Nota Grondbeleid 2021 - 2024.pdf
Tekst van het document
Er worden regelmatig prestatieafspraken gemaakt met Patrimonium en Wooncompas in het kader van de woningbouwopgave die Barendrecht heeft. De gemeente levert bij herstructureringen van Patrimonium/Wooncompas in principe geen extra financiële bijdrage. Er worden alleen gemeentelijke middelen ingebracht die door de gemeente al zijn gereserveerd voor werkzaamheden in het betreffende plangebied aan riolering en wegen. Daarentegen worden er ook geen afspraken gemaakt met Patrimonium/Wooncompas om bijvoorbeeld de winst op koopwoningen te investeren in de realisatie nieuwe sociale huurwoningen.
22
Bijlage 5 5
Beleidskaders financieel management
Beleidskaders financieel management
5.1 Inleiding Het gevoerde grondbeleid heeft in het algemeen aanzienlijke financiële gevolgen voor de gemeentelijke begroting en het weerstandsvermogen. Er zijn ook risico’s aan verbonden, die in een vroegtijdig stadium van de planontwikkeling zo volledig en transparant mogelijk in beeld moeten zijn en deel uit moeten maken van de besluitvorming. Ook gedurende de realisatiefase zijn er risico’s voor de financiële positie van de gemeente verbonden aan grondexploitaties. Met betrekking tot het gemeentelijke grondbeleid is er vanwege de daaraan verbonden risico’s redelijk uitgebreide wet- en regelgeving vastgesteld. Daarnaast is het grondbeleid een vrij belangrijke factor in de planning & control cyclus van de gemeente, waarbij de bestuurlijke informatievoorziening, verantwoording en besluitvorming bijzondere aandacht verdient. Tenslotte is het gevoerde grondbeleid van belang voor het gemeentelijke risicomanagement en voor het bepalen van het financiële weerstandsvermogen van de gemeente. 5.2 Besluit Begroting en Verantwoording De regels waaraan de gemeentelijke begroting en jaarrekening moeten voldoen ten aanzien van grondexploitaties zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De gemeenten zijn verplicht om bij de begroting een programmaplan op te stellen en bij de jaarrekening verantwoording af te leggen inzake het opgestelde programma.
Een paragraaf grondbeleid is verplicht. Concreet betekent dit, dat de paragraaf grondbeleid in de begroting de volgende zaken minimaal moet bevatten: een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting; een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert; een actuele prognose van de te verwachten resultaten van alle grondexploitaties; een overzicht van de in ontwikkeling genomen projecten (in exploitatie genomen gronden); een onderbouwing van de geraamde winstnemingen; een aanduiding van de wijze waarop eventuele tekorten worden gedekt; beleidsuitgangspunten voor de risico’s van grondzaken. In de paragraaf grondbeleid bij de jaarrekening worden dezelfde onderdelen opgenomen, maar dan geschreven op basis van hetgeen in het voorafgaande jaar werkelijk is gerealiseerd. Hiermee kan het gevoerde grondbeleid worden getoetst en wordt verantwoording afgelegd over het bereikte resultaat. In het BBV wordt voorgeschreven op welke wijze gemeenten de te hanteren renteparameter in de grondexploitaties dienen te berekenen. Tevens wordt jaarlijks de discontovoet vastgelegd in het BBV. De discontovoet is een rentepercentage (momenteel 2%), dat wordt gebruikt om de contante waarde van een grondexploitatie te bepalen.
Het BBV schrijft ook voor op welke wijze tussentijdse winstnemingen in grondexploitaties berekend dienen te worden. Uitgangspunt daarbij is het “percentage gerealiseerd”. Bij realisatie van: 20% van de geraamde opbrengst, èn; 70% van de geraamde kosten, is de gemeente verplicht; 14% (20% * 70%) van de geraamde winst te nemen aan het eind van het betreffende jaar. Tussentijdse winstnemingen worden verantwoord in de jaarrekening. Bij afsluiting van een grondexploitatie vindt de eindafrekening plaats. Dit is meestal aan het einde van het boekjaar, bij het opstellen van jaarrekening. 5.3 Financiële verordening De gemeente beschikt over een Financiële verordening. Deze is kaderstellend. Er zijn geen specifieke bepalingen in opgenomen die betrekking hebben op het grondbedrijf.
23
5.4 Grondexploitaties en de planning & control cyclus Om een goed beeld te hebben van de grondexploitaties en op basis daarvan te kunnen sturen, is het noodzakelijk om de financiële administratie op orde te hebben en over goede prognose- en rapportagesystemen te beschikken, inclusief actuele doorrekeningen van de grondexploitaties. Dit vormt de basis voor de informatie richting het bestuur, op grond waarvan toetsing, verantwoording en (bij-)sturing van het gevoerde beleid ten aanzien van grondexploitaties mogelijk is. De informatievoorziening inzake grondexploitaties is onderdeel van de gemeentelijke planning & control cyclus. Hieronder is het schema opgenomen van de cyclus van begroten, bewaken en verantwoorden. Alle planning en control middelen zijn vermeld en de verbanden tussen die middelen zijn aangegeven, inclusief de meerjarenprognose grondexploitaties (MPG). Kenmerkend voor grondexploitaties is de dynamiek van het proces. Het komt soms voor, dat de actuele informatie afwijkt van de in de jaarrekening of begroting opgenomen informatie. Dit wordt veroorzaakt door de vrij lange periode tussen het opstellen en het vaststellen van de jaarrekening en begroting, meestal zo rond de drie tot vijf maanden.
In de planning & control cyclus is daarom de mogelijkheid voorzien om de gemeenteraad, als daar aanleiding toe is, tussentijds te voorzien van actuele informatie over grondexploitaties in het kader van de eerste en tweede turap door middel van een raadsinformatiebrief (RIB). Rapportages management Afdeling Projecten
Afdeling Financiën
Rapportages bestuur College
Raad
begrotingsrichtlijnen: parameters grex gereed in januari boekwaarde gereed in februari grex in cijfers, beschrijving cijfers, verschillenanalyse en risicoanalyse gereed in februari MPG in cijfers, beschrijving cijfers, verschillenanalyse en risicoanalyse gereed in februari 1e turap gereed in maart
1e turap gereed in maart jaarrekening en MPG gereed in maart
eventueel RIB 1e turap gereed in mei
1e turap april in college jaarrekening en MPG april in college
eventueel RIB 1e turap juni in college
2e turap gereed in juni
1e turap juni in raad jaarrekening en MPG juni in raad
2e turap gereed in juli \ augustus begroting gereed in juli \ augustus 2e turap september in college begroting september in college eventueel RIB 2e turap gereed in september
eventueel RIB 2e turap oktober in college
2e turap november in raad begroting november in raad
24
5.5
Risicomanagement en weerstandsvermogen
5.5.1 Algemeen Risicomanagement is het geheel van activiteiten dat gericht is op het beperken en voorkomen van risico’s. Een risico is het gevaar voor schade of verlies als gevolg van interne en/of externe omstandigheden. Bij risicomanagement worden drie fasen onderscheiden: 1. een inventarisatie van de risico’s; 2. een analyse van de risico’s: 3. het verminderen en beheersen van de risico’s. Het verminderen en beheersen van de risico’s gebeurt door het uitschakelen, verminderen of overdragen aan derden van risico’s. Dit kan door het beëindigen van beleid dat risico’s met zich meebrengt, het nemen van preventieve maatregelen, het onderbrengen van het risico bij een verzekeringsmaatschappij of het opnemen van een post of een reserve in de begroting. Als de drie fasen van het risicomanagement zijn doorlopen en een risico niet wordt uitgeschakeld, betekent dit dat het risico wordt geaccepteerd en komen de eventuele financiële gevolgen ten laste van het weerstandsvermogen. De geaccepteerde risico’s zijn opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de rekening. Het weerstandsvermogen wordt berekend door de financiële gevolgen van de risico’s (de benodigde weerstandscapaciteit) af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit.
Met voldoende weerstandsvermogen is de gemeente in staat om bij financiële tegenvallers haar taken (in het geval van deze nota de uitvoering van de grondexploitaties) te kunnen blijven uitvoeren. De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen en mogelijkheden waarover een gemeente beschikt om de risico’s in financiële zin af te dekken. Dit betreft met name de algemene reserve. 5.5.2 Grondexploitaties De geraamde kosten en opbrengsten in een grondexploitatie bevatten een zeker risico. Zowel met betrekking tot de kosten als de opbrengsten bestaat er een kans op tegenvallers ten opzichte van de raming. In bijlage 2, paragraaf 2.7, wordt ingegaan de op de risico’s die een rol kunnen spelen. In de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) wordt een risicoanalyse uitgevoerd. In deze analyse worden verschillende risicofactoren opgenomen en per risicofactor wordt aangegeven hoe groot de kans wordt ingeschat dat dit risico optreedt. Voor elke grondexploitatie kan hiermee worden bepaald voor welk bedrag risico gelopen wordt. Een optelling van alle per grondexploitatie bepaalde risicobedragen geeft het totaalbedrag aan voor het risico dat wordt gelopen bij de gemeentelijke grondexploitatie. Vervolgens wordt bepaald welk bedrag opgevangen kan worden binnen de grondexploitaties of al gereserveerde middelen, dit bedrag wordt in mindering gebracht op het totaalbedrag aan risico’s.
Er resteert dan een risicobedrag dat niet op te vangen is binnen de grondexploitaties of al gereserveerde middelen. Dit risicobedrag wordt meegenomen bij de bepaling van de door de gemeente benodigde weerstandscapaciteit. In de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ worden op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording kengetallen opgenomen voor het verkrijgen van inzicht in de financiële positie van de gemeente. Er is onder ander een kengetal ‘grondexploitatie’. Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Een onderdeel van risicomanagement is het nemen van maatregelen om risico’s en onzekerheden uit de grondexploitaties te halen. In de MPG wordt per grondexploitatie ingegaan op mogelijkheden om risico’s te beperken. Een voorbeeld hiervan is de raming voor mogelijk te vergoeden planschade in verband met een ruimtelijke ontwikkeling. De betreffende raming kan worden bepaald op basis van een globale inschatting, maar met het uitvoeren van een risicoanalyse planschade ontstaat een veel betrouwbaarder beeld van het risico op gerechtvaardigde planschadeclaims en de hoogte daarvan. Daarmee kan het betreffende risico voor de grondexploitatie fors worden gereduceerd.
25