Notitie voor raad - koers Meedoen en Rondkomen 2026-2029 (1)
Tekst van het document
Notitie voor de raad Aan:
Uw raad
Betreft:
Koers ‘Meedoen en Rondkomen 2026-2029’
Doel:
Oriënterend
Datum:
22 mei 2026
Steller:
A. Huijbregts
Team:
Maatschappij
Bijlage:
Zie onderaan
1. Aanleiding en doel van de bijeenkomst De gemeente Barendrecht werkt aan het beleidskader Meedoen en Rondkomen 2026–2029. Dit beleidskader geeft richting aan de aanpak van armoede en schulden en vormt een inhoudelijke uitwerking van de bredere opgave rondom bestaanszekerheid. Hoewel Barendrecht beschikt over een breed pakket aan voorzieningen op het gebied van inkomensondersteuning, participatie en schuldhulpverlening, bereikt deze ondersteuning niet alle huishoudens die hiervoor in aanmerking komen. Tegelijkertijd is sprake van niet‑gebruik van regelingen en is er geen volledig inzicht in het totale bereik en het effect van de ondersteuning. Dit betekent dat een deel van de doelgroep, ondanks het beschikbare aanbod, niet of pas laat in beeld komt. In Barendrecht gaat het om circa 2.400 huishoudens onder de armoedegrens, waarvan ongeveer 1.700 huishoudens behoren tot de doelgroep van het minimabeleid. De beschikbare cijfers geven inzicht in het gebruik van regelingen, maar bieden geen volledig beeld van het daadwerkelijke bereik binnen de totale doelgroep. Er is daarmee sprake van een duidelijke spanning tussen enerzijds het aanwezige aanbod van voorzieningen en anderzijds het daadwerkelijke bereik en gebruik daarvan. Deze spanning vormt een belangrijke aanleiding voor de voorgestelde koers Het beleidskader is op dit moment in ontwikkeling.
De hoofdlijnen en richting zijn uitgewerkt, maar belangrijke onderdelen, zoals de uitvoeringsagenda, monitoring en financiële uitwerking, volgen in een volgende fase. Doel van deze bijeenkomst is om: − uw raad te informeren over de voorgestelde koers en uitgangspunten; − uw raad in de gelegenheid te stellen om richtinggevende aandachtspunten en prioriteiten mee te geven voor de verdere uitwerking.
1
Deze notitie is nadrukkelijk geen verkorte versie van het beleidsplan, maar bedoeld om het gesprek met uw raad te richten op keuzes en richting.
2. Voorgestelde koers De kern van de voorgestelde koers is: “Eerst rust en stabiliteit in het huishouden, daarna ruimte voor perspectief en participatie.” Financiële problemen staan zelden op zichzelf. Zij werken door in wonen, gezondheid, werk en participatie. Langdurige geldstress vermindert het overzicht en het doenvermogen van inwoners, waardoor problemen vaak pas laat in beeld komen en eerder escaleren. Tegelijkertijd laten de beschikbare cijfers zien dat het gebruik van minimaregelingen en het beroep op schuldhulpverlening toeneemt. Dit wijst erop dat financiële problematiek in omvang en complexiteit groeit en onderstreept de noodzaak om eerder te signaleren en sneller te stabiliseren. De voorgestelde koers richt zich daarom op: - het eerder signaleren van financiële problemen; - het zo snel mogelijk stabiliseren van huishoudens, met aandacht voor inkomen, vaste lasten en wonen; - het voorkomen van verdere escalatie, met name bij schulden en risico op woonverlies; - het creëren van ruimte voor herstel en perspectief zodra de basis op orde is. In Barendrecht betekent dit dat ondersteuning zoveel mogelijk wordt georganiseerd op plekken waar inwoners al komen, zoals de wijkteams, de bibliotheek en inloopspreekuren van Kijk op Welzijn. Hiermee wordt ingezet op laagdrempelige en tijdige ondersteuning, zodat problemen eerder in beeld komen en niet onnodig verergeren.
3. Normatieve uitgangspunten en keuzes Het beleidskader bevat een expliciet normatief kompas. De gemeente maakt daarbij bewuste keuzes in prioriteit en inzet. Dit betekent concreet: a. prioriteit voor huishoudens zonder financiële buffer; b. extra aandacht voor inwoners met (dreigende) problematische schulden; c. gerichte inzet op het voorkomen van woonverlies, dakloosheid en verdere escalatie. Binnen de bredere doelgroep van huishoudens met een laag inkomen wordt daarmee in het bijzonder ingezet op situaties met de grootste urgentie en het hoogste risico op verslechtering. Daarbij staat de inwoner centraal. De situatie en vraag van de inwoner vormen het vertrekpunt. Vanuit het beoogde effect, zoals rust, stabiliteit en het voorkomen van verdere problemen, wordt bepaald welke ondersteuning nodig is. Niet het instrument, maar het resultaat is leidend.
2
Dit betekent dat niet wordt geredeneerd vanuit afzonderlijke regelingen, maar vanuit wat nodig is om duurzame stabiliteit in het huishouden te bereiken.
4. Hoofdlijnen van de aanpak A. Preventie en vroeg in beeld Gericht op het tijdig signaleren van financiële problemen en het verlagen van drempels om hulp te zoeken. Dit gebeurt via bestaande Barendrechtse vindplaatsen, zoals: - de wijkteams; - de bibliotheeklocaties ’t Plein en Het Kruispunt; - het Informatiepunt Digitale Overheid; - sociaal raadslieden; - en maatschappelijke partners zoals de Voedselbank en Kledingbank UnieK. Daarnaast wordt ingezet op vroegsignalering via samenwerking en gegevensuitwisseling met vaste‑lastenpartners, zoals woningcorporaties, zorgverzekeraars en energie- en waterbedrijven. Deze samenwerking is al ingericht, maar wordt de komende periode verder versterkt om inwoners eerder en beter in beeld te krijgen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat signalen van huurachterstanden via woningcorporaties kunnen leiden tot een vroegtijdig contactmoment vanuit de gemeente of het wijkteam, nog voordat schulden verder oplopen. B. Ondersteuning en bescherming van bestaanszekerheid Gericht op het bieden van rust en stabiliteit in huishoudens, het voorkomen van schulden en het beperken van risico’s op woonverlies. Ondersteuning wordt zoveel mogelijk integraal ingezet, waarbij inkomensondersteuning, minimaregelingen en schuldhulpverlening op elkaar aansluiten.
Dit betekent bijvoorbeeld dat een inwoner met betalingsachterstanden niet alleen wordt geholpen met schulden, maar ook tegelijkertijd wordt gekeken naar het benutten van minimaregelingen en het stabiliseren van het inkomen, zodat er duurzaam rust ontstaat. C. Eenvoud, menselijkheid en uitvoerbaarheid Gericht op begrijpelijke toegang en ondersteuning die aansluit bij het doenvermogen van inwoners. Dit betekent onder andere: - minder administratieve lasten waar mogelijk; - ondersteuning bij aanvragen en formulieren via het wijkteam, de bibliotheek en sociaal raadslieden; - en waar mogelijk het gebruik van bestaande gegevens, bijvoorbeeld via ambtshalve toekenning. Dit betekent bijvoorbeeld dat inwoners niet voor iedere regeling opnieuw dezelfde gegevens hoeven aan te leveren, maar dat gebruik wordt gemaakt van informatie die al bekend is bij de gemeente.
3
En 5. Input uit adviesraad, partners en uitvoering De voorgestelde koers is mede gebaseerd op input van de MAB‑raad, de Overlegtafel en signalen uit de uitvoeringspraktijk. Deze input is van groot belang, omdat juist signalen van inwoners, partners en uitvoerders zichtbaar maken waar het in de praktijk knelt, zoals ingewikkelde toegang, schaamte en het niet‑gebruik van regelingen. Daarom vindt hierover ook structureel overleg plaats met deze partners. Hieruit komen een aantal belangrijke aandachtspunten naar voren: - ondersteuning moet toegankelijker en eenvoudiger worden; - er is behoefte aan betere aansluiting op het doenvermogen van inwoners; - stille armoede en niet‑bereik blijven een belangrijke uitdaging; - preventie vraagt om een concretere invulling, bijvoorbeeld rond levensgebeurtenissen; - het verschil tussen cijfers en praktijk vraagt om betere duiding en monitoring op effect; - samenwerking en korte lijnen tussen partners zijn essentieel. In de praktijk in Barendrecht blijkt dat inwoners vaak in beeld komen via bestaande plekken zoals het wijkteam, de bibliotheek en voorzieningen als de Voedselbank, Kledingbank UnieK en Stichting Leergeld. Tegelijkertijd blijft een deel van de doelgroep buiten beeld, wat de noodzaak onderstreept om vindplaatsen verder te versterken en meer proactief te werken.
6. Wat volgt in de volgende fase? Na deze bijeenkomst wordt het beleidskader verder uitgewerkt. In de volgende fase worden onder andere uitgewerkt: • een uitvoeringsagenda, met concrete maatregelen, prioritering en fasering. • Binnen deze uitvoeringsagenda is ook ruimte voor gerichte pilots en vernieuwingen, zoals het vereenvoudigen van aanvraagprocedures en laagdrempelige ondersteuning. Daarbij wordt voortgebouwd op initiatieven die al zijn gestart, zoals ondersteuning rondom de overblijf en het verder verlagen van drempels voor inwoners; • monitoring en indicatoren, gericht op bereik, tijdigheid en effect; • een financieel kader, inclusief inzicht in kosten, bereik en keuzes; • verdere uitwerking van maatregelen gericht op vereenvoudiging en toegankelijkheid. Uw raad wordt in een volgende fase betrokken bij de besluitvorming over deze nadere uitwerking.
7. Vragen aan uw raad 1. Herkenning van de koers Herkent uw raad de voorgestelde koers: eerst rust en stabiliteit, daarna perspectief en participatie? 2. Doelgroepen en bereik Welke groepen of situaties mogen volgens uw raad in de verdere uitwerking niet buiten beeld raken? 3. Prioritering bij schaarste Steunt uw raad de keuze om prioriteit te geven aan huishoudens zonder financiële buffer en situaties met de grootste urgentie? 4
4. Woonzekerheid als expliciete prioriteit Deelt uw raad de nadruk op het voorkomen van woonverlies als centrale opgave binnen dit beleid? 5. Eenvoud en toegankelijkheid In hoeverre ondersteunt uw raad de richting om ondersteuning eenvoudiger en toegankelijker te maken, ook wanneer dit leidt tot een groter bereik en mogelijk hogere kosten? 6. Focus voor de uitvoeringsagenda Welke onderdelen zouden volgens uw raad als eerste moeten worden uitgewerkt? 7. Informatiebehoefte voor vervolg Welke informatie heeft uw raad nodig om in een volgende fase een goed onderbouwde afweging te kunnen maken?
8. Bijlagen -
Bijlage 1 - Eerste beschikbare cijfers en kengetallen Bijlage 2 - Overzicht bestaande voorzieningen
5