CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ondertekend raadsbesluit Verordening Rioolheffing 2022.pdf

gemeenteraad 21 december 2021, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Vaststelling belastingverordeningen en -tarieven 20221.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening Onderwerp

Gemeenteraad

Verordening Rioolheffing 2022

21 december 2021

BBVnr: 2388482

Commissie Planning & Control 29 november 2021

De raad van de gemeente Barendrecht; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 9 november 2021;

gezien het advies van de commissie Planningen Controlvan 29 november2021; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit

:

vast te stellen de

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING2022

Artikel 1

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; b, onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede verstaan een open water; c, onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste individuele afvalwaterbehandeling(IBA) begrepen d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater; e. onder verbruiksperiode wordt verstaan de periode waarop de afrekening van het waterleidingbedrijf betrekking heeft.

f.

niet-woning: een niet-woning in de zin van artikel 220a, tweede lid, Gemeentewet,een recreatieterrein in de zin van art. 16, onder e, van de Wet WOZ, een perceel dat wordt gebruikt door een instelling in de zin van artikel 1, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen en een garagebox, voor zover deze niet op de voet van artikel 16, aanhef en onderdeel d, van de Wet WOZ, een samenstel vormt met een woning

Artikel 2

Aard van de belasting

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

g è 6

Pagina 1 van 6

a b,

de inzameling en het transport van huishoudelijkafvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken

Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1 De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel, verder te noemen gebruikersdeel 2. Voor het gebruikersdeel, wordt: a, gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

Artikel 4

Voorwerp van belasting

1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt:

a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren e. het binnen de gemeente gelegen gedeelte van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel;

Artikel 5

Vrijstelling

De belasting is niet verschuldigd ter zake van percelen met een WOZ-waarde die minder is dan € 25.000, die in zelfstandig gebruik zijn als berging of garagebox

Artikel 6

Maatstaf van heffing

1. Het gebruikersdeel van woningen wordt geheven naar het aantal gebruikers 2. Het aantal gebruikers wordt bepaald op 1 januari van het belastingjaar. 3. Het gebruikersdeel van niet-woningen wordt geheven op basis van een combinatie van twee grondslagen, te weten naar de waarde in het economische verkeer van het perceel en naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd 4. Als het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 8 bedoelde kalenderjaar geldt.

Pagina 2 van 6

5

Als voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering

onroerendezaken is vastgesteld,wordt de heffingsmaatstafvan dat perceelbepaaldmet overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. 6.

Het aantal kubieke meters afvalwater in de zin van het derde lid, wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande

verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. In geval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaandvoor een volle maand gerekend.

7

Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pornpinstallatie moet die pompinstallatie zijn vooIzien van een

8.

a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheidopgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling De op de voet van het zesde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd

Artikel 7 Belastingtarieven De heffing als bedoeld in artikel 3 wordt geheven naar het tarief, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 8

Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar

Artikel 9

Wijzevan heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven

Artikel 10 1

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Het gebruikersdeel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2.

3.

kalendermaanden overblijven Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar

4

verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,-Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtigebinnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt. Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.

5

8 è 6

Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle

Pagina 3 van 6

6. Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 11

Termijnenvan betaling

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de InvordeHngswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien getijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 1

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeerartikel De 'Verordening Rioolheffing2021’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking 3 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022, 4 Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening Rioolheffing 2022’ 1

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 21 december 2021

De voorzitter, #/---

De griffier,

/’ /

/

./ p

1

4

mw. mr. G.E. Figge

-6

drs. 6. Veld,hub%gn

>c \b-

Pagina4 van 6

Tarieventabel Rioolheffing

2022

behorende bij de VERORDENING RIOOLHEFFING 2022

Het gebruikersdeel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Verordening rioolheffing 2022 bedraagt per belastingjaar:

voor elk eigendom of gedeelte van een eigendom uitsluitend in

1.

gebruik of bestemdals woning: 1.1

1.2

1.3

2.

indien de woning op 1 januari van het betastingjaar wordt gebruikt door één persoon

€ 63,60

indien de woning op 1 januari van het belastingjaar wordt gebruikt door twee personen

€ 122,16

indien de woning op 1 januari van het belastingjaar wordt gebruikt door meer dan twee personen

€ 187,68

voor elk eigendom of gedeelte van een perceel niet uitsluitend in gebruik of bestemd als woning:

v Dit bedrag wordt vermeerderd met een bedrag voor een hoeveelheid afgevoerd afvalwater nihil

v

8

è 6

11

van 21 m:3tot en met 500 m3

€ 84,00

111

van 501 m’ t/m 1.000 m’

€ 460,00

IV

van 1.001 m3t/m 1.500 m3

€ 923,00

V

van 1.501 m:’t/m 2.000 m’

€ 1.669,00

VI

van 2.001 m3 t/m 3.000 m3

€ 2.464,00

VII

van 3.001 m3t/m 4.000 m’

€ 4.640,00

VIII

van 4.001 m3t/m 8.000 m3

€ 6.241,00

IX

van 8.001 m:’t/m 15.000m3

€ 9.237,00

X

meer dan 15.000m:‘

€ 13.573,00

Pagina5 van 6

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 21 december 2021

De griffier,

De voorzitter,

7

mw. mr. G.E. Figge

G.M,G

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10968875/1