CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Parq Waal_Toelichting.pdf

commissie Ruimte 16 maart 2021, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Parq Waal16.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

24 - 42

Nieuw te graven oppervlaktewater binnen hetzelfde peilgebied; Nieuw te graven oppervlaktewater in het benedenstrooms gelegen peilgebied of een eventueel alternatief. Beoordeling Waterkwantiteit Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in)filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. In de bestaande situatie is het ter plaatse van het bedrijfsperceel niet mogelijk dat het hemelwater direct infiltreert omdat het gehele plangebied verhard is. Ter plaatse van de paardenweide is dit wel mogelijk. Het hemelwater zal in de nieuwe situatie ter plaatse van de groenvoorzieningen in het plangebied direct in de ondergrond infiltreren. Ter plaatse van de nieuwe woningen wordt riolering aangelegd welk aangesloten wordt op het bestaande stelsel.

Waterbeheer In de Keur is geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Watergangen en regionale waterkering In of nabij het plangebied liggen watergangen en/of (regionale) waterkeringen. Waterkering Langs de Noldijk ligt een regionale waterkering. Overeenkomstig de legger van het waterschap wordt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Binnen de beschermingszone van de waterkering worden een aantal woningen opgericht. Hierover heeft overleg met het waterschap plaatsgevonden. De woningen die binnen de beschermingszone liggen kunnen worden opgericht binnen deze zone. Alleen de realisatie van kelders bij deze woningen moet in overleg met Waterschap plaatsvinden. Voor de omgevingsvergunning voor bouw van deze woningen dient schriftelijk toestemming aan het Waterschap te worden gevraagd.

Afbeelding uitsnede legger waterkering

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

25 - 42

Bestaande watergangen Het plangebied grenst aan de zuidwestkant aan de Waal. Er vinden geen werkzaamheden in deze watergang plaats, maar er worden nieuwe woonkavels aan het water gerealiseerd en er wordt een natuurvriendelijke oever aangelegd. Te midden van het plangebied ligt een watergang categorie overig (beschermingszone 1 meter, onderhoud door perceeleigenaren). Deze watergang wordt verplaatst (in het verlengde van de woning Noldijk 115). Ter hoogte van het plangebied bevindt direct aangrenzend aan de Waal ook een water inlaat. Deze wordt mogelijk iets verschoven. Langs de westzijde van het plangebied (tussen de woningen Noldijk 115 - 119 en het plangebied) ligt een bestaande watergang. Deze blijft in de bestaande situatie behouden, alsmede de beschermingszone van 1 meter. Aan de zuidkant van het plangebied ligt een duiker (in onderhoud van het waterschap met een beschermingszone van 3,5 meter). Deze wordt verplaatst in de nieuwe situatie.

Afbeelding uitsnede legger watergangen Toename verhard oppervlak Voor het plan is berekend wat de oppervlakte aan verharding bedraagt in de bestaande- en in de nieuwe situatie. Deze berekening is als Bijlage 1 bijgevoegd. De oppervlakte aan verharding bedraagt in de bestaande situatie 12.143 m2 en in de nieuwe situatie 9.108 m2. De oppervlakte aan verharding neemt met 3.035 m2 af in de nieuwe situatie. Omdat het verhard oppervlakte afneemt is watercompensatie niet nodig. Onderhoud nieuw aan te leggen water: Water grenzend aan gemeentegrond betekent onderhoud door gemeente. Waarschijnlijk om praktische redenen wordt daardoor ook het water grenzend aan uitsluitend particuliere grond door gemeente onderhouden. Hiervoor moeten nadere afspraken worden vastgelegd

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

26 - 42

Conclusie Door het verwijderen van een grote hoeveelheid oppervlakteverharding en het graven van verschillende watergangen vindt er een verbetering van het watersysteem plaats. Voor het bouwen van woningen op de gronden met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' dient een watervergunning te worden aangevraagd. Het aspect water levert daarmee geen belemmeringen op voor de realisatie van het bouwplan.

4.5 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op het vervoer en transport van gevaarlijke stoffen en bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen via wegen en spoorlijnen wordt geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Voor transport middels buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing. Econsultancy heeft voor het planvoornemen het onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 2 bijgesloten. Onderzoek Uit de risicokaart valt op te maken dat het plangebied in de nabijheid van 7 risicobronnen ligt (zie hiervoor ook onderstaande afbeelding).

Afbeelding ligging plangebied (rood) ten opzichte van de risicobronnen Buisleiding Op ruim 275 meter ten noorden van het plan is een waterstofleiding (nr. 1 bovenstaande afbeelding) van de beheerder Air Products aanwezig. Op circa 1,5 kilometer is een buisleiding (nr. 2 bovenstaande afbeelding) van de beheerder Gasunie Transport Services aanwezig. Omdat het plan buiten de inventarisatieafstand van beide buisleidingen ligt en buiten het plaatsgebonden risicocontour van 10 meter van de waterstofleiding (1), is een kwantitatieve risicoanalyse niet noodzakelijk. Transport Op circa 550 meter ten noordoosten van het plan ligt de spoorlijn (nr. 3 bovenstaande afbeelding) Kijfhoek – Barendrecht. Gelet op de afstand tot het plangebied (meer dan 200 meter) is het niet noodzakelijk een kwantitatieve risicoanalyse uit te voeren. Vanwege het transport van gevaarlijke stoffen (stofcategorieën A, B2, B3, C3, D3 en D4) moet rekening gehouden worden met een invloedsgebied van 35 tot meer dan 4 kilometer. Omdat het plangebied binnen het invloedsgebied van een aantal stoffen ligt dient een verantwoording te worden gegeven. In het rapport is in hoofdstuk

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

27 - 42

4 ingegaan op zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid (zie hiervoor Bijlage 2). Ruim 1,1 kilometer ten zuiden van het plangebied is vaarwegroute Corridor Rotterdam – Moerdijk gelegen (nr. 4 bovenstaande afbeelding). Over deze route vindt transport met gevaarlijke stoffen plaats door middel van zeeschepen. Vanwege het transport van gevaarlijke stoffen moet rekening gehouden worden met een invloedsgebied van 35 tot 1.070 meter. Omdat het plan op ruime afstand ligt, worden er geen belemmeringen verwacht. Inrichtingen Palletbedrijf J. Staat BV Pal tegenover het plangebied ligt het palletbedrijf J. Staat BV (nr. 5 bovenstaande afbeelding) met een opslagplaats van 1.000 m2. De inrichting heeft geen plaatsgebonden risicocontour, omdat er alleen buiten pallets worden opgeslagen en geen gevaarlijke stoffen. Wel is de kans aanwezig dat pallets kunnen branden. Omdat het om een bestaande situatie gaat, wordt verondersteld dat aan de voorschriften voor buitenopslag wordt voldaan zodat een eventuele brand niet te snel overslaat. Een nadere onderbouwing is daarom niet noodzakelijk. Barendrecht Ziedewij Op ruim 540 ten noordwesten van het plangebied ligt de inrichting Barendrecht Ziedewij (nr. 6 bovenstaande afbeelding). Binnen de inrichting vindt aardolie- en aardgaswinning plaats. Op 40 meter afstand bedraagt het plaatsgebonden risico 10-6/jaar.

Gezien de ruime afstand tot het plangebied is er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Shipcoat B.V. Op ruim 750 ten zuiden van het plangebied aan de Industrieweg 17 ligt de Bevi inrichting Shipcoat B.V. (nr. 7 bovenstaande afbeelding). De inrichting ligt op korte afstand van de gemeentegrens met Barendrecht. Binnen de inrichting vindt opslag van verfwaren plaats met een gemiddelde hoeveelheid van 100.000 kilogram. Verder beschikt de inrichting over een H-ex installatie ter bestrijding van een eventuele brand. Deze activiteit valt onder de werkingssfeer van het Bevi en Revi. Op 20 meter afstand bedraagt het plaatsgebonden risico 10-6/jaar en de afstand tot de grens van het invloedsgebied bedraagt 90 meter. Gezien de ruime afstand tot het plangebied is er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Emplacement Kijfhoek Op ruim 600 meter ten oosten van het plangebied ligt het emplacement Kijfhoek (nr. 8 bovenstaande afbeelding). Voor het emplacement Kijfhoek is door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) het ‘Beheersplan Groepsrisico Kijfhoek’ opgesteld (d.d. april 2012). In dit beheersplan is tevens aangegeven dat het invloedsgebied circa 1.380 meter bedraagt en wordt bepaald door het falen van een wagen beladen met waterstoffluoride (toxisch). Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied, maar buiten de PR 10-6 contour van het emplacement.

Het hoogste groepsrisico bedraagt 0,9 x de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde wordt hiermee niet overschreden. In het monitoringsrapport 2019 is voor de ontwikkeling van het GTI terrein de bouw van 18 ruimte voor ruimte woningen aan de Noldijk opgenomen. Coldstore Wibaco BV Op ruim 1 kilometer ten noorden van het plangebied ligt de inrichting Coldstore Wibaco BV (nr. 9 bovenstaande afbeelding). Binnen de inrichting is een ammoniakkoelinstallatie aanwezig. De PR 10-6 contour bedraagt 0 meter. Gezien de ruime afstand tot het plangebied is er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Conclusie Door het kleinschalig karakter van de ontwikkeling leidt de ontwikkeling niet tot een significante toename van het aantal aanwezige personen binnen het invloedsgebied. Hierdoor resulteert de voorgenomen ontwikkeling niet in een toename van het groepsrisico. Verder is ingegaan op de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij het maatgevende scenario (toxisch). Ook is het plan al opgenomen in het monitoringsrapport 2019 voor het emplacement Kijfhoek. De onderhavige ontwikkeling in relatie tot het aspect externe veiligheid ondervindt geen belemmeringen.

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

28 - 42

4.6 Geluid Onderzoek wegverkeerslawaai In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet de verwachten geluidsbelasting op de gevels van de woningen worden onderzocht en getoetst. De te verwachten geluidsbelasting moet voldoen aan de wettelijke vereisten en aan de voorwaarden van een goede ruimtelijke ordening. De betreffende woningen van het plan liggen binnen de invloedsfeer van het geluid van het verkeer op de Noldijk. Om die reden is voor het plan akoestisch onderzoek uitgevoerd. De te verwachten geluidsbelasting is bepaald en getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder. Het onderzoek is uitgevoerd door Buro DB en is als Bijlage 3 toegevoegd. Het plangebied ligt buiten de wettelijke geluidszone van de spoorbaan Rotterdam-Dordrecht. Daarom is onderzoek naar railverkeerslawaai niet nodig. Resultaten onderzoek Uit het akoestisch onderzoek volgt dat met de te verwachten geluidsbelasting van het wegverkeer op de Noldijk bij vijf van de zeventien woningen de norm van 48 dB overschrijdt. De maximale geluidsbelasting is 53 dB. Daarmee wordt de maximale ontheffingswaarde van 53 dB niet overschreden. Het toepassen van bron- en/of overdrachtsmaatregelen is in deze situatie om technische en stedenbouwkundige redenen niet realistisch. Omdat de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden wordt het toepassen van mogelijke dove gevels bij de woningen afgeraden.

Aanbevolen wordt om voor de vijf woningen met de geconstateerde normoverschrijding (eerste lijnsbebouwing langs de Noldijk) ontheffing van een hogere grenswaarde aan te vragen. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning dient middels een nader uit te voeren akoestisch onderzoek te worden aangetoond of/hoe wordt voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit 2012 ten aanzien van de maximale binnenwaarde en de benodigde geluidwering van de gevels. Conclusie Met ontheffing van een hogere grenswaarde (tot maximaal 53 dB) en aantoonbaar voldoende geluidwerende gevels, kunnen de woningen in het plan, vanuit het oogpunt van geluid, worden gerealiseerd. Het ontwerpbesluit tot vaststelling hogere waarde moet gelijktijdig met het bestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Deze hogere waarden worden door het college van Barendrecht vastgesteld. Er zijn nog geen concrete bouwplannen, waardoor de geluidwering van de gevels niet onderzocht kan worden. In de regels is derhalve een voorwaardelijke verplichting opgenomen om het vereiste van voldoende geluidwerende gevels te borgen. Industrielawaai Onderzoek Het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van het rangeerterrein Kijfhoek. De woningen die door middel van dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zijn geluidsgevoelige objecten.

Hierdoor is het uitvoeren van akoestisch onderzoek noodzakelijk om aan te tonen dat er wordt voldaan aan de grenswaarde. Op 29 augustus 2012, kenmerk 2012019380 / WB, heeft Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, een vergunning afgegeven voor het rangeeremplacement Kijfhoek. De door de inrichting veroorzaakte geluidsbelasting is in kaart gebracht in een akoestisch rapport van M+P Raadgevende Ingenieurs (M+P.RAIL.08.14.1, d.d. 8 oktober 2010). De beoogde ontwikkeling valt binnen de geluidscontour van Kijfhoek (zie figuur 4.5), maar ligt buiten de 50 dB(A)

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

29 - 42

contour. Voor de beoogde ontwikkeling is dan ook geen verder akoestisch onderzoek nodig omdat deze buiten de 50 dB(A) contour ligt.

Afbeelding: Geluidszone rangeerterrein Kijfhoek en ligging plangebied Conclusie Het aspect industrielawaai vormt geen belemmering voor het voornemen.

4.7 Bodem Voor het plangebied is een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 4 toegevoegd. Onderzoek Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de meest recente NEN en BRL SIKB-protocollen. Het verkennend grond en grondwateronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5470. Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest is uitgevoerd conform de NEN 5707(grond) en NEN 5897 (puin). Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5720. Voor het nadere onderzoeksdeel naar de omvang en mate van de zware metalen en asbest verontreiniging is een onderzoekstrategie gehanteerd met de volgende documenten als richtlijn: NTA 5755 Landbodem - Nader onderzoek; NEN5707 Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen. Resultaten Bedrijfsterrein Uit de onderzoeksresultaten blijkt bij een aantal deellocaties mogelijk sanerende maatregelen of voorzieningen nodig zijn

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

30 - 42

bij de voorgenomen herbestemming voor woningbouw. Dit is mede afhankelijke van de definitieve situering van de woonpercelen, watergangen, openbaar groen, wegen, e.d. In een saneringsplan wordt dit verder uitgewerkt. Onderstaand is per deellocatie aangegeven of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De Wet Bodembescherming spreekt van een geval van ernstige bodemverontreiniging als meer dan 25 m³ grond of 100 m³ grondwater verontreinigd is met één of meerdere gehalten tot boven de interventiewaarde. Volledige sanering van een ernstig geval van bodemverontreiniging (historisch, ontstaan voor 1987) is in principe alleen verplicht wanneer er sprake is van humane-, ecologische of verspreidingsrisico’s. Er zijn geen aanwijzingen dat de verontreinigingen (volledig) na 1987 zijn ontstaan en daarom onder de zorgplicht zouden vallen, waardoor er per definitie sprake zou zijn van saneringsverplichting (in geval van zorgplicht zijn de omvang en/of de aanwezigheid van risico's niet relevant).

De olieverontreiniging, aangetoond in de waterbodem van de Waal, hoeft niet gesaneerd te worden. Wel is het overwegen waard om deze verontreiniging wel te saneren, zodat bij contact met de waterbodem geen oliefilm op het wateroppervlak verschijnt. Dit is dan meer een ‘cosmetische’ sanering. Paardenweide Uit de onderzoeksresultaten komt naar voren dat bij een aantal deellocaties mogelijk sanerende maatregelen of voorzieningen nodig zijn bij de voorgenomen herbestemming voor woningbouw. In een saneringsplan wordt dit verder uitgewerkt. Onderstaand is per deellocatie aangegeven of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Er zijn geen aanwijzingen dat de verontreinigingen (volledig) na 1987 zijn ontstaan en daarom onder de zorgplicht zouden vallen, waardoor er per definitie sprake zou zijn van saneringsverplichting (in geval van zorgplicht zijn de omvang en/of de aanwezigheid van risico's niet relevant).

Het verwijderen van het teerhoudende asfalt en/of de asbesthoudende materialen (verwerkt in de schuur) is vanuit bodemhygiëne niet noodzakelijk. In het kader van de voorgenomen herinrichting van het terrein, is dit wellicht wel wenselijk. Conclusie resultaten De bodemverontreinigingen op het onderzoeksterrein zijn in voldoende mate in beeld gebracht. Uit het veldwerk en

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

31 - 42

analyseresultaten blijkt dat het asbest en bodemvreemde bijmenging met puin, sintels, slakken e.d. sterk heterogeen verdeeld is binnen de verontreinigde deellocaties. De verschillende heterogene verontreinigingen met bodemvreemde bijmengingen zijn afgeperkt (verontreinigingscontour is in beeld). Binnen de begrensde contouren worden de ‘tussen-‘ en interventiewaarden bij diverse boorpunten overschreden. Door het sterk heterogene karakter van de verontreiniging is niet duidelijk een ‘tussen-‘ of interventiewaardecontour te onderscheiden. Daarom is deze op de onderzoekstekeningen niet ingetekend. Geadviseerd wordt om een saneringsplan op te stellen dat ingestoken wordt op de toekomstige woonfunctie. Indien verontreinigingen niet volledig gesaneerd worden en ingepast in het toekomstige plan, is het raadzaam nog een risico beoordeling uit te laten voeren. Hierbij worden op basis van de gemeten gehalten de risico’s voor de mens, ecosysteem en verspreiding bepaald. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Conclusie Er wordt een saneringsplan opgesteld met inachtneming van de adviezen uit het onderzoek. Het saneringsplan wordt voorafgaand aan sloop bouwrijpfase overlegd bij de gemeente. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan levert het aspect bodem geen belemmering op.

4.8 Archeologie Op grond van gemeentelijk beleid, de archeologische verwachting van het gebied, alsmede de bodemverstorende aard van de werkzaamheden die in het kader van de toekomstige ontwikkeling van de plangebied worden uitgevoerd, is een verkennend inventariserend veldonderzoek noodzakelijk naar de aanwezigheid van archeologische waarden uit het Neolithicum/Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd en Late Middeleeuwen A en B. Archeologie Rotterdam heeft voor dit onderzoek een Programma van Eisen opgesteld. die als Bijlage 5 is toegevoegd. Op basis van dit programma is het archeologisch onderzoek uitgevoerd, die als Bijlage 6 is toegevoegd. In het navolgende zijn de resultaten van het onderzoek toegelicht. Onderzoek Op basis van de onderzoeksgegevens wordt de uitvoering van archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. Wel kunnen off site-resten uit de Nieuwe Tijd en de Late Middeleeuwen worden aangetroffen. Dat er ter plaatse van boring nr. 10, 11, 13 en 14 (zie onderstaande afbeelding) vanaf een diepte van ten minste circa 1.45 - 3.50 meter beneden het maaiveld mogelijk ook oudere overafzettingen aanwezig waarin nog wel archeologische resten uit de periode van het Neolithicum t/m de Vroege Middeleeuwen aanwezig kunnen zijn wordt in dit opzicht niet relevant geacht.

Deze afzettingen zullen immers naar verwachting bij de met de planrealisatie samenhangende graafwerkzaamheden niet worden aangetast.

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

32 - 42

Afbeelding: het plangebied (rood omkaderd) en de locaties van de boringen Hoewel het heipalenplan nog niet bekend is wordt er van uitgegaan dat de heipalen een relatief beperkte oppervlakte zullen beslaan en dat de afstand tussen de heipalen ook voldoende zal zijn om hier ook in de toekomst nog archeologisch onderzoek uit te kunnen voeren. Het aanbrengen van de heipalen wordt indien dat inderdaad het geval is niet beschouwd als een significante bodemverstoring. Conclusie Het aspect archeologie levert geen belemmering op voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.9 Flora en fauna 4.9.1 Quickscan flora en fauna In het kader van de Wet natuurbescherming is een quickscan uitgevoerd. Het doel van de quickscan is om te bepalen in hoeverre beschermde soorten aanwezig zijn of te verwachten zijn en wat de verwachten effecten zijn op beschermde situaties. Verder is een inschatting gemaakt van welke negatieve effecten op beschermde natuurgebieden en het NatuurNetwerk Nederland kunnen optreden. Als derde onderdeel heeft de Wet natuurbescherming betrekking op houtopstanden. De quickscan is als Bijlage 7 toegevoegd. In het navolgende zijn de resultaten van het onderzoek toegelicht. Resultaten onderzoek Soortenbescherming In een ventilatiepijp in de fabriekshal is een nest van Kerkuil aanwezig. Dit nest is jaarrond beschermd. Voor het

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

33 - 42

aantasten of verwijderen van de nestplaats is een ontheffing van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming nodig. De coniferen bij de Noldijk vormen een potentiële broedplek voor de jaarrond beschermde Ransuil. Tijdens het veldbezoek werden geen sporen gevonden die duiden op aanwezigheid van deze soort, maar een broedgeval kon op dit moment niet worden uitgesloten. Aanbevolen wordt om vervolgonderzoek te doen in de periode half maart - eind juli. Op het terrein heeft zich veel groen spontaan ontwikkeld. Hierin kunnen veel verschillende soorten vogels gaan nestelen. Alle inheemse broedvogels en hun nesten zijn beschermd gedurende de broedtijd. Houd hier rekening mee tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Aanwezigheid van strikt beschermde zoogdieren kon worden uitgesloten. Er is met name gekeken naar mogelijkheden voor vleermuizen, omdat deze in de omgeving voorkomen. De gebouwen en bomen bieden geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen. Van een vaste vliegroute of essentieel foerageergebied is geen sprake. Voor kleine, landgebonden zoogdieren die onder de bescherming van artikel 3.10 uit de Wnb vallen, maar op de provinciale vrijstellingslijst staan, geldt de Zorgplicht. Laat een Ecologisch Werkprotocol opstellen waarin concrete maatregelen voor de uitvoering vastgelegd worden.

Strikt beschermde amfibieën zijn uitgesloten, maar algemeen voorkomende soorten van de provinciale vrijstellingslijst kunnen wel in het plangebied voorkomen. Ook voor deze dieren geldt de zorgplicht. De strikt beschermde soorten van de overige soortgroepen kunnen op basis van de biotoop en/ of hun verspreidingsgegevens worden uitgesloten. Gebiedsbescherming Negatieve effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op Natura 2000-gebieden of het NatuurNetwerk Nederland zijn redelijkerwijs uitgesloten. Om dit uit te sluiten is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Deze berekening is toegelicht in subparagraaf 4.9.3. Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd natuurgebied. Beschermde houtopstanden De hoeveelheid bomen in het plangebied is kleiner dan de definitie in de Wet natuurbescherming om te spreken over een beschermd houtopstand. Binnen het plangebied staan geen monumentale bomen, waar een kapvergunning van de gemeente Barendrecht voor nodig is.

4.9.2 Vervolgonderzoek Ransuil Bij de quickscan werd een jaarrond beschermd nest van een Kerkuil vastgesteld. Voor een andere jaarrond beschermde soort, de Ransuil, werd het plangebied geschikt geacht. Met name de grote coniferen aan de zuidwestkant van het gebouw, langs de dijk, vormen een potentiële broedplek. Het vervolgonderzoek naar de Ransuil is uitgevoerd. Het verslag is als Bijlage 8 toegevoegd. Resultaten onderzoek De afgelopen jaren zijn op verschillende plekken langs de Noldijk broedgevallen van Ransuil vastgesteld. De controles binnen het plangebied hebben echter geen activiteit van de Ransuilen vastgesteld. Er zijn geen uilen gehoord. Bij de coniferen zijn geen (sporen van) Ransuilen aangetroffen. Ook binnen een straal van 500 meter ten noorden en zuiden van het plangebied zijn geen Ransuilen gehoord. De bezoeken aan het plangebied gaven ook de mogelijkheid om te kijken of de Kerkuil nog aanwezig was. Onder de ventilatiepijp, die toegang geeft tot de nestplek, werden verse braakballen aangetroffen. Dit wijst erop dat de nestplek nog steeds in gebruik is. Conclusie Op basis van het vervolgonderzoek is een beschermde nestplek van Ransuil binnen het plangebied uitgesloten. De soort is niet waargenomen en er zijn ook geen aanwijzingen voor aanwezigheid vastgesteld. De ventilatiepijp aan de achterzijde van de fabriekshal wordt nog wel gebruikt door Kerkuilen.

Dit betekent dat voor de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied aan de Noldijk 113 in de gemeente Barendrecht een ontheffing nodig is voor het

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

34 - 42

verwijderen van het nest van Kerkuilen. Voor de ontheffing van de Kerkuil is een activiteitenplan opgesteld en wordt de ontheffing aangevraagd. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om het te borgen. Het aspect flora en fauna levert geen belemmering op voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.9.3 Onderzoek stikstofdepositie Nieuwe plannen moeten beoordeeld worden op de mogelijke stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura-2000 gebieden. Om inzichtelijk te maken, wat de mogelijke stikstofdepositie is, is de stikstofdepositie berekend. De memo en de daarbij horende bijlagen zijn als Bijlage 9 toegevoegd. Afstand tot Natura 2000-gebieden De nabij gelegen gebieden in de directe omgeving van het planvoornemen zijn: Oude Maas, op circa 1250 m; Kinderdijk, op circa 6.300 m. Overigens wordt in de AERIUS-berekening de invloed op alle Natura-2000 gebieden beschouwd / berekend. Uitgangspunten Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator versie 2019a. In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. Het gaat hierbij om: 1. Emissies van vrachtverkeer en mobiele werktuigen in de aanlegfase (realiseren nieuwbouwwoningen) 2. De verkeersgeneratie ten gevolge van de nieuwe situatie Er zijn in het onderzoek twee berekeningen uitgevoerd om de stikstofdepositiebijdrage van het herontwikkelingsplan op de omliggende Natura 2000-gebieden in kaart te brengen, te weten: de stikstofdepositie ten gevolge van de aanlegfase; stikstofdepositie in de gebruiksfase. Conclusie In het onderzoek is een analyse uitgevoerd naar de stikstofanalyse.

Hieruit blijkt dat de NOX uitstoot in de toekomstige gebruiksfase 72,1 kg bedraagt en 150,7 kg NOx wordt uitgestoten tijdens de bouwfase (per jaar). De Aerius calculator laat zien dat in zowel de bouw- als gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op de Natura-2000 gebieden. Er zijn namelijk geen rekenresultaten, hoger dan 0,00 mol/ha/j. Voor dit plan is geen vergunning noodzakelijk voor de Wet natuurbescherming.

4.10 Vormvrije m.e.r. Plannen en activiteiten kunnen nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is geregeld dat in zulke gevallen een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. Een bestemmingplan (of wijzigingsplan) kan plan m.e.r.-plichtig zijn. Daarnaast kan een plan ook m.e.r.-plichtig zijn als er een concreet (bouw)plan ter uitvoering ligt. Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en vier bijlagen. De vier bijlagen staan aangeduid als de onderdelen A, B, C en D: Onderdeel A bevat de omschrijving van diverse begrippen die in het Besluit m.e.r. genoemd worden. Onderdeel B is reeds vervallen. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een m.e.r. verplicht is. Onderdeel D bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer zijn voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

35 - 42

de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Voorafgaand aan de vergunningaanvraag of de ruimtelijke procedure dient een aparte beslissing te worden genomen dat geen MER nodig is. Voor de initiatiefnemer geldt dat hij moet melden dat er sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling en er geldt dat hij hiervoor informatie moet aanleveren. Het bevoegd gezag moet vervolgens een formeel besluit nemen dat de initiatiefnemer bij zijn vergunningaanvraag moet voegen. De procedure is uitsluitend van toepassing op projecten die voorkomen in het Besluit m.e.r.. Indien kan worden aangetoond dat het project geen onderdeel uitmaakt van onderdeel C of D van het Besluit m.e.r., dan is de procedure niet van toepassing. Beoordeling In de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het de ruimtelijke onderbouwing plan-m.e.r.-plichtig (onderdelen C en D), project-m.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie D (11.2), de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling in het Besluit m.e.r.

ligt op: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het planvoornemen bevat een activiteit zoals opgenomen in onderdeel D Besluit m.e.r. (realisatie van woningen op een voormalige bedrijfslocatie). De drempelwaarden van 2000 woningen of meer worden niet overschreden. Plaats van het project Het plangebied ligt aan de Noldijk te Barendrecht. Het plangebied ligt nabij een Natura 2000-gebied. In subparagraaf 4.9.3 is onderbouwd dat er vanuit het aspect gebiedsbescherming geen belemmeringen zijn voor het plan. Het plangebied ligt niet of nabij een Natuur Netwerk Nederland gebied. Een deel van het plangebied ligt binnen de beschermingszone van een waterkering. De dubbelbestemming van deze waterkering met bijbehorende regels blijft gelden waardoor het functioneren van deze kering niet in het geding komt. Kenmerken potentiële effecten Uit de beoordelingen en onderzoeken van de omgevingsaspecten in dit hoofdstuk blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. Er wordt een activiteitenplan voor de Kerkuil opgesteld en een vervolgonderzoek naar de Ransuil uitgevoerd. Deze stukken worden voorafgaand aan de sloop en sanering bij de gemeente overlegd. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om het te borgen.

Dit aspect flora en fauna levert geen belemmering op voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Conclusie Op basis van de voorgaande vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd, gelet op de aard en relatieve omvang van het project, de plaats hiervan en de kenmerken van de potentiële effecten, dat er geen negatieve milieugevolgen aan de orde zijn. Daarmee hoeft er geen m.e.r.-procedure te worden doorlopen.

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

36 - 42

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

5.1 Algemeen Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1. van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. Het bestemmingsplan bestaat uit de juridische bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergeven, met daarbij de randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en de overheid bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking. De toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.

Om voldoende rechtszekerheid én flexibiliteit te kunnen bieden, is in het voorliggende bestemmingsplan gekozen voor een globale (flexibele) eindbestemming. Een eindbestemming biedt een directe bouwtitel, wat betekent dat wanneer het bouwplan past binnen de in de bestemming genomen regels, een bouwvergunning (‘omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen’) kan en moet worden afgegeven.

5.2 Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In Artikel 1 worden een aantal begrippen verklaard, die worden gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het 'Artikel 2 Wijze van meten' opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een toelichting per artikel.

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

37 - 42

Groen Voor de gronden rondom de woonbebouwing is de bestemming ‘Groen’ opgenomen. In de bestemming zijn naast groenen watervoorzieningen, voorzieningen met een karakter van algemene nut zoals speel- en nutsvoorzieningen en voorzieningen voor langzaam verkeer (voet-, fiets- en ruiterpaden) toegestaan. Om flexibiliteit te behouden en het groene karakter van het gebied te waarborgen is geen bestemming 'Verkeer - verblijfsgebied' opgenomen. Daarom is gekozen om voor de aanleg van een verkeersontsluiting en parkeervoorzieningen een aanduiding op te nemen. Ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' zijn een verkeersontsluiting en parkeervoorzieningen toegestaan. Uitsluitend ten behoeve van nutsvoorzieningen mogen gebouwen worden gebouwd. Voor het overige zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. In de regels zijn nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Tuin De gronden rondom het 'Woongebied' zijn bestemd met de bestemming 'Tuin' ten behoeve van de tuinen van de woningen. In de bestemming zijn naast tuinen, ook parkeer, groen, nuts, water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Binnen deze bestemming mag alleen gebouwd worden ten dienste van de bestemming en de aangrenzende bestemming 'Woongebied'.

In de regels zijn nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van erkers, veranda's, luifels, balkons en overige bouwwerken. Verkeer Een kleine strook binnen het plangebied (langs de Noldijk) is bestemd met de bestemming 'Verkeer'. In de bestemming zijn naast verkeersvoorzieningen, ook groen, speel, parkeer, nuts en water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Binnen deze bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen toegestaan ten dienste van de bestemming. Water De regeling van de bestemming 'Water' is één op één overgenomen uit het bestemmingsplan 'Zuidrand'. Binnen deze bestemming worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Woongebied Daar waar de nieuwe woningen gebouwd gaan worden, is een bestemming 'Woongebied' opgenomen. Er is gekozen voor de bestemming 'Woongebied', omdat het gebied en de ontwikkeling afwijkend is van de woonbestemmingen zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Zuidrand'. Bestemmingsplan Zuidrand is een gedetailleerd bestemmingsplan, waarin de gronden conserverend zijn vastgelegd conform het huidige gebruik. Ten behoeve van de flexibiliteit en invulling van het plangebied is het gebied niet gedetailleerd vastgelegd en is gekozen voor een globale bestemming. Binnen deze bestemming woningen in de vorm van vrijstaande en twee-aaneen woningen toegestaan.

Tevens zijn tuinen, erftoegangswegen, water, fiets- en voetpaden en groenvoorzieningen toegestaan. De hoofdgebouwen dienen binnen de bouwvlakken te worden gerealiseerd. Er zijn maximaal 17 woningen toegestaan. In de regels zijn nadere voorwaarden gegeven voor de bouw de hoofdgebouwen. Daarnaast zijn er nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van erkers, veranda's, luifels, balkons, bijbehorende bouwwerken, ondergronds bouwen, steigers, boothuizen en andere bouwwerken. Verder zijn er drie voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. 1. De voorwaardelijke verplichting - nader akoestisch onderzoek vloeit voort uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek, waarbij sprake is van een normoverschrijding voor de woningen aan de Noldijk. Er zijn nog geen concrete bouwplannen, waardoor de geluidwering van de gevels niet onderzocht kan worden. Derhalve is voorwaardelijke verplichting opgenomen om het vereiste van voldoende geluidwerende gevels te borgen. 2. De voorwaardelijke verplichting parkeren borgt de aanleg van voldoende parkeerplaatsen. 3. De voorwaardelijke verplichting ontheffing Kerkuil is opgenomen voor het borgen van mitigerende en/of compenserende maatregelen met het oog op de gunstige staat van instandhouding van de Kerkuil, waarvoor een ontheffing aangevraagd moet worden.

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

38 - 42

Waarde - Archeologie - 2 en Waarde - Archeologie - 4 Ter bescherming van de aanwezige archeologische waarden in het plangebied zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie - 2' en 'Waarde - Archeologie - 4' opgenomen. In deze bestemmingen is een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden opgenomen. Waterstaat - Waterkering Ter bescherming van de aanwezige waterkering in het plangebied is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. In deze bestemmingen is een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden opgenomen. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven die gelden voor heel het plangebied en niet bestemming gebonden zijn, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook worden algemene gebruiksregels gegeven. Daarnaast worden enkele algemene afwijkingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten. In de algemene aanduidingsregels zijn de gebiedsaanduidingen opgenomen, waaronder de 'geluidzone - industrie', 'overige zone - water', 'vrijwaringszone - natuurvriendelijke oever' en de 'vrijwaringszone - straalpad'. De 'geluidzone - industrie' is opgenomen ten behoeve van de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte van een inrichting.

De gronden met de 'overige zone - water' zijn mede bestemd voor de aanleg van waterhuishoudkundige voorzieningen, Vanwege flexibiliteit bij de aanleg mag onder voorwaarden deze aanduiding van vorm en situatie veranderd worden. Langs de oever van het Waaltje is een 5 meter brede strook aangeduid met 'vrijwaringszone - natuurvriendelijke oever'. Binnen deze zone worden eisen gesteld aan de aanleg van de oeverconstructie en bouwwerken. Gebouwde erfscheidingen en oeverconstructies, zoals beschoeiingen, zijn hier niet toegestaan. De 'vrijwaringszone - straalpad' is mede voor de bescherming van de straalverbinding. Ter bescherming van deze straalverbinding is een maximale bouwhoogte van 63 meter toegestaan. Om te zorgen dat de woningen op een zorgvuldige wijze in het landschap worden ingepast, is in 'Overige regels' een regeling met betrekking tot het beeldkwaliteitsplan opgenomen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

39 - 42

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

40 - 42

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeente verplicht bij een procedure waarin bouwplannen zijn opgenomen als aangewezen in artikel 6.12 Wro juncto artikel 6.12 Besluit ruimtelijke ordening, een exploitatieplan vast te stellen. Geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld als het verhalen van kosten anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld doordat een anterieure overeenkomst is gesloten met de initiatiefnemer. In artikel 3.1.6 sub i van het Besluit ruimtelijke ordening is vastgesteld dat inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt met het bouwplan moet (economisch) uitvoerbaar zijn en kunnen worden gerealiseerd. De realisatie van het bouwplan komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Er zijn geen gemeentelijke investeringen mee gemoeid. Dit is vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Het kostenverhaal is hierin geregeld. De kosten zijn hierdoor anderszins verzekerd. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan besluit het bevoegd gezag geen exploitatieplan vast te stellen zoals geregeld in artikel 6.12 lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening, omdat de plankosten anderszins verzekerd zijn. Een planschadeovereenkomst maakt deel uit van de anterieure overeenkomst.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Vooroverleg Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Op 24 juli 2020 is het concept ontwerpbestemmingsplan verstuurd naar de overlegpartners. Op 24 juli 2020 is via een E-formulier aanbieden ruimtelijk plan” het concept ontwerpbestemmingsplan bij de provincie Zuid-Holland aangemeld. De volgende overlegpartners hebben een reactie ingediend: Provincie Zuid-Holland DCMR Milieudienst Rijnmond Waterschap Hollandse Delta (WSHD) Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond (VRR) De reacties zijn verwerkt in Nota Vooroverleg evenals eventuele wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan als gevolg daarvan. De Nota Vooroverleg is als Bijlage 10 toegevoegd.

6.2.2 Participatie De gemeente hecht grote waarde aan participatie en stimuleert initiatiefnemers om met belanghebbenden in gesprek te gaan. Dit past geheel in het gedachtegoed van de aankomende Omgevingswet. Met participatie in de Omgevingswet wordt bedoeld 'het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. In het kader van dit plan is in een vroegtijdige stadium met de omwonenden gesproken en zijn de reacties hieronder toegelicht. Op donderdag 9 mei 2020 is er een mail gestuurd naar alle bewoners die op het plan uitkijken. Deze mail bevatte een kaart van het plan en een brief waarin de desbetreffende informatie over het bestemmingsplan beschreven staat en een

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

41 - 42

uitnodiging voor een telefonisch gesprek over het plan. De omwonenden zijn daarna telefonisch en persoonlijk benaderd. De reacties die hieruit zijn voortgekomen zijn voor het overgrote deel erg positief. Een groot deel van deze bewoners is akkoord gegaan met het plan. Door een klein aantal omwonenden zijn er bezwaren aangegeven. Deze bezwaren betreffen: de positie van de toegangsweg, inzake inschijnende koplampen en het belemmeren van zicht op de Waal door positie van de nieuwe woning; verminderde privacy door wandelpad achter de woning en nieuwe brug. Positie toegangsweg en belemmeren van zicht Dit bezwaar vloeit voort uit de verplaatsing van de woning Noldijk 121. Deze verplaatsing was in eerdere plannen niet voorzien, maar is ontstaan vanuit de gemeentelijke wens voor meer doorzichten vanaf de Noldijk op de Waal. Door deze verplaatsing is de verkaveling aangepast en komt de vervangende woning Noldijk 121 en een toegangsweg voor de deur van twee bewoners te liggen. Dit bezwaar heeft geleid tot een grote aanpassing in het plan, namelijk dat de woning 121 wel wordt gesloopt echter niet meer verplaatst wordt teruggebouwd op de positie aan de dijk tegenover deze 2 bewoners. Eén van deze bewoners heeft schriftelijk aangegeven akkoord te zijn. De andere bewoner heeft niet meer gereageerd.

Verminderde privacy en veiligheid door wandelpad en nieuwe brug Een bewoner is bang dat een wandelpad achter zijn woning voor minder privacy zal zorgen. Dit betreft een verbinding met het bestaande wandelpad dat wordt aangelegd aan de westzijde van het plangebied. Gemeente heeft in haar beleidstukken het uitgangspunt van een doorgaande route langs de Waal. Dit pad vormt daar onderdeel van en kan daarmee niet vervallen. Er is hier echter sprake van een brede watergang en groen zodat voetgangers op ruime afstand blijven. Door het wandelpad in het plangebied, zal zijn privacy niet verminderd worden. Om de bewoner tegemoet te komen is het wandelpad achter zijn woning zo ver mogelijk in noordoostelijke richting verschoven. Mondeling is aangegeven dat de initiatiefnemer in overleg met de gemeente gaat bekijken hoe de bosschages worden ingericht. Deze bewoner heeft ook aangegeven te vrezen voor verminderde veiligheid na aanleg van de nieuwe brug tussen het reeds bestaande wandelpad aan de Waal naast/achter zijn woning en het nieuw te realiseren plan. De gemeente is echter van mening dat er haar inziens geen sprake kan zijn van verminderde veiligheid na aanleg van deze brug aangezien middels het hiermee doortrekken van de doorgaande route langs de Waal in het nieuwe plan het bestaande pad minder anoniem(verscholen) maakt hetgeen de veiligheid juist ten goede komt.

Vervolg Tussen initiatiefnemer en een van de bewoners vindt nog derde afspraak plaats. Dit heeft onder andere betrekking op de gewenste ruilverkaveling.

6.2.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Parq Waal (OBP Parq Waal) lag samen met het beeldkwaliteitsplan (BKP) en een ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder (ontwerpbesluit HGW) vanaf 6 november 2020 tot en met 17 december 2020 ter inzage. Er zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn in de nota zienswijzen samengevat en voorzien van een inhoudelijke reactie. De nota is als Bijlage 11 Nota zienswijzen bijgesloten. Naar aanleiding van de zienswijzen hoeft het vast te stellen bestemmingsplan niet gewijzigd te worden. Ambtshalve wijziging In de regels en verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan Parq Waal is onterecht een dubbelbestemming “Leiding – Gas” opgenomen ter plaatse van de watergang aan de westzijde van het plangebied. Om bij de bestaande systematiek aan te blijven sluiten, is de dubbelbestemming geschrapt uit het vast te stellen bestemmingsplan. Dit heeft geen juridische gevolgen voor de bescherming van de gasleiding.

(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01

42 - 42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9853486/1