Ondertekend raadsbesluit Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2022.pdf
Tekst van het document
Artikel 35. Medezeggenschapbij aanbieders van maatschappelijkeondersteuning Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, tweede lid, onder f , van de Wet, waarin is bepaald dat in ieder geval moet worden bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliênten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn, vereist is. In dit artikel gaat het dus om medezeggenschap van cliënten tegenover de aanbieder. Voorheen moest de aanbieder voldoen aan de in de Wet klachtrecht ctiënten en de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) gestelde regels. Onder de Wmcz werd inspraak tegenover de aanbieder reeds verwezenlijkt via de cliëntenraad. Onder de Wmo 2015 is het stellen van regels geheel aan gemeenten overgelaten.
In het eerste lid is dit uitgewerktdoor te bepalen dat aanbiederseen regeling voor medezeggenschap dienen vast te stellen. De aanbieder is ten aanzien van de in de verordening genoemde voorzieningen verplicht een medezeggenschapsregeling op te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder b, van de Wet). In het tweede lid is een aantal instrumenten voor het college aangegeven om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd.
Artikel 36. Betrekken van ingezetenen bij beleid Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, derde lid, van de Wet.
Met het vierde lid wordt het aan het college overgelatenom de exacte invulling van de
medezeggenschap vormte geven.
41
HOOFDSTUK 10. OVERGANGSRECHT EN SLOTBEPALINGEN Artikel 37 Evaluatie De wet vereist evaluatie. Het beleid wordt vierjaarlijks geëvalueerd.
Artikel 38. Indexering Met dit artikel wordt de aan het college overgelaten bevoegdheid om bedragen vast te stellen geclausuleerd.
Artikel 39. Hardheidsclausule In bijzondere gevallen kan het college ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening (niet van de in de wet zelf genoemde bepalingen). Zo nodig wordt hierbij advies ingewonnen. Afwijken kan alleen maar ten gunste, en nooit ten nadele van de betrokken cliënt. Verder is met nadruk gemeld: in bijzondere gevallen. Het gebruik maken van de hardheidsclausule betreft een uitzondering en geen regel. Het college moet in verband met precedentwerking dan ook duidelijk aangeven waarom in een bepaalde situatie van de verordening wordt afgeweken.
Artikel 40. Overgangsrecht In het eerste lid is duidelijk gemaakt dat bestaande rechten doorlopen, totdat een nieuwe beoordeling heeft plaatsgevonden. In het tweede lid is als hoofdregel neergelegd dat aanvragen die nog bij het college in behandeling zijn, op grond van deze verordening beoordeeld zullen worden. De zelfde regeling is voor de bezwaarfase opgenomen in lid 4. In het derde lid is bepaald dat het college kan
afwijken als dat in het voordeel van de cliênt is.
Artikel 41. Intrekking oude verordening. Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel bepaalt de inwerkingtreding van deze verordening, intrekking van de oude verordening en legt vast hoe de verordening dient te worden aangehaald.
42
BIJLAGE I
Artikelen Verordening Rotterdam waarnaar wordt verwezen in
artikel 11 Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2018 Artikel l.2 Reikwijdte verordening In afwijking van de voorgaande leden heeft deze verordening ten aanzien van opvang en beschermd wonen in het kader van de Wmo 2015, betrekking op een ieder die zich voor deze ondersteuning tot het college wendt in de zin van artikel 1.2.1, lid b en c, van de Wmo 2015. Artikel 2.3 Gesprek naar aanleiding van melding 2. volgende
In het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, komen in ieder geval de
onderwerpenaan de orde: a.
als er sprake is van een behoefte aan maatschappelijke
ondersteuning : 1.
de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de
cliënt; 2.
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zelfredzaamheidof zijn participatiete verbeterenof te voorzien behoefte aan beschermd wonen of opvang; in zijn 3. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; 4. de behoefte aan maatregelenter ondersteuningvan de mantelzorger van de cliënt; 5. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk activiteiten te komen tot verbetering van zijn nuttige zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de gebruikmaking van een mogelijkheden om met behoefte algemene voorziening te voorzien in zijn aan beschermd wonen of opvang; 6. de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringsweten de Wet langdurigezorg, bijvoorbeeld het gebied van publieke alsmede partijen op onderwijs, welzijn, wonen, gezondheid, jeugdhulp, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk behoefte afgestemde dienstverlening met het oog op de zijn
43
aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; 7. welke bijdragen in de kosten de cliënt verschuldigd zal zijn.
Artikel 3.2.1 Ondersteuning binnen resultaatgebieden 1. De ondersteuning in de vorm van dienstverlening vindt plaats in de vorm van een arrangement binnen één of meer van de volgende resultaatgebieden: f. nachtelijk toezicht en huisvesting; Artikel 3.2.10 Aanvullende criteria voor nachtelijk toezicht en huisvesting 1. Een cliënt met problematiek op meerdere leefgebieden, waaronder in ieder geval een psychiatrische, psychosociale of verstandelijke beperking, kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor nachtelijk toezicht, als dit toezicht noodzakelijk is om gestructureerd of veilig te kunnen wonen, samenhangend met diens sociaal en persoonlijk functioneren en met diens zelfzorg 2. Nachtelijk toezicht kan alleen worden geleverd aan de cliëntgroepen met (O)GGZproblematiek of een verstandelijke beperking en kan worden geboden in de vorm van: a een vaste wakende wacht; b een slaapwacht; C een ambulante wacht. 3. Als een cliënt, zoals omschreven in het vorige lid, niet in staat is zelfstandig een woning te bewonen en een huishouden te voeren vanwege zijn beperkingen en problematiek, kan ook het ondersteuningselement huisvesting, onderdeel uitmaken van het resultaatgebied nachtelijk toezicht en huisvesting. 4.
Het college beoordeelt in het kader van de landelijke toegankelijkheid voor de cliëntgroep (O)GGZ in hoeverre de gemeente Rotterdam de meest aangewezen centrumgemeente is om de huisvesting te verlenen. Hierbij betrekt het college in ieder geval: a. de wensen van de cliënt; b. de ondersteuningsbehoefte; c. de aanwezigheid van een positief sociaal netwerk; d. de voorwaarden voor succesvolle ondersteuning. 5.
Het nachtelijk toezicht is van toepassing tussen 23.00 en 7.00 uur en is gericht
OP:
a. het voorkomen of de-escaleren van ongewenste situatie gedurende de nacht;
b. ondersteuning bij het hanteren van een gezond dag-nachtritme; c. ingrijpen wanneer de cliënt teveel onder invloed staat van anderen waar dit een risico van achteruitgang met zich meebrengt; of d. de veiligheid in de buurt waar cliënt woont. Indien aan een cliënt het ondersteuningselement huisvesting wordt geboden en er kinderen bij cliënt wonen, dan kan het ondersteuningselement huisvesting tevens betrekking hebben op die kinderen.
44
Artikel 3.4.1 Bepalingen om in aanmerking te komen voor een pgb 6.
Een pgb is niet mogelijk:
e.
voor de bekostiging van het ondersteuningselement huisvesting als bedoeld artikel 3.2.10.
in
Artikel 3.4.4 Pgb voor maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp 1. Voor zover het pgb bestemd is voor de inkoop van dienstverlening door een dienstverlener die in dienst is van of werkt voor een professionele organisatie die gericht is op de verleningvan deze ondersteuning,of als professionelefreelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is voor de in te kopen dienstverlening, geldt het tarief voor formeel verleende ondersteuning waarbij tot maximaal de volgende percentages van de kostprijs van de goedkoopste voorziening in natura, of bij het ontbreken hiervan, van de laagste marktprijs, wordt betaald: a.
maatschappelijke ondersteuning:
1
ondersteuning en regie bij het voeren van het huishouden: 90'7,;
2
sociaal en persoonlijk functioneren, financiën en zelfzorg en
gezondheid:90'7,; 3
dagbesteding: 90'7,;
4
nachtelijk toezicht en huisvesting, exclusief het ondersteuningselement huisvesting: 90'7,;
5
mantelzorgondersteuning met verblijf: 90%;
2. Indien het pgb bestemd is voor de betaling van dienstverlening van een hulpverlener uit het sociale netwerk op basis van een overeenkomst tot opdracht of op onverplichte basis op grond van artikel 3.4.2, vierde lid, geldt het informele tarief waarbij tot maximaal de volgende percentages van de kostprijs van de goedkoopste voorziening in natura, of bij het ontbreken hiervan, van de
laagstemarktprijs,wordt betaald: a.
maatschappelijke ondersteuning: 1
ondersteuning en regie bij het voeren van het huishouden: 61'Y,;
45
2
sociaal en persoonlijk functioneren, financiën en zelfzorg en gezondheid: 48,3'7,;
3
dagbesteding: 50'%;
4
nachtelijk toezicht en huisvesting, exclusief het ondersteuningselement huisvesting: 51%;
5
mantelzorgondersteuning met verblijf : 46,1 %;
Artikel 4.1.5 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening nachtelijk toezicht en huisvesting
1. Een cliënt is in afwijkingvan artikel 4.1.3 een eigen bijdrage verschuldigd indien sprake is van een maatwerkvoorzieningten behoevevan het resultaatgebied nachtelijktoezicht en huisvesting,als bedoeld in artikel 3.2.10, als er sprake is van
een indicatie voor het ondersteuningselement huisvesting.
2. De eigen bijdrage wordt vastgesteld conform hoofdstuk 1, paragraaf 1 en 3, van het UitvoeringsbesluitWmo 2015, voor beschermdwonen. 3. het
Cliënt is de eigen bijdrage verschuldigd zolang de maatwerkvoorziening voor ondersteuningselement huisvesting niet is ingetrokken en de huisvesting voor
4.
Afwezigheid uit de instelling, anders dan in verband met beëindiging van de voorziening, wordt voor de verschuldigdheid van de eigen bijdrage buiten beschouwing gelaten.
5.
De eigen bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door het CAK.
cliënt beschikbaaris.
46