Reactie provincie 2024-03-06.pdf
Tekst van het document
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland T.a.v. dhr. ir. B.K. Potjer Postbus 90602 2509 LP Den Haag
Uw brief/mail van: Uw kenmerk: Bijlage(n) Onderwerp
4 maart 2024 PZH-2024-850198799 DOS-2023-0006836Windturbinenormen Barendrecht
Ons kenmerk: Contactpersoon:
958046 H. v.d. Linden
Team: Telefoonnummer:
Kwaliteit Leefomgeving 14 0180
Datum:
6 maart 2024
Geacht college, geachte heer Potjer, Inleiding Bedankt voor uw brief van 4 maart 2024 over de windturbinenormen voor windpark Vaanplein. Wij hechten veel waarde aan uw inbreng en de constructieve inhoudelijke discussies die wij regelmatig met u over dit onderwerp voeren, waarbij onze soms verschillende zienswijzen open worden gedeeld. Als partner van het windconvenant vinden we het belangrijk dat we met volledige en juiste informatie tot een goed besluit voor alle betrokkenen kunnen komen. Daarom hebben we uw brief de volgende dag direct betrokken bij de behandeling van en beraadslaging over het collegevoorstel op 5 maart. Naar aanleiding van deze behandeling hebben wij een reactie geformuleerd. Uw brief en onze reactie zijn toegevoegd aan de stukken voor de gemeenteraad, zodat de raad deze stukken kan betrekken bij haar beraadslagingen en besluitvorming. Inhoudelijke reactie 1. Tijdens het bestuurlijk overleg van 1 maart is uw wens tot verruiming van het normenkader aan de orde geweest. In dat kader is tijdens twee eerdere ambtelijk overleggen, waarbij ook een afvaardiging van de provincie aanwezig was, nadrukkelijk aan initiatiefnemer Statkraft gevraagd om aan te tonen dat een hogere tiphoogte leidt tot een afname van het aantal ernstig gehinderden. Statkraft heeft vervolgens per mail aangegeven dit niet aan te kunnen tonen.
Er is dan ook geen onderbouwing voor de stelling dat hogere turbines minder geluid produceren. In het bestuurlijk overleg van 1 maart is door het NWEA aangeboden een indicatieve berekening uit te (laten) voeren waaruit dit blijkt. Door het NWEA is de berekening aangeleverd waaruit blijkt dat bij een gelijke opstellingsplaats de geluidemissie tussen de variant met een tiphoogte van 180 meter en 220 meter met 25 meter toeneemt. Met andere woorden: de hogere turbine produceert bij gelijkblijvende productietijden en vergelijkbare opstelplaats meer geluid. 2. Uiteraard is het zo dat een hogere, grotere turbine meer produceert. Wij hebben in convenantafspraken met elkaar echter geen productievereisten opgenomen, maar uitsluitend het opgesteld vermogen. Dit is voor deze locatie minimaal 9 MW. Door alle technische vernieuwingen en ontwikkelingen is dit ook haalbaar met twee turbines met een tiphoogte van 180 meter, zoals gebruikt in de rekenexercitie die onderdeel uitmaakt van de onderbouwing van de kaders.
3. Dat een hogere turbine meer inkomsten genereert wordt niet bestreden. Meer inkomsten betekent in eerste instantie een betere businesscase voor de ontwikkelaar. Het is dan ook eenvoudiger om gelden terug te laten vloeien naar de omgeving om de extra hinder wat te verzachten. In onze bredere afweging wordt naast de economische kant ook de kwaliteit van de leefomgeving nadrukkelijk meegewogen. In onze optiek doet de realisatie van de windturbines binnen onze huidige voorgestelde kaders recht aan de bestuurlijke afspraken enerzijds en anderzijds ook aan de resultaten vanuit de zeer uitgebreide participatie wat een delicaat proces is. De nu voorgestelde oplossingen in de huidige kaderstelling, kunnen rekenen op draagvlak vanuit de omgeving en doen ook recht aan de draagkracht van het gebied. 4. Wij onderschrijven van harte dat een overheid ondernemers niet zomaar mag beperken in hun onderneming. In de ontwikkeling van de kaders voor deze locatie is hiervan geen enkele sprake. De kaders zoals die nu voorliggen zijn uitgebreid onderbouwd in het planMER en de bijbehorende onderzoeken en de nadere rekenexercitie. Alle opening is geboden om door de initiatiefnemer aan te laten tonen dat een hogere turbine minder ernstig gehinderden zou opleveren.
Het aantal windturbines en daarmee het gewenste opgestelde vermogen sluit aan op de convenantafspraken en volgt anderzijds uit het planMER en de rekenexercitie. Hierdoor wordt een zo optimaal mogelijke planconfiguratie bereikt, zowel voor de leefomgeving als voor de afspraken die gemaakt zijn. De gemaakte convenant- en bestuursafspraken worden hiermee dan ook gerespecteerd en uitgevoerd. Het zijn van een betrouwbare overheid staat bij ons prominent op de eerste plaats. Niet alleen tussen overheden onderling, maar zeker ook richting de betrokken inwoners. De inwoners zijn intensief betrokken zijn bij de ontwikkeling. Zij mogen er op rekenen dat hun onderbouwde inbreng en ondersteuning door een betrouwbare overheid wordt meegenomen in de besluitvorming. Het college heeft inmiddels de stukken inmiddels aangeboden aan de gemeenteraad Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zien uit naar een verdere constructieve samenwerking. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht, de secretaris,
de burgemeester,
G.J. Bravenboer
drs. R.E. Schneider