CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Hof van Barendrecht d.d. 15 mei 2024 (bijlagen).pdf

gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen bouwplan 27 woningen, Hof van Barendrecht, 1e Barendrechtseweg 92a16.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlagen >>>

Bijlage 1 Verkeersgegevens lokale wegen

Verkeersgegevens verkeersmodel 2030; bestemmingsplan Hof van Barendrecht. Wegnummer Naam weg Intensiteit Daguur [%] Licht [%] Middel [%] Zwaar [%] Avonduur [%] Licht [%] Middel [%] Zwaar [%] Nachtuur [%] Licht [%] Middel [%] Zwaar [%] 1a 1e Barendrechtseweg 6344 6,60 94,00 4,78 1,22 3,33 96,39 2,77 0,83 0,94 94,43 3,84 1,73 1b 1e Barendrechtseweg 6573 6,60 93,94 4,80 1,25 3,33 96,36 2,78 0,86 0,94 94,30 3,93 1,76 1c 1e Barendrechtseweg 6710 6,59 93,52 4,81 1,67 3,32 96,19 2,66 1,15 0,95 92,50 5,17 2,33 1d 1e Barendrechtseweg 6860 6,59 92,58 5,48 1,94 3,30 95,63 3,04 1,33 0,96 91,34 5,98 2,68 2a Henry Dunantlaan 6823 6,49 90,60 6,53 2,87 3,11 95,46 2,87 1,67 1,22 88,26 6,81 4,93 2b Henry Dunantlaan 6964 6,49 90,15 6,82 3,03 3,10 95,24 2,99 1,77 1,22 87,63 7,17 5,19 2c Henry Dunantlaan 7377 6,60 90,02 7,43 2,55 3,27 94,03 4,19 1,78 0,96 88,61 7,85 3,53 2d Henry Dunantlaan 7602 6,60 90,11 7,36 2,53 3,27 94,10 4,14 1,76 0,96 88,72 7,79 3,50 2e Dierensteinweg 8579 6,48 90,50 6,29 3,21 3,10 95,61 2,52 1,87 1,23 87,06 7,50 5,44 2f Dierensteinweg 8725 6,48 89,84 6,73 3,43 3,08 95,29 2,71 2,01 1,23 86,20 8,01 5,79 3a Boerhaavelaan 2463 6,91 93,45 5,24 1,31 3,11 96,01 3,27 0,72 0,58 86,74 10,19 3,07 4a Van der Meulenstraat 1200 7,00 95,00 4,00 1,00 2,80 97,00 3,00 0,00 0,60 100,00 0,00 0,00 4b Van der Meulenstraat 1000 7,00 95,00 4,00 1,00 2,80 97,00 3,00 0,00 0,60 100,00 0,00 0,00 4c

Van Hulststraat 300 7,00 95,00 4,00 1,00 2,80 97,00 3,00 0,00 0,60 100,00 0,00 0,00 4d Van Hulststraat 400 7,00 95,00 4,00 1,00 2,80 97,00 3,00 0,00 0,60 100,00 0,00 0,00 4e Van der Meulenstraat 250 7,00 95,00 4,00 1,00 2,80 97,00 3,00 0,00 0,60 100,00 0,00 0,00

Rijsnelheid 50 50 50 50 70 70 50 50 50 50 30 30 30 30 30 30

Wegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband

Bijlage 2 Overzicht rekenmodel weg- en railverkeerslawaai

Bijlage 3 Berekeningsresultaten weg- en railverkeerslawaai

Bijlage 4 Aanduiding dove gevels en gevels met overschrijding plandrempel

Bijlage 5 Berekeningsresultaten met scherm langs Henry Dunantlaan

Bijlage 3 Onderzoek externe veiligheid

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht

18 oktober 2022

Projectgegevens Onderzoek aspect externe veiligheid “Hof van Barendrecht”

Werknummer:

621.136.00

Datum

18 oktober 2022

Adviseur

KuiperCompagnons Projectverantwoordelijke: M. van Ginneken Behandeld door: N. Verburg Telefoonnummer: 010 - 433 00 99

Filej:\621\136\00\3 projectresultaat\ev\4. rapport\621.136.00 externe veiligheid hof van barendrecht - oktober 2022.docx

Inhoudsopgave

blz.

1

Inleiding ............................................................................................................................ 1

2

Wettelijk kader.................................................................................................................. 3

3

Populatiebestanden ......................................................................................................... 6 3.1 Opbouw populatiebestanden ...................................................................................... 6 3.2 Aanwezigen in het plangebied ................................................................................... 6

4

Kwantitatieve risicoanalyse hogedruk aardgastransportleiding ................................... 7 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

5

Risicobronnen ............................................................................................................ 7 Berekeningsmethode ................................................................................................. 7 Invoergegevens ......................................................................................................... 8 Belemmeringenstrook ................................................................................................ 9 Plaatsgebonden risico ................................................................................................ 9 Groepsrisico ............................................................................................................ 10

Vervoer gevaarlijke stoffen weg .................................................................................... 13 5.1 Risicobronnen .......................................................................................................... 13 5.2 Plaatsgebonden risico en PAG zone ........................................................................ 14 5.3 Groepsrisico Rijksweg A15 ...................................................................................... 14

6

Verantwoording groepsrisico ........................................................................................ 17 6.1 Planologische mogelijkheden ................................................................................... 17 6.2 Mogelijkheden tot zelfredzaamheid .......................................................................... 17 6.3 Mogelijkheden tot voorbereiden van bestrijding van rampen ..................................... 19

7

Conclusie........................................................................................................................ 21

Bijlage 1: Populatie

1

Inleiding De initiatiefnemer heeft het voornemen om op het perceel aan de 1e Barendrechtseweg 92a te Barendrecht woningbouw te realiseren. Het voormalige hoveniersbedrijf dat op de locatie gevestigd was is niet langer aanwezig. Het plan is nu om het perceel te herontwikkelen tot een kleinschalig woongebied met in totaal 27 woningen. De ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan, waarin het perceel nog een bedrijfsbestemming heeft. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning opgesteld met een ruimtelijke onderbouwing waarvan het onderzoek naar externe veiligheid een onderdeel vormt. Risicobronnen Externe veiligheid gaat over de invloed van het transport of opslag van gevaarlijke stoffen op de omgeving. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. In de omgeving van de locatie zijn verschillende risicobronnen aanwezig, zoals weergegeven op afbeelding 1. Het betreft de risicobronnen: - Hogedruk aardgastransportleiding A-517; - Hogedruk aardgastransportleiding A-559; - Vervoer gevaarlijke stoffen over de Rijkswegen A15, A16 en A29; - Vervoer gevaarlijke stoffen over de Betuweroute;

Afbeelding 1 : Uitsnede EV-signaleringskaart en ligging plangebied (blauwe ovaal)

Langs vervoersassen van gevaarlijke stoffen is een verantwoordingsgebied aanwezig van 200 meter. Het invloedsgebied van LPG is 355 meter voor vervoer over de weg en 460 meter voor

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

1

vervoer over het spoor. Voor toxische stoffen is het invloedsgebied maximaal 4.000 meter. Het plangebied is circa 100 meter ten zuiden van de Rijksweg A15 gelegen en komt daarmee binnen het verantwoordingsgebied. Daarom dient een verantwoording van het groepsrisico te worden gegeven. Er is een groepsrisicoberekening benodigd met het programma RBMII. Het plangebied is buiten het verantwoordingsgebied van de Betuweroute gelegen. Wel bevindt het plangebied zich binnen het invloedsgebied van GF3 (o.a. LPG) en toxische stoffen van de spoorlijn. Ook bevindt het plangebied zich binnen het invloedsgebied van toxische stoffen van de Rijkswegen A29 en A16. Er dient een beschrijving te worden gegeven van de aspecten ‘zelfredzaamheid’ en ‘bestrijdbaarheid’. De aardgastransportleidingen A-517 en A-559 hebben een invloedsgebied van respectievelijk 380 en 430 meter. De locatie bevindt zich binnen de invloedsgebieden van deze hogedruk aardgastransportleidingen, waardoor een verantwoording gegeven dient te worden van het groepsrisico. Het groepsrisico dient berekend te worden met het computerprogramma CAROLA. Leeswijzer Dit onderzoeksrapport bestaat uit zeven hoofdstukken, waarvan hoofdstuk 1 deze inleiding is. In hoofdstuk 2 is het wettelijk kader beschreven. Hoofdstuk 3 bevat een uitleg over de populatiegegevens.

De berekeningsresultaten van het groepsrisico voor de aardgastransportleidingen zijn in hoofdstuk 4 beschreven. In hoofdstuk 5 wordt het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg beschreven. In hoofdstuk 6 is de verantwoording beschreven aan de hand van de aspecten “zelfredzaamheid” en “bestrijdbaarheid”. Het rapport wordt afgesloten met de conclusie in hoofdstuk 7.

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

2

2

Wettelijk kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, beoordeeld te worden. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour.

Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor een ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording mogelijk verplicht is, afhankelijk van de risicobron. Een verantwoording is kwantitatieve risicoanalyse of een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsrisico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de VRH speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag. Regelgeving risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) uit 2004 legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren.

Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij (beperkt) kwetsbare objecten waaronder woningen, ziekenhuizen, scholen, winkels, horecagelegenheden en sporthallen. Hierdoor ontstaan risico’s voor mensen die in de buurt ervan wonen of werken. Het besluit verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen met externe veiligheid rekening te houden. Dit betekent

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

3

bijvoorbeeld dat woningen op een bepaalde afstand moeten staan van een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen. Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarmee zijn nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmerde strook van 4 of 5 meter, afhankelijk van de werkdruk en stof. Voor deze strook geldt een bouwverbod en een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Net als bij het Bevi worden de risicoafstanden en rekenmethodiek die volgen uit het Bevb opgenomen in een regeling, de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen over wegen, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) hanteert een vaste afstand van 200 meter, gemeten vanaf de buitenrand van de transportroute, voor het verantwoordingsgebied.

Binnen dit gebied dient de hoogte van het GR inzichtelijk te worden gemaakt. Het invloedsgebied is afhankelijk van de afstand van de 1% letaliteitsgrens van de verschillende stoffen over de transportroute. Voor de meest bepalende stofcategorie GF3 (zoals LPG) is dat 355 meter, gemeten vanaf de as van de transportroute. Binnen het invloedsgebied dient een motivering te worden opgesteld over de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Ten aanzien van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt, net als in het Bevb, onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Een volledige verantwoording kan bovendien achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden. d. Indien sprake is van een volledige verantwoording dienen maatregelen ter beperking van het GR, alternatieve ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR en mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van de omvang van een calamiteit te worden overwogen.

Een beperkte verantwoording houdt wel rekening met de effecten van een calamiteit en vindt alleen plaats als het plangebied binnen het invloedsgebied (effectgebied) van transportassen is gelegen. In het Bevt zijn tevens plasbrandaandachtsgebieden (PAG) benoemd voor een deel van de transportroutes. Een PAG is een zone, waarbinnen een aanvullende verantwoording noodzakelijk is met betrekking tot het al dan niet nemen maatregelen om de effecten van een plasbrand te

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

4

beperken en de zelfredzaamheid van personen. Voor transportroutes over de weg bedraagt het PAG 30 meter, gemeten vanuit de rand van de transportroute.

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

5

3

Populatiebestanden

3.1

Opbouw populatiebestanden Om de risicoberekeningen uit te voeren is een populatiebestand aangemaakt. Dit is gedaan met behulp van de populatieservice. De populatieservice is een service van de overheid (IPO), bedoeld voor het verstrekken van populatiegegevens ten behoeve van het uitvoeren van risicoberekeningen in het kader van de wettelijke taakuitvoering Externe Veiligheid door het bevoegd gezag (gemeenten, provincies en rijk). De populatieservice levert populatiebestanden voor groepsrisicoberekeningen voor onder andere de rekenpakketten CAROLA en RBMII. Het doel van de populatieservice is het beschikbaar stellen van informatie over personendichtheden geschikt voor de bepaling/berekening van het groepsrisico van een inrichting, transportroute of buisleiding vallend onder Bevi, Bevt of Bevb. De geleverde populatie door de populatieservice betreft een vertaling van de actueel gebouwde omgeving (plus eventuele bouwplannen). De populatieservice voorziet niet in het leveren van bestemmingsplancapaciteit. In gevallen waarbij de gehele capaciteit van het bestemmingsplan reeds is gerealiseerd, dan kan de populatieservice worden gebruikt voor een indicatie hiervan. De populatieservice is gebaseerd op de ‘Basisadministratie Adressen en Gebouwen’ (BAG). De BAG bevat veel maar niet alle benodigde gegevens.

Met name niet-gebouwgebonden activiteiten zoals volkstuinencomplexen, sportvelden e.d. ontbreken nog. Het populatiebestand is daarom handmatig gecontroleerd en aangevuld. Bebouwing die in de vigerende bestemmingsplannen is opgenomen, maar nog niet is gerealiseerd of nog niet in het BAG is verwerkt, sportvelden en speciaal onderwijsinstelling “De Wilgen” (160 leerlingen) zijn toegevoegd voor de berekening in CAROLA en RBMII. Tevens is maatwerk toegepast bij grote winkelfuncties zoals meubelwinkels en bouwmarkten. In bijlage 1 is de populatie binnen de invloedsgebieden van de gasleidingen en binnen het invloedsgebied van GF3 voor de Rijksweg weergegeven. De populatie binnen het plangebied is beschreven in de volgende paragraaf.

3.2

Aanwezigen in het plangebied In de huidige situatie heeft het terrein een bedrijfsbestemming met een bouwvlak ter plaatse van de huidige bebouwing. In de plansituatie worden 27 woningen gebouwd. Volgens de Handleiding Populatieservice 2.0 wordt daarom uitgegaan van 32,4 aanwezige personen in de dagperiode en 64,8 in de nachtperiode.

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

6

4

Kwantitatieve risicoanalyse hogedruk aardgastransportleiding

4.1

Risicobronnen In de omgeving van het plangebied bevindt zich de hogedruk aardgastransportleiding A-517 en A-559. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van de leiding t.o.v. het plangebied weergegeven.

leiding A-559 leiding A-517

Afbeelding 4.1 : Ligging hogedruk aardgasleidingen t.o.v. het plangebied

Op basis van artikel 12 van het Bevb is een verantwoording noodzakelijk wanneer een ruimtelijk besluit met (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen het invloedsgebied van een aardgastransportleiding is gelegen. Gelet op de werkdruk en uitwendige diameter hebben de leidingen A-517 en A-559 een invloedsgebied met een breedte van respectievelijk 380 en 430 meter. Het plangebied bevindt zich binnen deze invloedsgebieden. Onderdeel van de verantwoording is het in kaart brengen van de waarde van het groepsrisico. In deze kwantitatieve risicoanalyse is deze waarde van het groepsrisico berekend. Om te bepalen of de berekende risico’s acceptabel zijn wordt getoetst aan de normen zoals die worden vastgelegd in het Bevb. 4.2

Berekeningsmethode De risicostudie in dit rapport is uitgevoerd conform de door de overheid gestelde richtlijnen voor het uitvoeren van risicoanalyses aan ondergrondse gelegen hogedruk aardgastransportleidingen. De analyse is uitgevoerd met het pakket Computer Applicatie voor Risicoberekeningen voor Ondergrondse Leidingen met Aardgas (CAROLA). CAROLA is een softwarepakket dat in opdracht van de Nederlandse overheid is ontwikkeld, specifiek ter bepaling van het plaatsgebonden risico en groepsrisico van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen. De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

7

1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 18-10-2022. 4.3

Invoergegevens In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn diverse aardgastransportleidingen door de Gasunie aangeleverd. Aangezien voor dit onderzoek alleen de gasleidingen A-517 en A-559 van belang zijn, zijn in de volgende tabel alleen de aangeleverde eigenschappen van deze leidingen weergegeven. Eigenaar

Leidingnaam

Uitwendige

Druk

diameter

Datum aanleveren gegevens

N.V. Nederlandse Gasunie

A-517

762 mm

66,2 bar

29-09-2022

N.V. Nederlandse Gasunie

A-559

914 mm

66,2 bar

29-09-2022

Tabel 4.1: Eigenschappen gasleiding

Meteorologische gegevens Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Rotterdam. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. Mitigerende maatregelen Op twee gedeeltes van de leidingtrajecten is de mitigerende maatregel “strikte begeleiding werkzaamheden” toegepast. In onderstaande tabel is aangegeven op welk traject. Leidingnaam

Mitigerende maatregel

Begin stationing

Eind stationing

A-517

striktere begeleiding van werkzaamheden

3097.84

3100.04

A-559

striktere begeleiding van werkzaamheden

151.83

153.09

Tabel 4.2: Mitigerende maatregelen

Invloedsgebied Het totale invloedsgebied wordt bepaald door de druk en diameter van de gasleidingen A-517 en A-559 en is weergegeven in afbeelding 4.2. Voor dit gebied zijn de datagegevens bij de leidingexploitant, in casu de Gasunie, opgevraagd. De ligging van de gasleidingen is tevens gevisualiseerd op deze afbeelding.

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

8

Afbeelding 4.2: Ligging leidingen en totale interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekening.

4.4

Belemmeringenstrook Voor leidingen van 66.2 bar geldt dat er aan weerszijde van de gasleidingen een belemmeringenstrook is van 5 meter. Deze zone valt buiten het plangebied.

4.5

Plaatsgebonden risico Voor de gasleidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Op afbeelding 4.3 zijn de PR 10-7 en PR 10-8 contouren van het plaatsgebonden risico langs de gasleidingen weergegeven. Langs de gasleidingen is binnen het invloedsgebied voor beide leidingen geen PR 10-6 contour aanwezig en voor de leiding A-559 is tevens geen PR 10-7 contour aanwezig.

Afbeelding 4.3: Plaatsgebonden risico voor gasleidingen A-517 (blauwe contour = PR 10-7 en paarse contour = PR 10-8) en gasleiding A-559 (roze contour = PR 10-8)

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

9

4.6

Groepsrisico Het groepsrisico is voor de aardgastransportleidingen berekend en geïllustreerd met een groepsrisicocurve. De groepsrisicocurve geeft een overzicht van de effecten (aantal doden: N) en cumulatieve kansen (frequenties: F) van alle ongevalsscenario’s die veroorzaakt kunnen worden door de gasleiding. De groepsrisicocurve wordt meestal aangeduid als FN-curve. Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden.

Berekeningsresultaten hogedruk aardgastransportleiding A-517 Rekenprogramma CAROLA berekent het groepsrisico voor het kilometer deeltraject waar het groepsrisico het hoogst is. De maximale overschrijdingsfactor bevindt zich zowel in de huidige als in de plansituatie op de kilometer leiding tussen stationing 5780 en stationing 6780. Dit is ter hoogte van bedrijventerrein Dierenstein. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in de afbeeldingen 4.4 en 4.5.

Afbeelding 4.4: Kilometer met hoogste groepsrisico (groen) in de huidige en plansituatie

Afbeelding 4.5: Overschrijdingsfactor gemeten over de afstand in de huidige en plansituatie.

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

10

In tabel 4.3 worden de waarden van het GR weergegeven voor de huidige en plansituatie op de maatgevende kilometer. In zowel de huidige als de plansituatie wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico voor dit leidingtraject niet overschreden. De planontwikkeling heeft geen invloed op het groepsrisico. Eigenschap

Waarde

Behorend bij

Maximale overschrijdingsfactor

0,387

1702 slachtoffers (N) met een kans (F) van 1,34*10-9

Huidige en plansituatie Tabel 4.3: Eigenschappen FN curve huidige en plansituatie aardgastransportleiding A-517

Voor de maatgevende kilometer leiding is de FN-curve weergegeven op afbeelding 4.6.

Afbeelding 4.6: FN-curve (blauwe lijn) van de maatgevende kilometer afgezet tegen de oriëntatiewaarde (rode lijn) in de huidige en plansituatie

Berekeningsresultaten hogedruk aardgastransportleiding A-559 De maximale overschrijdingsfactor voor de hogedruk aardgastransportleiding A-559 bevindt zich zowel in de huidige als in de plansituatie op de kilometer leiding tussen stationing 0 en stationing 1000. Dit is ter hoogte van bedrijventerrein Dierenstein. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in de afbeeldingen 4.7 en 4.8.

Afbeelding 4.7: Kilometer met hoogste groepsrisico (groen) in de huidige en plansituatie

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

11

Afbeelding 4.8: Overschrijdingsfactor gemeten over de afstand in de huidige en plansituatie.

In tabel 4.4 worden de waarden van het GR weergegeven voor de huidige en plansituatie op de maatgevende kilometer. In zowel de huidige als de plansituatie wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico voor dit leidingtraject niet overschreden. De planontwikkeling heeft geen invloed op het groepsrisico. Eigenschap

Waarde

Behorend bij

Maximale overschrijdingsfactor

0,703

1512 slachtoffers (N) met een kans (F) van 3,07*10-9

Huidige en plansituatie Tabel 4.4: Eigenschappen FN curve huidige en plansituatie aardgastransportleiding A-559

Voor de maatgevende kilometer leiding is de FN-curve weergegeven op de onderstaande afbeelding.

Afbeelding 4.9: FN-curve (blauwe lijn) van de maatgevende kilometer afgezet tegen de oriëntatiewaarde (rode lijn) in de huidige en plansituatie

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

12

5

Vervoer gevaarlijke stoffen weg

5.1

Risicobronnen Ten noorden van het plangebied bevindt zich de transportroute voor gevaarlijke stoffen rijksweg A15. De rijksweg A15 bevindt zich op circa 100 meter vanaf het plangebied en dus binnen de 200 meter basisnetafstand (donkerblauwe lijn op afbeelding 5.1), waardoor een verantwoording van het GR benodigd is. Op afbeelding 5.1 is de ligging van deze transportroute ten opzichte van het plangebied weergegeven.

Hof van Barendrecht

Afbeelding 5.1 : Ligging transportroute gevaarlijke stoffen t.o.v. plangebied.

In tabel 5.1 is een overzicht gegeven van de gevaarlijke stoffen die over de A15 vervoerd worden. Deze cijfers zijn afkomstig uit Regeling Basisnet. Stofcategorie LF1 LF2 LT1 LT2 LT3 GF1 GF2 GF3 GT3 GT4

Invloeds- transporten wegvak Z74: gebied Knooppunt Vaanplein – Ridderkerk Noord 45 28.174 45 55.468 730 2.341 880 3.635 >4000 130 40 1.036 280 2.913 355 39.917 560 355 >4000 115

Tabel 5.1: Transporthoeveelheden en invloedsgebieden gevaarlijke stoffen Rijksweg A15.

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

13

5.2

Plaatsgebonden risico en PAG zone De rijksweg A15 heeft een PR 10-6 contour van 80 meter ter hoogte van het plangebied. Ook is er een PAG aanwezig van 30 meter. Het plangebied ligt buiten zowel de PR 10-6 contour als de PAG zone.

5.3

Groepsrisico Rijksweg A15 Het GR is berekend in de huidige situatie en in de plansituatie. Berekeningsmethode Het GR is berekend met het softwarepakket RBMII. RBMII is het voorgeschreven rekenpakket voor het berekenen van de omgevingsveiligheidsrisico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Met RBMII kan worden bepaald of voldaan wordt aan de risiconormen zoals die zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes. De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met RBMII versie 2.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 17-10-2022. Trajectgegevens Het onderzoeksgebied bestaat uit de rijksweg gelegen langs het plangebied en een toevoeging van 1.000 meter in beide richtingen. De totale lengte van het onderzochte traject bedraagt circa 2.080 meter. De overige uitgangspunten voor de risicoberekening zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Type wegtraject Breedte Frequentie Verhouding dag/nacht Verhouding werkweek/weekend Weerstation

Snelweg 80 meter 8,3 x 10-8 (1/vtg.km) 70% / 30% (standaard) 100% / 0% (standaard) Rotterdam

Tabel 5.2: Overige uitgangspunten (conform de Handleiding Risicoberekeningen Transport)

Berekeningsresultaten RBMII berekent het GR voor het totale ingevoerde traject en voor het kilometer deeltraject waar het GR het hoogst is. Het GR overschrijdt zowel in de huidige als plansituatie de oriëntatiewaarde niet. In afbeelding 5.2 en tabel 5.3 is het resultaat van de groepsrisicoberekeningen in de huidige en plansituatie weergegeven. Te zien is dat het verschil tussen beide situaties klein is en het GR in de plansituatie toeneemt van 0,90 keer de oriëntatiewaarde naar 0,92 keer de oriëntatiewaarde. Dit is een toename van 0,02 oftewel 2,2%. De toename wordt veroorzaakt door het toegenomen aantal aanwezigen in het plangebied.

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

14

Afbeelding 5.2 FN-curve GR huidige situatie en plansituatie Rijksweg A15.

Huidige situatie

Plansituatie

Eigenschap

Waarde

Behorend bij

Waarde

Behorend bij

Normwaarde (N:F)

0,0900

530 slachtoffers (N) met een

0,0921

530 slachtoffers (N) met een

kans (F) van 3,2*10-8 Maximaal aantal

-9

kans (F) van 3,3*10-8

1135

1,6*10 per jaar

1135

1,6*10-9 per jaar

1,6*10-9

11 slachtoffers

1,6*10-9

11 slachtoffers

slachtoffers (N) Maximale kans (F)

per jaar

per jaar

Tabel 5.3: Eigenschappen FN curve huidige en plansituatie rijksweg A15

In afbeelding 5.3 is met fel geel weergegeven op welk punt op het traject het GR het hoogst is voor de huidige situatie en de plansituatie. Met cyaan is de maatgevende kilometer aangegeven. Het gedeelte van de rijksweg wat in deze berekening is opgenomen bevat over de gehele route een hoog GR. De maatgevende kilometer bevindt zich in de huidige situatie en in de plansituatie meer richting het oosten dan richting het westen. Het maatgevende punt bevindt zich ter hoogte van de onderswijsinstellingen aan de Dierensteinweg 2 en 4 en het kantoorgebouw aan de Henry Dunantlaan 1. Deze concentratie aan kwetsbare objecten met zeer hoge aanwezigheidsaantallen binnen het verantwoordingsgebied van de Rijksweg is bepalend voor het groepsrisico. Aangezien de toename van het plan op het groepsrisico klein is en de oriëntatiewaarde niet overschreden wordt, zal het groepsrisico geen belemmering vormen voor de ontwikkeling.

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

15

Afbeelding 5.3 Geografische weergave punten met hoogste GR voor de huidige situatie en plansituatie

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

16

6

Verantwoording groepsrisico

6.1

Planologische mogelijkheden De ontwikkeling vult een open plek op in het bestaande stedelijk gebied. De functie die voor de kavel gekozen is betreft woningbouw, waardoor er overdag minder mensen aanwezig zijn dan bij andere functies. Aangezien in de dagperiode op een doordeweekse dag de kans op een incident bij de risicobronnen hoger is dan ’s nachts of in het weekend is deze functie gunstig. Het wegnemen van de risicobronnen of het verlagen van de doorzet is niet mogelijk. De beschreven risicobronnen zijn onderdeel van het (inter)nationale transportnetwerk.

6.2

Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. In het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals ouderen of gehandicapten. Het natuurlijk niet uit te sluiten dat kinderen, ouderen en/of gehandicapten in de woningen zullen gaan wonen of aanwezig zijn. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het juist gewenst dat dergelijke specifieke doelgroepen zich gelijkmatig ‘verspreiden’ tussen de reguliere doelgroepen. Fakkelbrandincident aardgastransportleiding Het maatgevende scenario voor een aardgastransportleiding is een fakkelbrandincident. Tijdens (graaf)werkzaamheden kan een breuk in de hogedruk aardgastransportleiding worden veroorzaakt. Het aardgas stroomt vervolgens onder een hoge druk uit en ontsteekt waardoor een fakkelbrand ontstaat. Bij een directe ontsteking kan dit al gebeuren binnen 20 seconden na de breuk. De hittestraling van een fakkelbrand kan slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken.

Afhankelijk van de locatie van de breuk, het type leiding en de aanwezigheid van andere leidingen in de omgeving, kan de brand enkele uren duren. Bij dit type leidingen is er nagenoeg nooit sprake van een spontane breuk, wat betekend dat als er een incident plaatsvindt, dit naar alle waarschijnlijkheid overdag (tijdens werkzaamheden) zal gebeuren. Het gebied in de buurt van aardgastransportleidingen is op basis van de druk en diameter van de leidingen verdeeld in meerdere zones. In tabel 6.1 zijn deze zones weergegeven voor de in dit onderzoek betrokken leiding. Leiding A-517 A-559

1e zone 0 - 160 meter 0 - 180 meter

2e zone 160 - 380 meter 180 - 430 meter

3e zone 380 - 675 meter 430 - 810 meter

Tabel 6.1: Zones effectafstanden aardgastransportleiding.

Binnen deze eerste zone (100% letaliteitscontour) overlijdt bij een incident circa 99% van de aanwezigen en gaan alle brandbare materialen branden. Aanwezigen binnen de tweede zone hebben kans om te overlijden of slachtoffer te worden. In de derde zone komen geen mensen te

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

17

overlijden, maar kunnen er wel slachtoffers vallen. De bouwvlakken binnen het plangebied bevinden zich op circa 40 tot 80 meter afstand van de leidingen en komen daarmee in de eerste zone. Maatgevende scenario BLEVE Het maatgevende scenario voor de Rijksweg A15 en de spoorlijn is een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion). Er wordt onderscheid gemaakt tussen een warme BLEVE en een koude BLEVE. Bij een warme BLEVE kan door een incident op de weg of bij het tankstation kan een brand ontstaan waarbij een tankwagen met LPG is betrokken. Vanwege oplopende temperaturen neemt dan de druk in de tank met LPG toe. Binnen circa 20 minuten leidt het vrijkomen en het ontsteken van de inhoud tot overdrukeffecten en een grote vuurbal, een BLEVE. Een koude BLEVE treedt op zonder of voordat de LPG-tankwagen (maximaal) is opgewarmd door een externe brand. Het scheuren van de tank wordt veroorzaakt door een plaatselijke verzwakking van de tankwand. De maximale druk en temperatuur worden in dit scenario niet bereikt. De hittestraling van een BLEVE is kort en hevig en kan secundaire branden in de omgeving veroorzaken. Ontvluchting in het geval van een BLEVE is mogelijk, mits er geen bijzondere beperkingen zijn ten aanzien van zelfredzaamheid van aanwezigen.

Scenario toxische gassen Door een incident op de weg of het spoor kan de tankwand scheuren waardoor een groot deel van de toxische vloeistof in korte tijd uitstroomt. De toxische stof verdampt deels direct en wordt gedurende korte tijd meegevoerd door de wind. De resterende vloeistof vormt een plas. Het gevaar kan door de aanwezigen in het benedenwindse effectgebied in het geval van ammoniak opgemerkt worden door de herkenbare geur. Aanwezigen kunnen het beste binnen in gebouwen schuilen tegen de toxische effecten van het scenario. Scenario plasbrand Het plangebied bevindt zich op dermate grote afstand van de risicobronnen dat het scenario van een plasbrand binnen het plangebied niet van toepassing is. Vluchtmogelijkheden Bij de bouw van kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied van één van de aanwezige risicobronnen, wordt onafhankelijk van de locatie van het incident een vluchtweg vanuit het object naar de omgeving geadviseerd, via de gevel(s) aan de afgekeerde zijde(n) van de risicobronnen. De hogedruk aardgastransportleidingen, de Rijksweg en de spoorlijn bevinden zich aan de noordkant van het plangebied. De beneden-boven woningen bevinden zich aan de noordzijde van het plan. De aanwezigen in de onderste woningen kunnen de woning verlaten aan zowel de noord als zuidzijde van de woning.

De aanwezigen in de bovenste woningen kunnen de woningen verlaten via twee trappenhuizen die aan de oost- en westgevel gepositioneerd zijn. De uitgang van de trappenhuizen bevindt zich tevens aan de oost- en westgevel. Aanwezigen kunnen via deze trappenhuizen het gebouw ontvluchten om vervolgens uit te komen op het binnenterrein. De vluchtroutes uit het plangebied bevinden zich aan de noordzijde en aan de westzijde. Aangezien de risicobronnen aan de noordzijde gelegen zijn zal bij het plaatsvinden van een incident zeer waarschijnlijk de westelijke vluchtweg gebruikt worden. Bewoners die via het oostelijke trappenhuis de bovenwoningen hebben verlaten kunnen langs de zuidkant van het gebouw naar de westelijke uitgang vluchten. Hierbij biedt het gebouw bescherming. Vervolgens kan via de Van Hulststraat verder richting het zuiden gevlucht worden.

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

18

De aanwezigen in de zuidelijke woningen kunnen direct de woning verlaten aan de zuidzijde om via de Van der Meulenstraat verder van de bron af te vluchten. Op de onderstaande afbeelding zijn de vluchtroutes weergegeven.

Afbeelding 6.1 Vluchtroutes

6.3

Mogelijkheden tot voorbereiden van bestrijding van rampen Algemeen Bij het stedenbouwkundig ontwerp en de indeling van de openbare ruimte dient rekening te worden gehouden met de bereikbaarheid en keermogelijkheden van hulpverleningsdiensten en opstelplaatsen in relatie tot ingangen van gebouwen. De wegenstructuur in het plangebied dient te voldoen aan de door de brandweer gestelde minimumeisen betreffende uitvoering en inrichting. De regionaal vastgestelde ‘Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR’ biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven. Alle woningen zijn zowel bereikbaar voor de hulpdiensten aan de voor- als achterzijde. Het plangebied kan bereikt worden via de Henry Dunantlaan en via de Van der Meulenstraat. De aanwezigheid van effectieve bluswatervoorziening is tevens een belangrijk aandachtspunt. Brandkranen dienen nabij de entrees van het gebouw en de opstelplaatsen gerealiseerd te worden. Ten behoeve van de zelfredzaamheid is het van belang dat een E-Alert wordt ingezet.

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

19

In het kader van een effectieve zelfredzaamheid bij het vrijkomen van toxische stoffen wordt geadviseerd bij ontwikkelingen afsluitbare ventilatiesystemen in gebouwen toe te passen waarmee kan worden voorkomen dat toxische stoffen binnentreden. Aanwezigen zijn in gebouwen enkele uren beschermd tegen de effecten van toxische dampen. Risicocommunicatie naar de toekomstige bewoners is zeer belangrijk. Bij het sluiten van een koop-/huurcontract kunnen bewoners op de externe veiligheidsrisico’s gewezen worden en kan onderhavige rapportage genoemd worden. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. De gemeente heeft in dit kader een informatieplicht. Voor de voorlichting kan gebruik gemaakt worden van de campagne “Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand” en de website www.rijnmondveilig.nl. Aardgastransportleiding Het treffen van fysieke maatregelen aan de bron of overdrachtsmaatregelen ter beperking van het GR ten gevolge van de aardgasleiding ligt buiten het bereik van de initiatiefnemer. Er zijn voor de brandweer geen mogelijkheden tot effectieve bronbestrijding. In de hierboven beschreven eerste zone zijn geen mogelijkheden tot effectieve inzet van de brandweer.

In de tweede ring is de inzet gericht op het redden van aanwezigen en in de derde ring is de inzet gericht op het voorkomen van uitbreiding. Transport gevaarlijke stoffen over de weg Alle LPG-tankwagens in Nederland zijn voorzien van een hittewerende bekleding. De uitvoering en de keuring van de hittewerende bekleding is geregeld in de NTA 8820:2015. Deze maatregel is overigens alleen effectief tegen het optreden van een warme BLEVE. Bestrijding van een dreigende BLEVE vereist veel bluswater bedoeld voor het koelen van de LPG-tank. Bij voldoende koeling zal een BLEVE worden voorkomen. Hiervoor wordt (vanwege de snelheid die is geboden) gebruik gemaakt van primaire bluswatervoorzieningen (in het voertuig aanwezige water en brandkranen op het openbaar waterleidingnet). De aanwezigheid van effectieve grootschalige bluswatervoorziening is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Er dient advies gevraagd te worden van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond met betrekking tot bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

20

7

Conclusie De initiatiefnemer heeft het voornemen om op het perceel aan de 1e Barendrechtseweg 92a te Barendrecht te herontwikkelen tot een kleinschalig woongebied, met in totaal 27 woningen. Met deze ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. In de omgeving van de locatie zijn de volgende relevante risicobronnen aanwezig: - Hogedruk aardgastransportleiding A-517; - Hogedruk aardgastransportleiding A-559; - Vervoer gevaarlijke stoffen over de Rijkswegen A15 en A29; - Vervoer gevaarlijke stoffen over de Betuweroute. De locatie is gelegen binnen het verantwoordingsgebied van de Rijksweg A15. De hoogte van het groepsrisico van de rijksweg is berekend met RBMII. Uit de berekeningen kan geconcludeerd worden dat het GR in de plansituatie toeneemt van 0,90 keer de oriëntatiewaarde naar 0,92 keer de oriëntatiewaarde. Dit is een toename van 0,02 oftewel 2,2%. De maatgevende kilometer en het maatgevende punt zijn in de huidige situatie en de plansituatie hetzelfde. Er is zowel in de huidige als plansituatie geen overschrijding van de oriëntatiewaarde. Ook bevindt het plangebied zich binnen de invloedsgebieden van de hogedruk aardgastransportleidingen A-517 en A-559, waardoor een verantwoording gegeven dient te worden van het groepsrisico.

In zowel de huidige als de plansituatie wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico voor dit leidingtraject niet overschreden. Er treedt geen verandering van het GR op als gevolg van het bouwplan. In het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid. Voor de beschouwde risicobronnen gelden verschillende maatgevende ongeval scenario’s. In het geval van een BLEVE of fakkelbrandincident kan gevlucht worden, mits men zich niet binnen de 100% letaliteitscontour bevindt. Voor de verschillende ongevalsituaties is het mogelijk om de volgende maatregelen te treffen tot de voorbereiding van bestrijding van rampen binnen het plangebied: · in het stedenbouwkundig ontwerp rekening houden met de bereikbaarheid van hulpverleningsdiensten; · effectieve bluswatervoorziening; · E-Alert; · afsluitbare mechanische ventilatiesystemen; · risicocommunicatie naar de bewoners. Er dient advies gevraagd te worden van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond met betrekking tot bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

Onderzoek aspect externe veiligheid Hof van Barendrecht 621.136.00 / 18 oktober 2022

21

Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek

RAPPORT C20-322-O1

Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek in bodem ter plaatse van de 1e Barendrechtseweg 92a te Barendrecht.

Capelle aan den IJssel, 23 oktober 2020

Opdrachtnemer:

Arnicon B.V.

Opdrachtgever:

Contactpersoon:

Riegman Timmer- en Onderhoudsbedrijf Gebroken Meeldijk 113 2991 CG Barendrecht De heer F. Riegman

Boormeester: Protocol: Rapportage: Controle:

F.E. Fierens BRL SIKB 2000-2001/2002/2018 B. Tokyay E. Schoen/A. Timmers

CAPELLE A/D IJSSEL Molenbaan 7 2908 LL Capelle a/d IJssel T. 010 2582 300

APPINGEDAM Kanaalweg 1 9902 AX Appingedam T. 059 6693 600

www.arnicon.nl

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK................................................................ 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Doel van het onderzoek Kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid Rapportage

1 1 1 1

2. RESULTATEN VOORONDERZOEK ................................................................................ 2 2.1 2.2 2.3 2.4

Inleiding Resultaten Hypothese Onderzoeksstrategie

2 2 5 5

3. RESULTATEN BODEMONDERZOEK .............................................................................. 6 3.1 Veldwerk 3.1.1 Verkennend bodemonderzoek 3.1.2 Veldwerk asbest in bodem 3.2 Chemisch-analytisch onderzoek 3.3 Analyseresultaten 3.3.1 Asbestonderzoek

6 6 7 9 10 12

4. SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...............................................13 4.1 Samenvatting 4.2 Conclusies 4.3 Aanbevelingen

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Regionale overzichtskaart Detailtekening Boorstaten Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Analysecertificaten asbest Toetsing conform BoToVa en Toetsingswaarden Arnicon groep, kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid

Rapport C20-322-O1 / 23-10-20 / 1e Barendrechtseweg 92a te Barendrecht

13 14 14

1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK 1.1

Inleiding

Door Riegman Timmer- en Onderhoudsbedrijf te Barendrecht is aan Arnicon B.V. de opdracht verstrekt tot uitvoering van een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en asbestonderzoek in bodem conform NEN 5707 ter plaatse van de 1e Barendrechtseweg 92a te Barendrecht. Voor de situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de bijlagen 1 en 2. De locatie, met een totale oppervlakte van 4.123 m2 was tot voor kort in gebruik bij een hoveniersbedrijf. De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door de eigendomsoverdracht van het perceel. De aanleiding voor het asbestonderzoek in bodem wordt gevormd door plaatselijk waargenomen asbestverdachte plaatmaterialen op het maaiveld. 1.2

Doel van het onderzoek

Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of en in hoeverre het voormalige, dan wel het huidige gebruik van de locatie geleid kan hebben tot verontreiniging van de bodem. Het onderzoek wordt zodanig uitgevoerd, dat een milieuhygiënische beoordeling kan worden gegeven ten aanzien van het (toekomstige) gebruik van de locatie. Het bepalen van de omvang van een eventueel aan te treffen verontreiniging valt buiten het kader van het verkennend onderzoek. Het doel van het verkennend asbestonderzoek in bodem is vast te stellen of de verdenking van bodemverontreiniging met asbest terecht is. 1.3

Kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid

Kwaliteitswaarborg De Arnicon Groep en haar medewerkers zijn sinds 2007 door Rijkswaterstaat Leefomgeving/ Bodem+ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) erkend voor het verrichten van diensten vallend onder diverse BRL SIKB protocollen waarmee wordt voldaan aan de wet en regelgeving KWALIBO. De Arnicon Groep is eveneens gecertificeerd voor de kwaliteits- en veiligheidsnormen zoals gesteld in de NEN-EN-ISO 9001:2015 en VCA**. Onafhankelijkheid De Arnicon Groep en haar medewerkers zijn op geen enkele wijze gelieerd aan de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzoekslocatie. De Arnicon Groep heeft geen enkel (financieel) belang bij het weergeven van de resultaten van het onderzoek. Voor meer informatie over de kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid wordt verwezen naar bijlage 8. 1.4

Rapportage

In dit rapport worden achtereenvolgens de resultaten van het vooronderzoek met hypothese en onderzoeksopzet (hoofdstuk 2) en de resultaten van het bodemonderzoek (hoofdstuk 3) beschreven. Het rapport wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek en de (eventuele) aanbevelingen, die daaruit voortvloeien (hoofdstuk 4).

Rapport C20-322-O1 / 23-10-20 / 1e Barendrechtseweg 92a te Barendrecht

1

2. RESULTATEN VOORONDERZOEK 2.1

Inleiding

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is informatie verzameld over het vroegere en huidige gebruik van de locatie en de directe omgeving. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse norm NEN 5725, "Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek", oktober 2017. 2.2

Resultaten

Locatiebeschrijving De locatie wordt kadastraal aangeduid als gemeente Barendrecht, sectie A, nr. 6227. De locatie heeft een oppervlakte van 4.123 m² en bestaat uit een voormalig hoveniersterrein met daarop een kantoor en een werkplaats behorende bij het hoveniersbedrijf. Hier hebben zover bekend geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. In het verleden is een deel van de locatie ook in gebruik geweest als parkeerterrein. De onderzoekslocatie bevindt zich in de woonwijk Bijdorp, ten zuiden van de A15. Ten noorden van de onderzoekslocatie bevindt zich de Henry Dunantlaan, ten oosten de 1e Barendrechtseweg, ten zuiden de Van der Meulenstraat en ten westen de Van Hulstraat. Ten zuiden van het perceel bevinden zich woningen met tuinen en ten westen een automobielbedrijf gelegen aan de Van der Meulenstraat. Ten oosten van het perceel bevinden zich twee woningen met tuinen gelegen aan de 1e Barendrechtseweg 92 en 94. De tuinen van deze woningen grenzen aan de onderzoekslocatie. Onderstaande foto’s geven een indruk van de locatie:

Foto 1: westelijk deel onderzoekslocatie

Foto 2: zuidelijk deel onderzoekslocatie

Rapport C20-322-O1 / 23-10-20 / 1e Barendrechtseweg 92a te Barendrecht

2

Historische ontwikkeling / voormalig gebruik Op topografische kaarten tot eind jaren ’30 (www.topotijdreis.nl) van de vorige eeuw is te zien dat de onderzoekslocatie en de belendende percelen zijn gelegen in een voormalig landbouwgebied. In de periode ca.1939 tot 1992 is op de onderzoekslocatie een kleine boomgaard weergegeven. Omstreeks 1939 zijn op het oostelijk belendend perceel twee woningen (nrs. 92 en 94) zichtbaar. Ten noorden en zuiden van de onderzoekslocatie zijn meerdere woningen weergegeven. Eind jaren ’60 is op de onderzoekslocatie een pand gebouwd welke tot eind jaren ’90 onveranderd is gebleven. Omstreeks 2006 is opnieuw een bedrijfspand zichtbaar op de onderzoekslocatie in de huidige vorm waarna de locatie tot heden onveranderd is gebleven. Het pand op de onderzoekslocatie dateert uit 1990 (www.vastgoedloep.nl). De sloten op de perceelsgrenzen zijn gedempt in het kader van bouwrijp maken. Op de website van de DCMR (www.dcmr.gisinternet.nl) is geen informatie aangetroffen waaruit blijkt dat er op de locatie sprake is geweest van bodembedreigende activiteiten. Brandstoftanks Op de website van de DCMR (www.dcmr.gisinternet.nl) is te zien dat op de locatie sprake is (geweest) van een bovengrondse dieseltank van 1.000 liter. Volgens de opdrachtgever stond deze tank altijd op een lekbak en is de tank recent ook verwijderd.

Op de website van de DCMR is hier geen informatie over bekend. Op het oostelijk belendend perceel aan de 1e Barendrechtseweg 92 bevond zich een ondergrondse hbo-tank welke in 1986 is gesaneerd. Kabels en leidingen Volgens de KLIC-melding met nr. 20G406931 liggen aan de noordzijde enkele kabels en leidingen op de locatie. Ophogingen/slootdempingen Uit bestudering van historische en recente topografische kaarten blijkt niet dat op de locatie een sloot heeft gelegen (www.topotijdreis.nl). De sloten op de perceelsgrenzen zijn gedempt in het kader van bouwrijp maken. Voor zover bekend is in het verleden ter plaatse van de locatie geen grond of ander ophoogmateriaal opgebracht. Maaiveldverhardingen De onderzoekslocatie is grotendeels verhard met klinkers en gedeeltelijk met stelconplaten. Het zuidelijke deel van het perceel is begroeid met struiken en onkruid (zie foto 2). Terreininspectie Bij visuele inspectie van de locatie d.d. 22 juli 2020, zijn op de zuidwesthoek van het perceel asbestverdachte golfplaten op het maaiveld waargenomen (zie foto 4). Van de asbestverdachte platen zijn monsters genomen voor analyse op asbest. De locatie van de voormalige bovengrondse dieseltank is aangewezen door de opdrachtgever. Op de locatie zijn geen toebehoren van de tank waargenomen. De tank bevond zich onder een afdak van een schuur (zie foto 3).

Voor het overige zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen.

Rapport C20-322-O1 / 23-10-20 / 1e Barendrechtseweg 92a te Barendrecht

3

Foto 3: Locatie voormalige tank.

Foto 4: Asbestverdachte materialen ter plaatse van boring 11/gat 11.

Asbest Op basis van de verzamelde informatie valt op de locatie geen asbesthoudend materiaal op of in de bodem te verwachten. Echter zijn tijdens het veldwerk asbestverdachte (golf)platen, plaatselijk op het maaiveld waargenomen. Actief bodembeheer De gemeente Ridderkerk en Barendrecht hebben een bodemkwaliteitskaart opgesteld. De ontgravingskaarten voor de bovengrond geven voor de locatie de kwaliteit ‘’wonen’’ en voor de ondergrond de kwaliteit ‘’achtergrondwaarde’’ aan. Binnen deze kwaliteit worden niet tot licht verhoogde gehalten verwacht aan zware metalen en/of PAK. Bodemonderzoek Voor zover bekend bij de DCMR is er op de locatie nog geen bodemonderzoek verricht (www.dcmr.gisinternet.nl, d.d. 20 juli 2020). In de omgeving van de locatie is het volgende bodemonderzoek verricht: 1)

Oriënterend bodemonderzoek 1e Barendrechtseweg 80 te Barendrecht, Arnicon B.V., rapport nr. C94-069-O, maart 1994;

Het onderzoek is op circa 80 meter ten noorden van de onderzoekslocatie uitgevoerd. Tijdens het veldwerk zijn zintuiglijk geen bijmengingen aan de grond waargenomen. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan zink, lood, cadmium, PAK en EOX aangetroffen. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan kwik en minerale olie gemeten. De herkomst van de minerale olie is onduidelijk. Voor zover bekend bij de gemeente Barendrecht heeft er nimmer oliestook plaatsgevonden. Wellicht is de minerale olieverontreiniging afkomstig van het havenslib dat op korte afstand van de onderzoekslocatie onder de Rijksweg A15 is verwerkt. Het grondwater is licht verontreinigd met tolueen en xylenen. Verder is de fenolindex van het grondwater licht verhoogd. Voor het overige zijn in de omgeving van de onderhavige onderzoekslocatie geen bodemonderzoeken bekend.

Rapport C20-322-O1 / 23-10-20 / 1e Barendrechtseweg 92a te Barendrecht

4

Bodemopbouw De holocene deklaag heeft een dikte van ongeveer 16 meter en is opgebouwd uit slecht doorlatende klei- en veenlagen. De freatische grondwaterspiegel kan worden aangetroffen vanaf een diepte van circa 1,5 m-mv. Het freatische grondwater is zoetwater. De stromingsrichting van het freatische grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals oppervlaktewateren, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (bijvoorbeeld kabel- en leidingtracés, funderingen) en drainage. Bovenstaande informatie is afkomstig uit TNO-grondwaterkaarten en www.dinoloket.nl. Toekomstig gebruik Voor zover bekend wordt het gebruik van de locatie gewijzigd naar wonen. 2.3

Hypothese

Op basis van de beschikbare informatie wordt de locatie vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging beschouwd als onverdacht voor verontreinigingen boven het in de bodemkwaliteitskaart vastgestelde achtergrondwaarde (niet tot licht verontreinigd). De bovengrond is verdacht op een verontreiniging met bestrijdingsmiddelen. De voormalige tanklocatie is verdacht op een verontreiniging met minerale olie. Plaatselijk is de bovengrond verdacht op een verontreiniging met asbest. Dit betreft de zone waar tijdens de maaiveldinspectie asbestverdachte materialen op het maaiveld zijn aangetroffen. Eventueel aanwezige puinhoudende grond is eveneens asbestverdacht. 2.4

Onderzoeksstrategie

Het onderzoek is uitgevoerd conform de strategie “onverdacht niet lijnvormig” (ONV-NL), zoals omschreven in de NEN 5740:2009 en NEN 5740/A1:2016 “Bodem – Landbodem Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”. De bovengrond wordt aanvullend onderzocht met een analyse op bestrijdingsmiddelen. Nabij de tanklocatie is een diepe boring gezet. Ter plaatse van de waargenomen asbesthoudende materialen op het maaiveld is een inspectiegat gegraven en een monster samengesteld ten behoeve van een asbest in bodemonderzoek aan de hand van de NEN 5707. Het op het maaiveld aangetroffen plaatmateriaal is onderzocht op asbest. Van de bodemlagen met (puin)bijmengingen is een indicatief mengmonster samengesteld ten behoeve van een asbestanalyse.

Rapport C20-322-O1 / 23-10-20 / 1e Barendrechtseweg 92a te Barendrecht

5

3. RESULTATEN BODEMONDERZOEK 3.1

Veldwerk

3.1.1

Verkennend bodemonderzoek

Het veldwerk is op 22 juli 2020 uitgevoerd door F.E. Fierens (erkend veldwerker SIKB 2000 – 2001) en R. Ballijns (veldwerker in opleiding SIKB 2000-2001) van Arnicon B.V. Daarbij zijn verspreid over de locatie 15 handboringen verricht (de boringen nrs. 01 t/m 15). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor. Het boorgat van boring 15 is benut voor de plaatsing van een peilbuis (peilbuis 15). De situering van de boringen is weergegeven op bijlage 2. Tijdens het veldwerk is gebleken dat de bovengrond tot 0,3 à 0,6 m-mv bestaat uit siltig zand. Op het westelijk deel van de locatie bestaat het bodemtraject tot ca. 1,0 m-mv uit siltig zand (de boringen 09, 11 en 12). Ter plaatse van boring 02 bestaat de bovengrond uit zandige klei. De ondergrond bestaat uit matig zandige of siltige kleilagen. Boring 10 is gestaakt op een diepte van ca. 0,5 m-mv; vermoedelijk op funderingsresten. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de boringen waargenomen op een diepte van 1,50 m-mv. Voor een meer nauwkeurige weergave van het bodemprofiel wordt verwezen naar bijlage 3. Zintuiglijke waarnemingen grond Bij zintuiglijk onderzoek zijn bijmengingen met baksteen, beton, slakken, koolas en plaatselijk laagjes slib waargenomen aan het opgeboorde bodemmateriaal. Ter plaatse van boring 02 nabij de voormalige tanklocatie is in het bodemtraject tot ca.

2,0 m-mv zintuiglijk geen minerale olie waargenomen. Op de zuidwestelijke hoek van het perceel, rondom boring 11, zijn asbestverdachte materialen aangetroffen op het maaiveld. Er is een representatief monster genomen van het plaatmateriaal ten behoeve van een analyse op asbest. Naast boring 11 is een inspectiegat gegraven. Er is conform NEN 5707 een monster genomen ten behoeve van een asbestanalyse. De tijdens het veldwerk waargenomen afwijkingen en bijzonderheden zijn weergegeven in tabel 1. TABEL 1: ZINTUIGLIJK WAARGENOMEN BIJZONDERHEDEN Boring

Diepte boring (m-mv)

Traject (m-mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

04 08

1,00 1,00

0,07-0,30 0,20-0,50

Zand Zand

09

2,00

0,30-1,00

Zand

11 11 11 13

2,00 2,00 2,00 1,00

0,50-1,00 1,00-1,30 1,30-1,60 0,07-0,30

Zand Klei Klei Zand

15

3,00

0,20-0,50

Klei

Resten baksteen Matig baksteenhoudend, resten beton, zwak koolashoudend, resten slakken Zwak baksteenhoudend, matig slakhoudend, resten beton, matig koolashoudend Resten baksteen Resten baksteen Laagjes slib Zwak slakhoudend, zwak baksteenhoudend, resten beton Resten baksteen

Rapport C20-322-O1 / 23-10-20 / 1e Barendrechtseweg 92a te Barendrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14308331/1