitsnede Verbeelding bestemmingsplan ‘Woongebied Oost’.

De bestemming ‘Centrum – Primair’ betekent voor de planlocatie dat de betreffende gronden bestemd zijn voor onder meer detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en wonen. Aanvullend geldt als bouwregel dat hoofdgebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd mogen worden, waarbij het bouwvlak voor 100% bebouwd mag worden. Specifiek voor de planlocatie geldt hierbij een maximum bouwhoogte van 7 m. De bestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ betekent dat de betreffende gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd zijn voor het behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. Gewenst planologisch kader Het gewenst planologisch kader voorziet in de mogelijkheid om op de locatie Middenbaan 64, in aanvulling op de vigerende bestemmingsdoeleinden voor deze locatie, horeca- en/of bedrijfsactiviteiten te mogen uitvoeren. Het realiseren van 11 appartementen is, net als de mogelijkheid tot gebruik als winkel, inpasbaar binnen de actuele bestemmingsdoeleinden. Het ontbreken van de specifieke aanduidingen voor ‘Horeca’ en ‘Bedrijf’ binnen de huidige bestemming ‘Centrum – Primair’ maakt dat deze gebruiksvormen als planologische strijdigheden moeten worden gezien.

Tot slot kan, vooruitlopend op de beschrijving van het voorgenomen bouwplan, worden gesteld dat de gewenste situatie niet in lijn is met de maatvoeringen (bouwvlak en bouwhoogten), zoals opgenomen in de bouwregels van het vigerende bestemmingsplan. Realisatie van de gewenste situatie is in dit geval een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan middels een omgevingsvergunning ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’. Het proces van vergunningverlening zal hierbij de uitgebreide procedure doorlopen. Dit betekent dat het College van B&W bevoegd is om de benodigde omgevingsvergunning te verlenen, maar dat de Raad hieraan voorafgaand een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) dient af te geven. Meer specifiek is deze VVGB aan de orde omdat het transformatieplan voorziet in de realisatie van meer dan 10 woningen.

4

Om de benodigde omgevingsvergunning te kunnen verlenen is, conform voornoemd artikel uit de Wabo, deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Deze onderbouwing vormt een instrument voor zowel het College van B&W als de Raad (VVGB) om hun besluitvorming te kunnen motiveren en daarmee een volwaardig akkoord te kunnen geven op de planologische strijdigheid i.c. het transformeren van het voormalige winkelgebouw naar een gebouw met zowel 11 appartementen als ruimten voor kleinschalig gebruik als winkel, horeca en/of bedrijf. Om een verantwoord besluit te kunnen nemen dient deze onderbouwing met name inzage te geven in: ˗ De aard en omvang van het transformatieplan. ˗ Het ruimtelijk beleid en toekomstvisies van de gemeente Barendrecht en andere overheden. ˗ Het anticiperen van de planvorming op woonbehoefte. ˗ De in en rondom het plangebied aanwezige ruimtelijke- en milieukwaliteiten. ˗ De ruimtelijke- en/of milieueffecten van het transformatieplan op de omgeving alsmede de mogelijke invloed vanuit de omgeving op deze planvorming.

1.5

Leeswijzer

Het voorliggende document vormt de ruimtelijke onderbouwing van het transformatieplan voor de planlocatie Middenbaan 64 in Barendrecht en is als volgt opgebouwd: ˗ Hoofdstuk 2: Transformatieplan. In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie van de planlocatie en omgeving beschreven, gevolgd door een beschrijving van het transformatieplan en de resulterende toekomstige situatie. ˗ Hoofdstuk 3: Toetsing van het transformatieplan. In dit hoofdstuk wordt de planvorming getoetst aan het vigerende beleidskader en de aanwezige omgevingsaspecten. ˗ Hoofdstuk 4: Uitvoerbaarheid: In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het transformatieplan.

5

2

2.1

HET TRANSFORMATIEPLAN

Huidige situatie planlocatie

De planlocatie is gelegen aan de Middenbaan, onderdeel van de historische Voordijk 1. Van een dijk met lintbebouwing heeft deze straat zich in de loop van de jaren verder ontwikkeld tot een autovrije winkelstraat. De ligging op de dijk kan vooral worden ervaren middels de kleine stegen met trappen die naar de dijk leiden, waardoor het hoogteverschil is te ervaren. Deze stegen versterken het kleinschalige karakter dat past bij het dijklint. Figuur 2.1: Planlocatie en omgeving (Bron: Google Earth).

1

Bron: Gemeente Barendrecht, Beeldkwaliteit Centrum Barendrecht (december 2015).

6

Aan de Middenbaan liggen gebouwen uit verschillende tijdperken, gebouwd volgens verschillende bouwstijlen. De Middenbaan onderscheidt zich daarmee van veel andere centra waar vaak de bouwstijl uit één periode, hetzij historisch of modern, domineert. Een belangrijk kenmerk is dat de gebouwen hier niet in een rechte rooilijn staan maar steeds ten opzichte van elkaar verspringen, hetgeen de diversiteit van de straat versterkt. Hetzelfde effect hebben de tussenliggende stegen, waardoor de panden duidelijk als van elkaar gescheiden leesbaar zijn. Figuur 2.2: Sfeerimpressie Middenbaan ter hoogte van planlocatie (Bron: Google Earth streetview).

De planlocatie is kadastraal bekend onder: Barendrecht, sectie D, perceelnummer 4909. Het oppervlak van dit perceel bedraagt 283 m2. Figuur 2.3: Kadastrale kaart Middenbaan 64 (Bron: PDOK).

2.2

Uitgangspunten beeldkwaliteit transformatieplan

In zijn planvorming hanteert AKM Projectontwikkeling BV als vertrekpunt om een gebouw te creëren, dat qua architectuur en schaal geïnspireerd is op de dorpse bebouwing in het centrum van Barendrecht. Belangrijkste kenmerken van deze bebouwing aan de zijde van de Middenbaan zijn:

7

˗ ˗ ˗ ˗

Kleine korrelgrootte van bebouwing. Apart leesbare panden door middel van verspringende rooilijnen van elkaar gescheiden. Klassieke gevelopbouw met plint, middenstuk en dakopbouw. Dorps karakter met kleinschalige en pandsgewijze bebouwing.

Het beoogde beeld aan de zijde van het Onderlangs is geïnspireerd op pakhuizen. Het robuuste en eenvoudige karakter van pakhuizen sluit aan op het meer functionele karakter in dit deel van het centrum. Opzet is om een stoere pakhuisgevel te creëren met de volgende kenmerken: ˗ Gevels zijn opgetrokken in één materiaal. ˗ Ramen hebben hetzelfde formaat en zijn regelmatig geplaatst (gatengevel). ˗ De gevels hebben weinig reliëf; balkons of erkers komen niet voor.

2.3

Toekomstige situatie

Bouwvlak en bouwhoogten Het transformatieplan resulteert in een nieuw gebouw met 3 bouwlagen aan de zijde van de Middenbaan en 4 bouwlagen aan de zijde van het Onderlangs. In de nieuwe situatie is het bouwvlak op het perceel Middenbaan 64 groter bouwvlak dan in de huidige situatie. Met name aan de zijde van het Onderlangs en aan de kant van de steeg bij nummer 66 komt het nieuwe gebouw buiten het bouwvlak te liggen. Het nieuwe gebouw over een oppervlak van in totaal 36 m2 buiten het bestaande bouwvlak geprojecteerd (zie figuur 2.4). Figuur 2.4: Bouwvlak Middenbaan 64 nieuwe situatie (Bron: Ingenieursburo AKM).

Het bouwhoogte van het nieuwe gebouw bedraagt aan de zijde van de Middenbaan circa 10 meter. Dit is hoger dan de 7 meter nokhoogte van het huidige pand aan deze zijde.

8

Inrichtingsplan In het nieuwe gebouw zijn 11 appartementen opgenomen, met een oppervlak van ten hoogste 50 m2 per appartement. Aan de zijde van het Onderlangs zal op begane grondniveau worden voorzien in een gemeenschappelijke (fietsen-)berging voor de toekomstige bewoners. Verdeeld over twee locaties zijn in het nieuwe gebouw ruimten opgenomen voor kleinschalig gebruik als winkel, horeca of andere vormen van lichte bedrijfsactiviteiten. Aan de zijde van de Middenbaan is voorzien in een commerciële ruimte van circa 92 m2 en aan de zijde van het Onderlangs in een ruimte van circa 21 m2. Deze commerciële ruimten hebben daarbij een eigen ingang vanaf het openbaar gebied. Het nieuwe gebouw is energiezuinig van opzet, waarbij zowel de 11 appartementen als de commerciële ruimten gasloos (all-electric) worden opgeleverd. In figuur 2.5 zijn indicatieve plattegronden van het nieuwe gebouw opgenomen. Aansluitend zijn in figuur 2.6 impressies van het nieuwe gebouw opgenomen, gezien vanaf zowel de Middenbaan als het Onderlangs. Voor zowel figuur 2.5 als figuur 2.6 geldt dat de gepresenteerde gegevens gezien dienen te worden als ontwerptekeningen c.q. impressies van de beoogde situatie.

De definitieve tekeningen, die op basis van deze ontwerpversies nader zijn uitgewerkt en bijgevoegd in de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Bouwen’, zijn sturend in het voorliggende proces van besluitvorming. Daarbij zijn de technische voorschriften/adviezen voor het afvoeren van het hemelwater verwerkt in de technische uitwerking van de architect en de bouwkundigen. In de technische tekeningen is tevens rekening gehouden met een stoep aan de zijde van het Onderlangs en een straatverhoging aan de zijde van de Middenbaan, waarmee voorkomen wordt dat hemelwater bij het gebouw naar binnen komt. Figuur 2.5: Plattegronden bouwlagen nieuwbouw transformatieplan (Bron: Ingenieursburo AKM).

9

Figuur 2.6: Artist impression toekomstige situatie (Bron: Ingenieursburo AKM).

Zijde Middenbaan

Zijde het Onderlangs

Buitenruimte Aan de zijde van het Onderlangs zal op eigen terrein een gemeenschappelijke buitenruimte voor de toekomstige bewoners worden gerealiseerd. Deze buitenruimte met een omvang van circa 11 m2 zal worden uitgevoerd als ‘Delftse stoep’. Figuur 2.7: Voorbeeld ‘Delftse stoep’.

10

Verkeer en parkeren Het realiseren van een gemeenschappelijke buitenruimte aan de zijde van het Onderlangs brengt met zich mee dat de twee hier aanwezige parkeerplaatsen komen te vervallen en is, net als bij het voormalige gebruik van deze locatie, ook bij het transformatieplan parkeren in de openbare ruimte aan de orde. Om het gebruik van de parkeervoorzieningen in het openbaar gebied op voorhand te reduceren voorziet het transformatieplan in het toekennen van een deelauto aan de toekomstige bewoners van de Middenbaan 64. Gezien de – op voorhand – onmogelijkheid om het parkeervraagstuk volledig op eigen terrein op te lossen, heeft AKM Projectmanagement reeds in zijn principeverzoek voorgesteld om aan de beschikbare buitenruimte aan de zijde van het Onderlangs een kwaliteitsimpuls te geven, zoals beoogd met de realisatie van een levendige plint in de vorm van de ‘Delftse stoep’. In haar reactie op het principeverzoek heeft de gemeente aangegeven hier positief in te staan. Een nadere uitwerking en toetsing van het aspect ‘verkeer en parkeren’ is opgenomen in paragraaf 3.2.1 van deze ruimtelijke onderbouwing.

2.4

Transformatieplan versus bestemmingsplan

In hoofdstuk 1 is reeds aangegeven dat het transformatieplan niet inpasbaar in het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie. Op grond van het voorgaande kan deze planologische strijdigheid worden toegespitst op de volgende punten: ˗ Strijdigheid met de bestemmingsdoeleinden voor ‘Centrum-Primair’. ˗ Strijdigheid met bouwvlak en maximum bouwhoogte.

11

3

TOETSING VAN HET TRANSFORMATIEPLAN

3.1

Beleidskader

3.1.1

Het Rijk

Toetsingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In maart 2012 is de landelijke Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Hierin schetst het Kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Tot de essenties van de SVIR kunnen worden gerekend dat de Rijksoverheid zich vooral gaat richten op nationale belangen en dat meer bewegingsvrijheid geboden zal worden aan provincies en gemeenten op het gebied van ruimtelijke ordening. Het Rijk stelt hierbij dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de situatie in hun regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Zij kunnen dan ook beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. De visie van ‘decentraal wat kan en centraal wat moet’ vormt dan ook een essentieel beleidsaspect binnen de SVIR. Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk de volgende drie rijksdoelen gesteld om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): ˗ Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland. ˗ Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat.

˗ Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving, waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De Rijksdoelen zijn in de SVIR uitgewerkt tot nationale opgaven, die regionaal neerslaan. De gemeente Barendrecht maakt in dit opzicht deel uit van de MIRT2-regio Zuidvleugel. Voor de Zuidvleugel geldt een grote woningbouwopgave. Tot 2040 moeten er in dit gebied nog ongeveer 270.000 woningen worden bijgebouwd en ongeveer 220.000 woningen worden vervangen. De vraag naar extra woningen concentreert zich voor circa 25% in de regio Rotterdam. In deze regio is vooral sprake van een kwalitatieve mismatch tussen gevraagde en beschikbare woningen en woonmilieus. Tot 2040 zullen hier ruim 100.000 woningen moeten worden vervangen. Duurzame stedelijke ontwikkeling Duurzame stedelijke ontwikkeling wordt vanuit de Rijksoverheid gezien als doelstelling én als belangrijk instrument bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Als instrument doelt men dan op toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanaf oktober 2012 is deze Ladder vanuit de SVIR als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Overheden moeten vanaf deze datum op grond van het Bro elke nieuwe stedelijke ontwikkeling planologisch motiveren aan de hand van de treden van deze Ladder. In april 2017 is het Bro gewijzigd in verband met de aanpassing van deze Ladder.

Concreet is vanaf dat moment ten aanzien van de ‘nieuwe’ Ladder het volgende in het Bro (artikel 3.1.6) opgenomen:

2

MIRT: Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport.

12

˗

˗

De toelichting bij een bestemmingsplan (hier: ruimtelijke onderbouwing voor planologisch strijdig gebruik) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De eerder van toepassing zijnde «actuele regionale behoefte» wordt vervangen door «behoefte».

Resumerend is duurzame stedelijke ontwikkeling – en daarmee de ‘Ladder’ – gericht op nieuwe stedelijke ontwikkelingen, die voorzien in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het Barro is vooral gekoppeld aan de hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het Natuurnetwerk Nederland en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen). Toetsing transformatieplan Middenbaan 64 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Rijksdoelen en regionale opgaven Het initiatief raakt geen nationale belangen en hierop afgestemde regionale opgaven, zoals opgenomen in de SVIR. Ten aanzien van de hoofdopgave voor de regio Zuidvleugel kan worden gesteld dat het initiatief passend is binnen de doelstelling om via transformatie van een locatie binnen bestaand bebouwd gebied woningen toe te voegen.

Duurzame stedelijke ontwikkeling De Ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de ABRvS uitgemaakt dat een woningbouwproject vanaf 12 woningen als een ‘Ladderplichtige’ stedelijke ontwikkeling dient te worden gezien. Gelet op het aantal te realiseren appartementen c.q. wooneenheden (11) in het centrum van Barendrecht kan worden gesteld dat het transformatieplan voor de locatie Middenbaan 64 niet als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ kan worden gedefinieerd. Ten aanzien van het toepassen van commerciële functies op deze locatie betekent het transformatieplan tevens een afname van het oppervlak voor deze bestemmingsdoeleinden. In het voorliggende proces van plan- en besluitvorming is de Ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet aan de orde.

Barro In het verlengde van de toetsing aan het ruimtelijk beleid, vastgelegd in de SVIR, kan worden gesteld dat het transformatieplan geen nationale belangen raakt, die via het Barro gewaarborgd dienen te worden. Conclusie Rijksbeleid Het transformatieplan Middenbaan 64 te Barendrecht is in lijn is met de ambities en doelstellingen van het beleid op nationaal niveau.

13

3.1.2

Provincie Zuid-Holland

Toetsingskader Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie is het provinciaal beleidsplan voor de fysieke leefomgeving. Aansluitend zijn in de Omgevingsverordening de regels vastgelegd, waaraan ruimtelijke plannen in Zuid-Holland moeten voldoen. De Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn op 1 april 2019 in werking getreden en vervangen daarmee respectievelijk de Visie Ruimte & Kwaliteit en de Verordening Ruimte. Omgevingsvisie Zuid-Holland Binnen het beleidskader ‘Verstedelijking en wonen’ is in de omgevingsvisie opgenomen dat de provincie op regionaal niveau, samen met onder andere gemeenten en marktpartijen, voorziet in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen. Nieuwe woningbouw dient bij voorkeur plaats te vinden binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd te zijn op hoogwaardig openbaar vervoer. Door binnenstedelijk te bouwen wordt tevens een bijdrage geleverd aan efficiënt ruimtebeslag, waardoor het open landschap behouden kan blijven.

Vanuit de wens tot verdere verbetering van de bestaande gebouwde omgeving middels herstructurering, verdichting en transformatie bekijken provincie en gemeenten gezamenlijk in hoeverre de potenties van locaties zowel kwalitatief als kwantitatief optimaal kunnen worden benut. Op het vlak van energietransitie en klimaatadaptatie heeft de provincie als ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO2-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering en bodemdaling. Omgevingsverordening Zuid-Holland Vanuit de Omgevingsverordening is met name artikel 6.10 ‘Stedelijke ontwikkelingen’ relevant voor het transformatieplan. Dit artikel stelt dat voorafgaand aan het vaststellen van een planologisch kader (bestemmingsplan, omgevingsvergunning), waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, de betreffende ontwikkeling getoetst dient te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De Omgevingsverordening is hiermee overeenkomstig artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Woningbehoefteramingen en bevolkingsprognoses De provincie hanteert de Woningbehoefteraming (WBR) en de Trendraming (TR) als basis voor de regionale woonvisies. Meest actuele versie zijn WBR2019 en TR2019.

WBR De WBR is een scenarioberekening van een demografisch model waarbij wordt gerekend met 'binnenlands migratiesaldo nul' per gemeente. Deze raming geeft aan hoeveel nieuwe woningen er nodig zijn (= gewenste woningvoorraadgroei) om te voorzien in de behoefte van de ‘eigen bevolking’. TR De TR is een scenarioberekening van een demografisch model waarbij de binnenlandse migratietrend per gemeente de komende tien jaar wordt doorgetrokken. Deze raming geeft aan hoeveel nieuwe woningen er nodig zijn (gewenste woningvoorraadgroei) om te voorzien in de behoefte van de ‘eigen bevolking’ en de woningmarktmigranten die op basis van het recente verleden te verwachten zijn.

Vanuit de twee genoemde ramingen stelt de provincie de hoogste uitkomst vast als regionale behoefte aan nieuwe woningen in een bepaalde periode. Hierdoor is er één richtgetal per regio. In de praktijk betekent dit dat voor regio’s waar de TR lager dan de WBR uitvalt, de WBR het uitgangspunt voor de behoefte is, en voor regio’s waar de TR hoger dan de WBR uitvalt, de TR dat is. Een overzicht van WBR2019 en TR2019 is gegeven in figuur 3.1.

14

Figuur 3.1: Gewenste woningvoorraadtoename volgens hoogste raming.

Op basis van de actuele prognoses kan worden gesteld dat de gewenste toename van de woningvoorraad binnen de gemeente Barendrecht een op regionaal niveau verhoudingsgewijs (zeer) sterk stijgende lijn vertoont. Ten opzichte van het peiljaar 2019 bedraagt de geprognosticeerde toename in 2025 meer dan 500%, een toename die zich in de periode daarna doorzet. De gewenste toename van de woningvoorraad in Barendrecht geldt als een (sterk) bovengemiddelde toename ten opzichte van de cijfers voor de omliggende Regio Rotterdam. Woonbarometer 2019 Eind 2018 bedroeg de netto-plancapaciteit in Zuid-Holland voor de periode 2019 tot en met 2024 minimaal 134.519 nieuwe woningen. Dit kwam overeen met 127,2% van de gewenste woningvoorraadtoename voor alle regio's in Zuid-Holland in die periode en redelijk in de buurt van de toegestane programmeerruimte van 130%. Voor de periode 2019-2025 is ‘maar’ 45,5% van de netto-plancapaciteit planologisch-juridisch hard. Uitgaande van planvertraging en -uitval is de verwachting dat de groei van de Zuid-Hollandse woningvoorraad achterblijft bij de gewenste toename. Resumerend kan worden gesteld dat op provinciaal niveau er in beginsel voldoende plancapaciteit is tot 2025, maar dat deze nog onvoldoende planologisch-juridisch hard is.

Kwaliteit stedelijk netwerk De provincie stelt dat de kwaliteit van dit stedelijk netwerk sterk bepalend is voor de welvaart en het welzijn van de samenleving. In aanvulling op de opgave om de komende jaren een fors aantal woningen te realiseren wil de provincie tevens de stap maken naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Om die vitale samenleving te realiseren is volgens de provincie meer nodig dan woningbouw alleen. Het leef- en vestigingsklimaat daarin kan versterkt worden door een evenwichtige woningvoorraad met daarbij passende werklocaties. De vitaliteit van de stad is dan ook gebaat bij aantrekkelijke binnensteden. Regio Rotterdam Regioakkoord: Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030 Provincie, gemeenten en woningcorporaties hebben op 23 januari 2019 het Regioakkoord ‘Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030’ ondertekend. De veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen, waaronder Barendrecht, maken zich hierin sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 uit te breiden. Ook wordt ingezet op een betere balans van het woningaanbod. De regionale doelstellingen betreffen onder meer: ˗ De regio realiseert voldoende woningen in de totale voorraad. Concreet: in 2030 bedraagt de streefvoorraad 638.300 woningen. ˗ De regio realiseert voldoende woningen in de sociale voorraad.

Concreet: in 2030 bedraagt de streefvoorraad 322.100 sociale woningen.

15

Toetsing transformatieplan Middenbaan 64 Het transformatieplan Middenbaan 64 te Barendrecht past binnen de provinciale visie om woningen toe te voegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied, in de nabijheid van (hoogwaardig) openbaar vervoer. Aansluitend op dit ruimtelijk aspect betekent het realiseren van gasloze (‘all electric’) woningen dat het transformatieplan in lijn is met c.q. anticipeert op de energie- en klimaatdoelstellingen van de provincie Zuid-Holland. Zoals reeds aangegeven bij de toetsing aan het Rijksbeleid vormt de realisatie van 11 woningen c.q. appartementen in bestaand stedelijk gebied, op een locatie die vrijkomt na sloop van een bestaand gebouw, geen nieuwe en ‘ladderplichtige’ stedelijke ontwikkeling. Tevens brengt het transformatieplan een afname van het oppervlak voor commerciële functies op deze locatie met zich mee. In het voorliggende proces van plan- en besluitvorming is de Ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet aan de orde. Desalniettemin kan worden gesteld dat dit transformatieplan in lijn is met gedachtegoed van deze ‘Ladder’. De actuele prognosecijfers tonen op provinciaal en regionaal niveau aan dat de gemeente Barendrecht een bovengemiddeld sterke groei van de gewenste woningvoorraad kent en dus gezien kan worden als een aantrekkelijke woongemeente in dit deel van Zuid-Holland.

Het transformatieplan voor 11 appartementen op de locatie Middenbaan 64 komt daarmee zowel kwalitatief als kwantitatief tegemoet aan een heersende woonvraag in dit gebied. Het transformatieplan komt tevens tegemoet aan de op regionaal niveau gemaakte afspraken om te komen tot voldoende en tevens betaalbare woningen in deze omgeving. Behalve dat het transformatieplan tegemoet komt aan een woningbehoefte voor een lokaal en regionaal structureel aanwezige doelgroep biedt het plan tevens ruimte voor werk- c.q. commerciële functies, passend in een binnenstad. Over het geheel genomen kan daarmee worden gesteld dat het transformatie een bijdrage vormt aan de (verdere) vorming van een vitaal en aantrekkelijk centrum van Barendrecht. Conclusie provinciaal beleid Het transformatieplan Middenbaan 64 te Barendrecht is in lijn met de ambities en doelstellingen van het provinciaal beleid.

3.1.3

Gemeente Barendrecht

Toetsingskader Structuurvisie Barendrecht 2040 De structuurvisie ‘Barendrecht 2040’ geeft op hoofdlijnen richting aan de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente en vormt deze een afwegingskader voor nieuwe initiatieven. De ambitie is om in de jaren tot 2025 uit te groeien tot een complete gemeente van circa 50.000 inwoners. Daarbij kiest Barendrecht ervoor om een aantrekkelijke woongemeente te blijven, met een vitale economie, waarbij de sociale cohesie tussen mensen wordt versterkt. In de structuurvisie constateert de gemeente dat het stedelijke gebied van Barendrecht vrijwel volledig is ontworpen. De ruimtelijke structuur ligt daardoor grotendeels vast. De gemeente ziet het dan ook als uitdaging om daar waar mogelijk te sturen op ruimtelijke ontwikkelingen en deze bij te laten dragen aan een sterke regionale positie, een aantrekkelijke woonomgeving en een sterke sociale cohesie tussen mensen. Een kwaliteitssprong kan onder meer worden gemaakt door herstructurering van het centrum. Ten aanzien van het aspect ‘Wonen’ zet Barendrecht zet in op woningbouwontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied en wenst daarbij in te spelen op de lokale behoefte. Inzet van de gemeente is tevens om via verdichting en gestapelde woningbouw ontwikkelingen mogelijk te

16

blijven maken in een stedelijk gebied waar ruimte schaars is. Vanuit de regionaal vastgelegde woningbouwopgave is voorzien in 1.000 tot 1.500 woningen in de periode 2020 tot 2030. Uitgangspunt is een optimale afstemming van het kwalitatieve aanbod op de marktvraag. Kort samengevat betekent dit dat de focus van de gemeente vooral gericht is op het bouwen van levensloopbestendige woningen en starterswoningen. Beeldkwaliteit Centrum Barendrecht In het beeldkwaliteitplan voor het centrum van Barendrecht ‘Een maatpak voor Barendrecht!’, vastgesteld door op 15 december 2015, geeft de gemeente aan te streven naar een centrum dat qua uitstraling recht doet aan de historische opzet van Barendrecht en tevens een levendig en vitaal woon- en winkelcentrum vormt. Ambitie is om te komen tot een geleidelijke, organische ontwikkeling die het winkelcentrum versterkt. Het historische dijklint waarop de Middenbaan ligt, is daarbij een belangrijke ruggengraat. Om het gewenste beeld te verkrijgen zijn in het beeldkwaliteitsplan de kaders aangegeven, waarbinnen de ruimtelijke kwaliteit in dit gebied kan worden versterkt. Figuur 3.2 geeft een overzicht van voornoemde kaders. Figuur 3.2: Overzicht kaders beeldkwaliteit centrum Barendrecht.

Toetsing transformatieplan Middenbaan 64 In lijn met de toetsing aan het provinciale beleid kan ook hier worden gesteld dat het transformatieplan niet alleen tegemoet komt aan een woningbehoefte voor een lokaal en regionaal structureel aanwezige doelgroep, maar tevens op ruimte biedt aan werk- c.q. commerciële functies die de vitaliteit van het centrum verder kunnen versterken. Gelet op de beoogde beeldkwaliteit van het centrum van Barendrecht is het transformatieplan qua architectuur geïnspireerd door de dorpse sfeer in dit deel van Barendrecht. De belangrijkste kenmerken van deze dorpse bebouwing zijn: ˗ Kleine korrelgrootte van bebouwing. ˗ Apart leesbare panden door middel van stegen en verspringende rooilijnen van elkaar gescheiden. ˗ Klassieke gevelopbouw met commerciële plint en middenstuk en dakopbouw, hier ingericht voor wonen. Op grond van de eerste reactie van de gemeente in het kader van het informele vooroverleg kan worden gesteld dat het voorgenomen bouwplan op veel punten past binnen het geschetste beeld

17

voor het centrum van Barendrecht. De klassieke uitstraling aan de zijde van de Middenbaan en de voorgestelde architectuur van pakhuizen aan de zijde van het Onderlangs sluiten aan bij het beeld, zoals voorgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Centrum Barendrecht. Tot slot vormt het aspect ‘parkeren’ een punt, waarvan in het beeldkwaliteitsplan wordt gesteld dat dit op eigen terrein dient te gebeuren. Zoals eerder aangegeven is dit in zowel de huidige als voor de beoogde situatie niet volledig haalbaar en is ook in de toekomstige situatie aanvullend parkeerruimte nodig in het openbaar gebied. Een nadere uitwerking van het parkeervraagstuk is opgenomen in paragraaf 3.2.1. Conclusie gemeentelijk beleid Het transformatieplan Middenbaan 64 te Barendrecht is inpasbaar binnen de ambities en doelstellingen van het gemeentelijk beleid.

3.2

Omgevingsaspecten

3.2.1

Verkeer en parkeren

Toetsingskader De gemeente Barendrecht heeft op 20 november 2018 de ‘Parkeernormen gemeente Barendrecht 2018’ vastgesteld. Meer concreet is op dat moment besloten om de parkeerkencijfers van het kenniscentrum CROW te hanteren als parkeernormen. Het CROW koppelt de parkeerbehoefte vanuit een gebiedsfunctie aan specifieke gebiedskenmerken, zoals de mate van verstedelijking en de positionering van de planlocatie binnen het betreffende omgevingstype. Kort samengevat wordt de parkeerbehoefte berekend door de omvang van een functie te vermenigvuldigen met het aantal benodigde parkeerplaatsen per functie-eenheid, bijvoorbeeld per wooneenheid of vierkante meter bruto vloeroppervlak (bvo). Bij het berekenen van de parkeervraag wordt de beleidslijn van de gemeente Barendrecht gevolgd ofwel de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers voor sterk stedelijk gebied. Omgevingstype en gebruiksvormen Ter bepaling van het omgevingstype waarbinnen de planlocatie zich bevindt, geeft de website AlleCijfers.nl aan dat het centrum van Barendrecht een gemiddelde adressendichtheid heeft van 2.179 adressen per km2. In de CROW-uitgave nr. 381 ‘Toekomstbestendig parkeren: Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ (december 2018) geeft het CROW aan dat bij een adressendichtheid van 1.500–2.500 adressen per km2 sprake is van ‘sterk stedelijk gebied’.

Het aantal inwoners van Barendrecht bedroeg op 1 januari 2019 in totaal 48.673 personen. Gekoppeld aan de locatie Middenbaan 64 in het centrum van Barendrecht en gelet op de realisatie van betaalbare woningen voor starters, hanteert het CROW voor koopappartementen in de sector ‘goedkoop’ de parkeerkencijfers, zoals weergegeven in figuur 3.3. Voor de huidige c.q. referentiesituatie is een koopappartement in de sector ‘duur’ van toepassing, zie figuur 3.4.

18

Figuur 3.3: CROW-kengetallen voor parkeernormen t.b.v. woonfunctie.

Naast ‘Wonen’ voorziet het transformatieplan in meerdere gebruiksmogelijkheden voor de resterende ruimten van in totaal circa 110 m2. Een winkel, lunchroom of makelaarskantoor zijn concrete voorbeelden van dit mogelijke medegebruik. Voor een gebruik als winkel wordt voor zowel de huidige situatie als de (eventueel) toekomstige situatie aangesloten bij de CROW-functie ‘Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 30.00050.000 inwoners’. In algemene zin wordt een binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum door de aanwezigheid van meerdere winkels gekenmerkt als een centraal winkelgebied. Voor het eventueel toekomstige gebruik als lichte horeca wordt aangesloten bij de CROW-functie ‘Café, bar, cafetaria’. Tot het onderdeel ‘Cafetaria’ behoren, naast lunchrooms, onder meer broodjeszaken, croissanterieën, koffiebars, ijssalons, snackbars en tearooms. Voor de eventueel toekomstige kleinschalige bedrijfsactiviteiten wordt aangesloten bij de CROWfunctie ‘Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)’. Een makelaarskantoor behoort tot deze vorm van dienstverlening. De aan voornoemde CROW-functies gekoppelde parkeerkencijfers zijn weergegeven in figuur 3.4.

19

Figuur 3.4: CROW-kengetallen voor parkeernormen t.b.v. commerciële c.q. bedrijfsmatige gebruiksvormen.

Aanwezigheidspercentages en mogelijk dubbelgebruik Niet elke functie genereert op alle momenten van de week een even grote parkeervraag. Door toepassing van aanwezigheidspercentages wordt rekening gehouden met dit effect. Via deze percentages van aanwezigheid kan inzicht worden verkregen in de ‘piekmomenten’ van de parkeervraag en de mogelijkheden tot dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Wanneer de reeds aanwezige parkeerplaatsen door verschillende parkeerders vanuit verschillende gebiedsfuncties gebruikt kunnen worden, zijn minder parkeerplaatsen nodig dan de complete optelsom van de parkeerbehoeften en ontstaat via dit dubbelgebruik het breed gewenste efficiënte ruimtelijk gebruik van het openbaar gebied. Met de aanwezigheidspercentages per functiegroep per moment van de week wordt inzicht verkregen in de maatgevende parkeerbehoefte ofwel de parkeerbehoefte op het maatgevende (drukste) moment. In figuur 3.5 is een overzicht opgenomen van de voor het transformatieplan relevante aanwezigheidspercentages.

20

Figuur 3.5: CROW aanwezigheidspercentages per dagdeel*.

* Percentages m.b.t. lunchroom betreffen een inschatting (bron: Goudappel Coffeng, 2018), aangezien het CROW voor deze specifieke functie kencijfer hanteert.

Deelauto In de brochure ‘Argumenten voor autodelen’ (www.crow.nl/autodelen) stelt het CROW dat autodelen kan bijdragen aan het verlagen van de parkeerdruk in stedelijk gebied. Met name voor dichtbevolkte stadsdelen ziet het CROW een hoge potentie voor autodelen. Het CROW geeft daarbij aan dat een deelauto kan leiden tot een netto reductie van de parkeervraag van vier parkeerplaatsen. In lijn met het CROW stimuleert de provincie Zuid-Holland in haar beleidskaders het gebruik van deelauto’s. Met name voor mensen in een binnenstedelijke woonomgeving wordt een deelauto gezien als vervanger van de eigen (eerste) auto. Binnen dit beleidsaspect heeft de gemeente Barendrecht aangegeven de lijn van de gemeente Rotterdam te willen volgen. Hierin wordt gesteld dat – afgestemd op woningen - de berekende parkeerbehoefte c.q. -norm met maximaal 20% verlaagd kan worden bij toepassing van een deelauto. Als voorwaarde voor deze reductie van de parkeerbehoefte c.q. -norm stelt de gemeente Rotterdam (en daarmee ook Barendrecht) dat een deelauto structureel, voor een periode van minimaal 10 jaar, ter beschikking dient te worden gesteld aan de bewoners in kwestie. Toetsing transformatieplan Middenbaan 64 Vertreksituatie Voor het berekenen van het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt uitgegaan van de CROWkengetallen uit de meest recente CROW-brochure ‘Toekomstbestendig parkeren’ d.d.

december 2018. De berekeningen zijn opgezet op basis van de volgende punten: ˗ De planlocatie bevindt zich in de binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum van een plaats met 30.000 – 50.000 inwoners. ˗ Voor de planlocatie is het gebiedstype ‘Sterk stedelijk – Centrum’ van toepassing. ˗ Binnen de door het CROW geboden marges m.b.t. het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt uitgegaan van de gemiddelde waarden. ˗ De parkeerbehoefte wordt berekend voor de combinatie van 11 koopappartementen, gericht op starters binnen de woningmarkt, en 110 m2 (bvo) aan commerciële ruimten voor gebruik als winkel, lichte horeca- of kleinschalige bedrijfsactiviteiten, passend in het centrum van Barendrecht. ˗ De parkeerbehoefte wordt nader afgestemd op de aanwezigheidspercentages van het CROW en de hiermee samenhangende mogelijkheid tot dubbelgebruik van parkeerplaatsen. ˗ Het resulterend aantal parkeerplaatsen wordt in de berekening naar boven afgerond. ˗ De bewoners krijgen structureel en voor een periode van tenminste 10 jaar de beschikking over een deelauto. Resultaten berekeningen parkeerbehoefte De resulterende berekeningen zijn weergegeven in figuur 3.6 tot en met figuur 3.8. Omwille van de leesbaarheid zijn de tabellen een kwartslag gedraaid.

21

Figuur 3 .6: WONEN + WINKEL: Parkeercijfers transformatieplan incl. dubbelgebruik.

22

Figuur 3.7: WONEN + LUNCHROOM: Parkeercijfers transformatieplan incl. dubbelgebruik.

23

Figuur 3.8: WONEN + KANTOOR MET BALIEFUNCTIE: Parkeercijfers transformatieplan incl. dubbelgebruik.

24

Analyse resultaten De belangrijkste resultaten uit de figuren 3.6 t/m 3.8 zijn samengevat weergegeven in figuur 3.9. Figuur 3.9: Samenvattend overzicht resultaten. Huidige situatie

Toekomstige situatie

Aantal volgens norm

12

17

Aantal bij dubbelgebruik: piekvraag

12

13

zaterdagmiddag

koopavond

n.v.t.

-/- 3

Wonen - Winkel

Dubbelgebruik: piekmoment Deelauto Aantal parkeerplaatsen op eigen terrein

2

0

TOTAAL aantal parkeerplaatsen in openbaar gebied

10

10

Aantal volgens norm

12

19

Aantal bij dubbelgebruik: piekvraag

12

15

zaterdagmiddag

zondagmiddag

n.v.t.

-/- 3

Wonen - Lichte horeca (lunchroom)

Dubbelgebruik: piekmoment Deelauto Aantal parkeerplaatsen op eigen terrein

2

0

TOTAAL aantal parkeerplaatsen in openbaar gebied

10

12

Aantal volgens norm

12

15

Aantal bij dubbelgebruik: piekvraag

12

12

zaterdagmiddag

werkdagavond / koopavond

n.v.t.

-/- 3

Wonen – Kantoor met balie (makelaarskantoor)

Dubbelgebruik: piekmoment Deelauto Aantal parkeerplaatsen op eigen terrein

2

0

TOTAAL aantal parkeerplaatsen in openbaar gebied

10

9

Huidige c.q. referentiesituatie Normatieve parkeerbehoefte In de huidige c.q. referentiesituatie is het pand aan de Middenbaan 64 in gebruik (geweest) als winkel en woning. Binnen het pand is in beginsel circa 310 m2 beschikbaar voor gebruik als winkel en circa 165 m2 voor wonen. Gekoppeld aan de CROW kengetallen geldt in deze situatie een parkeerbehoefte van in totaal 12 parkeerplaatsen. In de huidige situatie zijn er 2 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig, aan de zijde van het Onderlangs. Dat betekent dat in deze situatie 10 parkeerplaatsen in het openbaar gebied nodig zijn om de normatieve parkeervraag te beantwoorden. Aanwezigheidspercentages en dubbelgebruik Wanneer de huidige parkeervraag vanuit de locatie Middenbaan 64 wordt toegespitst op de specifieke aanwezigheidspercentages kan worden geconstateerd dat deze vraag een piek kent op de zaterdagmiddag. Op dit dagdeel binnen het weekend bedraagt de feitelijke parkeervraag 12 parkeerplaatsen, waarvan er 10 in het openbaar gebied ingevuld moeten worden. Toekomstige situatie transformatieplan Normatieve parkeerbehoefte Na realisatie van het transformatieplan is het nieuwe gebouw aan de Middenbaan wederom in gebruik als woning en voor commerciële functies, maar dan in een andere ruimtelijke opzet.

Voorzien is in 11 startersappartementen (koopsegment) en in ruimten voor kleinschalig commercieel gebruik, waarbij kan worden gedacht aan een kleine winkel, een lunchroom of een makelaarskantoor. Het voor commercieel gebruik beschikbare oppervlak bedraagt circa 110 m2.

25

Afgestemd op de gebruiksfunctie met de (normatief) grootste parkeervraag, in dit geval is dat de lichte horeca (lunchroom), is er conform de CROW-kengetallen een parkeerbehoefte van in totaal 19 parkeerplaatsen (ppl). Een gebruik als winkel (17 ppl) of een kantoor met baliefunctie (15 ppl) resulteert in een kleinere normatieve parkeervraag. Ten opzichte van de huidige c.q. referentiesituatie leidt het transformatieplan in elk scenario tot een grotere basis-parkeervraag. Het transformatieplan voorziet op eigen terrein in de aanleg van een buitenruimte voor de bewoners, op de plek waar momenteel 2 parkeerplaatsen aanwezig zijn. Dit betekent dat in de toekomstige situatie de parkeervraag volledig in het openbaar gebied moet worden ingevuld. Aanwezigheidspercentages en dubbelgebruik Wanneer de toekomstige parkeervraag wordt toegespitst op de aanwezigheidspercentages kan worden geconstateerd dat deze vraag een piek kent op de koopavond (bij medegebruik als winkel of kantoor met balie) en de zondagmiddag (bij medegebruik als lichte horeca). Aanvullend kent een kantoor met baliefunctie als medegebruik ook een piekvraag op werkdagavonden. Op de genoemde dagdelen bedraagt de feitelijke parkeervraag respectievelijk 15 ppl (lichte horeca), 13 ppl (winkel) of 12 ppl (kantoor met baliefunctie), die bij het betreffende medegebruik in het openbaar gebied ingevuld moeten worden.

Genoemde piekmomenten in de parkeervraag zijn vooralsnog groter dan de piekvraag in de huidige c.q. referentiesituatie. Deelauto voor bewoners Middenbaan 64 AKM Projectontwikkeling stelt een deelauto ter beschikking aan de toekomstige bewoners van Middenbaan 64, verenigd in een Vereniging van Eigenaren (VvE). Meer concreet zal AKM Projectontwikkeling borg staan voor een meerjarige deelauto-overeenkomst inclusief onderhoudscontract tussen een autodealer en de VvE, ofwel: het nieuwe gebouw zal door AKM Projectontwikkeling worden opgeleverd inclusief deelauto en bijbehorend onderhoudscontract. De toekomstige bewoners betalen alleen het feitelijke gebruik van de auto en hoeven niet bij te dragen aan het bezit en onderhoud van het voertuig. Voor een periode van (vooralsnog) 10 jaar zullen de bewoners op deze (voor hen financieel aantrekkelijke) wijze structureel de beschikking hebben over een gezamenlijke auto. Middels een specifieke ‘app’ kunnen de bewoners de deelauto naar believen reserveren en vindt via deze app tevens de betaling van de gemaakte gebruikskosten plaats. De structurele inbreng van een deelauto reduceert de netto parkeervraag met 3 parkeerplaatsen. In de situatie van medegebruik met de grootste normatieve parkeerbehoefte (lichte horeca) komt dit neer op een basis-parkeervraag van 14 (17-3) ppl.

In aansluiting op de percentages van aanwezigheid en het dubbelgebruik van parkeerplaatsen resulteert de deelauto bij deze ‘worstcase’ vorm van medegebruik in een piekvraag op de zondagmiddag3 van 12 (15-3) ppl, die in het openbaar gebied ingevuld moeten worden. De overige vormen van medegebruik resulteren bij inbreng van een deelauto in een piekvraag op koopavonden (winkel en kantoor met baliefunctie) en op werkdagavonden (kantoor met baliefunctie). Geconstateerd kan worden dat bij medegebruik als winkel of kantoor met baliefunctie in de situatie met deelauto de piekvraag lager is dan in de huidige c.q. referentiesituatie. Resumé en conclusie Het transformatieplan resulteert, net als het gebruik van de planlocatie in de huidige c.q. referentiesituatie, in een behoefte aan parkeerplaatsen in het openbaar gebied. In de huidige c.q. referentiesituatie zijn – rekening houdend met dubbelgebruik - 10 parkeerplaatsen in het openbaar gebied nodig. De piek in de parkeervraag ligt hierbij op de zaterdagmiddag. Met inachtname van dubbelgebruik en de structurele inbreng van een deelauto resulteert het transformatieplan in een parkeervraag van (maximaal, in geval van lichte horeca als mogelijk 3

Barendrecht kent geen echte koopzondagen, alleen de supermarkten zijn dan geopend. De parkeerdruk op zondagen is normaliter dan ook niet erg hoog.

26

medegebruik naast wonen) 12 ppl, die in het openbaar gebied ingevuld dienen te worden. Ten opzichte van de referentiesituatie is deze piekvraag 2 ppl groter. Gezien het moment van deze piekvraag, zijnde de zondagmiddag ofwel een dagdeel dat de (meeste) winkels in het centrum van Barendrecht normaliter gesloten zijn en de parkeerdruk hier navenant lager is, kan worden gesteld dat er dan voldoende parkeerplaatsen vrij zullen zijn om de extra vraag van dat moment in te kunnen vullen. De overige vormen van medegebruik resulteren bij de inbreng van een deelauto in een piekvraag die lager is dan de piekvraag in de huidige c.q. referentiesituatie. Resumerend kan worden gesteld dat de parkeervraag in zowel de huidige als toekomstige situatie grotendeels dan wel volledig in het openbare gebied ingevuld dient te worden. In eerste instantie leidt het transformatieplan tot toename van het benodigde aantal parkeerplaatsen. De mogelijkheden tot dubbelgebruik van parkeerplaatsen en de inbreng van een deelauto resulteren echter in een zodanige reductie van de parkeervraag, dat in de beoogde toekomstige situatie de benodigde parkeerplaatsen in het openbaar gebied (onverkort) ingevuld kunnen worden.

3.2.2

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader Ruimtelijke ordening in Nederland is gericht op het creëren van zowel een aangenaam woon- en leefklimaat als een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. Een goede ruimtelijke ordening voorkomt voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende bedrijfsactiviteiten. Daarnaast biedt het bedrijven voldoende zekerheid om hun activiteiten te kunnen uitvoeren. Een en ander betekent dat er weloverwogen keuzes moeten worden gemaakt als het gaat over vestigingslocaties voor woningen enerzijds en bedrijven anderzijds. Milieuzonering legt een relatie tussen de milieuaspecten van een bedrijf en de omgeving. Bij milieuzonering gaat het vooral om de vraag ‘Welke afstand is aanvaardbaar tussen (nieuwe) bedrijven en (nieuwe) woningen?’ Steeds meer vormen van bedrijvigheid lenen zich overigens prima voor functiemenging. Anders gezegd: bepaalde bedrijven zijn verenigbaar met woningen in hetzelfde gebied. De (Rijks)overheid hanteert in dit verband als uitgangspunt: ‘functiemenging waar het kan, functiescheiding waar het moet’. Binnen gebieden met functiemenging kunnen milieubelastende en milieugevoelige functies dan ook op verhoudingsgewijs korte afstand van elkaar zijn of worden gesitueerd. Stads en dorpscentra en woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid gelden als gebieden met functiemenging.

Vanuit deze achtergrond wordt voor dit transformatieplan aangesloten bij de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden tussen woningen en bedrijven zijn in de VNGbrochure richtafstanden opgenomen. Hiermee wordt aangegeven welke afstanden acceptabel zijn tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de dichtst daarbij gelegen gevel van een milieugevoelige functie (hier: woning), die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is c.q. wordt gemaakt. Figuur 3.10 geeft de relatie weer tussen milieucategorie bedrijvigheid, richtafstanden en omgevingstypen. Figuur 3.10: Richtafstanden uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering. Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype ‘rustige woonwijk’

Richtafstand tot omgevingstype ‘gemengd gebied’

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

27

Toetsing transformatieplan Middenbaan 64 Planologisch gezien bevindt de planlocatie zich in een omgeving met een variatie aan gebiedsfuncties, waaronder (naast wonen) maatschappelijke voorzieningen, centrumfuncties, horeca, kantoren en dienstverlening (zie figuur 3.11). Figuur 3.11: Bestemmingen rondom Middenbaan 64 (Bron: ruimtelijkeplannen.nl).

De planlocatie en zijn omgeving is daarmee te kenschetsen als ‘gemengd gebied’ dan wel ‘gebied met functiemenging’. Vanuit het aspect milieuzonering betekent dit verhoudingsgewijs (t.o.v. omgevingstype ‘rustige woonwijk’) korte richtafstanden tussen milieugevoelige bestemmingen en milieubelastende activiteiten en dat woningen en bedrijven hier in beginsel naast en door elkaar kunnen en mogen voorkomen. Concreet kunnen in dit deel van Barendrecht woningen en bedrijfsactiviteiten uit milieucategorie-1 op een afstand van 0 meter van elkaar plaatsvinden. Op grond van het voorgaande is het transformatieplan onverkort inpasbaar binnen de huidige omgeving, in ieder geval als het gaat om het voorzetten van de huidige gebruiksfuncties ‘Wonen’ en ‘Detailhandel’. Gelet op de eveneens beoogde gebruiksmogelijkheden van kleinschalige horeca of centrumgerelateerde bedrijfsactiviteiten, zoals een makelaarskantoor, kan worden gesteld deze activiteiten vallen onder mileucategorie-1. Ook deze gebruiksfuncties kunnen dus direct naast woonruimten worden uitgevoerd. Conclusie Het aspect ‘Bedrijven en Milieuzonering’ vormt geen belemmering voor het transformatieplan.

3.2.3

Geluid

Toetsingskader Het aspect ‘Geluid’ is primair geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh richt zich vooral op een verantwoorde ruimtelijke inpassing van geluidsgevoelige bestemmingen ten opzichte van belangrijke geluidsbronnen, zoals (rail)verkeer en industrie. Geluidsgevoelige bestemmingen worden in beginsel beschermd tegen te hoge geluidniveaus van verkeerswegen, spoorlijnen en industrie, of tegen een toename van deze niveaus als er iets aan de situatie verandert. Toetsing transformatieplan Middenbaan 64 Het transformatieplan brengt met zich mee dat geluidgevoelige woningen worden toegevoegd op een centrumlocatie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, met als doel om de geluidbelasting op de appartementen te bepalen en te toetsen

28

aan de Wgh en het gemeentelijk geluidbeleid. Aangezien de planlocatie buiten de reikwijdte valt van industrie- en spoorweglawaai heeft het onderzoek zich gericht op het wegverkeerslawaai. De Wgh is van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde geluidzone van een weg. Conform de Wgh hebben alle wegen een geluidzone, uitgezonderd wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur en wegen binnen een als woonerf aangeduid gebied. De planlocatie bevindt zich binnen de geluidzone van de Binnenlandse Baan en Lindehoevelaan alsmede binnen de invloedsfeer van een aantal 30 km/h wegen, zoals het Onderlangs. De Wgh stelt eisen aan de toelaatbare geluidbelasting op de gevels van nieuwe en bestaande woningen langs nieuwe en bestaande wegen binnen en buiten de bebouwde kom. In figuur 3.12 zijn de voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden weergegeven waarin in verschillende situaties moet worden voldaan. Figuur 3.12: Overzicht voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden wegverkeerslawaai.

In situaties met nieuwe woningen en/of nieuwe wegen moet in beginsel voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op een geluidgevoelige bestemming hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, dient de toepassing van geluidreducerende maatregelen te worden onderzocht. Het akoestisch onderzoek heeft geleid tot de volgende resultaten en conclusies: ˗ De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Binnenlandse Baan en de Lindehoevelaan op de gevels van de appartementen bedraagt ten hoogste respectievelijk 44 en 31 dB, incl. aftrek art. 110g Wgh4. Deze geluidbelasting is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB incl. aftrek art. 110g Wgh voor wegverkeer. ˗ De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen (incl. 30 km/h wegen) bedraagt ten hoogste 48 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh. ˗ De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen (incl. 30 km/h wegen) bedraagt ten hoogste 53 dB, excl. aftrek artikel 110g Wgh en wordt de plandrempel van 63 dB, excl. aftrek artikel 110g Wgh niet overschreden. ˗ De appartementen beschikken over een geluidluwe gevel en (gemeenschappelijke) buitenruimte, zodat er sprake is van een akoestisch goed woon- en leefklimaat ten aanzien van geluid. Conclusie van het akoestisch onderzoek is dat voor de appartementen geen hogere waarden aangevraagd hoeven te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9964392/1