Notitie Informatievoorziening naar de raad.pdf
Tekst van het document
Informatievoorziening naar de raad 1.
Doel Deze handreiking heeft tot doel duidelijkheid te verschaffen met betrekking tot de informatievoorziening naar de raad. De handreiking biedt ook een evenwicht tussen het zodanig geïnformeerd zijn dat de raad goed kan functioneren en niet bedolven raakt onder een overmaat van informatie, waardoor inzicht en keuzes bemoeilijkt worden. Bij informatievoorziening naar de raad zijn er drie basisregels: 1. De griffie is het eerste aanspreekpunt voor raadsleden. 2. Verzoeken om (substantiële) inhoudelijke of procesmatige informatie worden bij de griffie ingediend. De griffie zet de vragen uit naar het college/de organisatie. De griffie zorgt er voor dat uitgezette vragen gemonitord worden. 3. Het college is politiek-bestuurlijk verantwoordelijk voor de informatievoorziening naar de raad. De medewerkers van de organisatie stemmen de te verstrekken informatie af met het college.
2.
Wettelijke kader De Gemeentewet onderscheidt twee hoofdvormen in de informatievoorziening naar de raad, te weten de actieve informatieplicht en de passieve informatieplicht. Op grond van artikel 169, lid 2 en 4 en 180 lid 3 geven het college en de burgemeester de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Naast deze artikelen zijn er nog enige bijzondere vormen van actieve informatieplicht met betrekking tot de begroting, jaarrekening, doelmatigheids- en doeltreffenheidsonderzoeken door het college en rekenkameronderzoeken. De passieve informatieplicht is verankerd in de artikelen 155, 196 lid 3 en 4 en 180 lid 3 van de Gemeentewet. Het college geeft de raad mondeling of schriftelijk de door één of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstekken in strijd is met het openbaar belang. In het Reglement van Orde (RvO) voor de vergaderingen en andere werkzaamheden worden deze artikelen uitgewerkt. Op grond van artikel 60, lid 1 en artikel 80, lid 1 van de Gemeentewet kan de raad regels stellen met betrekking tot welke besluiten van het college aan de raad ter kennis worden gebracht.
3.
Uitwerking van de diverse vormen van informatievoorziening
3.1 Actieve verstrekking van informatie (artikel 60, 169, lid 2 en 180, lid 2 Gemeentewet) Het college/de burgemeester geeft op grond van artikel 169, lid 2 jo. 180, lid 2 Gemeentewet inlichtingen aan de raad die van belang zijn voor het uitoefenen van zijn taak. Criteria voor het verstrekken van inlichtingen zijn o.a. omvangrijke financiële uitgaven, complexe onderwerpen door wijziging van bestaand beleid, groot aantal belanghebbenden, groot aantal raakvlakken met andere beleidsvelden, maatschappelijk of media-gevoelige onderwerpen, als er voor de gemeente relevante veranderingen optreden op bestuurlijk, financieel en/of juridisch vlak, risico’s aanwezig zijn door politieke gevoeligheid of bestuurlijke integriteit. De informatievoorziening naar de raad komt tot uiting in de diverse artikelen van de Gemeentewet. Via vaste procedures en tijdstippen wordt zorggedragen voor adequate en juiste informatie naar de raad.
1
Algemene uitgangspunten hierbij zijn: a. Het college dient alle informatie te verstrekken die de raad nodig heeft om zijn taken naar behoren te kunnen vervullen. b. De actieve informatieplicht strekt zich uit over alle bevoegdheden van de raad én het college. c. Informatie wordt tijdens het gehele beleids- en besluitvormingstraject verstrekt. Relevante informatie wordt in een zo vroeg mogelijk stadium verstrekt. d. De raad krijgt op hoofdlijnen informatie, tenzij een detail politiek relevant is of wanneer er specifiek om is gevraagd. e. De informatie moet (afhankelijk van de fase van besluitvorming en de rol van de raad op dat moment) antwoord geven op vragen als: - Wat is het beleid? Welke doelstellingen zijn er? Zijn de doelstellingen gehaald? - Welke middelen zijn er ingezet en wat zijn de kosten? - Wat zijn de beoogde effecten? - Past het gevoerde bestuur binnen de gestelde kaders? Actieve informatievoorziening naar de raad vindt als volgt plaats: a. Notulen van het college (artikel 60 Gemeentewet). Wekelijks worden de door bestuursondersteuning aangeleverde en vastgestelde notulen (ook de besloten notulen) aangeleverd. De griffie plaatst de notulen van de collegevergaderingen op het besloten gedeelte van het raadsinformatiesysteem. De informatie van de openbare notulen kan door de raad zonder voorbehoud gebruikt worden.
Informatie uit de besloten notulen waar geen geheimhouding op rust mag gebruikt worden, maar met terughoudendheid. Artikel 2:5 Wet algemeen bestuursrecht is hierop van toepassing. Informatie uit de besloten notulen waarop geheimhouding rust mag niet in de openbaarheid gebruikt worden (artikel 25 Gemeentewet). b.
Raadsinformatiebrieven en overige ingekomen stukken (artikel 74 Gemeentewet). Raadsinformatiebrieven zijn brieven van het college of leden van het college waarin mededelingen aan de raad worden gedaan over belangrijke of actuele ontwikkelingen. Het doel van de brieven is informeren. Er wordt geen oordeel of besluit gevraagd. Aan de raad gerichte brieven, waaronder raadsinformatiebrieven, worden op de lijst van ingekomen stukken van de raad geplaatst. De agendacommissie doet een voorstel over de wijze van afdoening (artikel 25 RvO). De raad kent de volgende manieren van afdoening: voor kennisgeving aannemen; voor advies in handen stellen van het college van burgemeester en wethouders het college komt terug met een raadsvoorstel; ter afdoening in handen stellen van het college van burgemeester en wethouders het college doet de zaak af en stuurt de raad een kopie van het antwoord; ter afdoening in handen stellen van het college van burgemeester en wethouders via een raadcommissie - het college stelt een antwoordschrijven op en raadpleegt de betreffende raadscommissie. Raadsleden kunnen in de raadsvergadering een ordevoorstel doen over de wijze van afhandeling. Betreft het een raadsinformatiebrief van het college, dan wordt de brief in een eerstvolgende commissievergadering geagendeerd bij de rubriek actualiteiten.
Deze vragen dienen de vrijdag voorafgaande aan de commissievergadering vóór 12.00 uur ingediend te worden bij de griffie, Overige stukken worden via de agendacommissie ingepland. 2
De ingekomen stukken zijn openbaar, tenzij er geheimhouding is opgelegd op grond van artikel 25, lid 3 van de Gemeentewet. c.
Mededelingen van portefeuillehouders in commissievergaderingen. In de rubriek actualiteiten van de commissievergaderingen kan een portefeuillehouder een korte mededeling doen over zaken waarover de commissie geïnformeerd moet worden. Wanneer het geheime informatie betreft, dan vindt de mededeling in een besloten vergadering plaats en wordt er geheimhouding opgelegd.
d.
Specifieke vormen van informatieverstrekking (artikel 197, 212, 213 en 213a Gemeentewet). Jaarrekening + accountantsverklaring (197 Gemeentewet) De informatieverstrekking met betrekking tot de Jaarrekening en het accountantsverslag is uitgewerkt in de Controleverordening. Het college legt de gecontroleerde jaarrekening samen met de accountantsverklaringen en het verslag van bevindingen, alsmede het jaarverslag, uiterlijk 1 juni voor aan de gemeenteraad (artikel 3, lid 4 Controleverordening). Het college legt door het overleggen van de jaarrekening verantwoording af over het door hem gevoerde bestuur. De accountant toetst op rechtmatigheid en getrouwheid en ondersteunt de raad in zijn controlerende taak. Tussenrapportages Op grond van artikel 212 van de Gemeentewet stelt de raad een verordening vast waarin de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle worden gewaarborgd, dit is de Financiële verordening. Op grond van deze verordening informeert het college de raad door middel van tussentijdse rapportages over de afwijkingen op de begroting van de gemeente over de eerste drie maanden en de eerste acht maanden van het lopende boekjaar (artikel 6 Financiële verordening).
Begroting en voorjaarsnota Op grond van artikel 4 van de Financiële verordening biedt het college de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. In deze kadernota worden de bevindingen betrokken uit de jaarrekening en tussentijdse rapportage(s). Door vaststelling van de begroting autoriseert de raad de baten en de lasten (artikel 4 en 5 Financiële verordening). Resultaten doelmatigheid- en doeltreffendheidsonderzoeken door het college (213A Gemeentewet) Het college verricht periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur. De raad stelt bij verordening regels hierover. Het college brengt schriftelijk verslag uit aan de raad van de resultaten van de onderzoeken. De regels met betrekking tot de onderzoeken zijn vastgelegd in de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid. Rekenkamerrapporten (182 -184) Gemeentewet De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Hiermee ondersteunt de rekenkamer de raad in zijn controlerende taak. 3
In de Verordening op de rekenkamer zijn nadere regels gesteld met betrekking tot het proces van onderzoek en het aanbieden van het resultaat aan de raad. Besluitvorming na het aanbieden van het resultaat vindt als volgt plaats: De griffie is het ambtelijke aanspreekpunt voor de rekenkamer. De griffie stelt op basis van het rapport een raadsvoorstel op. Het raadsvoorstel plus het rapport worden geagendeerd voor een commissievergadering. In de commissievergadering kunnen raadsleden de rekenkamer bevragen op de conclusies en aanbevelingen. Vervolgens is er een politiek debat waarin het college betrokken kan worden. De commissie kan de griffie instructies geven met betrekking tot het raadsvoorstel. Finale besluitvorming vindt plaats in de raad. Wanneer de aanbevelingen opdrachten voor het college bevatten, dan dient het college binnen drie maanden een plan van aanpak aan te bieden aan de raad. De raad kan de termijn ruimer stellen. 3.2. Passieve informatieplicht (155, 169, lid 3 en 180, lid 3 Gemeentewet ). Het recht tot het stellen van schriftelijke, dan wel mondelinge vragen, alsook het verzoek tot het houden van een interpellatie is een individueel recht van een raadslid. Let op! Het stellen van vragen op grond van deze artikelen is alleen voorbehouden aan raadsleden. Buitengewone commissieleden komt dit recht niet toe.
Het college en elk van zijn leden (inclusief de burgemeester) zijn verantwoording schuldig aan de raad over het gevoerde bestuur, dit is de passieve informatieplicht. Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door één of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken in strijd is met het openbaar belang. Passieve informatieplicht komt als volgt tot uiting: a.
Informatie ter voorbereiding van commissie- en raadsvergaderingen (technische vragen). Bij de voorbereiding van commissie- en raadsvergaderingen kunnen van tevoren technische vragen gesteld worden. Een technische vraag is een feitelijke hoe en waarom vraag. De vragen worden uiterlijk op de vrijdagen voorafgaande aan de commissie- en raadsvergaderingen vóór 12.00 uur ingediend bij de griffie. De vragen worden bij de stukken geplaatst. De beantwoording wordt op de vergaderdag vóór 12.00 uur naar de griffie gestuurd. De antwoorden worden vervolgens bij de commissie-/raadsstukken geplaatst. Voor de commissie Planning en Control zijn de termijnen donderdag vóór 12.00 uur en maandag vóór 12.00 uur. Ook hier geldt het principe van openbaarheid, tenzij.
b.
Openstaande vragen en toezeggingen naar aanleiding van de commissievergaderingen. Deze vragen worden door de commissiegriffier vastgelegd in het commissieadvies. Na de vergadering ontvangt Bestuursondersteuning de vragen, deze zet de vragen uit naar het college en de organisatie. Het advies wordt bij de stukken van het agendapunt in het raadsinformatiesysteem gehangen. De organisatie bereidt de antwoorden voor en zendt deze naar de portefeuillehouders. De portefeuillehouder accordeert de antwoorden. De antwoorden worden bij de stukken in het raadsinformatiesysteem gehangen. De beantwoording van deze vragen is voor de raadsvergadering (tenzij anders afgesproken) beschikbaar. 4
c.
Schriftelijke vragen (155, lid 1, Gemeentewet). In artikel 39 van het RvO wordt het vragenrecht uitgewerkt. De schriftelijke vragen van raadsleden worden door de griffie in het raadsinformatiesysteem gezet. De griffie brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennisgeving aan het college/de burgemeester. De vragen worden doorgeleid naar Bestuursondersteuning, deze zet de vragen uit naar de organisatie. De beantwoordingstermijn is 14 dagen. Bestuursondersteuning bewaakt de termijn van beantwoording. Het overzicht van de uitstaande vragen wordt besproken in de agendacommissie. De antwoorden worden weer op het raadsinformatiesysteem gezet. Elk raadslid kan in de eerst mogelijke commissievergadering na ontvangst van de beantwoording van de schriftelijke vragen, in de rubriek actualiteiten, nadere vragen stellen over de inhoud van de beantwoording door het college of de burgemeester (Artikel 39 RvO). Deze vragen dienen de vrijdag vóór de commissievergadering vóór 12.00 uur ingediend te worden bij de griffie. Wanneer het vragen zijn over geheime stukken worden de vragen en de antwoorden in het besloten gedeelte gezet van het Raadsinformatiesysteem. Ook hier geldt het principe van openbaarheid, tenzij.
d.
Mondelinge vragen (155, lid 1). Vragenkwartier In het vragenkwartier van de raadsvergadering (artikel 41 RvO) kunnen raadsleden het college bevragen op actualiteiten. Het onderwerp van de vragen moet vóór 12.00 uur op de dag van de raadsvergadering ingediend worden bij de griffie. Het onderwerp moet zo specifiek mogelijk beschreven worden. Het is aan de vragensteller of de vragen meegestuurd worden. Tijdens het vragenkwartier is er geen mogelijkheid van interrupties en geen mogelijkheid tot het indienen van een motie. Vragen aan de portefeuillehouder tijdens raads- en commissievergaderingen Tijdens de raads- en commissievergaderingen kunnen ook vragen gesteld worden aan de portefeuillehouder. In de commissievergadering wordt er overleg gevoerd met de portefeuillehouder om duidelijkheid te krijgen over een voorstel (artikel 3 Verordening op de raadscommissies). Overige vragen aan portefeuillehouders Naast deze formele manieren van bevragen is het natuurlijk ook mogelijk om een vraag te stellen in een persoonlijk onderhoud met een portefeuillehouder.
e.
Interpellatie (155, lid 2). Een bijzondere vorm van het mondelinge vragenrecht is het recht van interpellatie. Een interpellatie is een debat buiten de orde van de vergadering. Het is een politiek instrument. Er kunnen niet alleen vragen gesteld worden, maar ook opinies gegeven worden. Het recht van interpellatie is uitgewerkt in artikel 38 van het RvO. Het verzoek tot een interpellatie moet gericht zijn aan de voorzitter en ingediend worden bij de griffie. Namens de voorzitter worden de overige raadsleden en het college geïnformeerd. Het verzoek moet in ieder geval de te stellen vragen bevatten. Het verzoek moet ten minste 48 uur voor de raadsvergadering ingediend worden, tenzij het een spoedeisende zaak is. De raad stemt over de toelating. Anders dan bij het vragenkwartier kan een interpellatie leiden tot een motie.
5
f.
Feitelijke vragen van geringe omvang en ambtelijke bijstand (artikel 33 Gemeentewet). De spelregels met betrekking tot het stellen van feitelijke vragen van geringe omvang is geregeld in de Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning. Bij ambtelijke informatie gaat het om de volgende zaken: a. feitelijke openbare informatie van geringe omvang; b. inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn; c. bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand; d. het in kennis stellen van interessante stukken voor de raad; e. folders, persberichten en uitnodigingen voor vergaderingen. De informatie onder a of b, wordt door de griffier, medewerkers van de griffie of op verzoek van de griffier door een ambtenaar gegeven. Bij twijfel vindt er overleg plaats tussen de secretaris en de griffier. Omdat het hier feitelijke informatie van geringe omvang betreft, is de afhandelingstermijn 7 dagen. Deze informatie behoeft niet te worden afgestemd met de portefeuillehouder. De informatie hoeft niet in brief vervat te worden. De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend door de griffier of een medewerker van de griffie.
Wanneer de gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend, kan de griffier de secretaris verzoeken één of meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verleent/verlenen. De secretaris verstrekt aan het lid van het college op wiens werkzaamheden een verzoek om ambtelijke bijstand betrekking heeft, desgevraagd een afschrift van het verzoek. Als het college of één of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid (artikel 5 verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2018). De informatie onder d en e wordt aangeboden aan de griffie. De griffier beslist of, en zo ja, hoe, de informatie aan de raad wordt aangeboden. Bij het plannen van een vergadering dient rekening gehouden te worden met het vergaderschema van de raad. Informatieverstrekking over de inhoud van collegevoorstellen of andere voorliggende raadsstukken zijn uitgesloten van deze regeling. Deze informatie wordt geregeld in artikel 169/180 Gemeentewet.
4.
Consultatie door het college In de Gemeentewet wordt een aantal zaken aangegeven waarover het college voorafgaande aan de uitvoering de raad dient te consulteren, namelijk: a. bij besluiten tot het oprichten, dan wel het deelnemen in rechtspersonen (artikel 160, lid 2); b. bij besluit tot overdragen van bevoegdheden aan een bestuurscommissie (artikel 165, lid 3); c. bij privaatrechtelijke rechtshandelingen; het voeren van rechtsgedingen; het instellen, afschaffen of veranderen van jaarmarkten of gewone markten; de voorbereiding van de civiele verdediging wanneer de raad daarom verzoekt, dan wel wanneer de uitvoering ingrijpende gevolgen heeft voor de gemeente (artikel 169, lid 4). Bij consultatie op initiatief van het college motiveert het college waarom de gevolgen dermate ingrijpend zijn dat de raad geconsulteerd dient te worden. Daarnaast kan het college de behoefte hebben het gevoelen van de raad te peilen: − bij het voorbereiden van een raadsvoorstel; 6
bij het nemen van een besluit dat niet tot de bevoegdheden van de raad behoort, maar wel politiek gevoelig is. Het peilen van de raad vindt plaats in de raadscommissies. Het college verzoekt aan de agendacommissie of het onderwerp geagendeerd kan worden.
−
5.
Informatie raadsleden onderling Wanneer een raadslid interessante informatie voor de rest van de raad heeft, kan de informatie aan de griffie aangeboden worden ter verspreiding. De griffier beslist hoe de informatie aangeboden wordt (bijvoorbeeld bezorgen op huisadres of per e-mail).
6.
Informatie van burgers en organisaties Instellingen en burgers bieden regelmatig informatie aan de raad aan. Voor zover het over ingekomen stukken van de raad gaat, verwijs ik u naar paragraaf 3, sub b. Voor de overige informatie beslist de griffier op welke wijze de informatie aangeboden wordt aan de raad.
7.
Informatie aan burgers − Alle raadsbesluiten worden geplaatst op de internetsite van de gemeente Barendrecht (artikel 23, lid 5 Gemeentewet). − De agenda’s van de raad en zijn commissies worden gepubliceerd in de Blik Op Barendrecht en geplaatst op de internetsite van de gemeente Barendrecht. − Besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden, verbinden niet dan nadat zij zijn bekend gemaakt. Bekendmaking vindt plaats in de Blik Op Barendrecht (artikel 139 Gemeentewet). − Verzoeken van burgers en instellingen over zaken die de raad in behandeling heeft, worden gedaan aan de griffie. De griffie bepaalt welke informatie wordt verstrekt (daarbij lettende op openbaarheid en vertrouwelijkheid).
8.
Gemeenschappelijke regelingen Vertegenwoordigers in gemeenschappelijke regelingen dienen informatie te geven en verantwoording af te leggen aan het bestuursorgaan (raad of college) dat zij vertegenwoordigen. De bestuurlijk vertegenwoordiger wordt bijgestaan door een ambtelijk adviseur die de vergaderstukken van commentaar voorziet. De bestuurlijk vertegenwoordiger dient zelf te beoordelen of hij/zij voor de vergadering overleg wenst met het bestuursorgaan dat hij/zij vertegenwoordigt. Voor iedere raadscommissie- en collegevergadering worden op de agenda mededelingen vanuit de gemeenschappelijke regelingen geplaatst. De vertegenwoordiger kan op deze wijze voldoen aan zijn/haar informatie- en verantwoordingsplicht. Ten aanzien van de financiële verantwoording van de gemeenschappelijke regeling aan de deelnemende gemeenten is een procedure opgenomen in de betreffende gemeenschappelijke regeling zelf. De begroting en de eventuele wijzigingen daarin worden veelal ter kennis gebracht aan de raad en/of het college met de mogelijkheid om zienswijzen kenbaar te maken voordat het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling de begroting vaststelt. Jaarrekeningen worden vaak alleen ter kennis gebracht. Artikel 26 van het RvO geeft nog een bijzondere regeling van verantwoording van vertegenwoordigers van de raad in een gemeenschappelijke regeling.
Indien de vertegenwoordiger dit wenst kan hij/zij in de raadsvergadering verantwoording afleggen. Raadsleden kunnen ook schriftelijke vragen stellen aan de vertegenwoordiger.
7
Bijlage 1 wettelijk kader in één oogopslag. Er zijn diverse regelingen en voorschriften die een goede informatievoorziening aan de raad moeten garanderen. Het merendeel vindt zijn grondslag in de Gemeentewet en wordt via lokale regelgeving nader uitgewerkt. Hieronder treft u een overzicht aan van het wettelijke kader waarbinnen de informatievoorziening plaatsvindt.
Informatie
Artikel Nadere uitwerking Gemeentewet in gemeentelijke regeling Ambtelijke bijstand 33 Verordening en ambtelijke bijstand fractieondersteuning en fractieondersteuning
Besluiten van B&W 60, lid 1 en de burgemeester 80, lid 1
Ingekomen stukken
74
Artikel 25 RvO
Schriftelijk vragenrecht Mondeling vragenrecht
155, lid 1
Artikel 39 RvO
155, lid 1
Recht van interpellatie
155, lid 2
Artikel 41 RvO Artikel 3 Verordening op de raadscommissies Artikel 38 RvO
Recht van Enquête
155a
Inlichtingen
169
Aparte verordening ad hoc Artikel 40 RvO Artikel 3 Verordening op de raadscommissies
Omschrijving
Informatie van geringe omvang Inzage of afschrift van een openbaar stuk. Individuele bijstand van raadsleden en fracties door de griffie en de ambtelijke organisatie. De raad kan regelen van welke besluiten van het college respectievelijk de burgemeester aan de raadsleden kennisgeving wordt gedaan. Alle aan de raad gerichte stukken worden door of namens de burgemeester geopend. Informatie op verzoek (passieve informatieplicht). Informatie op verzoek in het kader van een actualiteit (passieve informatieplicht). Informatie op verzoek met een politieke lading. (passieve informatieplicht). Onderzoek naar het door het college gevoerd bestuur. Het college geeft de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft (actieve informatieplicht). Het college geeft de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang 8
Financiële verantwoording
212
Financiële verordening
Controle Jaarrekening + accountantsverslag
213
Controle verordening
Doelmatigheid en rechtsmatigheid
213a
Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid
Tussenrapportages
(passieve informatieplicht). Het college geeft de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De raad stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. Het college brengt verslag uit aan de raad over de resultaten van de periodieke doelmatigheid- en doeltreffendheidonderzoeken.
9