Reactie Bestuurlijk wederhoor rekenkameronderzoek GR Jeugdhulp Rijnmond
Tekst van het document
Rekenkamer Rotterdam T.a.v. de heer dr. J.A. de Ridder Postbus 70012 3000 KP ROTTERDAM
Uw brief van: 15 mei 2025
Ons kenmerk:
2025-043388
Uw kenmerk: RB 25.09/JdR/JW/KvR
Contactpersoon: T. Leroi
Bijlage(n):
-
Cluster:
Onderwerp:
Bestuurlijk wederhoor rekenkameronderzoek
Doorkiesnummer: 14 0180
‘GR Jeugdhulp Rijnmond’
Datum:
Maatschappij 3 juni 2025
Geachte heer De Ridder, Op 15 mei 2025 heeft u ons het ‘conceptrapport van het rekenkameronderzoek ‘GR Jeugdhulp Rijnmond’ voor bestuurlijk wederhoor aangeboden. De rekenkamer onderzocht voor de periode 2018-2024 of regionaal jeugdhulp inkopen via de GRJR voldoet aan de verwachtingen van regionaal samenwerken. Centraal staat de vraag in hoeverre de GRJR de regionale jeugdhulp op een effectieve en efficiënte manier organiseert en of de gemeenteraden hierover adequaat worden geïnformeerd. U heeft uit dit onderzoek een hoofdconclusie en deelconclusies getrokken en u doet vijf belangrijke aanbevelingen aan de gemeenten die deelnemen aan de gezamenlijke Rekenkamer (de gemeenten Rotterdam, Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Lansingerland). U heeft ons hierbij gevraagd om uiterlijk 5 juni 2025 te reageren en expliciet per aanbeveling aan te geven of de aanbevelingen worden overgenomen. Hierbij ontvangt u, per aanbeveling, onze reactie. Allereerst willen wij u bedanken voor het onderzoek en de uitgebreide rapportage. Wij zijn met u van mening dat de GRJR vooruitgang heeft geboekt in de manier waarop de regionale jeugdhulp is georganiseerd en dat verdere verbetering nodig en mogelijk is. Dit onderzoek, de aanbevelingen en de implementatie daarvan zullen hieraan zeker bijdragen.
Wij willen benadrukken dat de aanbevelingen door de GRJR alleen kunnen worden geïmplementeerd als alle deelnemende GRJR gemeenten deze ondersteunen en niet alleen de gemeenten die zijn onderzocht. Dit vraagt een separaat besluitvormingsproces binnen de GRJR. Wij zullen ons voor deze besluitvorming en de uitvoering van de aanbevelingen gaan inzetten. Aanbeveling 1: Geef de GRJR formeel de taak (en de middelen) om sturingsinformatie te verzamelen en regioanalyses te maken. Wij nemen deze aanbeveling over. Zonder goede sturingsinformatie is het lastig (of onmogelijk) om beleidsmatig en financieel grip te krijgen op de jeugdhulp. Door de GRJR formeel deze taak te geven, wordt duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Dit voorkomt onduidelijkheid en versnippering van informatie. De formalisatie hiervan versterkt de regionale sturing. Regionale analyses zijn cruciaal voor zowel gemeentelijk als regionaal beleid. Een formele
pagina 1 van 3
taakstelling kan de onderlinge samenwerking tussen gemeenten en GRJR bovendien versterken, omdat er heldere verwachtingen en afspraken zijn. Wij willen hierbij benadrukken dat het essentieel is dat de GRJR over voldoende middelen, capaciteit en expertise beschikt om deze taak uit te voeren. Daarnaast hebben we niet alleen behoefte aan regionale sturingsinformatie, maar nadrukkelijk ook aan lokale analyses en informatie die specifiek inzicht geven in de situatie in Barendrecht. Dit helpt ons om lokaal beter te kunnen sturen, om het gesprek met de raad goed te kunnen voeren en om beleidskeuzes scherper te onderbouwen. Aanbeveling 2: Handhaaf het gekozen inkoopmodel, maar maak het mogelijk beter te sturen op resultaten. Wij nemen deze aanbeveling over. Het handhaven van het huidige inkoopmodel voorkomt grote veranderingen die extra tijd, middelen en onzekerheid met zich meebrengen. Dit biedt stabiliteit voor zowel gemeenten als zorgaanbieders. Het gekozen inkoopmodel is (al) gericht op een betere resultaatsturing. Wij geven wel mee dat het maken van en handhaven op resultaatafspraken tijd, geld en expertise kost. Zonder voldoende middelen kan een betere sturing een papieren exercitie blijven. Aanbeveling 3: Neem beheersmaatregelen voor de risico’s van het model met systeemaanbieders. Wij nemen deze aanbeveling over.
Het huidige model met systeemaanbieders leidt tot indirecte aansturing van veel onderaannemers, wat risico’s geeft op onvoldoende grip op kwaliteit, uitvoering en naleving van afspraken. Door duidelijke beheersmaatregelen krijgen gemeenten en de GRJR beter zicht en controle op wie welke zorg levert en met welke kwaliteit. Dit vergroot de transparantie richting de gemeenteraad – essentieel, omdat de rekenkamer hier expliciet naar kijkt. Zonder deze beheersmaatregelen blijven problemen bij onderaannemers (zoals financiële knelpunten, lage kwaliteit of wachtlijsten) vaak onder de radar tot het te laat is. Beheersmaatregelen helpen deze risico’s vroegtijdig te signaleren. Afspraken moeten in overleg met systeemaanbieders worden gemaakt, zodat ze aansluiten bij de praktijk en draagvlak hebben. Daarbij kan worden gedacht aan risico gestuurde maatregelen, met strengere eisen voor kwetsbare of kritieke zorgonderdelen. Aanbeveling 4: Analyseer zorgvuldig en systematisch de oorzaken van de stijgende kosten. Wij nemen deze aanbeveling over. De stijgende kosten in de jeugdhulp drukken zwaar op de gemeentelijke begrotingen. Zonder inzicht in de oorzaken is gericht bijsturen niet mogelijk. Deze analyse is dus essentieel voor lokaal verantwoord financieel beleid.
Een systematische analyse maakt zichtbaar waarom kosten stijgen: komt het door zwaardere casussen, hogere tarieven, langere trajecten, toegenomen vraag, of inefficiënte inzet? Dit biedt dan weer input om beleidskeuzes beter te onderbouwen. Met gedetailleerde analyses kunnen gemeenten en de GRJR bovendien beter het gesprek aangaan met zorgaanbieders, andere regio’s en de rijksoverheid. Dit versterkt de onderhandelingspositie (zoals over de door ons verzonden factuur van € 3,6 miljoen aan staatssecretaris Karremans) en legitimeert de regionale strategie. Aanbeveling 5: Blijf systematisch zoeken naar mogelijkheden om kostenstijgingen te beperken. Wij nemen deze aanbeveling over. Kostenbeheersing is cruciaal voor houdbaarheid van jeugdhulp. Gemeenten kampen al jaren met financiële druk vanuit het sociaal domein. Zonder actieve kostenbeheersing komt de continuïteit en kwaliteit van jeugdhulp in gevaar. Kostenstijgingen zijn niet per definitie onvermijdelijk. Zoals de rekenkamer terecht stelt,
pagina 2 van 3
is het een verkeerde veronderstelling dat stijgende kosten ‘erbij horen’. Door systematisch te analyseren (aanbeveling 4) en waar mogelijk te interveniëren (aanbeveling 5) kan onnodige groei worden tegengegaan. Wij maken al werk van kostenbeheersing zoals door het inzetten van praktijkondersteuners bij huisartsen of het kritisch kijken naar dure zorgtrajecten. Wij zullen deze lijn ook lokaal doorzetten en verbreden met uiteraard voldoende aandacht voor de echt kwetsbare kinderen en jongeren. Juist door kritisch te kijken naar nut en noodzaak kan zorg effectiever én goedkoper worden ingezet, in het belang van jongeren én gemeenten. Het is onze verantwoordelijkheid richting samenleving en gemeenteraad om voldoende grip te houden op de publieke middelen. Kostenbeheersing vraagt om samenwerking met aanbieders, die moeten worden meegenomen in een gezamenlijke visie op doelmatige zorg en beloningsstructuren. Wij beseffen ons dat sommige (mogelijke) maatregelen op weerstand kunnen stuiten (zoals minder gebruik van dure een-op-eenbegeleiding). Wij zijn bereid om ook moeilijke keuzes te maken, mits goed onderbouwd. Deze aanbeveling moet in samenhang met de andere aanbevelingen worden uitgevoerd, met een goede informatievoorziening, adequate (regionale) samenwerking en voortdurende bestuurlijke daadkracht. Wij zullen hier actief aan bijdragen.
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht, de secretaris,
de burgemeester,
L. van Zanten MSc
drs. R.E. Schneider
pagina 3 van 3