RO-BP-622.166.60 Bestemmingsplan Dierensteinweg [nov 24] inclusief bijlagen.pdf
Tekst van het document
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Invulling zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 Geadviseerd wordt de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te laten vinden. Voor het broedseizoen geldt geen standaard periode. Globaal duurt het van half maart tot eind augustus. Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, mogen deze pas uitgevoerd worden indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden. Wel kan worden gestart met de werkzaamheden voorafgaand aan het broedseizoen en worden doorgewerkt in het broedseizoen. Vanwege de aanwezige verstoring zullen dan geen vogels in het plangebied gaan broeden.
Flora- en faunaonderzoek, Dierensteinweg te Barendrecht, ANL23-7651
13/15
6.3 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied Soort(groep)
Ingreep verstorend Nee
Nader onderzoek Nee
Ontheffing Nee
Bijzonderheden/ opmerkingen Geen verblijfplaatsen aanwezig, het plangebied heeft geen essentiële functie voor vleermuizen.
Grondgebonden zoogdieren
Nee
Nee
Nee
Geen beschermde soorten aanwezig.
Vogels
Mogelijk*
Nee
Nee
* Hou rekening met het broedseizoen.
Amfibieën en reptielen
Nee
Nee
Nee
Geen beschermde soorten aanwezig.
Vaatplanten
Nee
Nee
Nee
Geen beschermde soorten aanwezig.
Vissen
Nee
Nee
Nee
Geen beschermde soorten aanwezig.
Overige soorten
Nee
Nee
Nee
Geen beschermde soorten aanwezig.
Vleermuizen
Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies. 6.4 Checklist groen bouwen Verstedelijking draagt bij aan het verlies van biodiversiteit, maar de bouw biedt ook kansen. Voor sommige dieren zijn onze steden en dorpen zelfs het belangrijkste leefgebied. Daar kan iedereen een steentje aan bijdragen. Met de Checklist Groen Bouwen kan iedere bouwonderneming, architect of projectontwikkelaar zijn projecten en ontwerpen natuurvriendelijker maken. Het beantwoorden van enkele simpele ja/nee vragen leidt tot eenvoudige soortbeschermingsmaatregelen. https://www.checklistgroenbouwen.nl/
Flora- en faunaonderzoek, Dierensteinweg te Barendrecht, ANL23-7651
14/15
LITERATUUR EN BRONVERMELDING Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Limpens e.a. KNNV 1997 Bats of Britain and Europe, C. Dietz en A. Kiefer, Bloomsbury 2016 www.vleermuis.net, voor up-to-date kennis van vleermuizen Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, Zoogdiervereniging 2016, S. Broekhuizen et al. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON)(Redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland Stichting RAVON: www.ravon.nl Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Weeda e.a. 1985-1994 Sovon Vogelonderzoek Nederland: www.sovon.nl Vereniging Vogelbescherming: www.vogelbescherming.nl Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, Ministerie van LNV, 2009 Verstoringsgevoeligheid van vogels, Krijgsveld e.a. in opdracht van Vogelbescherming, maart 2022 Nationale Databank Flora en Fauna, Verspreidingsatlas. 13 mei 2014, http://www.verspreidingsatlas.nl/ De Vlinderstichting: www.vlinderstichting.nl Stichting Anemoon: www.anemoon.nl
Flora- en faunaonderzoek, Dierensteinweg te Barendrecht, ANL23-7651
15/15
Bijlage 3:
KuiperCompagnons (31 oktober 2024) Stikstofdepositie-onderzoek
Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan Dierensteinweg Barendrecht
STIKSTOFDEPOSITIE-ONDERZOEK BESTEMMINGSPLAN DIERENSTEINWEG BARENDRECHT
Werknummer
622.166.60
Batenburg B.V.
Gemeente Barendrecht
Contactpersoon
Dhr. B. Weiland
Datum
31 oktober 2024
Projectverantwoordelijke:
Mevr. F. van Avezaath
Behandeld door:
Mevr. S. Franken
Telefoonnummer
010 - 433 00 99
File: \\kc-filer.kuiper.nl\project\622\166\60\3 projectresultaat\milieu\stikstof\notitie\stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan dierensteinweg okt 2024.docm
Inhoudsopgave
blz
1
Inleiding ......................................................................................................................................... 1
2
Wettelijk kader .............................................................................................................................. 2 2.1 Habitatrichtlijn ............................................................................................................................ 2 2.2 Omgevingswet ............................................................................................................................ 2 2.3 Vergunningplicht ......................................................................................................................... 3 2.4 Effectbeoordeling ....................................................................................................................... 3
3
Situatiebeschrijving ........................................................................................................................ 4 3.1 Planbeschrijving .......................................................................................................................... 4 3.2 Ligging plan ten opzichte van Natura 2000-gebieden ................................................................ 4
4
Uitgangspunten .............................................................................................................................. 5 4.1 Algemeen .................................................................................................................................... 5 4.2 Tijdelijke situatie (aanlegfase) .................................................................................................... 5 4.3 Beoogde situatie (gebruiksfase).................................................................................................. 7
5
Berekeningsresultaten ................................................................................................................... 9
6
Conclusie ...................................................................................................................................... 10
Bijlagen Bijlage 1 Inzet mobiele installaties en verkeersproductie in de aanlegfase Bijlage 2 Onderbouwing gebruikte kentallen (Tauw) Bijlage 3 AERIUS-berekening aanlegfase Bijlage 4 AERIUS-berekening gebruiksfase
1
Inleiding In opdracht van de gemeente Barendrecht is door KuiperCompagnons een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor het bestemmingsplan “Dierensteinweg”. Het project betreft het ontwikkelen van een bedrijfspand tussen de A15 en de Dierensteinweg in de gemeente Barendrecht zoals aangeduid in de hierna gepresenteerde afbeelding.
Afbeelding 1: Ligging plangebied.
In deze rapportage is de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase voor de bouw en het gebruik van het nieuwe bedrijfspand beschouwd. Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plan. Leeswijzer Dit rapport bestaat uit zes hoofdstukken, waarvan hoofdstuk 1 deze inleiding is. In hoofdstuk 2 is het wettelijk kader beschreven. In hoofdstuk 3 is de situatiebeschrijving gegeven voor wat betreft het bestemmingsplan en de situatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden. De uitgangspunten van het onderzoek zijn in hoofdstuk 4 opgenomen, waarna de resultaten in hoofdstuk 5 zijn beschreven. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6 waarin de conclusies van het onderzoek zijn beschreven.
Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan Dierensteinweg Barendrecht 622.166.60 / 31 oktober 2024
1
2
Wettelijk kader Onderzoek naar stikstofdepositie is noodzakelijk om aan te tonen dat een project of plan niet leidt tot negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In veel Natura 2000-gebieden is door een overbelasting van stikstof een probleem met de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Nieuwe projecten of plannen kunnen uitsluitend doorgang vinden indien significante effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten, of wanneer na het nemen van mitigerende maatregelen uit een passende beoordeling kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling niet leidt tot negatieve effecten.
2.1
Habitatrichtlijn De juridische basis wordt gevormd door de Europese Habitatrichtlijn (1992). Het eerste lid van artikel 6 legt lidstaten een verplichting op om de nodige instandhoudingsmaatregelen vast te stellen en uit te voeren. Het tweede lid, van de Habitatrichtlijn bepaalt dat er passende maatregelen genomen moeten worden om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de gebieden zijn aangewezen. Artikel 6, derde en vierde lid, bevat de zogenaamde habitattoets. Deze toets houdt in dat er een passende beoordeling gemaakt moet worden als een activiteit afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten significante gevolgen kan hebben voor een Vogel- of Habitatrichtlijngebied. Artikel 6 lid 3: “Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied.
Gelet op de conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied en onder voorbehoud van het bepaalde in lid 4, geven de bevoegde nationale instanties slechts toestemming voor dat plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten en nadat zij in voorkomend geval inspraakmogelijkheden hebben geboden.” Lid 4 gaat over de mogelijkheden om door middel van een zogenoemde ADC-toets en compenserende maatregelen alsnog tot toestemming te komen.
2.2
Omgevingswet De artikelen 3 en 4 van de Habitatrichtlijn hebben een directe doorwerking in de Omgevingswet (verder OW). In artikel 16.53c lid 1 is opgenomen dat: Artikel 16.53c: “Voor een plan of een project als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn maakt het bestuursorgaan dat het plan vaststelt, de aanvrager van de betrokken omgevingsvergunning, of het bevoegd gezag voor het planbesluit een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde lid, van die richtlijn, van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied.”
Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan Dierensteinweg Barendrecht 622.166.60 / 31 oktober 2024
2
Indien uit een stikstofdepositie-onderzoek blijkt dat effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten is een passende beoordeling niet noodzakelijk. Een passende beoordeling is wel noodzakelijk indien sprake is van mitigerende maatregelen. 2.3
Vergunningplicht Artikel 5.1 sub e Ow stelt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten. In de Omgevingswet is een Natura 2000-activiteit gedefinieerd als: Natura 2000-activiteit: activiteit, inhoudende het realiseren van een project als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied; Een omgevingsvergunning is niet noodzakelijk indien negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten.
2.4
Effectbeoordeling Effecten van een plan of een project op de stikstofdepositie kunnen ontstaan tijdens de aanlegfase en/of de gebruiksfase. Met het rekenmodel AERIUS Calculator kan deze stikstofdepositie op de stikstofgevoelige habitattypen en stikstofgevoelige leefgebieden van soorten binnen Natura 2000-gebieden worden berekend. Indien uit de berekeningen met AERIUS blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar), kunnen significante effecten ten gevolge van stikstofdepositie op voorhand worden uitgesloten. Voor het onderdeel stikstofdepositie is er dan geen vergunningplicht. Indien uit de berekening blijkt dat er sprake is van een toename aan stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar) maar wordt voldaan aan één van onderstaande voorwaarden is er ook geen vergunningplicht: Verslechtering van stikstofgevoelige habitattypen of habitats van soorten kan, ondanks een toename van de depositie, volledig uitgesloten worden in een ecologische beoordeling. Na intern salderen is de toename van de stikstofdepositie niet groter dan 0,00 mol N/ha/jaar. Als uit een ecologische beoordeling blijkt dat de tijdelijke effecten niet leiden tot negatieve effecten.
Indien uit de berekening blijkt dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar), en niet aan één van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, is er sprake van een vergunningplicht op grond van de OW. Een vergunning kan worden verleend als uit een passende beoordeling, eventueel inclusief extern salderen, en eventueel na het succesvol doorlopen van de ADC-toets, blijkt dat er geen risico’s zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden.
Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan Dierensteinweg Barendrecht 622.166.60 / 31 oktober 2024
3
3
Situatiebeschrijving
3.1
Planbeschrijving Het voornemen bestaat om op het braakliggende perceel tussen de A15 en de Dierensteinweg in Barendrecht een bedrijfspand te ontwikkelen. Er zijn op dit moment nog bedrijven gevestigd op de toekomstige woningbouwlocatie Stationstuinen, een gebied ten oosten van station Barendrecht, dat de komende jaren wordt getransformeerd. Voor de bedrijven die daar nu gevestigd zijn is gezocht naar een passende nieuwe locatie binnen Barendrecht. Een van de nieuwe locaties is gevonden aan de Dierensteinweg. De functies en het aantal m2 zijn in onderstaande tabel beschreven. Tabel 1. Functies binnen het bestemmingsplan Dierensteinweg Functie Loods (bedrijf arbeidsextensief /bezoekersextensief) Kantoor met baliefunctie (commerciële dienstverlening) Winkel (tuincentrum) Opslag (bedrijf arbeidsextensief /bezoekersextensief) Totaal
3.2
Bvo [m2] 3.995 193 507 310 5.005
Ligging plan ten opzichte van Natura 2000-gebieden Rondom het plangebied zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. Voor de gebieden Oude Maas (circa 3 km afstand), Boezems Kinderdijk (circa 7 km afstand) en Oudeland van Strijen (circa 8 km afstand), geldt dat binnen deze gebieden geen stikstofgevoelige habitats aanwezig zijn, zodat het onderzoek geen betrekking heeft op deze natuurgebieden. De meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn Biesbosch (circa 16 km afstand), Krammer-Volkerak (circa 21 km afstand) en Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein (circa 23 km afstand).
Afbeelding 2: Ligging van het bestemmingsplan Dierensteinweg ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan Dierensteinweg Barendrecht 622.166.60 / 31 oktober 2024
4