Onderzoek - Quick scan flora en fauna
Tekst van het document
Quickscan Ecologie Barendrecht, Middeldijk 28
Datum Auteur Opdrachtgever Rapport code Wijze van citeren
05-10-2020 T.D. Breur, Msc Phoenix Capital B.V. QS20048v01 Breur, T.D. 2020. Quickscan, Barendrecht, Middeldijk 28. Rapportcode: QS20048v01. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht
Breur Ecologie & Onderzoek Schipbeekstraat 74 3313AR Dordrecht
Disclaimer Op alle tekst, foto’s en afbeeldingen in dit rapport berust – tenzij anders vermeld – het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport. Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek 2020.
1
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
Inhoudsopgave Samenvatting.............................................................................................................................................. 3 1 Aanleiding................................................................................................................................................ 4 2 Doel............................................................................................................................................................. 4 3 Werkwijze................................................................................................................................................. 4 4 Wettelijk kader beschermde soorten.............................................................................................. 5
4.1 Beschermde soorten...............................................................................................................................................5 4.2 Beschermde gebieden............................................................................................................................................6 4.3 Beschermde houtopstanden................................................................................................................................6 4.4 Zorgplicht....................................................................................................................................................................6
5 Plangebied & ontwikkeling................................................................................................................ 7
5.1 Huidige situatie.........................................................................................................................................................7 5.2 Geplande ontwikkeling..........................................................................................................................................8 5.3 Toekomstige situatie...............................................................................................................................................8 5.4 Planning.......................................................................................................................................................................8
6 Beschermde gebieden.......................................................................................................................... 9
6.1 Wet natuurbescherming........................................................................................................................................9 6.2 Verordening ruimte.................................................................................................................................................9
7 Beschermde soorten.......................................................................................................................... 10
7.1 Planten.......................................................................................................................................................................10 7.2 Vogels.........................................................................................................................................................................10 7.3 Grondgebonden zoogdieren..............................................................................................................................12 7.4 Vleermuizen............................................................................................................................................................12 7.5 Overige soorten......................................................................................................................................................13
8 Conclusie & aanbevelingen.............................................................................................................. 14
8.1 Conclusies.................................................................................................................................................................14 8.2 Aanbevelingen........................................................................................................................................................14
Bronvermelding...................................................................................................................................... 15
2
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
Samenvatting Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van Phoenix Capital B.V. een quickscan ecologie uitgevoerd aan de Middeldijk 28 te Barendrecht. Hier zullen sloop-, renovatie- en nieuwbouwwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld verkregen van het (potentiële) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in het plangebied. Dit onderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid: •
De ontwikkeling leidt niet tot negatief effect op beschermde natuurgebieden.
•
De geplande ontwikkeling heeft mogelijk negatief effect op nest- of verblijfplaatsen van: ◦ Huismus ◦ ◦
Gierzwaluw Vleermuizen
Aanvullend onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. •
Het plangebied is geschikt als nesthabitat van algemene broedende vogels, waarvan de nesten alleen zijn beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de werkzaamheden wordt hierom aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen.
•
Afgezien van de wettelijk beschermde soorten geldt voor alle soorten flora en fauna te allen tijde de zorgplicht. Dit betekent dat de initiatiefnemer verplicht is om zorgvuldig te werken en dat onnodige schade aan planten of dieren altijd dient te worden voorkomen.
Als vrijblijvende aanbeveling voor dit project word meegegeven: •
De herinrichting van het terrein biedt ook kansen voor biodiversiteit. Zo kan er gekozen worden om in de nieuwe bebouwing inbouwvoorzieningen voor vogels of vleermuizen aan te brengen. Wanneer dit gecombineerd wordt met een inheemse streekeigen erfbeplanting kan dit zowel positief bijdragen aan het landelijke karakter als de klimaatbestendigheid van het terrein.
3
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
1 Aanleiding Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van Phoenix Capital B.V. een quickscan ecologie uitgevoerd. De locatie voor deze quickscan betreft de Middeldijk 28 te Barendrecht. Op dit terrein zullen sloop-, renovatie- en nieuwbouwwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Een quickscan ecologie was noodzakelijk om te beoordelen of deze geplande ontwikkeling (mogelijk) effect heeft op beschermde soorten en gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming.
2 Doel Het doel van dit ecologisch onderzoek is om antwoord te geven op de volgende vragen: •
Is het plangebied gelegen in/nabij beschermde natuurgebieden?
•
Zijn beschermde soorten flora en fauna (potentieel) aanwezig in het plangebied?
•
Leidt de geplande ontwikkeling tot een overtreding van de Wet natuurbescherming?
•
Dienen er vervolgstappen genomen te worden in het kader van de Wet natuurbescherming?
3 Werkwijze Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld gekregen van het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in en om het plangebied. •
Bureaustudie Door middel van een literatuur- en internetstudie is onderzocht welke beschermde soorten (potentieel) voor kunnen komen in en om het plangebied. Hierbij zijn onder andere verspreidingsatlassen en openbaar beschikbare waarnemingen bestudeerd.
•
Oriënterend veldbezoek Een verkennend veldbezoek is uitgevoerd door T.D. Breur op 14-08-2020. Het gehele plangebied is onderzocht, belangrijke elementen zijn gefotografeerd en indien nodig geïnspecteerd met behulp van verrekijker, zaklamp, inspectiespiegel en endoscoop camera.
4
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
4 Wettelijk kader beschermde soorten 4.1 Beschermde soorten De bescherming van flora en fauna is in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze soortbescherming onderscheidt drie categorieën: •
Vogelrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Vogelrichtlijn (1979). Dit heeft betrekking op alle in Europa natuurlijk voorkomende vogelsoorten. Nesten zijn te allen tijde beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Van enkele specifieke vogelsoorten is in Nederland de nest- of verblijfplaats jaarrond beschermd, ook wanneer hier niet gebroed wordt.
•
Habitatrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Habitatrichtlijn (1992). Onder deze categorie vallen specifieke soorten uit verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) waarvoor op Europees niveau instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld.
•
Nationaal beschermde soorten In de wet worden dit ook wel “andere soorten” genoemd. Dit betreft specifieke soorten verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) die op nationaal niveau beschermd zijn. Let wel: Als bevoegd gezag mogen provincies soorten uit deze derde categorie vrijstellen van een ontheffingsplicht. De bescherming van deze soorten verschilt hierdoor tussen provincies.
Per beschermingscategorie gelden verschillende verbodsbepalingen, deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Uitgangspunt voor de soortbescherming is het “nee, tenzij” principe: handelingen met negatief effect op soorten in verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingscategorie.
5
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
4.2 Beschermde gebieden De bescherming van natuurgebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de provinciale Omgevingsverordening. •
Wet natuurbescherming De gebiedsbescherming in deze wet heeft uitsluitend betrekking op Natura 2000gebieden. Deze gebieden hebben instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld op Europees niveau. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
•
Omgevingsverordening In de provinciale Omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Dit is een nationaal netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het ruimtelijke beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Aanvullend op dit nationale netwerk kan de provincie ook andere gebieden een planologische bescherming toekennen, dit gebeurt bijvoorbeeld bij belangrijke provinciale landschappen of belangrijke weidevogelgebieden.
4.3 Beschermde houtopstanden De kap van houtopstanden (bos, lanen, houtwallen, hagen, struwelen etc.) is onderhevig aan de regelgeving van de Wet natuurbescherming indien: •
de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt.
•
de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m 2), of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.
In het onderzoeksgebied is geen sprake van houtopstanden die voldoen aan bovenstaande criteria. De bescherming van houtopstanden komt in deze rapportage dan ook niet verder aan de orde.
4.4 Zorgplicht Overkoepelend geldt voor alle in het wild levende planten en dieren de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat onnodige schade aan dieren en planten te allen tijde dient te worden voorkomen. Bij werkzaamheden met negatief effect op planten en dieren dienen maatregelen genomen te worden (binnen wat redelijkerwijs van de initiatiefnemer verwacht mag worden) om dit negatieve effect zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen.
6
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
5 Plangebied & ontwikkeling 5.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen in het zuidoosten van Barendrecht, provincie Zuid-Holland. Het betreft een boerenerf met enkele grote aaneengeschakelde loodsen en een oude boerenschuur welke verbonden is met een woonhuis. De muren zijn voornamelijk opgebouwd uit baksteen en de daken zijn voorzien van dakpannen of golfplaten. De oude boerenschuur heeft een grote zolderruimte welke bestaat uit een houtconstructie met een houten gevelbekleding. Het terrein wordt begrensd door een watergang, aan de noord- en oostzijde bevindt zich een dichte haag met een rijbeplanting van platanen.
Afbeelding 1: De begrenzing en regionale ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Afbeelding 2: De lange loods aan de oostzijde van het plangebied.
7
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
Afbeelding 3: Het woonhuis met de boerenschuur.
5.2 Geplande ontwikkeling Een deel van de bestaande loodsen en opstallen zal worden gesloopt t.b.v. nieuwbouw. De voormalige boerderij (woning + schuur) zal behouden blijven wordt verbouwd tot woonappartementen (zie Afb. x).
5.3 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal de boerenschuur + woning omgevormd zijn tot woonappartementen. Ter plaatse van de gesloopte opstallen zal nieuwbouw zgerealiseerd zijn met eveneens een woonfunctie.
5.4 Planning Een exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend.
Afbeelding 4: De rood gearceerde bebouwing zal worden gesloopt, de blauw gearceerde bebouwing zal worden omgevormd tot woonappartementen.
8
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
6 Beschermde gebieden 6.1 Wet natuurbescherming Het Natura-2000 gebied wat het dichtst bij het plangebied is gelegen is de oeverzone van de Oude Maas (op ca. 2 km ten zuiden van het plangebied). Het plangebied maakt geen onderdeel uit van dit gebied en er is geen sprake van fysieke aantasting. Negatief effect ten gevolge van trilling, geluid of lichtvervuiling is uitgesloten vanwege de kleinschaligheid van de ontwikkeling. De Natura-2000 gebieden in de regio bevatten geen stikstofgevoelige habitattypen (Boezems Kinderdijk, Oudeland van Strijen en Oude Maas). Negatief effect op deze gebieden ten gevolge van stikstofdepositie is hierom niet aan de orde. Stikstofgevoelige habitattypen zijn gelegen op grotere afstand in Natura-2000 gebieden de Biesbosch en Krammer-Volkerak. Een proefberekening in AERIUS Calculator laat zien dat de geplande ontwikkeling niet leidt tot een dusdanige stikstofdepositie dat dit effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. De geplande ontwikkeling is dusdanig kleinschalig dat drempelwaardes t.a.v. stikstofdepositie in deze gebieden niet worden overschreden. Ten aanzien van Natura-2000 is de ontwikkeling niet vergunningsplichtig.
6.2 Verordening ruimte Het plangebied is niet gelegen in onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), noch in belangrijk weidevogelgebied. Het meest nabijgelegen onderdeel van het natuurnetwerk is de Oude Maas afstand (op ca. 2 km ten zuiden van het plangebied). Gezien de aard en de kleinschaligheid van de ontwikkeling is er geen significant negatief effect op de wezenlijke waarden en kenmerken, de oppervlakte of de samenhang van deze groengebieden. Er is geen sprake van een conflict met de provinciale Omgevingsverordening.
Afbeelding 5: Beschermde natuur in de omgeving van het plangebied. Verticale arcering: Natura-2000, kleur arcering: NNN.
9
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
7 Beschermde soorten 7.1 Planten Het plangebied is grotendeels bestraat en gelegen in de bebouwde kom. Er is geen sprake van ecologisch beheerd terrein. Beschermde soorten vaatplanten in de omgeving van het plangebied zijn vooral gebonden aan schrale graslanden of andere zeer specifieke natuurlijke habitats. Tijdens het veldbezoek zijn enkel vrij algemene soorten aangetroffen zoals brandnetel, tuinwolfsmelk, paardenbloem, madeliefje, gestreepte witbol en grote weegbree. Specifieke aandacht is uitgegaan naar beschermde muurflora op de bebouwing, maar deze zijn niet aangetroffen. Aanwezigheid van beschermde flora wordt uitgesloten.
7.2 Vogels Het plangebied beidt potentie voor nestplaatsen en leefgebied van de huismus, deze soort heeft een jaarrond beschermde rust- of verblijfplaats. Nesten kunnen zich bevinden onder de golfplaten dakbedekking en onder de dakpannen. De groene haag langs de noord- en oostzijde van het plangebied kan dienen als functioneel leefgebied. Aanvullend onderzoek naar de huismus is daarom noodzakelijk. In de oude schuur bevinden zich tevens enkele openingen die geschikt kunnen zijn voor de gierzwaluw, dit is eveneens een soort met een jaarrond beschermde rust- of verblijfplaats. Aanvullend gierzwaluw onderzoek is hierom eveneens noodzakelijk. Aanwezigheid van nestplaatsen uilen of roofvogels is uitgesloten in het plangebied. Grote horsten in bomen zijn niet aanwezig en er zijn geen sporen aangetroffen (braakballen, veren, uitwerpselen, prooiresten etc.) die duiden op aanwezigheid van deze vogels. De zolderruimte van de oude boerenschuur is op zichzelf geschikt als verblijfplaats voor de kerkuil, maar in de hedendaagse ligging is het plangebied omringd door bebouwing en is er geen geschikt leefgebied voor kerkuilen in de directe omgeving (en er is sprake van veel lichtvervuiling). In de boerenschuur zijn dan ook geen sporen aangetroffen van de kerkuil.
Naast potentie voor de huismus en gierzwaluw bestaat er in het plangebied ook potentie voor algemene vogels, waarvan de nestplaatsen niet-jaarrond beschermd zijn. Te denken valt aan boom- en struweelbroeders (zoals de houtduif en merel) en gebouwbroeders (zoals de spreeuw en boerenzwaluw). Van de boerenzwaluw zijn 4 oude nesten aangetroffen in de dakspanten van de zuidoostelijke loods. Nesten van deze soort zijn enkel jaarrond beschermd wanneer zwaarwegende ecologische omstandigheden dit rechtvaardigen (wanneer er bijvoorbeeld sprake is van het laatste bolwerk van deze soort in de wijde regio). In dit geval is er geen sprake van dergelijke omstandigheden. De nesten van algemene vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de werkzaamheden wordt hierom aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen. Dit broedseizoen loopt grofweg van maart t/m juli. Let wel: dit is geen vaste periode, afhankelijk van weersomstandigheden kunnen vroege of late broedgevallen zich voordoen. Bij twijfel over de aan- of afwezigheid van nesten dient een deskundige ingeschakeld te worden.
10
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
Afbeelding 6: De dichte haag langs de noord- en oostzijde van het plangebied kan functioneren als functioneel leefgebied voor de huismus.
Afbeelding 7: Kieren en gaten in het geveloppervlak bieden potentie voor nestplaatsen van de gierzwaluw.
Afbeelding 8: De zolderruimte van de oude boerenschuur is doorzocht op sporen van de kerkuil, deze zijn niet aangetroffen.
11
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
7.3 Grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het plangebied komen een aantal beschermde soorten zoogdieren voor welke met name gebonden zijn aan waterrijke natuurlijke habitats (zoals de bever en noordse woelmuis). In het plangebied is geen geschikt habitat aanwezig voor deze soorten. Speciale aandacht is uitgegaan naar de steenmarter, deze beschermde soort breidt zich gestaag uit in West-Nederland en kan voorkomen op boerenerven. Deze soort laat echter duidelijke sporen achter rondom verblijfplaatsen (prooiresten, latrines), dergelijke plekken zijn in het plangebied niet aangetroffen. Daarnaast is de omgeving van het plangebied (bebouwde kom, veel wegen) niet optimaal geschikt als leefomgeving van de steenmarter. Aanwezigheid van de steenmarter wordt hierom eveneens uitgesloten. Wel is het plangebied geschikt voor algemene soorten zoogdieren waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt. Dit betreft soorten zoals de egel en algemene muizensoorten. Voor deze soorten is geen ontheffing of aanvullend onderzoek noodzakelijk. Wel geldt ten aanzien van deze dieren de zorgplicht, zie Hfst. 8.2.
7.4 Vleermuizen Er bevinden zich diverse kieren in het geveloppervlak van de bebouwing waar vleermuizen (gewone- en ruige dwergvleermuis, laatvlieger) van gebruik zouden kunnen maken. In enkele muurdelen is een luchtspouw aanwezig wat potentie biedt voor verblijfplaatsen van grotere aantallen vleermuizen (zoals kraamkolonies). De grotere gebouwen in het plangebied zijn onverwarmde en slecht geïsoleerde schuren en loodsen, hierom bestaat er geen potentie voor massawinterverblijfplaatsen. Er bestaat wel potentie voor overwinteringsplaatsen van kleinere aantallen vleermuizen in een kelderruimte in het noordwesten van het plangebied. Onder een lage overkapping is er via een ventilatiekanaal toegang tot een ondergrondse kelderruimte. Naast dwergvleermuizen kunnen deze ruimtes geschikt zijn als overwinteringsplaats van lage aantallen grootoorvleermuizen en myoten (zoals baardvleermuizen of watervleermuizen). Aanvullend vleermuisonderzoek is hierom noodzakelijk.
Afbeelding 9: Kleine kieren onder de dakrand kunnen al voldoende ruimte bieden voor dwergvleermuizen.
12
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
Afbeelding 10: Onder deze overkapping bevindt zich een doorgang (via ventilatiekanaal) naar een vochtige kelderruimte, een potentiële overwinteringsplaats voor vleermuizen.
7.5 Overige soorten In het plangebied bestaat geen potentie voor andere beschermde diersoorten (amfibieën, reptielen, libellen, weekdieren). Habitat voor deze soorten is afwezig (zoals natuurvriendelijke poelen, natuurlijk veenweide gebied, schrale graslanden) en het plangebied is gelegen buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten. Wel bestaat er kans op aanwezigheid van algemene vrijgestelde amfibieën zoals de gewone pad en bruine kikker. Ten aanzien van deze soorten geldt enkel de zorgplicht.
13
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
8 Conclusie & aanbevelingen 8.1 Conclusies •
De geplande ontwikkeling heeft geen negatief effect op beschermde natuurgebieden (zowel op provinciaal als op Europees niveau).
•
De geplande ontwikkeling heeft mogelijk negatief effect op nest- of verblijfplaatsen van: ◦ Huismus ◦ ◦
Gierzwaluw Vleermuizen
Aanvullend onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. •
Het plangebied is geschikt als nesthabitat van algemene gebouw-, boom- en struikbroedende vogels. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de werkzaamheden wordt hierom aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen.
•
Het plangebied is geschikt voor onbeschermde dan wel vrijgestelde soorten (zoals algemene muizensoorten, egel, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen).
8.2 Aanbevelingen •
In het kader van de zorgplicht dient men zorg te dragen voor alle in het wild levende planten en dieren. Onnodige schade dient te allen tijde te worden voorkomen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat wanneer er zich een egel of een pad in het werkveld bevindt dat deze verplaatst wordt, dan wel de gelegenheid dient te krijgen om het werkgebied op eigen kracht te verlaten.
•
De nieuwbouw werkzaamheden en de renovatie van bestaande bebouwing bieden ook kansen voor de natuur: Zo kan de nieuwe bebouwing worden voorzien worden van inbouwelementen voor vleermuizen of vogels (zoals de huismus en de gierzwaluw). Naast de standaard inbouwstenen kan men ook kiezen om het dakvlak met dakpannen toegankelijk te maken voor de huismus. Ten aanzien van de nieuw aan te brengen beplanting wordt aanbevolen om te kiezen voor inheemse soorten. Inheemse planten functioneren bijvoorbeeld als waardplant voor vlinders of als drachtplant voor wilde bijen. Dit heeft indirect ook een positief effect op het aantal en de diversiteit van vogels. Bij erfafscheidingen kan bijvoorbeeld gekozen worden voor traditionele hagen van beuk of liguster met een dichte structuur. Naast dat deze hagen een waarde hebben voor biodiversiteit dragen zij ook bij aan het tegengaan van hittestress, het afvangen van fijnstof en het verhogen van de regenwateropvangcapaciteit (klimaatbestendigheid). Een streekeigen beplanting en aanwezigheid van vogels zoals huismussen kan ook in de toekomstige situatie zorgen dat het plangebied de landelijke uitstraling en karakter behoudt.
14
Quickscan Ecologie – Barendrecht, Middeldijk 28
Bronvermelding Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen.
Kaartmateriaal: http://pdokviewer.pdok.nl
Beschermde gebieden: https://geocontent.rvo.nl/Natura2000/Overzichtskaart/index.html?provincie=1 https://www.zuid-holland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ https://calculator.aerius.nl/calculator/#
Overig: https://bagviewer.kadaster.nl https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/
15