Ondertekende Vierde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Barendrecht 2020.pdf
Tekst van het document
Vierde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Barendrecht 2020 De raad van de gemeente Barendrecht; gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van 29 oktober 2024;
gelet op artikel 149 en 154 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Samenleving van 3 december 2024; besluit:
Artikel 1 De Algemene Plaatselijke Verordening Barendrecht 2020 als volgt te wijzigen: A
In artikel 1:1 wordt '- gebouw’ en de bijbehorende definitie vervangen door '- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;’ B
Artikel 1:8 komt te luiden: Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan
worden geweigerd : a. b. c.
d. e.
in het belang van de openbare orde; in het belang van de openbare veiligheid; in het belang van de volksgezondheid; in het belang van de bescherming van het milieu; indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt.
2. Het bevoegde bestuursorgaan of het bevoegd gezagkan, onverminderd het elders in deze verordening bepaalde, een vergunning of ontheffing weigeren, indien de aanvrager voorschriften, verbonden aan een eerdere vergunning of ontheffing voor een soortgelijke activiteit of beperkingen waaronder zo’n vergunning of ontheffing is verleend, niet heeft nageleefd en het vermoeden gerechtvaardigd is dat indien de gevraagdevergunning of ontheffing wordt verleend, hij ook daaraan verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij zou worden verleend, niet zal naleven. 3. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder
dan 3 weken voor de beoogdedatum van de beoogdeactiviteit is ingedienden daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is
Pagina1 van 11
C
1. Artikel 2:1, tweede lid, komt te luiden: 2. Degene die op een openbare plaats a.
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
b.
c.
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
2. In artikel 2:1 worden de leden 4 en 5 vernummerdtot 5 en 6 en wordt een nieuw vierde lid ingevoegd, luidende:
4. Het is verboden op een openbare plaats, openbaar water of in een voor publiek toegankelijk gebouw of vaartuig een voorwerp of stof bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren waarvan aannemelijk is dat deze is meegebracht of aanwezig is om de openbare orde of veiligheid te verstoren. D
Artikel 2:12 komt te luiden: Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunningvan het bevoegd gezageen uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.
a.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:
c.
ter voorkoming van gevaar of hinder voor het verkeer op de weg; of als de uitweg zonder noodzaakten koste gaat van een openbare parkeerplaats; of als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
d.
als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt
b.
ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
parkeerplaatsof het openbaargroen; of e. f.
als door de uitweg de bruikbaarheid van de weg op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of als door de uitweg het uiterlijk aanzien van de omgeving op onaanvaardbare wijze
wordt aangetast. 3. Het verbod is niet van toepassingop beperkingengebiedactiviteitenmet betrekkingtot een weg of waterstaatswerkwaarvoor regelszijn gesteld bij of krachtensde Omgevingswet,de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
Pagina 2 van 11
E
1. In artikel 2:25, tweede lid, aanhefen onder e, “15 oktober“ te wijzigen in “1 oktober“; 2. Artikel 2:25, derde lid, aanhef en onder e, komt te luiden: e.
het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut ((LAeq, 1 min) veroorzaakt door muziek- of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel, tussen 10:00 en 23:00 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A) en 86 dB(C), hierbij hoeft geen rekening gehouden te worden met de toeslag van 10
dB muziekgeluid. 3. Artikel 2:25, lid 3a, vervalt. F
Artikel 2:28,tweede lid, komt te luiden: 2. Lid 1 (de vergunningsplicht) is niet van toepassing op: a.
b. c. d.
e.
een openbare inrichting die zich bevindt in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; een openbare inrichting die zich bevindt in een zorginstelling; een openbare inrichting die zich bevindt in een museum; een openbare inrichting die zich bevindt in een bedrijfskantine of –restaurant; een openbare inrichting die zich bevindt in een paracommerciële inrichting én die wordt geëxploiteerd door een paracommerciële rechtspersoon.
G
Afdeling 5 komt te luiden: Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de
Alcoholwet. Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder:
- alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; Pagina 3 van 11
dat wat daaronder wordt verstaanin de Alcoholwet. Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële inrichtingen 1. Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard, verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op: a
maandag, dinsdag, woensdag en donderdag na 15.00 uur en tot 24.00 uur;
b.
vrijdag, zaterdag en zondag na 12.00 uur en tot 24.00 uur.
2. Paracommerciële rechtspersonen waarbij het faciliteren van sociale interactie direct
voortvloeit uit de doelstellingen, zoals levensbeschouwelijke en sociaal-culturele instellingen, verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op: a. b.
maandag, dinsdag, woensdag en donderdag na 15.00 uur en tot een half uur voor sluitingstijd; vrijdag, zaterdag en zondag na 12.00 uur en tot een half uur voor sluitingstijd.
3. Overige paracommerciële rechtspersonenverstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met één uur voor aanvang en eindigende met één uur na beëindiging van activiteiten die passenbinnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon. Artikel 2:34c Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden 1. Paracommerciëlerechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.
2. Het is verboden om de mogelijkheidtot het houden (waaronderinbegrepende verhuur van het pand en inventaris) van bijeenkomstenvan persoonlijke aard, waarbij alcoholhoudende drank wordt verstrekt, openlijk aan te prijzen of onder de aandachtte brengen met bijvoorbeeld posters, brochures,publicatiesin kranten of tijdschriften, internet of via social
mediakenbaarte maken Artikel 2:34d Verbod verstrekken van sterke drank door paracommerciële rechtspersonen Het is verboden om sterke drank te verstrekken in een paracommerciële inrichting die: 1.
deel uitmaakt van een gebouw dat of waaraan een onderdeel in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of – instellingen;
2
deel uitmaakt van een gebouw dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van onderwijs;
3.
deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik wordt door personen jonger dan 18 jaar.
Artikel 2:34e Verbod happy hours Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is het
verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% Pagina 4 van 11
van de prijs die in de desbetreffende horecatokaliteit op of het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd. Artikel 2:34f Ontheffing 1. De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2.34c lid 1 gestelde
verbod. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 2. De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen
van de in artikel 2.34b en 2.34cgesteldeverboden en beperkingen. H
Naartikel 2:44 wordt een nieuw artikel 2:44aingevoegd,dat komt te luiden: Artikel 2:44aVervoer geprepareerdevoorwerpen 1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te
vergemakkelijken. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden
aangenomendat het in dat lid bedoeldevoorwerp niet bestemdis voor de in dat lid bedoelde handelingen 1
Artikel 2:48a (Lachgasverbod)vervalt. J
Artikel 2:50a, eerste lid, komt te luiden: 1. Het is verboden op een openbare plaats of in voor het publiek toegankelijke gebouwen
messenof andere voorwerpen die alssteekwapen kunnenworden gebruikt bij zich te hebben indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingendie de openbare orde verstoren, het woon-of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. K
Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (gereserveerd) wordt vervangen door:
Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaatste gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats
te gebruiken, daarin te overnachtenof daartoe gelegenheidte bieden: a.
tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden; Pagina 5 van 11
b.
in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover: 1'. 2'. 3'.
sprake is van overlast of hinder voor de omgeving;
er gevaar is of dreigt voor de orngeving; of het woon- of leefklimaat wordt aangetast.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3. Het verbodgeldt niet: a.
b. c.
d.
voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5:25 of het omgevingsplanis toegestaan; voor woonwagens met een woonbestemming; op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevíngsplan is bestemd of mede bestemd; op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen.
L
Artikel 2:57 komt te luiden: Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond onaangelijnd te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats.
2. Het is de eigenaarof houdervan een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen, ook als de hond is aangelijnd: a.
b.
op een voor het publiek toegankelijke en als zodanig ingerichte speel- en sportplek; op een andere door het college aangewezenplaats;
3. Het losloopverbodin het eerste lid is niet van toepassingop door het college daartoe aangewezen plaatsen.
4. Het verblijfsverbod in het tweede lid is niet van toepassing op geregistreerde geleidehonden of sociale hulphonden die iemand met een beperking begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geïeidehond of sociale hulphond. M
Artikel 2:58 komt te luiden: Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt, is verplicht een doeltreffend
hulpmiddel bij zichte hebbendat geschiktis voor het verwijderenvan de uitwerpselen. Pagina 6 van 11
3. Een doeltreffend hulpmiddel is een plastic zakje, voldoende stevig om de uitwerpselen te
kunnenopnemen. 4. Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt, is verplicht dit doeltreffend hulpmiddel op eerste vordering te laten zien aan de toezichthoudende ambtenaar. 5. De geboden zoals gesteld in het eerste, tweede en vierde lid gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond vanwege zijn handicap niet in staat moet worden geacht om
aan het gebodte voldoen N
Artikel 2:65 komt te luiden: Artikel 65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezengebieden. 0
Artikel 2:71 komt te luiden: Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van
artikel 2.1.1van het Vuurwerkbesluitis aangewezenalsvuurwerk dat ter beschikkingmag worden gesteld voor particulier gebruik. P
Artikel 2:74 komt te luiden: Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
bemiddelen. Q
Na artikel 2:74a wordt een nieuw artikel 2:47b ingevoegd, dat komt te luiden:
Artikel 2:74b Verzamelingen van personen in verband met drugs 1. Het is verboden op of aan wegen, die door de burgemeester zijn aangewezen indien de
openbare orde dat in verband met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als Pagina 7 van 11
bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Optumwet, naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, aan een verzameling van meer dan vier personen deel te nemen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2
en 3 vande Opiumwet. 3. Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als in het eerste lid bedoeld, is
verplicht op een daartoestrekkend bevelvan een ambtenaarvan politie zijn weg te vervolgen of zichin de door deze aangewezenrichting te verwijderen. R
Na artikel 2:74b wordt een nieuw artikel 2:47c ingevoegd, dat komt te luiden: Artikel 2:74c Verblijfsontzeggingen in verband met harddrugs 1. Het is degene die in een door het college aangewezen gebied - aangewezen omdat naar het oordeel van het college in dat gebied sprake is van ernstige overlast, veroorzaakt door de
aanwezigheid van verslaafden en/of handelaren in harddrugs - op de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw: a. b.
c.
harddrugs gebruikt of verhandelt, of daartoe post vat of zich heen en weer beweegt; messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, openlijk voorhanden heeft; of zich gedraagt in strijd met artikel 2.74b
verboden zich te bevinden in het door het college aangewezengebied en in voor het publiek toegankelijke gebouwen die in dat gebied gelegen zijn, nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven.
2. Het verbod van het eerste lid geldt gedurendehet in het bevelvan de burgemeester genoemd tijdvak van ten hoogste achtenveertig uur. 3. Het is degene van wie in een door het collegeaangewezen gebied, als bedoeld in het eerste
lid, na de oplegging van het in het tweede lid bedoelde verbod opnieuw een ordeverstorende gedraging als bedoeld in het eerste lid is geconstateerd, verboden zich te bevinden in het door het college aangewezengebied en in de daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen, nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 4. Het verbod van het derde lid geldt gedurende het in het bevel van de burgemeester genoemd tijdvak van ten hoogste drie maanden.
5. Het bepaaldein het eersteen het derde lid geldt niet indien de belanghebbendein het door het collegeaangewezen gebied zijn woning heeft of zijn werk of beroep uitoefent.
6. Het bepaalde in de voorgaande leden isvan overeenkomstige toepassing op degene die op de weg softdrugs verhandelt.
Pagina 8 van 11
S
Na artikel 2:74c wordt een nieuw artikel 2:47d ingevoegd, dat komt te luiden: Artikel 2:74d Verblijfsverbod dealers 1. De burgemeester kan degene die in een op grond van artikel 2.74c, eerste lid, aangewezen
overlastgebied zich op of aan de weg ophoudt waarbij aannemelijk is dat dit gebeurt om middelen, als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, te verkopen of te koop aan te bieden en die antecedenten heeft op het gebied van het verkopen
of te koop aanbiedenvan drugsof daaropgelijkendewaar, bevelenom zichonmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de duur van drie maanden niet meer te bevinden. 2. De burgemeester kan aan degene, aan wie eerder een bevel als bedoeld in het eerste lid is
gegeven en die binnen een periode van een jaar opnieuw de in dat lid genoemde bepalingen
overtreedt, bevelenom zich onmiddellijk uit dat overlastgebiedte verwijderen en zichdaar gedurende een periode van maximaal zes maanden niet meer te bevinden. 3. Degene die een bevel heeft gekregen als bedoeld in het eerste of tweede lid is verplicht
hieraanonmiddellijkte voldoen. T
Artikel 2:78 komt te luiden: Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van
overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingenverricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 72 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezigte zijn. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare
orde verstorende handelingenverricht, een tijdelijk verbod opleggenom gedurendeten hoogste 30 dagen in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraagtijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.
4. Het is verboden te handelenin strijd met een krachtenshet eersteof tweede lid opgelegd
verbod. Pagina 9 van 11
5. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld
in artikel 509hh, tweede lid, aanhefen onder a, van het Wetboek van Strafvordering,legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld
in het eersteof tweede lid. U
Na artikel 2:78a wordt een nieuw artikel 2:78b ingevoegd, dat komt te luiden: Artikel 2:78b Groepsverbod Het is verboden zich op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door de burgemeester voor een bepaalde duur aangewezengebied, zonder redelijk doel met drie of meer andere personen in groepsverband op te houden. V
In artikel 2:79a worden de leden 2 tot en met 6 vernummerd tot 3 tot en met 7 en wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, dat komt te luiden:
2. Het eerste lid is niet van toepassingop situaties waarin artikel 2:30, eerstelid of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
W Artikel 2:79b, lid 8 komt te luiden:
8. Als de bedrijfsmatigeactiviteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het zevende lid sub a tot en met j. van toepassing is, kan
de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:79a, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. X
Artikel 4:6a, lid 5, komt te luiden: 5. Een mosquito wordt aangebrachtvoor een periode van ten hoogste 12 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste 12 maanden verlengen. Y
In artikel 5:6 vervallen het tweede en vierde lid en wordt het derde lid vernummerd tot tweede lid. Z
Artikel 5:12 komt te luiden:
Pagina 10 van 11
Artikel 5:12 Overlastvan fiets of bromfiets 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de
openbare gezondheid aangewezenplaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en/of in een verwaarloosde toestand verkeren, op een openbare plaats te laten staan. 3. Het is verboden fietsen of bromfietsen langer dan zeven achtereenvolgende dagen zonder wezenlijke tijdsonderbreking te laten staan op een openbare plaats.
4. Het is verboden fietsen of bromfiets te plaatsen buiten fietsenrekkenof overige fietsparkeervoorzieningen indien daardoor de verkeersveiligheid en/of de verkeersvrijheid
wordt gehinderd of anderszinshinder of schadeontstaat. Artikel
11
De Drank- en Horecaverordening gemeente Barendrecht, vastgesteld 17 december 2013, wordt ingetrokken. Artikel III Dit besluit treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekend gemaakt.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergaderingvan 17 december 2024, de voorzitter
de griffier,
'ouwel
#o
drs
:hneider
Pagina 11 van 11