Ondertekend raadsbesluit Verordening reinigings- en afvalstoffenheffing 2023 met tarieventabel 2023.pdf
Tekst van het document
Verordening BBVn r: 607107
Onderwerp Verordening reinigings- en afvalstoffenheffing 2023
Commissie Algemene Zaken en Financiën 28 november 2022
De raadvan de gemeente Barendrecht; gelet op artikel 229, eerste lid. aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 8 november 2022; gelet op het advies van de commissie Planning en Control van 28 november 2022; besluit
:
vast te stellen de volgende VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN 2023
Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Inleidendebepaling Krachtens deze verordening worden geheven: a. een afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten
Artikel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld
Pagina l van 7 g
è 6
Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaarfeit 1. 2.
Onder de naam 'afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De afvaïstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel
wordt naar afzonderlijkegrondslagengeheventer zake van het gebruikvan een perceelten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerpvan de belasting is een perceel. 2. Als perceelwordt aangemerkt a b. c.
de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken de roerende zaak, welke duurzaam een aan plaats gebonden is. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt
d
e.
een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak. van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 5 Belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder 'gebruik maken’ verstaan gebruik maken in de
zin van artikel 15.33Wet milieubeheer.
Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1.1 en
hoofdstuk 1.2 van de bij deze verordening behorendetarieventabel.
Artikel 7 Belastingtijdvak Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2van de tarèeventabelwordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderd bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreikingvan de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Pagina 2 van 7
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1
De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabelis verschuldigdbij het begin van het belastingjaarof, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
jaar verschuldigde belastingals er in dat jaar, na de aanvangvan de belastingplicht,nog volle kalendermaanden overblijven. 3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten
van de voor dat jaar verschuldigdebelasting als er in datjaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan
€9 4.
Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtigebinnende gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
5. 6.
Belastingbedragenvan minder dan € 9,-- worden niet geheven. Voor de toepassing van de bepalingenin het derde en het vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.
7.
De belasting bedoeld in hoofdstuk 1,2 is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening .
Artikel 10 Termijnen van betalen 1
2.
3
4.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet, In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen twee weken na dagtekening van de kennisgeving De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk III Reinigingsrechten Artikel 11 Belastbaarfeit Onder de naam “reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebez}tt ingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.
Artikel 12 Voorwerp van de belasting 1.
Voorwerp van de belasting is een perceel.
2.
Als perceelwordt aangemerkt:
Pagina 3 van 7 8 6
a.
de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken
b.
de roerende zaak, welke duurzaam een aan plaats gebonden is een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel
c. d.
e.
Artikel 13 Belastingplicht
De rechtenworden gehevenvan degeneop wiens aanvraag dan wel ten behoevevan wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel 14 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1
De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
2 3.
Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. De tarieven, genoemd in dit hoofdstuk van de tarieventabel zijn exclusief BTW.
Artikel 15 Belastingtijdvak Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het betastingjaar gelijk aan het kalenderjaar
Artikel 16 Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag.
Artikel 17 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1
2
3.
De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht Indien de belastingplicht voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel in de loop van het belastlngjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven Indien de belastingplicht voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel in de loop van het betastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan
€9 4.
Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
Pagina 4 van 7
5. Ter zake van de belastingals bedoeld in hoofdstuk2 van de tarieventabelworden belastingbedragenvan minder dan € 9,-- niet geheven. 6. Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en het vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag
Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel 1
De “Verordening reinigingsheffingen 2022“ zoals gewijzigd en vastgesteld bij raadsbesluit van 5
juli 2022 wordt ingetrokkenmet ingangvan de in het derde lid genoemdedatumvan ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. 3.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking
4.
Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening reinigingsheffingen2023”.
De datum van ingangvan de heffing is 1 januari 2023
Aldus besloten in de openbare vc rgadering van de gemeenteraad van Barendrecht, gehouden op 20 december 2022.
,/-‘
De griffier,
C.M. Krouwel
[) e \/
}. Veldhulá (rPP)
Pagina 5 van 7 8
è d
Tarieventabel Reinigingsheffingen 2023behorende bij de VERORDENING REINIGINGSHEFFINGEN
2023
Hoofdstuk 1 l Maatstaven enia 1.1.1
kse tarieven afvalstoffenheffin
De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een éénpersoonshuishouden De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een tweepersoonshuishouden De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een huishouden met meer dan twee Dersonen Het aantal personen dat gebruik maakt van het perceel wordt bepaald naar de situatie per 1 januari van het belastingjaar dan wel op het moment van het ontstaan van de belastingplicht
€ 216,48 € 338,16 € 395,76
Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.2
1.2.1
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting Voor het op aanvraag inzamelen van grof huishoudelijk afval (met uitzondering van chemisch afval en asbest), per aanvraag (max. 3 m’ per keel Voor het op aanvraag inzamelen van grof tuinafval buiten de geplande inzamelrondes. Der aan' 'max. 3 m3 per keer' Indien kwijtschelding van gemeentelijke belasting is verleend, wordt restitutie voor het inzamelen van grof huishoudelijk afval of grof tuinafval keer € 20 verleend voor maximaal € 40
€ 20,00 € 20,00
Eenmalig kwijtschelding wordt verleend voor het inzamelen van grof huishoudeliik afval na overïiiden Voor het op aanvraag omwisselen van een minicontainer
Voor het op aanvraag verstrekken van een vervangende minicontainer als gevojg van beschadjgjng of verlies door eiaen schuld
€ 75,00 € 75.00
Voor het verstrekken van een nieuwe of extra afval
no
Voor het op aanvraag van inwoner kostbaarheden uit de ondergrondse container halen
€ 75,00
Hoofdstuk 2
Maatstaven en iaarliikse tarieven reiniainasrechten
2-1
Het recht als bedoeld in artikel 12 voor het al dan niet periodiek aanbieden van restafval en grondstoffen in de daarvoor bestemde voorzieningen en gebruik van het afvalaanbiedstationvoor bedrijfsafval dat naar aard en om rg overeenkomt met huishoudelijkafval, bedraagt pl iaar
Exclusief BTW
€ 395,76
Pagina 6 van 7
Inwerkingtreding en citeertitel De “Tarieventabel reinigingsheffingen 2022" zoals gewijzigd en vastgesteld bij raadsbesluit van 5 juli 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze tarieventabel treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 1
3. De datum van ingangvan de heffing is 1 januari 2023. 4.
Deze verordening wordt aangehaald als “Tarieventabel reinigingsheffingen 2023”.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Barendrecht van 20 december 2022 De voorzi1
/.
>/e
brs. 4. Velgiúázl
(
Pagina 7 van 7 8
b 6