Ondertekend raadsbesluit Verordening Hondenbelasting 2022.pdf
Tekst van het document
Verordening Onderwerp Verorde
Hondenbelasting 2022
Gemeenteraad
BBVnr
21 december2021
388482
O
Planning& Control 29 november2021
De raad van de gemeente Barendrecht; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 9 november 2021 ; gelet op het advies van de commissie Planning en Control van 29 november 2021;
gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; besluit
:
vast te stellen de volgende VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HONDENBELASTING 2022
Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam “hondenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2
Belastingplicht 1. 2.
3.
Belastingplichtig is de houder van de hond. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.
Artikel 3
Vrijstellingen 1.
In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes
bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen,
g
a d
Pagina 1 van 6
dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2.
3. 4.
De belasting wordt niet geheven voor honden:
a. die zijn of worden opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon, dan wel de opleider van de hond worden gehouden; b. die zijn of worden opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon, dan wel de opleider van de hond worden gehouden; c. die verblijven in een hondenasiel; d. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; e. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moeder-hond worden gehouden; f waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is en de hond niet langer dan 106 dagen in de gemeente verblijft; g. die gehouden worden door ambtenaren van de politie, ter verrichting van opsporingsdiensten, mits de houder in het bezit is van een geldend diploma der Koninklijke Politiehondenvereniging. Een verzoek tot vrijstellingen dient zoveel mogelijk gelijktijdig met de aangifte te worden ingediend bij de heffingsambtenaar. Op het verzoek wordt beslist bij een voor bezwaar vatbare beschikking.
Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden
Artikel 5
Belastingtarief De belasting als bedoeld in artikel 1 van deze verordening, wordt geheven naar de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 6
Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8
Aangifteplicht 1.
De belastingplichtige is verplicht van wijzigingen in het aantal honden dat hij houdt, of indien een vrijstelling niet meer van toepassing is, op een juiste wijze aangifte te doen, binnen 6 weken na
datum van de wijziging. Dit geldt tevens voor wijzigingen die van invloed kunnen zijn op verkregen vrijstellingen. 2.
Indien geen aangifte is gedaan voor het houden van een hond of ter zake van het wijzigen van
het aantal honden of het vervallen van de vrijstelling, waardoor de belasting hoger wordt, kan aan de houder een aanslag worden opgelegd. De verschuldigde belasting wordt berekend als ware
Pagina 2 van 6
3.
de belastingplichtige de houder van deze hond gedurende het gehele beiastingtijdvak, tenzij anders blijkt. Bij constatering van een onjuiste aangifte dan wel het nalaten van het doen van aangifte waardoor het belastingbedrag zou hoger zou worden, kan de heffingsambtenaar een verzuimboete opleggen naar het boetebedrag, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 9 Hondenpenning 1.
Voor elke hond wordt, nadat hiervoor aangifte is gedaan, door de Gemeente Barendrecht kosteloos een eerste penning uitgereikt. De hondenpenning blijft eigendom van de Gemeente
Barendrecht 2.
De belastingplichtige dient ervoor zorg te dragen dat, indien de hond zich op de openbare weg bevindt, de penning als bedoeld in lid 1, duidelijk zichtbaar om de hals van de hond wordt
gedragen. Bij het niet dragen van de penning kan aan de houdervan de hond een verzuimboete 3.
worden opgelegd, die wordt geheven naar het boetebedrag, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Bij verlies van de penning moet door de belastingplichtige, binnen vijf werkdagen een nieuwe penning worden aangevraagd. Voor vervangende penningen zijn leges verschuldigd, zoals
opgenomenin de Verordeningop de heffingen invorderingvan leges. 4.
Indien de belastingplichtige geen houder meer is van de hond, dient de penning gelijktijdig met
de aangifte hiervan in de zin van artikel 8, te worden ingeleverd. Artikel 10
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2.
3.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak af, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingtijdvak vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--.
4.
BelasUngbedragenvan minder dan € 9,-- worden niet geheven.
5.
Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en het vierde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
Pagina 3 van 6 8
è 6
2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincassokunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Artikel 12
Inwerkingtreding en citeertitel
2
De “Verordening hondenbelasting 2021“ van 15 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
4
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Hondenbelasting 2022’'
1
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 21 december 2021.
De voorzitte
G. Veldhd’zen
Pagina 4 van 6
Tarieventabel Hondenbelasting
2022
! behorendebij de ! VERORDENINGOP DE HEFFINGEN DE INVORDERINGVAN HONDENBELASTING2022
De belasting bedraagt per belastingjaar 1.
a. voor een eerstehond •
het bedragper maandis
€ 105,90 € 8,90
b. indien gelijktijdig twee honden worden gehouden, wordt het bij a. genoemde bedrag verhoogd met • het bedrag per maand is
€ 145,50
c.
€ 161,80
indien gelijktijdig meer dan twee honden worden gehouden, wordt
€ 12,20
per hond boven het aantal van twee gelijktijdiggehoudenhonden, de som van de bij a en b genoemde bedragenverhoogd met
2.
•
het bedragper maandis
€ 13,50
•
in afwijking in zoverre van het voorgaande lid bedraagt de
€ 413,20
belasting voor honden, gehouden in kennets die zijn geregistreerd
bij de Raad van beheer op kynologischgebied in Nederland,per kennel
3.
•
het bedragper maandis
•
Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden, indien blijkt dat dit bedrag lager is
€ 34,50
dan het op voet van het tweede lid bepaaldebedrag 4.
•
De verzuimboetedie wordt opgelegd in het kader van de
€ 104,30
verordeningHondenbelasting bedraagt:
Inwerkingtreding en citeertitel
Pagina 5 van 6 8
è 6
1.
2.
De “Tarieventabel hondenbelasting 2021” wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de betastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze tarieventabel treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3.
De datum van ingang van de heffing is l januari 2022.
4.
Deze verordening wordt aangehaald als “Tarieventabel Hondenbelasting 2022’',
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 21 december 2021.
De voorzitter,
De griffier,
L ,/ mw.hr. G.E. Figge
G.VedÍ;en
Pagina 6 van 6