CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nadere toelichting verklaringen tekort BUIG 2023.pdf

commissie Planning en Control 10 juni 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Aanvraag Vangnetuitkering BUIG 2023 (Adviserend)1.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nadere toelichting verklaringen tekort BUIG 2023 Over 2023 is er in Barendrecht een tekort op het BUIG budget van € 1.720.213,-. Er zijn vier belangrijke verklaringen voor dit tekort. Deze worden hieronder nader toegelicht. a. De huisvesting van statushouders Ten eerste is het tekort voor een aanzienlijk deel te verklaren door de inspanningen om (extra) statushouders te huisvesten, in overeenstemming met de bestuurlijke afspraken hierover. De inhaalslag die gemaakt moest worden op de huisvestingstaakstelling statushouders heeft direct gevolgen voor de omvang van het uitkeringsbestand. De groep statushouders werkt over het algemeen eerst aan de verplichtingen die de Wet Inburgering 2021 met zich meebrengt, voordat zij betaald werk gaan verrichten. In 2023 zijn 36 volwassen statushouders ingeschreven in Barendrecht; 33 daarvan ontvangt een bijstandsuitkering. b. De mensen die instromen hebben een grote afstand tot arbeidsmarkt Ten tweede is het tekort voor een aanzienlijk deel te verklaren vanuit het type instroom in het uitkeringsbestand. Een deel van de instroom in de bijstand wordt veroorzaakt door redenen waar we als gemeente weinig of geen invloed op hebben, zoals vestiging in onze gemeente (statushouders, verhuizingen) en het beëindigen van een relatie (scheiding).

De instroom in 2023 bestaat voor het overgrote deel uit mensen die een flinke afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Zij zijn niet direct bemiddelbaar voor werk. Dit geldt ook voor het zittende bestand. Het uitkeringsbestand bedroeg eind 2023 in totaal 579 dossiers. Zo’n 48% hiervan zit in het segment re-integratie en heeft een afstand tot de arbeidsmarkt van minimaal 6-18 maanden. 37% zit in het segment sociale activering en heeft een afstand tot de arbeidsmarkt van minimaal 18 maanden. 15% zit in het segment werk en heeft een afstand tot de arbeidsmarkt van 0-6 maanden. Kortom: het overgrote deel van het Barendrechtse uitkeringsbestand bestaat uit mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Deze groep uitkeringsgerechtigden kunnen (doorgaans) niet op korte termijn uitstromen uit de uitkering. In 2023 zijn intensieve begeleidingstrajecten ingezet voor uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Deze groep uitkeringsgerechtigden heeft namelijk vaak te kampen met multiproblematiek: een stapeling van problemen op verschillende levensdomeinen. Daarnaast wordt bij deze groep gefocust op werkervaringsplekken, ontwikkeltrajecten naar werk, opleidingstrajecten, taaltrajecten en beweegprogramma’s. De verwachting is dat de eerste resultaten van deze interventies in de loop van 2024 zichtbaar zullen worden.

Daarnaast worden in de eerste maanden van 2024 alle bijstandsgerechtigden in het segment re-integratie persoonlijk gesproken door hun klantmanager. Op basis van deze gesprekken vindt een bestandsanalyse plaats. Parallel daaraan wordt in Q1 en Q2 een structureel, integraal plan van aanpak opgesteld om de uitkeringsgerechtigden in Barendrecht te ondersteunen naar duurzaam (betaald) werk en uitstroom uit de uitkering.

Pagina 1 van 2

c. Verdeling macrobudget BUIG Ten derde is het tekort voor een aanzienlijk deel te verklaren vanuit de financieringssystematiek van de BUIG. Het Rijk stelt jaarlijks een landelijk macrobudget vast dat volgens een vaste systematiek onder alle gemeenten wordt verdeeld. Het verdeelmodel voorspelt de kans dat een huishouden in een bepaalde gemeente uitkeringsgerechtigd is. Deze voorspelling bestaat uit twee componenten: de volumecomponent en de prijscomponent. De volumecomponent schat de kans op bijstand van een huishouden in op basis van objectieve kenmerken van: (1) het desbetreffende huishouden (zoals leeftijd, samenstelling, gezondheid), (2) de buurt waar dit huishouden woont (overlast en onveiligheid) en (3) de gemeente (arbeidsmarktkansen in de regio). De prijscomponent schat per huishouden de prijs van de uitkering in. Een voorspeld budget per huishouden wordt vervolgens berekend door de kans op bijstand te vermenigvuldigen met de geschatte prijs van de uitkering. Deze budgetten worden opgeteld over de huishoudens binnen een gemeente om tot het totale BUIG budget voor die gemeente te komen. Het verdeelmodel gaat ervan uit dat elke gemeente het budget ontvangt dat nodig is om de minimale (noodzakelijke) bijstandsuitgaven te bekostigen. Eventuele overschotten op het BUIG budget mogen gemeenten zelf houden en tekorten tot 7,5% moeten vanuit de eigen middelen worden bekostigd.

De gedachte hierbij is dat deze prikkelwerking gemeenten ertoe aanzet hun uitgaven voor bijstandsverlening zo laag mogelijk te houden. In de verdeling van het landelijke macrobudget voor de BUIG zit een vertraging van zo’n twee jaar. Dat betekent concreet dat veranderingen in de kenmerken van de betreffende gemeente vertraagd worden meegenomen in de berekening van het BUIG budget. In het geval van onze gemeente heeft dit nadelige gevolgen voor de BUIG inkomsten voor het jaar 2023, met een definitief vastgesteld BUIG budget van € 8.189.037,-. In aanvulling op bovenstaande, blijkt uit recent onderzoek (zie bijlage 3) dat de huidige financieringssystematiek van het Rijk in veel gevallen leidt tot aanzienlijke, structurele tekorten dan wel overschotten op het BUIG budget van gemeenten. Deze tekorten en overschotten blijken volgens de onderzoekers slechts in beperkte mate te beïnvloeden door gemeentelijk beleid en uitvoering (zie bijlage 4). Met andere woorden: hoewel de financieringssystematiek van het Rijk in principe is gericht op een zo goed mogelijke inschatting van de noodzakelijke bijstandsuitgaven van een gemeente, toont onderzoek aan dat de verdeling van het BUIG budget niet in alle gevallen tegemoet komt aan de specifieke situatie van een betreffende gemeente.

Op de wijze van verdelen en de hoogte van het gemeentelijke BUIG budget heeft de gemeente echter (vrijwel) geen invloed. Vanuit de VNG en Divosa worden gesprekken gevoerd met het ministerie van SZW om het verdeelmodel verder te verfijnen dan wel opnieuw vorm te geven. d. Barendrechtse begroting BUIG Ten vierde is het tekort voor een aanzienlijk deel te verklaren vanuit de Barendrechtse begroting voor de BUIG 2023. Sinds 2021 is er in Barendrecht een tekort op de BUIG. In 2021 en 2022 was het tekort echter niet groot genoeg om in aanmerking te komen voor de Vangnetuitkering. Ondanks het tekort op de BUIG in 2021 en 2022 is in de begroting van 2023 echter (opnieuw) uitgegaan van een overschot op de BUIG van € 330.800,-. Deze begroting is tussentijds niet aangepast. Hierdoor is het tekort op de BUIG 2023 groter geworden dan verwacht. Om die reden wordt voor 2023 een Vangnetuitkering aangevraagd.

pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14190452/1