CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota IBSD Barendrecht.definitief.pdf

gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Nota Integraal Beleid Sociaal Domein9.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

REACTIENOTA CONCEPTNOTA INTEGRAAL BELEID SOCIAAL DOMEIN 15 december 2020 Inleiding De afgelopen maanden heeft de gemeente Barendrecht een conceptversie van de nota integraal beleid sociaal domein opgesteld. Na vaststelling door het college van Burgemeester en Wethouders is deze conceptnota op 15 september jl. oriënterend besproken in de gemeenteraadscommissie Samenleving. Tegelijk is de conceptnota ter inspraak voorgelegd aan verschillende bij het beleid betrokken partners. De bespreking in de raadscommissie en de opbrengst uit de inspraakronde die 20 respectievelijk 28 oktober jl. eindigde, hebben geleid tot een definitieve versie van de beleidsnota. Deze reactienota vormt een bijlage bij het raadsvoorstel voor de behandeling van de definitieve versie van de nota integraal beleid sociaal domein en wordt na vaststelling van de beleidsnota door de gemeenteraad samen met de beleidsnota toegezonden aan alle partners die een bijdrage aan de inspraak hebben geleverd. Deze reactienota maakt inzichtelijk welke reacties tijdens de inspraakronde binnen zijn gekomen en hoe deze reacties zijn verwerkt of gewogen. In deze reactienota is per organisatie/per reactie op hoofdlijnen de input uit de inspraakronde van de conceptnota integraal beleid sociaal domein weergegeven, voorzien van een antwoord/reactie.

Daar waar aangegeven wordt dat het onderdeel van de input wordt meegenomen, is dit verwerkt in de definitieve versie van de nota integraal beleid sociaal domein. In onderstaande tabel wordt eerst ingegaan op de input die van lokale partners is verkregen. De tabel daaronder behandelt de input die de gemeente van partners ontving die op BAR-niveau werken.

1

INSPRAAK VAN LOKALE PARTNERS (op alfabetische volgorde) Organisatie: KijkopWelzijn Vraag/opmerking Ondersteunende diensten (bladzijde 32): hierin wordt gesproken over de Kruidenier Koerier. Deze is in verband met de coronacrisis gecontinueerd. Echter zou deze wegens bezuinigingen van de coördinatie-uren worden ondergebracht bij het ANWB Automaatje. Ons advies is om deze specifiek apart te benoemen, wetende dat de optie bestaat dat we dit anders vorm (moeten) gaan geven. JOP/ontmoetingsplekken (bladzijde 32): hierin is het goed om te benoemen dat in Carnisselande ook twee tienercentra zijn (Vrijenburg en Zeppelin) onder coördinatie van het Jeugd- en Jongerenwerk. Hiermee geven wij wellicht een breder bereik weer van voorzieningen (dan alleen de JOP). Welzijnsarrangementen (bladzijde 34): hier staat dat de gemeente een verkenning plaats heeft laten vinden naar welzijnsarrangementen. Momenteel hebben wij vanuit de gemeente een opdracht op het gebied van eenzaamheid, waarin Maatje op Maat een belangrijk project is. Hierbij werken wij ook met welzijnsarrangementen (nog te vormen). Uiteraard zien wij ook de meerwaarde van Welzijn op Recept. Indien daar nader naar wordt gekeken, worden wij graag meegenomen in de ontwikkelingen. Zeker aangezien wij al een variant hierop aanbieden en later in de nota (o.a.

bladzijde 37) wordt gesproken over een goede samenwerking tussen huisartsen en welzijn / zorg en sociaal domein. Sportakkoord (bladzijde 36): de koppeling met het Sportbeleid van de gemeente Barendrecht wordt gemist. Is dit een bewuste keuze? Herontwikkeling Borgstede (bladzijde 44): ook hierin missen wij de nadrukkelijke koppeling met KijkopWelzijn voor wat betreft de gemeenschappelijke ruimte. Momenteel huren wij deze ruimte voor Dienstencentrum de Windsingel en organiseren daar minimaal vijf dagdelen in de week activiteiten. Er heeft een gesprek plaatsgevonden met Borgstede en wij worden binnenkort

Antwoord/reactie gemeente Goed punt. Dit nemen we over in de nota.

Goed punt. We breiden het kopje ontmoetingsplekken uit met de twee genoemde tienercentra.

Als wij hier nader naar gaan kijken, nemen we u mee in deze ontwikkeling.

Het klopt dat deze koppeling minder sterk aanwezig is, omdat deze nota het sportbeleid niet vervangt. Sport als middel wordt wel meegenomen. Dit is opgenomen in de nota.

2

meegenomen in de ontwikkeling hiervan o.a. wat betreft de buurtfunctie en eventuele huisvesting van een restaurant. Wellicht kan dit worden genoemd? Begroting (bladzijde 78): tot slot missen wij welzijn/jeugd/sport in de begroting als taakveld. Of vallen onze budgetten in verschillende taakvelden zoals geformuleerd in deze begroting? Organisatie: Koers VO (op ambtelijk niveau) Vraag/opmerking De outcome-indicatoren zijn nog niet opgenomen in deze conceptnota. In de ontwerpversie van de nota die eind 2020 gereed zal zijn, zal een set indicatoren zijn opgenomen. Er wordt gevraagd om onderwijs, thuiszitters en VSV ook mee te nemen in de set indicatoren Rondom ieder maatschappelijk effect zal een ‘opgavetafel’ 5 worden gevormd staat in de nota. Het is fijn om samen op te trekken, wel aandacht voor bestuurlijke drukte, geen dubbelingen in gespreksgremia graag Onder het kopje Wijkteams staat: Uitgangspunt van het wijkteam is de eigen kracht van de individuele inwoner en zijn of haar netwerk, de kracht van de wijk en de kracht van de wijkteamprofessional. Niet alleen wijkteamprofessionals maar ook andere professionals, niet dubbel triageren. Onder de taken van het wijkteam: En gewoon het snel en goed afgeven van een beschikking, niet onbelangrijk.

Voor voortgezet onderwijs (VO) heeft thuisnabij een veel minder “wijk”-context. Albrandswaard heeft geen VO en in Barendrecht en Ridderkerk zitten veel leerlingen uit bv Rotterdam op school.

Deze indeling wordt bijgehouden bij de verantwoording van de budgetten richting het rijk. De door u genoemde onderwerpen zijn inderdaad onderdeel binnen de genoemde taakvelden.

Antwoord/reactie gemeente In de set van indicatoren wordt rekening gehouden met indicatoren op het gebied van onderwijs en specifiek thuiszitters en vroegtijdig schoolverlaters.

Bij de vormgeving van de opgavetafels wordt zorgvuldig gekeken naar de partners en gespreksgremia om dubbelingen te voorkomen.

We zijn het ermee eens dat er niet dubbel getraigeerd moet worden, echter gaat dit onderdeel van de nota specifiek over het wijkteam en hoe de wijkteamprofessionals handelen. Vandaar dat andere professionals niet genoemd zijn, maar we zijn het eens met hef feit dat het advies vanuit andere professionals meegenomen moet worden door de wijkteamprofessionals. Het binnen wettelijke termijnen afgeven van een beschikking is de taak van de gemeente. Er komt een steeds grotere rol voor de gemeente bij de toeleiding van zorg en het monitoren van het tijdig afgeven van de beschikking. In Barendrecht wordt hier momenteel onderzoek naar gedaan. We zijn het eens met het feit dat VO een minder wijk gerichte context heeft. Ons voorstel is om hier in de kerngroep Passend Onderwijs over door te praten. 3

Hoe wordt door de gemeente omgegaan met beeld van Wijkgericht irt VO-scholen? Mbt Jeugdhulp regionaal: Goede afweging lokaal wat kan, (sub)regionaal wat moet / handiger is. Bekostiging vanuit het sociaal innovatiefonds. Mogelijke financiering schoolmaatschappelijk werk op het primair onderwijs?

De wens is dat meer jongeren de school verlaten met een startkwalificatie: moeten we hier geen smart ambitie voor vermelden? Onder maatschappelijk effect: 1. Alle inwoners ontwikkelen zich optimaal staat als doel: Betere verbinding tussen zorg en onderwijs. Voorgesteld wordt dit ambitieuzer te formuleren en te spreken van ‘onlosmakelijke synergie’. Maatschappelijke baten: minder thuiszitter. Minder voortijdig schoolverlaters (VSV) toevoegen. Maatschappelijke partners PO: Alle SWV PO (Passend Onderwijs), PO (Primair onderwijs) en VO (Voortgezet Onderwijs) Het aantal thuiszitters terugdringen: Hoe?

BAR-trainingsbureau voor preventieve trainingen voor jeugdigen en ouders: Wat is de ambitie voor de VO-leeftijd?

Gevarieerd aanbod kunst en cultuur: Is dit ook gericht op scholen?

We wegen per situatie af of iets beter lokaal dan wel (sub)regionaal wordt opgepakt. De wens ligt er om het SMW op PO te financieren, maar de financiële middelen hiervoor ontbreken. Er wordt onderzoek gedaan naar de financiële mogelijkheden. Het sociaal innovatiefonds is bestemd voor werkwijzen waarmee we willen experimenteren/innoveren en de middelen uit dit fonds zullen een incidenteel karakter hebben. Om deze reden is dekking uit dit fonds o.i. niet gepast. In de definitieve versie van de nota zijn indicatoren opgenomen. Het behalen van een startkwalificatie vormt onderdeel van de ambities waar de indicatoren op gebaseerd zijn. Dit wordt in de nota aangepast door het als volgt te formuleren: Verbeteren van de aansluiting tussen zorg en onderwijs.

In de definitieve versie van de nota zijn indicatoren opgenomen. Het aantal VSV-ers zonder startkwalificatie is als indicator opgenomen. Hier is het de afkorting voor Passend Onderwijs. We schrijven in de nota ter verduidelijking alle PO’s uit. Over de wijze waarop het aantal thuiszitters teruggedrongen kan worden, wordt verder gesproken in de kerngroep Passend Onderwijs en aan de betreffende opgavetafel. In Barendrecht zetten we vanuit het Preventief Jeugdbeleid preventieve trainingen in voor het 1e en 2e jaar VO op het gebied van weerbaarheid en voor 13-18 jarigen op het gebied van perfectionisme. We proberen in te spelen op de behoefte van leerlingen in de VO-leeftijd. Dit is ook gericht op scholen. In Barendrecht is cultuureducatie het speerpunt in de cultuurnota. Dit is vooral gericht onder schooltijd. De gemeente Barendrecht neemt in 2021 tot en met 2024 voor de derde keer deel aan de Rijksregeling ‘Cultuureducatie met kwaliteit’. Deze 4

Samenwerking huisarts, wijkteams en JGZ: En de school! Bieden laagdrempelige (mogelijk beschikkingsvrije) jeugdhulpverlening in de klas/school Samenwerking Welzijn, Jeugdgezondheidszorg en wijkteams: Benoemen hoe Jeugdverpleegkundige de link legt naar school en het belang hiervan Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld: Belangrijke signalerende functie voor scholen Inkoopstrategie en opdrachtgeverschap: En goede afstemming lokaal / (sub)regionaal niveau GRJR of BAR.

Organisatie: RiBA (op ambtelijk niveau) Vraag/opmerking Graag ook onderzoeken of gezamenlijke data analyse passend onderwijs mogelijk is: gebruiken van data van de gemeente en van het onderwijs/swv. Is elders in het land al gedaan. Ruimte voor leren en experimenteren: Is hier ook voor begroot ondanks de bezuinigingen in het BAR gebied? De gemeente zet in op een integrale dienstverlening met oog voor het duurzaam resultaat voor de inwoner. Willen jullie het tijdpad van de afhandeling ook monitoren? Dit in het kader van ‘er vroeg bij zijn’.

regeling is erop gericht om cultuur in het basisonderwijs te verankeren. Vanaf 2021 komt er ook ruimte voor het voortgezet onderwijs. De penvoerder van de Rijksregeling is het Kenniscentrum voor Cultuureducatie in Rotterdam. Met de cultuurregisseur en cultuurpartners van de gemeente Barendrecht wordt dit via de ICCer van de scholen opgepakt. Een concreet voorbeeld is de doorontwikkeling van het voormalige ‘kunstmenu’ naar een cultuurmenu. In dit stuk van de nota gaat het over de koppeling wijkteams en huisartsen. Voor de jeugdhulpverlening in de klas zijn er jeugdcontactpersonen. Het zijn twee verschillende projecten. De linkt hoort hier niet bij. Wanneer er sprake is van een vraag en JGZ / wijkteam is verantwoordelijk dan is het wel belangrijk dat eventueel met school contact wordt gelegd. We zijn het er mee eens, dat scholen hierin een hele belangrijke rol (kunnen) spelen. Deze afstemming is er. Komend jaar zal inzichtelijk worden welke hulp via de GRJR wordt ingekocht en welke hulp we lokaal gaan / blijven inkopen.

Antwoord/reactie gemeente We willen gaan kijken of er hierover afspraken te maken zijn in de kerngroep Passend Onderwijs. Het komt terug binnen de Kerngroep Passend Onderwijs. Hiervoor wordt gekeken naar ruimte binnen het Innovatie/Transformatiefonds Sociaal Domein Als u hiermee bedoelt dat beschikkingen tijdig binnen de wettelijke termijnen afgegeven worden, dan wordt dit gemonitord.

5

Opdrachtgeverschap: Belangrijk om goed vorm te geven! Wellicht in afstemming met de opgavetafels? Hoe borg je visie en aanpak in lijn met dit stuk bij de partners? Gemeente en partners maken afspraken en scheppen duidelijkheid over ieders verantwoordelijkheid. Vanuit RiBa sluiten we graag hierbij aan. De ontwikkelpunten voor de wijkteams zijn voornamelijk gelegen in: Nu wordt de triage/behandeling/toekenning van het wijkteam als knelpunt ervaring qua tijdpad. Hoe wordt dit doorontwikkeld?

Het samenwerkingsverband wil de scholen ook uitnodigen om steeds meer wijkgericht te werken Strategisch samenwerking: Niet zo zeer voor dit stuk, maar wel goed om aanvullend te borgen: afstemmen met andere gemeenten bij gedeelde verantwoordelijkheden bij een casus. Bijvoorbeeld een kind dat hier naar school gaat, maar in Rotterdam woont of andersom en op verschillende vlakken ondersteuning nodig heeft. Agenda worden jaarlijks thema’s vastgesteld: Kerngroep passend onderwijs heeft hier ook een belangrijke rol in. Inzet jeugdgezondheidszorg: Actie: beter benutten rol jeugdarts en jeugdverpleegkundige op school Maatwerkvoorzieningen: tijdig beschikbaar Ondersteuning en waardering mantelzorgers: is dit ook gericht op jonge mantelzorgers? Voorbereidingsteam: Graag ook aandacht voor afstemming met

De opgavetafels starten half 2021, de aanbesteding wijkteams hebben dan al plaatsgevonden. De opdrachtgeverschap is primair de taak van de gemeente, in samenwerking met de desbetreffende moederorganisaties. In eerste instantie betreft het afspraken binnen de huidige contracten met moederorganisaties binnen het wijkteam. Vanuit de kerngroep Passend Onderwijs kunnen wel gezamenlijke afspraken gemaakt worden. We zijn hier druk mee aan de slag, zoals de proeftuin op het gebied van het scheiden van het hulpverlenen en indiceren, zodat aan de wettelijke termijnen voldoen.

Het lijkt ons heel goed om dit binnen het samenwerkingsverband op te pakken. In principe werken we vanuit het woonplaatsbeginsel vanuit de Jeugdwet / Wet Passend Onderwijs. Rotterdam is bij deze casus in de lead in samenwerking met de scholen.

We vinden het van groot belang dat jullie hierin een belangrijke rol hebben. Dit is zeker een belangrijke actie. Deze rol verschilt per school, onze invloed daarin is beperkt. Het samenwerkingsverband kan hier wel aandacht voor vragen in bestuurlijk overleg (met school). Tijdigheid kunnen we niet waarmaken, we streven er wel naar. Dit is een belangrijk onderwerp van gesprek van GRJR Dit is ook gericht op jonge mantelzorgers. In Barendrecht is KijkopWelzijn vanaf juni gestart met een groep jonge mantelzorgers en het organiseren van activiteiten voor deze groep. Dit gaat om het proces wanneer er een aanmelding is binnengekomen 6

de werkprocessen binnen het onderwijs en de totale looptijd van een traject. Aanpak Kindermishandeling en Huiselijk geweld: de uitgangspunten van de regiovisie werken we lokaal uit: Erg belangrijk om dit thema samen met partners op te pakken; zorgen voor gelijke kennis, visie en aanpak. Graag samen professionaliseren rondom dit thema. Ook belangrijk: een definitieve keus over het al dan niet toepassen van de SISA binnen de gemeente/BAR. Inkoopstrategie: Graag daar partners bij betrekken, in ieder geval het onderwijs. Dit met oog op het doel beter afstemmen zorg en onderwijs. Deskundigheidsbevordering: Top! Naast ervaringsdeskundigheid zouden wij ook pleiten voor gezamenlijke professionalisering tussen gemeentelijke uitvoerders (onderling) en partners zoals het onderwijs op overkoepelende thema’s. Denk aan gespreksvaardigheid, conflicthantering, meldcode huiselijk geweld etc. Organisatie: Sportraad Barendrecht Vraag/opmerking De sportraad (SRB) is blij met de voorgenomen transitie naar een werkelijk integrale aanpak van maatschappelijke problemen en denkt ook dat de georganiseerde sport in Barendrecht hierbij kan helpen. De SRB waardeert dat hij vroegtijdig betrokken is bij de beleidsvorming en geeft aan dat het document weliswaar een hoog abstractieniveau kent, maar goed leesbaar en met kennis van zaken is opgesteld.

Voor sportverenigingen, die door vrijwilligers worden geleid, is het van belang om o.b.v. concrete plannen op uitvoeringsniveau te kunnen bepalen of zij daaraan kunnen bijdragen.

bij het wijkteam. Onderwijs is een van de partijen die kan aanmelden. Onderwijs moet de meldcode gebruiken. Alle organisaties met kinderen moeten melden in SISA. Eens met het gezamenlijk oppakken van die uitgangspunten.

De inkoopstrategie is onze gemeentelijke strategie vanuit onze wettelijke verantwoordelijkheid obv de Jeugdwet. Het is lastig om hierbij partners te betrekken. Daar zijn we het helemaal mee eens. Dit zijn mooie onderwerpen om in de Kerngroep Passend Onderwijs of in de opgavetafels te bespreken.

Antwoord/reactie gemeente Dank!

Het voornemen is dat aan iedere opgavetafel in overleg met partners nader wordt besproken welke bestaande en/of gewenste plannen gericht bijdragen aan het behalen van de betreffende maatschappelijke doelen. 7

De SRB wil graag de uitwerking van de plannen beoordelen, daar waar het de sportverenigingen raakt om ook gerichter van advies te kunnen dienen.

De SRB brengt twee eerder door hem uitgebrachte adviezen aan het college onder de aandacht i.h.k.v. het integraal beleid sociaal domein: 1. “integraliteit van de sport” d.d. 26/6/2020 2. “bewegen voor mensen met een beperking” d.d. 26/7/2018 Gezien het (hoge) ambitieniveau van de beleidsnota spreekt de SRB de hoop uit dat de financiële vertaling van de beleidsdoelen financieel haalbaar is.

De SRB wijst erop dat sportverenigingen bereid zijn een bijdrage te leveren aan bepaalde maatschappelijk wenselijke doelen, maar wijst er eveneens op dat sportverenigingen geen welzijnsorganisaties zijn. In het partnerschap tussen verenigingen en het sociaal domein is support van de sportvrijwilligers door deskundige professionals uit het sociale-/ welzijnsdomein belangrijk. De SRB heeft goede hoop dat het Barendrechts Sporten Beweegakkoord kan helpen de gewenste samenwerking tot stand te brengen.

Dit om de effectiviteit van de inzet zo hoog mogelijk te laten zijn. Dit moet leiden tot concrete plannen per beoogd maatschappelijk effect. Daar waar de plannen de sportverenigingen/-accommodaties raken betrekken wij de SRB (daar waar van toepassing ook in een vroegtijdig stadium). Dank. We zien het sportakkoord als input voor het nieuw te ontwikkelen sportbeleid.

De geformuleerde ambities in de nota zijn inderdaad hoog. Wij zijn ons daarvan bewust. Wij staan als lokale samenleving voor een relevante opgave: ook in de toekomst willen wij kunnen blijven investeren in ontwikkeling en zelfredzaamheid van onze inwoners én een gedegen vangnet bieden aan de meer kwetsbare inwoners. Om dit te realiseren moet naar onze mening met kracht en gericht ingezet worden op vernieuwing in het sociaal domein en op inzet op het gebied van welzijn & preventie en vroegsignalering. Met oog op o.m. de grenzen van de personele en financiële inzet die hiervoor nodig is zal fasering in de uitvoering van de plannen moeten worden aangebracht. De implementatie van de ambities uit de nota vraagt om een lange adem en een consistente koers. Wij onderschrijven uw pleidooi volledig en delen uw mening dat dit een plaats moet krijgen in de uitvoering van het beleid.

8

De decentralisatie in het sociaal domein heeft in 2015 plaats gevonden. Benut de ervaringen uit voorgaande 5 jaar om de transformatie die nu wordt voorgesteld te onderbouwen. De beleidsnota zal hierdoor aan kracht kunnen winnen. De rol van vroege signalering door sterke wijkteams spreekt de SRB erg aan. In het 2de hierboven genoemde advies van de SRB wordt nadruk gelegd op het ‘vinden’ van de behoefte van personen met ogenschijnlijk lichte beperkingen. Sport kan een middel zijn om ook hen mee te laten doen.

Door het betrekken van de buurtsportcoach in het werk van de wijkteams wordt ook sport meegenomen in de integrale aanpak. De SRB gaat ervan uit dat buurtsportcoaches ook partner aan de opgavetafels zal zijn; zij kunnen bijdragen aan het sport- en beweegaandeel in de aanpak van maatschappelijke problemen. Er is een risico dat de implementatie van het beleid veel overleg en vergaderingen met zich mee brengt. Gewaakt moet worden voor een te groot beroep op vrijwilligers van de sportverenigingen door vergader- en overlegtijd. Bij een integrale aanpak van de maatschappelijke effecten kunnen sportorganisaties op 4 van de 5 genoemde effecten mogelijk een bijdrage leveren (ontwikkelen, gelijke kansen, vitaal en gezond, langer (veilig) thuis. Sportverenigingen worden terecht genoemd als partner in de betreffende tabellen. Bij de maatschappelijke partners op pag. 40 kunnen sportverenigingen nog worden toegevoegd. Het aantal concrete projecten (‘inspanningen’) waarin sport wordt genoemd blijft echter beperkt; de sportraad gaat ervan uit dat de genoemde inspanningen niet uitputtend zijn beschreven. Het Barendrechts Sport- en Beweegakkoord kan als kapstok dienen voor initiatieven bij velerlei maatschappelijke doelen; bij

De inhoud van de beleidsnota is mede gebaseerd op de opgedane ervaringen in de afgelopen 5 jaar, maar zijn met oog op de omvang niet uiteengezet in de nota zelf.

U snijdt een terecht aandachtspunt aan. Mensen met een licht verstandelijke beperking kunnen vaker ‘buiten de boot vallen’, o.m. door een lagere mate van zelfredzaamheid en het feit dat een licht verstandelijke beperking niet makkelijk gesignaleerd wordt. Vanuit verschillende invalshoeken, zoals het ‘meedoen’ in de samenleving middels sport, vraagt deze groep extra aandacht.

Een terechte opmerking. Bij de opgavetafels waar dit van toepassing is, zullen wij ook (een vertegenwoordiging van) de buurtsportcoaches uitnodigen als partner. Uw raad signaleert een terecht risico. Ook wij willen waken voor een te hoge belasting op alle betrokkenen bij de overlegtafels. Deze overlegvorm moet zo efficiënt als mogelijk worden ingericht. Dit heeft bij de voorbereidingen op de implementatie onze nadrukkelijke aandacht.

In de laatste versie van de nota zijn sportverenigingen toegevoegd aan de betreffende tabel. Uw veronderstelling dat de inspanningen niet uitputtend zijn beschreven klopt. In de implementatiefase zullen ontbrekende inspanningen die bijdragen aan de beleidsdoelen en nu niet genoemd zijn verder in beeld gebracht worden. Omwille van de omvang van de nota is er bij sommige onderdelen voor gekozen niet bij alle onderdelen volledig uitputtend te zijn, maar juist 9

meer doelen dan alleen het speerpunt ‘vitaal en gezond’. Het mag worden verwacht dat diverse extra initiatieven worden ontwikkeld, als de integrale aanpak die nu wordt nagestreefd succesvol is.

vanuit het oogpunt van een integrale benadering is uw opmerking terecht. Dat klopt. De gewenste impuls op het gebied van de transformatie vraagt om extra of andere aanpakken, bijv. op het gebied van signalering, welzijn en preventie. Dit vormt nadrukkelijk onderdeel van de benadering in deze beleidsnota en straks in de uitvoering. Wel hebben we gemeend een opmerking in de nota te plaatsen over de grenzen van de financiële mogelijkheden in deze tijd.

De uitvoeringsplannen en het bijbehorende investeringsbudget zullen ruimte moeten bieden aan deze extra initiatieven. Het lijkt onjuist om hier geen financiële ruimte voor te reserveren: nu staat bij financiering van inspanning 4.3 ‘binnen bestaande budget’.

Door het ministerie van VWS is voor drie achtereenvolgende jaren uitvoeringsbudget beschikbaar gesteld. De klankbordgroep ziet toe op de besteding van dit budget. In het Barendrechts Sport- en Beweegakkoord is afgesproken dat dit bedrag benut wordt om het opstarten van activiteiten en initiatieven binnen het akkoord mede te financieren. Na het succesvol starten van een activiteit zal die op ‘eigen benen’ moeten kunnen staan of vanuit een andere financieringsbron betaald kunnen worden. Gegevens op de website www.waarstaatjegemeente.nl laten zien dat het percentage volwassenen vanaf 19 jaar dat in peiljaar 2016 voldeed aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen 55,4% is. Het Nederlands gemiddelde ligt met 63% hoger.

In bijlage 1B van de nota wordt gesteld dat (bijna) 60% van de Barendrechters de beweegnorm haalt. Is het mogelijk dit percentage af te zetten tegen een landelijk percentage?

Organisatie: Wmo-raad Barendrecht Vraag/opmerking In het begeleidend schrijven bij het advies van de Wmoadviesraad worden enkele opmerkingen geplaatst t.a.v. de participatie bij het opstellen van de nota. Deze worden hieronder puntsgewijs samengevat weergegeven: -oorspronkelijk was de afspraak dat de adviesraad een rol zou hebben bij de organisatie van een fysieke bijeenkomst om input van cliënten en inwoners te verkrijgen voor deze beleidsnota. Als gevolg van de maatregelen i.h.k.v. corona is de geplande

Antwoord/reactie gemeente

-de fysieke bijeenkomst voor het verkrijgen van input van de doelgroepen van beleid heeft de gemeente inderdaad door de coronamaatregelen moeten annuleren. Hoewel het niet onze voorkeur genoot, is ervoor gekozen voortgang in het proces te houden en de input 10

bijeenkomst geannuleerd, waarna input middels het invullen van een digitale vragenlijst is gegenereerd. Deze vragenlijst was beperkt toereikend. De adviesraad zou in feite een compleet voorstel moeten aanleveren.

-de adviesraad geeft aan bereid te zijn betrokken te worden bij (de organisatie van) verdere beraadslagingen rond dit grote, belangrijke onderwerp en geeft aan dat de adviesraad graag een definitief voorstel tegemoet ziet ten behoeve van de formele advisering.

via een digitale vragenlijst te verkrijgen. Een soortgelijke bijeenkomst voor organisaties heeft wel fysiek plaatsgevonden, voordat de coronamaatregelen waren afgekondigd. De opbrengsten uit deze bijeenkomst en uit de reacties op de digitale vragenlijst zijn opgenomen in een impressieverslag dat als bijlage bij de conceptnota gevoegd was. Deze conceptnota is op 15 september door de raadscommissie besproken. Van de Wmo-adviesraad hebben wij destijds geen input ontvangen. -de Wmo-adviesraad wordt evenals andere partners betrokken bij de implementatie van het beleid. Met het aanbieden van de definitieve versie van de nota (waarin de inspraakreacties van meerdere partners, waaronder de Wmo-adviesraad zijn meegewogen en de inbreng van uit de bespreking van het concept in de raadscommissie is verwerkt) aan de gemeenteraad in december 2020 is de inspraakronde voltooid. Het doorlopen proces laat geen ruimte voor opvolgende advisering. Het college beschouwt het advies van de Wmo-adviesraad dan ook als een definitief advies.

De adviesraad is voorstander van een integrale benadering. De nota is helder geschreven, omvat belangrijke essenties en geeft blijk van enkele gedegen analyses. Onder de noemer ‘algemene opmerkingen’ geeft de adviesraad samengevat de volgende adviezen: -maak onderscheid tussen (sub)doelen en de beoogde uitvoeringsorganisaties en/of projecten

-helderheid over de doelen en verwachtingen is van belang voor

-in de nota is onderverdeeld in een vijftal hoofdstukken per beoogd maatschappelijk effect met de daaraan gekoppelde doelen in tabelvorm een (niet uitputtend) overzicht gegeven van inspanningen die verricht worden of gaan worden die o.i. bijdragen aan het betreffende maatschappelijk effect. In sommige gevallen zijn dit projecten. In ieder hoofdstuk wordt een aantal partners genoemd (eveneens niet uitputtend) die ten tijde van de opstelling van de nota een rol spelen op dit gebied. -wij delen uw mening daar waar het de doelen betreft. Tegelijk is de 11

een adequate uitvoering en de beoordeling van behaalde resultaten.

-het wordt onwenselijke geacht dat het gemeentebestuur ‘één smaak’ krijgt voorgelegd, waarbij missie en visie al tot in detail zijn uitgewerkt.

-gepleit wordt voor een breed gedragen visie op het sociaal beleid die gericht is op bijvoorbeeld de komende tien jaar.

-behandel de nota niet in deze vorm, maar bespreek de verschillende onderdelen gefaseerd, te beginnen met de geformuleerde missie.

aanpak in het sociaal domein dermate meerledig en complex dat behaalde resultaten veelal niet een-op-een terug te leiden zijn naar bijvoorbeeld één specifieke inspanning of interventie. Vanuit dit besef en vanuit de noodzaak de in te zetten middelen zo effectief en efficiënt als mogelijk te laten zijn wordt in onze aanpak voor de komende jaren gekozen voor outcomegerichte sturing, gebaseerd op de vijf maatschappelijke effecten en de daaraan gekoppelde doelen uit de nota. -de gemeentelijke visie, de daarop gebaseerde beoogde maatschappelijke effecten en doelen zijn opgenomen in de conceptnota die wij eerst hebben opgesteld. In plaats van het voorleggen van een kant-en-klare nota aan de gemeenteraad is er -om dezelfde redenen als uw adviesraad aangeeft- voor gekozen de conceptnota ter oriënterende bespreking voor te leggen aan o.m. de gemeenteraadscommissie. De commissie heeft de visie, de maatschappelijke effecten en doelen onderschreven. Om deze reden zijn deze onderdelen onveranderd in de definitieve nota die thans voorligt. -de nota integraal beleid sociaal domein is een meerjarige nota. Met oog op de gekozen lijn t.a.v. outcomegerichte sturing en lerend ontwikkelen wordt ingezet op monitoring en bijstelling indien dit bijdraagt aan het effectiever of efficiënter kunnen bereiken van de beoogde maatschappelijke effecten.

-de opzet waar wij bij het opstellen van deze nota voor gekozen hebben, geeft een volledig, samenhangend en integraal beeld. Wij zijn van mening dat dit een juiste keuze is geweest. Indien uit de bespreking door de gemeenteraadscommissie en/of de inspraak gebleken was dat de visie en/of de beoogde maatschappelijke effecten en/of de doelen en de aanpak / de lijn uit de nota niet breed onderschreven wordt, dan zou dit vanzelfsprekend tot aanpassing van de betreffende onderdelen in de definitieve versie van de nota geleid hebben.

De adviesraad merkt t.a.v. het in de nota opgenomen maatschappelijke effect ‘(langer) (veilig) thuis wonen het volgende op: 12

-dit doel moet in samenhang met een lokale woonvisie worden bezien en voorliggend beleid zou in samenhang met een woonvisie ontwikkeld moeten worden. Wonen, welzijn en zorg zijn in toenemende mate met elkaar verbonden.

-stimuleer dat ouder wordende inwoners hun gezinswoning tijdig verruilen voor een (levensloopbestendige) woning, op het moment dat zij nog volop maatschappelijk actief zijn en nieuwe netwerken in de nieuwe woonomgeving kunnen opbouwen.

De adviesraad onderschrijft de stelling dat omstandigheden in de jeugd –en daarmee ook eventuele interventies- effect kunnen hebben op de mate waarin mensen in hun volwassen leven te maken krijgen met ongewenste situaties of een verhoogd risico lopen. Er wordt op gewezen dat de figuur die aan het eind van de inleiding van de nota is opgenomen vanuit dat oogpunt geen recht doet aan de werkelijkheid. Er is geen sprake van integraliteit als dit kostenaspect zo één-dimensionaal benaderd wordt. Het in de jeugdjaren bieden van (intensievere) zorg kan over de volle lengte van het leven de beste investeren blijken te zijn. Een zwaardere investering in het heden kan in die zin soms gezien worden als preventieve maatregel t.b.v. de toekomst. Om deze reden wordt geadviseerd de dimensie ‘tijd’ mee te nemen in het formuleren van de doelen. De inzet op preventie in het beleid wordt dan ook onderschreven. De adviesraad merkt op dat preventie in het gedrang komt als het onderdeel uitmaakt van dezelfde ‘caseload’ als acute hulpverlening, zoals dat in het wijkteam het geval is en hoopt dat de gemeente vooral de uitvoering van de plannen van aanpak

-in de nota wordt de relatie met het beleidsveld ‘wonen’ gelegd. Niet tot op het niveau waarover de adviesraad spreekt omdat dit onderdeel zal vormen van de implementatie, waarbij we met verschillende partners op het terrein van welzijn, zorg, wonen de voorwaarden en mogelijkheden die aan dit maatschappelijke effect verbonden zijn zullen bespreken. Bij de ontwikkeling van de nieuwe woonvisie komt dit onderwerp terug. -wij delen uw mening het van belang is dat ouder wordende inwoners zich tijdig voorbereiden op een tijd waarin bijv. hun gezondheid en/of mobiliteit afneemt door verhuizing of aanpassing van hun woning. Ook het tijdig opbouwen en onderhouden van sociale netwerken achten wij met u van belang, ook los van de woonomgeving. In samenspraak met onze partners, waaronder uw adviesraad, zullen wij bezien op welke wijze bewustwording hierover bevorderd kan worden.

Genoemd figuur aan het einde van de inleiding van de nota is bedoeld als duiding van de manier waarop de nota is opgebouwd en heeft beoogt geenszins een benadering van de kosten van de inzet in het sociaal domein weer te geven. Wij delen deze stelling van de Wmo-adviesraad, maar zien geen noodzaak de dimensie ‘tijd’ te introduceren in het formuleren van de doelen.

Wanneer in de nota over preventie wordt gesproken, heeft de gemeente veel meer maatschappelijke partners voor ogen dan alleen het wijkteam. Op het punt van preventief werken en vroegsignalering willen we de netwerksamenwerking tussen de wijkteams en partners op het gebied 13

voor verbetering functioneren wijkteams en verbetering ondersteuning arbeidsbeperkten nu verder oppakt en tegelijk de gesprekken te voeren over de visie, missie en strategie voor de langere termijn op het gebied van het sociaal domein.

In de paragraaf waarin op de ‘uitvoering’ wordt ingegaan roept de adviesraad op een visie te bepalen op de wijze waarop organisaties in het brede veld van het sociaal domein functioneren. Aandacht wordt gevraagd voor het opbouwen van expertise/specialismen, de focus op kerntaken door organisaties, het tegengaan van overlap in het aanbod en de grootte van organisaties. De Wmo-adviesraad roept op om het antwoord op dergelijke vragen scherp te vertalen in de subsidieafspraken en vraagt zich af of het werken met allianties de regievoering van de gemeente misschien niet ondermijnt.

De adviesraad omarmt de gedachte van outcomegestuurd werken en geeft aan dat wanneer de visie en missie en (sub)doelen zijn geformuleerd, per doel het meest passende meetinstrument bepaald moet worden om de behaalde resultaten inzichtelijk te maken. Opgeroepen wordt terughoudend te zijn met het turven van aantallen of (geslaagde) cliënttrajecten. De Wmoadviesraad adviseert hierbij (ook) gebruik te maken van (wetenschappelijke) kennis in de sector. In het advies wordt dit door een voorbeeld over jongerenwerk onderbouwd. Ook roept de adviesraad op de financiële factor van investeringen in het (brede) sociaal domein niet de enige factor te laten zijn voor het bepalen van de opbrengst van dergelijke investeringen.

van welzijn en gezondheid versterken, zoals beschreven is in de paragraaf onder ‘wijkgerichte samenwerking’ in de nota. I.v.m. corona is het plan van aanpak voor arbeidsbeperkten nog onvoldoende opgepakt. Waar mogelijk blijft de gemeente wel mensen met een arbeidsbeperking op vacatures plaatsen. Op het laatste voorstel in de linker kolom is hierboven al ingegaan. In de nota wordt een richting aangegeven voor wat betreft samenwerking & partnerschap en de wijze van sturing op de maatschappelijke resultaten. De gemeente heeft in die zin twee rollen: die van opdrachtgever en die van samenwerkingspartner. Wij zijn van mening dat deze rollen goed naast elkaar kunnen bestaan. Zoals ook in de nota wordt aangegeven: de opgaven in het sociaal domein zijn dermate complex dat een lokale overheid deze alleen in samenwerking met partners, doelgroepen en inwoners tegemoet kan treden. In de allianties/aan de overlegtafels wordt verder vorm gegeven aan deze meer samenwerkende en responsieve manier van werken. Onze verwachting is dat deze werkwijze tevens overlap in het aanbod vermindert en het opbouwen van expertise bevordert. Op basis van de in te nota opgenomen visie, maatschappelijke effecten en doelen is in de definitieve versie van de nota een (eerste) set indicatoren opgenomen. Deze indicatoren zijn zowel kwantitatief als kwalitatief van aard.

De set indicatoren vormen onderdeel van een beleidsmonitor die opgezet zal worden. De gegevens die o.b.v. deze indicatoren worden verzameld worden aan de opgavetafels besproken en samen met onze samenwerkingspartners geduid. Het gaat in dit kader om ‘tellen en vertellen’. Dit gebeurt vanuit meer perspectieven dan alleen het financiële aspect. Wij zullen daarbij zeker gebruik maken van (wetenschappelijke) kennis. De keuzen in de nota om het partnerschap in het sociaal domein te versterken en outcomegericht te sturen zijn mede op dergelijke inzichten gebaseerd.

14

De adviesraad concludeert zich niet te kunnen vinden in het huidige voorstel integraal beleid sociaal domein en adviseert nogmaals stapsgewijs te komen tot een dergelijk beleid, waarbij het gemeentebestuur meer ruimte wordt geboden om daarover écht in gesprek te gaan met het college en met elkaar en waarbij de volksvertegenwoordiging meer dan één smaak kan overwegen. De Wmo-adviesraad doet in dit kader een suggestie voor de planning van een dergelijk proces.

Wij zullen uw advies m.b.t. het doorlopen van een alternatieve procedure niet overnemen. Wij zijn van mening dat er de interactiviteit in het proces om tot de nota integraal beleid sociaal domein te komen afdoende is geweest en vinden het van belang dat de gemeente nu samen met alle partners met volle kracht en inzet (verder) gaat werken aan de uitdagingen in het sociaal domein van de gemeente Barendrecht.

INSPRAAK VAN PARTNERS OP BAR-NIVEAU (op alfabetische volgorde) Organisatie: Aafje Vraag/opmerking V.w.b. de inzet van preventie de signalerende taak vanuit de huishoudelijke ondersteuning: burgers komen in beeld indien er sprake is van verwaarlozing van het huis of verzamelwoede. Indien de huishoudelijke ondersteuning eerder wordt ingezet heeft dit een preventief karakter. Vanuit Ridderkerk is een aantal mooie projecten die nu al lopen zoals de Buurtcirkel en TochThuis. Aafje, thuiszorg, huizen en zorghotels komen graag in gesprek met de gemeente Ridderkerk voor het verder bespreken en afstemmen van deze twee initiatieven.

Organisatie: CJG Vraag/opmerking De termen Stichting CJG Rijnmond, JGZ , CJG en Jeugdgezondheidszorg worden door elkaar gebruikt. Dat lijkt me voor lezer niet duidelijk. Wellicht consequent term jeugdgezondheidszorg ( CJG) noemen

Antwoord/reactie gemeente HH is een maatwerkvoorziening die ingezet wordt om een ondersteuningsbehoefte van onze inwoners die niet vanuit het eigen netwerk kan worden opgevangen te compenseren. In deze zin is HH geen preventieve voorziening. Dat tijdens het uitvoeren van de HHwerkzaamheden de professional tevens een belangrijke signalerende rol heeft, dat herkennen wij. M.b.t. de genoemde projecten zijn wij inmiddels het gesprek aangegaan met Aafje.

Antwoord/reactie gemeente Het klopt dat de termen makkelijk door elkaar gebruikt worden. We hebben de nota opnieuw doorgenomen en zo consequent mogelijk de term jeugdgezondheidszorg (CJG) toegepast.

15

Ik lees wel terug dat CJG een belangrijke rol speelt bij preventie, maar ik mis onze vroegsignalerende rol….wij zien alle kinderen en volgen ze tot 18 jaar. Vroegsignalering is een van onze belangrijkste taken en daarom zijn we dé partner die bijdraagt aan de beweging van ‘zwaar naar lichte zorg’. Ik lees ook niet echt terug wat onze pedagoog doet (en ook de jeugdverpleegkundige) ihkv preventieve opvoedondersteuning.

Samenwerking in de regio mbt jeugdhulp wordt genoemd, maar niet de samenwerking op gebied van JGZ/preventie, oftewel de Raad van het Publiek Belang. (blz 13, strategische samenwerking) Het zou mooi zijn als ‘Inzet JGZ’ (blz 18, punt 1.6) als eerste werd genoemd ipv als zesde. Ik zie JGZ echt als een basisvoorziening voor alle jeugdigen. Daarna zou het mooi zijn als Kansrijke start volgt (punt 1.4), dan krijg je meer een logische opbouw van inspanningen die de gemeente doet. Nu lijkt het willekeurig te worden opgesomd. ontwikkelagenda huisartsen en jeugdartsen (p.34): zou mooi zijn als daar voor de duidelijkheid ook jeugdgezondheidszorg (CJG) genoemd wordt (nu staat er alleen jeugdarts) ook staat er genoemd dat samenwerking huisartsen/ wijkteam ontwikkelpunt is. Ook hierin moet/ kan CJG participeren preventieve rol van wijkteam moet steviger neergezet worden. Nu is CJG laagdrempelige preventieve basisvoorziening op het gebied van opvoeden opgroeien. Als de preventieve taak van het wijkteam prominenter wordt zal hier ook afgestemd moeten worden met CJG. Hoe werken we aanvullend op elkaar goed samen ipv zelfde rollen (p.12) Ook mis ik het CJG in het speerpunten van samenwerking schoolcontactpersonen en onderwijs. Iedere basisschool ( maar

In de nota staat opgenomen dat preventie de basis van de dienstverlening van de jeugdgezondheidszorg is. Vroegsignalering als zodanig staat inderdaad niet expliciet vermeld en is nu toegevoegd onder inspanning 1.1. Inzet jeugdgezondheidszorg. Niet alle activiteiten als zodanig zijn apart als inspanning opgenomen. Home-Start is nog toegevoegd als inspanning. De preventieve opvoedondersteuning door de pedagoog is toegevoegd onder inspanning 1.1. Inzet jeugdgezondheidszorg. Dit is een terechte opmerking. De regionale samenwerking op het gebied van JGZ/preventie stond er niet in, maar is nu toegevoegd aan de nota. De volgorde van inspanningen is aangepast in de nota zodat de opbouw wat logischer is.

Er is hier expliciet gekozen voor de term jeugdarts vanuit hun rol als verwijzer. Aan de samenwerking huisartsen/ wijkteam is de jeugdgezondheidszorg toegevoegd. Hierin is de jeugdgezondheidszorg zeker een belangrijke samenwerkingspartner. We gaan daarover graag het gesprek aan. Wanneer er meer duidelijkheid is rondom de doorontwikkeling van de wijkteams gaan we hierover graag het gesprek aan.

Het klopt dat de samenwerking met de jeugdgezondheidszorg daarin belangrijk is. De jeugdgezondheidszorg is toegevoegd als 16

ook voorschoolse voorziening en VO ) heeft een eigen jeugdverpleegkundige gekoppeld aan de voorziening voor preventieve vragen op het gebied van gezond en veilig opvoeden en opgroeien (p.18). blz 41 (punt 5.11 Gescheiden opvoeden): Hier staat niet echt beschreven wat er dan gedaan wordt en door wie….

Ik zie niet iets terug van CJG bij het doel ‘(veilig) thuis wonen’. Bij de aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld (blz 40) wordt CJG bijv niet genoemd. Daar hebben wij wel een signalerende rol.

Organisatie: Distinto Vraag/opmerking Wie zitten er aan de opgavetafels? Worden wij daarvoor uitgenodigd, of is daarin een actie van ons gevraagd? Wij willen graag meedenken, namelijk.

Bij de invoering van de resultaatgerichte bekostiging is het monitoren van output opgestart, maar ook weer losgelaten vanwege de beperkingen die de AVG wetgeving met zich meebracht. Op welke wijze gaat dit vormkrijgen? Innovatie is zeer noodzakelijk. Echter, met het oog op de huidige versnippering lijkt het ons wel belangrijk om niet op een ‘ieder voor zich’ manier aan de slag te zijn. In de praktijk zien we nu wel

samenwerkingspartner onder de inspanning Inzet wijkteamprofessionals op school (schoolcontactpersonen).

Het ging hier om het aanbod Gescheiden Opvoeden. Momenteel zijn we nog in gesprek over het best passende aanbod. Vooralsnog is deze inspanning verwijderd, maar het onderwerp complexe scheidingen heeft zeker onze aandacht. De jeugdgezondheidszorg (CJG) is opgenomen bij de maatschappelijke partners onder speerpunt 5 (veilig) Thuis wonen. In de lokale uitwerking van de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling 2020-2023 worden de uitgangspunten van de regiovisie verder uitgewerkt. De jeugdgezondheidszorg wordt hier ook bij betrokken.

Antwoord/reactie gemeente Fijn te lezen dat u zich betrokken voelt en deel wilt nemen aan de opgavetafels. Wij buigen ons de komende periode over de invulling en samenstelling van deze tafels. Uw organisatie zullen wij ongetwijfeld ook betrekken bij een/meerdere tafels. U ontvangt vanuit de gemeente(n) een uitnodiging hiervoor en hoeft hier zelf geen actie voor te ondernemen. Zolang wetgeving zorgt voor beperkingen in het monitoren van de output, zullen wij hier als gemeente de ruimte in zoeken. Over eventuele ontwikkelingen hierin wordt u benaderd door uw contractmanager. De gemeente zal samen met haar partners via innovatieve, projectmatige aanpakken de komende jaren op zoek gaan naar de meest effectieve en efficiënte wijze waarop de doelstellingen uit de nota 17

dat dit zo gebeurt. Langs welke lijn gaan we met elkaar werken? Wat zijn voorwaarden/kaders waaronder en waarbinnen innovatie plaats moeten vinden? JGZ stopt veelal bij de wijkteams. Op welke wijze kunnen aanbieders van jeugdhulp meepraten/denken/initiatieven bespreken/voorstellen neerleggen? Een vraag over Passend Onderwijs: samenwerking met aanbieders van jeugdhulp wordt slechts beperkt aangestipt, de rol van het wijkteam wordt daarin genoemd. Wij signaleren in de praktijk dat er dringend behoefte is aan beleid op de samenwerking tussen onderwijs en zorg. Hoe gaat dit item opgepakt worden? Tenslotte nog een vraag over het speerpunt Ontwikkelen. Jeugdhulp wordt niet genoemd bij de inspanningen om hieraan te werken. Wat als aan het eind van de alle inspanningen de gewenste ontwikkeling uitblijft, hoe wordt dan de weg naar professionele hulp ingezet? Belangrijk dat jeugdhulp hier een rol in heeft, zeker ook weer als het gaat om de samenwerking tussen onderwijs en zorg.

Organisatie: Enver Vraag/opmerking Met interesse hebben wij de conceptversies van de nota’s integraal beleid sociaal domein van de BAR gemeenten gelezen. In grote lijnen zijn wij zeer positief over de nota’s. Wij onderschrijven de noodzaak om in te zetten op duurzame samenwerkingsverbanden, een inclusieve samenleving en integraliteit. We kunnen ons goed vinden in de wijze waarop thema’s als vraaggerichtheid, maatwerk, vroegsignalering, eigen kracht en innovatie worden beschreven. Enver zal actief haar bijdrage leveren om (o.a. tijdens de

gerealiseerd kunnen worden. De voorwaarden en kaders zullen o.a. in de opgavetafels besproken worden. Preventie is 1 van de thema’s die aan de opgavetafels in gezamenlijkheid besproken worden. Dit wordt opgepakt in de kerngroep Passend Onderwijs.

Op p.13 in de nota staat e.e.a. genoemd over integrale samenwerking en zorg dichtbij. En de inspanning wijkteams en maatwerkvoorzieningen gaat hier op in.

Antwoord/reactie gemeente Bedankt voor uw positieve woorden over de nota’s. Fijn te lezen dat u zich betrokken voelt en actief deel wilt nemen aan de opgavetafels.

18

opgavetafels) samen met de inwoners, maatschappelijke partners en de (samenwerkende, responsieve) gemeenten een impuls te geven aan de transformatie. Wij kunnen ons ook goed vinden in de beschreven wijze van sturen op outcome effecten en de doorontwikkeling van de wijkteams en het wijknetwerk. Enver is actief betrokken is bij de transformatieopgave in de regio en deze kennis en inzet willen wij graag benutten binnen de BAR. Een klein aandachtspunt is de beschrijving van Pak Je Kans. Dit is geen samenwerkingsverband, maar een hulpvorm geboden door Enver, waarbij o.a. gebruik wordt gemaakt van de evidenced based interventie “”Basta”. Pak je Kans werkt nauw samen met de politie, leerplicht en Halt. “Pak je Kans is snelle, kortdurende hulp aan jongeren die in beeld zijn bij de politie Rotterdam Rijnmond, leerplicht en Bureau Halt Rotterdam-Rijnmond. Er wordt hulp geboden aan kinderen en jongeren met zorgwekkend gedrag thuis, op straat of school. Het gaat om jongeren die problemen ondervinden dan wel veroorzaken. De hulp is laagdrempelig en richt zich op gedragsverandering van de jongere en het hele gezin. De hulp wordt geboden binnen zijn/haar eigen leefomgeving.”” Organisatie: Humanitas Vraag/opmerking De enige vraag/opmerking die we hebben is dat het benoemen van maatschappelijke partners in de overzichten lastig is.

Ik denk dat het als voorbeeld of denkrichting is benoemd, maar je zou in de huidige opzet van tekst het bijna als directe opdracht kunnen zien voor die partijen. Het zou daarom handiger zijn om geen namen te noemen of alle namen te noemen bij maatschappelijke partners. Algemene termen kunnen dan duidelijkheid geven.

Naar aanleiding van deze inspraak en afstemming met Enver is de tekst in de nota onder deze inspanning aangepast.

Antwoord/reactie gemeente Aan het tekstvak ‘maatschappelijke partners’ is toegevoegd: “Niet limitatief en ten tijde van opstelling van deze nota onder meer:”

Organisatie: KijkopWelzijn en Stichting Welzijn Albrandswaard 19

Vraag/opmerking Hulpverleners (pagina 3): in paragraaf 2 wordt gesproken over: ‘het uitgangspunt is dat inzet van hulpverleners op elkaar is afgestemd’. Het zal een mooie brug zijn om hierbij te noemen hulpverleners en het informele netwerk van ondersteuning (vrijwilligers, mantelzorgers, familie, etc). Zo creëer je een preventieve en integrale aanpak van het systeem in de leefwereld. Pagina 12: ‘Zorg Dichtbij’ (Albrandswaard) en Pagina 14 (Barendrecht) ‘Wijkgerichte samenwerking’: Wij zien dezelfde teksten, alleen de hoofdtekst is verschillend. Hoe moeten wij dit zien? Het maatschappelijk resultaat (bladzijde 10): op meerdere plaatsen in de nota komt naar voren dat de gemeente Barendrecht/Albrandswaard meer wil gaan sturen op maatschappelijk resultaat ten opzichte van zogenaamde ‘output’. Onze huidige KPI’s, welke afgesproken zijn met de gemeente, zijn hoofdzakelijk gericht op dat tweede. Op wat voor termijn wordt de switch gemaakt naar nieuwe afspraken en indicatoren en in hoeverre worden wij daarin meegenomen? En wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor het meten hiervan? Sturen via de opgavetafels (bladzijde 12): de gemeente wil de effecten van de middelen die worden ingezet volgen en hierop kunnen (bij)sturen.

Wat moet ik mij hierbij voorstellen? In de huidige situatie hebben wij regelmatig overleg met de gemeente over afspraken en sturen wij daar eens per jaar, tijdens het maken van nieuwe afspraken, bij waar nodig. Blijft deze frequentie op deze manier of kunnen we meer/minder sturing van de gemeente verwachten? Wijkgerichte samenwerking (bladzijde 14): de gemeente wil een goed werkend wijknetwerk ontwikkelen op het gebied van welzijn, gezondheid, hulp en ondersteuning. Wij nemen bij allebei de

Antwoord/reactie gemeente Wij nemen uw voorstel over.

Het betreft twee nota’s voor twee gemeenten. Per gemeente kunnen andere tekstuele keuzen gemaakt zijn. Op hoofdlijnen zijn de nota’s gelijk. U refereert waarschijnlijk naar de KPI’s die u naar aanleiding van een subsidie met de gemeente hebt afgesproken. Deze afspraken blijven voor de geldigheidsduur van de subsidie ongewijzigd. In de nota beschrijven wij de manier waarop we de doelen die in de nota zijn gesteld willen meten. Na vaststelling van de nota zal dit ook effect hebben op de afspraken die wij met subsidiepartners maken. Afspraken maken we altijd in overleg.

We willen de huidige structuur en afspraken behouden. Het contact tussen accounthouder vanuit de gemeente en de uitvoeringspartner blijft bestaan. Echter kan het zomaar zijn dat er via opgavetafels integraler gestuurd kan gaan worden wanneer dit nodig is.

Momenteel is er al een nauwe samenwerking, welke we graag verder intensiveren en optimaliseren. Verbreding van doelgroepen is daarbij een optie. 20

wijkteams alleen deel vanuit onze rol als jongerencoaching. Is de ambitie om dit verder te verbreden qua doelgroepen? Algemeen: vele uitgangspunten zijn gelijk in de nota Barendrecht en Albrandswaard (wellicht ook Ridderkerk). Hoe gaan jullie de ambities monitoren vanuit de integrale uitvoeringsorganisatie? Hoe ziet deze eruit (in het kader van leren van elkaar als gemeenten en efficiëntie van inzet van professionals)

We ontwikkelen een set van KPI’s om zo integraal mogelijk te monitoren, echter wordt aan elke set met KPI’s de couleur locale toegevoegd. Dit betekent dat we voor bepaalde KPI’s andere afspraken maken met onze lokale partners.

Organisatie: Koers VO / RIBA / Berséba (bestuurlijke vragen/ opmerkingen) Vraag/opmerking Antwoord/reactie gemeente Nadrukkelijker benoemen onlosmakelijkheid tussen Als gemeente onderschrijven we het belang van de samenwerking jeugdhulpverlening en onderwijs, de benodigde inzet hiervoor en tussen de scholen, wijkteams en jeugdhulpaanbieders. Dit geldt het recht op onderwijs overigens ook voor de samenwerking met de jeugdgezondheidszorg en de welzijnsorganisatie(s). In alle drie de gemeenten zijn wijkteamprofessionals, oftewel schoolcontactpersonen, op de scholen werkzaam. Vragen van leerkrachten, ouders en leerlingen kunnen hierdoor vroegtijdig worden gesignaleerd en op basis van de vragen kan kortdurende ondersteuning geboden worden. Voor de gemeente Ridderkerk heeft elke school (basisscholen en voortgezet onderwijs) een vaste schoolcontactpersoon. In Albrandswaard geldt dit voor alle basisscholen en in Barendrecht geldt dit voor het voorgezet onderwijs. Onderzocht wordt of de inzet van de wijkteamprofessionals in Barendrecht ook naar de basisscholen uitgebreid kan worden. Vanuit de Lokaal en Regionaal Educatieve Agenda streven we ernaar om ambities op elkaar af te stemmen en afspraken te maken over ieders rollen, taken en verantwoordelijkheden.

Gezamenlijk gaan we op zoek naar nieuwe vormen van hulp en activiteiten die het welzijn van onze kinderen en jongeren kunnen vergroten.

21

Nadrukkelijker benoemen optimalisatie van toegang tot jeugdhulpverlening;

Nadrukkelijker benoemen afweging thuisnabij onderwijs (ook i.c.m. vormen van jeugdhulp) ten opzichte van noodzakelijke (sub-)regionale schaalgrootte, specifiek voor jongeren in de VOleeftijd. Hierbij vragen we specifiek aandacht voor de inkoop op lokaal en sub- regionaal niveau, als ook via de GRJR. Voorbeelden hiervan zijn:  Jeugdhulp op het OPDC van Koers VO. Momenteel is het jeugdhulpdeel van het OPDC in Rotterdam voor jongeren uit de BAR niet ingekocht door uw drie gemeenten en zorgt een plaatsing voor veel bureaucratie. Wij pleiten sterk voor (sub)regionale inkoop van het jeugdhulpdeel van het OPDC.  Het zorgonderwijscentrum van Timon gericht op langdurig thuiszitters welke regionaal ingekocht is via GRJR. Aanhaking van het onderwijs voor de noodzakelijke

Tevens is het belangrijk dat er sprake is van een optimale samenwerking ten aanzien van het terugdringen van het aantal thuiszitters. Het is echter primair de taak van het onderwijs/de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs. Als gemeente willen we hier samen in optrekken. Binnen de Kerngroep Passend Onderwijs kunnen gezamenlijke afspraken gemaakt worden. De komende periode zal de gemeente een meer prominente rol innemen bij de toegang en toeleiding naar specialistische hulpverlening. In de gemeente Barendrecht draait hieromtrent momenteel een Proeftuin, waarin verschillende wijkteamprofessionals en gedragsdeskundigen participeren. Binnen de Proeftuin wordt gewerkt volgens het proces van aanmelding, het doen van onderzoek en het afgeven van een beschikking. Dit gebeurt binnen de wettelijk gestelde termijn. Hiermee zetten we in op een duidelijkere rol- en taakverdeling tussen de professionals die werkzaam zijn als hulpverlener en professionals die werkzaam zijn ten behoeve van het stellen van indicaties. Jeugdhulp op het OPCD van Koers VO De gemeenten hebben in 2019, inzake de inzet van het OPDC, afspraken gemaakt met een van de gecontracteerde aanbieders en hun onderaanbieder voor lokale jeugdhulp. De gemaakte afspraken zijn in oktober 2019 gecommuniceerd met samenwerkingsverband Koers VO. De afspraken gelden ook voor het jaar 2020 en 2021.

En indien de overeenkomsten lokale jeugdhulp nogmaals met een jaar verlengd worden, dan gelden de afspraken ook voor het jaar 2022. Zorgonderwijscentrum Timon In het kader van de onderwijs-zorgarrangementen onderschrijft de gemeente het belang van samenwerking en het tijdig gezamenlijk optrekken tussen de gemeente, het onderwijs en andere direct betrokken. Onderwijs-zorgarrangementen 22

onderwijsondersteuning was niet vroegtijdig voorzien. Wij pleiten sterk voor het tijdig gezamenlijk optrekken bij dergelijke gecombineerde oplossingen. De Onderwijs-zorgarrangementen (OZA’s) van de gemeente Rotterdam. De BAR-gemeenten hebben er nog niet voor gekozen aan te haken bij deze aanbesteding. Dit betekent dat jongeren uit de BAR op Rotterdamse V(S)O-scholen geen aanspraak kunnen maken op OZA’s waar hun Rotterdamse klasgenoten dit wel kunnen. Wij pleiten ervoor dat de BARgemeenten zich mengen in het proces van het opstellen van een nieuwe aanbesteding voor deze OZA’s en nadrukkelijk zullen overwegen om bij deze aanbesteding aan te sluiten.

Het borgen van kwaliteitskaders voor het onderwijs.

In de nota van Ridderkerk wordt specifiek benoemd dat frequent of langdurig schoolverzuim een indicator kan zijn voor onderliggende problemen. Er wordt gesteld dat de samenwerking tussen onderwijs, leerplicht, de jeugdgezondheidszorg en de wijkteams hierbij cruciaal is. Ook in het kader van eerder genoemde Recht op onderwijs en het terugdringen van thuiszitters, zouden wij graag zien dat de gemeenten Barendrecht en Albrandswaard overwegen deze passage toe te voegen. In de nota van Ridderkerk wordt aandacht besteed aan jonge

In 2017 hebben de drie gemeenten een gezamenlijke aanbesteding lokale jeugdhulp uitgevoerd. De inkoop voor Jeugdhulp in de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk bestond uit 3 deelopdrachten: - deelopdracht 1: ambulante hulp voor jeugd met een beperking - deelopdracht 2: generalistische basis GGZ - deelopdracht 3: dyslexie De onderwijszorgarrangementen vielen onder deze opdracht, namelijk onder deelopdracht 1 en 2. Deze aanbesteding hebben de gemeenten vooruitlopend op de aanbesteding van de gemeente Rotterdam uitgevoerd. Omdat de gemeenten sinds 1 januari 2018 voorzien in de onderwijszorgarrangementen hebben de gemeenten zich niet aangesloten bij de aanbesteding vanuit de gemeente Rotterdam. Naar verwachting zal de lokale jeugdhulp en de specialistische jeugdhulp, die door de GRJR, is ingekocht in 2022 opnieuw worden aanbesteed. Een verkennend gesprek vooruitlopend op de aanbesteding behoort tot de mogelijkheden. Als gemeente onderschrijven we het belang van het delen en verbinden van kennis en expertise op het gebied van jeugdhulp en onderwijs. Middels de kerngroep Passend Onderwijs kunnen we dit gezamenlijk oppakken en verder uitwerken. Deze passage is toegevoegd aan de nota.

In de nota is inzet voor jonge mantelzorgers meer specifiek benoemd. 23

mantelzorgers. Deze wordt gemist in de andere twee nota’s, waarbij dit juist voor de gemeente Barendrecht met haar atypische hoeveelheid jongeren, opvalt.

Organisatie: Small Steps Vraag/opmerking Het is fijn is dat de gemeenten meer willen inzetten op vroegtijdiger signaleren en het versterken van preventie. In dat kader wordt de rol van de kinderopvang gemist. Kinderen starten vaak al 8 weken na hun geboorte op de kinderopvang en blijven gemiddeld tot 10 jaar. Small Steps is in de gemeenten Albrandswaard en Barendrecht als kinderopvang actief en heeft geen VVE locaties. Op blz 16 wordt aangegeven dat de gemeente afspraken heeft/gaat maken met de VVE partners rondom de doorgaande leerlijn en de kwaliteitsborging. Het wordt als een gemis ervaren dat niet alle kinderopvangorganisatie hierbij aansluiten. Ook Small Stept wil graag alle kinderen op een juiste manier willen overdragen aan de basisschool en mee werken aan een sterke doorgaande leerlijn, zodat alle kinderen dezelfde kansen krijgen. In andere gemeenten wordt de kinderopvang ook bij het project kansrijke start betrokken. De kinderopvang wordt hier niet genoemd.

De inzet van wijkteam professionals op school is denk ik goed, Echter zien wij de kinderen de eerste vier jaren van hun leven en als je het dan hebt over vroegtijdiger signaleren, dan heeft de kinderopvang een duidelijke vindplaats. Wij hebben nu geregeld contact met de wijkteams, omdat we kinderen en gezinnen tegen komen, die extra ondersteuning nodig hebben. Als kinderopvang

Antwoord/reactie gemeente In de LEA’s zullen deze onderwerpen de komende tijd terugkijken. Zowel de kinderopvangorganisaties met VVE als zonder VVE sluiten aan bij deze overleggen en willen wij ook graag betrekken bij ontwikkelingen op het gebied van de doorgaande leerlijn en kwaliteitsborging. Wat betreft de doorlopende leerlijn moet er gekeken worden dat u als kinderopvang meer terugkrijgt naar aanleiding van een ingevuld formulier, zodat het contact over en weer goed verloopt. Dit komt ook terug in het LEA.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9908639/1