Parq Waal_bijlagen toelichting 4 (deel 1 van 4).pdf
Tekst van het document
Bijlage 4
Bodemonderzoek
(vastgesteld) Parq Waal NL.IMRO.0489.BPZUR20200004-VI01
70 - 1195
``
Rapport Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht
projectnummer 414523 definitief revisie 02 oktober 2017
Rapport Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht
projectnummer 414523 definitief revisie 02 oktober 2017
Auteur David van Winsum
Opdrachtgever ENGIE Services Nederland N.V. Postbus 210 3980 CE BUNNIK
datum vrijgave 30-10-2017
beschrijving revisie 02 definitief
PL2018 (b.a.) K.C.J. Fris
goedkeuring D.C. van Winsum
vrijgave H.A. Lindeman
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
3
2
Bekende gegevens onderzoekslocatie
5
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.6.1 2.6.2 2.7 2.8
Algemeen Terreinbeschrijving Historie Regionale bodemopbouw en geohydrologie Gegevens uit de bodemkwaliteitskaart Bekende verontreinigingsituatie Verontreinigingssituatie bedrijfsterrein Verontreinigingsituatie manegeterrein Asbestinventarisatie gebouwen Conclusie vooronderzoek en onderzoekstrategie
5 5 6 7 7 8 8 10 11 11
3
Verrichte werkzaamheden
15
3.1 3.2
Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek
15 18
4
Onderzoeksresultaten
19
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten Toetsingskader Grond Asbest Bouwstoffen (niet vormgegeven) en asfalt Grondwater Waterbodem
19 20 20 21 21 22 22 23
5
Bespreking van de onderzoeksresultaten
24
5.1 5.2
Verontreinigingssituatie bedrijfsterrein Verontreinigingssituatie manegeterrein
24 29
6
Samenvatting en conclusies
33
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Tekeningen
414523-HS1 414523-S1 414523-S2 414523-S2A 414523-S3 414523-S4 414523-S5 414523-S6 414523-VA1 414523-VB1 414523-VG1 414523-VG2 414523-VW1 414523-VT1
Kadastrale omgevingskaart Kadastrale kaart Situatie met historische gegevens Luchtfoto met perceelsgrens Luchtfoto met terreinindeling Situatie met ligging deellocaties Terreinindeling en situering kabels en leidingen (KLIC) Terreinindeling met plantekening 2010 Hoogtekaart o.b.v. veldmetingen Situatie met boringen, asbestgaten, peilbuizen, sleuven en steken waterbodem Situatie met asbestverontreiniging grond en puin Situatie met puinhoudende bovengrond (DuraVermeer) Situatie met verontreiniging grond en puin met deellocaties Situatie met verontreiniging grond en puin nader bodemonderzoek (2017) Situatie met verontreiniging grondwater Situatie met verontreiniging grond, puin en grondwater
Bijlagen 1. Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen 2. Uitgevoerd laboratoriumonderzoek 3. Analyseresultaten en toetsing grond 4. Analyseresultaten en toetsing asbestmonsters 5. Analyseresultaten en toetsing monsters bouwstoffen 6. Analyseresultaten en toetsing grondwatermonsters 7. Analyseresultaten en toetsing waterbodemmonsters 8. Normwaarden grond en grondwater 9. Toelichting normwaarden 10. Analysecertificaten (grond, waterbodem, asbest, asfalt, bouwstoffen en grondwater) 11. Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek 12. Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000 13. Toelichting toetsing Besluit bodemkwaliteit 14. Historische informatie
Blad 2 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
1
Inleiding In opdracht van ENGIE Services Nederland N.V. is door Antea Group in de periode maart-juni 2017 gefaseerd een nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Noldijk 113 te Barendrecht.
Aanleiding en doel Het voornemen bestaat om het terrein van ENGIE Services Nederland N.V. (nader te noemen ENGIE) te herontwikkelen. Hiertoe is ENGIE een samenwerking aangegaan met A.B. van Pelt Projektontwikkeling B.V. (nader te noemen Van Pelt) uit Dordrecht. Het gebruik zal na herontwikkeling wijzigen van bedrijfsterrein naar woonlocatie.
Situatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Noldijk 113 te Barendrecht tussen de Noldijk en de Waal. Het onderzochte terrein beslaat een voormalig bedrijfsterrein en een nog in gebruik zijnde manage met weiland.
Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de meest recente NEN en BRL SIKB-protocollen. Het verkennende grond en grondwateronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740. Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest is uitgevoerd conform de NEN 5707 (grond) en NEN 5897 (puin). Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5720. Voor het nadere onderzoeksdeel naar de omvang en mate van de zware metalen en asbest verontreiniging is een onderzoekstrategie gehanteerd met de volgende documenten als richtlijn: • NTA 5755 Landbodem - Nader onderzoek; • NEN5707 Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. Een belangrijk onderdeel van de onderzoekstrategie is het opstellen van 'het conceptueel model'. Dit model geeft een indruk van de bodemopbouw, aard en ligging van de verontreiniging, de verspreidingswegen van de verontreinigingen, de eventueel bedreigde objecten, etc. Het conceptueel model is eigenlijk de verwachting van de verontreinigingssituatie voorafgaand aan het nader onderzoek en het resultaat van het nader onderzoek. Het conceptueel model is gedurende het project daar waar nodig aangepast en aangevuld met de nieuw verkregen onderzoeksresultaten. Op basis van het bijstellen zijn tijdens het onderzoek de vervolgacties uitgewerkt en uitgevoerd.
Alle informatie uit het conceptueel model is verwerkt in onderhavige rapportage (beschrijvend en met tekeningen). Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen 11, 12 en 13. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.
Blad 3 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de bekende gegevens beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de onderzoeksresultaten beschreven. In hoofdstuk 5 worden deze besproken en geïnterpreteerd. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de samenvatting en conclusies gegeven.
Blad 4 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
2
Bekende gegevens onderzoekslocatie
2.1
Algemeen In deze paragraaf wordt de historie en milieuhygiënische bodemkwaliteit van het bedrijfsterrein en naastgelegen manege aan de Noldijk 113 samenvattend weergegeven. Deze informatie is afkomstig uit: • Rapport Milieudossier Noldijk 113 Barendrecht, kenmerk 02A16805-1001 r.01, opgesteld door DuraVermeer (d.d. 22 april 2016) • Actualisatie bodemonderzoek Noldijk 113 (Manege) te Barendrecht, kenmerk 02A14805-00019, opgesteld door DuraVermeer (d.d. 17 november 2014) DuraVermeer heeft voor haar onderzoeken uitgebreid historisch onderzoek uitgevoerd. Deze informatie is voldoende basis voor dit (nader) bodemonderzoek.
2.2
Terreinbeschrijving De onderzoekslocatie is gelegen aan de Noldijk 113 te Barendrecht, tussen de Noldijk en de Waal. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Barendrecht, sectie D en perceelsnummer 8414 en heeft een oppervlakte van circa 24.450 m². Figuur 2.1: Situering Noldijk 113 (rood omlijnd) te Barendrecht (zie ook tekening 414523-S1)
Ten tijde van het onderzoek waren de centraal op het terrein gelegen bedrijfspanden niet meer in gebruik voor productiedoeleinden. Momenteel wordt de locatie gebruikt als oefen- en trainingscentrum voor (politie)honden. Het zuidwestelijk gelegen terreindeel is in gebruik als manege. Op tekening S2A is de terreinindeling gedetailleerd weergegeven.
Blad 5 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
2.3
Historie De locatie aan de Noldijk heeft van origine een agrarische bestemming gehad. Circa 40 jaar geleden zijn de bedrijfsactiviteiten op het terrein begonnen. Het huidige hoofdgebouw is in 1990 gebouwd. Voor de bouw hiervan zijn de toenmalige opstallen gesloopt. In tabel 2.1 is een overzicht gegeven van de historische activiteiten op het bedrijfsterrein. Tabel 2.2 geeft een beknopt overzicht wat bekend is over het manegeterrein. Tabel 2.1: Overzicht historische activiteiten bedrijfsterrein Jaar
Historische activiteit
1959
Uitbreiding inrichting voor bewerken van vlas.
1961
Oprichting benzinepompinstallatie nabij het oude kantoor/magazijn.
1970
Uitbreiding met een werkplaats voor reparatie- en constructie werkzaamheden. Plaatsing olietank met inhoud van 3.000 liter. Waarschijnlijk brandstof voor 2 oliekachels uit de werkplaats.
1984-1985
Aanvraag en verlening vergunning voor oprichten constructie/pijpleidingbedrijf en revisiebedrijf.
1987
Vernietiging vergunning door Raad van State na bezwaren omwonenden.
1989
Verwijdering HBO-tank (3.000 liter) nabij werkplaats, bovengrondse HBO-tank (4.700 liter uit voormalige werkplaats), dieseltank (10.000 liter).
1990
Verwijdering ondergrondse HBO-tank (3.000 liter), ligging onbekend. Aanvraag vergunning voor een pijpleiding bewerkingsbedrijf.
1991
Verlening vergunning oprichting pijpleiding bewerkingsbedrijf.
1995
Tijdens milieucontrole geconstateerd dat vloeren waarbij koel- en smeervloeistof wordt gebruikt, niet vloeistofdicht zijn. Deze dienden over een oppervlakte van 8 m² vloeistofdicht gemaakt te worden.
1996
WM-vergunning verleend in kader van overname van Leemberg door GTI Mechanical en wijziging gebruik enkele onderdelen terrein (kantoor- en kopieerruimte, tweede heftruck, micro-doseersysteem en plaatsing argontank). Activiteiten bedrijfsterrein: - werkplaats: snijden van buizen en voorzien van fittingen en aansluitingen (verharding stelconplaten). - oostzijde werkplaats: lasplaats voor buizen. - magazijn werkplaats: opslag van kleine materialen. - wasplaats of afspuitplaats met slipvangput en oliescheider: beitsen en testen buizen middels waterdruk op westelijke deel terrein. - olietank ter plaatse van de olieafscheider. - bunker: verbindingen en fittingen van buizen testen d.m.v. radiografisch en röntgentechnisch onderzoek. - chemisch afval: opslag op buitenterrein in containers en lekbakken. - gasflessen en oud-ijzer: opslag op het zuidwestelijk en/of noordwestelijk deel van het terrein. - parkeerterrein: ten oosten bedrijfsterrein, deel verhard met klinkers en grotendeels met split.
1998-2001
Geen bedrijfsmatige veranderingen plaatsgevonden. Volgens opgaven van GTI Mechanical Rotterdam B.V. zijn alle ondergrondse olietanks verwijderd.
Medio 2001
Beëindiging bedrijfsactiviteiten. Sindsdien is het terrein niet meer voor productie in gebruik.
Blad 6 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Over de historie van het manegeterrein is minder informatie beschikbaar. In tabel 2.2 is de beschikbare historische informatie samengevat. Tabel 2.2: Overzicht historische activiteiten manegeterrein
2.4
Jaar
Historische activiteit
onbekend
Waterkant, nabij de stal: demontage van legervoertuigen (destijds mondelinge informatie gebruiker).
onbekend
Manege (huidig gebruik).
Regionale bodemopbouw en geohydrologie De gegevens voor de regionale geologische bodemopbouw en stromingsrichting van het grondwater zijn ontleend aan bodemonderzoeken uit de omgeving, het Dinoloket en de Algemene Hoogtekaart Nederland. Deze zijn door DuraVermeer geraadpleegd. Het maaiveld is gelegen op een hoogte van NAP -0,5 tot -1,0 m (bron: AHN). In het gebied is een deklaag aanwezig met een dikte van circa 15 meter. Deze deklaag bestaat overwegend uit klei (Dinoloket boringen B37H1319 en B37H1320). Plaatselijk is in het bodemtraject van 3,5 tot 6 m –mv. een veenlaag aangetroffen (Dinoloket, boring B37H1320). Bij sonderingen in het gebied (Dinoloket, S37H00344) is een deklaag aangetoond tot 13 m –mv, gevolgd door een zandlaag tot 22 m –mv. en onderliggende klei/zandpakket tot maximaal verkende diepte van 25 m –mv. (eerste scheidende laag). De doorlatendheid van het eerste watervoerend pakket is circa 150 m²/dag. Het grondwater in het eerste watervoerend pakket stroomt in Noordelijke richting. Het oppervlakkige grondwater stroomt in alle richtingen af naar de aanwezige sloten en de Waal. Een duidelijk stromingspatroon is niet aanwezig. De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen uit de Grondwaterkaart van Nederland (DGVTNO) en de actuele kaarten met grondwaterbeschermingsgebieden.
2.5
Gegevens uit de bodemkwaliteitskaart Op de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Barendrecht is aangegeven dat de bodemfunctie van de onderzoekslocatie “Wonen” is (deelgebied Noldijk Zuid). De algemene bodemkwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart is (deelgebied BWL04): • Bovengrond (0,0-0,5 m –mv.): Wonen (licht verontreinigd) • Ondergrond (0,5-2,0 m –mv.): AW2000 (“schoon”)
Blad 7 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
2.6
Bekende verontreinigingsituatie In de periode 1998 tot en met 2014 zijn diverse milieukundige bodemonderzoeken uitgevoerd door Vermeer Milieutechniek (later DuraVermeer Milieu BV). De volgende onderzoeken zijn uitgevoerd (zie tabel 2.3) Tabel 2.3: Overzicht milieukundige onderzoeken periode 1998-2014
2.6.1
Jaar
Bodemonderzoek
1998
Verslag historisch onderzoek, Vermeer Milieutechniek BV, kenmerk 971022/RD/01M, d.d. 26 januari 1998
1998
Rapportage oriënterend bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht (E62), Vermeer Milieutechniek BV, kenmerk 971022/AB/09R, d.d. 8 juli 1998
1998
Rapportage aanvullend en nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht, Vermeer Milieutechniek BV, kenmerk 971022/AB/18R, d.d. 26 oktober 1998
1999
Briefrapport resultaten extra werkzaamheden aanvullend en nader onderzoek en indicatie saneringskosten Noldijk 113 te Barendrecht, Vermeer Milieutechniek BV, kenmerk 971022/AB/27/B, d.d. 17 september 1999
2006
Rapport resultaten grondwatermonitoring 2006 (actualisatie olieverontreinigingen) GTI bedrijfsterrein (E62) Noldijk 113 te Barendrecht, Dura Vermeer Milieu BV, kenmerk 616801/RD/03R E62, d.d. 12 juni 2006
2007
Rapport actualiserend bodemonderzoek GTI locatie E62 Noldijk 113 te Barendrecht, Dura Vermeer Milieu BV, kenmerk 617804/RD/01 E62, d.d. 27 november 2007
2014
Rapport actualiserend bodemonderzoek Noldijk 113 (manege) te Barendrecht; Dura Vermeer Milieu BV, kenmerk 02A14805-00019, d.d. 17 november 2014
2014
Rapport actualiserend bodemonderzoek Noldijk 113 (olieverontreinigingen bedrijfsterrein) te Barendrecht, Dura Vermeer Milieu BV, kenmerk 02A14805-00021, d.d. 21 november 2014
2016
Rapport milieudossier Noldijk 113 te Barendrecht (bedrijfsterrein en manege), Dura Vermeer Milieu BV, kenmerk 02A16805-1001, d.d. 22 april 2016
Verontreinigingssituatie bedrijfsterrein In 1998 is op deze deellocatie (dit is exclusief het manegeterrein) een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd. Op de locatie zijn destijds de volgende verdachte deellocaties onderscheiden (zie tabel 2.4). Tabel 2.4: Overzicht verdachte deellocaties Deellocatie
Verdachte activiteit t.a.v. bodemverontreiniging
A
Rondom de werkplaats
B
Wasplaats met olieafscheider en bovengrondse olietank
C
Voormalige ondergrondse benzinetank met afleverpomp
D
Voormalige ondergrondse dieseltank
E
Opslagruimte voor vast en vloeibaar chemisch afval
F
Opslagruimte van slurrybakken
Blad 8 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Deellocatie
Verdachte activiteit t.a.v. bodemverontreiniging
G
Voormalige ondergrondse HBO-tank naast de werkplaats
H
Buitenterrein
J
Grondlaag onder de sintelverharding op het parkeerterrein
De ligging van de verdachte deellocaties is weergegeven in figuur 2.2. Figuur 2.2: Overzicht historische locaties bedrijfsactiviteiten (zie ook tekening 414523-HS1)
Uit het oriënterend onderzoek uit 1998 is gebleken dat de bodem overwegend licht en plaatselijk matig verontreinigd is geraakt met zware metalen en PAK-verbindingen. In de bodem komt in de bovengrond (tot circa 0,5 m –mv.) een puinhoudende grondlaag voor, die gelegen is op de originele veenbodem. Minerale olieverontreiniging, deellocaties D/E en H Op twee plaatsen is een bodemverontreiniging met minerale olie aangetroffen: • Ter plaatse van de voormalige ondergrondse dieseltank (deellocatie D) en voormalige opslag van chemisch afval (deellocatie E); • Nabij de röntgenbunker (deellocatie H). Deze verontreinigingen zijn hetzelfde jaar in beeld gebracht middels een aanvullend en nader bodemonderzoek. Uit deze bodemonderzoek komt naar voren dat op deellocatie D/E geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het plaatse van de röntgenbunker (deellocatie H) is wel sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In 2006 en 2007 is een actualisatieonderzoek uitgevoerd naar de omvang van de minerale olieverontreinigingen. Hierbij is vastgesteld dat de verontreinigingsituatie tussen 1998 en 2007 niet significant gewijzigd is. Verspreiding is niet aangetoond.
Blad 9 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
In 2014 is een nieuw actualisatie onderzoek uitgevoerd. Verspreiding is niet aangetoond. Het vermoeden is dat de verontreiniging ter plaatse van deellocatie D/E opgesloten zit in het oude tankgat. In de rapportage wordt geconcludeerd dat sprake is van vrachtvermindering. Bij de röntgenbunker (deellocatie H) is nog steeds sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De omvang wordt ingeschat op 150 m³, waarbij de dikte van de verontreinigde laag varieert tussen de 0,5 en 1,0 m. Zware metalen en asbest verontreiniging, deellocatie A (H en J) In 2007 is een actualisatie bodemonderzoek uitgevoerd naar de algemene milieukundige kwaliteit van de bodem onder de bebouwing en op het buitenterrein. Uit dit onderzoek komt naar voren dat een groot deel van het bedrijfsterrein in het verleden verhard is met puin. Deze puinlaag met grondbijmenging is licht verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie. Ook is asbest in de puinbijmenging aangetoond (34 mg/kg ds). De onderliggende veenlaag is licht verontreinigd met zware metalen en PAK. In de daaronder liggende kleilaag is geen verontreiniging aangetoond. Op de parkeerplaats (deellocatie J) is zowel een klinker als sintelverharding aanwezig. De onderliggende grond is licht verontreinigd met zink en minerale olie. Onder de vloer van de werkplaats (deellocatie A) is ook puin aanwezig.
De puinhoudende grond is licht tot matig verontreinigd met zware metalen en licht verontreinigde met minerale olie. In het zuidwesten van de werkplaats is in de bovengrond een matig verhoogd gehalte aan zink aangetoond. Mate en omvang is nog niet in beeld gebracht. De grond zonder puinbijmenging is licht verontreinigd met zware metalen, PAK, EOX en minerale olie. In het grondwater zijn licht verhoogde gehaltes aan arseen en minerale olie gemeten.
2.6.2
Verontreinigingsituatie manegeterrein In 2014 is het manegeterrein onderzocht. De perceel is voor zover bekend niet eerder milieukundig onderzocht. Het terrein is ingedeeld in een paardenbak, trap/loopveldje, schuur met tredmolen en weiland (zie figuur 2.3). Figuur 2.3: Terreinindeling manege (rode lijn is begrenzing onderzoeksterrein)
Grijs: Paardenbak Geel: Trap-/loopveldje Paars: Schuur en tredmolen Groen: Weiland
Blad 10 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Over dit terrein zijn weinig historische gegevens beschikbaar. De gebruiker van de manege heeft tijdens het onderzoek aangegeven dat vroeger demontage werkzaamheden van legervoertuigen hebben plaatsgevonden op het zuidoostelijk gedeelte van het terrein, langs het water (ter plaatse van de tredmolen en de stal). Uit de onderzoeksresultaten van DuraVermeer (2014/2016) komt het volgende naar voren: • Ter plaatse van de paardenbak en het weiland is sprake van enige bodemverontreiniging (enkele licht verhoogde gehaltes). • Ter plaatse van het trap-/loopveldje en nabij de stal en tredmolen is vermoedelijk een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig met zware metalen. • In de strook langs het water heeft in het verleden ophoging plaatsgevonden met zand, vermengd met baksteenpuin en kolen. Deze ophoging heeft plaatsgevonden op de natuurlijke veenbodem. De puin- en kolenhoudende zandgrond is heterogeen verontreinigd met zware metalen. Is de puinhoudende zandgrond is asbest aangetroffen.
2.7
Asbestinventarisatie gebouwen In 2006 is door het bedrijf Search Milieu BV een inventarisatie gedaan van asbesthoudende materialen op het bedrijfsterrein aan de Noldijk 113. Het manegeterrein is in 2014 door BK Asbest BV geïnventariseerd op asbest. Op beide terreindelen is asbest in de opstallen aangetoond. De verslaglegging hiervan is opgenomen in rapport milieudossier Noldijk 113 te Barendrecht (bedrijfsterrein en manege), Dura Vermeer Milieu BV, kenmerk 02A16805-1001, d.d. 22 april 2016. Deze is als bijlage 14 ‘Historische informatie’ aan dit rapport toegevoegd. De schuur bij de toerit van de manege is in 2014 niet geïnspecteerd.
2.8
Conclusie vooronderzoek en onderzoekstrategie In het rapport milieudossier van Dura Vermeer uit 2016 worden aanbevelingen gedaan voor het afperken van de aangetoonde bodemverontreinigingen. Doel van het nog uit te voeren onderzoek is de ernst, mate en omvang van de aanwezige verontreinigingen in beeld te brengen in het kader van de herontwikkeling van het terrein naar woningbouwlocatie. Om die reden zal, naast het afperken van de reeds door Dura Vermeer geconstateerde verontreinigingen, nog een extra onderzoeksinspanning worden geleverd. Hierdoor ontstaat een locatie dekkend beeld van de bodemkwaliteit. De aanvullende onderzoeksinspanningen zijn onderstaand beschreven en waarom dit aan de orde is. In het concept ontwikkelingsplan van Noldijk 113 zijn diverse watergangen gepland (zie figuur 2.4). Daarom dient ook de kwaliteit en opbouw van de diepere ondergrond tot 2,5 m –mv. vastgelegd te worden nabij de geplande watergangen. De exacte locatie kan nog wijzigen.
Blad 11 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Figuur 2.4: Concept ontwikkelingsplan Noldijk 113 (zie ook tekening 414523-S4)
De actuele terreinindeling en terreinhoogte zijn nog niet volledig bekend (geen complete inmeting beschikbaar). In het kader van de voorgenomen ontwikkelingen, maakt een terrein inmeting onderdeel uit van dit bodemonderzoek (zie tekening 414523-S2 en -S5). De beschikbare onderzoeksresulaten zijn uitvoerig bestudeert. Met het oog op de toekomstige terreinontwikkeling, is de volgende onderzoeksopzet opgesteld om de milieuhygiënische bodemkwaliteit zo volledig mogelijk in beeld te brengen (zie tabel 2.5). Voor de niet onderzochte terreindelen is in eerste instantie een verkennende onderzoeksstrategie aangehouden. Voor het afperkend onderzoek (nader onderzoek) is de NTA 5755 gehanteerd. Uitgangspunt hierbij is dat zware metalen en asbest immobiele stoffen zijn en zich op deze locatie voornamelijk in de bovengrond en bodemvreemde bijmengingen bevinden. Voor het nader asbestonderzoek is de strategie voor het vaststellen van de omvang gehanteerd zoals beschreven in hoofdstuk 3. Bij de onderzoeksopzet is rekening gehouden met de eisen zoals opgenomen in de vergunning van Waterschap Hollandse Delta (zie hoofdstuk 3).
Blad 12 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Tabel 2.5: Onderzoeksopzet (1e fase) Deellocatie
Onderzoeksopzet
Werkzaamheden
A
- Afperken zinkverontreiniging
- 4 boringen tot 2,5 m –mv.
B
Door DuraVermeer onderzocht
Nvt
C
Door DuraVermeer onderzocht
Nvt
D
Door DuraVermeer onderzocht
Nvt
E
Door DuraVermeer onderzocht
Nvt
F
Door DuraVermeer onderzocht
Nvt
G
Door DuraVermeer onderzocht
Nvt
H
- Verkennend asbestonderzoek - Verkennend bodemonderzoek (VED-HE-NL) - Indicatief BBK uitloging
- Lichten stelconplaten met mobiele kraan - Graven 14 proefgaten tot 0,5 m –mv. - Doorboren 7 gaten tot 2,5 m –mv. - 2 peilbuizen
J
- Verkennend asbestonderzoek - Verkennend bodemonderzoek (VED-HE-NL) - Indicatief BBK uitloging
- Graven 6 proefgaten tot 0,5 m –mv. - Doorboren 1 gat tot 2,0 m –mv. - Doorboren 2 gaten tot 2,5 m –mv. - 1 peilbuis
K
- Verkennend asbestonderzoek - Verkennend bodemonderzoek (ONV-NL) - Indicatief BBK uitloging
- Graven 6 proefgaten tot 0,5 m –mv. - Doorboren 4 gaten tot 1,0 m –mv. - Doorboren 2 gaten tot 2,5 m –mv. - 1 peilbuis
L
- Verkennend asbestonderzoek - Verkennend bodemonderzoek (ONV-NL) - Indicatief BBK uitloging
- Graven 8 proefgaten tot 0,5 m –mv. - Doorboren 8 gaten tot 1,0 m –mv.
M
- Verkennend bodemonderzoek (ONV-NL)
- 4 boring tot 1,0 m –mv.
N
- Verkennend waterbodemonderzoek
- 10 steken tot circa 1,0 m – waterbodem
O
- Nader asbestonderzoek (waterkant, 1 RE) afperking asbestverontreiniging - Verkennend asbestonderzoek (weiland)
- Graven van 5 sleuven tot 1,0 m –mv (1 RE) - Graven 16 proefgaten tot 0,5 m –mv. - Doorboren 4 gaten tot 2,5 m –mv.
- Nader bodemonderzoek afperking zware metalenverontreiniging
- 20 boring tot 1,0 m –mv. - Doorboren van 6 boring tot 2,5 m –mv.
- Verkennend bodemonderzoek (ONV-NL)
- 2 inpandige betonboringen stal - 1 boring tot 1,0 m –mv. - 1 boring tot 2,5 m –mv.
P
Blad 13 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Deellocatie
Onderzoeksopzet
Werkzaamheden
Q
- Verkennend bodemonderzoek (ONV-NL) - Asfaltonderzoek (CROW 210) - Indicatief BBK uitloging - Indicatief asbest - Asbestinventarisatie schuur (is separaat gerapporteerd)
- 2 asfaltboringen - Graven 2 proefgaten tot 0,5 m –mv. - Doorboren 2 gaten tot 1,0 m –mv. - 6 boring tot 1,0 m –mv.
R
- Verkennend waterbodemonderzoek
- 10 steken tot circa 1,0 m – waterbodem
Deellocaties: A B C D E F G H J K L M N
Bedrijfsterrein Werkplaats Voormalige wasplaats met olieafscheider en bovengrondse olietank Voormalige ondergrondse benzinetank met afleverpomp Voormalige ondergrondse dieseltank Opslagruimte voor vast en vloeibaar chemisch afval Opslag van slurrybakken Voormalige ondergrondse HBO-tank Buitenterrein (stelcon/klinkers) Parkeerterrein met halfverharding Grasland Toerit bedrijfsterrein Kantoor Waterbodem Waal
Manege terrein O Weiland manege P Manege Q Toerit manege R Sloot
De beschreven deellocaties zijn gevisualiseerd in tekening 414523-S2 en –S2A. Figuur 2.5: Ligging deellocaties
Blad 14 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
3
Verrichte werkzaamheden
3.1
Veldwerkzaamheden Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is een KLIC-melding uitgevoerd. De informatie over de ondergrondse kabels en leidingen die uit de KLIC-melding naar voren is gekomen, is gevisualiseerd op tekening 414523-S3. Onder andere Waterschap Hollandse Delta heeft zich als belanghebbende gemeld. Bijna de helft van het onderzoeksterrein valt binnen de zonering waterkering/boezemwaterkering (zie figuur 3.1). De werkzaamheden in deze zone zijn tot 1 april en na 1 oktober vergunningsplichtig. In de periode 1 april tot en met 30 september zijn werkzaamheden meldingsplichtig. Figuur 3.1: Luchtfoto van waterschap Hollandse Delta met regionale waterkering (bruin/groen, d.d. 13 maart 2017)
Het veldwerk is in de maanden maart, april en mei 2017 uitgevoerd. Voorafgaand aan de boorwerkzaamheden is het terrein met GPS ingemeten (zie tekening 414523-S5). Tevens is voor de boorwerkzaamheden binnen de zonering een vergunning aangevraagd en verleend door het waterschap. De vergunning is verleend voor het handmatig boren en graven binnen de zonering tot 1,0 m –mv. Hiervoor is zo nodig de geplande boordiepte aangepast. Na 1 april is in het kader van afperking van enkele verontreinigingen toestemming verleend tot het plaatsen van 2 peilbuizen en het lokaal doorboren tot 2,5 m –mv. Het veldwerk is gefaseerd uitgevoerd. In de eerste fase is het veldwerk uitgevoerd zoals beschreven in tabel 2.5 in paragraaf 2.8. Daarbij zijn de boordieptes binnen de zonering van het waterschap aangepast naar 1,0 m –mv. De 2 peilbuizen (M: Kantoor en Q: Toerit manege) zijn in mei geplaatst na toestemming van het waterschap. In de tweede fase van het onderzoek, uitgevoerd in mei 2017, is op een aantal locaties afperkend onderzoek uitgevoerd. De onderzoeksopzet en werkzaamheden zijn weergegeven in tabel 3.1.
Blad 15 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Tabel 3.1: Afperkend onderzoek (2e fase) Deellocatie
Onderzoeksopzet (strategie)
Werkzaamheden
H
Klinkerverharding: - Nader onderzoek kwaliteit grond/funderingslaag - Indicatief BBK funderingslaag uitloging
- Graven 6 asbestgaten tot 0,5 m –mv. - Doorboren 6 gaten tot 1,0 m –mv.
K/J
- Afperken puinpad
- Uitzetten 3 raaien - 3x 5 boringen tot 1,0 m –mv. per raai - Circa 100 steken ter afperking bodemvreemde bijmenging
L
- Nader asbestonderzoek - Machinaal graven niet mogelijk ivm ligging kabels en leidingen en aanwezigheid dijklichaam - Indicatief BBK funderingslaag uitloging
- Handmatig graven 12 mini proefsleuven tot 1,0 m –mv. (afmetingen 0,3 x 0,6 x 1,0 m) - Graven 1 asbestgat tot 0,5 m –mv. - Doorboren 6 gaten tot 1,0 m –mv.
M
- Grondwateronderzoek (verkennend)
- 1 peilbuis (boring 546 afgewerkt met peilbuis)
N
- Afperken minerale olie verontreiniging
- 3 steken tot circa 1,0 m – waterbodem - 1 boring tot 2,5 m –mv.
O/P
- Afperken puinpad
- Uitzetten 2 raaien - 2x 5 boringen tot 1,0 m –mv. per raai - 2 boring tot 1,0 m –mv.
- Afperken asbestverontreiniging
- Handmatig graven 4 mini proefsleuven tot 1,0 m –mv. (afmetingen 0,3 x 0,6 x 1,0 m) - Graven 2 asbestgaten tot 0,5 m –mv. - Doorboren 2 asbestgaten tot 1,0 m –mv.
- Afperken zware metalenverontreiniging
- 6 boringen tot 1,0 m –mv. - 2 peilbuizen
- Afperken zware metalen verontreiniging
- 2 boring tot 1,0 m –mv. - 1 peilbuis
Q
Toekomstige watergang: - Verkennend bodemonderzoek
- 4 boringen tot 2,5 m –mv.
Deellocaties H J K L M N
Bedrijfsterrein Buitenterrein (stelcon/klinkers) Parkeerterrein met halfverharding Grasland Toerit bedrijfsterrein Kantoor Waterbodem Waal
Manege terrein O Weiland manege P Manege Q Toerit manege
De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018). In bijlage 12 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder leiding van de heer P. van Spronsen, ondersteund door de heren J.N.W. Glasbergen en G.J.T. Boer. In tekening 414523-S6 zijn de boorlocaties weergegeven. Om een indruk te krijgen van de verdeling van de boorlocaties, is deze tekening verkleind opgenomen in figuur 3.2.
Blad 16 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Figuur 3.2: Overzicht boorlocaties (zie ook tekening 414523-S6)
Asbestonderzoek Voor het nader asbestonderzoek is een maatwerk onderzoeksopzet opgesteld, gebaseerd op en conform de richtlijnen uit de NEN 5707 (grond) en NEN 5897 (puin). Onderdeel van deze richtlijn is onder andere het uitvoeren van een maaiveldinspectie. Door de aanwezigheid van asbest in de Noldijk (dijklichaam) en de aanwezigheid van kabels en leidingen, was inzet van een mobiele kraan daar niet mogelijk (elders op het terrein wel). Daarom is een maatwerk onderzoekopzet opgesteld. Hierdoor is een goed en volledig beeld van de asbestverontreiniging verkregen. Deze maatwerkoplossing is conform de BRL2018 en toegepast bij het afperkend onderzoek 2e fase bij de toerit (L). Dezelfde opzet is toegepast bij het afperkend onderzoek in het weiland (O). •
Toerit bedrijfsterrein (L): o 1e fase: verkennend: handmatig graven van 8 asbestgaten o 2e fase: gebaseerd op 2 RE’s: handmatig graven van 12 minisleuven en 1 asbestgat.
•
Weiland (O): o 1e fase NO: gebaseerd op 1 RE: graven van 5 proefsleuven met mobiele kraan o 2e fase NO: afperken middels handmatig graven van 3 mini asbestsleuven en 2 asbestgaten
Het opgegraven materiaal is uitgespreid, geharkt/gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Van de verdachte bodemlagen zijn representatieve monsters samengesteld van de gezeefde fractie (<20mm). Na inspectie en monsterneming zijn de gaten gedicht met het uitgegraven materiaal.
Blad 17 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Afwijkingen op BRL SIKB 2000 Op de volgende punten is afgeweken van de BRL SIKB 2000 c.q. de VKB-protocollen 2001, 2002 en 2018: - Afwijking 1 bij asbestanalyse: bij enkele monsters is op het analysecertificaat de opmerking geplaatst dat te weinig monstermateriaal is aangeleverd. In enkele situaties is niet meer asbestverdacht monstermateriaal in het proefgat of proefsleuf aanwezig geweest. Voor het bepalen van de hoeveelheid asbest is dit geen kritische afwijking. - Afwijking 2 bij asbestanalyse: In een aantal gevallen is na droging in het laboratorium van het veldvochtige monstermateriaal minder dan 10 kg grond of 25 kg puin overgebleven. Vooral bij venige en sterk kleihoudende bodem is dit door het hoge vochtgehalte het geval. Voor het bepalen van de hoeveelheid asbest is dit geen kritische afwijking.
3.2
Laboratoriumonderzoek Een overzicht van de monsters die voor laboratorium onderzoek zijn ingezet, is weergegeven in bijlage 2. Hierin staat opgenomen van welke boringen monsters zijn ingezet, het geanalyseerde traject en waarop het betreffende monster is geanalyseerd. Op een aantal analysecertificaten is door het laboratorium van Eurofins Analytico de opmerking geplaatst dat de conserveringstermijn is overschreden. De monsters zijn de dag van monstername direct naar het laboratorium gestuurd. Daar worden deze onder geconditioneerde omstandigheden opgeslagen. Bij gefaseerde inzet van de grondmonster is formeel in een aantal gevallen de conserveringstermijn voor de voorbehandeling van minerale olie en extractie van PCB/PAK overschreden. Deze afwijking wordt als niet-kritieke afwijking beschouwd, vanwege de geconditioneerde opslag van de monsters. Daarnaast zijn in dit nader onderzoek voor grond minerale olie en PCB/PAK niet de maatgevende verontreinigingscomponenten. Zware metalen zijn de maatgevende componenten. Hiervoor is de conserveringstermijn nimmer overschreden.
Blad 18 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
4
Onderzoeksresultaten
4.1
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 1. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodemopbouw wisselend uit klei en veen bestaat. Over het algemeen bestaat de bovengrond voornamelijk uit klei, met lokaal in de ondergrond tot circa 1,5 m –mv. een veenlaag. Onder de veenlaag bevind zich doorgaans weer klei. Uit de boringen die tot 2,5 m –mv. zijn doorgezet, blijkt dat met name op het buitenterrein (H) en het grasland (K) in de diepere ondergrond matig fijn tot matig grof zandpakket aanwezig is. In de overige diepe boringen is een klei ondergrond aanwezig. Voorafgaand aan de boor- en graafwerkzaamheden, is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Alleen op het maaiveld in het weiland van de manege zijn stukjes asbest (analytisch bevestigd) op het maaiveld aangetroffen. De aantroffen stukjes asbest zijn gevisualiseerd op tekening 414523-VA1. In het opgegraven en opgeboorde materiaal zijn op diverse locaties bodemvreemde bijmengingen in de vorm van asbest verdacht materiaal, puin, bakstenen, kolengruis, sintels, glas en metaaldeeltjes aangetroffen. De waarnemingen zijn per boorprofiel weergegeven in bijlage 1. Bijlage 1 wordt afgesloten met een overzichtstabel met alle zintuigelijke waarnemen.
In het grasland ten oosten van het bedrijfsterrein, is een puinpad aangetroffen onder de graszode. Deze is middels steken in de grond uitgekarteerd. De bevindingen zijn op steekniveau in figuur 4.1 weergegeven. Figuur 4.1: Overzicht steken grond voor afperking puinpad (deellocatie K: grasland)
Bodemvreemde bijmenging Groen: geen Geel: zwak Blauw: matig Paars: sterk Rood: volledig
Blad 19 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
4.2
Analyseresultaten
4.2.1
Toetsingskader De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in de volgende bijlagen: • Bijlage 3: grond • Bijlage 4: asbest • Bijlage 5: bouwstoffen (indicatief) • Bijlage 6: grondwater • Bijlage 7: waterbodem Ieder bijlage begint met een samenvattende tabel met de analyseresultaten en de toetsingsresultaten daarvan. Vervolgens zijn de individuele toetsingen in de bijlage opgenomen. Wet bodembescherming (Wbb) De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergronden hiervan zijn opgenomen in bijlage 9 en 12. In de navolgende tekst zullen de volgende termen gebruikt worden: • Licht verhoogd: gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan 0,5 x interventiewaarden. • Matig verhoogd: gehalten groter van 0,5 x interventiewaarden en kleiner dan de interventiewaarde. Wordt ook overschrijding van de ‘tussenwaarde’ genoemd. • Sterk verhoogd: gehalten overschrijden de interventiewaarde. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek die zijn geanalyseerd, zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 3.
In bijlage 13 is een toelichting op het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen. Asbest De resultaten van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4 en zijn getoetst aan het huidige beleid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Dit beleid is beschreven in bijlage 9. Waterbodem De analyseresultaten van het laboratoriumonderzoek zijn getoetst met behulp van BoToVa-gevalideerde software (Bodem Toets- en Validatie). Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende toetsmodule(s): • T1 : kwaliteit grond/bagger bij toepassing op landbodem; • T3 : kwaliteit bagger en ontvangende bodem bij toepassing in oppervlaktewater; • T5 : verspreiding van baggerspecie op aangrenzend perceel; • T6 : verspreiding van baggerspecie in zoet oppervlaktewater; • T7 : verspreiding van baggerspecie in zout oppervlaktewater.
Blad 20 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
De toetsingsresultaten van de verschillende monsters zijn in bijlage 7 samengevat. Hierbij is per monster het volgende weergegeven: de klasse-indeling volgens het Besluit bodemkwaliteit voor wat betreft het verspreiden en toepassen in oppervlaktewater en het verspreiden op het aangrenzende perceel. Tevens zijn maatgevende componenten aangegeven.
4.2.2
Grond In bijlage 3 zijn de toetsingen van de grondmonsters opgenomen. Deze bijlage start met een tabel met daarin een overzicht per deellocatie, beginnend bij het oostelijk deel van het bedrijfsterrein. Vervolgens zijn alle geanalyseerde monsters in deze tabel opgenomen met overschrijding van de toetsingswaarde en conclusie. Barium Het gemeten gehalte aan barium is, conform het gestelde in de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, getoetst aan de voormalige interventiewaarde. Dit in verband met het voor deze parameter aanwezig zijn van een aanwijsbare antropogene bron (bedrijfsactiviteiten dan wel een bijmenging met puin, kooltjes, glas, e.d.). Uit de toetsing blijkt dat het gemeten gehalte aan barium deze voormalige interventiewaarde op enkele plaatsen overschrijdt, daar waar bodemvreemde bijmenging is aangetoond. Elders op het terrein zijn ook verhoogde gehaltes aan barium aangetoond (geen voormalige interventiewaarde overschrijding), daar waar geen bodemvreemde bijmengen zijn aangetoond. Barium lijkt op deze onderzoekslocatie een van nature verhoogde achtergrondconcentratie te hebben. DuraVermeer concludeert dit ook in haar rapportage van 17 november 2014 (kenmerk 02A14805-00019). In hoofdstuk 5 worden de onderzoeksresultaten besproken.
4.2.3
Asbest In bijlage 4 zijn de toetsingen van de asbest materiaal, grond- en puinmonsters opgenomen. Deze bijlage start met een tabel met daarin een overzicht per deellocatie, beginnend bij het oostelijk deel van het bedrijfsterrein. Achtereenvolgens zijn de volgende tabellen opgenomen: • Analyseresultaten asbest in materiaal • Analyseresultaten asbest in grond en puin • Toetsing asbest in grond en puin (monsters waarin asbest is aangetoond) Na deze overzichtstabellen zijn originele berekeningen van de gewogen asbestconcentraties in grond en puin opgenomen. Voor de asbestgaten en proefsleuven waarin plaatmateriaal is aangetroffen, is het totale gehalte aan asbest berekend. Uitgangspunten voor de berekening zijn: • Het gemiddelde soortelijke gewicht voor grond is gesteld op 1.700 kg per m3. • Het gemiddelde soortelijk gewicht voor puin is gesteld op 1.900 kg per m³. • Voor de asbestgehalten in het plaatmateriaal is uitgegaan van het gemiddelde (bijvoorbeeld bij 10-15% chrysotiel is uitgegaan van 12,5%).
Blad 21 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
In bijlage 4 zijn de berekende gehalten weergegeven. In de tabellen is onderscheid gemaakt in de totaalgehalten aan asbest in de fractie <20 mm (gezeefde fractie), de totaalgehalten aan asbest (gezeefde fractie + aangetroffen plaatmateriaal) en de gewogen gehalten aan asbest (gewogen betekent de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest). Uit het veldwerk en analyseresultaten blijkt dat het asbest sterk heterogeen verdeeld is. Daarom heeft afperking van de verontreiniging op gat en sleufniveau plaatsgevonden. In hoofdstuk 5 worden de onderzoeksresultaten besproken.
4.2.4
Bouwstoffen (niet vormgegeven) en asfalt In bijlage 5 zijn de indicatieve toetsingen van de niet vormgegeven bouwstoffen opgenomen. ‘Indicatief’ omdat het bouwstoffenonderzoek als nevendoelstelling heeft een indicatief beeld van de vrijkomende niet vormgegeven bouwstoffen te krijgen. De onderzoeksopzet is niet conform het Besluit bodemkwaliteit, maar heeft wel een goed indicatief karakter. Grond met meer dan 50% bodemvreemd materiaal wordt niet als bodem beschouwd, maar als niet vormgegeven bouwstof. Bijlage 5 start met een tabel met daarin een overzicht per deellocatie, beginnend bij het oostelijk deel van het bedrijfsterrein. Vervolgens zijn alle geanalyseerde monsters in deze tabel opgenomen en indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. In de laatste kolom van de tabel staat de classificatie. Alle onderzochte niet vormgegeven bouwstoffen hebben op basis van de indicatieve toetsing de classificatie ‘toepasbaar’ gekregen. Dit betekent dat hergebruik van de bouwstoffen mogelijk is. Het asfalt uit de toerit van de manege blijkt teerhoudend te zijn. Dit asfalt is daarom niet geschikt voor warm hergebruik. In hoofdstuk 5 worden de onderzoeksresultaten besproken.
4.2.5
Grondwater In bijlage 6 zijn de toetsingen van de grondwatermonsters opgenomen. Deze bijlage start met een tabel met daarin een overzicht per deellocatie, beginnend bij het oostelijk deel van het bedrijfsterrein. Vervolgens zijn alle geanalyseerde monsters in deze tabel opgenomen met overschrijding van de toetsingswaarde en conclusie. De zuurgraad (pH), het elektrische-geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het bemonsterde grondwater uit de peilbuizen 546, 630 en 712 is een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. Dergelijke stoffen zijn in dit onderzoek niet onderzocht. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.
Blad 22 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Barium is in licht tot op één locatie (pb 531, locatie H) sterk verhoogde concentraties in het grondwater aangetoond. De verhoogde gehaltes zijn niet direct te relateren aan een antropogene bron. Vanuit gegaan wordt dat, net zoals DuraVermeer in haar rapportage van 17 november 2014 (kenmerk 02A14805-00019) concludeert, sprake is van natuurlijke verhoogde concentraties. Zowel DuraVermeer als Antea Group beschouwen deze concentraties als natuurlijk verhoogd. In hoofdstuk 5 worden de onderzoeksresultaten besproken.
4.2.6
Waterbodem In bijlage 7 zijn de toetsingen van de waterbodemmonsters opgenomen. Deze bijlage start met een tabel met daarin een overzicht per deellocatie. In dit geval zijn twee deellocaties onderscheiden, namelijk de perceelsloot (R) tussen het bedrijfsterrein en de manege én de Waal (N). Vervolgens zijn alle geanalyseerde monsters in deze tabel opgenomen met overschrijding van de toetsingswaarde en beoordeling conform Besluit bodemkwaliteit. In hoofdstuk 5 worden de onderzoeksresultaten besproken.
Blad 23 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
5
Bespreking van de onderzoeksresultaten In voorgaande onderzoeken van DuraVermeer zijn diverse bodemverontreinigingen aangetoond. Deze zijn indien noodzakelijk afgeperkt (zie ook hoofdstuk 2). In dit hoofdstuk wordt een totaal overzicht gegeven van de aangetoonde bodemverontreinigingen.
5.1
Verontreinigingssituatie bedrijfsterrein Uit de onderzoeksresultaten komt naar voren dat op het bedrijfsterrein een aantal bodemverontreinigingen aanwezig is. De verontreinigingen bevinden zich voornamelijk in de bovenste meter van de bodem. In tabel 5.1 is een overzicht gegeven van de verontreinigingssituatie op het bedrijfsterrein. Op basis van de onderzoeksresultaten is ingeschat hoeveel m³ verontreiniging aanwezig is in gehaltes boven de AW (betreft de licht paars gearceerde rijen). Deze zijn te relateren aan bodemvreemde bijmenging of minerale olie. Is sprake van een ernstig geval, dan is de rij donker paars gearceerd. Tabel 5.1: Overzicht verontreinigingsituatie bedrijfsterrein
Deellocatie
Bodem
A
Grond Grond
Type verontreiniging
Diepte
Omvang
Volume > AW*
(m -mv.)
m²
m³
Zink > T
0,1-0,5
60
24
Kleine spot (afgeperkt in alle windrichtingen)
Cadmium, Kwik PAK, EOX, MO, Zink > AW
0,1-1,0
1.620
1.460 (totaal)
Hele werkplaats (onderzocht door DuraVermeer)
0,1-0,5
800 (circa 50% met puinfundering)
320
Onderzocht door DuraVermeer
waarvan puinfundering:
B
C
D
Grondwater
Cadmium, Xylenen > S
-
-
-
Grond
Zink, PAK > AW
0,1-1,5
-
-
Grondwater
Cadmium > S
-
-
-
Grond
Geen
-
-
-
Grondwater
Geen
-
-
-
Grond Grondwater
MO > S en > I MO > I, naftaleen > S
0,5-3,0 0,5-3,0
70 180
175
(25 m³, geen ernstig geval)
Opmerking
Onderzocht door DuraVermeer
Onderzocht door DuraVermeer
Onderzocht door DuraVermeer
450 (100 m³ <I, geen ernstig geval)
E
F
Grond
Zink > T Cadmium, MO > AW
-
-
-
Grondwater
MO > S
-
-
-
Grond
Zink, cadmium, kwik, PAK, minerale olie > AW
-
-
-
Grondwater
Chroom, cadmium, tolueen en trichlooretheen > S
-
-
-
Blad 24 van 35
Onderzocht door DuraVermeer
Onderzocht door DuraVermeer
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Deellocatie
Bodem
G
Grond
Diepte
Omvang
Volume > AW*
(m -mv.)
m²
m³
MO > AW
-
-
-
Grondwater
MO > S
-
-
-
H bij rontgen bunkers
Grond
MO > AW en > I
0,0-0,75 (gem)
150 (70 > I)
113
Grondwater
MO, Naftaleen, Xylenen > S
0,07-1,0
100
100 (< I)
H Stelcon
Puin
Asbest < I Indicatief BBK: toepasbaar
0,1-0,7
4.150
2.500
Weinig asbest aangetoond
Grond
Nikkel, koper, lood, kwik, zink, cadmium, PAK, PCB, MO > AW
-
-
-
Laag onder puinfundering
Grondwater
Barium > T en > I
-
-
-
Waarschijnlijk natuurlijke oorspong. Bevestigd door DuraVermeer.
Puin
Asbest < I Indicatief BBK: toepasbaar
0,3-0,6 (gem)
2.690
800
Weinig asbest aangetoond
Grond: Cunet
Zink, cadmium, kwik, lood, PCB, MO > AW
0,1-0,3
-
-
Cunetlaag op puinlaag
Grond: Spot Boring 530
Nikkel, koper > I Zink > T Cadmium, lood, molybdeen, kobalt, PAK, MO > AW
0,1-0,6
40
20
Lokale verontreinigingsspot
Ondergrond
Kwik, lood, PAK, MO > AW
-
-
-
Onder puinlaag
Grond
MO > AW
-
-
-
Onderzocht door DuraVermeer
Grondwater
Chroom, cadmium, xylenen, trichlooretheen, arseen > S
-
-
-
Split verharding
Indicatief BBK: toepasbaar
0,0-0,20
1.000
200
Grond
Cadmium, lood, kobalt, nikkel > AW
-
-
-
Grondwater
Barium > S
-
-
-
Pad (puin, sintels, slakken, glas, metaaldeeltjes)
> 50 % bodemvreemd mat. Indicatief BBK: toepasbaar
H Klinkers
J
J
K
Type verontreiniging
Onderzocht door Vermeer
Onderzocht door DuraVermeer
Deel buiten voormalig pad (zie K, loopt door in J) Gros van het pad heeft grondbijmenging, waardoor het bodemvreemd materiaal op < 50% uit komt.
Loopt over in < 50% bodemvreemd mat. < 50 % bodemvreemd mat. Koper > I Nikkel, lood > T Kobalt, cadmium, koper, zink, molybdeen, PAK
Opmerking
0,0-0,5
800
400
Grond (buiten pad)
Lood, PCB, nikkel > AW
-
-
-
Grondwater
Barium > S
-
-
-
Blad 25 van 35
<- totaal volume pad.
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Deellocatie
Bodem
Type verontreiniging
L
Klinker- en tegelverharding (puin, beton, sintels, slakken, kolengruis, metaaldeeltjes, asbest)
Voornamelijk grond met heterogeen matig tot veel bodemvreemde bijmenging
Puin
Indicatief BBK: toepasbaar
Grond (talud)
Grond met heterogeen lichte tot matige bodemvreemde bijmenging
(puin, sintels, aardewerk, houtskool)
Diepte
Omvang
Volume > AW*
(m -mv.)
m²
m³
0,1-1,0
2.600
2.340
Asbest > I Koper, zink >I Nikkel, lood > T Zink, kwik, kobalt, cadmium, molybdeen, PAK > AW
Asbest > S Lood > T Kobalt, nikkel, cadmium, koper, zink, kwik, PAK > AW
Gros van het funderingsmateriaal heeft grondbijmenging, waardoor het bodemvreemd materiaal op < 50% uit komt. Aandachtspunt: Diverse kabels en leidingen aanwezig (onderdeel plaatselijke nutsvoorziening). Asbest maakt geen onderdeel uit van deze BBK toetsing.
0,0-1,0 Loopt door vanuit klinkeren tegel-verharding
Zie bovenstaand (is totaal oppervlak)
Zie bovenstaand (is totaal volume)
M
Grond Grondwater
< AW2000 Barium > T
-
-
-
N
Waterbodem (contactlaag opp. water)
Zink, minerale olie Verspreidbaar, klasse A
-
-
-
Waterbodem (ondergrond)
< toetsingswaarde Verspreidbaar, altijd toepasbaar
Waterbodem rondom S16
Olie film op water Niet verspreidbaar, klasse B
0,25-1,0 (gemiddeld)
100
75
* Begrenzing verontreinigde deellocatie Deellocaties A B C D E F G H J K L M N
Opmerking
Bedrijfsterrein Werkplaats Voormalige wasplaats met olieafscheider en bovengrondse olietank Voormalige ondergrondse benzinetank met afleverpomp Voormalige ondergrondse dieseltank Opslagruimte voor vast en vloeibaar chemisch afval Opslag van slurrybakken Voormalige ondergrondse HBO-tank Buitenterrein (stelcon/klinkers) Parkeerterrein met halfverharding Grasland Toerit bedrijfsterrein Kantoor Waterbodem Waal
Blad 26 van 35
Aandachtspunt: Diverse kabels en leidingen aanwezig (onderdeel plaatselijke nutsvoorziening).
Oliefilm ontstaat op water bij contact met waterbodem
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Onderzoeksresultaten Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat op de locatie sprake is van bodemverontreiniging. Ter plaatse van de paars gearceerde deellocaties is de mate/omvang van de verontreiniging zodanig dat mogelijk sanerende maatregelen of voorzieningen nodig zijn bij de voorgenomen herbestemming voor woningbouw. Dit zal mede afhankelijke zijn van de definitieve situering van de woonpercelen, watergangen, openbaar groen, wegen, e.d. In een saneringsplan zal dit verder worden uitgewerkt. Onderstaand is in tabel 5.2 per deellocatie aangegeven of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De Wet Bodembescherming spreekt van een geval van ernstige bodemverontreiniging als meer dan 25 m³ grond of 100 m³ grondwater verontreinigd is met één of meerdere gehalten tot boven de interventiewaarde. Volledige sanering van een ernstig geval van bodemverontreiniging (historisch, ontstaan voor 1987) is in principe alleen verplicht wanneer er sprake is van humane-, ecologische of verspreidingsrisico’s. Er zijn geen aanwijzingen dat de verontreinigingen (volledig) na 1987 zijn ontstaan en daarom onder de zorgplicht zouden vallen, waardoor er per definitie sprake zou zijn van saneringsverplichting (in geval van zorgplicht zijn de omvang en/of de aanwezigheid van risico’s niet relevant). Tabel 5.2: Gevallen van ernstige bodemverontreiniging bedrijfsterrein Deellocatie
Beschrijving deellocatie
Geval
A:
Werkplaats
Geen ernstig geval
D:
Voormalige ondergrondse dieselolietank
Geen ernstig geval
H:
Buitenterrein bij voormalige rontgenbunkers
Ernstig geval
H:
Spot onder klinkerverharding
Geen ernstig geval
K:
Pad en grondstrook langs waterkant met bodemvreemde bijmenging (geen asbest aangetoond)
Ernstig geval
L:
Toerit met bodemvreemde bijmenging (ook asbest aangetoond)
Ernstig geval
N:
Waterbodem Waal (geen saneringsnoodzaak)
Geen geval
De olieverontreiniging, aangetoond in de waterbodem van de Waal, hoeft niet gesaneerd te worden. Het is het overwegen waard om deze verontreiniging wel te saneren, zodat bij contact met de waterbodem geen oliefilm op het wateroppervlak verschijnt. Dit is dan meer een ‘cosmetische’ sanering. Aangetoonde bodemverontreinigingen zijn gevisualiseerd op de tekeningen 414523-VG1 en 414523-VG2. In figuur 5.1 zijn de verontreinigde locaties uit tekening 414523-VG1 weergegeven.
Blad 27 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Figuur 5.1: Overzicht verontreinigingsituatie bedrijfsterrein (zie ook tekeningen 414523-VG1 en –VG2)
Blad 28 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
5.2
Verontreinigingssituatie manegeterrein Uit de onderzoeksresultaten komt naar voren dat op het manegeterrein ook een aantal bodemverontreinigingen aanwezig is. De verontreinigingen bevinden zich net zoals op het bedrijfsterrein voornamelijk in de bovenste meter van de bodem. In tabel 5.3 is een overzicht gegeven van de verontreinigingssituatie op het manegeterrein. Op basis van de onderzoeksresultaten is ingeschat hoeveel m³ verontreiniging aanwezig is in gehaltes boven de AW (betreft de licht paars gearceerde rijen). Deze zijn te relateren aan bodemvreemde bijmenging. Is sprake van een ernstig geval, dan is de rij donker paars gearceerd. Tabel 5.3: Overzicht verontreinigingssituatie manegeterrein
Deellocatie
Bodem
O
Pad (puin, sintels, slakken)
< 50 % bodemvreemd mat.
Grondstrook langs waterkant (puin, sintels, slakken)
Grond met heterogeen matig tot veel bodemvreemde bijmenging
Waarvan verontreinigd met asbest (lokaal sterk verontreinigd)
Veel kleine asbestplaatjes op maaiveld aanwezig, toplaag verontreinigd met asbest.
Grond (buiten pad en strook langs waterkant)
P: stal
Type verontreiniging
Diepte
Omvang
Volume > AW*
(m -mv.)
m²
m³
0,0-0,4
600
240
Gros van het pad heeft grondbijmenging, waardoor het bodemvreemd materiaal op < 50% uit komt.
0,0-1,0
1.400
1.400
Inclusief onderzoeksresultaten DuraVermeer
0,0-0,5
200
100
Inclusief onderzoeksresultaten DuraVermeer
MO, koper, kwik, lood, kobalt, nikkel, molybdeen > AW
-
-
-
Grondwater
Barium, xylenen, naftaleen, MO > S
-
-
-
Grond
Kobalt, nikkel, zink, lood > AW
-
-
-
Nikkel > I Koper > T Kobalt, zink, kwik, molybdeen, lood, PAK > AW
Opmerking
Nikkel, koper, lood, zink, cadmium > I Kobalt, PAK > T MO, molybdeen, kwik, PCB > AW
Lokaal asbest > I
Blad 29 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Deellocatie
Q
Bodem/ materiaal
Type verontreiniging
Diepte
Omvang
Volume > AW*
(m -mv.)
m²
m³
Asfalt
PAK- / teerhoudend
0,0 – 0,06
45
3
Repac onder asfaltlaag
Asbest: niet aangetoond
-
-
-
Grind
Indicatief BBK = toepasbaar
0,0-0,10
55
6
Grond
Zuid- en westzijde schuur: Zink, lood, PAK > I PCB, MO, kobalt, nikkel, koper, cadmium, kwik > AW
0,0-1,0
20
20
Overig terreindeel:
-
-
-
Opmerking
Niet geschikt voor warm hergebruik
Bodemkwaliteit onder de schuur is niet vastgelegd (geen toestemming verleend door gebruiker)
koper, zink, cadmium, kwik, lood, kobalt, nikkel, molybdeen, PAK > AW
R
Grondwater
Barium > S
-
-
-
Waterbodem (contactlaag opp. water)
Nikkel, zink, minerale olie Verspreidbaar, klasse A
-
-
-
-
-
-
Asbest niet aangetoond Waterbodem (ondergrond)
Minerale olie Verspreidbaar, klasse A
* Begrenzing verontreinigde deellocatie Deellocaties O P Q R
Manege terrein Weiland manege Manege Toerit manege Sloot
Naast de toerit naar de manege, staat een schuur. Deze schuur is geïnspecteerd door Astra Advies op de aanwezigheid van asbest (rapport ‘Asbestinventarisatie Noldijk 119 te Barendrecht, projectnr. 17040-R1, 4 april 2017’). Uit de onderzoeksresultaten komt naar voren dat bij de paars gearceerde deellocaties mogelijk sanerende maatregelen of voorzieningen nodig zijn bij de voorgenomen herbestemming voor woningbouw. In een saneringsplan zal dit verder worden uitgewerkt.
Blad 30 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
Onderstaand is in tabel 5.4 per deellocatie aangegeven of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Er zijn geen aanwijzingen dat de verontreinigingen (deels) na 1987 zijn ontstaand en daarom onder de zorgplicht zouden vallen, waardoor sprake zou zijn van saneringsverplichting. Tabel 5.4: Gevallen van ernstige bodemverontreiniging manege Deellocatie
Beschrijving deellocatie
Geval
O:
Weiland manege: pad bodemvreemde bijmenging (geen asbest aangetoond)
Ernstig geval
O:
Weiland manege: grondstrook langs waterkant met bodemvreemde bijmenging (asbest aangetoond)
Ernstig geval
Q:
Toerit manege: verontreinigingsspot naast schuur
Geen ernstig geval
Aangetoonde bodemverontreinigingen zijn gevisualiseerd op de tekeningen 414523-VG1 en 414523-VG2. In figuur 5.1 zijn de verontreinigde locaties uit tekening 414523-VG1 weergegeven. Figuur 5.2: Overzicht verontreinigingsituatie manegeterrein (zie ook tekeningen 414523-VG1 en –VG2)
Blad 31 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
In tabel 5.5 is van deellocatie Q (toerit manage) aangegeven welke overige verontreinigingen zijn aangetoond, die geen onderdeel uitmaken van de bodem. Tabel 5.5: Overige verontreinigingen, niet zijnde bodem Deellocatie
Beschrijving deellocatie
Geval
Q:
Toerit manege: teerhoudend asfalt verwerkt in toerit (geen bodem)
Geen bodem, dus n.v.t.
Q:
Toerit manege: asbesthoudend materiaal verwerkt in schuur (geen bodem)
Geen bodem, dus n.v.t.
Het verwijderen van het teerhoudende asfalt en/of de asbesthoudende materialen (verwerkt in de schuur) is vanuit bodemhygiëne niet noodzakelijk. In het kader van de herontwikkeling zal dit wel een aandachtspunt zijn.
Blad 32 van 35
Nader bodemonderzoek Noldijk 113 te Barendrecht projectnummer 414523 oktober 2017, revisie 02
6
Samenvatting en conclusies In opdracht van ENGIE Services Nederland N.V. is door Antea Group in de periode maart-juni 2017 gefaseerd een nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Noldijk 113 te Barendrecht. Het voornemen bestaat om het terrein van ENGIE Services Nederland N.V. te herontwikkelen. Hiertoe is ENGIE Services Nederland N.V. een samenwerking aangegaan met A.B. van Pelt Projektontwikkeling B.V. uit Dordrecht. Het gebruik zal na herontwikkeling wijzigen van bedrijfsterrein naar woonlocatie. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Noldijk 113 te Barendrecht tussen de Noldijk en de Waal. Het onderzochte terrein beslaat een voormalig bedrijfsterrein en een nog in gebruik zijnde manage met weiland. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de meest recente NEN en BRL SIKB-protocollen. Het verkennende grond en grondwateronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740. Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest is uitgevoerd conform de NEN 5707 (grond) en NEN 5897 (puin). Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5720. Voor het nadere onderzoeksdeel naar de omvang en mate van de zware metalen en asbest verontreiniging is een onderzoekstrategie gehanteerd met de volgende documenten als richtlijn: • NTA 5755 Landbodem - Nader onderzoek; • NEN5707 Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond.
Bedrijfsterrein Uit de onderzoeksresultaten blijkt bij een aantal deellocaties mogelijk sanerende maatregelen of voorzieningen nodig zijn bij de voorgenomen herbestemming voor woningbouw. Dit zal mede afhankelijke zijn van de definitieve situering van de woonpercelen, watergangen, openbaar groen, wegen, e.d. In een saneringsplan zal dit verder worden uitgewerkt. Onderstaand is per deellocatie aangegeven of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De Wet Bodembescherming spreekt van een geval van ernstige bodemverontreiniging als meer dan 25 m³ grond of 100 m³ grondwater verontreinigd is met één of meerdere gehalten tot boven de interventiewaarde. Volledige sanering van een ernstig geval van bodemverontreiniging (historisch, ontstaan voor 1987) is in principe alleen verplicht wanneer er sprake is van humane-, ecologische of verspreidingsrisico’s. Er zijn geen aanwijzingen dat de verontreinigingen (volledig) na 1987 zijn ontstaan en daarom onder de zorgplicht zouden vallen, waardoor er per definitie sprake zou zijn van saneringsverplichting (in geval van zorgplicht zijn de omvang en/of de aanwezigheid van risico’s niet relevant). Deellocatie