CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

PlanMER Windenergie Vaanplein 2-1 221111.pdf

Oriënterende commissie Ruimte 3 oktober 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Windenergie Vaanplein24.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voor de alternatieven is tevens nagegaan of deze boven overige openbare wegen (niet zijnde rijkswegen) zullen overdraaien. Dit is bij alle drie de alternatieven het

Effectbeoordeling planMER

74

Windturbines Vaanplein PlanMER

geval. Hiermee wordt voor de betreffende wegen niet voldaan aan de “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over Rijkswaterstaatwerken”. Alle alternatieven scoren op dit onderdeel beperkt negatief (‘-‘). Spoorwegen Voor de alternatieven is nagegaan of de mast van de windturbine zich buiten de vergunningengrens en afstandseis van ProRail bevinden. In alle drie de alternatieven wordt voldaan aan de afstandseis van ProRail. In alternatief 3x klein en 3x groot wordt voldaan aan de vergunningseis. In alternatief 2x groot ligt de vergunningsgrens voor één van de windturbines precies op het hart van het buitenste spoor. Alle alternatieven scoren op dit onderdeel neutraal (‘0’). Industrie en inrichtingen Voor de alternatieven is nagegaan of zich industrie en inrichtingen met risicovolle installaties binnen de maximale werpafstand bij overtoeren bevinden. Hiervan is bij geen van de alternatieven sprake. Alle alternatieven scoren op dit onderdeel neutraal (‘0’). Hoogspanningsinfrastructuur Binnen de maximale werpafstand bij overtoeren van alternatief 3x klein, 2xgroot en 3x groot bevindt zich hoogspanningsinfrastructuur van TenneT. De hoogspanningsinfrastructuur bevindt zich voor geen van de alternatieven binnen de adviesafstand van TenneT volgens de Handreiking Risicozonering Windturbines. Alle alternatieven scoren op dit onderdeel beperkt negatief (‘-’).

IJsafworp Binnen de ijsafworp contour van alle alternatieven zijn wandelpaden gelegen. De windturbines zijn dusdanig gedraaid dat het aantal meters aan paden zo klein mogelijk is. Alternatief 3x klein scoort op dit onderdeel neutraal (‘0’). Alternatief 2x groot scoort op dit onderdeel beperkt negatief (‘-’). Alternatief 3x groot scoort op dit onderdeel dubbel negatief (‘- -‘).

7.6.3

Conclusie De alternatieven scoren staan in Tabel 38.

Tabel 38

Conclusie externe veiligheid. Alternatief

Effectbeoordeling planMER

3x klein

2x groot

3x groot

75

Windturbines Vaanplein PlanMER

Bebouwing

-

0

0

Wegen Spoorwegen Industrie en inrichtingen

0 0

0* 0

0 0

Hoogspanningsinfrastructuur IJsafworp 0 -* Het alternatief heeft de score neutraal gekregen doordat er met een simpele mitigerende maatregel alsnog kan worden voldaan aan de vergunningseis.

7.7

Bodem, water, archeologie De realisatie van een windturbinepark heeft mogelijke effecten op de bodemkwaliteit en waterhuishouding. Ook kunnen er mogelijk effecten zijn op de archeologische waarden.

7.7.1

Toetsingskader Bodem De Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit regelen de bewaking van de bodemkwaliteit en de bescherming van de bodem tegen vervuiling. Wanneer grond wordt ontgraven of wordt aangevoerd naar of vanaf de projectlocatie, is sprake van roering van de bodem. Water In de Waterwet is de waterhuishouding, het beheer van oppervlaktewater en grondwater geregeld. Het provinciaal waterbeleid is vastgelegd in de omgevingsverordening. Dit beleid betreft bijvoorbeeld waterkwaliteit, de grondwatervoorraad en de zoetwatervoorziening. Archeologie De Wet op de archeologische monumentenzorg regelt hoe met (mogelijke) archeologische waarden omgegaan moet worden en in welke gevallen onderzoek en/of behoud nodig is. Dit is verder uitgewerkt in de Monumentenwet, Ontgrondingwet, de Wet milieubeheer en de Woningwet. Daarnaast wordt getoetst aan het gemeentelijk archeologiebeleid.

7.7.2

Beoordelingscriteria Tabel 39 toont de beoordelingscriteria waarop het MER de MER-alternatieven beoordeelt op de milieuthema’s bodem, water en archeologie.

Tabel 39

Beoordelingscriterium bodem, water en archeologie. Beoordelingscriterium Bodemkwaliteit o.b.v. Bodematlas Zuid-Holland Ligging t.o.v. grondwaterbeschermingsgebieden/waterwingebieden Noodzaak tot archeologisch vervolgonderzoek o.b.v. aanwezige waarden

Effectbeoordeling planMER

76

Windturbines Vaanplein PlanMER

7.7.3

Beoordeling Bodem Voor de inschatting van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie voor de windturbines is onderzocht of er op dit moment activiteiten plaatsvinden waarbij effecten op de bodemkwaliteit plaatsvinden. Om dit inzichtelijk te krijgen is de bodematlas van de provincie Zuid-Holland geraadpleegd. In bodematlas, zie Figuur 34, is te zien dat de ondergrond van de projectlocatie Zeekleigronden (groen) bevat. De bijbehorende bodemcode is MN35A. Dit heeft de classificatie: Kalkrijke poldervaaggronden; lichte klei, profielverloop 5. Het gebied met de rode kleur is geïdentificeerd als bebouwd gebied. Dit vormt geen belemmeringen voor het windpark.

Figuur 34

Bodemkwaliteit (Bron: Bodematlas (zuid-holland.nl)).

Verder zijn er enkele slootdempingen bekend in de bodem, zie Figuur 35. Dit figuur laat enkele slootdempingen in het gebied zien (blauw). Nabij Pascalweg was een voormalige stortplaats (rood).

Figuur 35

Slootdempingen en stortplaatsen (Bron: Bodematlas (zuid-holland.nl)).

Effectbeoordeling planMER

77

Windturbines Vaanplein PlanMER

Bovenstaande ondergrondclassificaties, slootdempingen en voormalige stortplaatsen leiden niet tot een onderscheid in de effecten van de onderzochte opstellingen Hiermee scoren alle alternatieven neutraal. Tabel 40

7.7.4

Overzicht van de scores per alternatief. Bodem Bodemkwaliteit o.b.v. Bodematlas Zuid-Holland

3x klein 0

2x groot 0

3x groot 0

Beoordeling Water Op grond van de Wro moet bij een ruimtelijke ontwikkeling inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding. In de Waterwet is de waterhuishouding, veiligheidsnormering voor primaire waterkeringen, het beheer van oppervlaktewater en grondwater geregeld. Waterschap Hollandse Delta draagt in het plangebied zorg voor het functioneren van het watersysteem. Grondwaterbeschermingsgebieden/waterwingebieden In Figuur 36 is te zien dat op de te onderzoeken locatie ‘Vaanplein’ geen sprake is van een grondwaterbeschermingsgebied. Wel is ten oosten een grondwaterbeschermingsgebied. Dit gebied ligt op grote afstand en intervenieert niet met de ontwikkelplannen.

Figuur 36

Grondwaterbeschermingsgebied Provincie Zuid-Holland (bron: Nationaal georegister).

Bovenstaande indicaties leiden niet tot een onderscheid in de effecten van de onderzochte opstellingen. Hiermee scoren alle alternatieven neutraal.

Effectbeoordeling planMER

78

Windturbines Vaanplein PlanMER

Tabel 41

7.7.5

Overzicht van de scores per alternatief. Water Ligging t.o.v. grondwaterbeschermings-/waterwingebieden

3x klein 0

2x groot 0

3x groot 0

Beoordeling Archeologie In de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: “de veroorzaker betaalt”. Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief “in situ” (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Gemeenten zijn verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Na de invoering van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving hebben provincies de bevoegdheid gekregen om zogenaamde attentiegebieden aan te wijzen. Dit zijn gebieden die archeologisch waardevol zijn of naar verwachting waardevol zijn. Gemeenten worden in dat geval verplicht hun bestemmingsplan in het desbetreffende gebied te herzien. Gemeenten kunnen dan in het bestemmingsplan deze gebieden archeologische waarden toekennen waarbij een vergunning met onderbouwend archeologisch onderzoek verplicht gesteld wordt.

Zoals te zien in Figuur 37 zijn er geen archeologische waarden in het plangebied. Wel is in het vigerende bestemmingsplan, zie Figuur 38 de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’ toegevoegd. Hierbij is het noodzakelijk nader archeologisch onderzoek uit te voeren voor werkzaamheden die dieper reiken dan 80 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 200 m² beslaan.

Effectbeoordeling planMER

79

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 37

Archeologische waardenkaart Vaanplein (bron: Archeologie in Nederland (webgispublisher.nl)).

Figuur 38

Uitsnede Bestemmingsplan ‘Noordrand’.

Bovenstaande indicaties leiden niet tot een onderscheid in de effecten van de onderzochte opstellingen Bij het aanvragen van de omgevingsvergunning bouwen dient mogelijk archeologisch onderzoek te worden overlegd wanneer meer dan 200m2 en dieper dan 80cm wordt geroerd. De archeologische waardenkaart geeft geen extra gebieden weer ten opzichte van de onderzoeksplicht vanuit het vigerend bestemmingsplan. Gezien windturbinefunderingen altijd groter zijn dan 200m2 en dieper dan 80cm is voor een windpark altijd archeologisch vervolgonderzoek nodig. De MER-alternatieven zijn niet onderscheidend op het onderwerp Archeologie en hebben als gevolg van de optredende onderzoeksplicht een score ‘negatief’ (‘-‘) gekregen. Tabel 42

Overzicht van de scores per alternatief. Archeologie Noodzaak tot archeologisch vervolgonderzoek

Effectbeoordeling planMER

3x klein -

2x groot -

3x groot -

80

Windturbines Vaanplein PlanMER

7.7.6

Conclusie De alternatieven scoren als volgt:

Tabel 43

7.8

Conclusie bodem, water archeologie. Bodem, water en archeologie Bodemkwaliteit o.b.v. Bodematlas Zuid-Holland Ligging t.o.v. grondwaterbeschermings-/waterwingebieden Noodzaak tot archeologisch vervolgonderzoek o.b.v. aanwezige waarden.

3x klein 0 0

2x groot 0 0

3x groot 0 0

-

-

-

Landschap en cultuurhistorie Vanuit het oogpunt van landschap zijn enkele aspecten relevant. Enerzijds gaat het om effecten op het gebied en landschap (o.a. ruimtelijke kenmerken, maat, schaal en inrichting), anderzijds gaat het om de zichtbaarheid (o.a. beleving en verlichting) van de opstelling en de interferentie met andere windparken. Ook het accentueren van landschappelijke structuren en de onderlinge afstand tussen windturbines kunnen een rol spelen bij de landschappelijke beoordeling. De beschrijving van het landschap rondom Barendrecht vormt de basis voor de beoordeling van de landschappelijke effecten, per alternatief. Deze beschrijving is opgenomen in Bijlage D Landschappelijke beoordeling. Visualisaties vanuit diverse zichtpunten onderbouwen de landschappelijke beoordeling. Ook deze zijn opgenomen in Bijlage D.

7.8.1

Beoordelingscriterium In Tabel 44 zijn de te beschrijven effecten weergegeven. De wijze van beoordeling is steeds in de individuele beoordelingsparagraaf opgenomen.

Tabel 44

Beoordelingscriterium landschap en cultuurhistorie. Beoordelingscriterium Effect op bestaande structuren Herkenbaarheid van de opstelling Visuele interferentie met andere windparken Obstakelverlichting Ligging t.o.v. cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten Beleving windturbine(s) in het landschap Oppervlakte bomen onder wiekoverdraai

7.8.2

Mate van aansluiting bij bestaande structuren Het beoordelingscriterium ‘effect op de bestaande structuren‘ wordt beoordeeld aan de hand van de locatie van het windpark ten opzichte van de landschappelijke lijnen. Er wordt gekeken of het windpark aansluit bij (parallel loopt aan) de land-

Effectbeoordeling planMER

81

Windturbines Vaanplein PlanMER

schappelijke lijnen (op macroniveau) en in hoeverre het van invloed is op de herkenbaarheid en leesbaarheid van deze landschappelijke lijnen. Onderstaande kaart is opgesteld ten behoeve van de beoordeling. Alleen de landschappelijke lijnen op macroniveau zijn geanalyseerd. Ook zijn de planMER-alternatieven ingetekend.

Effectbeoordeling planMER

82

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 39

De grote (infrastructurele) structuren binnen en rondom Barendrecht. Bron: Grootschalige structuren provincie Zuid-Holland.

Figuur 40

De kaart van landschapstypen nabij de gemeente Barendrecht. Bron: landschappelijke waardenkaart provincie Zuid-Holland.

Effectbeoordeling planMER

83

Windturbines Vaanplein PlanMER

Tabel 45

7.8.2.1

Scoretabel: Mate van aansluiting bij bestaande structuren en patronen. Negatief

Licht negatief

Het alternatief sluit niet aan bij de landschappelijke lijnen (structuren) en zorgt voor een onduidelijk beeld. Hieronder wordt verstaan dat het de windturbines van het alternatief een andere richting aannemen/ niet parallel lopen ten opzichte van de hoofdstructuren van het landschap.

Het alternatief sluit niet aan op de landschappelijke lijnen (structuren) maar heeft geen negatieve invloed op de beleef- en leesbaarheid ervan. Hieronder wordt verstaan dat het de windturbines van het alternatief net iets afwijken van de richting van de hoofdstructuren van het landschap.

Neutraal

Licht positief

Het alternatief sluit aan op de landschappelijke lijnen (structuren) en heeft geen negatieve invloed op de beleef- en leesbaarheid van de hoofdstructuren van het landschap. Hieronder wordt verstaan dat het de windturbines van het alternatief in dezelfde richting lopen van de hoofdstructuren van het landschap.

Wanneer dankzij het alternatief de landschappelijke lijn(en) (structuren) van het landschap worden verduidelijkt en deze de structuur leesbaarder maakt.

Beoordeling

In Figuur 40 is te zien dat het landschap rondom Barendrecht zich een eind van de opstellingsalternatieven bevindt. Het effect op bestaande landschappelijke structuren zal hierdoor minimaal zijn. Alle drie de planMER-alternatieven parallel aan de snelweg zijn gesitueerd. Te zien is hoe de richting van de (infra)structuur hierdoor wordt versterkt. Kijkend naar de scores in Tabel 45 scoren alle alternatieven neutraal (0). Tabel 46

Overzicht van de scores per alternatief. Alternatief 3x klein Effect op de bestaande structuren

7.8.3

0

2x groot

3x groot

0

0

Herkenbaarheid van de opstelling Het beoordelingscriterium ‘Herkenbaarheid van de opstelling’ beoordeelt windparken t.o.v. hoe de opstellingspatronen overkomen in het landschap. Voor dit criterium zijn visualisaties gemaakt om te kunnen beoordelen hoe de opstelling gelegen is in het landschap. Plaatsing en plaatsingsafstand Strakke duidelijke geometrische lijnen zijn eerder herkenbaar dan willekeurig geplaatste windturbines met verschillende afstanden ten opzichte van elkaar. Door de afstand van de windturbines (binnen een windpark) ten opzichte van elkaar en het daardoor ontstane perspectief, kan een lichte knik of vervorming in een lijn al een negatieve invloed hebben op de leesbaarheid van de opstelling en daarmee op de beleving van het windpark in het landschap.

Effectbeoordeling planMER

84

Windturbines Vaanplein PlanMER

Tabel 47

7.8.3.1

Scoretabel: De herkenbaarheid van de lijnopstelling van het windpark in het landschap. Negatief

Licht negatief

Het windpark is een ernstige storende factor voor de waarnemer. De windturbines staan niet in een herkenbaar patroon en veroorzaken zo een verstorend beeld.

Het windpark is een storende factor voor de waarnemer. De windturbines staan in een matig herkenbaar patroon en veroorzaken een rommelig beeld.

Neutraal

Licht positief

Het windpark is in kleine mate een storende factor voor de waarnemer. De windturbines staan in een herkenbaar patroon en veroorzaken geen rommelig beeld.

Niet van toepassing.

Beoordeling

Voor alle alternatieven geldt dat de opstelling uit een lijn bestaat. Voor alternatieven 3x klein en 3x groot bestaat deze uit drie turbines en voor alternatief 2x groot uit twee turbines. De herkenbaarheid van de opstelling is hierdoor herkenbaar in het landschap voor zover dit mogelijk is met een opstelling van twee turbines. Alle alternatieven scoren volgens de beoordelingswijze in Tabel 47 neutraal (0). Tabel 48

Overzicht van de scores per alternatief. Alternatief 3x klein Herkenbaarheid van de opstelling

7.8.4

2x groot

3x groot

0

0

0

Visuele interferentie met andere windparken Het beoordelingscriterium ‘visuele interferentie met andere windturbine(s)’ wordt beoordeeld aan de hand van de locaties van de windturbines in de alternatieven ten opzichte van bestaande hoogspanningstracés. Uit de landschappelijke analyse kwam naar voren dat er zich hoogspanningstracés nabij de locatie van de planMERalternatieven bevinden. Daarom wordt er gekeken naar de ligging van de windparken t.o.v. hoogspanningstracés en masten. Er wordt vanuit gegaan dat windparken met een afstand tot 2,5km van een hoogspanningstracé er visuele interferentie ontstaat. Er wordt vanuit gegaan dat dit tot 1,5km grote impact kan hebben.

Tabel 49

Scoretabel Ligging t.o.v. andere (geplande) windparken. Negatief

Licht negatief

Wanneer het windpark en meerdere hoogspanningstracés binnen een straal van 1,5km bij elkaar staan, er veel interferentie plaatsvindt en er geen eenduidige opstellingsstructuur is tussen de bouwwerken.

Wanneer het windpark en meerdere hoogspanningstracés binnen een straal van 2,5km bij elkaar staan, er veel interferentie plaatsvindt en er geen eenduidige opstellingsstructuur is tussen de bouwwerken.

Neutraal

Licht positief

Effectbeoordeling planMER

85

Windturbines Vaanplein PlanMER

Wanneer er in de omgeving van het windpark geen hoogspanningstracés binnen een straal van 2,5km is gesitueerd.

7.8.4.1

Niet van toepassing.

Beoordeling

Er zijn momenteel geen andere windparken bekend nabij het projectgebied waardoor er niet beoordeeld wordt op interferentie met andere windparken. Echter wordt er wel onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van windturbines nabij Beneluxplein en Charloisse Poort. Deze mogelijke windturbines zouden voor visuele interferentie kunnen zorgen. Op de visualisaties is te zien dat alle planMER-alternatieven in de buurt van hoogspanningstracés staan. Te zien is hoe de horizon voller raakt door de komst van de windturbines. Dit geeft een rommelig beeld op de horizon. Dit beeld ontstaat vanuit meerdere waarnemingspunten. Volgens de scoretabel behorende bij dit beoordelingscriterium (zie Tabel 49) scoren de alternatieven licht negatief (-). De horizon wordt bij elk alternatief voller doordat de hoogspanningstracés binnen 1,5km staan. Omdat het aantal windturbines gering is en de horizon niet uit elke hoek voller zal worden zal het negatieve effect hiervan beperkt blijven. Tabel 50

Overzicht van de scores per alternatief Alternatief Visuele interferentie met andere windturbine(s) Visuele interferentie met hoogspanningstracés

7.8.5

3x klein

2x groot

3x groot

n.v.t. -

n.v.t. -

n.v.t. -

Obstakelverlichting Het beoordelingscriterium ‘obstakelverlichting’ wordt beoordeeld aan de hand van de eventuele verlichting die aanwezig is op de windturbines.

Tabel 51

7.8.6

Scoretabel verlichting. Negatief

Licht negatief

Verplichting tot het aanbrengen van drie obstakellichten.

Verplichting tot het aanbrengen van twee obstakellichten.

Neutraal

Licht positief

Geen verplichting tot het aanbrengen van verlichting.

Niet van toepassing.

Beoordeling Bij alle alternatieven geldt dat ze een verplichting hebben met het aanbrengen van verlichting. Omdat alle alternatieven onder de 210m zijn en naast een snelweg zijn gelegen moet elk alternatief twee lampen krijgen. Hierdoor scoort elk alternatief licht negatief (-).

Effectbeoordeling planMER

86

Windturbines Vaanplein PlanMER

Tabel 52

Overzicht van de scores per alternatief. Alternatief 3x klein Obstakelverlichting -

2x groot -

3x groot -

NB. bovenstaande beoordeling staat los van eventuele toepassing van naderingsdetectie of transpondertechnologie waarmee de obstakelverlichting enkel in werking treedt wanneer er daadwerkelijk een vliegtuig of helikopter in de nabijheid van het windpark komt.

7.8.7

Ligging t.o.v. cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten Het beoordelingscriterium ‘Ligging ten opzichte van cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten’ wordt beoordeeld aan de hand van de planMER-alternatieven. Er wordt gekeken hoe de planMER-alternatieven ten opzichte van de gebieden of objecten waar landschappelijk gezien veel cultuurhistorische waarde aanwezig is zijn gelegen en waar windturbines een negatieve impact op kunnen hebben. Het gaat om de volgende gebieden: het dijkensysteem langs de uiterwaarde, beschermde dorpsgezichten van centrum van Barendrecht en Vreewijk en de Pendrechtse molen.

7.8.7.1

Beoordeling

Pendrechtse molen De alternatieven liggen buiten de molenbiotoop . Deze biotoop heeft een diameter van 500m om de molen heen. Desondanks hebben de alternatieven een negatief effect op de beleving en waarde van de Pendrechtse molen. Het historische karakter van de molen wordt beïnvloed door de komst van windturbines. Hierdoor scoort dit object negatief (--). Beschermd dorpsgezicht centrum Barendrecht De alternatieven hebben een negatieve invloed op het historisch karakter van het oude centrum. Doordat de windturbines zichtbaar zijn is er al sprake van een negatieve impact. Omdat de afstand tot de windturbines circa 1,5 km is, zijn de windturbines niet dominant aanwezig. Hierdoor scoort dit gebied licht negatief(-). Beschermd dorpsgezicht Vreewijk De alternatieven hebben een negatieve invloed op het historisch karakter van Vreewijk. Doordat de windturbines zichtbaar zijn is er al sprake van een negatieve impact. Omdat de afstand tot de windturbines, circa 1,8 km is, zijn de windturbines niet dominant aanwezig. Hierdoor scoort dit gebied licht negatief(-). Boerderijen De cultuurhistorische boerderijen gelegen aan de Voordijk worden negatief beïnvloed door de komst van windturbines. De windturbines zijn echter niet dominant aanwezig waardoor deze objecten licht negatief scoren (-).

Effectbeoordeling planMER

87

Windturbines Vaanplein PlanMER

Dijkensysteem Het dijkensysteem van langs de Oude Maas zal negatief worden beïnvloed door de komst van windturbines. Omdat de windturbines in de rug gelegen zijn scoren deze objecten lichtnegatief (-). Tabel 53

Overzicht per alternatief van de scores op het criterium CHW. Alternatief 3x klein Pendrechtse molen -Beschermd dorpsgezicht Barendrecht Beschermd dorpsgezicht Vreewijk Boerderijen Dijkensysteem -

2x groot --

3x groot --

Totaalscore In Tabel 57 is het gemiddelde van alle scores voor het beoordelingscriterium ‘Ligging ten opzichte van cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten’ weergegeven. Het gemiddelde is hier afgerond op (-). Er is hier geen onderscheid gemaakt in het formaat van de winturbines omdat de zichtbaarheid van de windturbines al zorgt voor een negatieve invloed ongeacht het formaat.

7.8.8

De beleving van de windturbines in het landschap De beleving van een windpark heeft te maken met hoe waarnemers (bewoners in de omgeving, recreanten, passanten, etc.) het windpark beleven en hoe groot de impact is op hen en op de beleving van het landschap en haar kwaliteiten vanuit hun oogpunt. Daarnaast beïnvloedt het type windturbine (vormgeving en kleur) en de draaisnelheid van de wieken de beleving van een windpark. Deze aspecten worden niet meegenomen in deze planMER-beoordeling.

De mate van beleving van een windpark wordt sterk bepaald door de afstand van de waarnemer ten opzichte van de windturbines en door het landschap waarin de waarnemer zicht bevindt en hoe dat landschap wordt ervaren. Zo zullen windturbines vanuit een natuurlijk landschap als negatiever en storende beleefd worden dan vanuit een landschap met een meer industrieel karakter. Daarnaast beïnvloedt de eenheid van de opstelling (die bepaald wordt door een gelijke onderlinge plaatsingsafstand en hoogte verhouding tussen windparken binnen een alternatief) en de verhouding rotordiameter – ashoogte. Plaatsing en plaatsingsafstand Strakke duidelijke geometrische lijnen zijn eerder herkenbaar dan willekeurig geplaatste windturbines met verschillende afstanden ten opzichte van elkaar. Door de afstand van de windturbines (binnen een windpark) ten opzichte van elkaar en het daardoor ontstane perspectief, kan een lichte knik of vervorming in een lijn al een negatieve invloed hebben op de leesbaarheid van de opstelling en daarmee op de beleving van het windpark in het landschap.

Effectbeoordeling planMER

88

Windturbines Vaanplein PlanMER

Verhouding rotordiameter - ashoogte Voor het aspect rotordiameter - ashoogte geldt dat een goede verhouding tussen de rotordiameter en de ashoogte vaak als minder storend wordt ervaren dan wanneer deze verhouding verschilt van elkaar. De verhouding 1:1 is daarom esthetisch het meest wenselijk. 7.8.8.1

Beoordeling

Algemeen De verschillende landschapstypen zijn ver gelegen van het projectgebied (minimaal 2,5km) waardoor de beleving vanuit deze landschapstypen niet negatief zal worden beïnvloed. Het gebied rondom het projectgebied wat vooral bestaat uit urbane (stedelijke) gebieden zal negatief worden beïnvloed door de windturbines. De grote windturbines zullen over het algemeen doordat ze dominanter aanwezig zijn een negatievere impact hebben op het landschap. Tabel 54

7.8.9

Overzicht van de score voor het aspect beleving vanuit de landschapstypen. 3x klein 2x groot Zeekleipolderlandschap 0 0 Buitendijks natuurlandschap 0 0 Veenweidelandschap 0 0 Urbane gebieden --

3x groot 0 0 0 --

Oppervlakte bomen De oppervlakte aan bomen onder de rotorcirkel van de windturbineopstellingen kan als indicatie dienen voor de mate waarin bomenkap nodig is voor realisatie van de windturbines en bijbehorende voorzieningen zoals toegangswegen en kraanopstelplaatsen. Onderstaande figuur laat zien welk deel van het gebied onder elke rotorcirkel met bomen begroeid is.

Figuur 41

Ligging van de rotorcirkels van de 3 MER-alternatieven en het gebied daarbinnen waar bomen staan.

In onderstaande tabel wordt per opstelling de oppervlakte aan bomen per windturbine weergegeven.

Effectbeoordeling planMER

89

Windturbines Vaanplein PlanMER

Tabel 55

Oppervlakte bomen onder overdraaicirkel, per alternatief. oppervlakte in hectare Turbine 1 Turbine 2 0,8 0,8 3x klein 1,8 1,5 2x groot 0,4 0,3 3x groot 0,2 0,4 4x klein

Turbine 3 1,0 1,2 0,3

Turbine 4

0,2

Totaal 2,5 3,4 1,9 1,0

Figuur 42

Grafische weergave van het oppervlak met bomen onder de rotorcirkel van de windturbineposities van de 3 MER-alternatieven.

Tabel 56

Overzicht van de score voor het beoordelingscriterium ‘oppervlak bomen’. 3x klein 2x groot 3x groot (kans op) te kappen bomen --

7.8.10

Conclusie Onderstaande tabel toont de score per alternatief en per beoordelingscriterium, conform de hierboven beschreven scoretabellen. De scores op de beoordelingscriteria van het planMER zijn hieronder in één overzicht weergegeven. Tabel 57 geeft per criteria de individuele scores van elk alternatief weer.

Tabel 57

Overzicht scores per alternatief. Alternatief Effect op de bestaande structuren Herkenbaarheid van de opstelling Visuele interferentie Obstakelverlichting Ligging t.o.v. cultuurhist. waardevolle gebieden en objecten

Effectbeoordeling planMER

3x klein 0 0 -

2x groot 0 0 -

3x groot 0 0 -

-

-

-

90

Windturbines Vaanplein PlanMER

Beleving windturbines in het landschap

-

--

--

Oppervlakte bomen

-

--

-

Het landschap rondom knooppunt Vaanplein zal veranderen door de komst van de beoogde windturbines. Vanwege de cultuurhistorische waarden zal de meeste negatieve impact zich voordoen bij de aanwezige cultuurhistorische objecten. Omdat landschappelijk gezien er bijna geen sprake is van een negatieve impact op de bestaande structuren scoort dit neutraal evenals de herkenbaarheid van de opstelling aangezien elk MER-alternatief duidelijk als lijn-opstelling te herkennen is. Ondanks dat er geen andere windparken aanwezig zorgen de hoogspanningstracés voor interferentie waardoor dit toch onderdeel toch licht negatief scoort. Wat betreft beleving van de windturbine in het landschap is het effect op de stedelijke omgeving maatgevend.

7.9

Ecologie In dit onderdeel wordt op hoofdlijnen gekeken en beoordeeld wat het effect is van de drie verschillende MER-alternatieven op beschermde natuurgebieden en beschermde soorten. Deze beoordeling vindt plaats op het detailniveau van een planMER op basis van de eerder uitgevoerde ‘Ecologisch knelpuntenanalyse windenergie Zuidelijk Randpark’. Deze knelpuntenanalyse bevat een literatuuronderzoek waarbij geen veldonderzoek is uitgevoerd. Voor de beoordeling/vergelijking tussen de aangewezen alternatieven voor de realisatie van windenergie is een specifieke beoordeling gehanteerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Paragraaf 7.9.1 licht het beoordelingskader toe, waarna dit vervolgens in paragraaf 7.9.3 wordt gebruikt om de MER-alternatieven te beoordelen. Bijlage F bevat de bronnenlijst waar in de tekst naar verwezen wordt.

7.9.1

Beoordelingscriteria Onderstaande tabel toont de beoordelingscriteria waarop het MER de MER-alternatieven beoordeelt op het milieuthema ecologie.

Tabel 58

Beoordelingscriterium natuur. Thema Beoordelingscriterium Gebiedsbescherming Effecten op beschermde gebieden tijdens bouw Effecten op beschermde gebieden tijdens exploitatie Soortenbescherming Effecten op beschermde soorten tijdens bouw Effecten op beschermde soorten tijdens exploitatie

Effectbeoordeling planMER

Methode Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

91

Windturbines Vaanplein PlanMER

7.9.2

Effectbeoordeling

7.9.2.1

Gebiedsbescherming

Voor de beoordeling van het aspect gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden is in eerste instantie gekeken naar de effecten ten opzichte van de verschillende MERalternatieven. Voor de effecten op Natura 2000-gebieden is op hoofdlijnen en kwalitatief onderzocht of het optreden van significant negatieve effecten kan worden uitgesloten. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen de effecten in de aanlegfase en in de exploitatiefase. Er is voor de Natura 2000-gebieden gekeken naar aangewezen habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten en Vogelrichtlijnsoorten (zowel broedvogels als niet broedvogels). Hierbij is onderzocht of er verlies van omvang of kwaliteit van leefgebied als gevolg van verstoring of sterfte optreedt. Daarnaast is gekeken naar mogelijke barrièrewerking van de opstelling van de windturbines voor passerende vogels. Er is sprake van significant negatieve effecten indien de voorgenomen activiteiten afbreuk doen aan de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de knelpuntenanalyse van Bureau Waardenburg, waarin beschermde natuurwaarden en eventuele ecologische knelpunten van het gehele plangebied Zuidelijk Randpark/Vaanplein te Barendrecht globaal in kaart zijn gebracht. De ecologische knelpuntenanalyse is opgenomen als bijlage bij deze ecologische effectbeoordeling (Bijlage E).

In onderstaande tabel is de effectbeoordeling voor het aspect gebiedsbescherming geformuleerd: Tabel 59

Beoordelingstabel aspect ecologie gebiedsbescherming.

Score gebiedsbescherming -Significant negatieve effecten op Natura 2000-doelsoorten zeer aannemelijk Significant negatieve effecten op Natura 2000-doelsoorten beperkt 0 Significant negatieve effecten op Natura 2000-doelsoorten uitgesloten

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied Zuidelijk Randpark is niet gelegen binnen Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde gebied ligt op een afstand van ca. 2.7 km ten zuidwesten. Volgens de Omgevingsverordening Zuid-Holland kent het NNN geen externe werking, waardoor de effecten van de bouw en exploitatie van een windpark in het plangebied op NNN met zekerheid is uitgesloten. Het MER bevat dan ook geen beoordelingscriteria over het NNN. Naast NNN-gebieden zijn er door de provincie Zuid-Holland enkele gebieden aangewezen waarvoor een vorm van natuurbeheer geldt. Dit zijn weidevogelgebieden en ganzenopvanggebieden. In de ruime omgeving van het plangebied bevinden zich geen aangewezen gebieden behorende tot dit beleid. Ook voor dergelijke gebieden bevat het MER derhalve geen beoordelingscriteria.

Effectbeoordeling planMER

92

Windturbines Vaanplein PlanMER

7.9.2.2

Soortenbescherming

Voor de beoordeling van het aspect soortenbescherming die zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming is onderscheid gemaakt tussen effecten in de aanlegfase en effecten in de gebruiksfase (met name aanvaringsslachtoffers vogels). Per soortgroep is beschreven welke beschermde flora en fauna mogelijk aanwezig zijn in het plangebied. Deze informatie is gebaseerd op veldbezoek (feb. 2021, Bureau Waardenburg) en recente verspreidingsgegevens (NDFF, 2021), uitgevoerd in het kader van de ecologische knelpuntenanalyse plangebied Zuidelijk Randpark/Vaanplein te Barendrecht (Bijlage E). Op basis van geschiktheid van het plangebied en de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten zijn de mogelijke ecologische knelpunten onderzocht voor zowel de aanleg als de exploitatiefase. In onderstaande tabel is de effectbeoordeling voor het aspect soortenbescherming geformuleerd: Tabel 60

Beoordelingstabel aspect ecologie soortenbescherming.

Score soortenbescherming -Significant negatieve effecten op beschermde soorten zeer aannemelijk; overtredingen van verbodsbepalingen hebben waarschijnlijk effect op gunstige staat van instandhouding (GSI). Mitigatie is noodzakelijk om ontheffing/vergunning te krijgen. Negatieve effecten op beschermde soorten kunnen niet worden uitgesloten. Overtredingen van verbodsbepalingen kunnen gemitigeerd worden om ontheffing/vergunning te verkrijgen. 0 Negatieve effecten op beschermde soorten kunnen worden uitgesloten; geen aanvaringsslachtoffers onder vogel en/of vleermuissoorten of negatieve effecten op (andere) soorten kunnen volledig worden uitgesloten door mitigerende maatregelen.

7.9.3

Beoordeling

7.9.3.1

Gebiedsbescherming

De drie MER-alternatieven binnen het plangebied Vaanplein liggen op geruime afstand van de Natura 2000-gebieden. Wel liggen er een aantal Natura 2000-gebieden op enige afstand van het zoekgebied, waarvan aangewezen soorten mogelijk een binding met het plangebied kunnen hebben en/of effecten kunnen ervaren. Het gaat hierbij om de volgende gebieden: Oude Maas (± 3 km), Boezems Kinderdijk (± 8 km), Oudeland van Strijen (± 9 km). Daarnaast liggen de volgende Natura 2000gebieden op een grotere afstand: Donkse Laagten (± 15 km), Haringvliet (± 17 km), Biesbosch (± 17 km), Hollands Diep (± 17 km) en het Krammer-Volkerak (± 20 km). Zie onderstaande figuur.

Effectbeoordeling planMER

93

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 43

Natura 2000-gebieden nabij plangebied Winenergie Vaanplein.

Aangezien geen van de MER-alternatieven binnen de begrenzing van Natura 2000gebied gelegen is, kan er enkel sprake zijn van effecten door eventuele externe werking. Deze effecten worden onderverdeeld in effecten door effecten via aanvaringsslachtoffers, verstoring en stikstofdepositie. De reikwijdte van externe werking van Vogelrichtlijngebieden is vaak groter dan de reikwijdte van Habitatrichtlijngebieden. Om deze reden wordt hier een onderscheid tussen gemaakt (zie tabel 57). Tabel 61

Beoordelingstabel aspect ecologie soortenbescherming.

Natura 2000-gebied Oude Maas Boezems Kinderdijk Oudeland van Strijen Donkse Laagten Haringvliet Biesbosch Hollands Diep Krammer-Volkerak

Vogelrichtlijngebied x x x x x x x

Habitatrichtlijngebied x

x x x x

Aanvaringsslachtoffers Op Oude Maas na, zijn alle Natura 2000-gebieden aangeschreven als Vogelrichtlijngebieden. De gebieden zijn zowel aangeschreven voor broedvogels als niet-broedvogels. Voor enkele broedvogels geldt dat zij een grotere foerageerafstand hebben dan de afstand tot het plangebied. Dit betreft de soorten aalscholver (BB), lepelaar, Effectbeoordeling planMER

94

Windturbines Vaanplein PlanMER

(HD/KV), purperreiger (BK), zwartkopmeeuw (HV/KV) en grote stern (HV). Hetzelfde geldt voor de volgende aangeschreven niet broedvogels: aalscholver (HV, KV/BB), grauwe gans (HV/HD/KV/BB), kolgans (OS/DL/HV/HD/BB), dwerggans (OS/HV), brandgans (OS/DL/HV/HD/KV/BB), wilde eend (HV/HD/BB) en smient (BK/OS). Bovengenoemde soorten zijn echter sterk gebonden aan grote waterrijke gebieden of open agrarische gebieden en daarnaast bevat het plangebied geen geschikte foerageergebieden en is in de omgeving geschikter foerageergebied aanwezig. Er is geen geschikter foerageergebied aanwezig ten noorden van het plangebied, waardoor barrièrewerking ook kan worden uitgesloten. Op basis hiervan kan worden uitgesloten dat aangeschreven broedvogelsoorten en niet-broedvogelsoorten het gebied met regelmaat passeren. Aangezien negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten voor het gehele plangebied, zijn de MER-alternatieven hierop niet onderscheidend van elkaar. Stikstofdepositie aanlegfase en exploitatiefase Tijdens de aanlegfase van windturbines kan sprake zijn van een tijdelijke uitstoot van stikstof door bouw- en aanrijverkeer. Sinds 1 juli 2021 is een vrijstelling van vergunningsplicht voor het aspect stikstof voor bouw-, sloop en eenmalige aanlegactiviteiten. Hieronder valt ook de realisatie van windturbines, waardoor toetsing van depositie niet langer noodzakelijk is.

Gedurende de exploitatiefase van de windturbines vindt er geen/zeer geringe uitstoot van stikstof plaats. Derhalve valt dit onderwerp buiten de reikwijdte en het detailniveau van het planMER. De MER-alternatieven zijn hierop niet onderscheidend van elkaar. Verstoring Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oude Maas is een Habitatrichtlijngebied, waarvoor de bever en noordse woelmuis aangeschreven habitatrichtlijnsoorten zijn. Deze soorten zijn sterk gebonden aan de specifieke habitattypen en daarnaast liggen de gebieden op geruime afstand van het plangebied. Derhalve kunnen effecten door verstoring op habitatrichtlijnsoorten in aanleg- alsook exploitatiefase voor het hele plangebied worden uitgesloten. Voor vogelrichtlijngebieden wordt vaak een effectafstand van 500m gehanteerd voor verstoring. Dit vanwege het feit dat geluid van windturbines een verstoringsafstand heeft van maximaal zo’n 450-500m (Hötker et al. 2006; Steinborn et al. 2011; Langgemach & Dürr 2015), met name voor ganzen- en zwanensoorten. Ook sterfte van aangewezen doelsoorten (onder vogels) is binnen deze afstand niet uit te sluiten. Aangezien alle Natura 2000-gebieden op geruime afstand liggen van het plangebied kunnen effecten door verstoring voor alle MER-alternatieven worden uitgesloten. De MER-alternatieven zijn niet onderscheidend van elkaar. 7.9.3.2

Soortenbescherming

Het plangebied is gelegen tussen de bebouwing van Rotterdam-Zuid en de A15 en betreft een bosrijk groen parklandschap dat bestaat uit het Vaanbos, Kooiwalbos en enkele omliggende waterrijke gebieden. Binnen het plangebied kunnen verschillende beschermde soorten voorkomen die een binding hebben met het gebied. Hieronder staat de beoordeling per soortgroep kort beschreven.

Effectbeoordeling planMER

95

Windturbines Vaanplein PlanMER

Vogels De verschillende MER-alternatieven worden in hetzelfde landschapstype geprojecteerd. De alternatieven hebben verschillende ashoogten, rotordiameters en tiphoogten. De alternatieven ‘klein’ en ‘groot’ variëren in ashoogte , rotordiameter en tiphoogte. Deze verschillende afmetingen zorgen voor verschillen in rotoroppervlak, draaisnelheid en afstand van de grond tot de rotor. Dit kan van invloed zijn op de aanvaringskans en dus sterfte van vogelsoorten. Echter hebben studies hiervoor nog geen eenduidig effect gevonden (Barclay et al., 2007; Krijgsveld et al., 2009; Loss et al., 2013; Klop et al., 2014; Thomsen et al., 2017). De reden hiervoor kan zijn, dat de twee effecten (hoogte en diameter) in tegengestelde richting werken. Een grotere rotordiameter beslaat een groter oppervlak, waardoor de aanvaringskans voor vogels groter maakt (Buij, 2018). Tegelijkertijd draaien grotere rotorbladen met een lagere snelheid, wat de aanvaringskans voor vogels kleiner is. Verder is er meer ruimte tussen grotere windturbines in verhouding tot de ruimte tussen kleine windturbines. Hierdoor kunnen vogels makkelijker tussen de windturbines doorvliegen en hierbij de rotoren vermijden. Als laatste is het aanvaringsrisico afhankelijk van weersomstandigheden, de vlieghoogtes van soorten, het vlieggedrag, de seizoenen (broedperiode, niet-broedperiode, nestfase) (de Grijs, 2018).

Aangezien de uitkomsten van de verschillende wetenschappelijk onderzoeken niet eenduidig zijn, kan er geen zekerheid worden gegeven over het effect van aanvaringen bij een toenemende ashoogte en/of rotorhoogte. Vanwege de onzekerheid over het effect is het uitgangspunt dat er bij de beoordeling geen verschil in aanvaringsslachtoffers zijn bij de verschillende windturbinetypen. Er wordt uitgegaan van een gemiddelde van 20 slachtoffers per turbine per jaar onder vogels. Dit getal is gebaseerd op verschillende slachtofferonderzoeken van bestaande windparken in Nederland en België in de afgelopen 15 jaar. Dit betekent dat voor alternatief ‘3x groot’ en ‘3x klein’ 60 slachtoffers vallen en voor alternatief ‘2x groot’ 40 slachtoffers per jaar. Echter zijn deze onderlinge verschillen gering, waardoor de inrichtingsalternatieven niet onderscheidend zijn. Binnen het projectgebied bevinden zich verschillende nesten van algemene zangvogels, maar ook jaarrond beschermde nesten van de buizerd, sperwer en boomvalk. Daarnaast ligt potentieel foerageergebied voor deze soorten binnen het plangebied. Bij de bouw van een windpark kunnen deze broed- en foerageerlocaties verloren gaan. Windturbines met een grotere rotordiameter geven een grotere overdraai, waardoor meer gebied wordt bezet. Het alternatief ‘3x groot’ is daarom het minst gunstig, gevolgd door alternatief ‘3x klein’.

Alternatief ‘2x groot’ scoort derhalve het gunstigste. Echter zijn de verschillen tussen de MER-alternatieven nihil en zal verder ecologisch onderzoek moeten uitwijzen of de beschermde nesten nog steeds in gebruik zijn. Daarnaast kunnen mitigerende maatregelen worden getroffen om de effecten op vogels in de bouwfase te verminderen. Vleermuizen Het plangebied bestaat uit bosrijk gebied, met in het oosten en westen een halfopen landschap met bomenlanen, omliggende bebouwingen en water. Derhalve is

Effectbeoordeling planMER

96

Windturbines Vaanplein PlanMER

de verwachting hoog dat het plangebied bestaat uit foerageergebied voor vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Daarnaast bevat het plangebied (oude) populieren die geschikt zijn als verblijfplaatsen voor verschillende vleermuizen. Indien de windturbines binnen 50m van deze bomen komen te staan en/of bomen moeten worden gekapt, kunnen negatieve effecten op vleermuizen optreden. Per MER-alternatief dient nader te worden onderzocht of er binnen het alternatief bomen voorkomen die als verblijfplaats dienen voor vleermuizen. Als mitigerende maatregel kunnen eventueel alternatieve verblijfplaatsen worden gebouwd. Net zoals bij vogels kunnen windturbines voor aanvaringsslachtoffers onder vleermuizen zorgen. Vleermuizen maken voor vliegroutes gebruik van duidelijke vaste lijnstructuren, zoals bomenrijen, rivieren, kanalen etc. Aangezien elk MER-alternatief zich in overeenkomstig landschap bevindt, geldt over het algemeen dat er meer slachtoffers vallen bij een grotere hoeveelheid aan windturbines. Echter hebben de afmetingen van de windturbines ook een effect op het aantal aanvaringen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat windturbines met een grotere ashoogte meer slachtoffers onder vleermuizen veroorzaken dan lagere windturbines (Barclay et al., 2007; Thaxter et al., 2017; de Grijs, 2018).

Op basis hiervan scoort alternatief ‘3x groot’ het minst gunstig, opgevolgd door alternatief ‘2x groot’ en ‘3x klein’. Een te hoge sterfte door aanvaringen onder vleermuizen kan goed gemitigeerd worden door een stilstandvoorziening. Overig beschermde soorten De aanwezigheid van de vlindersoort iepenpage is bekend in (voornamelijk) het oostelijke deel van het plangebied. De soort komt voor in (vochtige) loofbossen met iepen. Binnen het plangebied komen meerdere clusters iepen voor in het oostelijke gedeelte, rondom de oostelijke windturbine van alternatieven ‘3x klein’ en ‘2x groot’ en rondom de middelste windturbine van MER-alternatief ‘3x klein’. Nader onderzoek is noodzakelijk om de specifieke locaties vast te stellen. Daarnaast komen grote koekoekshommel en oranje zandoogje en bruin blauwtje (Rode Lijst) voor binnen een klein gedeelte van het plangebied. Binnen het plangebied is voor de steenmarter potentieel habitat aanwezig (ruigten en dichte ondergroei), waar eventuele rust- en verblijfplaatsen van steenmarters aanwezig kunnen zijn. Hierdoor kan de aanwezigheid van de steenmarter niet worden uitgesloten. Indien bij nader ecologisch onderzoek wordt aangetoond dat bovengenoemde soorten (steenmarter en iepenpage) voorkomen, kunnen negatieve effecten worden voorkomen door mitigerende maatregelen zoals vervangend leefgebied.

Voor de soortgroep ‘grondgebonden zoogdieren’ is de aanwezigheid van strikt beschermde grondgebonden zoogdieren niet bekend16. Voor de soortgroepen ‘vissen’ en ‘reptielen & amfibieën17’ is weinig tot geen geschikt habitat aanwezig binnen het 16

Haas, konijn, wezel, hermelijn en bunzing kan aanwezig zijn, maar hiervoor geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. 17 De gewone pad kan aanwezig zijn, maar hiervoor geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen.

Effectbeoordeling planMER

97

Windturbines Vaanplein PlanMER

plangebied van alle MER-alternatieven. Voor wat betreft de soortgroep ‘flora’ is potentieel geschikt habitat aanwezig, echter betreft dit slechts kleine delen van het gehele plangebied in de nattere delen van het plangebied (slootranden, oeverzones en moerasachtige habitattypen).

7.9.4

Conclusie De alternatieven scoren op basis van de criteria uit 7.9.1 en 7.9.2 als volgt:

Tabel 62

Conclusie aspect ecologie. Beschermde gebieden Bouwfase Natura 2000 Exploitatiefase Natura 2000 Beschermde soorten Bouwfase: vogels Bouwfase: vleermuizen Bouwfase: overige soorten Exploitatiefase: vogels Exploitatiefase: vleermuizen Exploitatiefase: overige soorten

Effectbeoordeling planMER

3x klein 0 0

2x groot 0 0

3x groot 0 0

0 0

0 0

0 -0

98

Windturbines Vaanplein PlanMER

7.10

Overzichtstabel Onderstaande tabel geeft een overzicht van de scores van de verschillende planMER-alternatieven.

Tabel 63 Thema

Overzichtstabel milieueffecten van locatiealternatieven. Beoordelingscriterium

Geluid

Aantal woningen binnen 37 dB Lden-contour Aantal woningen binnen 42 dB Lden-contour Aantal woningen binnen 45 dB Lden-contour Aantal woningen binnen 47 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 37 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 42 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 45 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 47 dB Lden-contour Overige locaties met een max. geluidsbelasting van >47 dB Lden

Gezondheid Slagschaduw

Toename aantal ernstig gehinderden Absoluut – aantal woningen binnen 1u-contour Absoluut – aantal woningen binnen 6u-contour Absoluut – aantal woningen binnen 10u-contour Relatief – aantal woningen binnen 1 u-contour per GWh/jr Relatief – aantal woningen binnen 6 u-contour per GWh/jr Relatief – aantal woningen binnen 10 u-contour per GWh/jr Slagschaduwbelasting bij nabijgelegen overige terreinen % stilstand om alle slagschaduw op woningen te voorkomen

3x klein 0 -

2x 3x groot groot ------0 --

0 -

------

----------

Externe veiligheid Bebouwing Wegen Spoorwegen Industrie en inrichtingen Hoogspanningsinfrastructuur IJsafworp Bodem Bodemkwaliteit o.b.v. Bodematlas Zuid-Holland

0 0 0 0

0 0 0 0

0 0 0 -0

Water Archeologie Landschap

0 0 0 0 0 0 0 +

0 0 0 --0 0 0 0 +

0 0 0 -0 0 0 -0 ++

Ligging t.o.v. grondwaterbeschermingsgebieden/waterwingebieden Noodzaak tot archeologisch vervolgonderzoek Effect op de bestaande structuren Herkenbaarheid van de opstelling Visuele interferentie met andere windparken Ligging t.o.v. cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten Beleving windturbines in het landschap Oppervlakte bomen Ecologie Beschermde gebieden - Bouwfase Natura 2000 Beschermde gebieden - Exploitatiefase Natura 2000 Beschermde soorten - Bouwfase: vogels Beschermde soorten - Bouwfase: vleermuizen Beschermde soorten - Bouwfase: overige soorten Beschermde soorten - Exploitatiefase: vogels Beschermde soorten - Exploitatiefase: vleermuizen Beschermde soorten - Exploitatiefase: overige soorten Energieopbrengst Energieopbrengst

Effectbeoordeling planMER

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13137353/1